gereformeerd leven in nederland

20 juni 2013

De kern van de crisis

In het Nederlands Dagblad van maandag 17 juni stond een opmerkelijk stukje. Het was dit.
“De vinger wijst vaak de kant op van de bankiers, de politici of de bureaucraten uit Brussel. Zij zijn de oorzaak van de huidige economische crisis. Maar niet volgens theoloog Matthias Smalbrugge[1]. Twintig eeuwen christendom zijn volgens hem debet aan de crisis, zegt hij in een interview met Tjerk de Reus in Christelijk Weekblad.
Smalbrugge betoogt dat een enorme drang tot perfectie en prestatie de kern is van de huidige crisis. Die vindt zijn wortels in het christendom, meent de hoogleraar christendom en de Europese cultuur aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Naar mijn overtuiging is dit een effect van een eeuwenlange aansporing van de kerk: wees volmaakt, zo volmaakt als God. (…) In veel kerken begint men met het lezen van de Tien Geboden. Vervolgens belijden we onze schuld: we hebben niet voldaan aan de norm. Dát is blijkbaar de toegang tot God: het ideaal en het falen, en de blijvende eis om naar het ideaal te leven. En dat is precies de bron van diepe frustratie.’ De theoloog hoopt dat de kerk duidelijker tot uitdrukking gaat brengen ‘dat God ons aanvaardt, zonder ons op te jagen met een dreigend oordeel’. ‘De grote lijn die ik in de Bijbel zou willen opdelven, is die van een niet-oordelende goddelijke aanwezigheid. Denk aan de geschiedenis van David, die best wat misstappen beging. Toch is hij de lieveling van God’”[2].

Is het werkelijk zo dat de kerk, via de prediking van Gods wet, verkeerde perfectie van de mensen heeft gevraagd?
Daar ben ik nog niet zo zeker van.
Waarom niet? Bijvoorbeeld vanwege Exodus 13.
Als de Here God in dat Bijbelhoofdstuk de wet op de eerstgeborenen afkondigt, zegt Hij er bij: “En op die dag zult gij uw zoon uitleggen: Dit is ter wille van wat de HERE mij heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte. Het zal u zijn als een teken op uw hand en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de wet des HEREN in uw mond zij; want met een sterke hand heeft de HERE u uit Egypte geleid”[3].
Deze woorden maken, dunkt mij, al enigszins duidelijk waarom wij ons aan Gods wet moeten houden. De bedoeling is klaarblijkelijk niet dat wij onszelf tot volmaakte mensen transformeren. Wij moeten zien dat de Here prachtige dingen doet.

Datzelfde ontdekken wij als wij in ons Bijbeltje door bladeren naar Jozua 1.
U moet zich, zegt de Here in dat Schriftgedeelte tegen Jozua, nauwkeurig aan de wet houden.
Wat?? Heeft meneer Smalbrugge, waarmee dit artikel begint, feitelijk toch gelijk? Propageert de Bijbel de gruwelijke boodschap van vurig gewenste, doch evenzeer volstrekt onbereikbare volmaaktheid? Streven wij in de kerk, alle eeuwen door, geheel ten onrechte naar de gestaalde perfectie?
Welnee.
Want in Jozua 1 lees ik meer. Ik citeer: “Niemand zal voor u standhouden al de dagen van uw leven; zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn; Ik zal u niet begeven en u niet verlaten. Wees sterk en moedig, want gij zult dit volk het land doen beërven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven. Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat. Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn. Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de HERE, uw God, is met u, overal waar gij gaat”[4].
Jazeker, Gods volk moet zich aan de wet houden. Want de regels die God geeft, zijn reuze heilzaam. En dat proclameert de hemelse God ook. Maar die verkondiging gaat voortdurend gepaard met Gods belofte van steun en leiding. Zonder omwegen belooft de hemelse Heer: Ik blijf bij u. Hij zegt: Ik laat u niet los. Wij moeten dus niet zeggen: wij behoren naar volmaaktheid te streven. Wij mogen zeggen: de almachtige God is in ons leven present.

Volgens de hoogleraar Smalbrugge moeten wij er vaker uitgaan van het feit God ons niet negatief beoordeelt. Wij moeten rekening houden met een niet-oordelende Goddelijke aanwezigheid.
Dat is, als u het mij vraagt, halfzachte praat die niet bij Gods Woord past.
Want hoe verhoudt de theorie van Smalbrugge zich bijvoorbeeld tot een Schriftwoord als het volgende? “Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier”[5].
Het citaat dat zojuist eindigde, vindt u terug in Mattheüs 12. Wat staat daar?
De Schriftgeleerden willen een wonder zien. ‘Dat ontvangt u niet’, zegt Jezus. ‘Ik wijs u’, zegt Hij slechts, ‘alleen op Jona’.
Jezus zal drie dagen in het graf zijn; net als eertijds Jona. Welnu, als het over oneindig geluk en eeuwige vrede gaat, is Jezus vele malen belángrijker dan Jona.
Het springende punt is dit. De Ninevieten bekeerden zich, toen Jona begon te preken. Maar wat doen de Schriftgeleerden? Helemaal niets. Er is geen spoor van ommekeer of hervorming!
Welnu, via Mattheüs 12 ontdekken wij in de kerk wat ons te doen staat. Het uitdragen van een boterzachte boodschap is niet onze opdracht. Het zou pure volksverlakkerij zijn als we zeiden: ‘ach mensen, ’t valt allemaal wel een beetje mee’. Ware gelovigen keren zich en masse naar God toe; iedere dag weer. Dat is de opdracht van de kerk! En de mensen om hen heen moeten dat voorbeeld zo snel mogelijk volgen.

Nu ga ik weer terug naar professor Smalbrugge.
Hij stelt: perfectie en prestatie vormen tezamen de kern van de huidige crisis. De jacht naar volkomenheid en voortreffelijkheid is jarenlang door de kerk gestimuleerd, zo deelt de heer Smalbrugge voorts doodleuk mede. Kort door de bocht: het door de kerk verbreide Evangelie is een grondoorzaak van de economische ellende in onze tijd.
Welnu, ik zal u zeggen dat ik er weinig van geloof.
Ten diepste is de oorzaak van de crisis: het feit dat zo weinigen hun manieren van doen modelleren naar Gods heilzame wetten. Men luistert niet meer naar God. Men wil zichzelf redden. Men creëert een eigen imperium, een eigen wereld waarin het ego de baas is. De kerken lopen leeg. Het ware geloof is voor de massa iets van voorbije tijden. Daar zit het probleem.
’t Zit ‘m niet in de christelijke kerk die jarenlang een verkeerde boodschap aan de man bracht.
Het probleem zit in de mens zélf. Van nature is hij – om met Romeinen 1 te spreken – “onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid”[6].

Hoe komen we uit de crisis? Hoe zullen wij deze noodtoestand ontvlieden?
Als u het mij vraagt, staat het antwoord in Romeinen 6. Laat ik tenslotte een stukje uit dat Schriftgedeelte citeren.
Dat Schriftwoord geeft namelijk helder aan hoe de zaken staan. Paulus schrijft: “Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”[7].

Noten:
[1]
Zie voor meer informatie over professor dr. M.A. Smalbrugge http://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/over-de-faculteit/medewerkers/wetenschappelijk-personeel-m-s/smalbrugge.asp .
[2] “Christendom oorzaak crisis”. In: Nederlands Dagblad, maandag 17 juni 2013, p. 3 (rubriek ‘Blogs en bladen’).
[3] Exodus 13:8 en 9.
[4] Jozua 1:5-9.
[5] Mattheüs 12:38-42.
[6] Romeinen 1:31.
[7] Romeinen 6:12, 13 en 14.

19 juni 2013

Kerk en gezin

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Wie geen gezin meer kent met een vader en een moeder die elkaar trouw blijven tot de dood, begrijpt ook veel moeilijker de kern van het christelijk geloof”.
Aldus Mary Eberstadt.
Mary Tedeschi Eberstadt is een Amerikaanse auteur en onderzoeker. Zij schrijft over onderwerpen betreffende de Amerikaanse maatschappij, cultuur en filosofie[1].
In haar boek “How the West Really Lost God”, dat onlangs verscheen, zegt zij dat de ondergang van het gezin een belangrijke oorzaak is van de verdwijning van het christelijk geloof[2].
Afgelopen vrijdag, 14 juni, vatte het Nederlands Dagblad haar opinie als volgt samen: “Omdat het aantal stabiele gezinnen afneemt, het aantal echtscheidingen stijgt, en kinderen krijgen meer wordt gezien als een keuze die je ook níét kunt maken, raakt het Westen steeds verder verwijderd van het beeld van het gezin dat het christelijk geloof hanteert”[3]. En: “het traditionele gezin en het christelijk geloof zijn als twee innig verbonden strengen van een stukje DNA. Verzwakt er een, dan automatisch ook de ander. En andersom (…) “Wat familie- en gezinsleden onbaatzuchtig voor elkaar overhebben , is precies wat het evangelie van iedereen vraagt. De Bijbel vertelt dat God in Jezus Christus met mensen omgaat als een liefhebbende beschermende vader met zijn kinderen en als een echtgenoot omgaat met zijn Bruid, de kerk – trouw, letterlijk tot in de dood. Maar wat nu als je niet meer weet wat een trouwe vader is? ‘Wat kan Maria’s gehoorzaamheid aan God (“Laat mij geschieden naar Uw wil”) nog betekenen voor generaties die geboorte als het gevolg van een keuze zien?’.
Eberstadts stelling: begrijp je niks meer van het gezin, dan begrijp je ook niks meer van het christelijk geloof.
En even verder: “Het christelijk geloof wordt niet alleen een stuk minder begrijpelijk, het kan door die veranderde gezinsopvatting ook op verzet rekenen. Precies omdat het christelijk geloof vanwege haar eigen boodschap zo uitgesproken is over hoe je als mensen moet samenleven. ‘Als je om de week de weekenden met veel plezier doorbrengt bij je vader en zijn nieuwe vrouw zou je de traditionele christelijke opvatting wel eens weerzinwekkend kunnen vinden dat jouw vader overspel pleegt, zolang jouw moeder nog in leven is.’ Met name in Europa, waarschuwt Eberstadt, is om die reden ‘een grote emotionele barrière’ aan het ontstaan tegen het christelijk geloof”[4].

Het huisgezin – vader, moeder en kinderen – is een fundamenteel deel van de scheppingsorde.
Ik wijs op Exodus 1: “Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn gezin”. En op 1 Kronieken 13: “En de ark Gods bleef drie maanden bij het gezin van Obed-Edom, in zijn huis; en de HERE zegende het huis van Obed-Edom en al wat hij bezat”. En op Spreuken 31, waar over de huisvrouw geschreven staat:
“Zij vreest de sneeuw niet voor haar gezin,
want haar ganse gezin is in scharlaken gekleed”.
En op 1 Corinthiërs 1, waar Paulus genoteerd heeft: “Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt”[5].
In dat huisgezin zien we, als het goed is, de verhouding tussen de Here en Zijn kinderen terug. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat dat zó beschreven: “Wij geloven en belijden dat onze Heiland Jezus Christus het sacrament van het heilig avondmaal voorgeschreven en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen die Hij reeds opnieuw geboren deed worden en in zijn huisgezin, dat is zijn kerk, heeft ingelijfd”[6].
Alleen al déze gegevens uit Schrift en Belijdenis tonen aan dat het gezin een echte hoeksteen van een door God bedoelde samenleving is.

Het is opmerkelijk dat er een waarschuwing uit Amerika komt.
Want hoe staan de zaken in kerkelijk Nederland?
Nu ik dit schrijf denk ik terug aan de vele jaren waarin ik lid was van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De afval in die kerken werd onder meer zichtbaar in een toenemend aantal echtscheidingen. En ook in de vele problemen die daar aan de orde zijn, als het over samenwonen gaat.
De redeneringen die daarover de ronde doen, kennen we allemaal wel. ‘De sfeer in huis was slecht; de kinderen zijn beter af nu ik gescheiden ben’. En: ‘dat samenwonen doen we juist omdat we een hecht fundament willen bouwen; pas als we écht zeker weten dat wij bij elkaar willen blijven , gaan wij trouwen’. Maar mét dat al wordt maar al te vaak uitgegaan van eigen emoties. Menselijke gevoelens voeren de boventoon bij het maken van keuzes – ook waar het om het zevende gebod van Gods wet gaat.
De theorie van Mary Eberstadt brengt, wat mij betreft, weer scherp in beeld wat de voornaamste taak van het gezin behoort te zijn. Het gaat er om dat wij, in al ons doen en laten, de Hére dienen. Jonge mensen die verkering hebben, pas getrouwden en mensen die al veel langer gehuwd zijn – zij allen moeten dat vast houden. In het Gereformeerde gezin dat door de week simpelweg z’n alledaagse gang gaat, is de centrale kwestie: de Here bouwt aan de kerk.

Het is voorstelbaar dat, op dit punt aangekomen, de twijfel toeslaat.
De Here bouwt Zijn kerk in het gezin – dat is een Schriftuurlijke constatering. Maar gebeurt dat óók als er om de haverklap ruzie is? Gebeurt dat óók als de kinderen iedere dag een poos bekvechten? Gebeurt dat óók als er regelmatig misverstanden zijn tussen beide echtgenoten?
Ja, dan gebeurt dat ook. Als het fundament maar zichtbaar blijft: de Here bouwt Zijn kerk. Desnoods dwars door menselijk prutswerk heen.

In december 2012 stond het in de krant: “Het is een veilige aanname om te stellen dat kinderen uit eenoudergezinnen gemiddeld iets ongezonder zijn. De situatie in zo’n gezin is gemiddeld wat stressvoller en bovendien komt de opvoeding terecht op de schouders van die ene ouder. Dat vertaalt zich helaas in kinderen die er iets meer ongezonde leefgewoonten op nahouden. Natuurlijk zijn er sommige gezinnen waar het prima gaat, maar soms heb je te maken met een lager gezinsinkomen en minder tijd voor de kinderen. Er zijn dan beperkte mogelijkheden om gezond te leven. Vandaar dat er makkelijker wordt gedaan met eten, er minder tijd en geld is om te sporten en er meer wordt gerookt”.
Zo werd dat eind vorig jaar gezegd door een onderzoeker van de Neêrlandse Raad voor de Volksgezondheid en Zorg[7].
Zo’n krantenbericht is, neem ik aan, voor Gereformeerden een baken in zee!

De Here verzamelt Zijn kinderen in de kerk.
Hij leert ons om Zijn wet te eerbiedigen.
Ook als het om het gezinsleven gaat.
In onze maatschappij kan de neiging ontstaan om met die Goddelijke wet de hand te lichten. Gewoon, omdat onze samenleving nu eenmaal anders werkt.
Die neiging moeten wij maar gauw onderdrukken.
In Hosea 2 lees ik: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen”[8]. Dat betekent in ieder geval dit: de Here biedt Zijn kinderen opnieuw Zijn verbond aan. Ondanks alle janboel, alle chaos, alle door mensen veroorzaakte puinhopen komt er een nieuw begin. De hemelse Here toont Zijn trouw door een nieuwe start te maken. Die nieuwe start wordt nooit bedorven. Denkt u in dezen maar aan Psalm 89:
“…gerechtigheid en recht zijn de grondslag van uw troon,
goedertierenheid en trouw gaan voor uw aangezicht henen
Welzalig het volk dat de jubelroep kent,
zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn”[9].
Als de Here ingrijpt, valt er een heel nieuw licht op de zaak.
Dan ontstaan er onverbrekelijke banden.
Dan kunnen mensen niets meer bederven.
Het huwelijk tussen de Here en Zijn bruid kan nimmer verbroken worden. Alle menselijke theorietjes ten spijt.

Noten:
[1]
Zie voor meer informatie over Mary Eberstadt https://en.wikipedia.org/wiki/Mary_Eberstadt en http://www.hoover.org/fellows/9727.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Mary Eberstadt, “How the West Really Lost God: A New Theory of Secularization”. – West Conshohocken, Pennsylvania, U.S.A.: Templeton Press, 2013. – 272 p.
[3] Zie “Teloorgang gezin zorgt voor neergang geloof“. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 14 juni 2013, p. 3.
[4] Zie: Dick Schinkelshoek, “De nieuwe secularisatietheorie: Weg gezin? Weg geloof!”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 14 juni 2013, p. 4 en 5.
[5] Achtereenvolgens citeer ik Exodus 1:1, 1 Kronieken 13:14,  Spreuken 31:21 en 1 Corinthiërs 1:16.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[7] Zie: “Kind uit eenoudergezin leeft ongezonder”. In: Reformatorisch Dagblad, 18 december 2012, p. 3. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013f4a4acb4cfc45cdf56ad4/kind-uit-eenoudergezin-leeft-ongezonder/4.
[8] Hosea 2:18 en 19.
[9] Psalm 89:15 en 16.

18 juni 2013

De Drie-eenheid: Gods almacht gedemonstreerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

De Goddelijke Drie-eenheid: dat is een zaak waarover men eindeloos discussiëren kan. Wat is de taak van de Vader? Wat doet de Zoon? Waarin is de Heilige Geest actief?
Het lijkt mij belangrijk om vast te stellen dat het bestaan van die Drie-eenheid ons niet is geopenbaard om de kerk een interessant discussiepunt te geven. Die Drie-eenheid is ons getoond om de veelzijdige macht, de almacht, van de Here God te laten zien.
De Drie-eenheid geeft ons dus perspectief.

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 8: “…voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem”[1]. Het is duidelijk: onze hemelse Vader zorgt voor ons tot ver óver de doodsgrens heen. Zijn macht is fenomenaal!
Gods glorieuze almacht blijkt ook in Titus 3.
In dat Bijbelhoofdstuk staat onder meer te lezen: “…toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens”[2].
In die woorden gaat het over de Heiland, over Jezus Christus dus.
Wij lezen ook over het werk van de Heilige Geest.
In het Woord van God worden drie Personen onderscheiden. Niet om de Here te problematiseren, maar om ons blij te maken.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Er is geen eerste of laatste, want Zij zijn alle drie één in waarheid, in macht, in goedheid en barmhartigheid”[3]. Onze God is veelzijdig. Hij is de ware God. Hij is machtig, goed en vol ontferming.
De Heidelbergse Catechismus zegt eenvoudig: “Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[4].
Ware gelovigen mogen bij Hem horen!

Over de Drie-eenheid wordt, als het goed is, in Gereformeerde Kerken vrijwel jaarlijks gepreekt. Namelijk als Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus aan de orde wordt gesteld. Echter: die prediking is niet bedoeld om alle kerkgangers doorzicht te geven in het ‘probleem’ van de Drie-eenheid. Het is niet zo dat alle gelovigen, na een preek over de achtste Zondag, het kerkgebouw verheugd verlaten, in de overtuiging dat ze nu eindelijk snappen hoe het zit.
Die kerkgangers gaan, als het goed is, blij naar huis omdat zij hebben gezien hoe universeel Hij is. Veelomvattend. Volkomen en volmaakt.
Dominee C. Harinck, predikant in een der Gereformeerde Gemeenten, heeft eens gezegd: “Eigenlijk zijn er in de Bijbel drie onbegrijpelijke zaken: de Drie-eenheid van God, de Schepping uit niets en de menswording van de Zoon van God”[5].
Maar: als wij dat niet kunnen begrijpen, waarom moeten wij de feiten rond de Drie-eenheid dan toch kennen? Voor een antwoord op die vraag ga ik graag even naar Zondag 4 van de Catechismus. Daar wordt gevraagd en geantwoord:
“Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan?
Antwoord: Nee, want God heeft de mens zo geschapen, dat hij dit kon doen. Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd”[6].
Zo is het ook met onze gaven omtrent de kennis van de Goddelijke Drie-eenheid. Onze zonde doet de deur naar perfecte kennis en volkomen inzicht dicht. Wij blijven steken in onbegrip. Met de mond open staren wij, vol van verwondering, sprakeloos naar zoveel heerlijkheid en glorie.
Dus: de Drie-eenheid doet ons ook onze zonde kennen!

In evangelisatie- en zendingswerk komen soms indringende vragen met betrekking tot de Drie-eenheid langs. Waarom moeten we dat nou zo nodig weten?, vragen de mensen. Twijfel blinkt in hun ogen.
Het is bekend dat Joden de Drie-eenheid ontkennen. En nee, moslims geloven er ook niet in.
De hervormde dominee A.F. Troost heeft ook wel eens geschreven: “Ik ben tot het inzicht gekomen dat de christelijke kerk al eeuwenlang op een bijna hooghartige wijze heeft gesuggereerd oneindig veel beter dan Joden en moslims te weten wie Jezus exact was en is: de tweede persoon van de goddelijke Drie-eenheid”[7].
Wie Gods Woord goed leest, begrijpt echter alras dat er niks hooghartigs aan is om de Goddelijke Drie-eenheid te belijden.

De Drie-eenheid: daarover kunnen mensen soms ook merkwaardige fantasieën hebben.
Neem nu de Amerikaan W. Paul Young[8]. In zijn boek ‘De uitnodiging’ introduceert hij personificaties van de Goddelijke Drie-eenheid: een grote Afro-Amerikaanse vrouw, een jonge man in een houthakkershemd, en een ‘glinsterende’ Aziatische vrouw[9].
Mij dunkt dat, als we ons gerealiseerd hebben hoe weergaloos en bovenmenselijk de drie-enige God is, wij het wel uit ons hoofd laten om die genadige Heer te personifiëren.

Ons past enkel bewondering en aanbidding. Bijvoorbeeld met woorden uit Romeinen 11: “O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen”[10].

Noten:
[1]
1 Corinthiërs 8:6.
[2] Titus 3:4-7.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, antwoord 25.
[5] Dirk-Jan Nijsink, “Een Kind is ons geboren – in gesprek met ds. C. Harinck over kerst voor jongeren”. In: Daniël – blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten – jg. 65, nr 23 (15 december 2011), p. 4-7. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013f2d2c6bc1a792685b5aeb/een-kind-is-ons-geboren/2 .
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, vraag en antwoord 9.
[7] Geciteerd via: M.A. Kuijt, “Op zoek naar ware aard Christus”. In: De Waarheidsvriend, jg. 99 nr 12 (24 maart 2011), p. 4 en 5. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/0134c2833246e874e1dc844b/op-zoek-naar-ware-aard-christus/7 .
[8] Over Young schreef ik op deze pagina ook in mijn op 5 juni 2012 gepubliceerde artikel ‘De oplettende kerk bewondert Gods almacht’. Ook te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/05/gods-almacht/.
[9] Zie over het betreffende boek: Enny de Bruijn, “Gesprekken met God”. In: katern Boeken bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 9 september 2009, p. 17. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbcaa34ce7482ed8d5e6b/gesprekken-met-god/18 .
[10] Romeinen 11:33-36.

17 juni 2013

De zweverigheid van professor Ganzevoort

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het schijnt dat de samenleving theologische tolken nodig heeft. Dat zegt althans theoloog en senator Ruard Ganzevoort.
Hij zegt: “Er is enorme aandacht in de samenleving voor fundamentele levensvragen; daarin is behoefte aan theologische deskundigheid. Maar daar maakt niemand gebruik van omdat de seculiere mens denkt: de theoloog is bevooroordeeld, van hem krijg ik het christelijke verhaal ingepeperd. Daarom hebben we theologen nodig die de brug kunnen slaan tussen religieuze tradities en de taal die in een seculiere context wordt verstaan”.
Er zijn, zegt de heer Ganzevoort, mensen nodig die uitleggen hoe gelovige mensen redeneren.
Wat is theologie?
Dat is ”spreken over God. En dat gebeurt ook in films, in liedjes. Een theoloog kan helpen het heilige daarin op het spoor te komen, zodat mensen zich kunnen verhouden tot het heilige”.
En wat is dat heilige dan wel?
Dat is “een dimensie van het leven. Niet per se iets of iemand”. Jezus is een toegang tot dat heilige. Let op – een toegang, niet de toegang: “…ik claim niet dat hij de enige toegang tot het heilige is”[1].

De redenering van professor Ganzevoort is opmerkelijk[2].
Want wat zegt hij impliciet?
* De theoloog is bevooroordeeld
* Dat staat de seculiere mens niet toe
* Want die seculiere mens verwacht een christelijk verhaal
* Daarom hebben wij theologen nodig die geen christelijk verhaal ophangen
* Als die theologen het er niet te dik op leggen, kunnen zij de wereld goed bereiken
* Wanneer de wereld luistert, kunnen die theologen uitleggen hoe gelovigen denken.
Maar als die theologen geen christelijk verhaal mogen vertellen, wat voor verhaal geven zij dan wel door? Dan wordt het een menselijke geschiedenis. Een op zichzelf genomen wellicht waardevol, maar verder niet erg overtuigend exposé van historische feiten, van boeiende belevenissen.
Laten wij wél wezen: in dat geval kunnen theologen zich net zo goed stil houden. Want dan staan ze in een rijtje van menselijke vertelsels; er is niets speciaals meer aan.

Professor Ganzevoort wil spreken over God.
Dat kan niet zomaar. Deftiger gezegd: dat is niet waardevrij. Wie over God praat, kan en mag dat niet vrijblijvend doen.
In Gods Woord blijkt dat God met de mensen spreekt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Gods verbond met Abraham, in Genesis 17. Daar staat bij: “Toen God geëindigd had met hem te spreken, voer Hij van Abraham op”[3].
In Gods Woord blijkt ook dat mensen met God spreken. Ik wijs slechts op Genesis 18: “Zie toch, ik heb mij verstout tot de Here te spreken, hoewel ik stof en as ben”[4].
Er is dus contact tussen God en mensen.
De term ‘spreken óver God’ suggereert een neutraliteit die er niet is. In de Bijbel blijkt, naar het mij voorkomt, nergens dat mensen op een objectieve wijze over God converseren.

Professor Ganzevoort filosofeert over ‘het heilige’.
Maar in Leviticus 10 lees ik dat de Here heeft gezegd: “…aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik Mij de Heilige betonen”[5].
In 2 Koningen 19 wordt via Hizkia tegen Sanherib gezegd: “Wie hebt gij gehoond en gelasterd, en tegen wie de stem verheven en uw ogen trots opgeslagen? Tegen de Heilige Israëls!”[6].
In het Woord van God lezen wij talloze keren over de Heilige Geest.
Met die uitdrukking ‘het heilige’ doet Ganzevoort de Here God grof onrecht.

Jezus is een toegang tot het heilige. Een toegang. Oreert de heer Ganzevoort.
Maar heeft Jezus niet ergens gezegd dat Hij de deur is? Jawel. Leest u maar mee in Johannes 10: “Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”[7].

Nog één keer geef ik het woord aan de hoogleraar Ganzevoort.
Ik citeer: “Ik denk alleen dat het weinig zin heeft om zo precies mogelijk over God te spreken, zoals in de catechismus of in dogmatieken gebeurt. Dat is een incrowdgesprek, waarmee de theologie in een isolement raakt en niet in gesprek kan met de samenleving”.
Het is duidelijk: Ganzevoort voelt zich bij grote stelligheid niet thuis.
In de Heidelbergse Catechismus wordt het zonder omwegen gesteld: Jezus is echt mens en echt God[8]. Hij is op aarde gekomen om hier te lijden en te sterven, en zo Zijn kinderen te redden. En toen Hij Zijn werk op aarde had voltooid, ging Hij weer terug naar de hemel. Daar is Zijn kerntaak: alles tot volheid brengen – dat wil zeggen: overal dringt Christus’ heerschappij door, op alle plekken in hemel en aarde zullen Zijn zegeningen te zien zijn.
In Efeziërs 4 formuleert Paulus het zó: “Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen”.
Professor Ganzevoort zegt: hoor eens, dat is taal van de incrowd. Van de ingewijden. Van de mensen die van kerk en geloof op de hoogte zijn[9]. Maar met het oog op Efeziërs 4 zeg ik: daar klopt niets van; Christus’ heerschappij gaat in alle hoeken en gaten van de wereld dóórdringen.

Het Nederlands Dagblad gaf professor Ganzevoort niet minder dan een halve pagina ruimte om zijn goddeloosheid te etaleren.
U heeft het goed gezien: goddeloosheid, schreef ik. Goddeloosheid wordt, zo leren we in Romeinen 1, bedreven door “mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden”[10]. In 2 Timotheüs 2 is Paulus keihard: “Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid. Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker”[11]. Ja, zo staat het er echt!

Niettemin is het, denk ik, goed om van de woorden van de heer Ganzevoort kennis te nemen.
Al was het alleen al omdat wij ons dan kunnen realiseren hoe belangrijk het is dat wij Gods Woord zorgvuldig lezen.
De zonde zit in ons aller hart. Voordat we ’t weten nemen we allerlei ketterijen voor lief.
Ook vandaag is Openbaring 22 nog actueel. “Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn. Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!”[12].

Noten:
[1]
“Samenleving heeft theologische tolken nodig”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 13 juni 2013, p. 2.
[2] Meer informatie over de heer Ganzevoort is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Ruard_Ganzevoort .
[3] Genesis 17:22.
[4] Genesis 18:27.
[5] Leviticus 10:3.
[6] 2 Koningen 19:22.
[7] Johannes 10:9.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 18, antwoord 47: “Christus is echt mens en echt God. Naar zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde, maar naar zijn godheid, majesteit, genade en Geest verlaat Hij ons nooit meer”.
[9] Zie voor de betekenis van het woord ‘incrowd’ http://www.encyclo.nl/begrip/incrowd .
[10] Romeinen 1:18.
[11] 2 Timotheüs 2:15, 16 en 17.
[12] Openbaring 22:18, 19 en 20.

14 juni 2013

Houdt moed!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Wij moeten, zo las ik afgelopen woensdag in de krant, terug naar het geloof van de kerkvaders.
De rector van de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven spreekt over herbronning. Studenten gaan dus op zoek naar een andere bron. “We gaan terug naar oude teksten van voor de verlichting”.
Ook buiten de wereld van de theologen is er belangstelling voor mensen als Augustinus. Mensen uit het bedrijfsleven nemen met belangstelling kennis van teksten die in voorbije tijden geschreven werden.
En waarom zijn die kerkvaders tegenwoordig zo populair?
Bart van Egmond weet het antwoord. Bart werkt bij de vrijgemaakte Theologische Universiteit in Kampen en de Katholieke Universiteit in Leuven aan een proefschrift over Augustinus’ genadeleer. “Achter de populariteit van de kerkvaders zit een verlangen naar de oorspronkelijke eenheid van christenen (…). ‘Christenen in West-Europa kennen een kerk die verdeeld en versplinterd is geraakt. Bovendien zijn ze een minderheid geworden. Er is een zoektocht naar eenheid en naar de kern van het christendom’”.
Bart zegt ook: “Augustinus is een existentieel denker. Zijn theologie is nauw verweven met zijn biografie. Daardoor kan ik me in hem herkennen. Veel van wat ik van hem las, wist ik en geloofde ik al, maar hij presenteerde het op een nieuwe manier”.
De kerkvaders combineerden verstand en gevoel. Via intellectualiteit en persoonlijke emotie kwamen zij tot een doorleefd geloof[1].

Het is, denk ik, heel goed om kennis te nemen van geschriften die christenen uit voorbije eeuwen hebben nagelaten.
Wij mogen hun geloof navolgen.
Augustinus schreef: “Toen Christus zich met zijn Kerk verloofde, zond Hij haar de heilige Geest. Die Geest werd haar bij wijze van ring gegeven. Hij die haar die ring gaf, wil haar ook de rust van de onsterfelijkheid geven. Laten we van Hem houden, op Hem hopen en in Hem geloven”.
Ignatius noteerde: “Er is één arts, vleselijk en geestelijk, geboren en ongeboren, God in het vlees gekomen, in de dood waarachtig levend, zowel van Maria als uit God afkomstig, eerst onderworpen aan het lijden, toen niet meer in staat te lijden: Jezus Christus onze Heer”[2].
Dat zijn mooie teksten, waarin we worden aangespoord om ons geloof vast te houden.

Christenen uit vroegere tijden eerden hun Heer. Daar moeten wij een voorbeeld aan nemen.
Ook in deze tijd mogen Gods kinderen aan de wereld laten zien dat de Here nog altijd trouw is aan Zijn Woord.

Als ik goed luister, proef ik in het bovenstaande echter een negatief sentiment. Ik citeer nog even: “Christenen in West-Europa kennen een kerk die verdeeld en versplinterd is geraakt. Bovendien zijn ze een minderheid geworden. Er is een zoektocht naar eenheid en naar de kern van het christendom”.
Kort door de bocht: er heerst een gevoel dat het niks meer wordt. Eigenlijk zijn christenen van 2013 best wel een beetje zielig. En Gereformeerden? Die zijn zó wereldvreemd… dat wordt nooit meer wat.

Enthousiaste christenen van vandaag lijken zich vertwijfeld af te vragen hoe het toch komt dat de kerk niet groeit. Mensen zouden zich – zeker in tijden van crisis – massaal naar de kerk moeten begeven. Er is toch niks logischer dan dat?
Als het hier om gaat, moeten wij bedenken dat het niet zo is dat de vroege kerk snel de wereld veroverde.
Ergens las ik: “Terwijl het aantal inwoners van het Romeinse Rijk rond de 60 miljoen lag, wordt het aantal christenen rond het jaar 100 geschat op 10.000. Rond het jaar 200 zijn dat er 200.000 en pas rond 300 na Christus zijn er ongeveer evenveel christenen als joden: tussen de 6 en de 9 miljoen. Het aantal christenen neemt in de vierde eeuw toe tot 50 procent van de bevolking, maar het is de vraag hoe diepgaand al die bekeringen zijn geweest”.
Kleine groepjes christenen leefden verspreid over het Romeinse Rijk. En eigenlijk wisten zij nauwelijks van elkaars bestaan af. Zij beschikten ook niet allen over de geschriften die wij nu het Nieuwe Testament noemen. Zo kwam het dat de onderscheiden gemeenten tot leringen kwamen die onderling nogal van elkaar verschilden.
Conclusie: het is wat al te optimistisch om zonder meer te stellen dat de christelijke kerk in de eerste eeuwen na Christus een echte groeispurt doormaakte[3].

Het is, dunkt mij, van groot belang om te bedenken dat er eertijds bij tijd en wijle wel degelijk van vervolging sprake was.
In het Romeinse Rijk van de derde eeuw correspondeerden de bisschoppen druk over allerlei theologische en politieke problemen. In zulke brieven gaven de uit hun woonplaats verdreven kerkleiders soms ook adviezen aan achtergebleven christenen. Op die manier bleven Gods kinderen in die tijd staande. Die brieven gaven de mensen ook materiaal in handen om het Evangelie te verbreiden. En dat gebéurde ook[4].

Afgelopen woensdag publiceerde het Christelijk Informatie Platform een vraaggesprek met dominee W. Visscher, predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten.
Visscher merkte op: “De Heere kan verdrukking gebruiken om de kerk in Nederland te zuiveren. Hij zorgt voor wie daarin volhardt en bij Hem houvast vindt”.
En verder:
“”Christenen en niet-christenen doen voor vijfennegentig procent dezelfde dingen. We gaan allemaal naar de winkel en kopen een huis. We eten, drinken, werken en voeden kinderen op. Maar oprechte christenen mogen, als het goed is tenminste, aan hun medemensen laten zien dat het goed is om naar de boodschap van de Bijbel te leven. Als je iedere zondag naar de kerk gaat en volgens de Bijbelse principes leeft, zullen mensen ernaar vragen. In onze gemeente zitten leden die buurtbewoners meenemen naar de kerk als hun kind wordt gedoopt. Laat het christelijk geloof ‘gewoon’ zien. Leef het voor. Leef eruit en ernaar. Als je volgens christelijke principes leeft, gaan mensen in je omgeving vragen stellen”.
En ook:
“We moeten niet de kant op dat we onze seculiere medemensen mentaal of fysiek een klap geven. Dat is juist een kenmerkend verschil tussen de islam en het christendom. We verbreiden het Evangelie niet met geweld. Door Gods Geest zal dat geschieden. We lijden liever ongelijk, dan dat we ook maar terug zouden willen slaan met wereldse middelen. In plaats daarvan moeten we in gebed gaan. En volhardend naar Bijbelse beginselen leven. Dat is de taak van christenen”[5].
Ook in deze tijd komt het er op aan om de blijven geloven in de beloften van God, en te leven naar Zijn wet.
Zeker in deze tijd is het van het hoogste belang om gewoon Gereformeerd te leven. Dat lijkt boter aan de galg gesmeerd; maar dat is het beslist niet.
De Heilige Geest, die in de vroege kerk Zijn werk deed, is in de eenentwintigste eeuw niet minder actief. Als u het mij vraagt, betekent dat in ieder geval dat er geen enkele reden is om als Gereformeerden desolaat en droevig door de wereld te wandelen.
De Prediker heeft ons in hoofdstuk 7 geleerd: “Zeg niet: Hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen”[6].
Natuurlijk hebben wij allen de neiging om terug te verlangen naar gelukkiger tijden, naar de periodes waarin nog zoveel goede dingen aan ons oog voorbij trokken. Dat ligt voor de hand. Maar het is niet goed. Want ook in tijden waarin tegenspoed zich aandient, behoren wij de Here toegewijd te dienen.
Wederom citeer ik de Prediker: “Wees goedsmoeds in tijd van voorspoed, maar denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken”[7].

Het is die trouwe God die ons, ook in deze eeuw, steunen en leiden wil.
Vol levenslust mogen we daarom de woorden van Psalm 27 tot de onze maken:
“Maar door Gods trouw keert mijn vertrouwen weer;
in zwakheid wordt des HEREN kracht volbracht.
Betoon u sterk, houd moed, geloof en wacht.
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op de HEER!”[8].

Noten:
[1]
Zie: “Terug naar het geloof van kerkvaders”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 juni 2013, p. 2.
[2] Deze citaten zijn afkomstig van http://vroegekerk.nl/ . Ook in het onderstaande gebruik ik onder meer gegevens die men op die internetpagina vinden kan.
[3] Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/vroege_kerk_groeide_slechts_geleidelijk_1_343302 .
[4] Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/vroege_christenen_waren_netwerkers_1_655222 .
[5] Zie http://www.cip.nl/artikel/36039/God-kan-verdrukking-gebruiken-om-Zijn-kerk-te-zuiveren .
[6] Prediker 7:10.
[7] Prediker 7:14.
[8] Psalm 27:7 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

13 juni 2013

Barmhartig in een harde samenleving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Bezuiniging: dat is momenteel het toverwoord van Nederland. Iedereen en alles moet de broekriem aanhalen. In de zorg wordt massaontslag gevreesd. Langdurige zorg voor ouderen en mensen met een beperking moet opnieuw vorm krijgen. En de mantelzorg moet rekenen op een bezuiniging van 25 procent[1].
De economie draait weliswaar; maar bij iedere beweging piept er zóveel dat aller oren er bijkans van tuiten.

In zo’n omgeving ligt verharding op de loer.
Mensen komen voor zichzelf op. Je moet je eigen zaakjes goed regelen, want iemand anders doet het niet voor je. “Het volk voelt zich alleen gelaten”, zei professor A.L. Bovenberg in 2012 als reactie op de troonrede[2]. En daar is, geloof ik, wel iets van waar.
Er is ook een ánder soort verharding. Onze omgeving wordt geleidelijk heidens. Er is sprake van verharding in de zin van Efeziërs 4: “Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart”[3].
Dat is het grootste probleem in onze maatschappij: mensen worden ongevoelig voor wat God in Zijn Woord zegt. Zijn Woord zegt weinigen meer iets. De harten zijn gesloten. Massa’s Neêrlandse burgers draaien simpelweg cirkeltjes in hun eigen leven.

Bij dit alles denk ik aan een woord uit Zacharia 7.
Toentertijd, zo blijkt uit dat hoofdstuk, was er vrijwel niemand die luisterde naar het woord van de Here: “…spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid”[4].

Zacharia is van priesterlijke afkomst[5]. Wij komen zijn naam tegen in Nehemia 12: “In de dagen van Jojakim waren priesters – familiehoofden –: van Seraja: Meraja; van Jeremia: Hananja; van Ezra: Mesullam; van Amarja: Johanan; van Melichu: Jonathan; van Sebanja: Jozef; van Harim: Adna; van Merajoth: Helkai; van Iddo: Zacharia…”[6]. Geen wonder dus dat Zacharia sterk betrokken is bij alles wat er in de tempel gebeurt.
Zacharia geeft woorden van God door. Maar hij ziet ook visioenen. Daarom doet hij denken aan Johannes, die in de Openbaring immers óók visioenen zag.
De kern van Zacharia’s boodschap is: Gods toorn is uitgewoed, er komt een nieuwe heilstijd aan. Men zou Zacharia daarom een profeet van de hoop kunnen noemen.

Zacharia 7 is het hoofdstuk waarin de mensen zich afvragen of zij met vasten moeten doorgaan.
In februari jongstleden schreef ik daarover op deze internetpagina:
“In Bethel wonen mensen die daar tijdens de ballingschap achtergebleven zijn. Sommige ballingen zijn inmiddels weer teruggekeerd. Zij hebben zich bij die achtergebleven mensen aangesloten.
Deze groep stuurt een afvaardiging naar de tempel. In die tempel moet gebeden worden.
Ook moet er eens serieus gepraat worden met de priesters en de aldaar aanwezige profeten. Een centrale vraag in de gesprekken is: moeten wij doorgaan met vasten? Dat vasten hebben ze nu al zo’n zeventig jaar gedaan. En ach, wat haalt het allemaal uit?
Er waren vier vastendagen ingesteld. Onder meer vanwege
* het feit dat Nebukadnezar kwam om Jeruzalem te belegeren
* de val van Jeruzalem
* het feit dat de tempel door brand werd verwoest.
De antwoorden die de Here op die vragen geeft worden door Zacharia verwoord”[7].

De hemelse God laat vragen: vasten, voor wie dóet u dat eigenlijk?
Impliciet zegt Hij: vasten is een uitdrukking van menselijke gevoelens. En daarbij is één ding zeker: bij de Here gaat het niet om uiterlijk vertoon. Het is geen kwestie van aanzicht en buitenkant, van één manier van doen op een gezamenlijk afgesproken moment. Alles draait om de levenspraktijk van alledag.
Onrecht en liefdeloosheid kun je, om zo te zeggen, niet goed maken door netjes naar de kerk te gaan. Onrecht en liefdeloosheid kunnen wij niet compenseren met een prachtige liturgie op zondag.

Heden ten dage zijn er heel wat mensen die best willen geloven dat er iets is. Of iemand. Of desnoods Iemand.
Maar in de dagelijkse gang des levens zien we daar weinig van terug.

Welnu – in de kerk ontvangen we, iedere dag weer, de opdracht om onze liefde voor God en mens in onze daden te tonen.
In een periode als die waarin wij nu leven is, naar mijn inzicht, het gevaar van verslapping op dit punt groot.
In de kerk doen we, als ik het goed zie, soms graag een beetje stoer. We hebben een grote mond. Wij zijn namelijk lid van de kerk. Wat kan ons dan overkómen?
Bovendien weten we: de Here moet het doen. Dat blijkt in het hoofdstuk dat aan Zacharia 7 voorafgaat: “Zo zegt de HERE der heerscharen: zie, een man, wiens naam is Spruit. Deze zal uit zijn plaats uitspruiten en hij zal de tempel des HEREN bouwen. Ja, hij zal de tempel des HEREN bouwen en hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op zijn troon; en hij zal priester zijn op zijn troon; heilzaam overleg zal er tussen hen beiden zijn”[8]. Dat blijkt ook in het hoofdstuk dat op Zacharia 7 volgt: “Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden. Zo zegt de HERE der heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen”[9].
Jazeker, de Here moet het doen. Dat is helemaal waar. Ik doe daar geen centimeter van af. Maar Zijn werk mag en moet blijken in de activiteiten van Zijn kinderen.

Bezuiniging: dat is momenteel het toverwoord van Nederland. Iedereen en alles moet de broekriem aanhalen.
De economie draait piepend en krakend in de richting van de toekomst.
Bijkans heel de burgerij staat in de overlevingsstand.
Daar wordt een samenleving hard van.
Bijna emotieloos gaan onze medemensen hun gang. Zij doen hun eigen ding. Je kunt toch niet al het leed der wereld op je nek nemen, wel?

In die werkomgeving roept de Here Zijn kinderen op om barmhartig te blijven.

In Lucas 6 zegt Jezus: “…hebt uw vijanden lief, en doet hun goed en leent zonder op vergelding te hopen, en uw loon zal groot zijn en gij zult kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goed jegens de ondankbaren en bozen. Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is”[10].
Veel duidelijker kan het niet, zou ik zo denken.

Bezuiniging: dat is momenteel het toverwoord van Nederland.
Maar in de kerk dóen we niet aan toverwoorden. Daar voeren wij, toegewijd en blijmoedig, de taken uit die de Here ons geeft. Paulus omschrijft die taken in Efeziërs 4 zó: “Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft”[11].

Nee, in de kerk zitten geen dociele typjes die voortdurend over zich heen laten lopen.
In de kerk zitten wel kinderen van God. En ook in 2013 weten zij, hoop ik, best wat ontferming betekent.

Noten:
[1]
Zie “Zorgbranche beducht voor massaontslag”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 10 juni 2013, p. 1; “Hervorming in zorg onvermijdelijk”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 11 juni 2013, p. 1; “Mantelzorg”, commentaar in Reformatorisch Dagblad, maandag 10 juni 2013, p. 3.
[2] “Alleen gelaten”, commentaar van Ruurd Ubels. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 11 juni 2013.
Zie voor meer informatie over professor Bovenberg http://www.tilburguniversity.edu/nl/webwijs/show/?uid=a.l.bovenberg en http://nl.wikipedia.org/wiki/Lans_Bovenberg .
[3] Efeziërs 4:17 en 18.
[4] Zacharia 7:9.
[5] In dit artikel maak ik onder meer gebruik van http://home.kpn.nl/a.kamermans/zacharia.htm .
[6] Nehemia 12:12-16.
[7] Dat schreef ik in mijn artikel ‘Het optimisme van de kerk’, dat ik hier op 15 februari 2013 publiceerde. Het is terug te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/15/het-optimisme-van-de-kerk/ .
[8] Zacharia 6:12 en 13.
[9] Zacharia 8:3, 4 en 5.
[10] Lucas 6:35 en 36.
[11] Efeziërs 4:31 en 32.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.