gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2012

Redeneren vanuit Gods redding

De Dordtse Leerregels? Die gaan, zoals bekend, met name over de uitverkiezing[1].
En dat is geen wonder. Want ze zijn in de zeventiende eeuw opgesteld in reactie op de remonstrantie.

Wij gaan een ogenblik terug in de tijd.

De geschiedenis
1.
Die remonstrantie is een in 1610 opgestelde verklaring van de remonstranten[2]. In deze uit vijf artikelen bestaande uitspraak wordt gezegd dat de mens een eigen vrije wil heeft[3]. Die mens kan dus zelf kiezen voor de Here Jezus. Hij kan er zelf voor kiezen om zich bij God aan te sluiten, en achter Hem aan te gaan. Als mens kun je, zo wordt gesteld, een zekere invloed hebben op je eindbestemming.
Overigens waren die Remonstranten, die onder leiding stonden van Arminius, van mening dat je niet alles moet vastleggen in belijdenisgeschriften.
2.
Het gezag van de remonstranten moeten we niet uitvlakken. Ook bijvoorbeeld de toenmalige hofpredikant, ds. Uytenbogaart, was een remonstrant. Deze leer werd dus tot in de hoogste kringen beleden!
De discussie liep hoog op.
In 1588 was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstaan[4]. De heftige heibel omtrent de bovengenoemde geloofszaken bedreigde de stabiliteit van de nog jonge republiek. Om die reden werd in 1618 en 1619 de Synode van Dordrecht gehouden. Op verzoek van de Generale Staten van de Verenigde Nederlanden werd over het leergeschil een uitspraak gedaan.
Tijdens die kerkvergadering werd een geschrift aanvaard waarin de aanwezigen de leer van de remonstranten verwierpen. Als reactie werd in 1619 te Antwerpen de Remonstrantse Broederschap opgericht.
3.
Hoe verhit de gemoederen in vroegere eeuwen waren, kunnen we opmaken uit de Inleiding op de Dordtse Leerregels. Ik citeer een passage: “Vooraf was op gezag van de hoge overheid in alle Nederlandse kerken een algemene vast- en bededag uitgeschreven en gehouden, om door gebed Gods toorn af te wenden en zijn genadige hulp te verkrijgen. De synode heeft de belangrijkste voorstanders van deze leerstellingen (de dogma’s uit de remonstrantie dus, BdR) gedagvaard en zij heeft met grote ijver en veel geduld zich moeite gegeven, om hen te bewegen hun opvattingen ten aanzien van de bekende vijf hoofdstukken van de leer met argumenten daarvoor zonder terughouding uiteen te zetten.
Maar zij ontkenden het recht van de synode om te oordelen en zij weigerden op gestelde vragen op een redelijke manier te antwoorden. Geen vermaningen van de synode, geen opdrachten van de welgeboren, edele Gedeputeerden van de Generale Staten, ja zelfs geen bevelen van de doorluchtige, hoogmogende Heren van de Generale Staten richtten iets bij hen uit. Daarom was de synode genoodzaakt op last van de hoogmogende Heren en volgens de gewoonte van synoden uit het verleden een andere weg in te slaan.
Vanaf dat moment heeft zij de beoordeling van de genoemde vijf leerstukken gebaseerd op de geschriften, belijdenissen en verklaringen, die voor een deel al waren gepubliceerd, voor een deel aan de synode waren voorgelegd.
Dit onderzoek is nu door Gods bijzondere genade met grote ijver, door trouwe en gewetensvolle arbeid en met algemene overeenstemming voltooid”[5].
4.
Prins Maurits was een felle contra-remonstrant.
Toen de prins in 1625 overleed, keerden de remonstranten zoetjes aan weer naar de republiek terug.
Officieel was de remonstrantse kerk verboden; de kerk werd pas in 1795 erkend. In de praktijk hield men er tot die tijd een gedoogbeleid op na.

Nu schrijf ik iets over de Dordtse Leerregels vandaag.
Hoe functioneert dit belijdenisgeschrift in 2012?

De genade van de uitverkiezing
5.
De kernvraag die, als het over Gereformeerd leven gaat, aan de orde komt is de volgende: beginnen wij bij de diep doorvretende zonde die ons leven bederft en die ten laatste tot de dood leidt? Mensen zijn al snel geneigd om dat vraagstuk wat te verzachten. Er zit, zo zeggen ze dan vergoelijkend, nog veel goeds in de mens. Wij moeten, zo stellen zij verder, een beetje van de harde lijn af.
Feit is dat men in Dordrecht bij erfschuld en erfsmet begon. De eerste zin van de D.L., hoofdstuk I, artikel 1 luidt: “Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood”.
Het is belangrijk om te blijven zien dat wij geheel afhankelijk zijn van Gods keuze. Zelf brengen wij slechts lege briefjes mee. Van de God van het Verbond krijgen wij de garantie van die uitverkiezing. “Die zekerheid ontvangen de uitverkorenen niet, wanneer zij de verborgenheden en diepten van God nieuwsgierig doorzoeken. Maar zij ontvangen haar, wanneer zij met een geestelijke blijdschap en heilige vreugde de onmiskenbare vruchten van de uitverkiezing, die Gods Woord aanwijst, bij zichzelf opmerken, zoals bijvoorbeeld het ware geloof in Christus, kinderlijk ontzag voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid”.
6.
De hersteld hervormde predikant K. Veldman zette, wat dit betreft, eens de puntjes op de i. Hij zei: “God zoekt het verlorene. Waar onze deur dicht gaat, gaat God die openen”.
De dominee zei erbij: “De droefheid naar God is een smartelijke en blijde droefheid. Wie niet heeft leren klagen, kan niet zingen. Die twee horen bij elkaar”.
Met andere woorden:
* Gods kinderen hebben een hekel aan de zonde
* zij ergeren zich eraan, en klagen er soms over dat zij de strijd tegen de zonde vaak verliezen
* maar zij zijn ook blij over de keuzes die de hemelse God maakte en de redding die Hij in Christus gaf.
Klacht en geloofsblijdschap lopen naadloos in elkaar over[6].
7.
Even zo goed zijn vloek en verkiezing geen zaken die wij, anno 2012, met gemak op een rijtje krijgen[7].
Wij hebben soms vragen over Gods keuze, over kerkverlating en geloofszwakte.
Er zijn momenten waarop we teleurstelling voelen over de wegen die onze kinderen gaan, of over de paden die onze familie en vrienden kiezen.
Iets van die teleurstelling kunnen we ook proeven bij Paulus. Leest u maar mee in Romeinen 9: “Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn”[8].
Paulus blijft niet bij die pijn staan. Wij hebben, zo betoogt de apostel, te maken met de Here Gód. En die God kneedt Zijn klei op een manier die Hij wil. Daarbij past het niet dat wij commentaar leveren. Want zegt u nou zelf: een schaaltje kan toch niet onverhoeds tegen zijn maker roepen dat hij zo graag een bloempot had willen wezen?
In de taal van Romeinen 9 klinkt dat zo: “Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt? Of heeft de pottebakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?”[9].
De Here God heeft het recht om Zijn eigen manieren te kiezen om onze redding te bewerkstelligen!
Altijd weer zullen wij, als wij vragen omtrent deze zaken hebben, moeten bedenken aan wie Gods Woord gericht is. R.J. Vreugdenhil, predikant van één der Gereformeerd-vrijgemaakte kerken, zei daar eens over: “De bijbel is Gods boodschap voor mensen die tegen God in gekozen hebben. De bijbel is het evangelie voor mensen die in Adam gezondigd hebben en Gods vloek verdienen. Mensen die in de eeuwige dood liggen”.
De Heilige Schrift is er dus niet voor redelijk denkende mensen die een antwoordboekje zoeken bij hun levensvragen. Het Woord van God richt zich tot mensen die hulpeloos en verloren zijn.
Wie zijn eigen positie eerlijk bekijkt, en Gods recht erkent, die realiseert zich hoe groot de genade van de uitverkiezing is.
8.
Wat is Gereformeerd?
De Dordtse Leerregels leren het ons.
Gereformeerd, dat is: altijd redeneren vanuit Gods reddende activiteit.

Noten:
[1] Vandaag vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. In de vergadering staat hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels centraal. Dit artikel is het tweede deel van enige voorstudie daaromtrent. Het eerste deel werd gepubliceerd op woensdag 24 oktober 2012; zie https://bderoos.wordpress.com/2012/10/24/verborgen-bedrijvigheid/ .
[2] Zie voor de tekst van deze verklaring http://nl.wikipedia.org/wiki/Vijf_artikelen_van_de_remonstranten .
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.ebenhaezer.nl/Bijbelstudie/Ehmagazines/dec2005/EHM17p06DordtseLeerregels.pdf .
[4] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_der_Zeven_Verenigde_Nederlanden .
[5] Zie http://www.gkv.nl/data/styleit/files/Dordtse_Leerregels(4).pdf .
[6] Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/dordtse_leerregels_zijn_bevindelijk_1_645557 .
[7] In het onderstaande maak ik gebruik van http://www.pauwenburg.nl/Verdieping/Preken/PrekenserieUitverkiezingDL1/tabid/926/language/nl-NL/Default.aspx (preek van dominee R.J. Vreugdenhil, genummerd als RJV-P548).
[8] Romeinen 9:6 en 7.
[9] Romeinen 9:20 en 21.

30 oktober 2012

Voor Gods aangezicht

Jezus Christus heeft zijn lichaam geofferd voor alle mensen die in Hem geloven.
Dat blijkt bijvoorbeeld heel duidelijk in Johannes 3: “En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”[1].

Wij moeten het zonder omwegen vaststellen: zonder geloof is er geen behoud.
Er zijn wel mensen die heel vredelievend willen zijn. Dan zeggen ze: iedereen komt in de hemel.
Daarbij wordt bijvoorbeeld gewezen op Psalm 65: “tot U komt al wat leeft… onze overtredingen – Gij verzoent ze”. Gemakshalve leest men niet door: “Welzalig hij, die Gij verkiest[2].
Ook wijst men wel op 1 Johannes 2: “Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”. Gemakshalve leest men niet door: “En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid[3].

De leer dat iedere wereldburger behouden wordt, noemen wij de alverzoening.
Die leer is onlangs nog in bespreking geweest in de Protestantse Kerk. Binnen de PKN werd een rapport gepubliceerd. Daarin werd gesignaleerd dat er omtrent uitverkiezing en persoonlijk heil “pastorale nood” heerst. Er werd gezegd dat “dat in het verleden vaak een godsbeeld is aangeleerd, dat de mensen angst heeft ingeboezemd. Ook nu komen we mensen in het pastoraat tegen die worstelen met de vraag of zij in de hemel komen en uitverkoren zijn”[4].

Natuurlijk gunnen wij iedere medemens een plek in de hemel.
Maar we mogen de Bijbel niet eenzijdig lezen.
Wie nauwkeurig leest, merkt het: er is behoud voor wie gelóóft.
Wij dienen te beseffen dat de Here ons in de kerk iets léren wil. En daarom geeft Hij daar onderwijs. Aanschouwelijk onderwijs, ook. Ik citeer een deel van Zondag 29 van de Heidelbergse Catechismus: “[vraag]: Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam, en de beker zijn bloed, of het nieuwe verbond in zijn bloed, en spreekt Paulus van een gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus? [antwoord]: Christus zegt dat niet zonder dringende reden. Want Hij wil ons daarmee leren, dat zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed de echte spijs en drank zijn, waardoor onze ziel tot het eeuwige leven gevoed wordt, evenals brood en wijn ons tijdelijk leven onderhouden”[5].
Mensen komen niet in de hemel als zij op een afstandje naar kerk en geloof kijken. Mensen komen niet in de woonplaats van God als zij geloof en kerk best een beetje sympathiek vinden. Mensen komen niet binnen in Gods residentie als zij tijdens hun aardse leven goede mensen waren.
Jezus Christus en Zijn werk moeten, om zo te zeggen, een deel van onszelf worden.
Nee, de Here wil ons geen angst aanpraten.
Het gaat er niet om of wij wel goed genoeg geloven.
De vraag is of wij gelóven. Punt. Het is onnodig en niet nuttig om hier allerlei details bij te vermelden. Nuanceringen zijn nu niet aan de orde.
Wij geloven dat de Here Jezus de enige Weg tot behoud is. Of wij geloven dat niet.
Als wij dat wél geloven, wordt Christus een deel van onszelf.

Dat alles is geen reden om op mensen in onze omgeving neer te zien[6]. Wij mogen niet simpelweg zeggen: nou ja, de buurman snapt er toch niets van.

Maar als Jezus Christus ons eten en drinken is, wordt duidelijk dat van vrijblijvendheid op dit gebied geen sprake wezen kan. U en ik horen wellicht nog wel eens zeggen: dat christelijk leven hééft wel iets. Of bijvoorbeeld: die christenen hebben een stijl die de buurvrouw óók wel aanspreekt.
De kwestie is dat wandelen met God een serieuze zaak is. Het is een voltijds activiteit die menselijke áándacht vraagt.
De kernvraag blijkt steeds weer te zijn: gelooft u dat Jezus Christus ook voor u gestorven is? Dan bezit u ook de garantie dat de Here u uitgekozen heeft om Zijn kind te zijn. Dan geldt die boodschap die de Here in Handelingen 10 aan de Romeinse centurio Cornelius liet doorgeven: “Cornelius, uw gebed is verhoord en aan uw aalmoezen is voor God gedacht geworden”[7].
Het is tekenend dat Cornelius in voornoemd Bijbelgedeelte zegt: “Wij zijn dan nu allen aanwezig voor het aangezicht Gods, om te horen al wat u door de Here opgedragen is”[8].
Gods kinderen komen voor Zijn aangezicht. Dat betekent: zij weten dat Hij het initiatief genomen heeft om mensen om Zich heen te verzamelen. Dat betekent: de Here is Hoogstpersoonlijk aanwezig. En in de kerkdienst betekent dat: de woorden die gesproken worden zijn afkomstig van God Zélf[9].

Het Heilig Avondmaal laat het aan gelovige mensen weten: wij leven voor Gods aangezicht.

Vandaag de dag is Jezus een Man waarover velen wel iets hebben te vertellen.
Hij is een voorbeeld dat navolging verdient, zeggen velen. Vandaag zien we die navolging in de Occupybeweging, zo merkte de Britse literatuurcriticus Terry Eagleton eens op. Occupy, u weet wel: die beweging die zich richt tegen sociale en economische ongelijkheid. “Jezus schopte stennis op het tempelplein, de Occupy-betogers bezetten de bazaars van de economie”[10].
Hij is een machtig profeet van God, zeggen moslims. Hij past in het rijtje: Abraham, Mozes, David…  Maar een Messias? Een Redder? Ach, welnee. Ná Jezus kwam er, zo stelt men in de islam, nog één profeet: Mohammed. En nu zal er geen enkele woordvoerder van God meer naar de aarde komen[11].
Laten wij maar blijven belijden dat Jezus Christus onze Redder is. Door Zijn reddingsactie blijven wij in het aardse leven overeind.
Laten wij ons maar realiseren dat de Verbondsgod Zijn kinderen voortdurend in het vizier heeft. Hij staat in permanent heilzaam contact met al Zijn kinderen, waar zij zich ook in de wereld bevinden. Wij komen met lege handen bij Hem, maar Hij wil onze handen vullen. Zo ontstaat het danklied van Psalm 22:
“Dan zullen armen rijk verzadigd wezen.
Wie God belijdt, zal aan de dis Hem prijzen”[12].

Wij leven, als het goed is, voor Gods aangezicht.
De hervormde theoloog dr. A. Noordegraaf (1933-2011) heeft eens gezegd: “We moeten in daad en woord wijzen op Hem, die het Lam is dat de zondeschuld op Zich nam”.
Dat getuigenis gaat de wereld door.
Oók anno Domini 2012.

Noten:
[1] Johannes 3:14, 15 en 16.
[2] Achtereenvolgens citeer ik woorden uit de verzen 2, 4 en 5 van Psalm 65.
[3] Achtereenvolgens citeer ik uit 1 Johannes 2 de verzen 2 en 17.
[4] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2012/oktober/16/advies-aan-pkn-geen-grond-voor-alverzoening .
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 29, vraag en antwoord 79.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: “Op bijbelse gronden leer alverzoening afwijzen”; in: Reformatorisch Dagblad, maandag 19 november 1984, p. 4. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=00000000012e99d6ff1fdfb2c7fa2877&docid=1 .
[7] Handelingen 10:31. Zie over Cornelius ook http://www.broedersinchristus.nl/Bijbel-Cornelius .
[8] Handelingen 10:33.
[9] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 10:33.
[10] Zie http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/3013282/2011/11/03/Occupy-betogers-volgen-Jezus-voorbeeld.dhtml . Zie over de Occupybeweging http://nl.wikipedia.org/wiki/Occupybeweging . Informatie over Terry Eagleton is te vinden op http://en.wikipedia.org/wiki/Terry_Eagleton .
[11] Zie http://users.telenet.be/myprojects/peace/jezus.html .
[12] Dit zijn enkele regels uit Psalm 22:12 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

29 oktober 2012

Claudia’s echtheid

Het begon allemaal met een artikel op de website van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Dat artikel werd gepubliceerd op dinsdag 23 oktober. “Wat ongelijk is niet gelijk behandelen”, stond er boven.
De inzet van het artikel luidde: “Altijd was uitgangspunt van het afstammingsrecht dat zo veel mogelijk wordt aangesloten bij de biologische afstamming. Dat was en is helder, sluit aan bij de natuurlijke (scheppings)orde en voorkomt allerlei rare en ingewikkelde juridische kronkels. Het voorstel om duomoederschap voor de niet-echte moeder in een lesbische relatie mogelijk te maken, staat daar haaks op. Wat ongelijk is, wordt gelijkgeschakeld. De SGP stemt daar tegen”.

Er stond nog meer.
Ik geef nog enkele citaten.
 “Wij zijn bezorgd dat onder druk van de gelijkberechtiging van homoparen en politieke lobby, steeds weer de bakens verzet worden, en het belang van het kind daaraan ondergeschikt wordt gemaakt”.
En:
“De regering kiest er met dit wetsvoorstel voor om het recht aan te laten sluiten bij de feitelijke situatie. Dat betekent wel dat er afstamming ontstaat, terwijl er geen sprake is van een biologische bloedband. Het uitgangspunt dat degene die van rechtswege juridische ouder is, ook verondersteld wordt de biologische ouder te zijn, wordt daarmee verlaten. Niet alleen de biologische ouder, maar ook de sociale ouder kan via de band van het afstammingsrecht in familierechtelijke betrekking tot het kind komen te staan. Dat is een achteruitgang in helderheid, mist oproepen in plaats van wegnemen. Hoe je het wendt of keert: het komt toch neer op het gelijk behandelen van ongelijke situaties”.
En:
“Wij zijn er diep van overtuigd dat het geen toeval is dat het krijgen van kinderen in de natuur verbonden is met het samenleven van een man en een vrouw. Dat is een natuurlijke orde die door de Schepper is gegeven. In die orde kunnen ook de aanvullende eigenschappen van een vader en een moeder optimaal ingezet worden in het belang van de ontwikkeling van het kind. Het belang van kinderen is er naar onze overtuiging het meest mee gediend als die wijsheid in acht wordt genomen. Daarmee zijn zij het beste af. Het sluit aan op de natuurlijke, van God gegeven normen die de eeuwen door beproefd en waardevol bevonden zijn” [1].

De cabaretière Claudia de Breij reageerde op diezelfde dag, dinsdag 23 oktober, furieus. Dat deed zij op Twitter: “Vuile vieze @keesvdstaaij, brand toch in de hel. SGP: wat ongelijk is, niet gelijk behandelen”.
Waarop SGP-er Van der Staaij Claudia uitnodigde voor een kop koffie en een goed gesprek.

Is Claudia de Breij een vervelend en haatdragend mens?
Niets is minder waar.
Wie haar op televisie aanschouwt, ziet een sympathieke vrouw.
Op haar eigen internetpagina schrijft zij dat zij haar theaterprogramma Hete Vrede zo graag speelde, omdat het tot in het laatste detail doorleefd was. “…Het programma is tot op de komma doorleefd en doordacht, en ik heb er tot en met de laatste voorstelling aan geschaafd en geschreven. Zo wil ik werken, zo wil ik spelen, en zo wil ik ook leven. Zorgvuldig. Vol overgave. En boven alles: echt”[2].

Claudia de Breij wil boven alles echt zijn.
En haar primaire reactie op het SGP-standpunt inzake het duomoederschap voor de niet-echte moeder in een lesbische relatie getuigt daar van.
Maar Claudia’s tweet toont óók aan hoe onverstandig het is om altijd, op ieder moment van de dag, echt te zijn. Het is niet goed om alle boosheid die men voelt onmiddellijk wereldkundig te maken. Het komt nogal klungelig over om alle verontwaardiging over tv, krant en tijdschrift meteen maar in de arena van de wereld te werpen.
Als ik dit lees, denk ik in uitroeptekens. En wel als volgt: Claudia, fout! fout! – nooit meer doen! Fóei toch!
Als ik dit lees, denk ik: mensen, gebruik toch uw verstand…
Als ik dit lees, denk ik aan mijn overleden moeder. Als kinderen leerden wij van haar: als je iets doet, bedenk dan wat er gebeurt als iedereen datzelfde gaat doen. Als u het mij vraagt wint de oneliner van mijn moeder in onze tijd aan zeggingskracht.

Echtheid is in de mode.
Er zijn heel wat mensen met maskers op. Er zijn bedriegers en kwaadsprekers.
En velen vragen zich af: waar zit het koren tussen al dit kaf?

Het zou, wat mij betreft, aanbeveling verdienen om die zoektocht naar echtheid op deze aarde te staken.
Daarmee zeg ik niet dat al onze ingehouden woede te pas en te onpas naar buiten moet komen. Nee, ik zeg niet dat wij al onze ergernissen met de snelheid van het licht op tafel moeten gooien.
Ik zeg wel dat, als wij op zoek gaan naar echtheid, wij gaan schrikken van de onderzoeksresultaten. Want er is niemand die alleen maar goed doet. Zelfs niet één.
En zelfs die man die er vast van overtuigd is dat hij in de wereld is om goede dingen te doen, moet erop rekenen dat verkeerde gedachten, onterechte boosheid en allerlei karakterfouten hem op een gegeven moment zullen doen struikelen.
Echtheid betekent heus niet dat het allemaal meteen rozengeur en maneschijn is.
Echtheid? Ik zou er maar mee oppassen.

Ik doe de Bijbel open om, met een Gereformeerd uitgangspunt, over het bovenstaande nog wat meer te zeggen.

Het hierboven beschreven incident brengt mij bij Jacobus 1: “Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen”.
In die tekst staan prachtige woorden. Ik zet ze onder elkaar:
* volmaakt
* vrijheid
* werkelijk
* zalig.
Jacobus 1 leert ons wat echtheid is.

Jacobus staat met beide benen in de wereld.
Jacobus weet dat wereldburgers veel wijsheid nodig hebben om zich in de wereld te handhaven. Wie wijsheid tekort komt moet maar naar de Here toe gaan, zegt deze begeesterde briefschrijver. Die wijsheid-zoeker mag gelovig aannemen dat hem veel verstand gegéven zal worden[3]. De gave van de wijsheid krijg je echter niet van het ene op het andere moment. Er is volharding nodig; wij moeten biddend volhouden[4].
Dat valt niet mee. Want er is veel in de wereld waarbij voorrang wordt gegeven aan eigen begeerten. Je moet geen normen aan anderen opleggen, zeggen de mensen dan. Dat betekent vaak: in deze moderne tijd kunnen wij keuzes maken waar God geen rol in speelt[5].
Het probleem met die keuzes is dat ze achteraf gedurende lange tijd goed lijken te zijn. Pas na verloop van een heel lange periode blijkt dat er indertijd principieel foutief gekozen is[6].
Wat is in dezen de kérnkwestie? Dat is deze: God heeft een groot aantal mensen uitgekozen om Zijn kinderen te zijn. Die uitverkiezing heeft in ons leven grote gevolgen. Wij zijn, in zekere zin, afgeschermd van de wereld. Wij kijken er zogezegd van een afstandje tegen aan; we zijn eerstelingen onder Gods schepselen[7].
Pas als wij van een afstandje naar het dynamische gedoe in de wereld kijken, leren wij om ons niet meteen overal over op te winden. Wij komen langzaam tot toorn, noemt Jacobus dat. Wij slagen er – als het goed is – hoe langer hoe beter in om ons op God Woord te concentreren[8].
Wie die concentratie blijvend opbrengt, gaat zich aan Gods goede Verbondsregels houden[9]. Hij wordt een werkelijk dader; een doener die een echtheidscertificaat verdient.

Zich verdiepen in de volmaakte wet: dat doen de vrome joden, die zich voorover buigen om de wet goed te kunnen bestuderen[10].
Jacobus maakt de tegenstelling met iemand die vluchtig in de spiegel kijkt, en daarna gauw andere dingen gaat doen: “Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag”[11].
Aandachtig leven.
Vol overgave.
Volgens Jacobus 1 is dat: leven naar de regels van het door God opgerichte Verbond.

