gereformeerd leven in nederland

30 mei 2014

Reddende regie

Godsdienst staat als een enorme paraplu boven ons leven[1]. Die beschermt ons tegen ongewilde invloeden, tegen ongewenste ‘intimiteiten’ van buiten. Die paraplu heeft onze God boven ons ontplooid. Hij heeft daartoe het initiatief genomen. Hij deed dat binnen het Verbond.

Dat verbond komt in Gods Woord voor het eerst voor in Genesis 6: “Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten, en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u”[2].
In de perikoop waar die woorden in staan, gaat het over de zondvloed. God zegt tegen Noach: ”Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen”[3]. Noach en zijn familieleden zullen overleven. Want met hen sluit de Here een verbond.

De aarde zal nooit meer helemaal onder water komen te staan.
Dat verbond is eenzijdig: alles komt van Gods kant.
Dat verbond is universeel: het geldt voor alle schepselen en op heel de aarde.
Dat verbond is ook fundamenteel: het is de ondergrond voor het verbond dat God later met Abraham en Israël sluiten zal[4].

De Here God maakt kenbaar dat hij intiem met Noach om wil gaan; wat je noemt: gewenste intimiteit.
Hij geeft een eenzijdige beschikking af[5]. Als iemand in onze wereld een beschikking afgeeft betekent dat: iets moet zo en zo gebeuren; de instructies van hogerhand zijn duidelijk. En hier wordt dus van Hogerhand ingegrepen.
Het is echter ook een genadige beschikking. Daarom spreken we van een genadeverbond. Iemand omschreef ‘genade’ als volgt: “Hij die sterker is dan wij, buigt zich ontfermend over ons neer”[6].

In de kerk gaat het om het reddende initiatief van de Here.
Wij dienen Hem.
Wij loven Zijn naam.
En dat doen wij op basis van de mogelijkheden die de Here ons biedt.
Dat zeggen wij zo. Dat spreken we, als het goed is, steeds heel expliciet uit.
Wij vragen soms wellicht ook: is het echt nodig om steeds zo nadrukkelijk te zeggen dat we met de Here leven? Jazeker, dat is nodig. Want als de mensen zelf de regie in handen hebben glijden ze, langzaam doch gestadig, terug naar de leefsituatie van Genesis 6.

Dit geconstateerd hebbende, kom ik bij een bericht dat zaterdag 24 mei in het Nederlands Dagblad stond.

“De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt aanvaarden het nieuwe Liedboek voor gebruik in de kerken.
Dat heeft de synode gisteren in Ede besloten. Ze laat het daarbij aan plaatselijke kerkenraden over welke liederen er wel of niet gezongen worden. Dat is een breuk met het verleden. Tot nu toe werd juist op landelijk niveau vastgesteld wat in kerkdiensten gezongen mocht worden. Die werkwijze kwam steeds verder onder druk te staan doordat plaatselijke ontwikkelingen onomkeerbaar bleken, bijvoorbeeld het zingen van evangelische Opwekkingsliederen.
Het nieuwe Liedboek, met meer dan duizend Psalmen en liederen, werd vorig jaar in Monnickendam gepresenteerd. De Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied werkte er vele jaren aan, sinds 2008 deden de vrijgemaakt-gereformeerden mee. Daarom sprak ds. Pieter van den Berg, deputaat Liturgie en Kerkmuziek, met nadruk van ‘ons liedboek’, niet voor niets vorig jaar bij de presentatie ook overhandigd aan oud-synodevoorzitter ds. Pieter Niemeijer.
Rondom het verschijnen was er meteen ook forse kritiek op het Liedboek, bijvoorbeeld van Hans Maat, voorman van het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk, en later vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken. Maar aan dergelijke kritiek wijdde de synode nauwelijks woorden”[7].
Die kritiek van Hans Maat kwam op het volgende neer. “De balans in de nieuwe bundel is volgens hem totaal zoek. Er staan veel liederen in van dichters als Huub Oosterhuis, maar amper opwekkings- en worshipliederen, zegt hij. De bundel biedt jongeren en kerkleden die houden van de eigentijdse worship en de ‘Nederland Zingtcultuur’ te weinig, aldus Maat”[8].

Laat ik er niet omheen draaien: ik mis hier de naam van de Here.
In de berichtgeving ontbreekt het antwoord op de vraag: dienen en loven wij de Here hier mee?
Wordt hier gedaan wat de Here behaagt?

Als ik zulk een bericht tot mij neem, realiseer ik mij hoe belangrijk het is om de naam van de Here in heel ons leven, op alle terreinen van ons bestaan, expliciet te noemen!

Ik denk nu ook aan een typering van het levensgevoel, die ik in de jaren ’90 van de vorige eeuw in een kerkbode tegenkwam. Als we die typering nu nog eens lezen, ontdekken we al snel hoe die vrijwel naadloos op de omstandigheden van 2014 past.
“Elk mens – hoogmoedig als hij al is – stelt uiteindelijk, met behulp van allerlei verschillende elementen en gegevens, eventueel afkomstig uit allerlei verschillende achtergronden, hoogstpersoonlijk zijn eigen hemel, zijn eigen god, zijn eigen redder, en zo zijn eigen heil samen”[9].
In zo’n situatie moet de kerk in alle situaties haar afhankelijkheid van de Here expliciet benoemen en belijden!

Graag grijp ik nu weer terug op Genesis 6.
“Gij zult in de ark gaan”, zegt de Here. Daar klinkt een bevel. Geen inspraakprocedures, geen tegenwerpingen – daar gunt de Here de mensen geen tijd voor. Vooruit, in de ark!
Noach moet in de ark gaan wonen. En zijn familie moet daar ook haar intrek nemen.
Wordt de menselijke verantwoordelijkheid in dit Schriftgedeelte volledig uitgeschakeld? Natuurlijk niet. Want Noach en zijn familie moeten wel zelf die ark binnengaan.
Maar de hele geschiedenis rond die ark is duidelijk door God geïnitieerd.
In heel dat Schriftgedeelte dringt het zich onweerstaanbaar aan hedendaagse Bijbellezers op: u moet doen wat de Here zegt!

Er is nog één ding dat in Genesis 6 opvalt.
Vrijwel alles wat op aarde leeft, komt aan z’n einde.
Maar juist dan gaat de hemelse Heer over een verbond spreken. Verbond betekent dus ook: redding. Verlossing van de dood. Die verbondsverhouding kreeg uiteindelijk een hoogtepunt op Golgotha.   
Maar hier, in Genesis 6, wordt al heel duidelijk er van verlossing sprake is!

Ziet u Gods reddende regie?
Die beschermt ons, tot in lengte van dagen, voor ongewenste intimiteiten van buitenaf!

“Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten”.
Dat zegt de Here ook tegen de kerk van 2014.
De kerk die naar de Schrift luistert.
De kerk die doet wat de Here zegt.
De kerk die Zijn naam belijdt. Dat is: de kerk die in Hem gelooft, en overal en altijd met Hem leeft. Dat is de kerk die bij alle beslissingen die genomen worden, Zijn naam met dankzegging prijzen kan.

Noten:
[1] Dit artikel is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op 29 juni 1996 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 479.
[2] Genesis 6:18.
[3] Genesis 6:13.
[4] Zie: A.L. van Zwet, “Rode draad door de Bijbel”. In: De Waarheidsvriend (21 juli 2011), p. 6 en 7. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[5] De term ‘eenzijdige beschikking’ wordt ook gebruikt door G.Ch. Aalders, “Korte Verklaring op Genesis”, p. 211.
[6] Dat was dr. W.G. de Vries. In: “Van Adam tot Abram”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1994. – 144 p. Citaat van p. 59.
[7] Gerard ter Horst, “Vrijgemaakten geven nieuwe Liedboek vrij voor gebruik”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 24 mei 2014, p. 5.
[8] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2013/maart/16/stevige-kritiek-op-inhoud-liedboek .
[9] De typering van het levensgevoel is van Ds. G.J. van Enk. Gepubliceerd in de Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Fryslân en Drenthe (28 juni 1996), p. 404 en 405.

28 mei 2014

Dubbele nationaliteit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Christenen hebben, om zo te zeggen, een dubbele nationaliteit: de Nederlandse bijvoorbeeld, maar ook de hemelse. Daarom hebben zij contact met elkaar.

Welbeschouwd is dat geen wonder.
Mensen die uit eenzelfde land afkomstig zijn herkennen elkaars culturen, elkaars normen, elkaars gewoonten. We spreken, bijvoorbeeld, wel eens over de Joodse gemeenschap in Nederland. Of over de Armeense gemeenschap. Of over de Turkse gemeenschap. Als wij over die mensen spreken, hebben we het over personen die in Nederland helemaal meetellen. Maar hun afkomst is niet-Nederlands.
Iets dergelijks geldt ook voor christenen. Zij wonen wel in Nederland, maar hun afstamming is heel bijzonder.

Joden, Armeniërs en Turken zoeken contact met elkaar. Zij vormen gemeenschappen. Of verenigingen.
Dat doen christenen niet. Zij worden bij elkaar gezet. Christenen vormen niet zomaar een gemeenschap. Nee, samen zijn zij de kerk. Oftewel: het lichaam van Christus. Dat weten christenen ook. Daarom zijn zij in deze wereld, maar niet van deze wereld. Zij richten zich hoe langer hoe meer op hun hemelse vaderland.

Het Hoofd van de kerk is daar op de eerste Hemelvaartsdag naar toe gegaan. Voor ware gelovigen is dat des te meer reden om zich voor te bereiden op een hemels bestaan.
In Lucas 24 staat dat zo: “En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde. En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God”[1].

In Lucas 24 lezen we dus over een afscheid. Er staat niet eens expliciet bij dat Jezus Christus de hemel binnen ging. Welnee. Hij nam gewoon afscheid. Punt.
Maar dat was voor de discipelen geen reden voor weemoed. Of voor heimwee. Of voor teleurstelling.
Waarom niet?
Dat staat er in Lucas 24 bij. Ik citeer weer: “Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen”[2].
Opeens zien Jezus’ leerlingen de lijn van de geschiedenis. Zij gaan begrijpen waar het om gaat.
Maar let op: dat gebeurt niet omdat de discipelen, vanuit een persoonlijke motivatie, in een oogwenk een enorme studiezin ontwikkelen. Nee, de Here grijpt blijkbaar in in hun verstand. Jezus Christus maakt de kerk van die tijd klaar om het Evangelie in de wereld te proclameren.

Wat gebeurt er, op de keper beschouwd, in Lucas 24?
God stuurt Zijn kerk, gewapend met Zijn zegen, op afstand bediend de wereld in.
Christus geeft Zijn zegen terwijl Hij op reis is naar de hemel. Tussen hemel en aarde in, zogezegd.
Maar er is meer.
Als Christus in de hemel gearriveerd is, gaat Hij op Zijn troon zitten. Hij neemt plaats tussen de Vader en de kinderen. Door Zijn verlossingsarbeid worden de bezigheden van ware gelovigen op aarde geheiligd. Afstandbediening dus!

Nu kunnen afstandbedieningen in onze wereld weigeren. Ze doen het helemaal niet meer. Of u staat net in de verkeerde hoek van de kamer, waardoor de afstandbediening niet meer werkt. Maar zo is het niet met Goddelijke afstandbediening: Hij zet Zijn werk in de wereld door!

Daarbij belooft Christus in Handelingen 1 bovendien nog dat het niet bij bediening op afstand blijft, hoe betrouwbaar hemelse afstandsbediening op zichzelf ook moge wezen.
Op de eerste Hemelvaartsdag belooft Jezus Christus al dat het Pinksteren worden zal. Zijn Geest zal vlakbij komen: “wanneer de Heilige Geest over u komt…”, staat er[3].
Als de afstandbediening van radio of televisie niet werkt, leggen we ‘m weg. Dan zetten we radio of tv eigenhandig zachter. Dan weten we zeker dat datgene gebeurt wat wij wensen. Als God er Zelf bij is, is de garantie van een goede levensgang en van eeuwig levensbehoud nog vele malen groter!
Aangestuurd door Gods Heilige Geest kunnen de discipelen een grote klus aan. Zij moeten getuigen in Jeruzalem en Juda – ze moeten gewoon bij het begin beginnen. Daarna moeten zij naar Samaria gaan. Sterker nog: in de meest afgelegen streken moet het Evangelie klinken!

Geleid door Zijn Geest kan de kerk wereldwijd evangelisatiewerk aan.
Geleid door de Heilige Geest wordt de kerk, ook in onze tijd, in staat gesteld om de blijde Boodschap van redding en eeuwig leven te laten horen.

Wij leven in een tijd waarin er, als het om deze dingen draait, iets faliekant fout gaat.
In deze tijd communiceert alles en iedereen. Overal en nergens zijn allerlei al of niet religieus klinkende berichten en boodschappen te horen.
Lichtelijk verward en met toeterende oren gaan mensen shoppen. Bij een andere kerk in het ‘eigen’ kerkverband, bijvoorbeeld. Bij de hervormden. Bij de Hersteld Hervormden. Bij de baptisten. Bij andere evangelische gemeentes. En als men dan bijna dol gedraaid is, bezoekt men een retraitecentrum. Ten einde raad gaat men het klooster in.
Dus: de mensen met een dubbele nationaliteit gaan niet bij elkaar zitten. Zij vormen geen gemeenschap. Meer precies: zij laten zich niet door de hemelse God bij elkaar zetten!

Dat is niet zo vreemd als het lijkt.
In een tijdsgewricht waarin het vaker over rechten gaat dan over plichten hoeft zulk een ontwikkeling geen verwondering te wekken.
In een tijd waarin meer aandacht is voor onze eigen godsdienstige ervaring dan voor de precieze inhoud van het Goddelijke Woord is zulk een mechanisme heel verklaarbaar.

Wat moeten ware gelovigen in zo’n situatie doen?
Antwoord: zij moeten naar de kerk gaan. Daar moeten zij luisteren. Daar moeten zij God loven.

Laten we er niet overheen lezen dat de discipelen in Lucas 24 precies hetzelfde doen.
Zij beginnen bij het begin; bij de tempel, dus. Van daar uit gaat de blijde Boodschap de ganse wereld over.

Op Hemelvaartsdag gaan de eerste kerkmensen naar de tempel.
En wij begrijpen het nu: in de kerk moet het werk beginnen. Daar moeten wij dus naar toe.
Ziet u in dat Hemelvaartsdag alles met kerkelijke eenheid te maken heeft?

Hemelvaartsdag – dat belooft wat!
Zeker voor Gereformeerde mensen met een dubbele nationaliteit!

Noten:
[1] Lucas 24:51, 52 en 53.
[2] Lucas 24:44 en 45.
[3] Handelingen 1:8.

27 mei 2014

De hemel is nog niet ontdekt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Overmorgen, donderdag 29 mei, is het Hemelvaartsdag.
Er is daarom momenteel wel reden om onze aandacht op die hemel – de woonplaats van God – te richten.
Daarbij neem ik vandaag woorden uit Efeziërs 2 als uitgangspunt. God “heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus”[1].

God heeft ons mee opgewekt: onze opstanding is gegarandeerd.
Onze plaats in de hemel is al gereserveerd.
Die garantie hebben wij omdat wij “in Christus Jezus” zijn.
Dat betekent:
* Wij zijn verbonden met onze Leraar: Hij leert ons wat nodig is voor ons behoud. Hij heeft ons verlost.
* Hij is onze Advocaat bij de Vader.
* Hij regeert ons met Zijn Woord en Geest. Heel ons leven wordt bepaald door het Woord van God, en het werk van Gods Geest in ons hart.
* Hij zorgt er voor dat de verworven verlossing ons nooit meer kan ontgaan.
Laat ik het met woorden uit de Heidelbergse Catechismus zeggen: “Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost  en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[2].

Wat betekent die uitdrukking ‘hemelse gewesten’?
Een exegeet legt uit dat we moeten “denken aan een gelaagde hemel (…). In de bovenste hemel zetelen God en Jezus Christus; vanuit de lagere ‘hemelse gewesten’ (…) oefenen de boze machten hun invloed op de (onder hen gelegen) aarde uit. Hier wordt met ‘hemelse gewesten’ de hemel boven die van de boze machten bedoeld (…). Dit houdt tevens in dat Christus en Zijn gemeente gezag kunnen uitoefenen over deze overheden en machten”[3].

Als wij in de hemel komen te wonen, dan wordt pas helemaal duidelijk wat onze verheerlijking betekent.
Dan pas begrijpen wij helemaal wat het inhoudt om kinderen van God te zijn.
Dan pas doorgronden wij welke kracht de liefde van God heeft.
Dan pas ontdekken wij hoe ver Goddelijke verbondstrouw eigenlijk gaat!

Als wij over de hemel spreken en schrijven lijkt er een probleem te zijn[4].
Want dan duiden wij een plaats aan die wij, met alle geografische kennis die we hebben, niet kunnen aanwijzen. Wij kunnen niet zeggen: daar en daar is de hemel.
Is het eigenlijk een wonder dat, in mei 1997, op de voorkant van een bijlage van het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden stond te lezen: ‘Het heelal spreekt, maar de hemel is nog niet ontdekt’[5]? Een speciale verslaggever schreef indertijd veelbetekenend: “De hemel is nog niet ontdekt, maar wie weet”. Een eindje verderop in het artikel stond: “Misschien vangen ze ooit die ene boodschap op, de boodschap waar miljoenen mensen van dromen: ‘Hallo, jullie zijn niet alleen’”.
Misschien vragen wij het ons ook wel eens af: waar o waar is de hemel? Waar is nu de plaats waar Christus Zich moet bewijzen als het Hoofd van Zijn christelijke kerk[6]? Waar komen de hemelse gaven, waar de Heidelbergse Catechismus over spreekt, nu precies vandaan[7]?

Wij moeten, denk ik, maar gauw ophouden met het stellen van dergelijke vragen. Want wie zulke vragen op tafel legt, begint bij zichzelf. En bij zijn eigen beleving.
Terwijl het in het Woord van God in de eerste plaats gaat om des Heren macht.

In dit verband wijs ik u op teksten uit Genesis 7 en 8.
Eerst Genesis 7: “In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend”[8].
Nu Genesis 8: “De kolken der waterdiepte en de sluizen des hemels werden toegesloten en de regen uit de hemel hield op”[9].
In de geschiedenis van de zondvloed wordt de hemel heel nadrukkelijk genoemd. De Goddelijke regenvoorraad komt naar beneden als de sluizen van de hemel open worden gedaan. En als diezelfde sluizen dicht worden gedaan houdt de regen weer op. Ze worden door God Zelf geopend. Hij zit, om zo te zeggen, Hoogstpersoonlijk aan de knoppen. Hij heeft de regie over die ramp. In Genesis 7 staat er bij: “En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt”[10].  Alles op aarde wordt uitgeroeid: kruipende dieren, maar ook het ‘gevogelte des hemels’[11]. Of de aarde ook een machtscentrum is!

Ná Genesis 7 en 8 bleef dat ook zo.
Want Gods Zoon kwam uit de hemel om Zijn reddingswerk op aarde te volbrengen. Hij daalde af tot een lager, aards niveau. Jezus Christus voerde een verlossingsplan uit: genade en eeuwig leven voor mensen van het welbehagen[12].
Op de eerste Hemelvaartsdag was Zijn werk op aarde af.
Toen keerde Hij terug naar Zijn woonplaats. Van daaruit regelt hij nu Persoonlijk de bewapening van Zijn kinderen tegen alle ‘anti-Goddelijke criminaliteit’.
Wij mogen Hem nog eenmaal uit de hemel terug verwachten. Als een echte Rechter maakt Hij dan scheiding tussen Zijn volk en Zijn vijanden.
Voor alle christenen is er op dat moment ongekende hemelse blijdschap.

Nog één keer ga ik terug naar Efeziërs 2. Ik citeer nog een paar woorden uit dat hoofdstuk: “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme”[13].
De Bijbel leert ons waar het in het leven om gaat. Het gaat er niet om dat we de hemel op de kaart kunnen aanwijzen. We hoeven niet vol verwachting te wachten op de rapportage van een astronaut die tijdens zijn reis de hemel heeft gezien.
In feite doet het er niet zo toe om precies te weten waar de hemel zich bevindt. Want het samenleven met de Here overheerst uiteindelijk alles. En vandaag? Vandaag groeien we daar al naar toe.

De hemel is nog niet ontdekt.
Dat maakt, goed beschouwd, des te duidelijker Wie de wereld echt bestuurt!

Noten:
[1] Efeziërs 2:6 en 7.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[3] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 2:6.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van een ‘weeknotitie’ die ik op 23 mei 1997 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 523.
[5] Dat stond op Infoplus – bijlage bij het Nieuwsblad van het Noorden -, vrijdag 5 mei 1997.
[6] Deze formulering preludeert op de Heidelbergse Catechismus – Zondag 19, antwoord 50: “Christus is opgevaren naar de hemel om Zich daar te bewijzen als het Hoofd van zijn christelijke kerk, door wie de Vader alle dingen regeert”.
[7] Deze formulering preludeert op de Heidelbergse Catechismus – Zondag 19, antwoord 51: “Ten eerste giet Hij door zijn Heilige Geest in ons, zijn leden, de hemelse gaven uit”.
[8] Genesis 7:11.
[9] Genesis 8:2.
[10] Genesis 7:19.
[11] Zie Genesis 7:23: “Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was”.
[12] Zie voor deze term Lucas 2:14: “Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens”.
[13] Efeziërs 2:8 en 9.

26 mei 2014

Blind verzet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wij leven in de week van de Hemelvaartsdag. Wij denken aan de dag dat de Here Jezus Christus – na gedane arbeid op aarde – terugging naar het machtscentrum van de wereld: de hemel.
Hoeveel macht onze God heeft, blijkt bijvoorbeeld uit Exodus 9.
Ik citeer: “En de HERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er hagel over het gehele land Egypte kome, over mens en dier en over al het veldgewas in het land Egypte. Toen strekte Mozes zijn staf uit naar de hemel, en de HERE liet het donderen en hagelen, vuur schoot naar de aarde, en de HERE deed het hagelen over het land Egypte. En, terwijl er vuur door de hagelbuien heen flikkerde, hagelde het zo buitengewoon zwaar als nooit tevoren in het gehele land der Egyptenaren, sinds zij tot een volk geworden waren”[1].

U weet het ongetwijfeld: dit is de beschrijving van één van de tien plagen. Van de zevende, om precies te zijn.
In die tien plagen wordt duidelijk hoe groot de kloof is tussen geloof en ongeloof. Tussen Godvrezenden en goddelozen. Tussen de kerk en de wereld.
De Here toont vanuit de hemel Zijn macht. De Egyptische farao laat zien hoe groot het blinde verzet is van Gods tegenstanders.

Blind verzet, inderdaad.
Zou de Egyptische farao na zes plagen niet begrijpen dat de hemelse Heer machtiger is dan hij? Vast wel.
En bovendien: welke weldenkende regent ziet werkeloos toe hoe zijn land totaal geruïneerd wordt? Maar dat blijkt het kernpunt niet te zijn.
De kwestie is deze: “…toen Farao zag, dat de regen, de hagel en de donderslagen hadden opgehouden, ging hij voort met zondigen; hij liet zijn hart niet vermurwen, hij noch zijn dienaren. Het hart van Farao verhardde, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan – zoals de HERE door Mozes gezegd had”[2]. Met andere woorden: als de ergste ellende voorbij is gaat de Egyptische heerser gewoon door waar hij gebleven was.
De farao heeft vast goede ogen. En toch is hij blind.

Het is droevig, maar waar: eenzelfde patroon zien wij eeuwen later nog steeds.

Neem nu Nederland.
De ontkerkelijking is groot. Secularisatie is aan de orde van de dag.
Gaat het nu goed met Nederland? Zeker niet. Zo ongeveer iedereen is het er, bijvoorbeeld, wel over eens dat het klimaat in ons land verhardt. Een paar jaar geleden, het was in 2009, was in een manifest van de Raad van Kerken al te lezen: “Overal in onze samenleving is de onzekerheid en vaak ook de angst over de toekomst van ons land voelbaar. Door de razendsnelle veranderingen in de samenleving en de grote verschuivingen in de onderlinge verhoudingen voelen velen zich vervreemd in de eigen woonomgeving, een levensgevoel dat door de financiële en economische crisis nog verder aangejaagd wordt”[3]. Dat gevoel is, als ik het goed zie, de laatste jaren niet veranderd. Integendeel.
Slechts weinig mensen komen op het idee dat de oorzaak van allerlei moeilijkheden ligt in het negeren van de Here. Men bedenkt niet dat de terugkeer naar Gods Woord het begin van de oplossing voor allerlei problemen is.
Mensen zijn blind geworden. Anno 2014 is er, als u het mij vraagt, nog altijd heel veel blind verzet.

Maar hoe is het op het kerkplein?
Ook daar heerst blindheid. De prediking wordt gaandeweg minder overtuigend, minder dringend. Allerlei kerkmensen lopen verdwaasd rond. Zij zijn de kerk uit gelopen. Maar waar moeten zij zich nu melden?
Op het kerkplein zijn allerlei discussies te horen. Men spreekt over zeer principiële kwesties. Maar ook over materiële zaken. Er is onenigheid. Denderende ruzie, soms. Gelovige mensen zeggen narrig dingen als: ‘Als dit zo blijft, ga ik bij deze kerk weg. Waar ik naar toe ga weet ik nog niet. Daar zal ik het nog eens met mijzelf over hebben’.
Massa’s mensen voelen wel aan dat het in heel veel kerkgenootschappen helemaal de verkeerde kant op gaat. Maar zij voelen zich niet in staat om de ontwikkelingen te keren; meestal kunnen zij dat trouwens ook niet. Het is tijd om een keuze te maken, zeggen veel mensen. Sommigen staan peinzend op de drempel van de kerk. ‘Ik moet’, zeggen zij ietwat twijfelend, ‘maar eens ergens anders kijken’.
Maar wie vraagt er eigenlijk nog: wat wil de Here van mij?
Ziet u dat veel mensen met blindheid geslagen zijn?

In Exodus 9 toont de Here in de hemel Zijn macht.
Het is belangrijk dat ware gelovigen vandaag beseffen waar het machtscentrum van deze wereld zich bevindt. Dat bevindt zich niet bij de heer Obama. En ook niet bij meneer Poetin. Het bevindt zich bij de hemelse God.

Het is dat machtscentrum waar onze Heiland op de Hemelvaartsdag, na gedane arbeid, weer naar binnen ging.
Laat het ons maar weer gezegd zijn: op die eerste Hemelvaartsdag gebeurde er wat!

Nog is het einde niet.
Er mag nog wat meer worden gezegd.
Want wie goed kijkt, ziet in Exodus 9 ook Gods genade. Wij lezen namelijk ook: “Zie, Ik zal het morgen om deze tijd zeer zwaar laten hagelen, zoals in Egypte nog niet gebeurd is van de dag af, dat het gegrondvest werd, tot nu toe”[4].
De zevende plaag wordt dus nog een dag uitgesteld.
Dat is, naar mijn idee, kenmerkend voor de manier waarop de Here werkt. Kent u 2 Petrus 3 nog? “De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen”[5].

Laten wij oppassen voor blind verzet.
Laten wij ons naar de Here toe keren.
Dan komt ook eens het moment waarop wij de hemel binnen mogen gaan.

Noten:
[1] Exodus 9:22, 23 en 24.
[2] Exodus 9:34 en 35.
[3] Zie http://www.raadvankerken.nl/pagina/941/pastores_tegen_verharding .
[4] Exodus 9:18.
[5] 2 Petrus 3:9.

23 mei 2014

De hemel in zicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Volgende week donderdag is het Hemelvaartsdag. Op die dag vieren wij de glorieuze troonsbestijging van Jezus Christus. Daar horen Bijbelteksten bij als Handelingen 1 en Efeziërs 4.
Maar vandaag komt de hemel ook al in zicht.

Dat perspectief wordt geopend omdat ik Gods Woord vandaag open leg bij Genesis 28: “Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neder. En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaäk; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden”[1].

De Here laat Zich aan Jakob zien.
Bij de torenbouw van Babel willen de mensen met hun handen naar de hemel reiken. Men wil een monument voor zichzelf neerzetten. Men wenst in de geschiedenisboeken opgenomen te worden. “Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden”[2].
In Genesis 28 is het echter andersom: de Here toont Zich aan Jakob.
De hemelse God proclameert beloften voor Zijn kinderen.
De hemelse God verkondigt beloften voor Zijn volk. En Hij zegt erbij: Mijn beloften worden echt waar! Wij lezen: “… Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd”[3].
Wat gebeurt daar?
De Here zorgt dat mensen in de geschiedenisboeken opgenomen worden. Wij hoeven dat niet zelf te regelen. En bij de Here is het adagium onveranderlijk: eens gekozen blijft gekozen!

Dit feit staat recht tegenover pogingen van de mens om een maakbare en gelukkige samenleving te creëren.
Hierbij denk ik aan de op zondag 18 mei jongstleden overleden natuurkundige, ruimtevaarder, piloot en hoogleraar Wubbo Ockels[4]. Voordat hij stierf schreef hij een statement voor de mensheid:
“1. De mensheid is onscheidbaar
2. Het doel van de mensheid is overleven
3. De mensheid heeft de aarde en de natuur nodig
4. Ons doel is om de mensheid en dientengevolge de aarde en de natuur te ondersteunen
5. We moeten iedereen respecteren die dat doel in de praktijk brengt
6. Iedereen is met iedereen verbonden via de mensheid
7. Iedereen is verbonden met de natuur en de aarde
8. We zijn allemaal astronauten van het Ruimteschip Aarde
9. Zij die anderen niet respecteren, respecteren de mensheid niet
10. De mensheid, natuur en aarde zijn onscheidbaar”[5].
In het ‘geloof’ van Ockels stond de mensheid centraal. En zijn motto leek te zijn: laten wij vooral goed voor onszelf zorgen.
Welnu, de Here zegt ook tegen Bijbellezers van 2014: mensen, Ik zorg voor u. En Hij laat het merken: u mag het geloven – Ik heb het immers al aan Jakob getoond?

De wereld bestaat nog altijd. Maar dat is niet te danken aan menselijke slimheid.
De Here zegent Zijn volk. Hij voert het plan uit dat Hij met Zijn kinderen heeft.
En de mensen die niet bij God horen? Die profiteren nu nog mee van de zegen die Gods kinderen ontvangen.
Denkt u in dit verband maar aan Genesis 12, waar tegen Abram gezegd wordt: “Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden”. Of aan Genesis 18, waar de Here denkt: “Abraham immers zal voorzeker tot een groot en machtig volk worden en met hem zullen alle volken der aarde gezegend worden”. En aan Genesis 22, waar de Here tegen Abraham zegt: “En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt”. En aan Genesis 26 waar Isaäk te horen krijgt: “En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten”[6].
Mensen die zonder God leven liften nu nog een beetje mee op de zegen die Gods kinderen van hun Heer krijgen. Ze krijgen nu nog de gelegenheid om hun eigen ding te doen. Maar in die kansen en mogelijkheden zit vooral ook een oproep. Die oproep luidt: mensen, kom nu naar de Here toe; want eens breekt het moment aan waarop u dat eindelijk wilt, maar het nooit meer zult kunnen! Oftewel: nu is er nog tijd om uw leven naar de Here toe te keren, maar eens komt de tijd waarin die gelegenheid niet meer geboden wordt.

In Genesis 28 gaat het over Jakob.
Jakob was een man die eigenlijk ook z’n eigen zegen wilde organiseren. Denkt u maar aan Genesis 25: “Eens had Jakob een gerecht gekookt, en Esau kwam vermoeid van het veld. Toen zeide Esau tot Jakob: Laat mij toch slokken van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom. Maar Jakob zeide: Verkoop mij dan eerst uw eerstgeboorterecht. En Esau zeide: Zie, ik ga toch sterven; waartoe dient mij dan het eerstgeboorterecht? Daarop zeide Jakob: Zweer mij eerst. En hij zwoer hem. Zo verkocht hij aan Jakob zijn eerstgeboorterecht. Toen gaf Jakob aan Esau brood en het linzengerecht; hij at en dronk, stond op en ging heen. Zo verachtte Esau het eerstgeboorterecht”[7].
Maar wat gebeurt er in Genesis 28? Engelen reizen heen en weer tussen de hemel en de aarde. De Here zorgt er voor dat er contact tussen hemel en aarde blijft.
De Heer heeft Jakob uitverkoren. En Hij wil Jakobs zonden gaarne vergeven!

