gereformeerd leven in nederland

28 februari 2013

Eenheid van de Heilige Geest

De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zijn zoekende. Dolende, zo u wilt. En dat staat gewoon in de krant.

Want het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 23 februari berichtte: “De vraag wat het eigene is van een gereformeerde kerk is een prangende kwestie geworden in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Uit het jaaroverzicht in het Handboek 2013, dat woensdag verschijnt, blijkt de verdeeldheid in het kerkgenootschap rond het thema”.
‘Wie terugblikt op het recente verleden, confronteert zich nogal eens met het idee dat de vrijgemaakte kerk de enige ware kerk is geweest’, concludeert de schrijver van het jaaroverzicht 2012, Jan Kuiper uit Assen. ‘Terecht of niet, als je afstand neemt van dat idee bestaat het risico dat je ‘met het badwater ook het kind, de belijdenis over de kerk, weggooit’.
Volgens het jaaroverzicht is onder leden van de GKV onduidelijkheid over wat de kerk is. Het feit dat op plaatselijk niveau soms ver over kerkmuren heengekeken wordt, illustreert dat er sprake is van een verschuiving op het gebied van kerkvisie, stelt de kroniekschrijver.
Uit het handboek blijkt dat jongeren niet automatisch kiezen voor aansluiting bij een gkv-gemeente. Bovendien blijken ze zich minder gelegen te laten liggen aan kerkelijke regels. ‘Kerk en geloof zijn van elkaar losgemaakt. Je zoekt een kerk die bij je past. Vrolijk evangelisch of hoogkerkelijk. Of iets ertussenin’, concludeert de kroniekschrijver”.
Even verderop in het krantenbericht staat: “Het ledental van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt daalde vorig jaar met 843 naar 122.226. De daling van het ledental vormde in diverse plaatsen een stimulans voor de samenwerking tussen gemeenten. De meeste samenwerking is er met gemeenten die behoren tot de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken”[1].

De GKv liggen, naar mijn inzicht, op een koers die te weinig op God en Zijn Woord gericht is. Daarmee bedoel ik: men ziet aldaar een soepelheid die, als ik het zo zeggen mag, naar de mens is[2].
Naar mijn idee is dat de diepste oorzaak van het gebrek aan eenheid binnen dat kerkverband.

Het krantenbericht brengt mij vandaag bij Efeziërs 4: “Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.
Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt”[3].

In de kerk moet alles draaien om de eenheid van de Heilige Geest.
Die eenheid blijft bewaard als men aan elkaar verbonden is met de band van de vrede.
Het loont de moeite om wat beter naar die band te kijken.
Dan kunnen we zien waar in de GKv de kernproblemen zitten.
Maar we ontdekken ook hoe we werkelijk Gereformeerd blijven.

Laat ik vooraf opmerken dat ik niet de wijsheid in pacht heb.
Laat ik verder opmerken dat ik niet volmaakt ben.
Voorts is het onzin om te zeggen dat ik nimmer struikel.
In het onderstaande wil ik slechts Gods Woord laten spreken. Niet meer. En niet minder.

In Efeziërs 4 is sprake van één lichaam. Van één kerk dus. Daar zijn er geen twee, drie of vier van.
Dus is het ten principale merkwaardig als – al of niet blijmoedig – wordt toegestaan dat mensen regelmatig bij de Baptisten kijken. Of bij andere evangelische gemeenten. Als kerkmensen zich daar thúis gaan voelen, moeten zij zich afvragen of zij echt wel bij de Here hóren. Is hun godsdienst feitelijk nep?
Het is opvallend dat de Geest in één adem met de kerk wordt genoemd. Wie de apostolische gedachtegang beter wil doorzien, kan terug gaan naar Efeziërs 2. Daar schrijft Paulus over het feit dat Joden en heidenen sámen naar Vader toe worden geleid. En dat is werk van de Geest. Er staat: “En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader”[4].
Voor ons geestesoog zien wij één lange colonne van mensen. Al die godsdienstigen gaan gezamenlijk Vaders troonzaal binnen, om zich aldaar tot Hem te richten. Maar nee… – in Nederland zien wij géén gestadig groeiende stroom mensen. Integendeel. Wij zien talrijke stroompjes. Wij zien hier een clubje, en ginds nóg een groepje. Hier een ijverig collectief, en dáár een bedrijvig gezelschap.
Zulks is, op de keper beschouwd, volkomen onbestaanbaar.

Alle kinderen van God hebben één verwachting.
Die is gefundeerd in de wetenschap dat zij door de Here geroepen werden om Zijn kinderen te zijn. In Efeziërs 1 bidt Paulus dat “de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht”[5].
Al Gods kinderen richten hun blik op de toekomst. Zij staren niet voortdurend naar de kerkelijke ellende van 2013. Zij kijken verder, naar hun tweede vaderland: de hemel.
Daarbij past niet dat zij zich concentreren op de gevoelens van déze dag, déze week, déze tijd.
Gods kinderen spreken niet voortdurend over het aanzicht van de kerk in de eenentwintigste eeuw. Gods kinderen werken niet ten koste van alles aan kerkelijke eenheid. Eerbied voor Gods Woord staat voorop.

Er kan meer gezegd worden.
Want God de Vader moet, zo blijkt hierboven, de wijsheid in het hart leggen. God de Vader moet het inzicht geven.
Bij massa’s christenen ontbreekt die wijsheid. Dat inzicht is er niet.
En ik vraag: kan het zo zijn dat de Here God talloze Bijbellezers overlaat aan hun eigen filosofieën en denkbeelden, omdat zij in leer en leven Zijn Woord al te zeer ónderwaarderen?
Daarbij denk ik aan dat bekende woord uit Openbaring 22: “Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”[6].
Het komt mij voor dat de Here druk bezig is met een scheiding.
Zeg maar gerust: een schifting.

Alle kinderen van God dienen één Here.
Die Heer dienen ze in verschillende kerken. Op verschillende plekken.
Laat het duidelijk zijn: in deze gebroken wereld bivakkeren kinderen van God in verschillende kerkgenootschappen. Maar dat hoort niet zo. Dat is beslist niet goed. Dat is zondig. God roept Zijn kinderen bij elkaar.
Anno 2013 heerst er in Nederland een sfeer waarin men zegt: die kerkelijke verdeeldheid kán niet, wij moeten één zijn. Wis en zeker, dat laatste is waar. Maar waar ligt de bewéégreden voor het zoeken naar eenheid? Ten diepste blijkt die beweegreden te zijn: het aanzicht van de kerk in de wereld.
Men betoogt met welhaast zelotische ijver dat God tot eenheid roept. Intussen worden echter veel door God verboden dingen goed gepraat. Als daar zijn: ongeregelde kerkgang, samenwonen, alsmede een levensstijl waarin het persoonlijk genot nogal eens boven kerkelijk belang gaat.
In Efeziërs 4 leert Paulus zijn lezers: de band van de vrede ziet u als u samen de Here dient. Daarbij geldt een woord uit Mattheüs 7: “Niet een ieder, die tot Mij ZEGT: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie DOET de wil mijns Vaders, die in de hemelen is”[7]. Het komt op daden aan!

De eenheid van de Geest kenmerkt zich ook door één geloof.
Dat betreft het geloof in de betekenis van het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus Christus. Daar vertrouwen al Gods kinderen op. Stellig zijn zij ervan overtuigd dat daarin hun redding ligt.
De redding ligt niet in hun permanente glimlach.
De redding ligt niet in hun sociale bewogenheid.
De redding ligt niet in een op hun gemoed vallend Schriftwoord, of op iets dat daar dicht in de buurt komt.
Gelovigen bezitten garanties omtrent hun redding, vanwege Christus’ werk.

Kinderen van God hebben allen één doop ontvangen.
In onze tijd is het hoogst noodzakelijk omdat te benadrukken.
Jezus Christus heeft de doop Zelf ingesteld. In dit verband citeer ik woorden uit Mattheüs 28: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”[8].
Dat is, dunkt mij, niet te rijmen met de gedachte dat de doop een eigen keus is. Het past niet bij het idee dat de doop functioneert als onze belijdenis van het geloof. Wij weten wel dat dat laatste in baptistische kringen vaak gezegd of gesuggereerd wordt.
Laat het helder wezen: de doop betekent dat we op naam van de drie-enige God staan. De doop houdt ook in dat we ons permanent willen laten onderwijzen door Gods Woord.

God de Vader is boven allen. En door allen. En in allen.
In ons leven is Hij het hoogste gezag.
Door Zijn Geest worden wij her-vormd. Ge-reformeerd. Vernieuwd.

Nu ga ik vanuit Efeziërs 4 weer terug naar de werkelijkheid van vandaag.

De GKv zijn zoekende. Dwalende en dolende, zelfs.
Dat komt omdat zij zich teveel op zichzelf concentreren.
Zij wandelen op een route die, als u het mij vraagt, naar Nergenshuizen leidt.
Zij lopen op een weg, die weliswaar keurig geasfalteerd is, maar die veel mensen ten langen leste nietsvermoedend van Christus laat wegdwalen.

Dat noteer ik met teleurstelling.
In het kerkverband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) heb ik veel geleerd.
Nu ik op enige afstand sta te kijken, voel ik geen enkele behoefte om nog eens een gevoelige trap na te geven. Dat laat ik wel uit mijn hoofd. Ik heb daar buitengewoon weinig zin in.
Maar de waarheid mag best eens gezegd worden. Dat wel.

Bij dat alles wil ik graag opschrijven dat alle kinderen van God geroepen zijn om zich door de Heer van de kerk bij elkaar te laten brengen.
Daarom citeer ik nu de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard…”[9].

Dat is een stevige tekst.
En ja – over de vergadering van Gods kinderen, en de noodzaak van hun eendracht, is nog veel méér te zeggen dan ik hierboven heb gedaan. Ik weet het.
Maar de grote lijn van de belijdenis is, naar het mij voorkomt, wel duidelijk. De Schriftuurlijke waarheid van die belijdenis zal moeten worden verdedigd. Ook vandaag.

Noten:
[1]
“Handboek GKV: verdeeldheid over karakter kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 23 februari 2013, p. 2.
[2] Deze formulering preludeert op Galaten 1:11: “Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens”.
[3] Efeziërs 4:1-7.
[4] Efeziërs 2:17 en 18.
[5] Efeziërs 1:17-20.
[6] Openbaring 22:11.
[7] Mattheüs 7:21.
[8] Mattheüs 28:19.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.

27 februari 2013

Gods dreigen klinkt de volken tegen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In de kerk zijn wij blij met onze uitverkiezing. Wij mogen weten dat wij bij de Here horen. Iets mooiers is er in het leven niet. In de kerk zijn we blij. Er zit een gouden randje om het leven van Gods kinderen.
Maar daarmee is lang niet alles gezegd.
Want de mensen die God negeren hangt een rechtszaak boven het hoofd[1]. Dat blijkt in Joël 3[2].

De rechtszaak vindt plaats in het dal van Josafat.
Waar is dat dal?
1.
Er wordt wel gezegd dat dat de Kidronvallei is[3]. Die bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. De Kidronvallei staat doorgaans droog. In de winter zetten zware slagregens het dal onder water. Daarom legde men enkele bruggen aan. Dan kon men altijd van de ene naar de andere kant van de vallei. In Johannes 18 loopt Jezus over zo’n brug heen[4].
2.
Er zijn ook velen die de betekenis van ‘het dal van Josafat’ breder zien[5]. Het dal is de geestelijke wereld, de ontmoetingsplaats van de legermachten van God en Satan. Het dal is het slagveld. Het is de sfeer van Efeziërs 6: “ want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”[6].
De naam ‘Josafat’ betekent: Jahweh oordeelt. Die naam is veelzeggend.

De Here spreekt mensen uit Tyrus en Sidon aan. En ook bewoners van alle landstreken van Filistea.
* Tyrus en Sidon worden in de Bijbel vaak in één adem genoemd[7]. Jezus doet dat Zelf in Mattheüs 11, als hij diverse steden waar hij ongeloof ontmoette, het oordeel aanzegt. Voor Tyrus en Sidon zal het gericht draaglijker wezen dan voor Israël, laat Hij weten[8]. In Marcus 3 staat vermeld dat mensen uit die twee plaatsen plaatsen naar Jezus komen luisteren[9]. En dat terwijl het van Sidon naar de zee van Tiberias toch wel gauw twee dagen lopen was.
* Met Filistea worden de vijf Filistijnse stadstaten aangeduid; die staatjes vormden samen een soort stedenbond[10]. Tegenwoordig zijn de Filistijnen onder meer bekend vanwege hun aardewerk. In een encyclopedie is te lezen: “Uit de archeologische gegevens blijkt dat de cultuur van de Filistijnen zich in de twaalfde en elfde eeuw sterk onderscheidt van die van (…) andere volken (…) maar dat er vanaf de tiende eeuw steeds meer sprake is van culturele assimilatie aan omliggende culturen. Dit blijkt op gebieden als voeding of taal en schrift, maar ook op het gebied van de godsdienst”.
In Gods Woord blijkt dat de Filistijnen met een zekere regelmaat te maken krijgen met Gods almacht. Mozes zingt na de gebeurtenissen aan de Schelfzee:
“Volkeren hoorden het, zij sidderden;
beving greep de bewoners van Filistea aan”.
David zingt in Psalm 60:
“Moab is mijn wasbekken,
op Edom werp ik mijn schoen,
over Filistea juich ik”.
In de profetie van Jesaja komen de Filistijnen ook voorbij. Filistea is onderworpen aan Assyrië. De ontwikkelingen in Assur geven de Filistijnen aanleiding om te denken dat er aan de onderdrukking nu een eind zal komen. Vergis u niet!, zegt de Here. Want het zal nog veel érger worden: “Verheug u niet, gij gans Filistea, omdat de roede die u sloeg, verbroken is, want uit de wortel der slang zal een adder voortkomen en haar vrucht zal een vliegende draak zijn. Dan weiden de eerstgeborenen der geringen en de armen legeren zich veilig, maar uw wortel doe Ik van honger sterven en uw overblijfsel zal hij doden. Jammer, gij poort; schreeuw, gij stad; sidder, gij gans Filistea! Want uit het noorden komt rook en in de gelederen blijft niemand achter”[11].

In Joël 3 lezen we verder over mensenhandel[12].
Er staat namelijk: “…de kinderen van Juda en van Jeruzalem hebt gij verkocht aan de Ioniërs, om hen ver van hun gebied weg te voeren”.
Die Ioniërs waren Grieken. Zakenmensen uit Tyrus en Sidon hadden contacten met handelaren in Javan – dat is: Griekenland[13]. Gods volk was notabene kóópwaar geworden. Omdat de kinderen van God zo ver weg werden gebracht, waren ze ontheemd en ontworteld. Het was praktisch onmogelijk om naar het vaderland terug te keren.

De Here gaat de zaken ómkeren.
De mensen uit Juda zullen de goddelozen verkopen. Aan de Sabeeërs namelijk.
Dat zijn mensen uit Scheba[14].
Scheba: dat land kennen we van de koningin die Salomo bezocht om met zijn wijsheid kennis te maken[15]. We kennen dat gebied nu als Jemen. De mensen aldaar waren bekend vanwege hun handel in kruiden, specerijen, goud, edelstenen en wierook.

Wat kunnen we, anno Domini 2013, over Joël 3:1-8 zeggen? Laat ik een paar dingen noemen.
a. De Here God geeft een eindoordeel over de volken. Dat hoeven wij niet te geven. We mogen dat aan de Here overlaten
b. Er is sprake van regelrechte mensenhandel. Gods kinderen werden als koopwaar ‘in de etalage’ gezet. Dat gaat tegen ons gevoel voor rechtvaardigheid in. Maar zover laat de Here het soms wél komen. Daarin zit een element van straf wegens Godverlating.
c. Maar als we die mensenhandel bekijken, zien we ook hoe groot Gods almacht is. Waar Zijn kinderen zich ook bevinden, Hij brengt hen uiteindelijk tóch naar Sion. Want Hij is trouw aan Zijn verbond.
d. Dat patroon komen we in de Bijbel vaker tegen. Ten diepste zien we daarin de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden. Het Bijbelboek Esther is een sprekend voorbeeld van satanische oppositie.
e. Ook vandaag doet de duivel zijn best om Gods werk af te breken. Maar door alles héén mogen we het repeteren: wij horen bij de Here; iets mooiers is er in het leven niet!

Noten:
[1]
De titel boven dit artikel is ontleend aan Psalm 9:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek):
“Zo hebt U, HEER, naar heilig recht,
voor ieders oog mijn zaak beslecht.
U hebt de rechterstoel bestegen,
Uw dreigen klonk de volken tegen”.
[2] Volgende week woensdag, 6 maart 2013, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zal Joël 3 centraal staan. Dit artikel is een resultaat van enige voorstudie over Joël 3:1-8. Een ingekorte en bewerkte versie van dit artikel zal ook het eerste deel zijn van een inleiding die ik tijdens de bovengenoemde vergadering hoop voor te lezen.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/K/Kidrondal/241/ .
[4] Johannes 18:1: “Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron…”.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.hetkoninkrijkderhemelen.info/?page_id=24647 .
[6] Efeziërs 6:12.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/T/Tyrus%20en%20Sidon%20/688/ .
[8] Mattheüs 11:20-22: “Toen begon Hij de steden, waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden: Wee u, Chorazin, wee u, Betsaïda! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u”.
[9] Marcus 3:7 en 8: “En Jezus trok Zich met zijn discipelen terug naar de zee. En een talrijke menigte uit Galilea ging mede. Ook uit Judea en uit Jeruzalem en uit Idumea en het Overjordaanse en de streken van Tyrus en Sidon kwam een talrijke menigte tot Hem, daar zij hoorden, hoeveel Hij deed”.
[10] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://nl.wikipedia.org/wiki/Filistijnen .
[11] Achtereenvolgens citeer ik Exodus 15:14, Psalm 60:10 en Jesaja 14:29 en 30.
[12] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1013.pdf .
[13] Zie ook Ezechiël 27:13 en 14, waar over Tyrus gezegd wordt: “Javan, Tubal en Mesech handelden met u; slaven en koperwerk leverden zij voor uw koopwaar. Uit Beth-Togarma leverde men paarden, rijdieren en muildieren voor uw waren”.
[14] Zie http://www.christipedia.nl/Artikelen/S/Scheba .
[15] Zie 1 Koningen 10:1-10.

26 februari 2013

Ons gebed markeert de weg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In ons gebed roepen wij God aan. Dat is logisch. We weten best wat bidden is.
Toch is de omschrijving die de Heidelbergse Catechismus van bidden geeft wat minder eenvoudig.
Het is zo “dat wij alleen de enige ware God, die Zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen”[1].

Eén van de Bijbelteksten waar de Catechismus dan naar verwijst is Openbaring 19:10. Dat vers staat in een perikoop die gaat het over de bruiloft van het Lam.
Daar klinkt een krachtige stem. Alsof er een waterval klatert. Alsof er een zwaar onweer aan de gang is. Het is een heel bijzondere combinatie.
De Here God heeft, zo klinkt het, de troon bestegen. De Koning heeft de macht overgenomen. En Zijn bruid, de kerk, is er klaar voor om Hem in Zijn regeringswerk bij te staan. Daarom wordt het tijd voor feestelijkheden die hun weerga in de ganse wereldgeschiedenis niet kennen.
De kerk heeft een prachtige witte bruidsjurk aan. Het is een uniek kledingstuk, waarvan er maar één in de wereld is. Het is een jurk die helemaal gemaakt is van rechtvaardigmakingen.
De N.B.G.-vertaling uit 1951 spreekt van de rechtvaardige daden der heiligen. De Statenvertaling heeft het over rechtvaardigmakingen. Met het gebruik van dat woord wordt duidelijk dat de schoonheid van de kerk aan de Héiland te danken is. De kerk heeft niet aan haar eigen reinheid gewerkt. Dat heeft de Here Jezus Christus gedaan.
Johannes moet, zo luidt de instructie, opschrijven dat genodigden voor de bruiloft zalig zijn.
Daarop gaat Johannes bidden. Hij richt een gebed tot de omroeper.
Maar die omroeper protesteert. U moet, zo zegt hij, bidden tot God. Want, zegt hij, ik ben in rang en stand gelijk aan u. U moet de Regent van deze wéreld eren!
Met die verwijzing naar Openbaring 19 leren wij in ieder geval:
* met ons gebed komen we bij God
* met ons gebed komen we bij onze Bruidegom
* met ons gebed doen we een beroep op onze Heiligmaker
* met ons gebed bereiden we ons in feite voor op de zaligheid
* met ons gebed bereiden we ons voor op een altijddurende regeertaak.

De Bijbel ademt vanaf het begin tot aan het einde de sfeer van het verbond[2]. Preciezer gezegd: van een huwelijksverbond. De Schrift begint er mee. De vreugde van Adam bij het zien van zijn vrouw kunnen we beschouwen als een bruiloftsfeest: “Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin heten, omdat zij uit de man genomen is”[3].
Het gaat ván een ingetogen feestje in Genesis 2 náár het grootse gala van Openbaring 19. De huwelijkstrouw die Gereformeerde mensen in hun dagelijks leven tonen zijn stuk voor stuk markeringspunten op de weg naar de zaligheid toe.

Het huwelijk is een beeld van Gods verbondstrouw.
Maar er is meer te zeggen.
Immers: sommige mensen trouwen op aarde nooit. Ze zijn levenslang alleen gaand.
In sommige huwelijken worden nooit kinderen geboren. De beide echtelieden blijven met hun tweeën.
Als er wel kinderen komen, zijn daar nogal eens problemen mee. Karakterologische problemen. Misschien is er sprake van een homofiele geaardheid, die levenslange strijd oplevert.
Sommige huwelijken lijken slechts gebrokenheid te tonen. De chemie is weg. De liefde die ooit als een vuur laaide, is vandaag aan de dag diep weggeborgen.
En dan er zijn de huwelijken die eindigen doordat één van de echtelieden overlijdt. Hoeveel weduwnaren zijn er niet die elke dag het verdriet voelen schrijnen? Wat zijn er veel weduwen die, soms in de kleine dingen en op onverwachte momenten, hun man missen!
Welnu, de Bruidegom zegt tegen ons allemaal: maak u gereed voor de bruiloft. Het wordt een heerlijk feest. Groots. Meeslepend. Eeuwig!
In welke omstandigheden wij ook verkeren…
Als wij pas getrouwd zijn…
Als wij getrouwd zijn, en kinderen hebben…
Als wij kinderloos blijven…
Als wij nooit zullen trouwen…
Als wij getrouwd geweest zijn…
altijd is er de mogelijkheid van het gebed. De Bruidegom staat dag en nacht klaar om onze gebeden te ontvangen. Onze gebeden zijn markeringspunten op de weg naar de bruiloftszaal.
En Hij zegt: Ik geef u te Mijner tijd hemelse kleding. Die kleding is zó oogverblindend mooi, dat geen aardse modeontwerper die bedenken kan.

Johannes gaat in Openbaring 19 bidden.
Maar dat gebed wordt onderbroken.
Johannes hoort: “Ik ben een mededienstknecht van u en uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie”[4].
Het getuigenis van Jezus, dat is de moeite van de aanbidding waard. Wat bedoelt de sprekende hemelboodschapper daar eigenlijk mee[5]?
Misschien doelt hij op het getuigenis dat Jezus geeft.
Meer waarschijnlijk is dat het gaat over het getuigenis dat gelovigen over Jezus geven. Dan gaat het bijvoorbeeld om de mensen die vanwege hun prediking vervolgd en gedood zijn – zie Openbaring 6. En om de twee getuigen die in Openbaring 11 vermoord worden als hun preekwerk gereed is. Wij kunnen denken aan de enorme energie die van dat getuigenis uitgaat; in Openbaring 12 wordt zelfs de dúivel ermee overwonnen[6].
Het is kenmerkend voor de Geest van de profetie om getuigenissen over de Here Jezus Christus door te geven. Dat is, om zo te zeggen, een voltijdbaan. Hij heeft er dagwerk van.
Dat getuigenis ontmoet tegenstand. Predikers van het Woord worden er om gedood. Maar zelfs als dat gebeurt, blijkt de kracht van de prediking van dat Woord nog ongebroken!

Ware gelovigen krijgen in de hemel een gereserveerde plaats in de nabije omgeving van Jezus Christus. Zij krijgen een definitieve woonplaats nabij het Woord.
In deze wereld vergaderen zij al rondóm dat Woord. In deze wereld bidden zij. En zij prijzen de keus van hun Heer: hun uitverkiezing voor het eeuwig leven.
Die ware gelovigen mogen het zich realiseren: ieder gebed is een markeringspaal op de weg naar de hemel.

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 45, antwoord 117.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: M.M. van Campen, “Zalige geroepenen” – meditatie over Openbaring 19:9. In: ‘De Waarheidsvriend’ jg. 96, nr 7 (14 februari 2008), p. 3. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012e4e61709870c2c3783e45/zalige-geroepenen/0 .
[3] ‘Genesis 2:23.
[4] Openbaring 19:10.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[6] Zie Openbaring 6:9: “En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden”. En ook Openbaring 11:7: “En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden”. En Openbaring 12:10, 11 en 12: “En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen…”.

25 februari 2013

Sacramenteel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De preek moet sacramenteel zijn.
Dat heeft dr. A.J. Plaisier gezegd. Plaisier is, zoals bekend, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland.
Met dat woord ‘sacramenteel’ wordt bedoeld: “het moment in de eredienst waarop het meest iets van de andere kant komt”.
“We roepen de naam van de Heere aan en dan beginnen we te spreken. Een preek is niet een min of meer acceptabel praatje voor mensen die het ook niet meer weten. We zijn in de kerk. We zijn hier samengeroepen door de Heere Zelf. Daarom is preken een heilige dienst”.
Veel preken zijn eigenlijk verhaaltjes, constateert de kerkleider. En dat is laakbaar. “Een preek heeft te maken met heil, omdat het in de preek gaat over God en over wie God voor ons is en wat God voor ons doet. Aldus dr. Plaisier. ‘Als een preek daar niet over gaat, wordt het gebabbel. De preek vertelt ons niet alleen over wie God is en wat Hij heeft gedaan, maar is daar zelf ook een stukje van. God verzoent Zich met ons, maar door de verkondiging gebeurt dat ook. We raken ervan overtuigd. We beginnen te begrijpen wat het betekent om een verzoend leven te leiden’”[1].

Preken zijn geen praatjes.
In preken wordt Gods Woord verkondigd. Preken, dat is een heilige dienst.
Dat spreekt mij aan.
Daar houd ik van.

Hierboven valt het woord ‘sacramenteel’.
Dat is een niet zo vaak gebruikt woord.
Als ik het goed weet wil men ermee zeggen dat het door God aangeboden heil door Zijn kracht ons leven binnen komt.
Gereformeerden weten het wel: de Geest van Christus kerft het Evangelie in hun leven in. Hun bestaan krijgt eeuwigheidswaarde door het schitterende ‘houtsnijwerk’ van Gods hand in hun hart.
“Hij dringt”, zeiden Gereformeerde geleerden in Dordrecht, “door tot in het diepst van de mens met de krachtige werking van diezelfde Geest, die wedergeboorte werkt; Hij opent het gesloten hart, Hij maakt het harde zacht, Hij besnijdt het onbesnedene, Hij vernieuwt de wil: van dood maakt Hij hem levend, van slecht goed, van onwillig gewillig, van weerbarstig gehoorzaam. Hij brengt de wil zover en geeft deze zoveel kracht, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen”[2].

Laat ik maar eerlijk zeggen dat mij dat woord ‘sacramenteel’ toch een beetje tegen staat.

Waarom?
Sacramenteel betekent: door bemiddeling van Gods Geest.
Maar het woord ‘sacrament’ betekent in onze eeuw vaak óók: teken, signaal. Het betekent, in onze beleving, vaak óók: beeld.
Edoch, de preek is niet het téken van de werking van Gods Geest. En de preek is niet de áfbeelding van de manier waarop de Heilige Geest Zijn werkt doet. De verkondiging van het evangelie is het precisie-instrument waarmee de Heilige Geest het geloof in ons hart werkt. De predicatie is Zijn hoogwaardig geréédschap. De preek is Zijn wonderbaarlijk wérktuig.
De preek is geen symbool van Goddelijke activiteit.
De preek is het werkmateriaal zelf.
Laten wij niet te kort door de bocht gaan. Als het om deze zaak gaat, moeten wij nauwkeurig formuleren. Voor wij ´t weten, zitten er diverse misverstanden omheen!

Het is goed om in dit verband een accentverschil tussen Maarten Luther en Johannes Calvijn te benoemen. Iemand legde dat verschil eens op de volgende manier uit.
Bij Luther zijn Woord en Geest onverbrekelijk verbonden. “In, met en onder het mensenwoord van de prediker voltrekt zich Gods Woord, en het komt eropaan daarop te vertrouwen wanneer je in de kerk zit.
Bij Calvijn is er meer het besef dat de Geest er toch echt wel bij moet komen wil er werkelijk van heilsbemiddeling sprake zijn. De Geest werkt niet ‘per verbum’, Hij zit niet in het Woord opgesloten, maar ‘cum verbo’, Hij gebrúíkt het Woord; maar niet automatisch, want de Geest is soeverein, Hij waait waarheen Hij wil. Het gaat niet automatisch goed wanneer de Schriften opengaan en er gepreekt wordt, de Geest moet er echt wel bij komen”[3].

Van de noodzaak van die Geestelijke werkzaamheid moeten wij, dunkt mij, goed doordrongen zijn.
Vandaag de dag bestaat de tendens om veel gebeurtenissen in kerkdiensten als ons ritueel te zien. Dus: als onze manier van doen. Zeg maar: onze gewoonten bij het dienen van God.
Een voorbeeld daarvan is de handoplegging nadat jonge mensen belijdenis hebben gedaan. Zo’n handoplegging komt in veel kerken voor. Voordat je ’t weet wordt zo’n gebaar beschouwd als ons symbool van de gave van Gods Geest. En dat terwijl Gods zégen wordt doorgegeven. Calvijn zei al: laten we voorkomen dat het doen van belijdenis een sacrament wordt[4] .
Zo moeten wij er ook voor waken dat de préék ‘ons’ sacrament wordt. Een door ons bedacht ritueel. Een manier van doen in onze kerk.
In en door de preek is Gods Heilige Geest aan het werk. Er is, om zo te zeggen, sprake van koortsachtige activiteit.

Ik schreef het hierboven al: dat woord ‘sacramenteel’ staat mij een beetje tegen.
Dat komt ook omdat het woord, wat mij betreft, een beetje ruikt naar de theologie van Karl Barth.
Iemand typeerde de Barthiaanse leer over Jezus eens zó: Barth “zag de doop en het avondmaal niet als een sacrament of een mysterie. ‘Voor hem is er maar één sacrament of mysterie, namelijk Jezus Christus. De sacramenten van de kerk roepen niet een nieuw mysterie in het leven, ze geven slechts een antwoord op dat mysterie’”[5].
Verder redenerend kan men tot de conclusie komen dat in de preek een sacrament bij de kerkmensen komt. Dan wordt de preek sacramenteel omdat Jezus daar op d’een of and’re manier in present is; voor de luisteraars kan Hij, als het meezit, op allerhande manieren zichtbaar worden. Zo wordt de preek binnen de kortste keren een mysterieus ritueel. Zo wordt de preek heel gauw met allerlei raadseltjes omgeven.
Ziet u hoe dat alles de verkeerde gaat op gaat? Immers: wie zo spreekt, vergeet zomaar dat Jezus Christus een Persoon is. Hoogstpersoonlijk kwam Hij op aarde om te redden wie in Hem geloven.

Als er in de kerk wordt gepreekt, wordt daar Geestelijke arbeid verricht.
Om het met de Dordtse Leerregels te zeggen: “Nu heeft het God behaagd zijn genadewerk in ons te beginnen door de prediking van het evangelie. Evenzo wil Hij het instandhouden, voortzetten en voltooien door het laten horen, lezen en overdenken van het evangelie, door aansporingen, dreigementen, beloften en ook door het gebruik van de heilige sacramenten”.
Graag cursiveer ik uit bovenstaand citaat één lettergreep. De onderwijzers uit Dordt spreken over Goddelijk genadewerk.

Laat het duidelijk wezen: de Heilige Geest moet er hard aan trekken om Zijn grote werk in onze levens klaar te krijgen.
De preek is geen toverkunstje. En ook geen goocheltrucje.

Noten:
[1]
“Plaisier: preek moet sacramenteel zijn”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 21 februari 2013, p. 2.
[2] Zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11.
[3] “Prediking heeft een sacramenteel karakter”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 20 april 2007, p. 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbfdc9beb2dcef39ff144/prediking-heeft-een-sacramenteel-karakter/0 . De exegeet is prof.dr. G. van den Brink.
[4] Zie: H. van den Belt, “Belijdenis van de waarheid vereist geloof”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 7 april 2012, p. 11.
[5] Zie “Vaak weinig kennis over Avondmaal”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 maart 2011, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/0134b4545890093884b399ec/vaak-weinig-kennis-over-avondmaal/5 .

22 februari 2013

De fout van Tommy Osborn

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Op donderdag 14 februari 2013 overleed de Amerikaanse evangelist Thomas Lee Osborn. Wereldwijd was hij bekend om zijn genezingsdiensten. Die zijn ook in Nederland gehouden; in 1958, en in 1976. Osborn legde veel nadruk op genezing en duivel-uitdrijving. Het evangelie van Christus die onze zonden op zich nam kwam enigszins op de achtergrond te staan[1].
De genezingsdiensten van deze prediker kunnen worden beschouwd als het moment waarop de evangelische beweging in ons land voet aan de grond kreeg.
De aanpak van Osborn was echt Amerikaans: opvallend, in alles overdreven en zo geestdriftig dat de werkelijkheid bijkans uit het oog verloren werd. De organisatie Osborn Ministries International heeft dertigduizend zendelingen uitgezonden; naar men zegt zijn er meer dan 150.000 kerken gesticht. Osborn is in tachtig landen geweest. Zijn boeken zijn in 132 talen vertaald[2].
Veel later – het was in 1986 – werd op de Generale Synode van de Gereformeerde kerken (synodaal) verwezen naar de activiteiten van deze bevlogen evangelieprediker: “Niet weinigen zijn blijven zitten met de vraag of de door sommigen ervaren helende zegen, wel opweegt tegen de bij anderen vaak toegebrachte schade door gewekte en daarna gebroken verwachtingen”[3].
De evangelist Jaap Fijnvandraat (1925-2012) schreef eens: “Van Osborn heb ik verslagen van zijn campagnes via de radio en krantenberichten gevolgd en ik durf rustig te stellen dat het gebakken lucht was. In de krant stond destijds een verzuchting van het verplegend personeel van de psychiatrische inrichting in Zuidlaren. Zij klaagden dat Osborn in Groningen was geweest maar dat zij met de brokken zaten van mensen die geestelijk totaal ontwricht waren”[4]. Daar is geen woord Frans bij, lijkt mij.

De activiteiten van Osborn staan niet op zichzelf[5].
In Engeland stelde aartsbisschop Temple in 1946 een “kerkelijke raad voor genezing” in. Die raad was oecumenisch van karakter; er zaten niet alleen Anglicanen in.
In januari 1950 zette een Indiër, getooid met de naam Sadhu Lam Jevaratnam, voet op Nederlandse bodem om alhier het Evangelie te verkondigen. Die Indiër beschikte, zei hijzelf, over bijzondere krachten.
In het West-Duitse Wuppertal was de fabrikant Hermann Zaiss leider van een opwekkingsbeweging  waarin gebedsgenezing een belangrijke rol speelde.
In een golf kwam de gebedsgenezing Europa binnen. De evangelische beweging spoelde als een bruisende zee over Nederland heen.
In onze tijd hebben we nog steeds met diezelfde beweging te maken. Natuurlijk, de evangelischen hebben allerlei ontwikkelingen doorgemaakt. Maar toch.
Wie de geschiedenis van kerk en wereld bekijkt, ontdekt dat Thomas Osborn deel uitmaakt van een energie van dwaling. Het komt mij voor dat we hier ten diepste met een satanische kracht van doen hebben.
De vraag die op de kerk afkomt is: wilt u, in alle dingen van het leven, helemaal van uw Schepper afhankelijk zijn? Anders gezegd: zijn wij bereid om heel ons leven in handen van de Verbondsgod te leggen?

Wat doet de satan? Hij brengt mensen bij elkaar die christelijk lijken te leven. Heel véél mensen. Kenners zeggen dat er wereldwijd wel 500 miljoen aanhangers van de Pinksterbeweging zijn.
In 2007 schreef iemand dat in ons land een kleine 300 migrantenkerken van Pinkstersignatuur zijn; die hebben samen meer dan 25.000 leden[6]. Ik weet wel: het gaat te ver om al die mensen over een kam te scheren. Maar het is duidelijk dat de Pinksterbeweging zijn duizenden verslaat.
Enthousiasme en daadkracht bepalen in veel Pinkstergroeperingen het beeld. Massa’s ándere kerkmensen kijken er naar. En hun mond valt open. ‘Dat willen wij ook’, roepen zij. Zij lopen de kerk uit en sluiten zich aan bij een evangelische gemeente.
Maar daar blijkt vaak dat je altijd blij moet zijn.
Daar blijkt niet zelden dat je van alles moet doen om je christen-zijn in de praktijk te brengen.
Gereformeerden moeten goed vasthouden dat het geloof niet uit het wonder is. Het geloof is ook niet uit de geestdrift. Het geloof is niet uit de menselijke daadkracht. Het geloof is uit het horen. Geloof is: luisteren naar het Woord van God, en vervolgens doen wat Hij gebiedt. Daarbij moet duidelijk zijn dat ons geloof een gáve is. Geloof genereren wij niet zelf. Geloof ontvangen wij van de Heilige Geest. Iemand typeerde het zó: “Het gaat ook om het toenemen in genade en kennis van de Heere Jezus, de doop in de Heilige Geest, de zekerheid van het geloof!”.

Door de jaren heen hebben heel wat mensen verbijsterd gekeken naar mirakels van gebedsgenezing en andere wonderen.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken[7]. Johannes Calvijn, de bekende reformator, heeft er al op gewezen dat de ziekenzalving en gezondmaking in Jacobus 5 voorkwamen ”zo vaak en zo lang Hij wist dat het nuttig was”. De kern van de zaak zit ‘m echter in het werk van de Heilige Geest.
Dr. W. Balke noteerde omtrent deze zaak eens: “De ziekenzalving is geen sacrament dat in de kerk altijd gebruikt zou moeten worden. Het is in de apostolische tijd geen geneesmiddel (…) geweest, maar het was een teken waarvan de waarheid slechts een tijd geduurd heeft en het teken zelf was ook tijdelijk. Wat blijvend is, is het gebed. God heeft Zijn belofte met het gebed verbonden. De uiterlijke handeling (…) van de zalving was slechts bijkomend”.
Wonderen zijn, om zo te zeggen, aanhangels van de leer omtrent ons heil. Johannes Calvijn schreef: “daaruit volgt dat de heilige orde van God wordt omgekeerd als zij (= de wonderen) worden losgemaakt van het Woord waarbij zij behoren en zij worden meegesleurd om de goddeloze leer te versieren en om schandelijke gebruiken of rituelen te bedenken”.

God wil de ziekte niet.
Dat schreeuwden Tommy Osborn en zijn medewerkers. Zo hard mogelijk. En zo vaak mogelijk.
Heel wat mensen waren onder de indruk. Maar van herstel was geen sprake.

Tommy Osborn: hij is, wat mij betreft, een schoolvoorbeeld van iemand die de almachtige God voor zijn karretje wilde spannen.
De Here Jezus leerde ons: “Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of vrouw of broeders of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods, of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven”[8].
Wie de Heiland volgt, ontvangt in de kerk heel veel broeders en zusters.
Wie de Heiland volgt, ontvangt het uitzicht op eeuwig leven.
Die geloofskennis is voor de ware gelovige genoeg.

Noten:
[1]
In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/amerikaanse_evangelist_t_l_osborn_overleden_89_1_716383 .
[2] Zie hierover ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_Lee_Osborn .
[3] Zie: Willem Bouwman, “Geloof maakt het hele leven beter – in memoriam T.L. Osborn (1923-2013)”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 19 februari 2013, p. 2.
[4] Zie http://www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=238 . Zie voor meer informatie over J.G. Fijnvandraat http://nl.wikipedia.org/wiki/Jaap_Fijnvandraat .
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer: P. Jongeling, “Woord en Wandel”. – Stichting Gereformeerd Gezinsblad, 1958. – p. 62, 63. Graag breng ik op deze plaats publiekelijk dank aan br. S. van Ackooij te Amersfoort. Hij attendeerde mij op de uiteenzetting van Jongeling over gebedsgenezing.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: I.A. Kole, “Toen de Kracht Gods op mij viel”. In: Gereformeerd Weekblad, jg. 108, nr 44 (16 november 2007), p. 4, 5 en 6. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012de1760d15992f8699fe42/toen-de-kracht-gods-op-mij-viel/7 .
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. W. Balke, “Het wonder in de Bijbel”. In: De Waarheidsvriend, jg. 95 nr 20 (18 mei 2007), p. 10 en 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012e4e4d3859b62587745b8a/het-wonder-in-de-bijbel/9 .
[8] Lucas 18:29 en 30.

21 februari 2013

De aanvechtingen van dominee Beute

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Dominee A.W. Beute twijfelt soms.
En niet zo’n klein beetje ook.
Afgelopen maandag, 18 februari, kwam de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant aan het woord op het Christelijk Informatie Platform, te vinden op http://www.cip.nl[1].

Dat artikel heb ik – dat stel ik voorop – met een zeker mededogen gelezen.
Natuurlijk hebben wij állen wel eens vragen. Wij állen zouden soms willen dat God heel veel dingen anders deed.
Maar het punt bij dominee Beute vind ik dat die twijfel zo existentieel is. De vertwijfeling doortrekt bij tijd en wijle heel het wezen van de predikant. Ongetwijfeld (!) levert dat een geweldige strijd op. Ik stel mij voor dat de dominee het gevoel heeft dat het leven bij tijd en wijle ten diepste niet nuttig is. Het leven is, zo lijkt Beute soms te denken, nergens voor nodig.
Dat moet vreselijk zijn.
De uitlatingen van dominee Beute wekken medelijden op.

Maar wat mij aangaat houdt het daarmee niet op.
De vraag is wat de mensen op het kerkplein met de uitspraken van Beute áán moeten.
Wat kunnen zij ervan leren?

Kortom: wat moeten wij doen, en wat moeten wij laten?

Laat ik beginnen om enig kort commentaar te geven bij de gedachten die de twijfelende predikant ventileert.
In het onderstaande citeer ik eerst dominee Beute. Vervolgens treft u enkele notities aan van mijn hand.

1.
Dominee Beute zegt: “Ik heb vaak het gevoel dat God er niet is. Het is dat het zo’n geweldig goed verhaal is. Ik heb een paar keer geprobeerd niet te geloven in God. Maar dat lukte me niet”.
* Vergun mij te zeggen dat ik dergelijke verhalen wel eens vaker hoor. Mensen zeggen: ik wil eens kijken wat er gebeurt als ik God een tijdje los laat.
Mijn advies: werk dit soort gedachten nooit meer uit. Dergelijke gedachten leiden van God af. Ban dergelijke denkbeelden uit! Zeg maar gewoon dat God dergelijke ideeën bij Zijn kinderen niet wil bemerken. Spreek uzelf streng toe.
En vraag u maar eens af waarom de kerk en het geloof nimmer van het wereldtoneel verdwijnen.

2.
“Ik vind geloven best lastig. Wanneer ik praat met andere mensen kan ik me vaak voorstellen dat mensen niet in God geloven. Soms zeg ik dat ook wel eens in preken. Dan reageren mensen me wel dat dat hen helpt. Voor mij is geloven in God moeilijk. Want geloven is op een bepaalde manier naar dingen kijken. Je kunt naar de wereld kijken alsof God er niet is; alsof het heelal leeg is, alsof de Bijbel een inspirerend boek is – en meer niet, en het bij de dood gewoon ophoudt. Dat kan ik me goed voorstellen. Want soms kijk ik dus zo naar de wereld, zit ik als het ware in een andere modus. Dan denk ik: ‘Het is allemaal onzin. Kom op zeg, waar hebben we het over? Heel soms heb ik dat ook op de kansel. Ik kan me nog herinneren dat ik in Friesland een keer preekte, op de kansel stond en dacht: ‘Waar doe ik dit allemaal voor?’”.
* Geloven is lastig. Nou en of. Dat wil zeggen: geloof gaat met strijd gepaard. Natuurlijk is het zo dat men soms het idee kan hebben in een andere modus te zitten.
Maar ware gelovigen kennen het Woord van God. En zij weten dat God zegt: in de ogen van goddelozen zijn kerkmensen dwaas; maar met Mijn Geestelijke energie ga Ik de wereld beschamen.
Met andere woorden: de kracht van de wereld gaat teniet. Dat heeft de Schepper van hemel en aarde belóófd. Kijkt u maar in 1 Corinthiërs 1[2].

3.
“Als ik over die enorme afstanden lees tussen sterren, en over de grootte van de kosmos, dan vind ik het moeilijk om mij voor te stellen dat God naar die speldenknop is gekomen, de aarde. Hoe moet ik geloven dat Die God mens is geworden op dat ene kleine stukje aarde? Want als ik dat op mij laat doordringen of probeer te begrijpen dan begint het echt te duizelen”.
* De dominee hóeft zich helemaal geen beeld te vormen over God Die als mens naar de aarde kwam. Is geloven nu juist niet een stellig weten en een vast vertrouwen zonder dat men God in Diens ogen ziet?
Job zei het al:
“Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen,
ja, wonderen zonder tal”[3].
Onze taak is niet om de daden van God volkomen te doorgronden. Wij mogen en moeten ze, al of niet met open mond, bewónderen. Wij behoren Hem te loven en te prijzen!

4.
Geloven is voor dominee Beute buitengewoon ingewikkeld.
Inmiddels heeft hij dat van zichzelf geaccepteerd.
“Ik heb dat nu aanvaard. Ik denk dat God mij dat niet kwalijk neemt. In de Bijbel kom je ook veel mensen tegen die twijfelden aan God. Aan Zijn goedheid, Zijn rechtvaardigheid, of je Hem wel kunt vertrouwen. Dus wat is dan het probleem dat ik twijfel aan God? God is groter dan mijn geloof. Hij kan wel tegen een stootje wanneer ik tegen Hem zeg dat ik aan Hem twijfel. Natuurlijk staan er wel teksten in de Bijbel die gaan over ongeloof. Maar ik denk dat die meer gaan over ongeloof als excuus om niet je hele hart aan God te geven. Zo van: ‘Ik weet het allemaal niet zeker; dus zolang ik het niet zeker weet leef ik niet voor God.’ Dan wed je op twee paarden. Dat pikt God niet. Twijfel mag geen excuus zijn om niet helemaal voor de Heere Jezus te leven. Ik denk dat ik ondanks mijn twijfel wel helemaal voor Jezus wil leven”.
* Dominee Beute denkt dat hij voor Jezus leven wil.
Laat men het mij niet kwalijk nemen: van zo’n zin, met een vleugje onzekerheid en een snufje reserve, word ik een beetje narrig. Het is veel beter om duidelijk en zonder omwegen te zeggen dat je de Here dient. U en ik mogen ons in die zekerheid óefenen. Geloven mogen we doen met overtuiging. En met passie.
Iets ánders is dat die godsdienst vol tekortkomingen zit. De smet van zonde en schuld zit diep in ons leven. En hoe ouder je wordt, hoe vaker je ontdekt dat je geheel en al van Zijn verkiezende genade afhankelijk bent.

5.
Ondanks zijn geloofsmoeilijkheden leeft dominee Beute in majeur.
“De boodschap van het Evangelie is te mooi om niet waar te zijn. Ik hou teveel van de Heere Jezus om niet in Hem te geloven. Maarten Luther zei zoiets als: ‘Ik ben liever met Jezus in de hel, dan dat ik zonder Hem in de hemel kom.’ Ik kan niet meer zonder Jezus”.
* Laten wij blij zijn met de Here!
Het is onze taak om te leven tot Gods lof.
Dat wil niet zeggen dat wij op alle vragen heldere antwoorden hebben. Nee, dat is niet zo.
Maar ware gelovigen mogen wel proclameren dat zij onderweg zijn naar een heerlijke toekomst met God. Daar zullen ze hun Heer in volmaaktheid dienen.

Tot zover mijn korte commentaar.
Nu maak ik nog een drietal kanttekeningen.

Allereerst moet, denk ik, opgemerkt worden dat de Here ons geloof beproeft[4]. Hij tést het, zeg maar. Dat doet hij soms ook door allerlei beproevingen heen.
Adam en Eva worden in Genesis 2 getest via het zogenaamde proef-gebod: “En de HERE God legde de mens het gebod op: van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”[5].
In Genesis 22 wordt Abraham getest: hij moest zijn zoon Isaäk offeren[6].
Ook in 2013 kan de God van het verbond een dergelijke test bij Zijn kinderen doen.
Maar daar komt nog iets bij. Op het ogenblik dat de Here met beproevingen komt ziet de satan zijn kans schoon. Als het een beetje wil, maakt hij onmiddellijk gebruik van allerlei zondige verlangens die mensen kunnen hebben. De “zuiging en verlokking zijner eigen begeerte”, heet dat in Jacobus 1[7].

Een andere opmerking die ik nog maken wil, is deze.
Het is, in zekere zin, moedig van dominee Beute om met zijn twijfels naar buiten te komen. Toch ben ik er niet zo gelukkig mee. Met zulke twijfels gaat men immers snel koketteren. Zo van: ‘laten we er maar open over zijn, want de Here vindt het vast niet erg’.
Het aanhoudend praten over twijfels en onzekerheden hélpt op de lange termijn niet.
Persoonlijk ben ik er voorstander van dat de dominee met zijn diep-existentiële aarzelingen naar Vader in de hemel gaat. Trouwens, in Efeziërs 6 schrijft Paulus ook: “…neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen”[8].
Laat de dominee maar voor zichzelf bidden. En ook voor alle heiligen die hij hoeden moet!

Tenslotte nog het derde.
Wie over de Here God spreekt, heeft het over de Machthebber van hemel en aarde. Over de Man met een groots plan.
Hij koos mensen uit. En Hij geeft hen in Zijn schepping een buitengewoon belangrijke plaats. Om dat te illustreren, ga ik nog één keer terug naar Jacobus 1: “Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen”[9].
Jazeker: het gaat ons duizelen als wij die dimensies willen omvatten en doorgronden. Laten wij dat maar niet gaan doen.
Ons blijft maar één ding over: aanbidding van de Here God. Uiteindelijk zullen kinderen van God uit héél de wereld daartoe overgaan. Psalm 22 tekent ons dat zo:
“Dan wordt erkend de grootheid van de HEER.
De hele aarde keert dan tot Hem weer.
En alle volken knielen voor Hem neer
met eerbewijzen.
Zij zullen God als Heer der volken prijzen.
Gods koninkrijk zal dan in glans verschijnen.
Uit alle volken brengen Hem de zijnen
hun huldeblijk”[10].

Noten:
[1]
Zie http://www.cip.nl/artikel/33858/Ik-twijfel-aan-het-bestaan-van-God .
[2] 1 Corinthiërs 1:26-31: “Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God. Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: wie roemt, roeme in de Here”.
[3] Job 9:6.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/565 , http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/569 en http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/573 .
[5] Genesis 2:16 en 17.
[6] Genesis 22:1-19.
[7] Jacobus 1:13, 14 en 15: “Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort”.
[8] Efeziërs 6:17 en 18.
[9] Jacobus 1:16, 17 en 18.
[10] Psalm 22:13 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.