gereformeerd leven in nederland

21 september 2011

Gereformeerde genoeglijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

In het Bijbelboek Prediker staan twee dingen naast elkaar:
*genieten van dit leven
* Gods gericht.
Ter illustratie zet ik twee teksten onder elkaar:
– uit Prediker 5: “Zie, wat ik als goed heb opgemerkt, is dit: dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen, waarmee iemand zich aftobt onder de zon gedurende de weinige dagen van zijn leven, die God hem schenkt, want dit is zijn deel”;
– uit Prediker 11: “Verheug u, o jongeling, in uw jeugd, en uw hart zij vrolijk in uw jongelingsjaren; ja, volg de lust van uw hart en wat uw ogen aanschouwen, maar weet, dat God u om al deze dingen in het gericht zal doen komen”[1].

Veel mensen schrikken van Goddelijke rechtspraak.
Nee, men spreekt daar niet zoveel over. Maar een sterfgeval in de nabije omgeving zet heel wat medemensen aan het denken. Soms veroorzaakt zulk sterven bij achterblijvers ook onrust. Er wordt dan bijvoorbeeld gezegd: ik heb het stellige idee dat de ziel van die-en-die nog geen rust heeft; die ziel zwerft nog ergens.
Persoonlijk ben ik geenszins geneigd om over de vertolking van zulke gevoelens lacherig te doen. Misschien wil de Here via die gevoelens wel een oproep doen: kom bij Mij!
Wie aan die oproep gehoor geeft, hoeft niet bang te zijn voor het gericht.
Wie aan die oproep gehoor geeft, heeft in dit leven talloze genotsmomenten.

Om ons heen zeggen heel goedwillende burgers dat we maar moeten genieten van leuke dingen. Het kan nú nog, zo merkt men blijmoedig op.
Gereformeerde mensen zeggen wat anders.
Ze móeten niet genieten van leuke dingen. Nee, dat mogen zij.
Zij komen in het gericht. Maar zij weten dat de Here hen in Christus genadig wezen zal.
Voor Gereformeerden geldt het adagium van Prediker 2: “Want wie kan eten en wie kan iets genieten buiten Hem?”[2].

Die tekst uit het tweede hoofdstuk van het Bijbelboek Prediker is het startpunt van dit stukje.
Wie kan eten en wie kan iets genieten buiten Hem? 

Kent u de Neêrlandse tekstschrijver en zanger Dirk Witte? In 1917 schreef hij het liedje “Mensch, durf te leven!”[3].
Ik citeer het eerste couplet van dat liedje:
“Je leeft maar heel kort, maar ’n enkele keer
En als je straks anders wilt, kun je niet meer!
Mensch, durf te leven!
Vraag niet elken dag van je korte bestaan:
Hoe hebben m’n pa en m’n grootpa gedaan?
Hoe doet er m’n neef en hoe doet er m’n vrind?
En wie weet, hoe of dat nou m’n buurman weer vindt,
En – wat heeft ‘Het Fatsoen’ voorgeschreven?
Mensch, durf te leven!”.
Een protestantse dominee typeerde dat liedje eens als een goede samenvatting van de levenswijsheid van de Prediker[4]. Dat ben ik niet met die predikant eens. Want Prediker proclameert niet dat wij ons van de hele wereld niets moeten aantrekken. De diepste boodschap van Prediker is, naar het mij voorkomt, dat een gelovig mens kan genieten van het leven omdat hij Gods gericht met vertrouwen tegemoet ziet. De Prediker heeft allerlei dingen gedaan. Hij heeft in zijn leven veel betekend. Diezelfde Prediker heeft tijdens al dat werk ontdekt dat zo ongeveer alles in het leven relatief is. Maar uiteindelijk is zijn conclusie: u kunt pas écht genieten als u zich realiseert dat alles uit de hand van God komt.

Als ik het goed weet is het Hebreeuwse woord voor ‘genieten’ een intensieve vorm van het woord ‘zien’. “Genieten is intensief zien”, schrijft iemand zelfs. In Prediker wordt ook nog een ander werkwoord voor ‘genieten’ gebruikt: je in iets vermeien; je in iets verliezen.
Wie daarover verder denkt kan in de sfeer van de Reformatie komen. Immers: Maarten Luther en Johannes Calvijn leerden ons om met lege handen naar God toe te gaan. In de zestiende eeuw leerden we dat wij van genáde leven.
Zo komen wij in de atmosfeer van Jesaja 58. Wie met lege handen bij de Heer van het leven komt, leert wat werkelijk genieten is: “…dan zult gij u verlustigen in de HERE en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des HEREN heeft het gesproken”[5].
Mensen uit de wéreld moeten genieten door allerlei zaken naar zich toe te halen. Kort door de bocht gezegd: zij moeten grabbelen en graaien. Christelijke genieters geven zich aan de Here óver. Dat is dus precies het omgekeerde[6]. In die zin draagt Gereformeerde genoeglijkheid iets van de antithese in zich.

Nee, de Prediker is geen zwartkijker die per ongeluk toch kijk- en luistergeld betaald heeft.
Hij wijst op het verschil in rijkdom: de kerk heeft een heel andere welvaart als de wereld.
In verband met Prediker 2 vroeg een Gereformeerde dominee eens: “Hoeveel rijken laten geen spoor van gebroken relaties en huwelijken achter zich? Tussen ouders heen en weer geslingerde kinderen. Zoveel leegte en verveling. Psychische moeilijkheden, gedrenkt in alcohol en drugs. Zwelgen in genotzucht zonder werkelijk genieten?”[7].
Welnu, de Prediker maakt duidelijk dat aardse pronk en staatsie zomaar verdwenen kan zijn[8].
Wij moeten. zegt hij, scherp blijven zien dat alles uit Gods hand komt. Prediker zegt het zó: “Ook ieder mens, aan wie God rijkdom en schatten geeft, en die Hij in staat stelt daarvan te eten en zijn deel te krijgen en zich bij zijn zwoegen te verheugen – dat is een gave Gods”[9].

Misschien vraagt u zich af wat de reden is dat ik dit alles te berde breng.
Wel, afgelopen zaterdag vond er in Veenendaal een symposium plaats naar aanleiding van de publicatie van het vijfentwintigste deel van de Studiebijbel, een uitgave van de Stichting Centrum voor Bijbelonderzoek. Dat deel gaat over het laatste gedeelte van de Psalmen en de boeken Spreuken en Prediker. Het symposium was getooid met de titel ‘Heb ontzag voor God, want er is een gericht’. Drs. M. Rotman, medewerker van de Studiebijbel, merkte aldaar op dat de teneur van Prediker minder negatief is dan velen denken.
Het Reformatorisch Dagblad berichtte over dat symposium. Ik citeer: “De les van Prediker is volgens Rotman dat ‘de schepping niet zinloos is, maar dat mensen mo­­gen genieten van Gods gaven, in dankbaarheid aan God’”[10].

Die dankbaarheid wordt nog vergroot als wij, via Prediker 12, constateren dat de Here God de herder van de kerk is. De Prediker spreekt ook over die herder. Dat doet hij als volgt. “De woorden der wijzen zijn als prikkelen; als ingeslagen nagelen zijn de verzamelingen daarvan; gegeven zijn zij door één herder”[11].
Prediker suggereert dus nadrukkelijk: ik spreek Gods kinderen toe.
De Prediker richt zich eerst en vooral tot Gods verbóndsvolk[12].
De kernboodschap van de Prediker is helder: kinderen van God genieten nu al een voorsmaak van de heerlijkheid waarin zij te Zijner tijd zullen leven.

Laten wij het maar goed onthouden: Gereformeerd genieten is volstrekt tegengesteld aan werelds hedonisme. 

Noten:
[1] Achtereenvolgens citeer ik Prediker 5:17 en Prediker 11:9.
[2] Prediker 2:25.
[3] Dirk Witte leefde van 1885 tot 1932. Gegevens over hem zijn te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Dirk_Witte .
[4] Dat was Ds. R. Kamermans, predikant van de Protestantse Kerk in Goes. Zie http://home.kpn.nl/a.kamermans/prediker.htm .
[5] Jesaja 58:14.
[6] Zie over dit alles ook http://www.artway.eu/content.asp?id=302&lang=nl&action=show .
[7] De betreffende predikant is de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Beekhuis. Zie http://www.zvk.nl/kerkdienst.aspx?lIntEntityId=773 . De typering van de zwartkijker is ook van Beekhuis afkomstig.
[8] Prediker 5:12 en 13: “Er is een smartelijk kwaad, dat ik gezien heb onder de zon: rijkdom, door zijn bezitter bewaard tot zijn eigen onheil. Die rijkdom toch gaat door tegenspoed teniet; en heeft hij een zoon verwekt, dan heeft hij niets meer”.
[9] Prediker 5:18.
[10] “Teneur Prediker niet negatief”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 19 september 2011, p. 2.
[11] Prediker 12:11 .
[12] Ds. M.J.C. Blok schreef terecht: “Prediker is dus de man, die het volk (hier: het volk van God, de kerk) samenroept, en in die kerkvergadering of verbondsgemeenschap het voert, in opdracht van God”. In: “Het boek Prediker: de kerk onder het kruis”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland”. – 2e druk, 1980. –  p. 8.
 

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.