gereformeerd leven in nederland

19 december 2012

Herkenbaar gereformeerd

Wat is gereformeerd?
Over die vraag is door de jaren heen veel nagedacht. En ook dit artikel gaat er over.
Daar is ook wel aanleiding voor. Op donderdag 16 november jongstleden werd diezelfde vraag in het Nederlands Dagblad gesteld. Toen bleek al wel dat de antwoorden op die vraag nogal verschillen.

In het algemeen kunnen wij vaststellen dat het woord ge-reformeerd, in haar oorsprong, duidt op de vernieuwende activiteit van de Heilige Geest[1].
Maar men kan er nog veel meer over opschrijven.
Vandaag maak ik graag nog wat aantekeningen bij het onderwerp.

1 a
Het Woord van God is gezaghebbend in alle situaties van het leven[2]. Gods spreken gaat boven menselijk praten uit. Als een Gereformeerd mens moet kiezen tussen wat God proclameert en wat mensen zeggen, zal hij – door Gods Geest gedreven – voor het Goddelijke Woord kiezen.
De dingen die God heeft gedaan, en nog doet, zijn aanzienlijk belangrijker dan menselijke gewoontes en tradities. Daarom is het ook goed om, als het over dergelijke tradities gaat, te vragen: is dat overeenkomstig de Bijbel?
1 b
Er zijn theologische opleidingen waarbij de wetenschappelijke studie van kerkelijke vakken gescheiden is. Dat noemt men de duplex ordo.
In de Gereformeerde wereld hanteert men echter de simplex ordo: de bovenvermelde scheiding is daar niet. Terecht zei iemand eens: “Het geloof raakt het hele leven en de wereld om ons heen. Wij gereformeerden ruilen het ideaal van de simplex ordo niet zomaar in”[3].

2
Als Gereformeerden spreken over God, onderscheiden zij Vader, Zoon en Heilige Geest. Gereformeerden verdelen God niet in drie Personen. Zij onderschéiden ze. Zij zien in de Bijbel dat God zich zó aan hen laat zien.
Gods Woord nasprekend, zeggen Gereformeerden: die drie Personen vermengen zich niet met elkaar.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden zij: “Er is geen eerste of laatste (Persoon), want Zij zijn alle drie één in waarheid, in macht, in goedheid en barmhartigheid”[4].
Ik meen dat ik, in het verlengde daarvan, mag stellen: het is niet gereformeerd om in de kerk extra nadruk te leggen op het werk van de Heilige Geest.

3
Een Gereformeerd mens begint bij God. En bij Zijn keuze. In de kerk noemen we dat: uitverkiezing. Waar uitverkiezing is, is ook verwerping. In de Dordtse Leerregels wordt gesproken over een eeuwig besluit. “Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[5].
In het verlengde daarvan zeggen Gereformeerden dat zij afhankelijk zijn van God. Zij stellen ook dat het geloof hen gegéven is.

4
Binnen de gereformeerde gezindte zijn nogal wat mensen die zeggen dat de bekering plaatsvindt in een bliksemflits. Via een op het gemoed vallend Schriftwoord. Door een stem in het hart.
Inderdaad kán dat zo gebeuren. Maar dat hoeft helemaal niet zo te gaan. Over de purperverkoopster Lydia wordt in Handelingen 16 geschreven: “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Thyatíra, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd”[6].
De Here is in de levens van Zijn kinderen aan het werk. Dat zien wij vaak niet onmiddellijk. Maar het is wel zo. Gereformeerd, dat is: geloven dat de Here in ons aan het werk is. Hij moet die bekering bewerken. Hij doet dat op Zijn eigen manier: vaak heel geleidelijk[7].

5
Gereformeerden belijden dat de Here Zijn kinderen in de kerk bijeenbrengt.
Wil dit zeggen dat er búiten de kerk geen kinderen van God zijn? Dat ziet u mij niet opschrijven. Sommige kinderen van God bevinden zich buiten de kerk. Maar daar horen zij niet: dát is het springende punt.
In één plaats of regio is één plaats waar de Here Zijn volk verzamelt. Er zijn geen twee plekken. Of drie. Het fenomeen ‘meerdere ware kerken naast elkaar’ kan en moet slechts tijdelijk zijn. Ware kerken moeten zo spoedig mogelijk samensmelten tot één.
Als Gereformeerden zich in de ware kerk bevinden, gaan zij niet elke dag in koor roepen: wij zijn de ware kerk[8]. Dat doen zij alleen al niet omdat de hedendaagse kerkelijke verdeeldheid tot een zekere bescheidenheid noopt. Dat doen zij ook niet omdat zij zondige mensen zijn. Ware kerk zijn: dat moeten zij doen, iedere dag weer.

6
Gereformeerden hanteren in hun kerkelijk leven een kerkorde. Dat is een bundel afspraken waaraan de kerken elkaar kunnen houden. In de kerk geldt: afspraak is afspraak.
Iemand schreef in verband met die kerkorde eens: “De bedoeling is (…) naar de Bijbel te verwijzen en daaraan recht te doen. De kerkorde wil ruim baan maken opdat de Bijbel zijn invloed kan laten gelden. De kerkeraden zijn aan de kerkorde gebonden en de kerkleden hebben er via hun kerkeraden mee te maken. Volgens de Bijbel moeten kerkleden immers hun kerkeraden gehoorzamen en hun aanwijzingen opvolgen”[9].

7
Gereformeerden houden de verwachting van Christus’ wederkomst levend. De kerk wordt door haar Bruidegom gereed gemaakt om voor altijd Zijn Bruid te zijn.
Al het werk in de kerk draagt het teken van de voorlopigheid. Dat betekent niet dat we er in het kerkenwerk met de pet naar gooien. Integendeel. In de kerk doen we werk zo dat het – als het goed is – te Zijner tijd geheiligd en wel het Koninklijk Paleis in de hemel kan worden binnen gedragen.

8
Op het kerkplein lopen heel wat mensen rond die veel van het bovenstaande best willen beamen[10].
Intussen zijn er heel wat evangelischen die het tijdstip van hun doop zelf willen kiezen. Ik heb nu voor Jezus gekozen, zeggen zij dan. Hoe welgemeend dat ook is, gereformeerd is het niet.
Er zijn ook veel evangelischen bij wie het gebed populairder is dan de Schriftstudie. De gebedskring acht men belangrijker dan de Bijbelstudievereniging. Hoe welgemeend dat ook is, gereformeerd is het niet.

Tenslotte nog het antwoord op de vraag: wat is de gulden regel in Gereformeerd Nederland?
Antwoord: Gods Woord vol beloften gaat vóór menselijke actie uit.
Zodra die voorrang niet meer lijkt te worden gegeven, is het tijd om alarm te slaan.

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Werk in uitvoering’, dat hier verscheen op donderdag 22 november 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/11/22/werk-in-uitvoering/ .
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Ds. P. Koeman, “Negen keer gereformeerd”. In: De Waarheidsvriend, donderdag 12 februari 2009, p. 10 en 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012e4e7e0430a4b971d0d633&sourceid=1011 .
[3] Zie: “Geref.  Kerken worstelen met identiteit opleiding”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 21 november 1995. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012de6e66cfdb30d948f45ca&sourceid=1011 .
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[6] Handelingen 16:14.
[7] Zie ook: “Drs. P.T. Folmer: ‘Je moet goed onderscheid maken tussen wat de gereformeerde leer is en wat mensen ervan maken’”. In: familieblad Terdege, woensdag 9 november 1988, p. 23-25. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=00000000012ef45851db9e54247430cd&docid=0 .
[8] Zie voor de roeping om zich bij de ware kerk te voegen: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28. En voor de kenmerken van de ware kerk, van ware christenen en van de valse kerk: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[9] Jac. Vermaas, “Wat is gereformeerd” (recensie van het gelijknamige boekje van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C. van der Leest). In: De Waarheidsvriend, donderdag 2 februari 1984, p. 9 en 10. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012ed34f918d76535115c65b&sourceid=1011 .
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer: (Ds.) Henk de Jong, “Voorrang van woord op antwoord”. In: Radix 29-2, (1 juni 2003), p. 65-73. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=0000000001309917a5024986782c8371&docid=0 .