En zo komen we weer terug bij Claudia de Breij.
De vrouw die echtheid zoekt.
De vrouw die op Twitter ook schreef: “Ok, het was misschien een beetje boud geformuleerd. Maar wat @keesvdstaaij zegt vind ik zo liefdeloos, onverdraagzaam en kwetsend”.
Claudia wil authentiek zijn. En zorgvuldig.

Ik stel echter de vraag: wat is – in het licht van het Woord van God – echtheid?
Mijn antwoord is: zuivere godsdienst.
En daarmee blijf ik in lijn met Jacobus 1: “Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos. Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren”[12].

En daarom zeg ik:
* Echte authenticiteit vinden mensen pas als zij over de grens van dit leven heen durven kijken.
* Echte authenticiteit vinden mensen pas als zij zich tot God wenden.
* Echte authenticiteit vinden mensen pas als zij geloven dat Hij hen echt leven geeft. In de hemel, namelijk. Die hemel is geen theater. Het is er wel heerlijk. Dat wel.
Die heerlijkheid gun ik van harte aan Claudia de Breij. Maar zij lijkt er nog ver van af. Helaas.

Noten:
[1] Zie http://www.sgp.nl/Actueel/Wat%20ongelijk%20is%20niet%20gelijk%20behandelen.wli .
[2] Zie http://claudiadebreij.nl/ .
[3] Jacobus 1:5 en 6: “Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof”.
[4] Jacobus 1:12: ”Zalig is de man, die in verzoeking volhardt”.
[5] Jacobus 1:14 “…zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte”.
[6] Jacobus 1:15: “Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort”.
[7] Jacobus 1:18: “Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen”.
[8] Jacobus 1:19, 20 en 21: “Weet dit wel, mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort. Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden”.
[9] Jacobus 1:22: “En weest daders des woords en niet alleen hoorders”.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1.
[11] Jacobus 1:23 en 24.
[12] Jacobus 1:26 en 27.

26 oktober 2012

Leven met een gouden randje

Christenen zijn geen chagrijnige mensen. Integendeel. Kinderen van God zijn wel in voor een feest.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Exodus 23. In dat hoofdstuk gaat het eerst over de omgang met de naaste. Daarna komt de verhouding met de Here aan de orde.
Wij lezen dan: “Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden”. En: “Het feest der ongezuurde broden zult gij onderhouden”. En: “Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; en het feest der inzameling aan het einde des jaars, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt”[1].

Het feest van de ongezuurde broden herinnert aan de bevrijding uit Egypte[2].
In het feest van de oogst zien we reeds de schaduw van Pinksteren: het feest van de ‘oogst’ die de Heilige Geest bijeenbrengt. Alle kinderen van God komen naar de kerk.
Het feest der inzameling heet in de Bijbel ook wel het Loofhuttenfeest. De reden voor de viering van het festijn doet denken aan onze Dankdag voor gewas en arbeid[3].

De kerk mag, globaal bekeken, om twee redenen feest vieren:
1. vanwege haar bevrijding
2. vanwege haar bevoorrading.
Het is, kortom, een kwestie van voedsel en van vrijheid.
De Here geeft Zijn kinderen gelegenheid om Hem in alle rust te dienen. En daar schenkt Hij dan ook kráchten voor.

Kerkmensen gaan, als ze feest vieren, niet uit hun dak. Feest in de kerk: dat betekent dat Gods kinderen zich vol verwachting bij Vader melden.
Dan krijgt hun leven een feestelijk tintje. In een leven dat vol is van onzekerheden en angsten is er altijd ruimte om een beetje opgewekt te blijven.
Toegegeven: soms is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Blijmoedig leven: dat valt niet mee als u deel uitmaakt van een samenleving waarin het woord ‘corruptie’ steeds vaker valt. Integriteit spreekt in de eenentwintigste eeuw niet meer vanzelf; zelfs niet bij ’s lands regering, het parlement en bij topambtenaren[4].
Echter: in de kerk is er altijd een lichtpunt; want daar is de trouwe Verbondsgod Zélf present. Ik wijs op de manier waarop onze God in Exodus 23 wordt gepresenteerd: “Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Here HERE verschijnen”. Die uitdrukking ‘Here HERE’ onderstreept dat de hemelse God daar optreedt als heer van het Verbond. De regel die Hij hier stelt, dient zorgvuldig te worden uitgevoerd[5].

In Israël is de regel dat men niet met lege handen bij de hemelse God komt. In verband met het feest van de ongezuurde broden staat in Exodus 23 onomwonden: “men zal niet met ledige handen voor mijn aangezicht verschijnen”[6].
Bij de Here valt altijd iets te danken!
En één ding is zeker: de Here neemt onze dank met vreugde aan.

Exodus 23 leert ons om een leven te leiden waarin de zonde geen ruimte krijgt[7].
Exodus 23 leert ons om een leven te leiden waarin het beste en mooiste voor de Here bestemd is.
Exodus 23 leert ons om een leven te leiden waarin we Hem eren voor de zegeningen die Hij ons geeft.
De Here heeft Zijn volk bevrijd. Egypte was nog maar maar het begin. Jezus Christus bevrijdde Zijn volk van de zondeschuld. Nu is de zonde in ons leven geen overheersende factor meer.
De Here geeft ons veel mogelijkheden. Natuurlijk: de één heeft, als het daarom gaat, meer dan de ander. Maar het is ontegenzeglijk waar dat ieder mens mooie dingen in zijn leven heeft ontvangen. Welnu, het beste van al dat moois wil de Here terugzien. Hoezeer Hij daaraan hecht, bemerken we in 1 Samuël 2, waar een profeet namens de Here tegen Eli zegt: “Waarom veracht gij mijn slachtoffer en mijn spijsoffer, die Ik in mijn woning voorgeschreven heb, eert gij uw zonen boven Mij, en doet u te goed aan het beste deel van elk spijsoffer van mijn volk Israël[8]?
God eren om Zijn zegeningen: dat is een zaak waarbij sleur of gewoonte niet past. God eren: dat doe je, als het goed is, niet half. Denkt u, wat dat betreft, maar aan Jezus die in Mattheüs 15 tegen de Farizeeën zegt: “Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn”[9]. Wie zich aan Gods wetten houdt, ontvangt met vreugde Zijn zegen!

Het komt mij voor dat wij die geloofsblijdschap nooit mogen vergeten.

Dat laatste noteer ik ook, omdat ik in het Nederlands Dagblad van woensdag 24 oktober een stukje las over Maarten van Rossem. Dat is een man die veel over Amerika weet, maar daarnaast ook een bekende televisiepersoonlijkheid is. Hij staat bekend om zijn relativisme en zelfspot[10]. En ja, ook geloof en kerk moet men – als we Van Rossem moeten geloven – met een snufje zout nemen. De emeritushoogleraar voegt zelf nog wat peperkorrels toe.
Kijkt u maar.
“Maarten van Rossem, de bekendste historicus van Nederland, leest het Nieuwe Testament en is positief verrast. ‘Ik moet zeggen dat Jezus mij honderd procent meevalt”.
En:
“Van Rossem, vandaag 69 jaar geworden [hij is geboren op 24 oktober 1943, BdR], laat zich niet vaak persoonlijk over religie uit. Duidelijk is dat hij van geloof niet veel moet hebben. Zijn grootvader was dominee. ‘In de jaren tachtig van de 19de eeuw is hij, zoals in die tijd van wetenschappelijke Bijbelkritiek te doen gebruikelijk was, van zijn geloof gevallen’, zei hij in 2008 in dagblad Trouw waar hij de Tien Geboden kreeg voorgelegd. ‘Hij was getrouwd met een rijke vrouw, dus hij heeft de tweede helft van zijn leven niks meer gedaan. Het geloof is sindsdien niet meer in de familie Van Rossem weergekeerd”.
Met diepgelovige mensen kan Van Rossem niks. “Van Rossem snapt daar niets van, vindt het zelfs ‘verbazingwekkend’. ‘Ik begrijp niet dat mensen die een redelijke mate van intelligentie hebben zo’n poppenkast au sérieux kunnen nemen. Want tjongejonge zeg, het is toch niets anders dan infantiele wensvervulling allemaal? Met een vaderfiguur die in de hemelen zit, het eeuwige leven – moet je je voorstellen! Eeuwig! Dat moet verschrikkelijk zijn”[11].
Als ik het goed begrijp heeft alles – maar dan ook alles – voor Maarten een grijs randje. En dat terwijl hij op een zondag geboren is… Het probleem lijkt te zijn dat in zo’n leven helemaal niets is dat echt fijn is. Een wérkelijk diepe vreugde lijkt Van Rossem niet te kennen. Waarom niet? Omdat alles relatief is: gerelateerd aan het aardse leven, namelijk.

Geloofsblijdschap mogen wij nooit vergeten.

Als het feest dat de Here geven wil steeds bij ons in herinnering blijft, heeft alles een gouden randje.
Natuurlijk gebeuren er nog wel droevige dingen. Wie kent geen gemis of verdriet? Maar al die aardse smart is relatief. Die is namelijk gerelateerd aan de boodschap die de Here in Exodus 23 Zelf geeft: “Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb”[12].
Dat blijde bericht is gericht aan de Israëlieten die onderweg zijn naar het beloofde land.

En wij?
In Johannes 14 zei Jezus tegen Zijn discipelen: “Ik ga heen om u plaats te bereiden”[13]. Die woorden echoën nog altijd in de gewelven van de kerk.

Kinderen van God mogen zich met een feestelijk gevoel bij Vader melden.
Want te Zijner tijd zal Hij zeggen: ga in tot het feest van uw Heer[14].

Noten:
[1] Exodus 23:14, 15 en 16.
[2] Exodus 12:17: “Onderhoudt dan het feest der ongezuurde broden, want op deze zelfde dag leid Ik uw legerscharen uit het land Egypte”.
[3] Bij het bovenstaande gebruikte ik onder meer http://www.statenvertaling.info/ex23.htm .
[4] Zie “Integriteit vraagt voortdurend aandacht”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 23 oktober 2012, p. 3. Voor het onderwerp is in de afgelopen dagen veel aandacht geweest, na het tumultueuze vertrek van wethouder J.F.B. van Rey in Roermond. Van Rey wordt verdacht van corruptie en het lekken uit een vertrouwenscommissie voor de benoeming van een nieuwe burgemeester. De man is ook gestopt als Eerste Kamerlid. Zie over hem ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Jos_van_Rey .
[5] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 23:14-19.
[6] Exodus 23:15.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1005.pdf .
[8] 1 Samuël 2:29.
[9] Mattheüs 15:7, 8 en 9.
[10] Zie over Van Rossem http://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_van_Rossem .
[11] Daniël Gilissen, “Maarten is nu bezig in het Nieuwe Testament”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 24 oktober 2012, p. 2.
[12] Exodus 23:20.
[13] Johannes 14:2.
[14] Hiermee preludeer ik op Mattheüs 25:21 en 23: “Zijn heer zeide tot hem: wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer”.

25 oktober 2012

Weg met zwerfafval

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Bouwen en bewaren: dat woordpaar komt op deze internetpagina met een zekere regelmaat voorbij. In De Gereformeerde Kerk Groningen is er ook een vrouwenvereniging die zo heet.
Bouwen en bewaren: in de Gereformeerde wereld is het een staande uitdrukking. Wij moeten de kerk bouwen en het Woord bewaren.

Bij dat bouwen kunnen wij ons wel wat voorstellen.
Maar dat bewaren, wat betekent dat eigenlijk precies?

Iets daarvan kunnen wij wellicht op het spoor komen als wij enkele woorden uit Genesis 18 gaan lezen.
Ik neem u graag op mijn speurtocht mee.

In Genesis 18 wordt ons, ter inleiding op de ondergang van Sodom en Gomorra, een korte blik in de denkwereld van de Here God gegund.
“En de HERE dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? Abraham immers zal voorzeker tot een groot en machtig volk worden en met hem zullen alle volken der aarde gezegend worden; want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des HEREN zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de HERE aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft”[1].
De Here laat Abraham dus zien wat Hij gaat doen.
En waarom?
Abraham is de stamvader van een groot volk. Dat volk is verzekerd van het voortdurende contact met God; er is – geestelijk gezien – altijd voorspoed, want de Here is er Zelf bij. De Here kent Zijn kind Abraham. De Here weet wie Abraham is. Maar er is meer. De Here heeft Abraham úitgekozen. De Here heeft besloten dat Hij de nakomelingen van Abraham in het verbond trouw zal blijven. De Here geeft Abraham een sterk geloof. Zo komt het dat Abraham Zijn kinderen en kleinkinderen de weg wijst die de Here uitduidt.

In het Hebreeuws is de woordvolgorde anders dan in het Nederlands.
Wie kijkt naar die term ‘de weg van de Here bewaren’ ziet in de oorspronkelijke tekst staan:
hij zal gebieden
om te doen
de HERE
de weg van
en zij onderhouden[2].
De weg die de Here wijst moet dus worden onderhouden.
Dat begrip ‘onderhouden’ acht ik veelzeggend.

Wij moeten de dienst voor God bijhouden.
De weg die de Here neerlegt, moet vrij blijven voor mensen die met God wandelen. De weg moet schoon blijven. Er mag geen rommel op worden gegooid van mensen die onderweg allerlei lekkers hebben geconsumeerd. Aan dergelijk zwerfafval heeft onze Here een grondige hekel.
De beeldspraak is, denk ik, wel duidelijk. Gods kinderen doen op hun weg door de wereld allerlei ervaringen op. Veel dingen die zij tegenkomen, zijn bevlekt met zonden.
Maar wie met de Here wandelt, moet het zwerfafval niet achteloos op de weg smijten. Dan hebben àndere voetgangers er trouwens ook veel last van.
Wij mogen met de last van onze zonden naar de Here toe gaan. Al dat zwerfafval mogen wij bij Hém neerleggen. De God van het Verbond zal al die rommel Hoogstpersoonlijk weggooien. Hij kijkt er niet meer naar om.

Wij mogen, om zo te zeggen, niet met zonden rondstrooien.
Vandaag de dag worden zonden soms gecultiveerd; óók bij christenen. Ongegeneerd komen mensen naar buiten met zaken die in Gods licht niet mogen bestaan. En als iemand het lef heeft om daar iets Schriftuurlijks van te zeggen, wordt er – al of niet besmuikt – om gelachen. Want zo’n opinie vinden de mensen ouderwets en niet meer van deze tijd.
In die omstandigheden is het voor de kérk zaak om het verband van Genesis 18 te bezien. In dat hoofdstuk gaat het met name over de ondergang van Sodom en Gomorra.
Op de proclamatie dat Abraham de man van Gods keuze is, volgt meteen een typering van de situatie in voornoemde steden: “Het geroep over Sodom en Gomorra is voorwaar groot, en haar zonde is voorwaar zeer zwaar”[3]. De Here zet hier een tegenstelling neer. In de kerk zeggen we dan: de Here stelt de antithese. Zo wordt het grote verschil zichtbaar tussen de mensen die lopen op de door God ontworpen weg, en de mensen die zich een éigen pad door de wereld banen.
De Here zet Zijn keuze en de levenswijze van goddelozen pal tegenover elkaar. En anno 2012 moet het ook voor ons duidelijk zijn: de zaken liggen scherp.
We moeten regelmatig bekijken of wij nog wel op Gods weg lopen. Of zijn wij, verblind door de aardse werkelijkheid, een zijpad ingeslagen?
Sodom en Gomorra: de ondergang van die steden is een waarschuwing voor ieder die het horen en zien wil. Welke zonden deden de mensen daar eigenlijk? De Here legt het in Ezechiël 16 Zelf uit: “Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: in trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters zonder de ellendige en de arme te ondersteunen. Verwaten waren zij en bedreven gruwelen voor mijn aangezicht. Daarom vaagde Ik ze weg, zodra Ik het zag”[4].
Uiterst hooghartig, verregaand arrogant, extreem zelfredzaam en levend zonder God: dat was de karakteristiek van Sodom en Gomorra. Laten wij eerlijk zijn: wie die kwalificaties beziet waant zich in het West-Europa van 2012.
Vandaag geldt nog altijd: wie eigen zonden cultiveert, moet met zijn ondergang rekening houden. Nee, die neergang ziet de betrokkene niet aankomen. Maar de stedelingen in Sodom en de burgers in Gomorra wisten indertijd óók nergens van.

Op de door God uitgestippelde weg wil de Here vervullen wat Hij aan Abraham gesproken heeft.
Dat geldt ook voor óns.
Denkt u maar aan Romeinen 4: “En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun de gerechtigheid zou worden toegerekend, en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat”[5]. En aan Galaten 3: “Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden. Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham”[6].

Er is, zo tekende een bekende exegeet eens bij Genesis 18 aan, maar één weg die niet doodloopt. Dat is de weg van Gods verbond[7].
Wie daar loopt, wandelt met Hem.
Wie daar loopt, gaat met Hem in de pas lopen.

En het zwerfafval? Dat schopt die wandelaar aan de kant.

Noten:
[1] Genesis 18:17, 18 en 19.
[2] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel bij Genesis 18.
[3] Genesis 18:20.
[4] Ezechiël 16:49 en 50.
[5] Romeinen 4:11 en 12.
[6] Galaten 3:7, 8 en 9.
[7] Die exegeet is de Gereformeerd-vrijgemaakte dr. W.G. de Vries (1926-2006). In: “Abraham, Isaak en Jakob; begenadigde voorvaders”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre B.V., 1995. – p. 45 en 46.

24 oktober 2012

Verborgen bedrijvigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De uitverkiezing: dat is, zeggen de Dordtse Leerregels, een onveranderlijk voornemen van God. In hoofdstuk I van voornoemd leerboekje staat het zó: “Deze uitverkiezing is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen”. Het artikel dat ik vandaag publiceer heeft die belijdenis als uitgangspunt[1].

Als het over Gods plan gaat, verwijzen wij vaak naar Efeziërs 1.
De betreffende perikoop vangt aan met een lofprijzing voor onze hemelse Vader. Die Vader is ook de Vader van de Here Jezus Christus. In Christus zijn wij gezegend. Ons welzijn is omkaderd door Christus en Zijn werk. Wij ontvangen geestelijke zegen: zegen die van God afkomstig is, en die door de Heilige Geest wordt uitgedeeld.

Welnu – ons leven heeft Jezus Christus, en het door Hem verrichte reddingswerk, als omlijsting. Bij en onder Christus komt alles in en op de wereld samen. Wij hebben, zo staat in Efeziërs 1, een erfdeel ontvangen: het eeuwige leven, met al zijn dynamiek en hemelse oneindigheid.
Dat is een zekerheid die niemand ons kan afnemen. Want de Heer van hemel en aarde heeft ons uitgekozen, al vóór de wereld bestond. Ons levensdoel, voor nu en later is: de permanente eer en lof van Jezus Christus.

