gereformeerd leven in nederland

30 april 2012

Oogstlied in Verbondsperspectief

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm. Een lied.
God zij ons genadig en zegene ons,
Hij doe zijn aanschijn bij ons lichten;
opdat men op aarde uw weg kenne,
onder alle volken uw heil.
Dat de volken U loven, o God;
dat de volken altegader U loven.
Dat de natiën zich verheugen en jubelen,
omdat Gij de volken in rechtmatigheid richt,
en de natiën op de aarde leidt.
Dat de volken U loven, o God,
dat de volken altegader U loven.
De aarde gaf haar gewas,
God, onze God, zegent ons;
God zegent ons,
opdat alle einden der aarde Hem vrezen”.
(Psalm 67)

Psalm 67 lijkt een najaarslied te zijn[1]. “De aarde gaf haar gewas” merkt de dichter zonder omwegen op[2]. In Psalm 67 is het dus, om zo te zeggen, dankdag voor gewas en arbeid. In onze bijbels staat er dan ook boven: ‘danklied voor de oogst’. Zo worden wij in een oogwenk verplaatst naar de eerste woensdag van november.
Heel wat exegeten nemen ook aan dat een herfstfeest – bijvoorbeeld het Loofhuttenfeest – de achtergrond van deze dichterlijke lofprijzing vormt[3].

Toch is er in deze psalm ietwat meer aan de hand.
Als ik het goed begrijp geeft de Here God ons dit lied in de mond om het bidden tot God en het eren ván God niet af te leren.

Wij leren bidden om Zijn genade. En om Zijn zegen[4].
Wij leren bidden om de voortdurende verkondiging van het Evangelie. De blijde Boodschap van Gods redding moet de wereld over gaan[5].

Het daarmee beoogde doel is dat alle volken op de aarde God gaan loven.
De hemelse Heer moet geprezen worden vanwege de grote daden die Hij doet.
De lof van God is in deze psalm een heel belangrijk gegeven. Die lofprijzing krijgt extra accent doordat de dichter ‘m twee keer noemt. Die tweede loftuiting klinkt echter wel wat anders dan de eerste. Want tussen de eerste en tweede lofprijzing in spreekt de dichter over Gods wereldregering en Zijn eerlijke rechtspraak[6].

De Here God heeft op aarde de dagelijkse leiding.
Dat kunnen we zien in het feit dat we iedere dag te eten hebben.
In dat voedsel kunnen wij Gods zegen ervaren[7].

Het zien van die zegen brengt, zo mogen wij hopen, vervolgens álle volken er toe om Gods daadkracht en zorg met open mond te bewonderen[8].

Psalm 67 is dus niet alleen een lied dat wij zingen als de boeren het graan hebben binnengehaald, of als de bakkers het brood gaan bakken.
Eigenlijk is het een lied dat de lof op de Goddelijke wereldregering stimuleert. En die lof en eer behoort zo aantrekkelijk te klinken dat mensen vanuit de hele wereld graag met die lof instemmen.
Daarom is dit lied in zekere zin een evangelisátiepsalm.

Als er iets in Psalm 67 duidelijk wordt, dan is het wel dat de Here God wereldwijd werkt. De Here God beperkt zijn activiteit niet tot het volk Israël. De Here zorgt voor al Zijn kinderen: in Nederland en België, in Canada, in de Verenigde Staten, in Brazilië en op heel veel ándere plekken in de wereld.
Dat heeft Hij in Zijn verbond al aan Abram beloofd. Kijkt u maar in Genesis 12, waar de Here tegen Abram zegt: “Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden”[9].
Als we Gods Woord lezen, worden we heel vaak op die mondiale aanpak gewezen. Jesaja heeft het in hoofdstuk 2 over vele volken die samen naar de woonplaats van God optrekken, om te horen wat de Here te zeggen heeft[10]. Micha ziet in hoofdstuk 4 óók een optocht van allerlei volken die op weg zijn naar Gods huis; al die mensen willen in Gods vrederijk wonen[11]. En Zacharia spreekt over Geestdriftige mensen die vanuit allerlei steden en dorpen op reis gaan; die mensen sporen elkaar aan om zich in gebed voor de Here God te verenigen. Zo zullen massa’s mensen zich bij de Here aandienen[12].
Al die mensen hebben, om zo te zeggen, de beschermende kracht van Jezus Christus om Zich heen. In Mattheüs 28 zegt Hij tegen Zijn discipelen: “En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld”[13]. Die leerlingen zijn samen het fundament van de kerk. En daarom mag de kerk ook belijden: de Here is bij ons!

De scheiding die er vroeger tussen Israëlieten en andere volken was, is definitief weggebroken.
Paulus schrijft daar over in Efeziërs 2. Hij formuleert het zó: “Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft”[14].

In Psalm 67 bidt Gods volk: laten steeds meer mensen zich tot u bekeren!
Als wij die psalm zingen weten wij: de scheidingsmuur is afgebroken. Iedereen, waar ook ter wereld, mag nu eerbiedig met al zijn vragen naar de Here gaan.
Als wij Psalm 67 zingen, mogen wij weten: uiteindelijk zullen alle door God uitgekozen mensen in de hemel Hem eren!

De zevenenzestigste Psalm is een oogstlied dat in Verbondsperspectief staat!

Nog één ding.
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee S.S. Braaksma schreef afgelopen donderdag, 26 april, in het Nederlands Dagblad: “…kan het ook zijn dat het zingen van Psalmen er (mee?) voor gezorgd heeft dat ons geloof oudtestamentischer is gebleven dan had gemoeten? Dat Jezus niet de plek heeft gekregen in onze geloofsbeleving die Hij had moeten krijgen? Kan het zingen van Psalmen ook als groeiremmer hebben gewerkt? Toch zou ik niet graag de diepgang, de samenhang en de eerlijkheid van de Psalmen kwijtraken. Want dat zijn dingen die in veel opwekkingsliederen ontbreken. Niet in alle, maar wel in veel. Zou het daarom niet een idee zijn om nieuwtestamentische versies van de Psalmen te schrijven waarin we verdisconteren wat (Jezus in) het Nieuwe Testament zegt over bovengenoemde en andere onderwerpen? En die dan wel graag op eigentijdse muziek zetten!”[15].
Ik zou denken dat dat laatste niet zo nodig is.
Hoe dat zij: wij moeten Gods Woord wél geconcentreerd blijven lezen. En wij moeten Schrift met Schrift gaan vergelijken. Want dán zien wij dat de Here in de geschiedenis de lijnen uitzet om eeuwig heil aan Zijn kinderen te geven.
Wie de Psalmen versmalt tot een bundel liederen ter bevordering van eigen zielenrust en persoonlijke ontspanning, heeft de breedte en de diepte van Gods werk nog onvoldoende overzien.

Noten:
[1] In juni aanstaande hoop ik in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken – Psalm 67:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek) kort toe te lichten in de rubriek ‘Psalm van de Week’. Dit stuk is het resultaat van enige voorstudie.
[2] Psalm 67:7.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[4] Psalm 67:2.
[5] Psalm 67:3.
[6] Psalm 67:4-6.
[7] Psalm 67:7.
[8] Psalm 67:8.
[9] Genesis 12:2 en 3.
[10] Jesaja 2:2 en 3: “En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem”.
[11] Micha 4:1 en 2: “En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem”.
[12] Zacharia 8:20-23: “Zo zegt de HERE der heerscharen: Wederom zullen er volken komen en inwoners van vele steden, en de inwoners van de ene zullen zich begeven naar die van de andere, en zeggen: Laten wij toch heengaan om de gunst des HEREN af te smeken en om de HERE der heerscharen te zoeken; ook ik wil gaan. Ja, vele natiën en machtige volken zullen komen om de HERE der heerscharen te Jeruzalem te zoeken en de gunst des HEREN af te smeken. Zo zegt de HERE der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is”.
[13] Mattheüs 28:18.
[14] Efeziërs 2:14.
[15] Ds. Sape Braaksma, “Psalmen als groeiremmers?”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 april 2012, p. 11.

27 april 2012

De goede Herder draagt dwalende schapen naar huis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

“Wie van u, die honderd schapen heeft en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders, en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: Verblijdt u met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben”.

Hierboven staat een prachtig Schriftwoord.
U kunt het in Lucas 15 vinden[1].
Maar is het eigenlijk niet ál te simpel?

In deze wereld zijn zoveel mensen zoekende.
Er zijn zelfs massa’s gelóvigen zoekende. Hun vraag is: waar is God?

Laten we maar eerlijk zijn: er zijn ook heel veel Gereformeerde mensen zoekende.
Natuurlijk kunnen we zeggen: die mensen moeten de ware kerk opzoeken.
Maar dat, geachte lezer, lijkt er in de wereld van 2012 voorwaar niet makkelijker op te worden.

Laten we de situatie nemen van een jong gezin.
Twintigers zijn het. Een paar jaar getrouwd. Ze zijn lid van een Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). En ze hebben zorgen over de koers van ‘hun’ kerkverband. Eigenlijk willen zij maar één ding: achter Jezus Christus aan.
De ouders van moeders kant zijn lid van een kerk binnen het verband van De Gereformeerde Kerken; zeg maar: hersteld[2]. De ouders van vaders kant zijn lid van een kerk die behoort tot het verband van de Gereformeerde Kerken Nederland[3].
De twintigers staan met beide (schoon)ouders op goede voet. En dat willen zij ook graag zo houden.
En die twintigers weten dat zij moeten kiezen.
Tja.
Wat zal ik over een situatie als deze schrijven?
Vooralsnog noteer ik slechts één ding: ik ben blij dat ik niet in de schoenen van dit jonge echtpaar sta[4].

Maar áls ik in de schoenen van dat echtpaar stond, wist ik één ding zeker.
En dat is: als wij naar Jezus Christus op zoek gaan is dat geen eenrichtingsverkeer. Want Hij zoekt verloren schapen op. Hij rust niet voor Hij die schapen gevonden heeft. En als Hij zulke verloren zoekers vindt, viert Hij feest!

Jezus vertelt de gelijkenis van het verloren schaap aan de Farizeeën.
Een pijnlijk verhaal, want die Farizeeën zijn de mening toegedaan dat herders nogal laag op de maatschappelijke ladder staan.
De praktijk in Jezus’ dagen is dat ronddolende schapen op de lange duur uitgeput ergens gaan liggen. De herder kan, als hij het beest terugvindt, niets anders doen dan het dier op zijn schouders nemen.
Mensen van het laagste allooi worden aan de Farizeeën ten voorbeeld als het gaat om de zorgzaamheid voor de kudde.

Nee, de kerkelijke academici voelen zich bij die gelijkenis waarschijnlijk niet zo gelukkig.
Impliciet verwijst Jezus ook nog naar een profetie uit het Oude Testament.
In Ezechiël 34 gaat het over kerkelijke leiders die goed voor zichzelf zorgen; hun kudde verkommert echter. Barmhartigheid is ver te zoeken. Er is hardheid. En er is geweld.
De kerkgangers vluchten alle kanten uit. In de tempel moet je niet wezen!
De Here zegt: daar maak Ik een eind aan. Ik zal Mijn kudde Zélf wel weiden. Ik zal Mijn schapen bijeenbrengen en hen naar goede weidegrond leiden. “Ik zelf zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Here HERE; de verlorene zal Ik zoeken en de afgedwaalde terughalen; de gewonde zal Ik verbinden en de zieke versterken, maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen. Ik zal ze weiden zoals het behoort”[5].

In Lucas 15 laat de Here in een parabel zien dat Ezechiëls profetie in Jezus Christus vervuld wordt.
Jezus Christus legt vooral nadruk op de blijdschap van de Herder.
Wat ligt er aan die blijdschap ten grondslag? Ontdaan van metaforen komt dat op het volgende neer: het Evangelie is aan een kind van God verkondigd. En dat levert in de hemel een feest op. De Heer glorieert in Zijn woonplaats. Want de voltooiing van Zijn wereldomvattende werk is weer een stap dichterbij gekomen.

En er is meer.
Wie het Evangelie hoort, en dan gehoorzaam luistert, voelt de geloofsblijdschap in zijn leven trillen.
Laat ik het zó mogen zeggen: de herder is niet alleen blij dat het schaap weer terug is; maar het schaap voelt zich ook helemaal thuis bij die o zo bekende en betrouwbare Herder.
Die vreugde voelde Zacheüs ook toen hij door God als kind werd aangenomen; zie Lucas 19[6]. Die vreugde voelden Jezus’ leerlingen ook toen zij, aan de voet van de Olijfberg, Jezus’ lof zongen; dat is óók Lucas 19[7].

De Here vraagt van ons dat wij ons leven naar Hem toe draaien.
Als wij dat doen, brengt Hij ons naar de kudde. Dat is een grote troost.
Heel wat Gereformeerde mensen zijn zoekende. Massa’s Gereformeerden dolen rond. Waar moeten ze naar toe? Waar vinden zij de Here? Tegen kinderen van God mogen wij zeggen: de Herder rust niet voor Hij u gevonden heeft. Dat kán even duren. Soms duurt het zelfs heel lang. Maar Hij zal u gegarandeerd vinden.
En als Hij u ontdekt heeft, is het feest in de hemel nog groter dan ónze blijheid. Er ontstaat feestgedruis dat zijn weerga in heel de kosmos niet kent.

Nu keer ik weer terug naar dat jonge gezin dat hierboven beschreven werd.
Die jonge echtelieden weten het: kiezen is moeilijk. En het maken van een kerkelijke keuze is beslist niet gemakkelijk.
Hoe dat ook zij: kinderen van God mogen weten dat Hij hen vroeg of laat naar de kudde brengen zal.

Voor alle ouders en andere betrokkenen is dat, naar het mij voorkomt, ook een heerlijk bericht.
Dwalende schapen van de Here zullen door Hemzélf thuis worden gebracht. De grote herder der schapen, Die vanwege het bloed van een eeuwig verbond werd teruggebracht uit de doden, Hij garandeert het ons: Ik zal er Zelf voor zorgen dat u weidegrond vinden zult[8]!

Noten:
[1] Lucas 15:4-7.
[2] Zie over DGK http://www.gereformeerde-kerken-hersteld.nl/ .
[3] Zie over de GKN http://www.gereformeerdekerkennederland.nl/ .
[4] De beschreven situatie is tot op zekere hoogte fictief. Ik ken namelijk wel Gereformeerde broeders en zusters die met een probleem als dit te maken hebben.
[5] Ezechiël 34. Ik citeer vers 16.
[6] Lucas 19:5 en 6: “En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zeide tot hem: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven. En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap”.
[7] Lucas 19:37: “Toen Hij reeds dichterbij kwam, aan de glooiing van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen vol blijdschap God te prijzen, met luider stem, om al de krachten, die zij gezien hadden”.
[8] De formulering met betrekking tot de grote herder is afkomstig uit Hebreeën 13:20 en 21: “De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”.

26 april 2012

Het altaar bij de Jordaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In de kerk werken we op Goddelijke instructie. Kerkmensen worden aangestuurd door hun Heer.
Daarom kan ware godsdienst eenvoudig blijven. Eén-voudig: één richting uit, naar de Here toe. Op deze internetpagina heb ik daar onlangs nog op gewezen. Dat deed ik toen aan de hand van Exodus 20[1].

Waar het bij het bouwen en bewaren van de kerk om gaat, is dit: afgoderij moet tot elke prijs worden voorkomen.
Dat leren we onder meer uit Jozua 22.

Er zijn een paar stammen die van Mozes een erfdeel in het Overjordaanse gekregen hebben: Ruben, Gath en een gedeelte van Manasse. Uit solidariteit met hun broeders hebben zij meegewerkt in de verovering van het land Kanaän.
Die klus is nu geklaard.
Daarom gaan de toekomstige bewoners van het Overjordaanse naar hun nieuwe huis en hun nieuwe haard.
Zodra ze de Jordaan zijn overgestoken doen Ruben, Gath en half Manasse echter iets opmerkelijks: zij gaan een altaar bouwen.
Dat wekt argwaan bij de achtergeblevenen. Jozua heeft hen nog zó op het hart gebonden dat ze God moesten blijven dienen. En ’t eerste wat zij doen is: een altaar bouwen! Is dat nu niet de verwereldlijking ten top? Is dat geen afgoderij waar écht godsdienstige mensen diep verdrietig van worden?
De Israëlieten die achterbleven, willen ingrijpen. Zij zullen die seculiere figuren aan de overkant eens een lesje leren! Er staat: “Toen de Israëlieten dit hoorden, kwam de gehele gemeente der Israëlieten samen te Silo, om tegen hen ten strijde te trekken”[2]. Ziet u dat? Gods volk is op oorlogspad!
Het blijkt allemaal een misverstand.
Een levensgroot misverstand.
Want in het Overjordaanse redeneert men als volgt: *De Jordaan is onze gebiedsgrens. *Onze kinderen zullen later waarschijnlijk gaan zeggen: die andere stammen van Israël wonen heel ver weg. Daar horen wij niet bij. Daar hébben we niks mee. En dus is de Here ook onze God niet. *Zulke reacties willen we van onze kinderen nooit horen! *Daarom bouwen we een altaar bij de Jordaan. Dat altaar is een teken. Een teken van onze trouw aan de Here, de God van hemel en aarde[3].
Zo luidt de redenering van de Overjordaanse stammen. En het is duidelijk: hun bouwactiviteit heeft te maken met ware Godsdienst. Met afgoderij hebben zij niets van doen. Zij hebben een kopie van Gods altaar neergezet, om aan de jeugd duidelijk te kunnen maken: we moeten met z’n allen naar de Here toe; dan komen wij goed terecht.

Wat heeft dit Schriftgedeelte óns vandaag te zeggen?
Niet zelden spreken we samen uit: de kerk moet worden gebouwd. Met allerlei korzelige reacties komen we in de kerk niet verder. Het helpt niet zo veel om vaak te zeggen hoe het niet moet. Er moet gebóuwd worden: daadkrachtig, evenwichtig en solide. In goed overleg. En Geestdriftig.
Wat wil de Here ons in déze situatie zeggen, als het om Jozua 22 gaat?

Wat mij betreft is dat onder meer het volgende.

1.
De Here vraagt een besliste keus.
Dat betekent dat God niet op een lijstje kan staan met andere goden. God is geen Machthebber die op een dubbeltal kan staan met een afgod. De Gereformeerd-vrijgemaakte dr. W.G. de Vries (1926-2006) beschreef de sfeer in Jozua 22 eens zó: “Wanneer het kwaad is in uw ogen God te dienen, kies dan maar wie u wilt dienen, de ene afgod of de andere. Het doet er dan niet meer toe. Het is dan een verloren zaak…”. Zulke mensen krijgen “de vreselijke vrijheid” om allerlei afgoden te gaan zoeken en dienen. ’t Is verder om het even bij welke nepgod ze terecht komen. “Wie God niet wil dienen, wordt prijsgegeven aan de afgoden”[4].

2.
Jongeren in de kerk tellen mee. En daar moeten we op gezette tijden ook iets voor dóen.
Het is goed om, bijvoorbeeld, in een preek een voorbeeld te stoppen dat kinderen aanspreekt; een voorbeeld dat bij hen blijft hangen.
Nee, dat wil beslist niet zeggen dat we de hele kerkdienst kinderlijk moet wezen. En al helemaal niet dat een kerkdienst kinderáchtig moet zijn. Het betekent ook niet dat je in de kerkdienst zo nodig leuke combo’s moet introduceren. Of drama en mime. Integendeel. Want met kinderachtigheid, leuke muziek en aardige toneelstukjes zet je zomaar de méns in het middelpunt.
Jongeren in de kerk tellen mee, en daarom willen we hen bij brengen wat ware godsdienst is.