18 december 2012

Doel en nut van de eed

Velen van ons kennen waarschijnlijk wel die bekende zinnen uit zondag 36 van de Heidelbergse Catechismus:
[vraag:] “Wat eist God in het derde gebod? [antwoord:] Dat wij Gods naam niet lasteren of misbruiken door vloeken of door een valse eed en evenmin door onnodig zweren”.

Daar wordt de eed genoemd.
Zeker, het gaat over onnodig zweren.
Maar wat is er ten diepste de reden van dat wij wél een eed afleggen?

Die eed: dat is voor heel veel mensen een ver-van-mijn-bedshow.
Want wanneer leggen wij heden ten dage een eed af? Bij de rechtbank, jazeker. Maar massa’s kerkmensen komen daar niet zo vaak. En bovendien: de onkreukbaarheid van advocaten en rechters valt nogal eens tegen.
Denkt u maar aan de affaires rond advocaat Moszkowicz te Amsterdam. Toezeggingen aan cliënten kwam hij niet na. Hij gaf zijn clientèle onvoldoende rechtsbijstand. Enzovoort[1].
Of aan de kwesties rond de Nederlandse jurist mr. P. Kalbfleisch, de man die in 2011 werd beschuldigd van meineed, en later probeerde om via bevriende relaties binnen de rechterlijke macht zijn rechtszaak te beïnvloeden[2].
Zelfs in juridisch Nederland is niet zelden een hoop gedoe. Wat is een eed in die situatie waard? Van een eed verandert de wereld niet. En van een válse gelofte ook niet.

Maar juist vanwege de vele wantoestanden in de wereld wordt op dit moment door heel wat wèldenkende mensen nagedacht over het afleggen van de eed.
Sinds de kredietcrisis kennen we de bankierseed. Ook in kringen van financieel adviseurs wordt soms voor een eed gepleit. Tevens wordt gesuggereerd dat het goed zou zijn om wetenschappelijke onderzoekers de eed af te nemen.
Aldus fungeert die verklaring als een integriteitsinstrument.
Iemand omschreef eens drie functies van een eed. “De eed is normerend: hier staan wij voor. De eed is vormend: het is een uitnodiging om in discussie te gaan over wat de woorden uit de eed nu precies betekenen in de werkelijkheid. De eed heeft ook een psychologische functie: hij doet een appèl op persoonlijke verantwoordelijkheid en beroepstrots, en past daardoor ook goed bij onze tijd”[3].

Wat kunnen Gods kinderen over de eed zeggen?
Zij kennen de eed uit de Psalmen.
Uit Psalm 132 bijvoorbeeld.
Dat is een psalm waarin David in een eed aan de Here belooft om Hem een woonplaats te geven. En wat méér is: in diezelfde psalm blijkt dat de Here een eed aan David heeft gezworen: de dynastie van David zal in eeuwigheid voortbestaan; de tempeldienst zal dus niet vergeefs wezen!
U kent die psalm vast wel:
“O HEER, gedenk aan Davids leed,
aan al de moeite die hij deed.
Houd in gedachtenis de eed,
gezworen bij uw grote naam
.
U, Jakobs Sterke, riep hij aan:

Ik keer niet in mijn woning weer,
geen slaap gun ik mijn ogen meer,
tot ik een plaats vind voor de HEER,
een woning, door mij toegedacht
aan Jakobs Sterke, groot in macht”
En:
“Als U, o HERE, voor U ziet
uw knecht, die U eens zalven liet,
verwerp hem dan om David niet.
U hebt gezworen Davids zoon
te zetten op de koningstroon
[4].
Het gebruik van de eed in deze psalm brengt ware gelovigen op het gebied waar zij thuis horen. Zij leven in een Verbondskader. Het leven van kerkmensen staat in het teken van een eeuwig verbond!

Diezelfde context zien wij in de Heidelbergse Catechismus terug.
Want áchter Zondag 36 is, als u het mij vraagt, het gebod van de betrouwbaarheid binnen Gods verbond te ontdekken.
Gereformeerde mensen behoren aan de wereld te laten zien dat zij standvastige mensen zijn. Zij tonen – als het goed is – dat zij in alle levensomstandigheden eerbiedig met God omgaan. Zij tonen dat zij bij Hem horen, en daarop hun levensstijl willen aanpassen.
Gereformeerden moeten laten zien dat er lijn in hun leven zit.
Zeker in onze tijd is dat buitengewoon belangrijk.
Gereformeerde mensen behoren zorgvuldigheid hoog in het vaandel hebben.
In de wirwar van gebeurtenissen in de wereld, de drukte in onze agenda en de veelheid van door ons uitgesproken woorden kunnen sommige dingen zomaar verkeerd worden opgevat.
Als het er op aan komt zullen we altijd bereid moeten zijn om onszelf en anderen te corrigeren. Leven in het raam van het Verbond is tenslotte niet niks!

In dat Verbond is één ding volstrekt duidelijk: onze God is heilig[5].
We moeten zijn naam, zijn reputatie daarom heilig hóuden.
Wie de waarheid spreekt, heeft geen krachttermen nodig. In de dagen van Jezus zwoer men bij het goud van de tempel. Of “bij mijn hoofd”. Dat men dat deed, was uiteraard tamelijk bedenkelijk!
Het afleggen van de eed betekent ten diepste: de Here hoort het mij zeggen. Of ook: wat ik hier uitspreek en uitvoer past bij uitstek in het raamwerk van het verbond dat de hemelse God met mij gesloten heeft.

Over deze dingen schrijvend is het goed om de Heilige Schrift open te doen.

Wij leren dan dat de Here bij tijd en wijle óók de eed aflegt. En als Hij dat doet, kunnen we ervan op aan dat hij de waarheid spreekt. Hij maakt waar wat Hij belooft!
Zie bijvoorbeeld Jesaja 54, waar over de toekomst van de kerkstad wordt gezegd: “Dit is Mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HERE”[6].
Wij mogen laten zien dat ook wij nog altijd leven in de ruimte binnen die omlijning.

Het is wel bekend dat de wederdopers eertijds weigerden om de eed af te leggen.
Men zei: al uw daden moeten moeten betrouwbaar zijn; en dat geldt niet alleen als de rechter met een sanctie dreigt[7].
Zegt u nou zelf: oppervlakkig bezien zit daar wel wat in. Zegt Jezus in Mattheüs 5 niet zelf: “Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze”[8]?
Jazeker, Jezus verklaart dat luid en duidelijk.
Maar we moeten niet vergeten dat de eed klinkt in een door de zonde bedorven en steeds meer seculariserende wereld. De eed klinkt in een samenleving waarin de tegenstellingen tussen gelovigen en ongelovigen steeds duidelijker worden. Opnieuw kunnen wij niet om het woord antithese heen. De kloof tussen volgelingen van Jezus Christus en vijanden van de Verlosser is onpeilbaar diep.
In een wereld vol tegenstellingen is de eed hard nodig.

De eed: daarmee laten Gods kinderen zien dat zij in een Verbondskader leven, en daarin ook volhárden willen. En die vastberaden houding tonen zij midden in de maatschappij waarvan zij deel uitmaken. Die consistente degelijkheid demonstreren zij tijdens hun activiteit in de samenleving.
In 2012 is zo’n onverzettelijke houding schier onmisbaar.
In dit verband noem ik een situatie die zich te ’s-Gravenhage voordoet.
Het kan ons bekend zijn dat de burgemeester van Den Haag, de heer J.J. van Aartsen, het stemmen in kerkgebouwen in ‘zijn’ stad aan banden heeft gelegd.
Er blijkt echter meer aan de hand te zijn. De voorzitter van de Haagse Gemeenschap van Kerken, de Rooms-katholieke pastoor Van der Helm, zegt in het Nederlands Dagblad van vrijdag 14 december 2012: “Ik word moe van die houding: ach, die kerken moeten zich niet bemoeien met wat er in de samenleving gebeurt. Wat ze doen, houden ze maar privé achter hun eigen voordeur. Het heeft geen maatschappelijke relevantie, ‘dus’ als burgemeester hoef ik niet met ze te praten’”.
Uit dezelfde ND-editie citeer ik ook: “Sinds het aantreden van ‘de liberaal’ Van Aartsen in 2008 zijn volgens Van der Helm de burgemeester en de kerken verder uit elkaar gegroeid. ‘Hoe men de scheiding tussen kerk en staat ziet, verschuift momenteel. Dat is in de hele samenleving waarneembaar, niet alleen in Den Haag. Onder het mom van secularisme worden aan kerken en andere religieuze organisaties criteria opgelegd door overheden.’Een goed voorbeeld vindt Van der Helm – die pastoor dus, BdR – een lokale discussie over de subsidiëring van het straatpastoraat. Dat ontvangt nu nog jaarlijks 95 duizend euro van de gemeente, maar het ziet dat bedrag rap in rook opgaan. Volgend jaar wordt het subsidiebedrag gehalveerd, in 2014 wordt de subsidie helemaal stopgezet. Het voortbestaan van het straatpastoraat, dat voor tweederde afhankelijk is van de subsidie, is daarmee bijzonder onzeker”[9].
De sfeer in Nederland kunnen we kort samenvatten: als we christenen dwars kunnen zitten, zullen we dat niet nalaten.

Wanneer het bovenstaande tot ons doordringt, is het volkomen duidelijk: in een samenleving als de onze is het belangrijk dat de kerk het doel van de eed nimmer vergeten zal. Met het afleggen van de eed wijst zij, te midden van alle burgers – groot en klein – , op God en Zijn verbond!

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Bram_Moszkowicz .
[2] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Kalbfleisch en http://nos.nl/artikel/413409-kalbfleisch-schakelde-vrienden-in.html .
[3] Zie http://www.intermediair.nl/carriere/salaris/arbeidsvoorwaarden/welke-consequenties-heeft-het-schenden-van-het-beroepsgeheim?TRANSID=933030356&m4n_aid=11079 .
[4] Psalm 132:1, 2 en 5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/578/2829mag-je-de-eed-afleggen3f-christus-zegt-toch-dat-we/ .
[6] Jesaja 54:9 en 10.
[7] Zie http://www.smeels.nl/Diversen/De%20oorsprong%20van%20de%20Doopsgezinden.htm .
[8] Mattheüs 5:37.
[9] “Van Aartsen ‘ziet christenen amper staan’”, en: ”Van Aartsen ziet ons amper staan”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 14 december 2012, respectievelijk p. 1 en 2.

17 december 2012

Gods rechterhand heeft grote kracht

In de wereld hebben velen de mond vol over goddelijke krachten. Met een kleine letter g, dat wel. En als men er niet over praat, dan schrijft men er wel over[1].
Laat ik enkele voorbeelden geven.
1
Op het internet kan men een zin tegenkomen als: “Op deze blog vindt u teksten die vanuit Gene Zijde via dieptrance zijn doorgegeven”[2].
2
Er wordt gesproken over ascensie en zuivering. Ascensie, dat betekent dat mensen in een hogere dimensie gaan wonen. Daardoor krijgen de mensen meer bronlicht, zo wordt gezegd. Ik las ergens: “Vanuit een fysieke planeet betekent ascensie, dat mensen niet hoeven te overlijden, maar dat hun etherische lichaam tijdens hun leven uit het fysieke wordt gehaald. Dan wordt het zilveren koord, dat de boel bijeen houdt zodat je fysiek blijft, doorgeknipt en kun je naar een etherische planeet gaan[3]. Daar valt het woord ‘etherisch’: heerlijk, hemels; of ook: ijl, licht.
3
Men stimuleert spirituele vooruitgang. Onder de kop ‘De Kracht Van Stilte’ schrijft iemand: “Op dit moment kan je je geest slechts een paar seconden, of een minuut rustig en stil maken, maar als je je kalmte, evenwicht en innerlijke rust een half uur of zelfs vijftien minuten kunt handhaven, dan verzeker ik je dat er binnen in je innerlijke rust een nieuwe wereld zal groeien met reusachtig goddelijk licht en goddelijke kracht”.
En ook:
“Soms moet ik stil zijn,
Want dat is de enige manier
Om iets meer te weten,
Om iets verstandiger te denken,
Om iets volmaakter te worden,
Om God iets sneller te claimen”[4].
4
In dit verband wijs ik ook op Sadhana. Sadhana is een woord uit het Sanskriet.
Dat Sanskriet is een Indische taal. Het wordt ook wel aangeduid als oud-Indisch[5].
Welnu, Sadhana betekent: middel om iets te bereiken, of ook: spirituele oefening. Binnen het Hindoeïsme is het tevens de aanduiding voor een levenshouding waarbij men meditatieve oefeningen doet om een zeker spiritueel niveau te bereiken[6].
Over Sadhana las ik: “Door Sadhanas kunnen zelfs onmogelijk lijkende taken worden voltooid. Eigenlijk is het doel van Sadhanas het samenvloeien van twee energieën, die van het onderbewustzijn en die van de God die wordt benaderd door een ritueel. De benadering gebeurt door Mantra recitaties die speciale Goddelijke klanken zijn waarop Goddelijke krachten snel antwoord geven. Maar soms kan zelfs deze combinatie falen, dit is vaak het geval wanneer de Sadhak (= de beoefenaar van Sadhana, BdR) zwakwillend is. In dat geval heeft men een krachtige Guru nodig wiens Goddelijke krachten iemands wilskracht tot ondenkbare hoogtes kan brengen”[7].
5
Gedachten als hierboven geformuleerd zijn overigens van alle tijden.
De Engelse dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889) schreef eens een gedicht over de 16e-eeuwse Zwitserse arts en alchemist Paracelsus. Daarin schreef hij:
“De waarheid is binnenin onszelf; zij komt niet voort
Uit uiterlijke dingen, wat uw geloof ook mag zijn.
Er is een diepste centrum in ons allen,
Waarin de waarheid in volheid woont”[8].

Gereformeerde mensen voelen zich bij dit soort teksten veelal ongemakkelijk. Ze hebben het gevoel dat zij in een wereld verzeild raken waar zij niet bij horen. En laat het duidelijk zijn: dat is ook zo.
Maar we moeten ons niet vergissen. Op het internet, en ook elders in onze wereld, kan men deze gedachten zomaar tegenkomen. Het moet daarom niet worden uitgesloten dat wij, gewild of ongewild, met dit soort denkbeelden worden geconfronteerd.
Op zo’n moment helpt het niet om net te doen of deze zaken niet bestaan.

Wat kunnen en moeten Gereformeerde mensen – kinderen van God in 2012 – hier tegenover stellen?

Laat ik mijn uitgangspunt nemen in 1 Corinthiërs 1. Ik citeer: “Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen”[9].
De kracht van God, dat is ten diepste de energie die Hij in de opstanding heeft laten zien[10].

Die dynamiek zorgt ook voor bevrijding van Zijn kinderen: ook zij staan op om een nieuw en oneindig leven te beginnen. U vindt dat terug in 1 Corinthiërs 6: “God heeft niet alleen de Here opgewekt, maar zal ook ons opwekken door zijn kracht”[11].

Die opwekking leidt tot een nieuw leven vol glorie en glans.
Daar zien we hier op aarde nog weinig van. Maar wij geloven het wel.
De hemelse Majesteit laat ons, bij iedere begrafenis van een Gereformeerd mens zien, hoe groot Zijn onmetelijke macht is.
Laten we eerlijk zijn: wat stelt zo’n begrafenis nu eigenlijk voor? Het is, op zichzelf genomen, een kort ritueel. Daarbij komt nog het diepe verdriet van de achterblijvers. En we hoeven heus niet om die treurnis heen te praten.
Maar Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 15: “…er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt”[12]. Er vloeit, om zo te zeggen, nieuwe Pneumatische kracht in zo’n leven: de Heilige Geest van God, de Pneuma, gaat dat leven vullen[13]. Op dat moment zal het werk van de Heilige Geest in dat leven gereed zijn.

Gereformeerde mensen nemen, bij alles wat zij doen en laten, hun uitgangspunt in dát geloof. Leven uit de kracht van God, noemen wij dat in de kerk.
Ware gelovigen mogen weten dat de Heilige Geest in hun hart aan het werk is. Hij geeft hun leven een andere richting. Hij legt hun leven op koers.
En dat werkelijk niet zonder slag of stoot. Er dienen kéuzes gemaakt te worden. De boel moet worden aangepakt en opgeschoond! Maar vervolgens mogen zij juist in die koersverlegging het bewijs zien dat Christus’ Geest aan het werk getogen is.
Paulus schrijft daar in 2 Corinthiërs 13 over: “Ik heb hen, die vroeger in zonde geleefd hebben, en al de overigen vooraf gewaarschuwd en waarschuw hen nog, evenals toen ik de tweede maal bij u was, thans uit de verte, dat ik, als ik nog eens kom, niets zal ontzien; gij zoekt nu eenmaal het bewijs, dat Christus in mij spreekt, die te uwen opzichte niet zwak, maar onder u krachtig is. Welnu, Hij is gekruisigd uit zwakheid, maar Hij leeft uit de kracht Gods. Welnu, wij zijn zwak in Hem, maar wij zullen met Hem leven voor u uit de kracht Gods. Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk”[14].

De opstanding van Jezus Christus geeft Zijn kinderen geloofskracht.
De wereld zegt: dat geloof van u, dat moet u een beetje relativeren. Uw oogkleppen moeten, zo zegt men daar, afgerukt worden. U moet vérder kijken dan uw neus lang is. Want, beste brave burger, overal zit wel wat goeds in. Ja, óók in u zelf.
Maar Paulus heeft het in Efeziërs 1 over de overdonderende energie die de Schepper van hemel en aarde inzet om Zijn kinderen bij Zich te houden. Die ontzagwekkende kracht komt voort uit de wederopstanding van Christus.
Kijkt u maar in het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan de christenen in Efeze. U moet, noteert Paulus, de gaven van de Heilige Geest ontvangen om te zien “hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw”[15].
Gods imponerende kracht zorgt ervoor dat het met ons leven maar één kant meer op kan: de goeie!

In de wereld hebben velen de mond vol over goddelijke krachten. En als men er niet over praat, dan schrijft men er over.
Van alle kanten wordt ons aangepraat dat wij hevig ons best moeten doen om in de hemel te komen. Trap er niet in!, zou ik willen uitroepen.
De apostel Paulus leert ons namelijk dat wij al burgers van een rijk in de hemel zijn.
Het enige dat ons – ook op maandag 17 december 2012 – te doen staat, is: verwachtend afwachten. Want de Here Jezus Christus, onze Verlosser, komt – op een door God de Vader te bepalen moment – terug op de wolken. En dan worden wij gelijkvormig aan Zijn lichaam.
Om het met Paulus in Philippenzen 3 te zeggen: “Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen”[16].

Goddelijke krachten hoeven ware gelovigen voorwaar niet zelf op te roepen.
De hemelse Here geeft Zijn uitverkoren kinderen opstandingskracht.
Daardoor worden zij nieuwe mensen.
En laat het helder wezen: de Here vraagt geen eigen bijdrage.
Wat een rust!

Noten:
[1] De Gereformeerde Landelijke Studentenvereniging Virtute Deï is voornemens in januari 2013 een vergadering te houden over “Goddelijke krachten” (thema: Hogere werkelijkheid). Zie http://virtutedei.nl/voorstudie/2012-2013-extern . De aankondiging van dat thema bracht mij tot enige gedachten, waarvan ik er hier enkele doorgeef.
De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 118:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek): “De HEER is mij tot hulp en sterkte, / Hij is mijn lied, mijn psalmgezang. / Hij is het, die mijn heil bewerkte. / Ik loof den HEER mijn leven lang. / Hoort in hun kamp Gods knechten zingen / nu Hij de zege heeft gebracht; / Gods rechterhand doet grote dingen, / Gods rechterhand heeft grote kracht!”.
[2] Zie http://genezijde.skynetblogs.be/tag/goddelijke%20krachten .
[3] Zie http://nieuwetijdskinderen.wordpress.com/2012/06/08/het-lichtteam-wat-ascensie-is-nirwanaleven-en-gekloond-lichaam/ .
[4] Zie http://www.srichinmoy.org/nl/werken/meditatie/%234/index.html .
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Sanskriet .
[6] Meer informatie over Sadhana is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Sadhana .
[7] Zie http://www.gurunikhil.nl/content/sadhana_1.htm .
[8] Geciteerd via http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise2000/mrtapril2000/godtegenwoordig.html . Meer informatie over Robert Browning is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Browning .
[9] 1 Corinthiërs 1:18 en 19.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 1:18-2:5.
[11] 1 Corinthiërs 6:14.
[12] 1 Corinthiërs 15:43 en 44.
[13] “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v., deel 8, p. 180. Kanttekeningen 12 en 13 bij 1 Corinthiërs 15:44.
[14] 2 Corinthiërs 13:2-5.
[15] Efeziërs 1:19, 20 en 21.
[16] Philippenzen 3:20 en 21.

14 december 2012

Opgetogen in de strijd

Het is van enig belang om als kerkmens een zekere geloofsblijdschap te tonen. Op deze internetpagina is daarvoor regelmatig aandacht.
Gereformeerden gaan niet voortdurend met een glimlach door de wereld. Maar hun wereld is nimmer helemáál zwart. Altijd twinkelt in hun leven het lichtje van de vreugde om Gods redding.
Wie bij de Here hoort, kijkt vol verwachting naar de toekomst.

In Ezechiël 35 gaat het óók over vreugde.
Leest u maar mee: “Zo zegt de Here HERE: Tot vreugde van de ganse aarde zal Ik van u een woestenij maken; zoals gij u verheugt omdat het erfdeel van het huis Israëls verwoest is, zó zal Ik aan u doen: een woestenij zult gij worden, gij gebergte Seïr, ja Edom geheel en al. En men zal weten, dat Ik de HERE ben”[1].

De Here spreekt het oordeel uit over Edom. Eeuwen lang heeft Edom Gods volk dwars gezeten[2].
Met name bij de verwoesting van Jeruzalem is gebleken hoe diep de haat tegen Gods volk is.
De Edomieten denken: nú hebben we die Israëlieten eindelijk te pakken! Maar niets is minder waar.
Zeker, de trots van Israël – de stad Jeruzalem – is verwoest. Maar Edom zal óók verwoest worden.
En daarbij is er een groot verschil tussen Israël en Edom.
* Israël wordt weer door haar Heer overeind geholpen
* Edom blijft met de brokken zitten.

In Ezechiël 35 komen wij het gebergte Seïr tegen[3].
Seïr is één van de twee belangrijkste steden van Edom. Het is ook de naam van een bergrug. En juist die bergrug geeft de Edomieten een veilig gevoel. Laat veroveraars maar eens proberen om bij die berg omhoog te komen; dat gaat ze nooit lukken! Maar de Edomieten rekenen niet met de Here. Zijn macht komt overál. Zijn hand is op alle plaatsen van de wereld te zien. En dat zal Edom ondervinden.
In Ezechiël 36 wordt het herstel van Israël aangekondigd. Ik citeer maar even: “…men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de HERE, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de HERE, heb het gesproken en Ik zal het doen”[4]. Wat wordt hier geproclameerd? Israël krijgt de uitstraling van het paradijs terug! En Wie doet dat? De Here grijpt in.

