gereformeerd leven in nederland

31 december 2013

Jaarwisseling 2013-2014: zonder beeld van God, maar vol verwachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wij staan op de drempel van het nieuwe jaar. Vannacht gaan we, van de ene op de andere minuut, 2014 binnen. Dat doen we met veel lawaai en licht. We markeren het moment. Maar het allerbelangrijkste dat bij de jaarwisseling gebeurt, wordt vaak vergeten. Het wordt namelijk Anno Domini 2014. Het betreft een jaar van de Here. Het is een jaar dat door God gegeven wordt. En ook in dat nieuwe jaar mogen en moeten wij wandelen met God.

Wat zal het aanzien van 2014 wezen? Wat wordt het algemene beeld van het nieuwe kalenderjaar?
De wereld is vol van het twintigste wereldkampioenschap voetbal.
En van het feit dat de moordenaar van Pim Fortuyn in 2014 misschien wel vrij komt.
Ergens aan de rand van het kerkplein staat men in het komende jaar klaar voor de heiligverklaring van de pausen Johannes Paulus II en Johannes XXIII[1].

De christelijke kerk leeft met God.
Hoe ziet de kerk eruit?

En misschien vragen wij ons af: hoe ziet God er uit? Wat is het aanzien van Hem? Wat is het beeld van God?

Op die laatste vragen mogen we in de kerk geen antwoord geven.
God eist van ons “dat wij God op geen enkele manier afbeelden en Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft”[2].

Het wil mij voorkomen dat dat laatste citaat – het is afkomstig uit Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus – ons ook bij de binnenkomst van het nieuwe jaar veel te zeggen heeft.

Om dat duidelijk te maken kan 1 Samuël 15 dienstig zijn.

In dat Schriftgedeelte krijgt Saul de opdracht om Amalek uit te roeien. Dat volk heeft de kinderen van God de voet dwars gezet. Daarom moeten de Amalekieten uit de weg worden geruimd. Weg met die mensen!
Daar is de Verbondsgod heel rigoureus in. Waarom? Omdat Zijn werk wordt bedreigd. Omdat de kerk wordt gehinderd.
Maar dat begrijpt koning Saul klaarblijkelijk niet. De door God aangestelde regent heeft dat schijnbaar niet door.
Als doorsnee-mensen naar de Goddelijke opdracht kijken, kunnen zij koning Saul ook wel volgen. En compleet volk uitroeien, omdat die natie niet naar de Here luistert? Dat gaat wel heel ver. Dat ruikt naar buitenproportioneel geweld. Naar autoritair gedrag. En naar machtswellust.
Maar het volk van God moet beter weten. Gods kinderen moeten begrijpen dat de Here God almachtig is. Gods kinderen moeten doorzien dat God bezig is om een volk te formeren dat Hem eren en prijzen zal. Gods kinderen moeten onderkennen dat hun Heer planmatig bezig is, en dat Hij Zijn volk steunt en leidt.
Koning Saul kijkt met doorsnee-ogen naar zijn omgeving. En wij zien Hem denken: ik kan al die mooie mensen en die prachtige dingen toch niet met de grond gelijk maken? Al die aardige mensen, al die kostbare dingen… die kan ik toch niet zomaar op de vuilnisbelt gooien? Er staat: “Saul echter en het volk spaarden Agag (dat is de koning van de Amalekieten) en het beste van het kleinvee en van de runderen, ook het naastbeste, verder de lammeren, kortom al wat waardevol was; dat wilden zij niet met de ban slaan. Maar al het vee dat waardeloos was en ondeugdelijk, sloegen zij met de ban”[3].
Wat gebeurt hier feitelijk? Antwoord: de mens Saul denkt het beter te weten dan de God van het verbond. Dat komt omdat koning Saul eerst en vooral naar mensen kijkt. Hij vertrouwt God niet.
In het verbond is er altijd een vertrouwensbasis. Het is dat fundament, dat bij Saul ontbreekt.

Wie op de Here vertrouwt, die weet het wel: opdracht is opdracht.
Zo iemand begrijpt ook dat de Here nooit onzin-taken geeft. Hij geeft nooit dienstorders waarin gewelddadigheid centraal staat. Al Zijn besluiten hebben rechtstreeks te maken met het welzijn van Zijn kinderen. En met de zegen vóór Zijn kinderen.
Daarom zegt Samuël tegen Saul: “Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen”[4]. Dat betekent: vertrouw nu maar gewoon op God. Dat betekent: doe maar gewoon wat Hij zegt; dan komt alles goed.

De Here neemt Sauls ongehoorzaamheid hoog op.
Want Samuëls boodschap namens de Here is heel duidelijk: “Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim. Omdat gij het woord des HEREN verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn”[5].

Dat laatste citaat uit 1 Samuël 15 is een bewijstekst bij Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus.

En wij kunnen nu waarschijnlijk wel begrijpen waarom die bewijstekst onder Zondag 35 staat.

Saul zag God niet.
En Hij begreep ook niet wat de Here aan het doen was.
Wat was zijn taak op dat moment?
Antwoord: hij moest gewoon doen wat de Here vroeg.

Wij zien God niet.
Het is ons streng verboden om voor onszelf een beeld van God te maken.
Waarom?
Wij kunnen God nooit en te nimmer in een menselijk beeld vatten. Dat moeten wij ook maar niet proberen.
Wij mogen en moeten op God vertrouwen. Wij moeten gewoon doen wat Hij zegt. Want Hij neemt altijd de juiste beslissingen. Rechttoe rechtaan gaan wij naar Zijn toekomst toe!

In het Reformatorisch familieblad Terdege schreef de hersteld hervormde dominee J.C. den Ouden eens een artikel over 1 Samuël 15.
Hij schreef onder meer de navolgende behartenswaardige woorden.
“Misschien is ons godsbeeld te lief. God is liefde – 1 Johannes 4:8 – en onze God is een verterend vuur – Hebreeën 12:29 –. Het is te oppervlakkig als we stellen dat de bijbelse boodschap is samen te vatten met: God is liefde. Lees Exodus 34:5 en volgende. God is barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Hij vergeeft de ongerechtigheid en overtreding. Maar de schuldige houdt Hij geenszins onschuldig. God is oneindig veel groter dan wij ons kunnen voorstellen. Wij meten Hem te vaak af naar onze afmetingen en beoordelen Zijn daden te vaak naar onze gevoelens. Wantrouw je verstand en gevoel, want ze zijn door de zonde aangetast en corrupt geworden. Vaar dicht op het Woord en aanvaard dat God is zoals hij ons tegemoet komt in Zijn Woord: rechtvaardig en goed, genadig en heilig, barmhartig en trouw”[6].

Wij staan op de drempel van het nieuwe jaar. Vannacht gaan we, van de ene op de andere minuut, 2014 binnen.
Wat wordt er van ons verwacht?
Ook in 2014 moeten wij gewoon doen wat de Here zegt.
Zonder beeld van God.
Maar vol vertrouwen.
Energiek en blijmoedig.
Houdt daarbij Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus maar in gedachten. En vergeet 1 Samuël 15 vooral niet.

Noten:
[1]
Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/2014 .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 96.
[3] 1 Samuël 15:9.
[4] 1 Samuël 15:22 b.
[5] 1 Samuël 15:23.
[6] Dominee den Ouden schreef een artikel over de vraag ‘God is toch liefde?’ in de rubriek ‘Jouw vragen’. In: Terdege (25 november 2009), p. 77. Ook te vinden op www.digibron.nl .

30 december 2013

Gods troon staat vast en hecht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In 2013 hebben we nog twee dagen te gaan. Het jaar is bijna om.

Het was het jaar van de troonswisselingen. In Nederland werd koning Wilem-Alexander staatshoofd. In België werd Filip de zevende koning der Belgen[1].

In die situatie mag de kerk in Nederland belijden dat in de hemel geen troonswisselingen plaatsvinden. Daar is en blijft de Here God aan het bewind.

Nu het hierom gaat, wijs ik vandaag graag op Exodus 17.
In dat hoofdstuk gaat het over een strijd met Amalek. Zolang Mozes zijn hand geheven houdt, hebben de Israëlieten de overhand. Maar zodra Mozes’ hand naar beneden zakt, dreigt Gods volk het gevecht te gaan verliezen[2]. Uiteindelijk behaalt Gods volk de overwinning. En wat zegt Mozes dan?  Hij zegt: “De hand op de troon des HEREN!”[3]. Dat betekent: het volk Israël mag de hand op de troon van de Here leggen. Een exegeet noteert erbij: “Israël krijgt de verzekering dat de HERE niet zal rusten totdat Amalek geheel vernietigd zal zijn. Hiermee is Amalek geworden tot een symbool van de vijanden van het werk van de HERE God. Wanneer deze vijand niet meer zal bestaan, zal er vrede zijn op de wereld. Deze tekst is geen legitimatie tot ongebreideld vijanddenken. Men dient de tekst te plaatsen tegen de achtergrond van het heiligste moment in de geschiedenis van Israël: de sluiting van het verbond. Wie op dat moment tegen Israël strijdt, is een vijand van de HERE. Gelovigen dienen deze tekst op genuanceerde wijze toe te passen: zij dienen zich te verzetten tegen alles wat ingaat tegen de HERE en zijn vrede. Toetssteen is hierbij de liefde van de HERE God voor een verloren wereld. Voor zover het in ons vermogen ligt, dient deze bewaakt te worden”[4].
Wij behoren te protesteren tegen alle acties die tegen de Here worden ondernomen. Maar in al onze bezwaren en kritieken mogen we laten blijken: wij komen uit onze stoel omdat wij de Here liefhebben. Op het kerkplein lopen geen religieuze hobbyisten rond die in hun vrije tijd spandoeken maken en protestsongs zingen. Wij komen voor de Here op, omdat wij dankbaar zijn voor de redding die Hij geschonken heeft. Wij komen voor de Here op omdat Hij ons in Zijn verbond heeft opgenomen.
Ik vraag uw aandacht voor twee details in Exodus 17.
het eerste detail
De Here zegt: Ik zal de herinnering aan Amalek volledig uitwissen. Denk erom, betekent dat, dat Jozua de Amalekieten bij de intocht in Kanaän niet ontziet. Maar het houdt in dat de Here voor Zijn volk strijdt. Hij is present. En als Hij aanwezig is, is de zegen voor Zijn volk gegarandeerd… Want de liefde van God voor Zijn volk grenst aan het ongelooflijke!
het tweede detail
Mozes gaat een altaar bouwen. Dat altaar krijgt ook een naam: ‘de Here is mijn banier’. Wat betekent dat? Dit: De Here is geweldig actief. Als teken daarvan wordt, om zo te zeggen, het vaandel omhoog gehouden.
Iedereen kan zien waar Hij is. En men kan massaal naar Hem toe komen. En de volken die Israël tegenwerken, worden nu gestimuleerd om Zich ook bij de Here te melden.
‘De banier opheffen’ betekent: de Here zorgt ervoor dat Hij weer te vinden is[5].

Te midden van een paar troonswisselingen blijft de troon in de hemel bezet. En wel door onze almachtige Vader. Kan het mooier? Kan het veelbelovender?

Het jaar 2013 is ook het jaar van de weersextremen. Op 30 januari was het 13 graden. Dat was de hoogste maximumtemperatuur op deze dag sinds de invoering van de weerstatistieken. Het weekend van 23 en 24 maart was het koudste maartweekend sinds 1964. Op 1 april kon er nog geschaatst worden; dat was nog nooit eerder voorgekomen. Op 23 mei was het hooguit 10,4 graden. Dat was de laagste maximumtemperatuur op die dag sinds de invoering van de weerstatistieken[6].

Die extremen mag Gods kinderen op de gedachte brengen dat de Here boven deze aarde troont. En Hij bedekt de aanblik van Zijn troon door er wolken over uit te spreiden. Zo zegt Job dat in hoofdstuk 26[7].
De Here zet de natuur naar Zijn hand. Hij doet er mee wat Hij wil.
Die weersextremen vergeten wij zomaar weer. Ook bij Gods kinderen raken klimatologische hoogte- en dieptepunten zomaar in de vergetelheid. Maar de kerk mag bedenken dat de Here alle zaken in hemel en op aarde bestuurt. Van 2013 naar 2014, dat is geen automatisme. Wij mogen niet zeggen: zo gaan die dingen nu eenmaal.
De Here zet de natuur naar Zijn hand.
De Here zet de wereld naar Zijn hand.

Vanaf Zijn troon stuurt Hij aan op het einde van de zondige wereld. Hij stuurt aan op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Hoe zal het daar zijn? Hoe zal het daar gaan?
Laat ik Openbaring 22 maar citeren: “En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn”[8].
In Openbaring 22 legt Gods volk niet meer de hand op Gods troon, om aldaar steun te vinden. De troon van Exodus 17 gaf al heerlijke garanties. Maar in Openbaring 22 gaat het verder. De naam van God staat op de voorhoofden van Zijn kinderen. Het volk van God heeft het hoofd vol… met de Verbondsgod Zelf!

In 2013 hebben we nog twee dagen te gaan. Het jaar is bijna om.
Hoe lang zou het nog duren voordat de toestand van Openbaring 22 werkelijkheid is?
Dat weten wij niet.
Maar ook vandaag mogen wij het met Psalm 97 blijven belijden:
“De HEER alleen regeert,
als Koning hoog geëerd
tot aan de verste stranden.
Verheugt u alle landen.
Hij hult zijn majesteit
in wolk en donkerheid.
Zijn troon staat vast en hecht,
gegrond op heilig recht
en op gerechtigheid”[9].

Noten:
[1]
De troonswisseling vond in Nederland plaats op 30 april. In België werd koning Filip op 21 juli monarch.
[2] Exodus 17:10-13: “Jozua nu deed, zoals Mozes tot hem gezegd had en streed tegen Amalek; maar Mozes, Aäron en Hur hadden de heuveltop bestegen. En wanneer Mozes zijn hand ophief, had Israël de overhand, maar wanneer hij zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand. Toen de handen van Mozes zwaar werden, namen zij een steen, legden die onder hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten; en Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere zijde, zodat zijn handen onbeweeglijk bleven tot zonsondergang. Zo overwon Jozua Amalek en diens volk door de scherpte des zwaards”.
[3] Exodus 17:16.
[4] Zie de webversie van de Studiebijbel, commentaar bij Exodus 17:1-16.
[5] Over de banier schreef ik in dezelfde trant in mijn artikel ‘Oudtestamentisch Pinksteren’; dat stuk schreef ik in september 2009.
[6] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/2013 .
[7] Job 26:9: “Hij bedekt de aanblik van zijn troon / door daarover zijn wolken uit te spreiden”.
[8] Openbaring 22:1-4.
[9] Psalm 97:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

27 december 2013

Gedachten rond Gereformeerde politiek

Bestaat Gereformeerde politiek nog? En wat houdt die dan in?
Is Gereformeerde politiek de inspanning nog waard? En kunnen wij ons eigenlijk nog wel in het politieke krachtenveld bewegen?
Vandaag trakteer ik u graag op enkele gedachten omtrent dat thema[1].

1
Gereformeerde politiek heeft het Woord van God als uitgangspunt.
Maar daarmee is niet gezegd dat de Bijbel zelf een partijprogramma is[2].
Het in 1948 opgerichte Gereformeerd Politiek Verbond kreeg, als ik het goed weet, pas in 1959 haar eerste partijprogramma[3]. Nu ja, veel meer dan een stel richtlijnen was het niet. Men concentreerde zich indertijd op drie punten: verdediging van Nederlands onafhankelijkheid, bevordering en ontwikkeling van het land, en versterking van de rol van de koning in het staatsbestel.
Langzaam aan groeiden de richtlijnen uit tot een echt programma. Gereformeerde mensen werkten de door God gegeven geboden en aanwijzingen voor het dagelijks leven uit in politieke standpunten. In 1949 sprak het GPV zich uit tegen soevereiniteitsoverdracht in Indonesië.
Iemand attendeerde op het GPV-programma uit 1966 en schreef: “Volgens het programma van 1966 streefde het GPV naar meer macht voor de koning en meer vrijheid voor bijzondere scholen om zelf de inhoud van het onderwijs te bepalen. Ook moest de Nederlandse bevolking gelijkmatig over het grondgebied worden verspreid, om grote mensenconcentraties – poelen des verderfs! – tegen te gaan. Verder mocht de overheid geboorteregeling niet aanmoedigen en mocht haar economische beleid niet in het teken staan van een ongelimiteerd consumentisme. Ook toonde het GPV zich geen groot voorstander van het overlegmodel. De macht van maatschappelijke organisaties diende te worden verkleind”.
Het Woord van God is dus het beginpunt. Het is de grondslag voor Gereformeerde politiek. Van daar uit kunnen standpunten worden verdedigd. Dat laatste is, meen ik, van het grootste belang. Meningen moeten, ook door buitenstaanders, zonder al te veel moeite op de Bijbel terug kunnen worden gevoerd. Zodra allerlei menselijke overwegingen en vriendjespolitiek de politieke opinies gaan bepalen, is dat een begin van teruggang en neergang.

2
Moeten leden van De Gereformeerde Kerken (DGK) een politieke partij oprichten? Of een vereniging van Gereformeerde kiezers?
Een initiatief daartoe zou, denk ik, niet verkeerd zijn.
Maar wat er ook gebeurt, het is – meen ik – cruciaal om te beseffen dat identiteit hier een sleutelwoord is.
In 1966 werd het Nationaal Evangelisch Verband opgericht. Twee GPV-sympathisanten, de filosoof professor dr. J.P.A. Mekkes en de accountant dr. P. Siebesma, waren daar de voormannen van[4]. De beide heren voelden zich niet meer thuis bij hun eigen politieke groepering, de Anti-Revolutionaire Partij. Het NEV was een buitenparlementaire organisatie die het GPV steunde[5].
In 1975 werd de Reformatorisch Politieke Federatie opgericht. Daarin werden een aantal onafhankelijke kiesverenigingen uit Gelderland en Overijssel, het hierboven genoemde NEV en nog enkele aan de ARP gelieerde groepen ondergebracht[6]. De RPF functioneerde zo onder meer als onderdak voor mensen die het GPV wel wilden steunen, doch geen lid waren van een der Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
In 1993 stelde het GPV het lidmaatschap van de partij open voor niet-vrijgemaakte leden.
Naar mijn inzicht was dat voor het GPV het begin van het einde. Weliswaar duurde het nog tot het eind van de jaren ’90 der vorige eeuw tot de Gereformeerden het aandurfden om fusiebesprekingen aan te gaan. De ChristenUnie werd in 2000 opgericht. Het Gereformeerd Politiek Verbond werd vervolgens in 2001 opgeheven.
Als ware gelovigen, in de kerk of in verenigingsverband, hun eigenheid opgeven gaat het snel bergafwaarts!

3
Wat mij betreft ligt er ook nog de prangende vraag: moeten wij, via de politiek, proberen om gans het Neêrlands gepeupel te bekeren? Anders gezegd: moeten we onze eigen overtuiging aan anderen opleggen, en mensen van een ander gevoelen en met andere denkbeelden zo veel mogelijk tegenwerken?
Er zijn wel mensen die zeggen: als we godsdienstvrijheid toestaan, dragen we Gereformeerde politiek rechtstreeks naar het kerkhof; met spoed, en zonder uitstel.
In januari van dit jaar schreef iemand: “Wie pleit voor godsdienstvrijheid als principe, draagt de staatkundig gereformeerde politiek ten grave.
Mag de SGP zich dan wel beroepen op de godsdienstvrijheid? Jawel, zoals men een tegenspeler mag wijzen op de door hem zelf vastgestelde spelregels, zo mogen wij ons beroepen op de regels van de rechtstaat. Moeten wij anderen de ruimte gunnen die wij zelf krijgen? Nee, want wij gunnen niemand de slavernij van de vorst der duisternis, en geen schepsel heeft het recht zijn Schepper ongehoorzaam te zijn. Is dat een moeilijke boodschap in deze tijd? Jawel, maar daar is de SGP nu juist voor opgericht!”[7].
Dat is een moeilijke boodschap.
Want als Gereformeerden het recht zouden hebben om godsdienstvrijheid te verbieden, dan zouden moslims ook zulk een recht hebben. Het lijkt me niet dat zo’n totalitaire staat gewenst is.
Trouwens – ik acht het ook volstrekt onjuist om te zeggen: de regering mag alleen maar een Gereformeerde kerk toestaan; het aanhangen van andere religies is niet geoorloofd. In een dergelijke situatie is er namelijk geen enkele garantie dat alle burgers van het land de God van hemel en aarde eren gaan. In die situatie wordt het geloof indoctrinatie. Het blijde Evangelie van verzoening door voldoening wordt een doctrine: een verzameling leerstellingen waar niemand diepgaand over mag nadenken.

4
Mag men als Gereformeerden samenwerken met andere politieke partijen?
Ik wil daar graag positief op antwoorden.

Maar voordat ik mijn eigenlijke punt maak, vergast ik u – bij wijze van intermezzo – gaarne op een anekdote omtrent een zeer bijzondere samenwerking tussen CDA en GPV.
Toen mijn vader, H.P. de Roos, voor het lezen van zijn bijdrage in Provinciale Staten van Groningen eens een leesbril leende van een CDA-er die in zijn buurt zat, was dat voer voor journalisten. Vijfendertig jaar geleden is het inmiddels. In het Nederlands Dagblad van 20 december 1978 stond een krantenkop “Bril-jant”. Daaronder werd gemeld: “Bij de avondzitting van de Provinciale Staten van Groningen was de GPV-fractievoorzitter H.P. de Roos genoodzaakt zijn slotbeschouwing voor te lezen door een CDA-bril. Hij was de zijne vergeten…”. Er stond een foto van mijn vader bij. Zonder bril. Dat wel[8].
Dat was wat men noemt een verhelderende samenwerking!

Hierboven liet ik het reeds blijken: naar mijn smaak kan op bepaalde punten ook inhoudelijke samenwerking zeker aan de orde komen.
In 1983 riep GPV-voorman Schutte de regering op om meer te investeren in de bestrijding van de werkloosheid. Dat deed hij in eendrachtige samenwerking met de PvdA.
In 1984 vonden GPV, SGP en RPF elkaar op het punt van Europese integratie. Dat punt is onder Gereformeerden lange tijd een heet hangijzer geweest.
Samenwerken is, met andere woorden, best mogelijk. Maar daarbij mogen wij, meen ik, wel als voorwaarde stellen dat op de Heilige Schrift gebaseerde argumenten nimmer in de vergetelheid geraken.

5
Tenslotte nog dit.
Gereformeerde politiek: wie er over gaat nadenken, beseft dat er nog veel te overpeinzen en te studeren valt.
Wij zijn maar kleine mensen, die in de politieke arena bijna niet opvallen.
Laten wij echter moed houden. En laten wij, mét de apostel Paulus, maar belijden: “Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen”[9].

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die Deo Volente op woensdag 8 januari 2014 zal worden gehouden, zal het gaan over Gereformeerde politiek. In dit artikel publiceer ik de eerste resultaten van enige studie op dat onderwerp.
[2] In deze alinea gebruik ik http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6899/het-gpv-voorganger-van-de-christenunie.html .
[3] Zie over het Gereformeerd Politiek Verbond http://nl.wikipedia.org/wiki/Gereformeerd_Politiek_Verbond .
[4] Zie onder meer http://en.wikipedia.org/wiki/J._P._A._Mekkes .
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Evangelisch_Verband en http://www.remcoschrijft.nl/?p=305 .
[6] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Reformatorische_Politieke_Federatie .
[7] L. van der Tang, “Beetje vals”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (30 januari 2013), p. 6. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[8] Zie http://kranten.kb.nl/ (zoekwoord: CDA-bril).
[9] Philippenzen 3:20 en 21.

24 december 2013

Kerst 2013: feest in een weerbarstige wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Op de Eerste en de Tweede Kerstdag – morgen en overmorgen – vieren we het feest van Christus’ komst op aarde.
De kernteksten uit Lucas 2 kennen wij bijna uit ons hoofd.
Bijvoorbeeld deze: “En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg”[1].

De zoon, die Maria ter wereld brengt, is haar zoon. Maar toch ook weer niet. Want die baby is de Zoon van God.

Die zoon werd geboren om een waardeloos volk te redden.
Kijkt u maar in Ezechiël 16.
In dat hoofdstuk wordt ook een beschrijving gegeven van de geboorte van een baby.
De navelstreng werd niet afgesneden: men stelde geen prijs op het leven van het kind. Men vond het niet de moeite waard om het kind te wassen. De nieuwe wereldburger werd niet in doeken gewikkeld.
En toen…
Toen kwam de Here voorbij. Eigenlijk was Hij niet meer dan een voorbijganger. Maar: Hij was de Almachtige voorbijganger. En Hij vond dat pasgeboren kind wel veel inspanningen waard[2].
Hij verzorgde dat kind geweldig goed. Het kind kreeg alles wat het nodig had. En meer dan dat. Het kind groeide in rijkdom op.
Dat kind is een beeld van Gods volk.
Hoe liep het af met des Heren natie?
Het volk liep ijskoud bij de Here weg. Het bood zich aan iedere voorbijganger aan. De Almachtige voorbijganger werd vergeten.
Dat is het trieste beeld van de ontrouwe kerk.

Eind 2013 is het beeld van de kerk nog niet veel verbeterd.
Als we ons blikveld een ogenblik tot Nederland en de Neêrlandse Gereformeerden beperken, realiseren we ons al snel hoe alarmerend de situatie is.
Heel het volk van God zou vergaderd moeten zijn rond een open Bijbel. Maar na de reformatie van 2003 liepen vele Gereformeerden bij elkaar vandaan. Met als gevolg dat er nu een voorlopig kerkverband van de Gereformeerde Kerken in Nederland en een kerkverband van De Gereformeerde Kerken (hersteld) bestaat. Zowel in de DGK als in de GKN wil men heel Gods Woord eerbiedigen. Men leest soms dezelfde preken. U en ik horen berichten over wederzijdse contacten die er her en der zijn.
Nee, het is niet mijn bedoeling om de verhouding tussen DGK en GKN vandaag eens uitgebreid te analyseren.
Maar het beeld van de kerk verheugt mijn hart niet bepaald.

En dan heb ik het nog niet gehad over al die gelovigen die zich in de Hersteld Hervormde Kerk bevinden. En in de Christelijke Gereformeerde Kerken. En in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En in de Protestantse Kerk, al of niet in de Gereformeerde Bond.
Tegenwoordig weet je ’t maar nooit…

Wie alleen al het bóvenstaande tot zich door laat dringen, beseft het terdege: die geboorte in Lucas 2 was hard nodig!

Nu ga ik weer terug naar het Kerstevangelie.

Er was, zo kunnen we in Lucas 2 lezen, geen plaats meer in de herberg.
Och, och – zeggen we. Er was geen plaats voor Jezus op aarde. Erg hé?
Maar dat staat er niet. Er was geen plaats meer voor hen. Meervoud. De ‘ouders’ en het kind konden geen plek meer krijgen.
Zonder dat men het wist werd de Heiland afgewezen.

Dat is de tragiek van de mensheid: als de hemelse God niet ingrijpt, hebben aardse mensjes werkelijk geen benul van de grootse Goddelijke dingen die gebeuren!

In 2013 is er, op de keper beschouwd, nog niet al te veel veranderd.
In veel moslimlanden is Kerst geen feest van vrede.
Het Nederlands Dagblad bericht: “Met Kerst zijn christenen in islamitische landen extra waakzaam. Kerken hangen liever beveiligingscamera’s op dan kerstdecoraties”[3].
In ons eigen land is de situatie niet zo ernstig. Christenen hoeven niet voor hun aardse leven te vrezen. Maar in de krant kunnen we wel lezen dat kerkverlating een niet te verwaarlozen oorzaak is van een toenemend gebrek aan sociale samenhang. In het Reformatorisch Dagblad staat: “Personen die weleens een godsdienstige bijeenkomst bijwonen, hebben vaker contact met familie en buren en geven vaker hulp aan anderen dan de groep die nooit naar zulke bijeenkomsten gaat. Grotere betrokkenheid bij een kerk levert niet zelden ook grotere maatschappelijke en politieke participatie op. In de groep die zelden of nooit een dienst bezoekt, doet 45 procent vrijwilligerswerk, terwijl van de mensen die meerdere keren per maand naar een kerk of moskee gaan, 70 procent vrijwilligerswerk verricht”[4].

Mensen van de eenentwintigste eeuw hebben veelal geen idee hoe groot de impact is van de keuze om zonder God, geloof en/of kerk te leven. Ze hebben er geen antennes meer voor. Ze hebben er geen besef meer van.

Maar in die situatie blijkt ook hoe groot de genade van de Verbondsgod is.
Want nog altijd laat Hij het Kerstevangelie prediken. De kerken gaan in ons land open. Op heel veel preekstoelen staan predikanten en preeklezers om de blijde Boodschap, voor ieder die het maar horen wil, uit te bazuinen.

Morgen is het Kerstfeest.
Gereformeerde mensen hoeven dat niet te vieren in een stemming van: met de kerk wordt het toch niks meer.
Het is prachtig dat de blijde Boodschap van Christus’ komst in de hardleerse westerse wereld nog altijd klinken mag. Laten we er maar van genieten!

Noten:
[1]
Lucas 2:7.
[2] Ezechiël 16:4, 5 en 6: “Wat uw geboorte aangaat: toen gij geboren waart, werd uw navelstreng niet afgesneden en werdt gij niet tot uw reiniging met water gewassen; ook werdt gij niet met zout ingewreven noch in windsels gewikkeld. Geen oog zag met ontferming op u neer om uit mededogen één dezer dingen aan u te doen, maar gij werdt weggeworpen op het veld, omdat men geen waarde hechtte aan uw leven, toen gij geboren waart. Toen kwam Ik voorbij u, en Ik zag u trappelen in het bloed van uw geboorte en Ik zeide tot u, in uw bloed: leef; ja, Ik zeide tot u, in uw bloed: leef”.
[3] “In moslimlanden is Kerst zelden een feest van vrede”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 december 2013, p. 1.
[4] “Kerkverlating doet afbreuk aan sociale samenhang”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 21 december 2013, p. 2.

23 december 2013

Wet en advent

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wij leven naar de Kerstdagen toe. Twee dagen van lieflijkheid en vrolijkheid. Van feestvreugde en van familiaire hoogtepunten. Van goede sfeer en van lekker eten.
In die situatie lijkt het niet voor de hand te liggen om over Gods wet te spreken. Wat hebben het Kerstfeest en de Tien Geboden met elkaar te maken?

Gistermiddag is in onze kerk – De Gereformeerde Kerk Groningen – een preek over Zondag 34 gelezen. Dat is die Zondag waarin een begin wordt gemaakt met de behandeling van de wet des Heren.
Graag geef ik vandaag enkele overpeinzingen omtrent dat thema door.

In Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus lees ik: “Afgoderij is in plaats van de enige ware God, die Zich in zijn Woord geopenbaard heeft, of naast Hem iets anders verzinnen of hebben, waarop de mens zijn vertrouwen stelt”[1].

De Here roept ons op om ons op Hem te verlaten.
Steun op mij, zegt Hij. Het maakt niet uit welke taferelen er aan uw ogen voorbij trekken. Het doet er niet toe wat uw positie is.
Reken maar op Mij, zegt de God van hemel en aarde. Gewoon in de realiteit van alledag.
Die realiteit is dat we ons nooit helemaal aan Gods wet houden.
Welnu, op het Kerstfeest vieren we de komst van Gods Zoon op deze aarde. Paulus omschrijft in de brief aan de Romeinen het doel van Zijn komst zo: “…de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest”[2].
We zijn vrijgemaakt!
We zijn vrij van de beperkende regels die de zonde ons oplegt. Wij kijken niet slechts naar aardse dingen. Of naar liefdevolle relaties. We richten ons niet alleen maar naar ons eigen gevoel. We zeggen niet: hier op aarde moet het gebeuren, want voordat je ’t weet is ons leven afgelopen. We kijken veel verder.
Wij zien het werk van Jezus Christus. Wij bouwen op Hem. Hij heeft aan de “eis van de wet” voldaan. Nu krijgt ons leven een weids perspectief!

In een krant stond het navolgende rijmpje:
“Een vrouw op school gleed met haar kersttaarten onderuit en huilde:
moet dit nu echt allemaal voor die heilige spruit?
Alle haastende moeders beaamden dat in koor;
we verlangen allemaal naar een maand geen bereik en gehoor.
Dus volgend jaar verdwijn ik een maand en brei ik een stal,
misschien dat de vrede dan wat meer indalen zal”[3].
Ziehier een interessante samenvatting van het levensgevoel van 2013. Men is op zoek naar rust. Men wil even niet bereikbaar wezen. Men wil terugkeren naar zichzelf. Indalen, noemt men dat. Al breiend zal men hopelijk vrede voelen. Maar de echte, eindeloze vrijheid vindt men niet…

Jezus Christus heeft, om zo te zeggen, in het Verbond altijd bereik. Hij werkt planmatig naar een glorieuze toekomst waarin Hij, samen met alle door Hem gekochte kinderen een eeuwige en allesomvattende vrede in stand zal houden.
In de kerk zitten dankbare mensen, die dat perspectief voortdurend mogen blijven zien.
Ten diepste is dat de reden dat ware gelovigen zich nu al in het kader van Gods wetten bewegen.

Het leven naar die wet is ook een proef: wandelen Gods kinderen echt met God, of is godsdienst eigenlijk maar een farce?
Dat is niet nieuw.
Denkt u maar aan Exodus 16. Als de Here het manna als voedsel geeft, zegt Hij erbij: “Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet”[4].
Leven binnen wettelijke kaders: daarmee prepareren we ons op een veelbelovende toekomst. De hemelse God eist in het verbond dat wij leven met Hem, en ons aldus voorbereiden op het samen wonen met de almachtige God, in Zijn hoge woonplaats.

Elke dag mogen wij tonen hoe dankbaar wij zijn voor de redding die onze Heiland bewerkte.
Elke dag mogen wij van het uitzicht genieten: het uitzicht op de hemel.
In Mattheüs 5 zegt Jezus: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen”[5].
Een exegeet schrijft daar bij: “Hoewel er dus geen sprake is van een ontbinden van het gezag van het Oude Testament, is het wel zo dat de wet en wil van God nu in een nieuwe gedaante verschijnen en dat de beloften en eisen van het Koninkrijk van God die van het oude verbond overtreffen (…). De wet behoudt dus zijn geldigheid, echter niet in zichzelf, maar in de vervulling, in de eisen van het Koninkrijk van God”[6].

Is er verband tussen Gods wet en advent?
En tussen Kerst en Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus?
Dat zou ik wel denken!
De wet beproeft ons: lopen wij nog op Gods weg?
De wet geeft Gods kinderen een geweldig panorama. Als we nu dankbaar naar Gods wet gaan leven, dan wordt het in de kerk buitengewoon aangenaam. Wij leven met de geloofskennis van de geboorte van Jezus, die – om zo te zeggen – op de Eerste Kerstdag ter wereld kwam. Hij volbracht de taak die Zijn Vader Hem gegeven had. Daarom heeft Gods volk een breed gezichtsveld.

Mensen uit de wereld begrijpen dat niet.
Het zij zo.
Ze komen er nog wel achter.

Noten:
[1]
Heidelbergse Catechismus – Zondag 34, antwoord 95.
[2] Romeinen 8:2, 3 en 4.
[3] Theanne Boer, “Kerst Lukt” – column. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 20 december 2013, p. 10.
[4] Exodus 16:4.
[5] Mattheüs 5:17.
[6] Zie de webversie van de Studiebijbel, commentaar bij Mattheüs 5:17-20.

20 december 2013

Verontrust in adventstijd?

Nog een kleine week, dan is het Kerst.
Alleen daarom al is er alle reden om dit artikel de kleur van advent te geven. De kleur van verwachting.
Want het leven gaat er heel anders uit zien als de Here Jezus op aarde komt. Het leven wordt geheel vernieuwd als Jezus Christus op aarde terug keert.

Daarover gaat het in Jacobus 5.
Wij moeten geduld hebben, schrijft Jacobus. Net zoals een boer. En net zoals een fruitkweker die moet wachten tot de vruchten rijp zijn.