3.
De Israëlieten willen ten strijde trekken. Want, zo denken zij, in het Overjordaanse wordt ware godsdienst in een oogwenk nep-religiositeit.
Dat bij de Jordaan een altaar staat, is echter een teken van maximale dienst aan de Here. Dat altaar staat daar niet omdat men er, mijmerend bij het water, fraaie rituelen bij kan bedenken. Dat altaar wordt niet opgericht omdat de Rubenieten en de mensen uit Gath en Manasse zich – daar in de periferie – een beetje prettig moeten voelen.
Dat altaar is een attentieteken. Net als ons wandbordje: ‘Ken Hem in al uw wegen’.
Het verhaal over dat altaar staat ook in onze Bijbels. Die historie leert ons een belangrijke les.
Wij mogen niet zeggen: ‘weet je wat? we zien wel hoe we de Godsdienst vorm geven’. Wij mogen niet zeggen: ‘nou ja, ’t maakt niet uit in welke kerk u zit’. Wij mogen niet zeggen: ‘een goed gevoel is in de kerk van het hoogste belang’.
Weet u ’t nog? De Israëlieten zijn klaar voor de STRIJD! Dus mogen wij het in 2012 óók best een keer scherp zeggen. Er zitten tenslotte geen doetjes in de kerk. En het gáát ook ergens om. Sterker nog: alles draait om Iemand.

4.
Als u het mij vraagt heeft Jozua 22 ons ook iets te zeggen in verband met kerkelijke eenheid.
Jozua was klaarblijkelijk heel bezorgd over zijn volksgenoten in de stammen van Ruben, Gath en Manasse. Wat was hun plan? Wat was hun koers? Hij had er veel voor over om van dat alles een helder beeld te krijgen.
Jozua vroeg in het Overjordaanse om duidelijkheid. Er is niets tegen dat wij zo nu en dan óók eens doen!
Als het gaat om kerkelijke eenheid in de Gereformeerde wereld is de vraag: praktiseren de betrokken kerkgenootschappen…. – excuseert u mij voor het woord –: praktiseren die kerkgenootschappen de ware godsdienst, ja of nee?
Als het antwoord ‘ja’ is, dan horen die kerken bij elkaar.
Als het antwoord ‘nee’ is, dan horen die kerken niet bij elkaar. En vervolgens moet dan ook duidelijk worden aangegeven wat er aan schort.
En dat hoeft, als u het mij vraagt, lang niet altijd in lange artikelenreeksen. Er zijn ook situaties denkbaar waarin men dwalingen karakteriseert in, laat ik zeggen, vijf zinnen van elk zeventien woorden; dat komt de duidelijkheid vaak ten goede…
Laten wij, ook op dit gebied, maar gewoon doen wat de Here van ons vraagt!

Het altaar bij de Jordaan in Jozua 22 leert ons, als het over de opbouw van de kerk gaat, dus een paar dingen:
1. de Here is de enige God; Hij is niet te vergelijken met afgoden
2. omdat jongeren in de kerk meetellen, moeten we hen duidelijk maken wat ware godsdienst is
3. ware Godsdienst is niet vrijblijvend; het Woord prevaleert boven het gevoel
4. mensen die zich in ware godsdienst oefenen, horen bij elkaar.

Wie de kerk wil bouwen en bewaren heeft een grote taak!

Noten:
[1] Zie https://bderoos.wordpress.com/2012/04/19/eenvoudige-altaren/ .
[2] Jozua 22:12.
[3] Zie Jozua 22:21-29: “Hierop antwoordden de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse en spraken tot de hoofden van de geslachten van Israël: De God der goden, de HERE, de God der goden, de HERE, Hij weet het, en Israël zal het weten: indien dit in opstand of trouwbreuk tegen de HERE geschied is – behoud Gij ons dan heden niet! Indien wij een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van de HERE af te keren, om daarop brandoffers en spijsoffers te offeren en daarop vredeoffers te brengen, dan moge de HERE zelf bezoeking erover doen. Maar in waarheid, wij hebben dit uit bezorgdheid, om een bepaalde reden, gedaan. Wij zeiden namelijk: Later zouden uw kinderen tot onze kinderen kunnen zeggen: wat hebt gij te maken met de HERE, de God van Israël? De HERE heeft immers tussen ons en u, Rubenieten en Gadieten, de Jordaan als grens gesteld, gij hebt geen deel aan de HERE. Zo zouden uw kinderen onze kinderen doen ophouden de HERE te vrezen. Daarom zeiden wij: Laten wij dit doen: een altaar bouwen, niet voor brandoffers en niet voor slachtoffers, maar het zij getuige tussen ons en u, en tussen onze geslachten na ons, dat wij de dienst des HEREN voor zijn aangezicht zullen waarnemen met onze brandoffers, slachtoffers en vredeoffers. Dan zullen uw kinderen later niet tot onze kinderen kunnen zeggen: Gij hebt geen deel aan de HERE. Verder zeiden wij: Wanneer men later tot ons en tot onze geslachten zo iets zeggen zal, dan zullen wij zeggen: Ziet het evenbeeld van het altaar des HEREN, dat onze vaderen gemaakt hebben; het is niet bestemd voor brandoffers en slachtoffers, maar het is getuige tussen ons en u. Het zij verre van ons, in opstand te komen tegen de HERE, en ons heden van de HERE af te keren, door een altaar voor brandoffers, spijsoffers of slachtoffers te bouwen buiten het altaar voor de HERE, onze God, dat vóór zijn tabernakel staat!”.
[4] Dr. W.G. de Vries, “Jozua; Gods belofte inzake het erfland wordt heerlijk vervuld”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1997. – p. 127.

Aantekening:
Dit artikel is, in gewijzigde vorm, gepubliceerd in het Gereformeerd Kerkblad De Bazuin, jg. 6  nr 44 (12 december 2012).
 Aldaar was het getiteld: “De les van Jozua 22”. De noten onder het artikel zijn in De Bazuin weggelaten.

25 april 2012

De Here profileert Zich als Beschermheer van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Er komen nieuwe verkiezingen aan. Ze zullen op 12 september aanstaande worden gehouden.
Het aanbreken van die verkiezingsdag zal dus nog even duren. Maar die dag komt onafwendbaar naderbij.

En waarom? Omdat de Partij voor de Vrijheid het partijbelang heeft laten prevaleren boven het landsbelang.
Terecht schreef de commentator van het Reformatorisch Dagblad afgelopen maandag, 23 april: “Het belang van de PVV is wellicht om na nieuwe verkiezingen, misschien wel met een verkleinde fractie, opnieuw vanuit de oppositie een schreeuwerige politiek te gaan voeren. Het belang van het land was een daadkrachtig kabinet dat, ook al steunde het slechts op een kleine minderheid, de economische crisis voortvarend, eensgezind en zonder tijdverlies aanpakte. Maar daaraan heeft Wilders geen boodschap gehad”[1].