Die ingreep van de Here: ten diepste is dat de reden van onze geloofsvreugde.
Als wij de Bijbel lezen, kunnen we soms tegen die onheilsprofetieën aanhikken. Wie wordt er nou blij van puinhoop en verwoesting? Niemand, zou je zeggen. Wij zien onze tegenstanders liefst niet ten onder gaan. We gunnen iedereen toch het beste? Wie het uitzicht heeft op chaos en wanhoop heeft niet meteen de neiging om een feestje te bouwen. Maar de Here leert ons om de methodieken van de Verbóndsgod te bewonderen.
En het gaat verder. Want er staat: tot vreugde van de ganse aarde zal Ik van Edom een woestenij maken. Edom wordt, kortom, de risee van de wereld. Edom moet zich voorbereiden op de afgang: van machthebber naar underdog, van energieke winnaar naar zwakke verliezer.

Edom en Israël: dat staat voor de strijd tussen de hemelse God en Zijn tegenstanders[5]. Nog altijd zijn de woorden uit Genesis 3 volop actueel: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen”[6].
Wij kunnen dat ook in Genesis 27 zien. Ik citeer: “En Esau koesterde wrok tegen Jakob om de zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had”[7].
Die animositeit zien we terug in Ezechiël 35: “Omdat gij een eeuwige vijandschap hebt gekoesterd en gij de Israëlieten hebt overgeleverd aan het geweld van het zwaard ten tijde van hun rampspoed, ten tijde van de eindafrekening, daarom, zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, tot bloed zal Ik u maken en bloed zal u vervolgen; daar gij het vergieten van bloed niet hebt geschuwd, zal bloed u vervolgen”[8].
Ook in Amos 1 wordt ons het harde gevecht getekend: “Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Edom, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat hij zijn broeder met het zwaard heeft vervolgd en zijn medelijden heeft verstikt, zodat zijn toorn eeuwig verscheurt en hij zijn gramschap immer blijft koesteren, zal Ik vuur werpen in Teman, zodat het Bosra’s burchten verteert”[9].
De profeet Obadja zegt: “Wegens de gewelddaad aan uw broeder Jakob zal schande u bedekken, en gij zult voor altoos worden uitgeroeid”[10].
En dan is er Herodes de Grote; ook hij is een Edomiet. Bij hem zien we nog steeds die diep gewortelde afkeer van God. Er komt alweer moord en doodslag van: “Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Bethlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst”. Zo staat dat in Mattheüs 2[11].
Kerkmensen van 2012 doen er goed aan om het zich maar weer eens te realiseren: wij zijn onderdeel van een keiharde strijd. Er wordt aan ons getrókken. De kerk en de wereld staan pal tegenover elkaar. De kerk en de wereld zijn onverenigbaar.

De kerk ziet de mensen om zich heen ten onder gaan. Ware gelovigen worden daar in de regel niet zo blij van. Wie zou niet willen dat zijn vrienden en vriendinnen óók behouden werden?
Als het aan ons lag namen wij zoveel mogelijk mensen mee de hemel in. Dat is een fijne gedachte. Alleen maar: daar gáát het niet om.
Het conflict wordt, om zo te zeggen, op een hoger niveau uitgevochten.
In wezen draait de zaak om een oorlog tussen God en Satan.
Het belangrijkste onderwerp in de wereld is de tweekamp tussen de hemelse Heer en de verbeten duivel.
De krachtmeting tussen de machtige God en het verfoeilijke hoofd der demonen.
De alles overheersende confrontatie tussen de onoverwinnelijke Majesteit en de wanhopige hellevorst.
Dáár zit de kern van de kwestie.

Er kunnen lezers zijn die zeggen: ach broeder, slijpt u uw mes niet wat al te scherp?
En misschien stellen die lezers ook de vraag: wat móeten we met de wetenschap dat de kerk aan het front staat? Wat kúnnen we daar mee op vrijdag 14 december 2012?
Eens schreef iemand over Gereformeerden en hun organisaties het volgende: “De christen, hoewel rechtvaardig voor God, bezit op deze aarde nog niet weer zijn zondeloze staat (de heiligmaking is nog niet voltooid) zodat ook zijn gaven en krachten nog onder het zondedek begraven liggen. Voorts is niet iedereen begiftigd met alle gaven, maar heeft elk mens zijn eigen speciale mogelijkheden van God ontvangen. De organisatie is nu dienstbaar om de juiste man op de juiste plaats te brengen, zodat er geen enkele mogelijkheid ongebruikt blijft en geen enkele gave latent. We hebben immers vastgesteld, dat we aan het front staan. En waar strijd is, daar is levensgevaar; waar levensgevaar is, daar hebben we alle krachten in te schakelen en op elkaar toe te zien”.
Die scribent heeft dat, als u het mij vraagt, goed gezien. Hij geeft een actueel antwoord op de vraag welke taak wij in deze wereld moeten uitvoeren. Wij moeten onze gaven – ál onze gaven! – inzetten om in het geloof de goede strijd te strijden.
De hierboven bedoelde schrijver is in de Gereformeerde wereld zeer wel bekend. Het is mijn vader, H.P. de Roos. Hij publiceerde deze woorden op zaterdag 23 november 1968[12]. Dat is dus al ruim vierenveertig jaar geleden. Maar laten we ons niet vergissen: de kerk proclameert het Evangelie, ook anno Domini 2012, te midden van vele oorlogshandelingen!

Even goed hoeft die wereldwijde veldslag ons niet te beangstigen.
Het is ons voorspéld dat we met wetteloosheid te maken krijgen. De apostel Paulus is zich er in 2 Thessalonicenzen 2 terdege van bewust dat de kerk steeds meer door wetteloosheid omringd zal worden. Paulus spreekt van het “geheimenis der wetteloosheid”. Daarmee wil hij zeggen: waar die losbandigheid vandaan komt, is voor veel mensen een mysterie.
Uiteindelijk zal duidelijk worden wie het brein achter al die anarchie is. Maar dan komt de Here Jezus in actie. De grote anarchist, de antichrist, zal worden gedood.
De Here zal Zijn tegenstander overwinnen!
In de taal van 2 Thessalonicenzen 2 klinkt dat zó: “…het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt”[13].

Televisiezenders, kranten en nieuwssites beijveren zich om ons te informeren over alle misstanden in de wereld.
Over de nasleep van het seksuele misbruik in de Rooms-katholieke Kerk. Over schoolbestuurders die voor tonnen subsidiefraude plegen. Over tekorten op de Neêrlandse begroting. Over Syriërs die hun geliefde land, vol oorlog en geweld, haastig ontvluchten. Aan de stroom van dergelijke onheilsberichten lijkt geen einde te komen.
Het verbijsterde volk zit achter de koffie en mompelt dat het in de wereld toch maar een rommeltje is.
Gereformeerden kunnen rustig blijven. En zij mogen zich het tot vier keer toe herhaalde refrein van Ezechiël 35 eigen maken: “…en gij zult weten, dat Ik de HERE ben”[14].
Wie zich die kennis eigen maakt, zal altijd het licht van de geloofsblijdschap zien twinkelen.

Noten:
[1] Ezechiël 35:14 en 15.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v., deel 6, p. 98. Inleiding op Ezechiël 35:1-15.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.webbijbel.nl/bijbelstudies/Studies%20algemeen/ezechiel.htm .
[4] Ezechiël 36:35 en 36.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.overvloeiendegenade.nl/debijbeldoor/mattheus21deel3.html .
[6] Genesis 3:15.
[7] Genesis 27:41.
[8] Ezechiël 35:5 en 6.
[9] Amos 1:11 en 12.
[10] Obadja, vers 10.
[11] Mattheüs 2:16.
[12] H.P. de Roos, “Het Gereformeerd organisatieleven”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 23 november 1968, p. 6 (rubriek: Sociaal Zoeklicht). Ook te vinden op http://resources3.kb.nl/010550000/pdf/DDD_010554402.pdf (scrollen naar pagina 6).
[13] 2 Thessalonicenzen 2:7 en 8. Zie ook http://bereastudies.nl/wp-content/uploads/2012/05/Het-doel-van-wet-en-genade.pdf (pagina 15).
[14] Zie de verzen 4, 9, 12 en 15 van Ezechiël 35.

13 december 2012

Medicijn tegen machteloosheid

Machteloosheid is één van de opvallendste kenmerken van deze tijd.
De mensen weten niet meer hoe zij dingen aan moeten pakken.
Mensen weten niet meer hoe zij zichzelf moeten corrigeren. Mensen weten ook niet meer wanneer en hoe zij ánderen kunnen aanspreken op fouten, tekortkomingen of onheus gedrag.

Afgelopen zondag – 9 december – bleek dat, wat mij betreft, weer heel duidelijk.
Het NOS-journaal had op die dag een reportage over een stille tocht[1]. Die tocht werd gehouden om Richard Nieuwenhuizen uit Almere te herdenken. Richard is de grensrechter die overleed nadat hij een week eerder na afloop van een voetbalwedstrijd was mishandeld[2].
Een deelnemer aan de tocht merkte op: “Dit is de enige manier om je te uiten”.

Laat het volstrekt duidelijk zijn: het is natuurlijk vreselijk wat er gebeurd is. En ja, ook ik leef erg mee met alle direct betrokkenen. De achterblijvers gaan een bijzonder verdrietige tijd tegemoet, waarin zij – naar ik hoop – veel steun van familie, vrienden, kennissen en andere omstanders zullen ondervinden.
Vooral de naaste familie zal nu de machteloosheid voelen. Het verdriet. En de pijn.
Veel droefenis is hun deel.
Meeleven is nodig.

Maar er is meer.
Wij zullen de zaak in een wat breder perspectief moeten zetten. Denk ik.
En dat niet alleen vanwege alle media-aandacht.
Daarom maak ik er vandaag nog een paar opmerkingen over.

1.
a.
In voornoemde NOS-reportage werd opgemerkt dat een stille tocht – met twaalfduizend deelnemers! – op zichzelf niet voldoende is.
Dat is, als u het mij vraagt, een open deur van formidabel formaat. Iedereen is het hier over eens. Alle mensen begrijpen dat een mishandeling die de dood tot gevolg heeft, in een beschaafd land onmogelijk zou moeten zijn. De daders moeten zwaar gestraft worden.
Maar daarmee zijn we er niet.
b.
In dit verband wijs ik op Lucas 11. Ik bedoel de volgende tekst: “En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zeide: Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen. Maar Hij zeide: Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren”[3].
In Lucas 11 wordt de tegenstand van de Joodse leiders tegen Jezus groot. Als Hij een boze geest beveelt om een niet-sprekende luisteraar te verlaten, zeggen de leiders dat Jezus over satanische krachten beschikt. Dat spreekt de Messias echter fel tegen. Als de Satan een bondgenoot van Jezus was, dan beval Hij hem toch niet om te verdwijnen? Natuurlijk niet. Bondgenoten houd je het liefst een beetje bij je in de buurt.
Welnu, zegt Jezus, als ik de uitdrijving van die geest met Góddelijke kracht doe, dan is Gods Koninkrijk gekomen!
De Zoon van God licht zijn stelling toe. Als een goed gewapende man zijn bezit goed bewaakt is hij in principe veilig. Maar als die gewapende man wordt aangevallen, en vervolgens het onderspit delft, is het duidelijk dat de aanvaller een stúk sterker is geweest dan die gewapende grootgrondbezitter. En dat, zo suggereert Jezus, is hier aan de hand. U bent getuige geweest van het feit dat Iemand de satan de baas was!
En denk niet, zo betoogt Jezus verder, dat u in dit geval simpelweg toeschouwer kunt blijven. Want de vraag is: bent u vóór of tégen Mij?
Stel je voor, zo legt de Redder van de wereld uit, dat de satan ergens vertrekt omdat hij wordt weggejaagd. Dan slaat de satan aan het zwerven. Maar het liefst keert hij terug naar de plaats van vertrek. Want eigenlijk beschouwt de satan zich als de wettige bewoner van die plaats. Als er niemand op die plek blijkt te wonen, vestigt de satan zich er opnieuw. Als de Heilige Geest er woont, dan is die woonplaats echter niet meer beschikbaar. Het is dus van het grootste belang dat die woonplaats niet leeg blijft. U moet voor Mij kiezen, anders gaat het helemaal fout met u!
En dan, opeens, klinkt er een stem uit het publiek.
Het is de stem van een bewonderende luisteraarster. Zij prijst de moeder van Jezus zalig. Iemand die zó’n Leraar voortbrengt, die komt goed terecht!
Jezus reageert op de vrouw die luidkeels over Maria praat. En dan zegt Hij: “Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren”.
c.
Daar raken wij, naar mijn inzicht, de kern van de kwestie rond de grensrechter.
Men zegt: zo moet het niet. Doodslaan mag niet. Een grensrechter mishandelen, daar moet een zware straf op staan.
Er moet vooral iets niet.
Maar als men vervolgens niet duidelijk zegt wat er wel moet gebeuren, schiet men er niet veel mee op.
Wie in het vraagstuk rond de dood van de grensrechter niet verder kijkt, heeft uiteindelijk een groot probleem. Een lévensgroot probleem. Want het gaat niet eenvoudigweg om die grensrechter. Het gaat om een levensstijl. De kernvraag is: welke levensstijl kiest u? Ten principale zijn er maar twee keuzes:
* vóór Jezus
* tégen Jezus.
Men kiest tussen:
* leven naar Gods geboden
* leven volgens zelf vastgestelde regels.
Wie de keuze maakt om eigen wetten te laten prevaleren boven die van God, moet niet raar opkijken als er nog meer moorden volgen. Dat klinkt hard. En dat is het ook. Maar zo gaat dat in een wereld die door de satan beheerst wordt.

2.
“Zinloos geweld heeft nooit het laatste woord”, zei een zoon van de overleden grensrechter.
Deze jongeman sloeg, in al zijn emotionaliteit, de spijker op zijn kop.
Het aanwezige publiek applaudisseerde. Want iedereen begreep: hier moet meer gebeuren. Mooie woorden zijn prima, maar goede dáden zijn beter.
Persoonlijk denk ik dat er niet zoveel mensen zijn geweest die daar, tijdens die stille tocht in Almere, bevroedden hoe groot het probleem is.
Hier zien we de strijd tussen God en Satan.
En Gereformeerde mensen mogen het zeggen: de Here God, Schepper van hemel en aarde, Hij heeft het laatste woord!

3.
“Dit geeft aan dat het nooit meer mag gebeuren”, sprak iemand uit het verzamelde volk. En achter haar stonden veel mensen. Héél veel mensen.
Die mevrouw heeft gelijk. Heel erg gelijk. Er zijn, denk ik, weinigen die dat bestrijden.
Maar het punt is: dit gebeurt wel als iedereen doet wat goed is in eigen ogen. Dit gebeurt wel als mensen, op basis van eigen waarnemingen, hun eigen recht gaan regelen. Dit gebeurt wel als mensen zich van God niets aantrekken, en hun persoonlijke normen gaan toepassen.
Voelt u het probleem?

4.
Er wordt gezegd dat het goed is dat de mensen nu met elkaar in gesprek gaan. Het is belangrijk, zo merkte iemand op, dat er nu krachtiger maatregelen worden getroffen.
Dat zal waar wezen.
Maar zou dat echt helpen?
Heel kort door de bocht:
* je kunt een indrukwekkende stille tocht houden…
* je kunt met elkaar praten tot je een ons weegt…
* je kunt afspreken dat alle amateurvoetbalclubs een weekend niet spelen, zoals in de afgelopen weekwisseling geschiedde…
* je kunt zware sancties op voetbalmisdaden zetten…
als de mentaliteit niet verandert, dan zijn de mensen nergens. Als men Gods geboden niet wil naleven, dan komt de ondergang van de maatschappij dichterbij. Want de zonde ligt, om met Genesis 4 te spreken, als een belager aan de deur[4].

5.
“Het klopt gewoon niet”. “Het hoort gewoon niet”. “Je wilt natuurlijk nooit een moord op je geweten hebben”. “Het voelt niet goed”, zei een ietwat treurig uitziende tiener.
De machteloosheid was te voelen. De triestheid was tastbaar. Wat moet je als jongen van – laten we zeggen: 11, 12, 13 jaar – in een dolgedraaide wereld waar mensen in een paar minuten een man met een passie voor voetbal zó ernstig toetakelen dat hij in een ziekenhuis overlijdt?
Ook achter die jóngen stonden veel mensen. Heel veel mensen.
Die jongen had gelijk. Heel erg gelijk.
Maar even zo goed is voor hem, én voor ons allen de vraag: door Wie – of: door wie – laten wij ons beheersen?

6.
De voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, de heer Van Praag, concludeerde onder meer het volgende. “We moeten naar het moment toe dat je tegen je verlies kan”. “Het kon wel eens een kantelpunt zijn”. Misschien is de mishandelde grensrechter “een soort martelaar geworden”. “Ik hoop ook maar dat het gebeurt, anders is hij toch voor niets gestorven”.
Het is, zo concludeer ik hier uit, belangrijk dat de kerk blijft rondbazuinen dat de zonde het fundament van alle kwaad is. Het is goed als je een mentale hardheid aanleert, waardoor je beter tegen je verlies kunt. Maar Gereformeerden moeten wijzen op de zonde. Op erfsmet en erfschuld.
Zou dit een kantelpunt zijn? De toekomst moet dat uitwijzen. Maar ik betwijfel het zeer. Het echte keerpunt is pas bereikt als de mensen zich bekeren. Voetballers inbegrepen.
Meneer van Praag lijkt iets van de diepte van het onderhavige probleem te hebben gepeild. Hij spreekt over “een soort martelaar”. Een martelaar is, zoals bekend, iemand die sterft vanwege zijn geloofsovertuiging. Maar Van Praag suggereert meteen dat voetbal een geloof is. En dat is niet waar. Voetbal is een spórt. En zeker op het professionele niveau wordt God maar al te vergeten. Dus heeft het sterven van Richard Nieuwenhuizen met martelaarschap niet zoveel te maken.
Is Richard Nieuwenhuizen voor niets gestorven? Zeker niet. Ook zijn leven was in Gods hand. Misschien wilde de hemelse God dat wel aan de mensen leren. Maar daar hebben de media het niet over. Want als we ’t daar over gaan hebben, moeten alle mediatycoons en kijkcijferkanonnen minstens één stap achteruit doen. En waarschijnlijk wel twee.

7.
Nog één keer citeer ik die tekst uit Lucas 11: “Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren”.
De kerk weet wat haar te doen staat!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://nos.nl/uitzendingen/5892-nos-journaal-9-december-2012-2000u.html . Geraadpleegd op maandag 10 december 2012.
[2] Zie hierover ook https://bderoos.wordpress.com/2012/12/07/hebreeen-2-en-de-grensrechter/ .
[3] Lucas 11:27 en 28.
[4] Zie Genesis 4:7: “Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen”.

12 december 2012

Hosea 12: van bandeloosheid tot verbond

In Hosea 12 leert Gods volk achterom te kijken, en de eigen geschiedenis vooral niet te vergeten[1].
Hosea herinnert hier aan de historie rond Jakob.
En aan de bevrijding uit Egypte.

Ik begin met een typering van Hosea 12. Die geeft enige oriëntatie op de zaken die in dit artikel voorbij zullen komen.
Die typering is deze.
Gods volk moet de geschiedenis van Gods reddingswerk bestuderen. Zij doet dat:
1. ondanks alle bedrog en goddeloosheid
2. ondanks het feit dat God bij mensen vaak geen hoofdrol speelt
3. ondanks het feit dat Gods kinderen zich overal en nergens laten vergaderen
4. in de wetenschap van Gods uitverkiezing
5. in de wetenschap van de uiteindelijke overwinning
6. in de wetenschap dat de kerk blijft bestaan
7. in het kader van Gods wet
8. in het kader van het verbond.

Nu noem ik twee trefwoorden uit het begin van dit Schriftgedeelte:
* leugen
* bandeloosheid[2].
Als de Here Zijn volk bij Zich roept, ziet Hij bedrog en losbandigheid om Zich heen. Want dat is het kenmerk van Zijn volk geworden. Daarmee hebben ze zich, om zo te zeggen, aangekleed. Bedriegerij en buitensporigheid zijn hun handelsmerk geworden.

De Here confronteert Zijn kinderen met de dwaasheid van diplomatie en buitenlandse politiek waarin God nauwelijks een rol speelt. Wie zich daarmee onledig houdt, zit eigenlijk alleen maar achter wind aan. En wind vang je nooit[3].
Het is niet zo dat de Here omzichtigheid en tact verbiedt. Het is niet verkeerd om met mensen in het buitenland te overleggen. De kwestie is dat de Here God daar geen hoofdrol in heeft.
De Here God is zogezegd één van de vele goden geworden. Hij is één van de hulpbronnen die kunnen worden aangeboord. Dat wekt Gods woede op.

We mogen er, dunkt mij, niet overheen lezen dat het in Hosea 12 over Efraïm en Juda gaat[4]. Het tweestammenrijk en het tienstammenrijk zijn beide in beeld: héél het volk van God wordt aangesproken.
Dat is, wat mij betreft, een opvallend detail. De splitsing van het volk is blijkbaar geen reden om slechts een deel van de door God uitgekozen natie aan te spreken.
Daarin zit, als u het mij vraagt, ook een boodschap voor ware gelovigen van 2012. Gods kinderen zitten, om het oneerbiedig te zeggen, vandaag de dag overal en nergens. Dat is wellicht altijd al zo geweest. Maar in onze eeuw is het wel héél erg zichtbaar. We zullen er rekening mee moeten houden dat God ons allemaal aanspreekt; waar wij ons ook bevinden.
En daarin zit, naar mijn inzicht, ook een aansporing van de Here: mensen, laat u bij elkáár brengen! Het is, in de Bijbelse zin van het woord, zonde om ver van elkaar te blijven leven.

Gods volk wordt teruggeleid naar de tijd van Jakob[5].
Wij moeten in ons Bijbeltje terugbladeren naar het boek Genesis. En wel naar de hoofdstukken 25, 32 en 35. Daar gaat het over:
* de geboorte van Jakob
* de overwinning in Pniël
* een initiatief van de Here, waardoor de afgoderij uit Jakobs omgeving wordt weggedaan; de Here geeft opnieuw Zijn zegen, en spreekt de belofte uit dat Jakob de stamvader van een groot volk zal gaan worden.
Jakob dringt zich op de voorgrond. Hij houdt bij de geboorte de hiel van Esau vast. En later koopt hij het eerstgeboorterecht met een bord linzensoep[6].
Jakob strijdt in Pniël met God. En de Here geeft Zijn kind de overwinning. Maar Jakob heeft heel goed door met Wie hij te maken heeft. Hij vraagt om Gods zegen en krijgt die ook[7].
De Here dwingt af dat Jakob Hem alleen dient. De Here geeft ook grote beloften voor de toekomst.
Hosea 12 herinnert ons aan deze gebeurtenissen.
Waarom?
De kerk van 2012 mag blijkbaar nooit vergeten dat de Here Zijn kinderen uitkiest. Het is niet zo dat wij, om het zo uit te drukken, toevallig in een kerk zitten. De Here kiest ons uit, en geeft ons een plek in de kerk.
Onder de zegen van de Here mag de kerk rekenen op de overwinning. Toegegeven: het ziet er meestal niet naar uit dat de kerk aan de winnende hand is. In 2012 al helemáál niet. Maar die victorie is er wél. In dat geloof kunnen kerkmensen verder. Ook vandaag.
De kerk die trouw blijft aan de geboden van God, kan er in het verbond op rekenen dat de kerk blijft bestaan. De kerk zal groot worden: er is uiteindelijk geen mens meer die er om heen kan. Ook dáár zien we nog uitermate weinig van; de kerk lijkt, van buitenaf bezien, een clubje mensen dat in de wereld amper meetelt. Maar in het geloof mogen we het vasthouden: de Here brengt Zijn kinderen bij elkaar!

“Ik ben de Here, uw God, van het land Egypte af”[8].
De bovenstaande zin lezen wij in Hosea 12. Kerkmensen herkennen die aanhef wel. Een variatie erop staat immers ook boven de in Exodus 20 door God gegeven wet: “Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb”[9].
De Here laat op deze manier zien dat het heilzaam is om binnen de kaders van Zijn wetgeving te leven. Die wet mag de kerk nooit vergeten. Die wet mag de kerk nimmer terzijde schuiven.

Hosea, de woordvoerder van God, noemt ook Gilead en Gilgal: “Was Gilead boosheid, zij zijn tot louter niets geworden; heeft men in Gilgal stieren geofferd, ook hun altaren zullen als steenhopen worden in de voren van het veld”[10].
Gilead was goddeloos. En dat terwijl het vroeger, getuige Jeremia 8, een plek was waar men genezing vinden kon[11]. Gilead was eertijds ook een beeld van glorie en macht. Zo spreekt Jeremia er althans in hoofdstuk 22 over[12].
En dan is er Gilgal. Dat is de plaats bij de Jordaan waar in Jozua 4 een gedenkteken wordt opgericht. De vaders en moeders moeten hun kinderen vertellen dat Gilgal de plek is waar het volk van God een tijdelijk drooggelegde Jordaan overtrok, het beloofde land in[13]. Het is, zo leren wij uit Jozua 5, ook de plaats waar de besnijdenis plaatsvindt van allen die tijdens de reis door de woestijn geboren zijn[14]. Gilgal: dat is, kortom, een plaats waar belofte en eis samenkomen. De naam Gilgal herinnert ons aan het verbond dat God met Zijn volk gesloten heeft.
Te midden van Goddelijke toorngloed en rampspoed die in aantocht is, worden gelovige mensen geconfronteerd met de voortdurende geldigheid van Gods verbond.

Als u het mij vraagt heeft Hosea 12 ons vandaag nog veel te zeggen: als onheil aan de orde van de dag is, blijkt Gods verbond nog volledig van kracht!

Noten:
[1] Vandaag, woensdag 12 december 2012, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zullen de hoofdstukken 11 en 12 van het Bijbelboek Hosea centraal staan. Dit artikel is een resultaat van enige voorstudie over Hosea 12.
In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1012.pdf .
[2] Hosea 12:1: “Met leugen heeft Efraïm Mij omringd, met bedrog het huis Israëls – terwijl Juda zich voortdurend bandeloos gedraagt tegenover God en tegenover de Hoogheilige, die getrouw is”.
[3] Hosea 12:2: “Efraïm weidt wind, en jaagt de gehele dag de oostenwind na, het vermeerdert leugen en verwoesting. Zij sluiten een verbond met Assur, en er wordt olie naar Egypte gebracht”.
[4] Zie Hosea 12:1. En ook vers 3 a: “De HERE heeft een rechtsgeding met Juda…”.
[5] Hosea 12:3 b-7: “Hij gaat Jakob straffen voor zijn wandel, naar zijn daden zal Hij hem vergelden. In de moederschoot bedroog hij zijn broeder, en in zijn mannelijke kracht streed hij met God. Hij streed tegen een engel en overwon. Hij weende en smeekte Hem om genade. Te Bethel vond hij Hem, en daar sprak Hij met ons, namelijk de HERE, de God der heerscharen, wiens naam HERE is. Gij dan, keer tot uw God terug, bewaar liefde en recht en wacht bestendig op uw God”.
[6] Genesis 25:24-26 en 29-33: “Toen nu haar dagen vervuld waren, dat zij baren zou, waren er dan ook tweelingen in haar schoot. En de eerste kwam te voorschijn, rossig, geheel als een haren mantel; en men gaf hem de naam Esau. En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, wiens hand Esaus hiel vasthield; en hem noemde men Jakob” (…). Eens had Jakob een gerecht gekookt, en Esau kwam vermoeid van het veld. Toen zeide Esau tot Jakob: Laat mij toch slokken van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom. Maar Jakob zeide: Verkoop mij dan eerst uw eerstgeboorterecht. En Esau zeide: Zie, ik ga toch sterven; waartoe dient mij dan het eerstgeboorterecht? Daarop zeide Jakob: Zweer mij eerst. En hij zwoer hem. Zo verkocht hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht”.
[7] Genesis 32:24-29: “En een man worstelde met hem, totdat de dag aanbrak. Toen deze zag, dat hij hem niet overmocht, sloeg hij hem op zijn heupgewricht, zodat Jakobs heupgewricht ontwricht werd, terwijl hij met hem worstelde. Toen zeide hij: Laat mij gaan, want de dageraad is gekomen. Maar hij zeide: Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent. Daarop zeide hij tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. Toen zeide hij: Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht. Daarop vroeg Jakob: Zeg mij toch uw naam. Maar hij antwoordde: Waarom vraagt gij toch naar mijn naam? En hij zegende hem daar”.
[8] Hosea 12:10.
[9] Exodus 20:2.
[10] Hosea 12:12.
[11] Jeremia 8:22: “Is er geen balsem in Gilead, of is daar geen heelmeester? Want waarom is de wond van de dochter mijns volks niet geheeld?”.
[12] Jeremia 22:6: “Want zo zegt de HERE aangaande het huis van de koning van Juda: Een Gilead zijt gij Mij, de top van de Libanon…”.
[13] Jozua 4:21-24: “En hij zeide tot de Israëlieten: Wanneer uw kinderen later hun vaders vragen: Wat betekenen deze stenen? dan zult gij uw kinderen aldus inlichten: Op het droge is Israël hier door de Jordaan getrokken, omdat de HERE, uw God, de wateren van de Jordaan voor u heeft doen opdrogen, totdat gij erdoor getrokken waart, zoals de HERE, uw God, gedaan heeft met de Schelfzee, die Hij voor ons heeft doen opdrogen, totdat wij erdoor getrokken waren, opdat alle volken der aarde zouden weten, dat de hand des HEREN sterk is, en zij de HERE, uw God, al de dagen zouden vrezen”.
[14] Jozua 5:2-5: “Te dien tijde zeide de HERE tot Jozua: Maak u stenen messen en besnijd de Israëlieten opnieuw, ten tweeden male. Toen maakte Jozua zich stenen messen en hij besneed de Israëlieten op de Heuvel der voorhuiden. Dit nu was de reden, waarom Jozua hen besneed: al het volk van het mannelijk geslacht, dat uit Egypte getrokken was, alle krijgslieden waren in de woestijn onderweg gestorven, nadat zij uit Egypte getrokken waren. Want al het volk dat uitgetrokken was, was besneden geweest, maar al het volk dat geboren was in de woestijn onderweg na de uittocht uit Egypte, had men niet besneden”.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.