Tijdens dat wachten moeten wij niet mopperen op elkaar. Wij moeten samen doorzetten. We moeten volhardend verder leven.
Ik citeer: “Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur”[1].
Het mag, zegt Jacobus, niet voorkomen dat broeders elkaar belasteren en veroordelen. Voor dat woord ‘belasteren’ gebruikt hij het woord kata-laleite: spreken ten nadele van elkaar. Wie zo doet, overtreedt de wet van de liefde. Jacobus bedoelt de regel die in Leviticus 19 voorkomt: “Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE”[2].
Kerkmensen zijn geroepen om het Woord van God na te spreken. Zij moeten naar Christus toe groeien. Dat brengt – als het goed is – in het leven zoveel drukte met zich mee, dat ze geen tijd meer hebben om te murmureren en te pruttelen over broeders en zusters.

In deze adventstijd wil ik dat graag eens accentueren.

Her en der zijn er dit jaar in het land allerlei bijeenkomsten geweest, waar diverse leden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) bijeen kwamen[3]. Dat al die GKv-ers verontrust waren, gaat waarschijnlijk te ver. Zij waren, denk ik, veeleer nieuwsgierig. En onzeker, wellicht. Dat is een vermoeden van mij. Nee, ik ben niet in staat om in de harten van die mensen te kijken. Een eindoordeel daaromtrent kan ik dus niet geven. Maar zonder tegenbericht ga ik er vanuit dat de meeste mensen gewoon benieuwd waren naar de stellingnames van de diverse sprekers. ‘Ach’, zal men wellicht hebben gedacht, ‘misschien kan ik er nog wat van leren’… Maar zo langzamerhand heb ik het idee dat die bijeenkomsten een zekere vrijblijvendheid krijgen. Er zijn heel veel mensen die, op onderscheiden gebieden, nogal wat aan te merken hebben op de kerk. En verder? Nu ja, zij gaan naar een bijeenkomst van verontrusten. Maar veel meer kan men niet doen. Want de koers van de kerk kan men niet verleggen. Hooguit kan men wat murmelen in de marge.
In dit verband noem ik ook de internetpagina’s eeninwaarheid.info en gereformeerdekerkblijven.nl. Laat men oppassen dat het geen mopperpagina’s worden!

Heb ik geen begrip voor broeders en zusters die reeds jaren met een koffer vol vraagtekens rond lopen?
Jawel. Dat heb ik zeker wel.
Jarenlang ben ik verontrust geweest. Ik heb mij geërgerd. Sterker nog: ik heb mij zo nu en dan bont en blauw geërgerd. Geleidelijk aan groeide bij mij de overtuiging dat de koers van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) niet past bij het kompas dat de Here God ons in Zijn Woord geeft.
Toch hebben mijn vrouw en ik lang gewacht met het verlaten van de GKv.
We wilden geduld hebben. En och, misschien werd het nog eens beter…
Bovendien lieten wij vele goede vrienden en kennissen achter.
Kerkverlating: dat doe je niet zomaar.
Ja, ik onderken heel goed wat de moeiten van sommige gelovigen zijn.

Maar weet u wat het probleem is?
Op de lange duur hebben verontruste gelovigen zoveel om zich over op te winden, dat de kerkelijke verhitting bijna permanent geschiedt.
Onrust en beroering worden een dagtaak.
En op een bepaald moment gaan mensen in de omgeving zeggen: als zij die kerkelijke agitatie, die klerikale opwinding niet hadden…, dan hadden zij niets meer te doen; zij waren hun hobby kwijt.
Welnu, dat kan de bedoeling toch niet wezen?

Ik ga weer terug naar Jacobus 5.

Wij kunnen daar ook lezen: “Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben; gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming”[4].
In het bovenstaande lezen we natuurlijk niet: blijf maar zitten en verroer je niet. Of, met een schuin oog op GKv-ers: blijft u maar rustig zitten, en laat het onheil maar geduldig en gelaten over u heen komen.
Want in dit Schriftgedeelte gaat het om profeten die in de naam des Heren hebben gesproken. Het gaat over echte Woordverkondigers. Zij zijn de weg van de Here gegaan. Die wegen waren bochtig. Het waren gevaarlijke wegen. Kijkt u maar naar Job; hij kwam bijkans om het leven. Maar de Woordverkondigers toonden geloof. Waar geloof. Zij realiseerden zich dat, als zij op Gods weg zouden blijven lopen, zij een heerlijk einddoel bereiken zouden.
U weet wel: dat einddoel waar wij in de adventsperiode ook ons oog op richten.

Met het oog op het bovenstaande pleit ik er vandaag graag voor dat verontrusten uit de GKv – op hen heb ik vandaag met name het oog! – naar de kerk toe komen. De kerk zoals die in de Nederlandse Geloofsbelijdenis bedoeld is.
En zeg dan niet: ach, bij ons gaat het nog goed. Of: wij hebben nog de vrijheid om ons zegje in de kerk te zeggen. De wegen waar de profeten langs geleid werden waren kronkelig en onveilig. Maar de woordvoerders van God sloegen geen zijwegen in!

“Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren!“, schrijft Jacobus.
En ook: “Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij”[5].
De Here komt eraan.
Daarom is het voor ware gelovigen die werkelijk verontrust zijn hoog tijd om uit hun stoel te komen.
Wij mogen het weten: de Here maakt Zich al reisvaardig om Zijn volk naar een vreugdevolle toekomst te brengen.
Maranatha!

Noten:
[1]
Jacobus 5:9.
[2] Leviticus 19:18.
[3] Zie bijvoorbeeld http://www.studiegroepmiddennederland.nl/?p=378 .
[4] Jacobus 5:10 en 11.
[5] Jacobus 5:7 a en 8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.