Daar viel het woord ‘verkiezingen’.
Daar schreef iemand over ‘schreeuwerige politiek’.
En nu weten wij al wel zo’n beetje wat er gaat komen. De politieke partijen zullen zich in de komende tijd gaan profileren. Alle politici zullen uitgebreid gaan uitleggen waar zij voor staan. Alle politieke partijen zullen tonen hoe vindingrijk zij zijn. En visionair. En sterk. En sociaal. En daadkrachtig.
In de komende tijd is ‘profileren’ het toverwoord.
Kortom: in de komende maanden zullen we nog ês wat beleven!

De Here profileert Zich in Zijn Woord óók.
Dat doet Hij al eeuwen.

Laat ik u vandaag mogen meenemen naar Ezechiël 38. Ik citeer: “Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben”[2].
De Here gaat Zich groot en heilig betonen. In 2012 zeggen we dan: zo gaat Hij Zich profileren.

Wat is in Ezechiël 38 de situatie[3]?
In dit hoofdstuk gaat het over Gog. Met een geweldige strijdmacht pleegt Gog een overval. Het vredig levende Israël schrikt op. Wat gebeurt daar? Oorlog? Rampspoed?
De Here stelt Zijn volk gerust. Hij zal niet toelaten dat Zijn volk vernederd of vernietigd wordt. Zeker, vróeger strafte de Here Zijn volk vanwege de vele zonden. Eertijds hadden heidenen in Israël de overhand. Maar nú staan de zaken anders. De Here verlaat Zijn volk nu niet meer.

Gog woont in het land Magog. Gog is de grootvorst van Mesek en Tubal[4].
Mesek en Tubal worden in Ezechiël 27 genoemd als handelspartners van Tyrus. Ze leveren koperwerk. En ze handelen ook in slaven[5].
Mesek en Tubal komen ook voor in Ezechiël 32. Egypte daalt af naar de onderwereld. En in die onderwereld worden de Farao en zijn volk verwelkomd door Assur, Elam, Edom én Mesek-Tubal[6].

In Ezechiëls tijd is Babel een grootmacht. Als Ezechiël deze profetie uitspreekt, heeft Babel van de bovengenoemde landen weinig te vrezen.
Maar er is reden om attent te zijn. Want de woordvoerder van God zegt dat er een enorme legermacht uit het noorden komen zal. Dreiging uit het Noorden: daar weten de mensen die naar de profeet luisteren wel het een en ander van. Vanuit Klein-Azië rukken zo nu en dan woeste ruitervolken op. Dat zijn de wilden. De veroveraars die niemand ontzien. Legendárisch zijn ze!
Welnu, zegt Ezechiël, in de toekomst komt koning Gog uit dat verre noorden. Gog ziet namelijk mogelijkheden om Israël snel onder de voet te lopen. Geen wonder eigenlijk. Het volk van God leeft in een land zonder muren, poorten en sloten. Een makkie, zou je denken.
Maar ’t loopt heel anders af. Want de Hére strijdt tegen Gog. Met aardbevingen. Met noodweer. En met de pest.
In hoofdstuk 39 blijkt dat de slachting groot is. Met de overgebleven wapens kunnen de Israëlieten welgeteld zeven jaar hun vuurtjes stoken[7].
En er staat méér in Ezechiël 39. Uiteindelijk zullen alle volken snappen dat God Zijn volk maar tijdelijk heeft gestraft. En ten langen leste is het voor iedereen volkomen helder: de Here komt Zelf op voor Zijn eigen naam[8].

Over Ezechiël 38 en 39 zou nog veel te zeggen zijn.
Maar de conclusie van dat alles is: ook wij mogen weten dat Gods keuze vast staat. En eens gekozen blíjft gekozen.
De Here is uiterst consequent als het over Zijn keuzes gaat.
Zijn kinderen hoeven zich niet af te vragen of God nog steeds present is. Hij laat Zijn volk werkelijk niet in de steek.

Nu ga ik weer even terug naar de actualiteit van vandaag.

Er komen nieuwe verkiezingen aan. Niemand weet hoe die af gaan lopen. Hoe zal de uitslag zijn?
Kenners van de financiële wereld roepen om het hardst dat de triple A-status van Nederland in het geding is. Experts zoeken een antwoord op de vraag: hoe zullen wij in de huidige omstandigheden de kredietwaardigheid van Nederland waarderen?
Om kort te gaan: onzekerheid is troef.
In die situatie zegt de Here tegen Zijn kinderen in Nederland: mensen, Ik ben er nog steeds; en nee, Ik verdwijn heus niet achter de coulissen!

Een argeloze lezer zou kunnen zeggen: komaan, Ezechiël 38 is een hoofdstuk uit het Oude Testament. In onze tijd moeten we de boodschap van de kerk toch wel wat moderniseren.
Die lezer wijs ik graag op Openbaring 20[9].
Ik citeer: “En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee”[10]. Gog en Magog staan model voor de volken die de duivel om zich heen verzamelt. Gog en Magog: dat is de aanduiding van de satanische strijdmacht.
Dat leger is groot. De duivel kan veel! Hij trekt op, gevolgd door een lange rij strijdmakkers. Want de volgelingen van Jezus Christus moeten weggevaagd worden.
En dan grijpt de Here in. Leest u maar even mee in Openbaring 20: “…en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden”[11].
Kijk, dat is het toekomstperspectief.
Blijkbaar geldt het nog steeds: de Here is aanwezig. Hij verlaat Zijn volk niet. Tot in lengte van dagen is Hij de Beschermheer van de door Hem opgerichte natie. Zó profileert Hij Zich.

Nog één keer keer ik terug naar de actualiteit van 2012.
Er komen nieuwe verkiezingen aan. Hoeveel invloed zullen christenen te zijner tijd nog hebben op de landsregering? Worden Gereforméérde mensen nog gehoord?
Laten wij ons niet vergissen.
Het is namelijk Anno Domini 2012. We leven in een jaar van de Hére. Hij heeft de zaken nog altijd in de hand.

De politieke partijen zullen zich in de komende tijd gaan profileren. Jazeker.
En er zullen verkiezingen komen. Natuurlijk.
Maar één ding is zeker: de Here organiseert GEEN verkiezingen. Want Hij hééft Zijn kinderen al uitgekozen. En die uitverkorenen zijn gekocht en betaald.

We mogen daarom met Psalm 138 blijven zingen:
“De HERE is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden”[12].
Zo profileert de Here Zich.
En daar kan niemand tegen op.
Ook niet in 2012.

Noten:
[1] Commentaar “Geen zwartepiet, wel sinterklaas”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 23 april 2012, p. 1.
[2] Ezechiël 38:23.
[3] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Ds. Adrian Verbree, “Ezechiel; Bijbelstudie”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 2004 (tweede druk), p. 120-126.
[4] Ezechiël 38:1 en 2: “Het woord des HEREN kwam tot mij: Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, en zeg: zo zegt de Here HERE: zie, ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal!”.
[5] Ezechiël 27:13 en 14.
[6] Zie Ezechiël 32:18 en 26: “Mensenkind, hef een weeklacht aan over de menigte van Egypte; doe die neerdalen – gij en de dochters van geweldige volken – in de onderwereld, bij hen die in de groeve zijn neergedaald!” (…) Daar is Mesek-Tubal met heel zijn menigte, zijn grafsteden rondom hem; zij allen, onbesneden, geveld door het zwaard. Voorwaar, zij hebben schrik voor zich verspreid in het land der levenden”.
[7] Zie Ezechiël 39:9 en 10: “Dan zullen de inwoners van de steden van Israël uitgaan en de brand steken in het wapentuig: kleine en grote schilden, bogen en pijlen, knotsen en speren – zeven jaar lang zullen zij daarmee hun vuur stoken. Zij zullen geen hout van het veld halen of in de bossen hakken, want met dat wapentuig zullen zij hun vuur stoken”.
[8] Ezechiël 39:21-25: ”Zo zal Ik mijn heerlijkheid onder de volken brengen, en zullen alle volken het gericht zien dat Ik voltrokken heb, en de hand die Ik op hen heb gelegd. Het huis Israëls zal weten, dat Ik de HERE hun God ben, van die dag af en voortaan. En de volken zullen weten, dat het huis Israëls om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en mijn aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Here HERE, nu zal Ik een keer brengen in het lot van Jakob en Mij ontfermen over het gehele huis Israëls, en ijveren voor mijn heilige naam”.
[9] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Ds. J.M. Goedhart, “Onthulde geheimenissen; meditatieve verklaring van het laatste bijbelboek”. – Wezep: Drukkerij-Uitgeverij Bredewold, 1994. – p. 216 en 217.
[10] Openbaring 20:7 en 8.
[11] Openbaring 20:10.
[12] Psalm 138:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

24 april 2012

Het grootste probleem van 2012

Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus vind ik hoopgevend.

Misschien vindt u dat wat vreemd. Die catechismustekst handelt immers over de val van Adam en Eva. En over hun ongehoorzaamheid. En over onze verdorven natuur. Over grote zonden en totale onbekwaamheid.
Maar dan, opeens, is er een lichtstraal in de duisternis. Wij zijn onbekwaam, “behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”. De Geest van God geeft nieuw licht op ons leven. Om het met 1 Corinthiërs 12 te omschrijven: “niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de heilige Geest”[1].

Zondag 3 is geen belijdenis waarin de nacht eeuwig duurt.
Zondag 3 is geen belijdenis die de kerk wil leren dat een diepe depressie heel gezond kan zijn.
Zondag 3 is de belijdenis die de úitweg wijst.

Die uitweg is: door God gekozen mensen worden áángestuurd. Zij hoeven het wiel niet zelf uit te vinden. Zij hoeven zich niet aan te stellen als een ongeleid projectiel; zo’n ding waarvan u en ik nooit weten waar het precies landen gaat.
De Heilige Geest brengt ons naar Jezus Christus. Wij moeten achter Hem aan gaan. De Heilige Geest is in ons leven de Wegwijzer.
Het komt mij voor dat het belangrijk is om dat in onze tijd vast stellen. Want de sfeer in de samenleving wordt niet zelden gekenmerkt door een alles verterende drukte. Mensen bezwijken soms bijkans onder het aantal verantwoordelijkheden dat zij dragen.
Professor dr. H.J.G. Beunders – onder meer hoogleraar geschiedenis aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam – zei onlangs terecht: “De individualisering vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft veel mensen een tijd lang een groot gevoel van bevrijding opgeleverd, om er daarna achter te komen dat vrijheid ook betekent dat je zelf overal voor verantwoordelijk bent. ‘Ja, voor de hele wereld, en dat is een zware last om te dragen. De meest verkochte medicijnen zijn nu niet voor niets ritalin en vooral antidepressiva”[2].
In zo’n wereld wijst de Geest van God ons op het concentratiepunt dat in ons leven richtinggevend is. Dat is, om zo te zeggen, charisma uit de hemel.

Vandaag de dag worden charismatische personen vaak bewonderd. Denkt u maar aan voormalig LPF-leider Pim Fortuyn; op 6 mei aanstaande is het tien jaar geleden dat hij vermoord werd. Zou de bewondering voor hem haar grond vinden in het feit dat zo’n figuur het mystieke terugbrengt in de relatie tussen mensen en hun afgod? Via televisiepresentatoren, voetballers, filmsterren, wielrenners en sommige steenrijke zakenmensen worden soms pogingen gedaan om een verticale lijn te trekken. Maar die lijn reikt niet verder dan de wolken. En de lijn wordt al helemaal niet doorgetrokken naar de hemel.
Welnu – de Here zendt Zijn Heilige Geest om verbinding te maken tussen de hemelse God en Zijn kinderen. Dat is een hoogtepunt in het Verbond.
Dat hoogtepunt is te zien in Zondag 3; een catechismusafdeling waarin het dieptepunt van onze ellende zo akelig dichtbij komt.

In Zondag 3 is het, om zo te zeggen, al een beetje Pinksteren. Want de Heilige Geest gaat aan het werk. En dan wordt ons leven 180 graden omgebogen. In de Dordtse Leerregels staat het zó: “Hij maakt het harde zacht, Hij besnijdt het onbesnedene, Hij vernieuwt de wil: van dood maakt Hij hem levend, van slecht goed, van onwillig gewillig, van weerbarstig gehoorzaam. Hij brengt de wil zover en geeft deze zoveel kracht, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen”[3].

De mens is slecht en verkeerd. Zeggen wij.
De mens is verdorven. Zeggen wij.
En daarom gaat alles mis. Belangrijke dingen ontsporen voordat je ’t weet.
De voorbeelden van zulke ontsporingen liggen in deze dagen voor het oprapen. Het is bekend: de onderhandelingen over een grote bezuinigingsronde zijn in Nederland mislukt. CDA-er Verhagen, PVV-er Wilders en minister-president Rutte (VVD) slaagden er niet in om met een helder plan te komen om de financiële tekorten aan te pakken. Het lijkt er op dat de heer Wilders zijn achterban niet meekreeg. Veelomvattende bezuinigingsplannen zijn, naar wij allen weten, in Nederland hard nodig. De onderhandelingen zijn afgebroken. En het kabinet is, zoals te verwachten was, vervolgens gevallen. Er zullen nieuwe verkiezingen moeten worden georganiseerd. Tot die tijd is het zo ongeveer pappen en nathouden. Improviseren lijkt het parool. Een gewone burger vraagt: het is toch onverantwoord om de bezuinigingsplannen pas veel later uit te voeren? Een gewone burger zegt: in de gegeven omstandigheden hád het Catshuisberaad niet mogen mislukken.
Gereformeerden van 2012 zijn geneigd om snedig op te merken: we zijn blijkbaar zó verdorven dat het doorvoeren van allerlei maatregelen die in het landsbelang zijn, volstrekt onmogelijk bleek.
Zó slecht zijn we dus.
Zó diep zijn we dus gezonken.
We moeten ons schamen. Diep schamen.

Zo’n redenering is begrijpelijk. Alleen maar: dat betoog past niet naadloos op Zondag 3.
Natuurlijk: een dergelijke mislukking is ten diepste een gevolg van de zonde in het menselijk bestaan. Maar er is meer.
Onze diepste ellende is niet dat de dagelijkse dingen mislukken. Onze grootste fout is niet dat belangrijke beslissingen te vaak worden uitgesteld.
De kern van onze zonde is dat de mens zichzelf wil redden, en alles niet laat afhangen van Gods zegen.
Hét probleem van het menselijk leven is dat we uit onszelf God links laten liggen, en hem gewoon niet willen kennen.
Dé grondoorzaak van de chaos in de wereld is het gebrek aan liefde voor de Here. We willen wel humaan met elkaar omgaan. En ja, we willen de zaken in ons leven wel fatsoenlijk regelen. Maar de Here liefhebben…, dat is een zaak die niet past bij de activiteiten in onze agenda.
De belijdenis ‘Aan Gods zegen is ‘t ál gelegen’ zegt de massa niets meer. En dat moet veranderen. Daar ligt het vraagstuk voor deze tijd.

En u begrijpt: dat zou ook gegolden hebben als er in deze week een prachtig Neêrlands bezuinigingsplan gepresenteerd was. Dat zou ook gegolden hebben als alle partijen met bewondering een bezuinigingsplan hadden gelezen, waarvan van stonde aan duidelijk was dat het de wereldeconomie een geweldige stimulans zou geven.

In dit verband vraag ik uw aandacht voor een vers uit Psalm 116.
Afgelopen zondag, 22 april, zongen we ’t in Groningen nog in de kerk:
“Ik prijs mijn God in zijn rechtvaardigheid.
Zijn liefde heeft genadig mij gedragen.
Wie weerloos zijn en om ontferming vragen,
bewaart de HEER in zijn barmhartigheid”[4].
Nee, dat vers is niet alleen bedoeld voor oude mensen die hun krachten voelen afnemen. Dat vers slaat niet alleen op mensen met een handicap die in het dagelijks leven veel beperkingen ondervinden.
Dat vers slaat op ons allemáál. Want ten principale zijn wij állen weerloze mensen. Uiteindelijk blijven we in onszelf steken als de Here niet ingrijpt. Ten diepste is niemand zich er uit zichzelf van bewust dat de Here geëerd moet worden.

Wat is het grootste Neêrlandse probleem van 2012?
Nee, dat is niet de economische situatie.
Nee, dat is de niet de grootste bezuinigingsronde van de laatste halve eeuw.
Nee, dat is niet de problematiek van de grote schade in heel veel menselijke relaties.
Het grootste probleem van vandaag is het antwoord op de vraag: hoe komt de Here tot Zijn eer?

Gereformeerde mensen moeten de juiste vraag stellen.
En zij moeten het goede antwoord geven. Dat antwoord geeft Psalm 116 óók:
“Goed en getrouw, weldadig is de HEER.
Hoe zal ik al zijn gaven Hem vergelden?
‘k Zal bij de kelk van heil zijn naam vermelden,
ik roep Hem aan en geef Hem lof en eer”[5].
Het zingen van die woorden is werk van de Geest van God. Zeker weten.

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 12:3.
[2] Zie: “Fortuyn, liever vorstin dan verlosser”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 21 april 2012, p. 13. Informatie over professor Beunders is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Beunders .
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11.
[4] Psalm 116:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[5] Psalm 116:7 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

23 april 2012

Anders Breivik en de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De naam van Anders Behring Breivik gaat door de wereld.

Breivik is, zoals bekend, de man achter grote aanslagen in Noorwegen. Vrijdag 22 juli 2011 – voor het Koninkrijk Noorwegen werd dat een zwarte dag. Eerst een bomaanslag in de regeringswijk van Oslo. Daarna een schietpartij op een zomerkamp van de jeugdafdeling van de Noorse arbeiderspartij op het eiland Utøya.

Breivik wilde de Noorse overheid hard treffen.
Hij schreef een manifest van wel 1500 pagina’s. Daar staat een autobiografie in. Hij betoogt dat het Europese politieke systeem gefaald heeft. De islam is – zo zegt Breivik – verderfelijk. Het marxisme is een ramp.
Breivik bewondert strijders voor de vrijheid. Daarbij noemt hij bijvoorbeeld Winston Churchill (1874-1965), de bekende Britse premier die als tegenstrever van Adolf Hitler bekend staat[1].
In deze weken vindt de rechtszaak omtrent deze misdaden plaats. Breivik is aangeklaagd voor het destabiliseren en vernietigen van de basisfuncties van de maatschappij, door terroristische daden.

Breivik schrijft: “Kan de Europese Unie worden hervormd? Ik betwijfel het. De EU wordt bijeengehouden door een klasse van bureaucraten die louter uit eigenbelang handelt en haar budget en macht wil uitbreiden, ondanks de schade die zij aanricht”[2].
Breivik strijdt tegen vrouwenemancipatie. Hij heeft een antipathie tegen homoseksualiteit. De religieuze leiders zijn, zo zegt hij, van de rechte weg afgeweken.
“Hij leek er geen specifieke meningen op na te houden”, zei een vriend verbaasd. Maar Breivik was wel boos toen een meisje, waar hij verliefd op was, hem afwees.

Misschien kunnen we zeggen dat in die afwijzing een reden ligt voor het criminele gedrag van Breivik. Na zulk een afwijzing kan in een ideologie een motief worden gevonden om te gaan vechten.
Mensen als Breivik kunnen hun energie kwijt in een keiharde strijd. De wrok die zij voelen wordt gedramatiseerd. Zij voelen diepweg een veelomvattende woede over de wereld. Een bitterheid over zovele tekortkomingen in de wereld.
En er is, naar het schijnt, niemand die er fundamenteel iets tegen kan doen. Echt helemaal niemand. En daarom gaan mensen als Anders Breivik tot actie over. Aldus verdienen zij, zo beweren zij zelf, een martelaarsstatus.

Het lijkt er op dat Breivik dat zelf volstrekt logisch vindt.
De filosoof Hans Achterhuis zei in een interview: “Breivik heeft een gesloten kijk op de wereld die volledig losstaat van de common sense [het gezond verstand, BdR], maar die hij vervolgens volkomen logisch uitbouwt. Volgens mij is hij een slimme jongen en geen gek”.
En: “Ten slotte wil Breivik zelf duidelijk de discussie aangaan: hij heeft zijn manifest geschreven, geen zelfmoord gepleegd, wil niet naar een psychiater. Dan moet je ook zijn verhaal serieus nemen, het gevaar ervan inzien en het weerleggen”[3].
Menselijk denkvermogen leidt soms tot grootse dingen. Maar diezelfde humane logica kan medemensen levenslang een alles overheersend verdriet bezorgen…

Hoe dat zij: Breivik bestempelt zichzelf als een conservatief en nationalistisch christen[4].
Het is geen wonder als Gereformeerde mensen attent zijn!

Deze dingen overpeinzende is er, naar mijn smaak, minstens één kwestie die Gods kinderen van 2012 goed voor ogen moet staan. Dat is deze: Gereformeerde mensen behoeven zich bij de Here nimmer afgewezen te voelen.

Ik denk aan Johannes 10, waar onder meer geschreven staat:Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders”[5].
Dat is kalmerende taal.
Want wat staat daar?
Echte kinderen van God luisteren naar de Here. Zij jakkeren niet onbesuisd door de wereld, om hun eigen heilsstaat op te bouwen.
Kinderen van God zijn bij Hem bekend. Die kinderen hoeven niks speciaals te doen om op te vallen. Want de hemelse God weet al lang wie ze zijn, en welke gaven zij ontvangen hebben.
Echte kinderen van God leven in eeuwigheid. Dat is een gave van God. Hij maakt Zijn belofte waar. Mensen behoren niet te zeggen wie er mag leven, en wie niet. Mensen hebben geen zeggenschap over de lengte van het aardse bestaan.
Kinderen van God kan men niet bij God weg pakken. Diefstal van mensen die voor de hemel bestemd zijn: dat is volkomen onbestaanbaar.
Kinderen van God zijn vólgers van de Here. Het is duidelijk dat zij niet voor Hem uit lopen.
Daarom moet Anders Breivik de wereld niet wijs maken dat hij een christen is. Door God gekochte mensen maken heel ándere keuzes.

Heel wat mensen, die zichzelf christen noemen, kijken naar Breivik. Ze kijken nog wat verder in de wereld. En zij vragen zich af: is God er wel? Pakt Hij dit soort wantoestanden wel áán[6]?
Kinderen van God mogen, wanneer zij Johannes 10 lezen, in hun zekerheid gestérkt worden. Zij zullen stand houden. Want Vader heeft hun leven in de hand. En Hij staat niet toe dat daar een buitenstaander met z’n vingers aan komt.

Wie Johannes 10 tot zich neemt, proeft overigens al snel dat dat geestelijke voedsel nogal scherp gekruid is.
De kerkleiders zijn verdeeld over de status van Jezus. En ook het vólk splitst zich zoetjes aan in twee kampen.
Nicodemus komt in het Sanhedrin voor de Messias op[7]. De Joden raken in heftige discussie met Jezus; het loopt er op uit dat ze hem willen stenigen[8].
Als de Here dan uit de tempel verdreven is, geneest Hij een blindgeborene[9]. Wie de betekenis van die gebeurtenis op zich in laat werken, ontdekt alras: hier wordt een blinde ziende; en mensen die ménen scherp te zien – de Farizeeën en Sadduceeën – zijn ziende blind.
Dat is de context van Jezus’ proclamatie over de goede Herder, in Johannes 10.

Dit alles in verband brengend met Anders Behring Breivik concludeer ik dat hij ziende blind en horende doof is. Hij wil de wanorde op de wereld zélf aanpakken. Hij wil de aardse chaos zélf opruimen. Echter: dat hoort een kind van God niet te doen.

Mensen die in het Verbond zijn opgenomen hoeven maar één ding te doen: de deur zoeken. Daarmee blijf ik in de stijl van Johannes 10: “Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed”[10].
Leven en overvloed! Dat is nog eens wat ánders dan dood en verderf…

De naam van Anders Behring Breivik gaat door de wereld.
Wat mij betreft is hij een typisch voorbeeld van ontsporing. Dit gebeurt als blinde ijveraars op zelf gekozen wijze de wereld willen dienen.
Voor Gereformeerde mensen is Anders Breivik een levensgrote waarschuwing: daar kunnen wij terecht komen als wij Jezus Christus niet vol overgave volgen!

De naam van Anders Behring Breivik gaat door de wereld.
Maar er gaat nog méér door de wereld: het Woord, namelijk.
En wij mogen hoopvol bidden:
“Here God, wij zijn vervreemden
door te luist’ren naar uw stem
Breng ons saam met uw ontheemden
naar het nieuw Jeruzalem”[11].

Vandaag sluit ik mij tenslotte aan bij mijn vader, H.P. de Roos te Haren.
Onlangs wees hij er terecht op dat de God van hemel en aarde te Zijner tijd het eindoordeel over deze wereld vellen zal.Want”, noteerde hij in een e-mail, “ideologieën, zij zullen vergaan. Alleen het geloof, HET geloof, zal uitmonden in een eeuwig leven, waar voor moordenaars en andere misdaaddragers geen plaats zal zijn”[12].
Waarvan akte!

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Anders_Breivik .
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.presseurop.eu/nl/content/article/794881-anders-breivik-een-verwaande-zieke-geest .
[3] Zie http://www.filosofiemagazine.nl/nl/nieuws/16834/achterhuis-we-moeten-breiviks-verhaal-serieus-nemen.html .
[4] Zie http://www.ad.nl/ad/nl/6967/Aanslagen-Noorwegen/article/detail/3239537/2012/04/12/Breivik-Ik-ben-conservatief-christen.dhtml .
[5] Johannes 10:27, 28 en 29.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[7] Johannes 7:45-52.
[8] Johannes 8:12-59.
[9] Zie Johannes 9.
[10] Johannes 10:9 en 10.
[11] Dit is het refrein van het in oorsprong door de kerkmusicus en muziekpedagoog Wim ter Burg (1914-1995) geschreven lied ‘Door de wereld gaat een woord’.
[12] “Opgemerkt” nummer 493, gedateerd op dinsdag 17 april 2012.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.