gereformeerd leven in nederland

27 februari 2014

Opmerkelijke incidenten

Het Reformatorisch Dagblad meldde op vrijdag 21 februari: “Twee hoogleraren die behoren tot de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) preken dit voorjaar in de gereformeerde kerk vrijgemaakt in GroningenNoord-West”.
En:
“De uitnodiging om te komen preken in de gkv vloeit voort uit een collegeserie over apologetiek. De predikant van de gemeente, ds. C.T. Basoski, legde naar aanleiding van het toen ontstane contact het idee om de hoogleraren te laten preken voor aan zijn kerkenraad. Ook werd toestemming gevraagd aan de classis Groningen. Beide stemden in, onder voorwaarde dat de diensten plaatshebben in het kader van de collegeserie”.
En:
“Van een structurele openstelling van GKV-kansels voor PKN-predikanten is volgens ds. Basoski geen sprake”[1].

Het Nederlands Dagblad meldde op dezelfde dag dat het gaat om de professoren Hoek en Van den Belt.

Dat zijn twee mannen die in orthodox christelijk Nederland een goede naam hebben. Ze hebben wat te melden. Als ik de namen van deze mannen in de krant tegenkom, kijk ik graag even wat zij het godvruchtig gepeupel wensen te leren.

Het moet daarom, meen ik, zeker niet worden uitgesloten dat de hoogleraren degelijke preken houden. Daarbij komt dat menig Gereformeerd mens zich in een Bondsgemeente best thuis voelt.
Het is heus niet zo gek dat de studenten zich door de heren hoogleraren aangesproken voelen. De studenten hebben wellicht gedacht: hier horen we bij!
Predikanten hebben dat gevoel ook wel eens. Denkt u maar aan dominee Wilschut[2].

Het gaat, zo lezen wij, om incidenten.
Er is een collegeserie geweest, en naar aanleiding daarvan krijgen Gereformeerde Bonders enkele keren toegang tot een GKv-preekstoel.
Verder gaat de samenwerking niet.
Zo simpel is dat.

Schrijver dezes voelt, in eerste instantie, de schier onbedwingbare neiging om lankmoedig en meegaand te zijn.
Ach, men moet niet op alle slakjes zout leggen.
En bovendien: in een verwarrende tijd als de onze moet men niet over punten en komma’s gaan zeuren.

Verder dóórdenkend word ik echter gaandeweg somberder.

Ik denk aan de kerkorde.
“De taak van de predikanten is trouw voor te gaan in de gebeden en in de bediening van het Woord en de sacramenten.
Zij behoren goed acht te geven op hun mede-ambtsdragers en op de gemeente, en samen met de ouderlingen de tucht te bedienen en te zorgen, dat alles op gepaste wijze en ordelijk gebeurt”[3].
We hebben het hier dus over de predikanten. En natuurlijk ook over de overige ouderlingen.
Kun je, de kerkorde lezende, twee willekeurige Godgeleerden ‘van buitenaf’ – hoe vroom ook! – op de kansel leiden? Ik zou denken dat dat niet zomaar kan. Zeker niet als eenmalige actie.

De predikant verkondigt het Woord.
De predikant is geroepen het Woord “recht te snijden en toe te passen”, zeiden onze voorvaderen in 1568.
Een goede toepassing
* in de omstandigheden van de gemeente…
* op een bepaald moment…
daar gaat het om.
In 1575 zeiden vrome mensen in Rotterdam onder meer: “Het ambt van de dienaren des woords is, Gods woord zuiver te prediken, de sacramenten te bedienen, zorg te dragen over alle lidmaten van de kerk, de slappen en onachtzamen in ’t bijzonder te bidden, te vermanen, te berispen en te straffen, de zieke en benauwde personen te bezoeken, met het goddelijk woord te vertroosten en door vurige gebeden tot God op te wekken”[4].
Plaatselijke predikanten kennen hun gemeente dus, als het goed is. Ze hebben er het oog op. Zij weten wat er speelt. Dominees zien wat er gebeurt, en daar reageren ze op.

Nu kan men zeggen:
* de hierboven bedoelde studenten zijn leden van een Gereformeerd-vrijgemaakte kerk; zij hebben veel geleerd in die collegeserie die ze op de Rijksuniversiteit volgden
* daarom is het goed dat de rest van de kerkleden ook eens met die hoogleraren kennis maakt.
Ik vind daar echter iets willekeurigs in zitten. Want wat gebeurt er in vrijgemaakt GroningenNoord-West? Enkele studenten ontmoeten op school een stel orthodox denkende theologen en die nodigen zij, via-via, uit om plaats te nemen op de preekstoel. Daar naar toe geleid zijnde mogen zij een kerkdienst leiden. Dat de betreffende hoogleraren lid zijn van de Protestantse Kerk lijkt er niet zoveel toe te doen…

Ik denk ook aan artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Ware christenen mijden, zo leer ik uit dat belijdenisartikel, de zonde zoveel mogelijk. Dat betreft dus ook zonden in de kerk.
De betreffende hoogleraren zijn lid van de Gereformeerde Bond. Die Bond staat, bij mijn weten, heel bewust midden in de Protestantse Kerk. En niet voor niets spreekt men tegenwoordig vaak over de breedte van de PKN. Want daar kan men zowel vrijzinnigen als hervormd-gereformeerden tegenkomen.
De heren professoren die in GroningenNoord-West komen preken zijn, of zij dat nu willen of niet, met de zonde van een te grote klerikale tolerantie besmet.
Het is opmerkelijk dat die geleerden op GKv-kansels worden toegelaten!

Het vrome volk is zoekende.
En men vindt hier wat, daar wat.
De gelovigen pikken her en der dingen op, die in hun leven van nut kunnen wezen.
Van welk kerkelijk ‘merk en type’ die leerzame dingen zijn, dat is – anno Domini 2014 – niet zo van belang.
Het (eenmalig) toelaten van Bonders op GKv-preekstoelen lijkt mij daarvan een sprekend voorbeeld.
En ja, bij mij overheerst het vervelende gevoel dat hier iets behoorlijk scheef gaat. Er lijkt sprake van een ‘georganiseerd toeval’. Omdat er – bij geval – in Groningen twee orthodox-christelijke professoren doceren, komt er een moment dat die hoogleraren een GKv-kansel bestijgen. Als de geleerde heren elders hadden gewerkt, was dit – naar ik aanneem – niet gepland. Merkwaardig. Uiterst merkwaardig.
Laat ik maar rechttoe-rechtaan wezen: vooralsnog denk ik niet dat we hierin de leiding van de Heilige Geest moeten zien.
Het ruikt allemaal een beetje naar menselijke willekeur. Goed bedoeld, waarschijnlijk. Maar toch.

Tegelijk stel ik vast dat dit een uitwas is van algemene kerkelijke verlegenheid.
Het kerkelijk leven in Nederland is zwaar beschadigd.
Bekladderd.
Bekrast.
Gedeukt.
De wereld is een dorp geworden. Christenen zoeken elkaar op; en zij overschrijden net zo snel grenzen als de rest van de wereld. Daarbij wegen de rechten van God en/of het geldende kerkrecht blijkbaar niet zo zwaar. Die grenzen worden nauwelijks nog bewaakt.
De zorgvuldigheid is weg. U moet het groot zien. Zeggen ze.
Wat kan Gods uitverkoren volk in zo’n situatie nog doen?
Laten we ’t Psalm 123 maar nazeggen:
“Ik hef mijn ogen op tot U,
die in de hemel troont.
Zie, gelijk de ogen der knechten
zijn op de hand van hun heren,
gelijk de ogen der dienstmaagd
zijn op de hand van haar gebiedster,
zo zijn onze ogen op de HERE, onze God,
totdat Hij ons genadig zij.
Wees ons genadig, HERE, wees ons genadig,
want wij zijn meer dan verzadigd van verachting;
onze ziel is meer dan verzadigd
van de spot der overmoedigen, de verachting der hovaardigen”[5].

Noten:
[1]
“Bonders op preekstoel gkv in Groningen”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 21 februari 2014, p. 2.
[2] Zie https://bderoos.wordpress.com/2013/11/07/het-vertrek-van-ds-wilschut/ .
[3] Kerkorde van de Gereformeerde Kerken, artikel 16.
[4] Zie: F.L. Bos, “De orde der kerk”. – ’s-Gravenhage, 1950. Toelichting bij artikel 16. Ook te vinden op http://kerkrecht.nl/main.asp?pagetype=onderdeel&item=41&subitem=1323 .
[5] Psalm 123 (onberijmd).

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: