gereformeerd leven in nederland

9 oktober 2012

Om de heilige naam van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Dopen: dat is een thema waarover in de afgelopen jaren door allerlei kerken, groeperingen, religieuze clubs en individuele mensen veel gesproken en geschreven is. De Protestantse Kerk stelde niet zo lang geleden vast “dat het belangrijk is de betekenis van de doop meer present te stellen in leven van de gemeente en haar leden”. De doop wordt, naar men zegt, ondergewaardeerd[1].
Anderen zeggen dat de waterdoop overbodig is; een doop met de Heilige Geest is voldoende.
Er zijn ook heel buitenissige motiveringen voor de doop. Neem nu bijvoorbeeld de Mormonen: bij hen kunnen voorouders postuum worden gedoopt[2].
Er is, kortom geen einde aan het maken van teksten omtrent het waterbad – de term komt uit Efeziërs 5 -; het lezen ervan is afmatting van het lichaam[3].
Niettemin waag ik het er op om vandaag iets over de doop te schrijven.

Opruiming
De doop: wat gebeurt daar eigenlijk? Antwoord: de Here laat zien dat Hij Zijn kind schoonmaakt. Hij reinigt Zijn kind. Fundamenteel en volkomen.
Dat blijkt ook in Ezechiël 36: “Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen”[4].
Ezechiël gebruikt daar een woord dat iets betekent als: die stinkende mestgoden van u[5]. En het is volstrekt duidelijk: de Schepper van hemel en aarde ruimt alle vieze rommel in mensenlevens op.

Genade
Het hierboven geciteerde vers fungeert als Schriftbewijs bij het onderwijs dat de Heidelbergse Catechismus over de doop geeft. Als u zegt: ik ben met het bloed en de Geest van Christus gewassen, dan betekent dat: “Dat wij van God vergeving van de zonden hebben uit genade, om het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft”[6].
Dus: de Heiland heeft voor onze zonden betaald. En vanwege die betaling gaat de opruiming in ons leven, die bódemsanering, daadwerkelijk plaatsvinden.
De Here zegt niet: de vervuiler betaalt. De Here zegt niet: u heeft er op eigen houtje een rommeltje van gemaakt, en nu zoekt u het in die wanordelijke wereld ook maar zelf uit. Nee, dat zegt de Here niet. Hij kan het niet over Zijn hart verkrijgen om Zijn schepping maar aan haar lot over te laten. Hij kiest mensen uit om eeuwig met Hem te leven.
Dat is totaal onlogisch. In onze wereld roepen we te pas en te onpas: eigen schuld, dikke bult. Maar zo werkt het bij de Here niet. Hij is genadig.

Heilige naam
Het hoofdthema van de profetie van Ezechiël is het oordeel over Israël[7]. Daarbij worden ook buurlanden betrokken. Ze worden allemaal aangesproken: van Tyrus tot Egypte klinkt de donder.
Vanaf hoofdstuk 33 zet het herstel in. Dat lijkt echter niet zo. Een vluchteling uit Jeruzalem komt melden dat de stad gevallen is. Nou ja, dan houdt alles toch op? Immers, dan vervliegt alle hoop op een terugkeer naar die oude stad.
En toch!
Er komt een ommekeer. Juist op dat moment!
Ezechiël kondigt een beslissende wending in de geschiedenis aan. Die wezenlijke verandering komt er niet omdat Gods kinderen plotsklaps braaf en keurig zijn geworden. Die structurele wijziging komt er vanwege Gods heilige naam.
In Ezechiël 36 staat het nadrukkelijk: “En bij alle volken waar zij (dat zijn de Israëlieten) kwamen, ontheiligden zij (dat zijn dus die omringende volken) mijn heilige naam[8]. Die omstanders zeiden namelijk: Israël mag dan wel het volk van God wezen, maar ze werden wèl in ballingschap gestuurd.
De Here zegt: “Dit deed Mij leed om mijn heilige naam, die het huis Israëls ontheiligd had onder de volken in wier gebied zij gekomen waren”[9].
De Here zegt: “Niet om uwentwil doe Ik het, o huis Israëls, maar om mijn heilige naam…”[10]. De Here néémt het niet als Zijn naam onteerd wordt!
De Here zegt: Ik zal mijn grote naam heiligen[11]. Hij komt Zelf in actie om de komst van Zijn koninkrijk door te laten gaan.

Voor vandaag
Wat heeft het bovenstaande ons vandaag te zeggen?
Ik maak daar twee opmerkingen over.
1.
Laat ik eerst rond kijken in de Gereformeerde wereld.
De Here is genádig. De mogelijkheden in ons leven komen voort uit Goddelijke barmhartigheid. Het eeuwigheidsperspectief in ons bestaan hebben we te danken aan het heerlijk ingrijpen van bovenaf: een majestueuze ingreep door de Here Zelf.
Wij hebben niets méér in te brengen dan lege briefjes. Daarom behoren Gods kinderen zich in kerk en wereld bescheiden op te stellen.
De praktijk is echter nogal eens anders. Men hoort, ook in de Gereformeerde wereld, over haantjesgedrag.
Een Gereformeerde docent Godsdienst en Engels, Jan Odding, schreef er onlangs een boek over[12]. Odding zegt: “De verdeeldheid onder gereformeerde belijders. Hebben we niet te veel onszelf in plaats van de Here gezocht? (…) Ik denk dat we te snel zijn met ons ja of nee, en te snel met de kerkorde. Soms is het goed toch maar een paar gesprekken meer te voeren voordat we kleur bekennen en een standpunt innemen”[13].
Daar zit, denk ik, een kern van waarheid in. Er zijn discussies waarin het soms te hard en te ver gaat; soms verworden felle gedachtewisselingen zomaar tot incidenten die verdacht veel op persoonlijke aanvallen lijken.
Laten we wèl wezen: het felle optreden in geloofszaken is heel verklaarbaar. Het gaat over kwesties die meestal heel gevoelig liggen. Het betreft vraagstukken die de kern van ons leven raken. En dan mogen we best duidelijk zeggen waar het op staat; dat móet ook. Maar voordat wij het weten willen wij in discussies zélf gelijk krijgen. Voor wij ’t weten willen wij onszélf graag horen.
In die sfeer verslapt de aandacht voor Gods genade. In die sfeer is de concentratie op Gods barmhartigheid snel verdwenen.
Kerkmensen zijn christelijk bezig om hun Here te eren; niet om een plaats op de voorste rij in de kerk te veroveren.
2.
Nu werp ik nog een blik in de wereld om ons heen.
De Here God wil door Zijn volk geëerd worden.
Daarom kiest Hij mensen uit die Hij blinkend schoon maakt. En dat is nu precies wat in de doop wordt getoond. Als ik mij niet vergis is de term Héilige Doop in veel kerken niet meer in zwang. Dat is, denk ik, een verlies. Want met die term ‘Heilige Doop’ zeggen wij dat de heilige God Zijn volk heilig maakt.
Dit alles in aanmerking nemend is het wel duidelijk dat de ‘overdoop’ – die in baptistische kringen wordt gepraktiseerd – in feite een wat merkwaardige gebeurtenis is.
De ménsen, en met name de dopelingen zelf, kiezen ervoor om gedoopt te worden. Zij kiezen ervoor om heilig te leven. Op zichzelf is die heiliging verheugend. Navolgenswaardig, ook.
Maar de doop – de Heilige Doop! – vertelt ons dat de Here Zelf zijn volk heilig maken wil. Gelukkig maar; als die heiliging uit onszelf moet komen, komt er uiteindelijk weinig van terecht…

Grote kudde
De Here Zelf heeft vandaag het laatste woord.
Het beeld dat Hij in de laatste verzen van Ezechiël 36 oproept is prachtig: de Here zet de kerkbouw onverdroten voort!
Ik citeer: “Zo zegt de Here HERE: Ook dit zal Ik Mij door het huis Israëls laten afsmeken om hun te doen: Ik zal hen zo talrijk aan mensen maken als een kudde schapen; zo vol als met een kudde offerschapen, als met de kudde schapen op Jeruzalems feesten, zó vol zullen de verwoeste steden zijn met mensenkudden. En zij zullen weten, dat Ik de HERE ben”[14].

Noten:
[1] Zie http://www.pkn.nl/actueel/Nieuws/nieuwsoverzicht/Paginas/Over-dopen-in-de-Protestantse-Kerk.aspx .
[2] Zie http://www.bodedesheils.nl/jaargangen/j120/j120_031_dopen_waarom_eigenlijk_4.htm en http://nl.wikipedia.org/wiki/Kerk_van_Jezus_Christus_van_de_Heiligen_der_Laatste_Dagen .
[3] Zie Efeziërs 5:25 en 26: “Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord”.
[4] Ezechiël 36:25.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.devoorhof.nl/Published/index.php?option=com_content&view=article&id=306:ezechiel-3625-27-van-binnenuit-vol-van-god-om-god-wereldwijd-groot-te-maken-ds-hans-burger&catid=48:preken&Itemid=82 .
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 26, antwoord 70.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. Adrian Verbree, “Ezechiel; Bijbelstudie”, – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 2004. – p. 114 en 115.
[8] Ezechiël 36:20.
[9] Ezechiël 36:21.
[10] Ezechiël 36:22.
[11] Ezechiël 36:23: “Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de HERE ben, luidt het woord van de Here HERE, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen”.
[12] De gegevens van het betreffende boek zijn: Jan Odding, “Gereformeerd uit overtuiging, maar…”. – Hardenberg: Uitg. Heijink, 2012. – 143 p.
[13] “Verzet tegen ‘haantjesgedrag’ afgescheidenen”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 5 oktober 2012, p. 2.
[14] Ezechiël 36:37 en 38.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.