gereformeerd leven in nederland

20 september 2011

In het isolement ligt onze kracht

De woorden boven dit artikel zijn afkomstig van Groen van Prinsterer.

Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876) mogen wij beschouwen als de grondlegger van de christelijke politiek. Hij streed tegen ongeloof en revolutie in staat en kerk. Ook was hij een voorvechter van het christelijk onderwijs.
Hij publiceerde veel. In 1829 bracht hij anoniem het blad Nederlandsche Gedachten uit. Daarin verzette hij zich tegen de Belgische Revolutie: de omwenteling die in 1830 tot de onafhankelijkheid van België leidde.
Groen van Prinsterer werkte voor het kabinet van de koning. Ook was hij gedurende twee perioden lid van de Tweede Kamer.
Vanaf 1837 steunde Groen de kerkleden die zich in 1834 hadden afgescheiden van de Nederlands Hervormde Kerk.
Groen was, zoals hierboven reeds bleek, een ijverig publicist. Zo publiceerde hij in 1846 het ‘Handboek der geschiedenis van het vaderland’, en in 1847 ‘Ongeloof en Revolutie’.
De uitgangspunten van de Anti-Revolutionaire Partij – de eerste politieke partij in Nederland, die in 1879 zou worden opgericht –  zijn voor een deel op Groen’s gedachtegoed gebaseerd[1].

In het isolement ligt onze kracht, zo poneerde Groen van Prinsterer.
Daarmee bedoelde hij: gelovige mensen moeten, dwars tegen de hoofdstroom in, vasthouden aan de christelijke beginselen.

Heden ten dage bekijkt men zo’n isolement met een zeker scepticisme.
Want – zo zegt men – wie geïsoleerd leeft en werkt, raakt gemakkelijk het zicht op de grote lijnen kwijt. Zo iemand blijft al snel in de bestudering van details steken. Verzuring en verbittering kunnen de sfeer zomaar gaan bepalen; er treedt een zekere blikverenging op. Laatst schreef oud-ND-journalist Aad Kamsteeg daar nog over[2].
Daarom is het gelovig isolement tegenwoordig niet meer zo populair. Het is, zo beweert men, in deze wereld niet meer vol te houden. Men mompelt: zo wérkt het eenvoudigweg niet meer.
En daarmee is de zaak afgedaan. Denkt men.

Als ik het goed begrijp, had Groen van Prinsterer in zijn isolement weinig last van dreigende blikvernauwing.
In ‘Ongeloof en Revolutie’ – eigenlijk eene reeks van historische voorlezingen – beriep hij zich tamelijk nadrukkelijk op zijn voorgeslacht. Het oordeel van mijn voorvaderen dóet er toe, zei hij. Wij moeten “zien op de wolke der getuigen die, van den beginne der wereld tot op dezen dag, onder tegenspraak en verdrukking, verkondigers der waarheid en kracht van de in het Paradijs gedane en aan het kruis volbragte belofte geweest zijn”[3].
Ziet u de wolk van getuigen? We zijn opeens op bekend terrein. We zijn bij Hebreeën 12. U weet wel: “Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt”[4].
En zo ging Groen van Prinsterer terug naar het begin van de wereld. En vervolgens wandelde hij, samen met die getuigen uit de brief aan de Hebreeën, weer terug naar het heden. Zeg niet dat dat een  makkelijke wandeling was. Hij rept van tegenspraak en verdrukking. Het was echt geen toeristisch uitje. Maar toch hebben die getuigen – en ook Groen van Prinsterer zélf – het vol gehouden. Want de beloften van God waren voortdurend in hun herinnering. Hoezo blikverenging?

‘In het isolement ligt onze kracht’.
Wat bedoelde Groen van Prinsterer daar nu precies mee?
Dr. R. Bisschop, directeur van de locatie Revius van het reformatorische Wartburg College, omschreef het een paar jaar geleden zó:  “Daarmee bedoelde hij niet dat de gereformeerde gezindte zich terug diende te trekken uit de samenleving om haar eigen eenzaamheid te zoeken. Dus niet de refozuil verder uitbouwen en dichtplamuren. Hij bedoelde daarmee dat de kracht van christelijke politiek ligt in het zuiver bewaren van de Bijbelse beginselen en het trouw blijven aan die waarden. Die moeten uiteraard steeds opnieuw worden doorvertaald naar de alledaagse praktijk – met een open oog voor de nood van deze wereld”[5].
Dat woord ‘isolement’ betekent blijkbaar niet dat ware gelovigen een comfortabel huis voor zichzelf bouwen en daarna door een bekwame aannemer een stevige vestingmuur laten oprichten. Wij moeten ons klaarblijkelijk niet het idee laten aanpraten dat Gods kinderen in een kleine, uitzichtloze wereld behoren te leven. Groen van Prinsterer leert het ons anders:
* wij moeten de nood van de wereld signaleren
* en vanuit Gods Woord mogen we Gereformeerde reacties geven op de gebeurtenissen die zich in de wereld voltrekken.

Heel veel Gereformeerden zijn de betekenis van zo’n isolement vergeten. Gereformeerd-vrijgemaakten, bijvoorbeeld.
Dr. M.J. Arntzen – emerituspredikant in de GKv – schreef daar afgelopen vrijdag, 16 september, in het Nederlands Dagblad het volgende over: “Mijn vraag is echter of men in vrijgemaakte kringen niet van het ene uiterste in het andere viel. Er is toch een zeker gewettigd isolement? Lange tijd weigerde men lid te worden van de Raad van kerken in Nederland, omdat daar allerlei wind van leer gedoogd werd. En nu nemen de vrijgemaakten onbeschroomd deel aan de zogenaamde synode van Dordrecht, waarbinnen in feite leervrijheid heerst. Hier was isolatie op z’n plaats geweest. Meer dan we vermoeden dringt ook bij vroeger zeer gelovigen de gedachte door dat ieder zijn eigen waarheid heeft, als je maar iets gelooft. En het zou van kracht getuigen als je je daarvan isoleert”[6].

Veel GKv-ers lijken te denken: weg met het isolement.
Zij lijken te denken: dat isolement, die beslotenheid, die altoosdurende eenzaamheid, die eeuwige retraite – dat zijn evenzovele doodzonden.
Zij lijken te denken: in het isolement ligt onze kwetsbaarheid. Of ook: in onze afzondering tonen wij kerkelijke krakkemikkigheid.
En zo worden de woorden van Groen van Prinsterer verdraaid. Zo wordt de betekenis van zijn motto verdonkeremaand. En uiteindelijk doolt men door het duister. Moeten wij gaan vrezen voor allerlei werelds gewauwel?

Laten wij het goede voorbeeld van Groen van Prinsterer maar volgen: wel in de wereld, maar – naar Johannes 15 – niet ván de wereld[7].
Het is – tenslotte – Groen van Prinsterer zelf die ons terugleidt naar de Heilige Schrift. De laatste woorden in het boek ‘Ongeloof en Revolutie’ luiden namelijk als volgt: het gaat om “dit ééne, hetwelk ik tevens als het voornaamste beschouw, dat ik, zoo er iets goeds en nuttigs in mijne voordragt geweest is, den lof er van dankend terugbreng aan Hem van Wien ik de krachten ontving; terwijl ik Hem vergeving vraag voor het gebrekkige en verkeerde dat, door mijn eigen toedoen, er mede gemengd werd”[8].

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Guillaume_Groen_van_Prinsterer. En ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_revolutie en http://nl.wikipedia.org/wiki/Anti-Revolutionaire_Partij .
[2] Zie voor de woorden van Kamsteeg: http://www.nd.nl/artikelen/2011/september/05/de-zwakte-van-het-isolement .
[3] G. Groen van Prinsterer, “Ongeloof en revolutie. Eene reeks van historische voorlezingen”. Leiden: S. en J. Luchtmans,  1847, p. 21. Zie ook http://dbnl.nl/tekst/groe009onge01_01/ .
[4] Hebreeën 12:1.
[5] Zie http://www.refdag.nl/opinie/kracht_van_sgp_ligt_in_het_isolement_1_468549 .
[6] “Isolement”. Ingezonden van dr. M.J. Arntzen. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 september 2011, p. 10.
[7] Zie Johannes 15:19: “Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld”.
[8] “Ongeloof en Revolutie”, p. 429.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.