gereformeerd leven in nederland

21 februari 2013

De aanvechtingen van dominee Beute

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Dominee A.W. Beute twijfelt soms.
En niet zo’n klein beetje ook.
Afgelopen maandag, 18 februari, kwam de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant aan het woord op het Christelijk Informatie Platform, te vinden op http://www.cip.nl[1].

Dat artikel heb ik – dat stel ik voorop – met een zeker mededogen gelezen.
Natuurlijk hebben wij állen wel eens vragen. Wij állen zouden soms willen dat God heel veel dingen anders deed.
Maar het punt bij dominee Beute vind ik dat die twijfel zo existentieel is. De vertwijfeling doortrekt bij tijd en wijle heel het wezen van de predikant. Ongetwijfeld (!) levert dat een geweldige strijd op. Ik stel mij voor dat de dominee het gevoel heeft dat het leven bij tijd en wijle ten diepste niet nuttig is. Het leven is, zo lijkt Beute soms te denken, nergens voor nodig.
Dat moet vreselijk zijn.
De uitlatingen van dominee Beute wekken medelijden op.

Maar wat mij aangaat houdt het daarmee niet op.
De vraag is wat de mensen op het kerkplein met de uitspraken van Beute áán moeten.
Wat kunnen zij ervan leren?

Kortom: wat moeten wij doen, en wat moeten wij laten?

Laat ik beginnen om enig kort commentaar te geven bij de gedachten die de twijfelende predikant ventileert.
In het onderstaande citeer ik eerst dominee Beute. Vervolgens treft u enkele notities aan van mijn hand.

1.
Dominee Beute zegt: “Ik heb vaak het gevoel dat God er niet is. Het is dat het zo’n geweldig goed verhaal is. Ik heb een paar keer geprobeerd niet te geloven in God. Maar dat lukte me niet”.
* Vergun mij te zeggen dat ik dergelijke verhalen wel eens vaker hoor. Mensen zeggen: ik wil eens kijken wat er gebeurt als ik God een tijdje los laat.
Mijn advies: werk dit soort gedachten nooit meer uit. Dergelijke gedachten leiden van God af. Ban dergelijke denkbeelden uit! Zeg maar gewoon dat God dergelijke ideeën bij Zijn kinderen niet wil bemerken. Spreek uzelf streng toe.
En vraag u maar eens af waarom de kerk en het geloof nimmer van het wereldtoneel verdwijnen.

2.
“Ik vind geloven best lastig. Wanneer ik praat met andere mensen kan ik me vaak voorstellen dat mensen niet in God geloven. Soms zeg ik dat ook wel eens in preken. Dan reageren mensen me wel dat dat hen helpt. Voor mij is geloven in God moeilijk. Want geloven is op een bepaalde manier naar dingen kijken. Je kunt naar de wereld kijken alsof God er niet is; alsof het heelal leeg is, alsof de Bijbel een inspirerend boek is – en meer niet, en het bij de dood gewoon ophoudt. Dat kan ik me goed voorstellen. Want soms kijk ik dus zo naar de wereld, zit ik als het ware in een andere modus. Dan denk ik: ‘Het is allemaal onzin. Kom op zeg, waar hebben we het over? Heel soms heb ik dat ook op de kansel. Ik kan me nog herinneren dat ik in Friesland een keer preekte, op de kansel stond en dacht: ‘Waar doe ik dit allemaal voor?’”.
* Geloven is lastig. Nou en of. Dat wil zeggen: geloof gaat met strijd gepaard. Natuurlijk is het zo dat men soms het idee kan hebben in een andere modus te zitten.
Maar ware gelovigen kennen het Woord van God. En zij weten dat God zegt: in de ogen van goddelozen zijn kerkmensen dwaas; maar met Mijn Geestelijke energie ga Ik de wereld beschamen.
Met andere woorden: de kracht van de wereld gaat teniet. Dat heeft de Schepper van hemel en aarde belóófd. Kijkt u maar in 1 Corinthiërs 1[2].

3.
“Als ik over die enorme afstanden lees tussen sterren, en over de grootte van de kosmos, dan vind ik het moeilijk om mij voor te stellen dat God naar die speldenknop is gekomen, de aarde. Hoe moet ik geloven dat Die God mens is geworden op dat ene kleine stukje aarde? Want als ik dat op mij laat doordringen of probeer te begrijpen dan begint het echt te duizelen”.
* De dominee hóeft zich helemaal geen beeld te vormen over God Die als mens naar de aarde kwam. Is geloven nu juist niet een stellig weten en een vast vertrouwen zonder dat men God in Diens ogen ziet?
Job zei het al:
“Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen,
ja, wonderen zonder tal”[3].
Onze taak is niet om de daden van God volkomen te doorgronden. Wij mogen en moeten ze, al of niet met open mond, bewónderen. Wij behoren Hem te loven en te prijzen!

4.
Geloven is voor dominee Beute buitengewoon ingewikkeld.
Inmiddels heeft hij dat van zichzelf geaccepteerd.
“Ik heb dat nu aanvaard. Ik denk dat God mij dat niet kwalijk neemt. In de Bijbel kom je ook veel mensen tegen die twijfelden aan God. Aan Zijn goedheid, Zijn rechtvaardigheid, of je Hem wel kunt vertrouwen. Dus wat is dan het probleem dat ik twijfel aan God? God is groter dan mijn geloof. Hij kan wel tegen een stootje wanneer ik tegen Hem zeg dat ik aan Hem twijfel. Natuurlijk staan er wel teksten in de Bijbel die gaan over ongeloof. Maar ik denk dat die meer gaan over ongeloof als excuus om niet je hele hart aan God te geven. Zo van: ‘Ik weet het allemaal niet zeker; dus zolang ik het niet zeker weet leef ik niet voor God.’ Dan wed je op twee paarden. Dat pikt God niet. Twijfel mag geen excuus zijn om niet helemaal voor de Heere Jezus te leven. Ik denk dat ik ondanks mijn twijfel wel helemaal voor Jezus wil leven”.
* Dominee Beute denkt dat hij voor Jezus leven wil.
Laat men het mij niet kwalijk nemen: van zo’n zin, met een vleugje onzekerheid en een snufje reserve, word ik een beetje narrig. Het is veel beter om duidelijk en zonder omwegen te zeggen dat je de Here dient. U en ik mogen ons in die zekerheid óefenen. Geloven mogen we doen met overtuiging. En met passie.
Iets ánders is dat die godsdienst vol tekortkomingen zit. De smet van zonde en schuld zit diep in ons leven. En hoe ouder je wordt, hoe vaker je ontdekt dat je geheel en al van Zijn verkiezende genade afhankelijk bent.

5.
Ondanks zijn geloofsmoeilijkheden leeft dominee Beute in majeur.
“De boodschap van het Evangelie is te mooi om niet waar te zijn. Ik hou teveel van de Heere Jezus om niet in Hem te geloven. Maarten Luther zei zoiets als: ‘Ik ben liever met Jezus in de hel, dan dat ik zonder Hem in de hemel kom.’ Ik kan niet meer zonder Jezus”.
* Laten wij blij zijn met de Here!
Het is onze taak om te leven tot Gods lof.
Dat wil niet zeggen dat wij op alle vragen heldere antwoorden hebben. Nee, dat is niet zo.
Maar ware gelovigen mogen wel proclameren dat zij onderweg zijn naar een heerlijke toekomst met God. Daar zullen ze hun Heer in volmaaktheid dienen.

Tot zover mijn korte commentaar.
Nu maak ik nog een drietal kanttekeningen.

Allereerst moet, denk ik, opgemerkt worden dat de Here ons geloof beproeft[4]. Hij tést het, zeg maar. Dat doet hij soms ook door allerlei beproevingen heen.
Adam en Eva worden in Genesis 2 getest via het zogenaamde proef-gebod: “En de HERE God legde de mens het gebod op: van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”[5].
In Genesis 22 wordt Abraham getest: hij moest zijn zoon Isaäk offeren[6].
Ook in 2013 kan de God van het verbond een dergelijke test bij Zijn kinderen doen.
Maar daar komt nog iets bij. Op het ogenblik dat de Here met beproevingen komt ziet de satan zijn kans schoon. Als het een beetje wil, maakt hij onmiddellijk gebruik van allerlei zondige verlangens die mensen kunnen hebben. De “zuiging en verlokking zijner eigen begeerte”, heet dat in Jacobus 1[7].

Een andere opmerking die ik nog maken wil, is deze.
Het is, in zekere zin, moedig van dominee Beute om met zijn twijfels naar buiten te komen. Toch ben ik er niet zo gelukkig mee. Met zulke twijfels gaat men immers snel koketteren. Zo van: ‘laten we er maar open over zijn, want de Here vindt het vast niet erg’.
Het aanhoudend praten over twijfels en onzekerheden hélpt op de lange termijn niet.
Persoonlijk ben ik er voorstander van dat de dominee met zijn diep-existentiële aarzelingen naar Vader in de hemel gaat. Trouwens, in Efeziërs 6 schrijft Paulus ook: “…neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen”[8].
Laat de dominee maar voor zichzelf bidden. En ook voor alle heiligen die hij hoeden moet!

Tenslotte nog het derde.
Wie over de Here God spreekt, heeft het over de Machthebber van hemel en aarde. Over de Man met een groots plan.
Hij koos mensen uit. En Hij geeft hen in Zijn schepping een buitengewoon belangrijke plaats. Om dat te illustreren, ga ik nog één keer terug naar Jacobus 1: “Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen”[9].
Jazeker: het gaat ons duizelen als wij die dimensies willen omvatten en doorgronden. Laten wij dat maar niet gaan doen.
Ons blijft maar één ding over: aanbidding van de Here God. Uiteindelijk zullen kinderen van God uit héél de wereld daartoe overgaan. Psalm 22 tekent ons dat zo:
“Dan wordt erkend de grootheid van de HEER.
De hele aarde keert dan tot Hem weer.
En alle volken knielen voor Hem neer
met eerbewijzen.
Zij zullen God als Heer der volken prijzen.
Gods koninkrijk zal dan in glans verschijnen.
Uit alle volken brengen Hem de zijnen
hun huldeblijk”[10].

Noten:
[1]
Zie http://www.cip.nl/artikel/33858/Ik-twijfel-aan-het-bestaan-van-God .
[2] 1 Corinthiërs 1:26-31: “Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God. Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: wie roemt, roeme in de Here”.
[3] Job 9:6.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/565 , http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/569 en http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/573 .
[5] Genesis 2:16 en 17.
[6] Genesis 22:1-19.
[7] Jacobus 1:13, 14 en 15: “Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort”.
[8] Efeziërs 6:17 en 18.
[9] Jacobus 1:16, 17 en 18.
[10] Psalm 22:13 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.