gereformeerd leven in nederland

19 december 2011

J. Kamphuis en het Verbond

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vandaag, maandag 19 december 2011, wordt professor dr. J. Kamphuis te Ommen begraven. Op dinsdag 13 december jongstleden stierf hij, 89 jaar oud. Morgen zou deze erudiete theoloog 90 jaar geworden zijn[1].

Het sterven van de befaamde kerkhistoricus en dogmaticus brengt mij bij Hebreeën 13: “Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het woord Gods tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun geloof na”[2].
Die tekst staat daar in een context waarin het gaat om de hulp die wij van de Here ontvangen. Er wordt ook gesproken over de redding die de Here voor Zijn volk bewerkstelligt. De Hebreeënschrijver wijst verder op het eeuwig verbond dat de Here met Zijn volk gesloten heeft[3].

Als wij het werk van deze leraar herdenken, moeten wij ons realiseren dat de Hére de lijnen trekt.
Bovendien moeten wij beseffen dat de Here ál Zijn kinderen een plek in dat verbond geeft. In die verbondsrelatie past het werk van alledag. En de hoogtepunten van ons leven. En de dalen in ons bestaan.
Heel onze existentie is van die verbondskwestie doortrokken. Daarom hangt in ons leven alles met alles samen. Als wij íets van professor Kamphuis geleerd hebben, dan is het dat wel.

Het leven is één, zei Kamphuis.
En dat hield hij ook voor aan theologiestudenten.
Wat was namelijk de boodschap van de hooggeleerde? “Allereerst dat Christus Zijn kerk vergadert door het Evangelie. Daarnaast heb ik de studenten altijd voorgehouden dat kerkgeschiedenis, dogmatiek, ambtelijke praxis en persoonlijk geloof nauw met elkaar verbonden zijn. Neem bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus. Die is ontstaan in de zestiende eeuw in de strijd tegen het rooms-katholicisme. Dat is kerkgeschiedenis, maar tegelijkertijd ook een stuk dogmengeschiedenis en dogmatiek”[4].
Men moet het leven niet in vakjes delen. En de theologie al helemáál niet.

De professor was vol van die verbondsrelatie.
Men moet, zo maakte hij telkenmale duidelijk, kerk en geloof niet tot iets onpersoonlijks maken. De Godgeleerdheid kun je nooit zakelijk bekijken. Theologie is geen vak.
In een preek over Psalm 119 zei hij in 1998: die psalm “spreekt nooit over ‘dé wet’, ‘hét woord’, ‘dé getuigenissen’, maar altijd over ‘uw wet’, ‘uw woord’, ‘uw getuigenissen’. Want die lange Psalm is één en al gebed en de dichter brengt alleen in de gebedsrelatie de weg, de regels, de richtlijnen, de geboden van God ter sprake”[5].

Die verbondsrelatie betekende voor Kamphuis dat er in de kerk bekéring nodig is.
In 1995 wees hij op Jeremia 7: “Wat? Stelen, doodslaan, echtbreken, vals zweren, voor de Baäl offers ontsteken en andere goden achternalopen, die gij niet gekend hebt – en komt gij dan staan voor mijn aangezicht in dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, en zegt: Wij zijn geborgen! ten einde al deze gruwelen te bedrijven?”[6].
Er is concrete bekering nodig, merkte Kamphuis naar aanleiding van die Bijbeltekst op. De kerk ziet zich gesteld “voor het grote en exclusieve dilemma ‘waar’ òf ‘vals’”. Zeker, het Woord des Heren is aan de kerk toevertrouwd. En ja, de kerk moet het Evangelie verkondigen. Nou en of! Maar dan moet de kerk zich ook aan de norm van dat exclusieve Woord hóuden[7].

De vraag is waar deze gelovige academicus zijn verbondskennis vandaan had.
Het antwoord is bekend: het werd hem thuis geleerd.
Hij legde dat zelf als volgt uit.
“Nu was het zo… bij ons thuis – wij waren met z’n vieren… kinderen… en er waren er drie… drie kinderen waren er jong gestorven. Mijn vader telde altijd vier… en drie… dat is zeven. En na die preek over (…) onze kinderen die geboren worden in het voorportaal van de hel… na die preek kregen wij huisbezoek. Dominee Versteegt en een ouderling.
En ik hóór mijn vader nóg zeggen – in alle openheid en ook in alle zachtheid – dat en dat is gezegd vanaf de kansel…maar wij hebben drie kinderen in de hemel! Ze zijn niet geboren in het voorportaal van de hel. Ik heb ze – zei vader – ik heb ze wel meegegeven van Adam af: de doemwaardigheid. Maar ze zijn in Christus geheiligd. De Middelaar van het verbond. Waar professor Greijdanus al als jong dominee daarvoor al goed over gesproken heeft. Ze zijn in Christus geheiligd! En daarom mág ik niet eens twijfelen. Dat zij in hemelse heerlijkheid zijn. Nu… dáár heb ik geleerd, dáár in die huiskamer… daar heb ik geleerd wat het verbond is. En de rijkdom van de positie van de kinderen van de gelovigen. In het verbond van de genade onder de zegen van de Middelaar van het verbond”[8].

De hoogleraar legde gaarne uit hoe bijzonder die Verbondsrelatie is.
In Johannes 14 staat onder meer: “Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven”[9].
Daarover noteerde de professor eens: “Laat dan de wereld hier van wartaal spreken. Maar zij – die wereld – heeft geen recht van meespreken, zolang zij buiten blijft. Want zo lang heeft zij geen weet van de kracht van deze unieke liefde en van Hem die deze liefde tot ons doet uitgaan. Een bruidegom en een bruid van deze aarde blijven wèl aan elkaar verbonden, ook als zij door afstand worden gescheiden. Zij kunnen ook incidenteel de afstand overwinnen door een teken van liefde te zenden. Maar dan is het alleen incidenteel. Het is ook alleen maar tot op een bepaalde hoogte. Het levensteken, dat de geliefde geeft, is de geliefde zèlf niet. Maar van onze Here Jezus Christus geldt: “De Here nu is de Geest (2 Corinthiërs 3:17). Zo legt Hij, hoewel in de hemel, de glans van zijn heerlijke liefde op ons in deze bedéling, waarin Hij in de Geest bij ons woont”[10].
De relatie tussen bruidegom Christus en zijn bruid – de kerk – is uniek!

Mensen die zich van God distantiëren, nemen afstand van het verbond. Kamphuis signaleerde dat met verbazing. En met verdriet.
Over Maarten ’t Hart schreef hij in 1987: “Zijn ontwikkelingsgang is de weg van een veellezer. En die ontwikkelingsgang betekent in zijn geval een langzaam, maar zeker losraken van de God van het Verbond, en breken met de dienst van die God, een steeds intenser afkeer van en haat tegen die God”[11].
Het is, wat mij betreft, veelzeggend dat Kamphuis in het bovenstaande citaat het woord ‘verbond’ met een hoofdletter schreef!

Professor dr. J. Kamphuis onderwees ons over de “geloofsomgang, de omgang in het verbond van de genade”[12].
Wanneer wij deze voorganger in gedachtenis houden, moeten wij maar niet praten over de grote daden van de hooggeleerde Jacob Kamphuis. Of over diens onschatbare waarde voor het Gereformeerde kerkelijke leven.
Laten wij spreken over het eeuwige verbond dat de Here, de God van trouw en waarheid, met Zijn volk sloot.

Noten:
[1] Jacob Kamphuis werd geboren op dinsdag 20 december 1921.
[2] Hebreeën 13:7.
[3] Zie Hebreeën 13:6, 11, 12, 20 en 21: “Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?” En: “Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden”. En: “De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed”.
[4] Zie http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012dbc531c0f0c1242659dbe&sourceid=1011 .
[5] Zie http://josdouma.wordpress.com/2011/12/14/een-herinnering-aan-prof-j-kamphuis/ . De bedoelde preek is te beluisteren op http://www.verzameldepreken.nl/index.php?p=preek&id=225 .
[6] Jeremia 7:9 en 10.
[7] Zie Dr. W.G. de Vries, Prof. J. Kamphuis, Ds. J.W. van der Jagt, “De Kerk: kort commentaar op de artikelen 27-29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis”. – Uitgeverij Woord en Wereld, 1995 (Woord en Wereld; 27). – p. 47.
[8] Zie http://www.versteegt.net/Uitgelicht/Ds-Versteegt/RadioToespraak.htm .
[9] Johannes 14:19.
[10] J. Kamphuis, “Uitzicht uit het dode dal”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, ca. 1974. – p. 147 en 148.
[11] J. Kamphuis, “Nietzsche in Nederland”. – Ermelo: Uitgeverij Woord en Wereld, 1987. – p. 45 (Woord & Wereld; 5). Zie ook http://www.keesvanbaardewijk.nl/weblog%20archief%202.htm .
[12] De term komt uit Kamphuis’ preek over Psalm 119:54; zie noot 4.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: