gereformeerd leven in nederland

25 juni 2013

De aansporing van Genesis 1:1

In de Heidelbergse Catechismus belijden wij “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft”. Zo staat dat in Zondag 9[1].

In onze tijd is die belijdenis niet zelden reden voor een heftige en diepgaande discussie.
Misschien heeft de Here, zo veronderstellen sommigen, de evolutie wel gebruikt als scheppingsmethode.
En men houdt er nog veel méér verhalen omheen.
Ik voor mij wil vasthouden aan het begin van de Bijbel: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Er zullen vast veel mensen zijn die dat te simpel vinden. God heeft ons verstand gegeven om over zulke dingen ná te denken, zo roept men vol zelfvertrouwen uit. Toch hecht ik er aan om dat eerste vers van de Bijbel gewoon te laten staan. Dat doe ik omdat het zo in de Bijbel staat. De Bijbel is Gods Woord. En daarom geloof ik wat daarin staat.
Het vasthouden aan dat eerste vers van Gods Woord komt ook voort uit een protesthouding. Heel veel vragen, redeneringen en betogen eindigen namelijk in twijfels en ongeloof.
Vorig jaar zong de cabaretier Tim van Wijngaarden in een lied: “Heidenen zijn zo erg nog niet. Goed, ze zijn niet in de Heer, maar verder zie je geen verschillen meer. Ze geloven weliswaar in evolutie en niet meer in het Bijbelse begin. Maar Andries Knevel gelooft daar toch ook al niet meer in”[2]. Daar komen mensen blijkbaar terecht als zij het scheppingswonder in twijfel gaan trekken. Zo werkt het als het gepeupel zogenaamd genuanceerd over Genesis 1, 2 en 3 gaat denken.
Alleen al dáárom denk ik dat het verstandig is om Genesis 1:1 gewoon te laten staan: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”[3]. Misschien vinden sommige mensen dat simplistisch. Dat zij zo.

Stél dat we het feit dat God de wereld schiep in twijfel trokken, dan stond er nog veel méér op losse schroeven.
Want wat geloven we dan nog over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?
In Openbaring 21 is de zee opeens helemaal verdwenen.
In datzelfde hoofdstuk komt er, langzaam doch gestadig, een complete stad naar beneden. Jeruzalem wordt niet van onderaf opnieuw opgebouwd. Nee. Klaarblijkelijk wordt die stad in de hemel klaargemaakt, en vervolgens naar beneden gebracht[4].
Het dag- en nachtritme wordt doorbroken, want het duister wordt afgeschaft[5].
En in die stad staan wonderbomen die elke maand vruchten geven[6].
Ik vraag mij af: waarom zou men Genesis 1 niet, of niet helemaal, geloven en Openbaring 21 en 22 wel?

De historie die in het begin van Gods Woord opgetekend staat, komt terug in allerlei oude mythologieën[7].
In heel veel oude overleveringen hoort men motieven uit de Bijbelse geschiedenissen betreffende schepping, paradijs, zondeval, zondvloed of de torenbouw en daaropvolgende spraakverwarring in Babel.
Plato beschrijft in zijn dialogen een mythisch eiland dat Atlantis heet. Dat eiland zou verzwolgen zijn door een vloed ten tijde van Deukalion[8]. Zou Plato het oog gehad hebben op de oude wereld en de zondvloed?
Altijd en overal gaan mensen op zoek naar de oorsprong van de mens. Ze verzinnen er allerlei verhalen over.
Maar ik vraag: zou het zo kunnen zijn dat al die oude overleveringen ons weer terugbrengen naar het Woord van God?
Met betrekking tot de totstandkoming van de wereld bestaan de wildste speculaties. Maar niemand kan met zekerheid zeggen welke vermoedens op waarheid berusten.
Welnu – in de kerk laat God Zijn kinderen eenvoudigweg weten dat Hij de aarde heeft gemaakt. Die Boodschap verandert nooit. Dat bericht ondergaat nimmer een wijziging.
Waarom geloven we dat nou niet gewoon?

De wereld is door God geschapen. Gods Woord is daar duidelijk over.
Heel veel dingen blijven in het Bijbelboek Genesis echter tamelijk vaag.
Dateringen zijn er weinige.
De puriteinse anglicaan en aartsbisschop James Ussher (1581-1656) heeft eens berekend dat de zondvloed op zondag 7 december in het jaar 2349 voor Christus begon. Die zondvloed eindigde volgens hem op vrijdag 18 december 2348 voor Christus.
Ussher bouwde zijn chronologie op “vanuit het scheppingsjaar 4004 voor Christus. Die becijferde hij op basis van geslachtsrekeningen en getallen in de Bijbel. De datum van de eerste dag stelde de aartsbisschop op de avond voor 23 oktober, volgens hem de eerste zondag in de astronomische herfst. Op basis daarvan berekende hij bijvoorbeeld een specifieke datum voor de zondvloed, het moment dat Noach de ark verlaat en andere gebeurtenissen in de wereld”[9].
Hoe interessant de berekeningen van die aartsbisschop ook mogen zijn, niemand kent de precieze data van alle gebeurtenissen die in het boek Genesis beschreven zijn. De hemelse Heer heeft het niet nodig geoordeeld dat wij die data precies zouden kennen.
Daarom heeft de eerste zin van Gods Woord ook een aansporing in zich. Wij moeten geloven dat de almachtige God de wereld geschapen heeft. De Here deelt mee welk grote werk hij heeft voltooid. Maar hij heeft er niet bij verteld hoe Hij dat precies gedaan heeft. Niemand kan exact vertellen hoe Hij de schepping tot stand gebracht heeft. Niemand was er bij. Áls er al onderzoek naar wordt gedaan, blijven de uitkomsten steken in schattingen en veronderstellingen.
Daarom:
* de almachtige Schepper van hemel en aarde roept ons op om te geloven dat Hij de kosmos geschapen heeft
* de almachtige Schepper van hemel en aarde roept ons op om te geloven dat Hij door werkt totdat het nieuwe Jeruzalem uit het einde van de Bijbel werkelijkheid geworden is
en als dat zo is roept de almachtige Schepper van hemel en aarde ons ook op om te geloven dat Hij nu druk bezig is met de totstandkoming van de nieuwe wereld.

Dat ene zinnetje blijkt een proclamatie te zijn die er wezen mag: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”!

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[2] “Imago van christenen niet helder”. In: Reformatorisch Dagblad, 20 november 2012, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013eba1736ec338b318f9550/imago-van-christenen-niet-helder/0 .
[3] Genesis 1:1.
[4] Openbaring 21:1 en 2: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is”.
[5] Openbaring 21:25: “…en haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want daar zal geen nacht zijn”.
[6] Openbaring 22:2: “Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren”.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Bart van den Dikkenberg, “Oeroude mythes, verbasterde feiten”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 24 oktober 2012, p. 4 en 5. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013e2f0bb870408ea3ff5ce3/oeroude-mythes-verbasterde-feiten/2 .
[8] Zie over Deukalion http://nl.wikipedia.org/wiki/Deucalion .
[9] Bart van den Dikkenberg, “Zelfs de zondvloed heeft een datum”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 25 oktober 2012, p. 2 en 3. Zie ook http://www.digibron.nl/search/detail/013e3431ffb7f35808126461/zelfs-de-zondvloed-heeft-een-datum/1 .

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: