gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2013

Nationale Synode en reformatie

Onlangs werd de tweede Nationale Synode gehouden. Op de website dordrecht.net werd geschreven: “Ruim 650 christenen uit meer dan 35 kerkgenootschappen deden mee aan de tweede Nationale Synode afgelopen weekeinde in Dordrecht. Deze mededeling geeft de organisatie. Dordt is uitgekozen als stad van de reformatie op weg naar de vierhonderdste herdenking van de Dordtse Synode in 2018 en 2019”[1].

Samen geloven: dat is mooi.
Maar voor mij heeft dat grootse synodale festijn telkens iets van theater. Kijk ons eens één zijn! O, wat streven wij naar eenheid! O, wat bewegen wij druk naar elkaar toe!
Weliswaar zitten wij nog in 35 (vijfendertig!) kerkgenootschappen, maar geestelijk zijn wij één.
Het Nederlands Dagblad schreef: “Bevindelijke en gewone gereformeerden gingen er in gesprek met evangelisch-charismatische migrantenchristenen en vrijzinnig-remonstranten. Het gesprek ging vooral over (persoonlijk) geloof en kerk, en wat daarin bindt en scheidt”.
Na de Synode gaat iedereen weer naar zijn ‘eigen’ kerk. Enthousiast. En ergens onderin de ziel zeurt een pijntje: hoeveel tegenspraak krijgen synodebezoekers als zij in hun ‘eigen’ kerk over eenheid beginnen? Diep in de catacomben van hun hart weten die synodeleden het wel: die eenheid komt er niet…

Op Dordrecht.net werd de Nationale Synode in één adem genoemd met de Dordtse Synode van 1618/19.
Dat is niet voor niks, natuurlijk.

Als men eenheid wil creëren, moeten er compromissen worden gesloten over allerlei regels die in het leven met de Here gelden. Allerlei kerkelijke regels moeten verzacht worden, of zelfs helemaal afgeschaft.
Nu lees ik in Deuteronomium 5: “Mozes riep geheel Israël samen en zeide tot hen: Hoor, Israël, de inzettingen en de verordeningen, die ik heden doe horen, opdat gij ze leert en naarstig onderhoudt”[2].
Er wordt een volk bijeen geroepen. Er is in Deuteronomium 5 al één volk. Dat komt omdat God die eenheid vorm geeft.
Dat volk moet luisteren naar inzettingen en verordeningen. Er worden dus geen regels afgeschaft. Integendeel!
De Israëlieten moeten onderwezen worden in de wet. Zeg maar even: wetskennis is een geïntegreerd onderdeel van de catechisatie. De regels worden dus niet doorgestreept.
Sterker nog: Gods volk moet zich erop toeleggen om naar die regels te leven. Sjoemelen met Gods wetten – nee, dat is er niet bij.
Wat zouden ze op de Nationale Synode van Deuteronomium 5 denken, eigenlijk?

Als ik schrijf over eenheid en reformatie, wijs ik u ook graag op koning Hizkia. U en ik zouden hem een reformerende koning kunnen noemen.
In 2 Kronieken 29 lees ik over Levitische schoonmaakwerkzaamheden in de tempel. Het staat er als volgt: “En zij brachten hun broeders samen, heiligden zich en kwamen, naar het gebod des konings overeenkomstig de woorden des HEREN, het huis des HEREN reinigen. Toen gingen de priesters het huis des HEREN binnen, om het te reinigen. Zij brachten al het onreine dat zij in de tempel des HEREN vonden, naar de voorhof van het huis des HEREN, en de Levieten namen het over om het naar buiten, naar de beek Kidron, te brengen. Op de eerste dag van de eerste maand begonnen zij met de heiliging; op de achtste dag der maand kwamen zij toe aan de voorhal des HEREN en heiligden het huis des HEREN in acht dagen; op de zestiende dag van de eerste maand waren zij gereed”[3].
De Levieten beseffen dat zij rechtstreeks in dienst van de Here staan; zij heiligen zich. De tempel wordt schoongemaakt. Sterker nog: het huis des Heren wordt geheiligd. De tempel wordt weer het centrum voor de dienst aan de Here.
In 2013 is de kerk het centrum voor de dienst aan de Here. De kerk. De kerk bestaat niet opdat wijzelf onze hogere gedachten kunnen ordenen. De kerk bestaat opdat de Here daar geëerd en geprezen wordt.
Wat zouden ze op de Nationale Synode van 2 Kronieken 29 denken, eigenlijk?

De Here moet Zelf ingrijpen.
Anders wordt het niks meer met Zijn volk.
Laat ik u mogen uitnodigen om mee te lezen in Jesaja 43: “Doch Mij hebt gij niet aangeroepen, o Jakob, of u om Mij moeite gegeven, o Israël. Gij hebt Mij de schapen uwer brandoffers niet gebracht en met uw slachtoffers hebt gij Mij niet geëerd; Ik heb u niet lastig gevallen om spijsoffers en Ik heb u geen moeite aangedaan om wierook. Gij hebt Mij voor zilver geen kalmoes gekocht en met het vet uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gelaafd. Neen, gij zijt Mij lastig gevallen met uw zonden, hebt Mij moeite aangedaan met uw ongerechtigheden. Ik, Ik ben het, die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil en Ik gedenk uw zonden niet”[4].
Het zit in Jesaja 43 vast op het eren van de Here.
Het leven van Gods kinderen cirkelt rond allerlei zonden. Gods wetten worden klaarblijkelijk totaal genegeerd.
Maar de hemelse God verkondigt vergeving. Hij toont hoe genadig Hij is.
Hij veegt alle tekortkomingen weg. Hij komt nooit meer op de zonden van het verleden terug. Hij is Degene die de zelfzuchtige praktijken van Zijn volk aanpakt, en volledig saneert. Hij maakt Zijn volk weer echt gezond!
Wat zouden ze op de Nationale Synode van Jesaja 43 denken, eigenlijk?

Overigens maak ik mij om de Nationale Synode niet al te druk.
Daarbij houd ik een schuin oog op Mattheüs 13 gericht. Ik citeer even: “Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur”[5].
In deze wereld staat, zo maakt Jezus duidelijk, een heleboel onkruid. Vandaag de dag is dat niet altijd als zodanig herkenbaar. Maar als de almachtige God, Schepper van hemel en aarde, ten langen leste het eindoordeel vellen zal – dan zal blijken waar het koren staat.
Wat zouden ze op de Nationale Synode van Mattheüs 13 denken, eigenlijk?

Vandaag is het 31 oktober: Hervormingsdag.
De kerk is ge-re-formeerd. De kerk moet, om zo te zeggen, iedere dag gereformeerd worden. Morgen. Overmorgen. Zolang onze Here Jezus Christus nog niet teruggekomen is, moet er voortdurende hervorming plaatsvinden.
Zouden ze dat op de Nationale Synode wel begrijpen, eigenlijk?

Noten:
[1]
Zie http://www.dordrecht.net/nieuws/reacties-op-nationale-synode-succesvol-met-een-dialoog-tussen-mensen-uit-meer-dan-35-kerkgenootschappen-12452.html .
[2] Deuteronomium 5:1.
[3] 2 Kronieken 29:15, 16 en 17.
[4] Jesaja 43:22, 23 en 24.
[5] Mattheüs 13:26-30.

30 oktober 2013

Amos 4: welvaart en welzijn komen uit Gods hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Er staan in de Bijbel vergelijkingen, waarvan we in de Westerse wereld van vandaag zouden zeggen: dat kan echt niet meer.
Maar in Amos 4 kan het wel[1].

De profetie van Amos laat zien dat het volk van God zomaar in een rijtje past. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Maar in Amos’ tijd is de kerk, om zo te zeggen, een verwereldlijkte vereniging van mensen. Gods kinderen onderscheiden zich niet meer van de wereld. Welnu – als dat gebeurt, gaat heel de wereld dat uiteindelijk merken. Ook in de politiek kan men er iets van zien[2].
Amos toont duidelijk aan: het zit scheef in de kerk. En ergens voelt Gods volk dat ook wel aan. Amos gunt zich amper de tijd om uit te leggen waar het onheil vandaan komt. Het lijkt er op dat Amos’ volksgenoten wel hebben begrepen van welke kant er gevaar te duchten was.
Hoe dan ook – de Here gaat Zijn volk afstraffen, zóveel is wel duidelijk.
Laat het ons gezegd wezen: grove zonden laat de Here zeker niet over Zijn kant gaan[3]!

Hierboven liet ik al blijken dat Amos als woordvoerder van God er geen doekjes om windt.
Welvarende en welgedane dames worden notabene vergeleken met koeien van Basan! Dat is weinig vleiend, kunnen we wel zeggen.
De rijke dames van Samaria hebben alleen maar aandacht voor zichzelf. Minder bedeelden hebben zij niet in hun blikveld.
Welnu – al die keurig geklede madams die feitelijk zonder God of gebod leven, worden uit hun woonsteden gevist: “De Here HERE heeft gezworen bij zijn heiligheid: Voorwaar, zie, dagen zullen over u komen, dat men u met angels zal optrekken en wie van u overblijven met vishaken”[4]. De hemelse God zal al die mensen beet pakken; het trefwoord van hun toekomst is: ballingschap.

De eredienst voor de Here is een dekmantel geworden voor allerlei zonden.
Het ziet er allemaal prachtig uit. Maar wie verder kijkt, ziet dat de godsdienst totaal bedorven is. Minder dan vuilnisbakkwaliteit, zogezegd. En dat terwijl godsdienst in principe betekent dat de Here God een ereplaats in het leven krijgt!

Maar daar denkt Israël helemaal niet aan.
Het volk komt ook niet op het idee dat allerlei natuurrampen evenzovele impliciete oproepen tot bekering zijn.
Een dominee schreef in verband met Amos 4 eens: “Eerst schrok het nieuwe hondje van al de vonken die in de smederij om hem heen vielen. Maar later was hij er zo aan gewend, dat hij niet eens met zijn oog knipperde als de smid op het hete ijzer sloeg. Zo gaat het ook met mensen. Ze kunnen makkelijk wegdommelen als God hen door Zijn knechten tot bekering roept”[5].
Ziet u het probleem?

In dit hoofdstuk stapelt het onheil zich op.
In de ene stad was het tijden lang droog. In de volgende metropool regende het vrijwel permanent. En niemand vroeg: hoe komt dat toch?
Complete oogsten mislukten. Wijngaarden leverden bijna geen productie. Maar er was geen mens die zich afvroeg hoe dat mogelijk was.
Er kwam een besmettelijke ziekte, de pest. Maar niemand dacht er aan dat er een reden was voor die massa’s patiënten, en voor die lange rij van sterfgevallen.
Er is een enorme aardbeving geweest. De schade was groot. Maar er was geen sterveling die vroeg: is dit meer dan een natuurverschijnsel[6]?

En dat moet Israël wel bedenken.
Amos zegt: “…Want zie, Hij, die de bergen formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg is, die de dageraad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de hoogten der aarde, – HERE, God der heerscharen, is zijn naam”[7].

Welvaart en welzijn van Gods volk liggen in de hand van de Here.
Nee, het is niet zo dat Hij ons bij alle extreme weersomstandigheden iets bijzonders te vertellen heeft.
Nu het hierom gaat ga ik eerst even terug naar het jaar 1755. In dat jaar komen in het Portugese Lissabon bij een aardbeving duizenden mensen om het leven. De schattingen omtrent het aantal overledenen lopen nogal uiteen: de één spreekt van 15.000 doden; een ander rept van 30.000 omgekomen burgers. Onder theologen breekt een uitgebreide discussie los over het verband tussen straf en zonde. Maar een echte conclusie komt er niet. Iemand schrijft daarover: “…de historische casus van de aardbeving in Lissabon laat ook zien dat je met die duiding heel veel verschillende kanten op kunt – een eenduidig antwoord op de vraag naar de godsdienstige betekenis is niet te vinden”[8].
Ik ga van de historie van 1755 naar de actualiteit van 2013. Want afgelopen maandagmiddag veroorzaakte een hevige storm in Nederland veel schade. Wie zulk natuurgeweld bekijkt, moet niet te snel zeggen: de Here wilde ons op maandag 28 oktober 2013 dit of dat vertellen.
Feit is wel dat natuurverschijnselen ons laten zien dat God werkelijk present is. Hoe hij werkt, en wat Hij vandaag aan het doen is – dat weten wij niet precies. Laten wij oppassen voor te grote woorden.
Intussen mogen wij met Psalm 107 zingen:
“God deed de winden keren,
de golven werden stil”.
En:
“Looft nu de HEER verblijd
om al zijn wonderdaden.
Vereert Hem toegewijd,
daar waar het volk vergadert”[9].

Gewone Gereformeerde mensen mogen eenvoudigweg zeggen: wij moeten ons bekeren; iedere dag weer.
Nee, dat levert wellicht geen rijkdom op. Nee, het is – na uw bekering – niet alle dagen mooi weer. Maar het is wel duidelijk dat die bekering eeuwig geluk betekent.
Wie de Here blijmoedig en zonder tegenspreken volgt, komt goed terecht. Want Hij is de Almachtige. “HERE, God der heerscharen, is zijn naam”!

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die – zo de Here wil – vanavond wordt gehouden, zal het gaan over Amos 3 en 4. In dit artikel publiceer ik enige voorstudie met betrekking tot Amos 4.
[2] Zie hierover https://bderoos.wordpress.com/2013/10/03/amos-1-en-2/ .
[3] Zie hierover https://bderoos.wordpress.com/2013/10/23/amos-3/ .
[4] Amos 4:2.
[5] Dat was dominee A.T. Vergunst, predikant in het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten. Zie: “Oordelen als roepstemmen”. In: ‘Daniel’, jongerenblad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten (24 september 2009), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Zie Amos 4:6-12.
[7] Amos 4:13.
[8] Zie: Jan-Kees Karels, “Betekenis natuurramp blijft onduidelijk”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, dinsdag 19 februari 2013, p. 6. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] Psalm 107:10 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

29 oktober 2013

Zondoffer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

God schenkt ons “om het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving van zonden en eeuwig leven”. Uit genade.
Dat mogen wij beseffen als wij kijken naar de in de kerk gebruikte sacramenten. Naar het dopen van kinderen. En naar de viering van het Heilig Avondmaal.
Dat blijkt uit Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Jezus Christus werd geofferd voor onze zonden.
Zo was Hij het Zond-offer: het offer ter verzoening van onze zonden.

In de internetencyclopedie Christipedia.nl wordt bij ‘Zondoffer’ vermeld: “Het zondoffer heeft te maken met het probleem van de zonde dat ontstaan is door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva (Genesis 3). Het heeft in het bijzonder te maken met zonden die onopzettelijk zijn begaan. Wij begaan licht zonden zonder opzet. De oorzaak is onze zondige natuur, die we hebben geërfd. Wij zijn hierdoor van nature niet in staat om aan Gods eis van heiligheid, reinheid en gerechtigheid te voldoen”[2].

Over zondoffers lezen we ook in Leviticus 4 en 5.
Wat is de gang van zaken rond zo’n zondoffer?
De schuldige belijdt zijn zonden, en brengt zijn offer. Hij legt zijn hand op de kop van het offerdier, dat daarna geslacht wordt. Daarna strijkt de priester een deel van het bloed aan de horens van het brandofferaltaar. De rest van dat bloed giet hij uit aan de voet van dat altaar. Het vet wordt op het altaar verbrand.

Wat kunnen wij bij die symboliek denken?
Onder meer het volgende[3].

1.
Het vet – het beste deel van het offer – wordt verbrand.
De rook kringelt omhoog.
En daar geldt dan die oude belofte van Genesis 8, die de Verbondsgod deed in Noachs tijd.
“En Noach bouwde een altaar voor de HERE, en hij nam van al het reine vee en van al het reine gevogelte en bracht brandoffers op het altaar. Toen de HERE de liefelijke reuk rook, zeide de HERE bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden”[4].
De Here heeft beloofd dat de aarde zal blijven bestaan. Aan die belofte denkt Hij, telkens wanneer Hij de rook van offers ruikt.
De seizoenen zullen blijven wisselen. Maar de trouwe God van het verbond zal de schepping niet loslaten.
2.
In het bloed van het geofferde dier zit geen kracht. Je kunt er weinig meer mee.
Dat wil in ieder geval zeggen dat, als er geen Goddelijke energie bij komt, alles en iedereen reddeloos verloren is.
3.
De zondaar wordt, om zo te zeggen, één met het offer. Hij legt zijn hand op het offerdier. Met andere woorden: hij wordt zich er van bewust dat hij zelf voor zijn daden verantwoordelijk is.
Dat wordt trouwens ook elders in de Bijbel beklemtoond. Denkt u maar aan Ezechiël 18: “de ziel die zondigt, die zal sterven”. Zo staat dat in 18:4. En nog een keer, in 18:20.
Met een schuin oog op Ezechiël 18 zou men denken: het loopt niet best met ons af.
Maar het Evangelie geeft aan hoe de God van hemel en aarde dit levensbedreigende probleem soeverein oplost. In Romeinen 3 staat het zo: “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus”[5].
Het is genade van God dat Zijn Zoon, Jezus Christus, voor onze zonden betaalt!

In Leviticus 6 staat nog wat over het zondoffer.
De Heidelbergse Catechismus verwijst daar ook naar.
Wij lezen: “De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondoffer: ter plaatse waar het brandoffer geslacht wordt, zal ook het zondoffer geslacht worden voor het aangezicht des HEREN, het is allerheiligst. De priester die het als zondoffer offert, zal het eten; op een heilige plaats zal het gegeten worden, in de voorhof van de tent der samenkomst”[6].
Een zondoffer is dus zeer bijzonder.
En er is meer.
De bovenstaande tekst mogen we – meen ik – in verband brengen met Ezechiël 44, waar over de priesters gezegd wordt: “Dit zal hun tot erfdeel zijn: Ik ben hun erfdeel; een bezitting in Israël moogt gij hun niet geven: Ik ben hun bezitting. Het spijsoffer, het zondoffer en het schuldoffer mogen zij eten, en al wat in Israël met de ban getroffen wordt, dat zal voor hen zijn”[7].
Wat er van het zondoffer overblijft, wordt dus door de priesters genuttigd. Zij worden op bijzondere wijze gevoed. Zo worden schuldbelijdenis en eredienst in stand gehouden. Het onderhoud van de priesters is gegarandeerd. Het dienstrooster in de tempel kan worden uitgevoerd. Het volk wordt in staat gesteld om nieuwe zondoffers te brengen – jaren lang, decénnia lang, eeuwen lang.
Zo gaat het volk van God op weg naar het eenmalige offer van de Redder der wereld. Dat offer zal pas eeuwen later gebracht worden. Maar die kant gaat het wel op!
Al die ijverige offeraars in de tempel weten niet langs welke weg de hemelse God de geschiedenis van kerk en wereld leiden zal. Maar ze weten wel: onze God heeft ons aller leven in handen; alleen Hij kan verlossing geven!

Het is belangrijk om ons dit alles te realiseren.
Heel wat mensen zeggen tegenwoordig: als je maar naar Jezus toe gaat, dan komt alles goed.
Maar dat is te simpel.

Nu het hierom gaat, maak ik graag nog een link met de actualiteit.

Onlangs waren vijf studenten theologie met elkaar in gesprek. Het ging over kerkelijke eenheid. Is de verdeeldheid op het kerkplein over twintig jaar nog net zo erg als nu?
Het Nederlands Dagblad deed afgelopen vrijdag, 25 oktober, verslag van dat gesprek.
Een van hen, Bouke Hofman, zei: “Het gaat erom dat Jezus Christus het fundament is waarop we bouwen. Met allen die dat onderschrijven, vormen we een eenheid. Dat is wat ik me er bij voorstel”.
Timon van Doleweerd bleek het wat anders te zien. Ik citeer weer: “Timon ziet wel wat in een overkoepelende kerk. Dat er dan ’s zondags naast hem iemand aanschuift die andere theologische inzichten heeft, vindt hij niet problematisch. ‘Geestelijk stoeien houdt je scherp. Als je met elkaar belijdt dat Jezus zoon van God is, dat God een Drie-eenheid is, en dat het in de kerk gaat om verzoening, heb je al een stevige basis’”[8].
Als je Jezus aanbidt, ben je al een stuk verder, zo werd geponeerd. En dat is waar. Helemaal waar. Maar daarmee is lang niet alles gezegd.
Leviticus 4, 5 en 6 bepaalt ons bij de deplorabele toestand waarin mensen verkeren. Als God Zijn reddingsplan niet had doorgezet, waren wij in de ellende blijven steken. Dan was het leven niet meer geweest dan opgaan, blinken en verzinken.
Onze Here Jezus Christus heeft een eenmalig offer gebracht. Dat offer ging boven massa’s zondoffers uit. Eeuwen lang gebrachte offers konden de mensen niet op een hoger niveau brengen. Maar het lijden, het sterven en de opstanding van Christus konden dat wel.

Daar mogen we niet geestelijk over stoeien.
Dat moeten wij eenvoudig geloven.
Daar helpen de sacramenten bij!

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, antwoord 66.
[2] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/Z/Zondoffer .
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/W02.pdf .
[4] Genesis 8:20-22.
[5] Romeinen 3:23 en 24.
[6] Leviticus 6:24-26.
[7] Ezechiël 44:28 en 29.
[8] “Tekenen bij het kruisje gaat te snel”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 25 oktober 2013, p. 3.

28 oktober 2013

Afgedankt geloof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Tolerantie, vrijblijvendheid en dialoog – het is allemaal prachtig, maar voor de kerk op lange termijn funest”.
Aan het woord is Emiel Hakkenes. De man is chef religie en filosofie bij het dagblad Trouw.
Deze leidinggevende journalist groeide op in een Gereformeerd nest. Hij zegt: “Het einde van het gerieflijke gereformeerde leven begon toen de kerk de orthodoxie ouderwets verklaarde en de leerstelligheid losliet”[1].

U moet weten: Hakkenes is de auteur van het boek “God van de gewone mensen”[2]. Daarin beschrijft hij zijn familiegeschiedenis.
In een aankondiging van die publicatie lees ik: “Ieder mens is een kraal aan een ketting die ons verbindt met de generaties voor ons, aldus een oud gezegde. Als Trouw-redacteur Emiel Hakkenes voor het eerst vader wordt, stellen zijn ouders hem een confronterende vraag: zal hij hun kleinzoon laten dopen? Zelf komt Hakkenes hoogstzelden nog in een kerk. De jonge vader staat met zijn mond vol tanden: hoe kan het dat God langzaam uit zijn leven is verdwenen?
Om een antwoord op die vraag te vinden duikt Hakkenes in de geschiedenis van zijn eigen familie (…) Hakkenes stuit op Duitse huurlingen, arme kleermakers, dubieuze gebedsgenezers, verzetshelden, zwartrokken en bastaardkinderen. Hij leert hun dromen, hun worstelingen en hun God kennen, en hij ontdekt tegelijkertijd hoe nauw zijn eigen kleine geschiedenis is verbonden met de grote (religieuze) geschiedenis van Nederland”[3].

De familie van Hakkenes is kleurrijk. Dat blijkt hierboven wel.
Maar het is in die zin een doorsneefamilie, dat ook daar het geloof is afgedankt.

Wij kunnen zeggen: het geloof is weggezakt. Dat klinkt wat vriendelijker. En wat prettiger. Welwillender, ook.
Het geloof is weggezakt. Op de manieren  van Mattheüs 13 bijvoorbeeld: “De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het woord hoort en het terstond met blijdschap aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val. De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar”[4].

Het is echter te makkelijk om te roepen dat het levend water van Gods Geest bijna ongemerkt is weggesijpeld.
Als God mannen en vrouwen heeft uitgekozen om Zijn kinderen te zijn, worden van die mensen keuzes gevraagd. Geloofskeuzes.
En daarbij geldt: geen keuze is ook een keuze.
Hierboven citeerde ik Mattheüs 13. Maar daarvóór, in Mattheüs 12, heeft Jezus ook al gezegd: “Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit”[5].

Het is daarom zaak om bij de Here te blijven.
Het is zaak om in Gods Woord te lezen, en daaruit bekende en onbekende schatten op te diepen.
Het is zaak om over dat Woord na te denken, en pogingen te doen om dat Woord in het leven volop méé te laten tellen.
Het is zaak om regelmatig te vragen: wat vraagt de Here van mij, in de omstandigheden waarin ik leef?
Daarmee is niet gezegd dat er onmiddellijk antwoorden komen.
Daarmee is niet gezegd dat er heel snel tastbare resultaten worden geboekt.
Maar laten we eerlijk zijn: in een voetbalwedstrijd wordt in verreweg de meeste gevallen ook niet in de eerste minuut gescoord. Soms rennen elf mannen gedurende 90 minuten begeesterd achter een bal aan; en het blijft maar 0-0. Toch wordt die wedstrijd gespeeld. Zo is het zeker ook in het geloofsleven: er moet geduldig worden doorgewerkt: pas na verloop van tijd merken we op wat de Here in ons leven doet.

Daar raken wij de kern van de kwestie: de Here is in onze wereld aan het werk.
En Hij verzamelt Zijn kinderen in de kerk.
Daar leert Hij hen om met Hem op te trekken, de toekomst tegemoet. De toekomst die Hijzelf vorm geeft.
Daar leert Hij hen om met Zijn Woord te leven.
Daar laat Hij aan Zijn kinderen zien dat zij niet alleen staan in de wereld. Hij toont hen dat er nog ándere schapen Zijn, die door de Herder bij de kudde worden gevoegd en in Zijn stal worden gebracht.
Toegegeven: het rendement van de kerkdiensten is lang niet altijd zichtbaar. Maar dat komt door de zonde, die in het leven nog zo’n grote invloed heeft. Pas op de lange termijn ontdekken we wat het kerkelijk leven met ons doet.

Trouw-redacteur Hakkenes zegt: “Tolerantie, vrijblijvendheid en dialoog – het is allemaal prachtig, maar voor de kerk op lange termijn funest”.
Op de lange termijn, staat daar. In het begin lijkt het allemaal onschuldig. Maar uiteindelijk blijkt de afwijking veel groter dan we in eerste instantie dachten.
Het is daarom niet vreemd om vanaf den beginne te protesteren als van Gods Woord wordt afgeweken!
Het is een must om onszelf bij de voortduur te reformeren, en naar de Heer van hemel en aarde terug te keren.

Als de kerk de leerstelligheid loslaat, krijgt ze al gauw veel menselijks.
Als de kerk de orthodoxie ouderwets verklaart, verdwijnt de Bijbel al snel naar het archief. Want ach – het Woord van God is, op de keper beschouwd, ook oud.

Emiel Hakkenes zegt: “Het einde van het gerieflijke gereformeerde leven begon toen de kerk de orthodoxie ouderwets verklaarde en de leerstelligheid losliet”.
Maar dat was, zegt Hakkenes erbij “ook haar enige mogelijkheid”.
Wie bij geloofszaken alle Goddelijke activiteit uitschakelt, komt tot uitspraken als deze.
Voor Gereformeerde mensen is het, als u het mij vraagt, een helder signaal. Wij mogen nooit vergeten dat wij van genade leven. Helemaal. Altijd. Overal.

Wat zal ik nog meer over Emiel Hakkenes zeggen?
Hij heeft in dit aardse leven nog alle ruimte om zich tot God te bekeren. Graag roep ik hem op om dat zo snel mogelijk te doen. Daar wordt hij een stuk gelukkiger van. Zéker op de lange termijn.

Noten:
[1]
Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/loslaten_orthodoxie_voor_kerk_op_lange_termijn_funest_1_778501 . En: “Kleinzoon Hakkenes werd niet gedoopt”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 24 oktober 2013, p. 13 (rubriek ‘Kruispunt’).
[2] De gegevens van dit boek zijn: Emiel Hakkenes, “God van de gewone mensen – hoe het geloof uit een familie verdween”. – Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2013. –  320 p.
[3] Zie http://www.ebook.nl/store/god-van-gewone-mensen-p-211277.html .
[4] Mattheüs 13:20-22.
[5] Mattheüs 12:30.

25 oktober 2013

Niet van graniet

Gewone Gereformeerde mensen krijgen nog wel eens het verwijt dat zij arrogant zijn. Zij weten alles beter. Zij hebben overal een antwoord op. Dat is, zo vinden velen, irritant. Hoogst vervelend. Als het een beetje meezit zeilt er ook nog een Bijbeltekst over de tafel. Dat is helemáál te gek, menen vele christenen. Al dat vrome gedoe is, zo stellen zij, nergens goed voor als je met beide voeten in de modder van de wereld staat.
Het geloof van ware gelovigen wordt soms ervaren als even zo vele blokken graniet waar alles op af stuit.

Is geloofszekerheid verkeerd?
Zeker niet.

Ik wijs u op Romeinen 4.
Daar gaat het over Abraham. Paulus schrijft over hem: “…maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. Daarom ook werd het hem gerekend tot gerechtigheid”[1].
Abraham stond niet als een onzeker vogeltje in de wereld. Hij was heel zéker. Maar niet van zichzelf. Hij twijfelde niet aan de belofte.
En laten we goed zien wat er staat: hij werd versterkt in zijn geloof. Abraham deed dat dus niet zelf. Hij keek niet in z’n eigen hart om zichzelf ês flink op te laden. Hij deed niet allerlei stekkers in diverse stopcontacten om de batterijen weer op niveau te krijgen. Welnee, de versterking kwam van buitenaf. Die versterking kwam van de Here. De hemelse God bezwoer Zijn kind Abraham dat Hij Zijn beloften na zou komen.
Er staat nog wat meer. “Daarom ook werd het hem gerekend tot gerechtigheid”. Daarom dus. Niet omdat Abraham zo’n stevige kerel was. Maar omdat Hij volledig op de Here vertrouwde.

De zekerheid van Gereformeerde mensen komt niet voort uit eigen kracht.
Gereformeerde mensen zijn geen figuren van het type ‘wij weten precies wat wij willen en daarom moet de hele wereld voor ons aan de kant gaan’.
Welnee.
Gereformeerden leggen heel hun leven in de handen van de Here. En zij zeggen: in ons leven met Hem komt het goed. En daarom gaan we rustig onze gang. Niet als ongevoelige mensen. Niet als blokken graniet. Maar als mensen. Als schepselen van God, die weten welke kant het met hen op gaat.

Ik wijs u ook op de inzet van Hebreeën 11.
Daar staat: “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet”[2].

In het geloof zeggen we niet: het is waarschijnlijk zo dat God in Zijn Woord gesproken heeft. En we zeggen ook niet: de Bijbel is hoogstwaarschijnlijk waar.
Nee, in de kerk doen we geen half werk. Daar stellen we zonder omwegen: wat de Here zegt is waar. Helemaal waar. En iedereen die aan het Woord van de Here komt, is strafbaar. Hij pleegt een ernstig delict.

Die zekerheid komt niet uit onszelf.
Die zekerheid wordt ons gegeven. Van bovenaf. Uit de hemel. Door God Zelf.

Dat ik het belang van de zekerheid zo accentueer heeft een reden.
Is het u wel eens opgevallen dat op het kerkplein vandaag de dag enorm veel vragen worden gesteld?

Nu kom ik bij de editie van het Reformatorisch Dagblad die verscheen op zaterdag 28 september 2013.
Dat is een krant die al bijna een maand oud is.
Maar het is wel de moeite waard om ‘m nog even tevoorschijn te halen.
Dat zal hieronder blijken.

In die krant publiceert Jan Fré Bos een artikel. Zeg maar gerust: een hartenkreet.
Hij betoogt dat de kerkgeschiedenis zich herhaalt.
Bos schrijft: “Nu zal het waar zijn dat het theologisch postmodernisme in onze tijd een andere inhoud heeft dan in de tweede helft van de twintigste eeuw. Terecht zegt prof. Harinck dat de geschiedenis zich nooit precies op dezelfde wijze herhaalt. Maar ik herinner mij nog goed wat er gebeurde door de grote theologische verschuivingen uit de jaren zeventig, toen wijzelf nog lid waren van de synodaal Gereformeerde Kerken”.
En dan begint het pas echt.

“We konden niet meer eenvoudig in God geloven zoals Hij Zich openbaarde in Zijn Woord. De Bijbel bleek opeens tijdgebonden en alleen deskundigen waren nog in staat om te onderscheiden wat voor onze tijd nog relevant was en wat niet. We konden ook niet meer zomaar zeggen wat God van ons eiste. Want ook de goede geboden van God waren tijdgebonden en niet zonder meer toepasbaar in het dagelijks leven in de moderne tijd. Het ging niet langer om wat God over Zichzelf had geopenbaard, maar het ging vooral over de vraag wat mensen over God hadden te zeggen.
En daarin herhaalt de geschiedenis zich nu wel degelijk. Het gaat ook in onze tijd niet in de eerste plaats meer over wat God over Zichzelf openbaart. Maar het gaat vooral over de vraag wat wij over God en over Zijn geboden te zeggen hebben (…).
Daar zit een geweldig groot gevaar in. Want mensen zijn veranderlijk. Tien jaar geleden werd de vrouw in het ambt in de GKV nog algemeen en op Bijbelse gronden afgewezen. Nu, slechts enkele jaren later, lijken de ambten opengesteld te worden voor vrouwen. Zo ging dat in de jaren zestig en zeventig in de synodaal gereformeerde kerken ook. Heel veel standpunten die de kerken jarenlang als Gods wil hadden verdedigd en gehandhaafd, bleken opeens geen betekenis meer te hebben.
En toen kwamen de vragen. Want als het spreken van de kerk zo veranderlijk is, heeft het Woord van God dan nog wel gezag? En als iedereen een eigen standpunt inneemt over God en over Zijn geboden, heeft het dan nog zin om in Hem te geloven? Hoe kan ik door al die meningen heen nog iets van de levende God gewaarworden?
(…)
…Veel kerkleden, waaronder veel jongeren, begrepen dat het in de kerk niet om de leer van de Bijbel ging, maar dat de menselijke ervaringswereld bepaalde wat waarheid was. Ze begrepen ook dat er over God en over Zijn wil maar weinig met zekerheid te zeggen viel. En toen werd Zijn bestaan voor velen twijfelachtig. De onverschilligheid voor het kerkelijk leven nam toe. Het kerkbezoek nam gestaag af. Steeds meer mensen kwamen tot de conclusie dat zij heel goed konden leven zonder de kerk met al die verhalen en regels. Zodoende namen velen afscheid.
De verlaten kerkgebouwen in het land geven een onweerlegbaar getuigenis van deze geschiedenis. Laten wij er acht op slaan”[3].

De conclusie is onontkoombaar: als we in de kerk vragen stellen bij Gods gezag en macht, komt de kerk binnen de kortste keren in grote problemen.
Wij kunnen niet om de conclusie heen: als we gaan roepen dat Gods Woord tijdgebonden is, kunnen we de Bijbel net zo goed dicht laten.
Wij mogen er niet omheen draaien: als wij vragen stellen bij het hoe en waarom van onze redding, gaat het kerkelijke bestaan bijzonder ingewikkeld worden.
Wij moeten het hardop zeggen: als we onze geloofszekerheid kwijtraken, wordt het leven moeilijk. Buitengewoon moeilijk.

Nu is de vraag natuurlijk: voelt schrijver dezes geen vragen opkomen als hij Gods Woord leest?
Zeker wel.
Ik zou – bijvoorbeeld – wel willen weten hoe het er in de hemel aan toe gaat.
Ik zou – bijvoorbeeld – willen weten wat voor een leven allerlei inmiddels overleden familieleden en vrienden nu hebben. Velen van hen waren op aarde gelovige kinderen van God. Hoe heerlijk is hun leven nu?
Ik zou – bijvoorbeeld – wel willen weten wanneer de Here op aarde terugkomt. Want als Hij weer komt, zijn alle problemen op aarde in een oogwenk opgelost.
En zo is er nog veel meer.

Maar bij al die vragen blijft de zekerheid omtrent Gods fenomenale kracht recht overeind.
Ik denk aan die prachtige woorden van Psalm 37:
“Wentel uw weg op de HERE en vertrouw op Hem,
en Hij zal het maken”[4].
Daar word ik blij van.
Daar staat de garantie voor de toekomst van de kerk.

Gewone Gereformeerde mensen zijn niet arrogant.
Gewone Gereformeerde mensen zijn niet van graniet.
Gewone Gereformeerde mensen leven van gegeven garanties.
Gewone Gereformeerde mensen kennen daarom grote geloofsblijdschap!

Noten:
[1]
Romeinen 4:20 en 21.
[2] Hebreeën 11:1.
[3] Jan Fré Bos, “Geschiedenis GKV herhaalt zich wel degelijk”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 28 september 2013, p. 15.
[4] Psalm 37:5 (onberijmd).

24 oktober 2013

Antieke kerk?

Waarom ben ik Gereformeerd?
Omdat ik heel Gods Woord in mijn leven wil eerbiedigen.
Omdat ik Hem wil eren in al mijn activiteiten. Dat gaat heel vaak mis. Dat weet ik. Maar ik probeer het wel.
Het is genade van God dat ik iedere dag weer een nieuwe poging mag doen.
Die genade komt voort uit Gods bewuste keuze om mij bij Zijn volk in te lijven.
Zoals ik hierboven al liet blijken, zitten in mijn leven nog heel wat zonden. Maar de zonde is in mijn bestaan geen doorgaande lijn meer. Mijn leven wordt steeds meer door Christus overheerst. Dat is prachtig!
Bij dit alles kómt nog dat ik niet de enige ben die de Here dienen wil. Er zijn nog veel meer Gereformeerden. In mijn familie. En in Nederland. En in heel de wereld. Samen dienen we de Here. Iedere dag weer. Met vallen en opstaan. Maar wij doen het wel.

Waarom zet schrijver dezes dat vandaag zo duidelijk neer?
Wel, in het Reformatorisch Dagblad van 21 september jongstleden komt professor Harinck aan het woord.
Hij spreekt over het verleden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Harinck stelt dat in De Gereformeerde Kerken (hersteld) terug wordt verlangd naar oude tijden. Men wil “terug naar de situatie tussen pakweg 1944 en 1960. Toen was er een soort zuiver vrijgemaakt denken”[1].

Mijn geboortejaar is 1962.
Eigenlijk kan ik dus niet meepraten over de situatie tussen 1944 en 1960. Ik moet het hebben van de verhalen van ouderen. En van de geschiedenisboeken.
En toch ben ik geneigd om tegen de hoogleraar Harinck in protest te gaan. Hij schetst namelijk een beeld van DGK-ers dat volgens mij niet klopt.

In de DGK verlangt men terug naar oude tijden, zegt de professor.
Volgens mij is dat niet zo. De mensen in de DGK verlangen naar goede Gereformeerde preken. Preken zoals die vroeger gehouden werden, jazeker. Maar waar het om gaat is dat men actuele preken horen wil, waarin de Here God aan het woord komt. De mensen willen preken horen waaruit blijkt wat hen vandaag te doen staat.
Daarom hebben De Gereformeerde Kerken ook veel werk gemaakt van de in- en oprichting van een Opleiding tot de dienst des Woords. Daar komen predikanten vandaan. Jonge dominees. Eén is er inmiddels predikant. En er komen nog meer aan, als ik het even populair uit mag drukken.
Persoonlijk wil ik niet terug naar de periode tussen 1944 en 1960. De Here Zelf heeft de geschiedenis immers verder laten gaan. Zo komt het dat wij nu Anno Domini 2013 leven. Ook 2013 is een jaar van de Here. Zo zeggen we dat. En dat menen wij ook.

Professor Harinck spreekt van “een soort zuiver vrijgemaakt denken”.

Een soort.
Dat heeft iets intrigerends.
Want daarmee suggereert Harinck dat er meerdere soorten van zulk denken zijn.
Welke soorten zouden dat zijn, eigenlijk?

Een zuiver denken.
Kan dat wel?
Een zondig mens kan nooit helemaal zuiver denken.
Denkt u maar aan Psalm 94: “De HERE kent de gedachten der mensen: ijdelheid zijn zij”[2].
Of aan Jesaja 55: “Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten”[3].
Of aan Romeinen 12: “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld. Want, gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander”[4].
Zuiver denken? In deze wereld? Dat wordt moeilijk. Tenzij de Heilige Geest ingrijpt.
En als de Heilige Geest dan op majestueuze wijze koers-corrigerend bezig is, gaat het niet meer om menselijke zorgvuldigheid. Het gaat dan niet om humane precisie. Het gaat om Goddelijke planmatigheid, waardoor Hij er – in Zijn genade – voor zorgt dat mensen gered worden, en eeuwig geluk zullen gaan ervaren. En daarin zullen die mensen Hem de eer geven die Hem toekomt.

Vrijgemaakt denken.
Ik kan mij wel voorstellen wat de hoogleraar Harinck daarmee kan bedoelen. Hij heeft, denk ik, het oog op de ware-kerk-gedachte.
Maar eigenlijk denk ik niet dat vrijgemaakt denken bestáát.
De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zijn ontstaan uit een reformatie. Allerlei gelovigen keerden terug naar hun Heer. Daarin toonden zij dat zij waar geloof hadden. Dat is: het stellig weten dat niemand ons uit aardse sores kan redden, behalve dan de Here Jezus Christus. Om zulk een levensovertuiging gaat het, in de kerk.
In 2003 is er ook een reformatie geweest. Opnieuw waren er kinderen van God die hervormd werden door de vernieuwing van hun denken[5].
Door de eeuwen is dat ware geloof door velen beleden.
In de Heilige Schrift zien we daar al voorbeelden van. Leest u maar mee in Mattheüs 8: “Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de één: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zeide tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden!”. En: “En Jezus zeide tot de hoofdman: Ga heen, u geschiede naar uw geloof. En de knecht genas, juist op dat uur”[6].
Leest u maar verder in Mattheüs 9: “Maar Jezus keerde Zich om, zag haar en zeide: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u behouden”. En: “Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof[7].
In de kerk doen we niet aan vrijgemaakt denken. Daar belijden we ons geloof. Frank en vrij. Midden in de maatschappij.

De formuleringen van professor Harinck vielen mij op.
Ik vind ze enigszins denigrerend.
Want DGK-ers zijn wel degelijk toekomstgericht.
DGK-ers zijn gewone gelovigen. DGK-ers verwachten alles van hun Heer in de hemel.
Niet meer. En niet minder.

Noten:
[1]
“Afscheiden zit in de GKV-traditie”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 21 september 2013, p. 14 en 15.
[2] Psalm 94:11.
[3] Jesaja 55:8 en 9.
[4] Romeinen 12:3, 4 en 5.
[5] Zie Romeinen 12:2: “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene”.
[6] Mattheüs 8:8, 9, 10 en 13.
[7] Mattheüs 9:22 en 29.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.