Maar hoe blijft de zekerheid van ons eeuwig leven op de voorgrond staan? Er gebeurt immers geweldig veel in de wereld. Er zijn massa’s dingen die onze aandacht kunnen afleiden.
Antwoord: die zekerheid blijft altijd in beeld omdat de Heilige Geest die garantie verzegelt[2].
De belofte wordt nog eens bevestigd. De belofte wordt bewaard voor de toekomst.
Ik stel mij een envelop voor die met een zegel is dichtgemaakt; daar zit die belofte in, tot het moment dat God ‘m er zelf uithaalt.

Nu citeer ik een paar woorden uit Efeziërs 1: “In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte”[3].
Wat staat daar?
Ons hele leven is verzegeld. Ons complete bestaan wordt afgeschermd. Overal waar wij gaan en staan is permanente beveiliging aanwezig. Dat zegel uit Efeziërs 1 is een Persoon: de Heilige Geest.
U mag zeggen: ik word beschermd. Maar we mogen ook stellen: wij worden beveiligd. Want wij lezen ook: “…die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid”[4].
Heel Gods vólk wordt afgeschermd.
Heel de kérk wordt afgezonderd van de wereld. Zo is en blijft de kerk heilig. Daar zorgt Gods Heilige Geest voor!

De kerk: dat is een vergadering van erfgenamen.
De gelovigen worden bij elkaar geroepen om zich voor te bereiden op het in ontvangst nemen van de erfenis.
In de geschiedenis van de wereld heeft de Here al laten zien dat het erfdeel dat Hij voor Zijn kinderen reserveert, zeer aanzienlijk is. Zonder dat zij dat precies wisten waren de Israëlieten daar vroeger het levende bewijs van. In Deuteronomium 4 spreekt Mozes over “het goede land niet zou komen, dat de HERE, uw God, u tot een erfdeel geven zal”[5]. Even verder zegt hij in datzelfde hoofdstuk ook: “Omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakroost heeft uitverkoren, heeft Hij zelf u met zijn grote kracht uit Egypte geleid, om volken, groter en machtiger dan gij, voor u uit te verdrijven, om u in hun land te brengen en het u ten erfdeel te geven, zoals dit heden het geval is”[6].
De erfgenamen van Christus kunnen in 2012 die historie in hun Bijbeltje nalezen. De Here laat zien: door Mij uitgekozen mensen geef ik een heel land. En mensen uit de eenentwintigste eeuw zeggen er in het geloof bij: Kanaän was nog maar het stártpunt. Kanaän: dat was “een land vloeiende van melk en honig”[7]. Dat grondgebied werd aan Gods volk gegeven. En dat was een attentiesein voor moderne mensen: de Here schonk het land Kanaän aan Zijn oudtestamentische kinderen. Als die machtige God dáár al zonder veel moeite mee begint, zou Hij dan niet in staat zijn om eeuwig leven te creëren voor al Zijn erfgenamen? De vraag stellen, is haar beantwoorden.
En laten wij het maar niet vergeten: in de hemel is méér te krijgen dan melk en honing. Daar is het voedselaanbod nog veel gevarieerder!

Dat is, zo kunnen wij uit het Woord van God afleiden, een kwestie van gegeven gelóóf.
Gereformeerde mensen lijken in deze wereld geen bijzondere positie te hebben. Zij moeten gewoon premie voor de zorgverzekering betalen. Gereformeerde zakenmensen moeten er, net als hun collega’s, voor zorgen dat hun bedrijf winst maakt; anders gaan ze gewoon failliet.
En toch is er met ware gelovigen iets bijzonders aan de hand. Hun leven is, om het met Colossenzen 3 te zeggen, “verborgen met Christus in God”.
Ons leven wordt bewaakt. Onzichtbaar, maar evenzeer onweerstaanbaar, wordt er aan ons leven gewerkt. Zeg maar: wegens Wegwerkzaamheden afgesloten. En er komt een moment dat het resultaat van de glorieuze activiteiten van Gods Heilige Geest op heerlijke wijze getoond zullen worden. Opnieuw citeer ik Colossenzen 3: “Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid”[8].
Christus is ons leven. Zó ver gaat dat.

Het bovenstaande geeft mij grote troost. En er zijn veel broeders en zusters die zich evenzéér getroost weten.
Wij horen over gezinnen waarin soms moord en doodslag plaatsvindt; uit pure wanhoop, bijvoorbeeld. Afgelopen zondag, 21 oktober, bracht een man uit het Utrechtse Schalkwijk eerst zijn gezin, en daarna zichzelf om het leven: het aardse bestaan was voor hem blijkbaar niet meer de moeite waard[9].
We leven in een omgeving die zich, in het algemeen gesproken, van de Here God afkeert.
Er wordt gepraat over de verruiming van het aantal koopzondagen; juist vandaag – woensdag 24 oktober – wordt er in de Tweede Kamer een initiatiefwet van D66 en GroenLinks behandeld om “de koopzondagen geheel vrij te geven en gemeenten zelfstandig daarover te laten beslissen”[10].
Ongeloof en wanhoop: soms lijkt het wel alsof dat twee belangrijke kurken zijn waarop onze samenleving drijft.
In die maatschappij biedt de Goddelijke uitverkiezing ons troost.
In ons leven vindt een structurele verandering plaats. Oppervlakkig beschouwd is er weinig van te zien. Wij eten gewoon onze andijviestamppot. Wij nuttigen simpelweg onze gehaktbal, aardappelen en boontjes. Wij doen ons werk. En soms hebben we een paar vrije dagen; dan is het bijvoorbeeld herfstvakantie.
En toch wordt er in stilte, in het verborgene, gewerkt. Intensief en voortdurend. De Here werkt aan een luisterrijk leven voor al Zijn kinderen.

De Dordtse Leerregels? Daar kikkert een mens van op!

Noten:
[1] Vandaag over een week, op woensdag 31 oktober 2012, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zal hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels centraal staan. Dit artikel is het eerste deel van enige voorstudie daaromtrent.
[2] Zie voor de betekenis van verzegelen http://www.encyclo.nl/begrip/verzegelen .
[3] Efeziërs 1:13.
[4] Efeziërs 1:14.
[5] Deuteronomium 4:21.
[6] Deuteronomium 4:37 en 38.
[7] Die term komt in de Bijbel veel voor als het over Kanaän gaat. Zie bijvoorbeeld Exodus 3:8 en 17.
[8] Zie Colossenzen 3:3 en 4.
[9] Zie http://www.refdag.nl/nieuws/binnenland/vader_brengt_gezinsleden_en_zichzelf_om_1_684788 .
[10] Zie “Oproep aan VVD om koopzondagenwet”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 22 oktober, p. 1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.