Ockels leerde zijn gehoor: als we elkaar, de aarde en de natuur beter gaan ondersteunen, dan komt het wel goed met ons.
Maar in Genesis 28 zegt de Here, terwijl Hij bovenaan een ladder staat die tot in Zijn woonplaats reikt: Ik ben er erbij en Ik bescherm u! Die belofte deed Hij aan Jakob. Die belofte is genoteerd voor alle Bijbellezers, in alle tijden en op alle plaatsen. De Here leert Zijn volk om op Hem te vertrouwen.
Niet op de samenbinding van Ockels.
Niet op de duurzame activiteiten van Ockels, hoe zorgzaam hij ook was.
Niet op de creativiteit en vindingrijkheid van Ockels, ofschoon hij prachtige resultaten heeft geboekt.
Ockels was een gepassioneerd man.
Een eminent geleerde.
Een man die buitengewone gaven ontvangen had.
En bovendien een aardige man, zo te zien.
Maar het was niet een man waar je als ware gelovige op kon vertrouwen.

De kerk van 2014 leeft vele, vele eeuwen na Jakob.
De geschiedenis van Genesis 28 is oud. Heel oud.
Onze plek in de historie van Gods heil is een heel andere dan die van Jakob in voorbije tijden.
Maar nog altijd zegt de Here tegen Zijn kinderen: geloof in Mij, vertrouw op Mij.
Als we dat blijmoedig en rustig blijven doen, blijft de hemel in zicht.

Noten:
[1] Genesis 28:12, 13 en 14.
[2] Genesis 11:4.
[3] Genesis 28:15.
[4] Meer informatie over hem is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Wubbo_Ockels .
[5] Geciteerd via http://www.zinweb.nl/blog/2014/05/19/de-10-geboden-van-wubbo-ockels .
[6] Achtereenvolgens citeer ik Genesis 12:3, Genesis 18:18, Genesis 22:18 en Genesis 26:4, 5.
[7] Genesis 25:29-34.

22 mei 2014

Europese verkiezingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vandaag is het in Nederland de dag van de Europese verkiezingen.

U weet het waarschijnlijk: in het Europees Parlement wordt wetgeving vastgesteld. Die wetgeving gaat over landbouw, handelsbeleid en soms over migratie en politiezaken.
Men spreekt er over het budget van de Europese Unie, een statenverband van 28 landen. Men controleert bovendien de activiteiten van die Unie.
Het parlement heeft 766 leden. Zesentwintig daarvan komen uit Nederland. Voor ons beeld: dat is 3,4 procent van het totaal.

Dat alles staat, in het algemeen, vrij ver van ons af. De invloed van Nederlandse parlementariërs is niet al te groot.
We voelen ons er bovendien wat ongemakkelijk bij. Europese wetgeving beïnvloedt ons leven; soms positief, soms negatief. We mogen vrij reizen. We mogen, als Nederlandse burgers, ook in een ander EU-land gaan wonen. We mogen in andere EU-landen werken. Jongeren kunnen studeren of stage lopen in een Europees land. En zo is er nog wel meer[1].
Maar wat zegt dat alles op de vierkante meters van ons eigen leven?
Het is tekenend dat de verkiezingscampagnes de mensen op straat niet zo aanspreken.

In onze wereld lijken we niet om samenwerking in Europa heen te kunnen.
Maar soms lijkt het er op dat we “meelopen op een weg waarin we vlees tot onze arm stellen en Nederland meer en meer prijsgeven aan Europese machten van on- en bijgeloof”.
Wellicht bouwen we, zonder dat wij het weten, mee aan een “modern Europees Babel”[2].

In 2009 schreef iemand al eens: “Het is (…) een min of meer holle frase geworden dat de SGP in Europa Christelijke politiek bedrijft. Laten we eerlijk zijn: de SGP is in Europees verband meer een actief meedenkende no-nonsensepartij met licht nationalistische en gematigd eurosceptische trekken dan een Christelijke partij. Wel komt de SGP op voor vervolgde Christenen in de wereld en maakt zij zich sterk voor lotsverbetering van Christenen in nood en dat is in de SGP te prijzen. Ook de consequente pro-Israël houding verdient een compliment. Er zijn dus zeker ook wel positieve zaken te noemen die de SGP in Europees verband doet. Maar het terugroepen tot de Wet en tot de Getuigenis ontbreekt vrijwel geheel. Mede daarom overheerst bij ons het scepticisme”[3].
Hier lijkt me de situatie wel in erg donkere kleuren getekend.
Want de combinatie CU-SGP laat haar invloed, ook vandaag, wel degelijk gelden als het gaat om een verbod op het weigeren van het uitvoeren van abortus. En bijvoorbeeld ook op het terrein van seksuele voorlichting aan en door jongeren.
Er is, waarschuwde iemand onlangs, een machtige lobby actief met “een hyperindividualistische agenda van seksuele rechten die ten koste gaat van de grondrechten van de EU, zoals het recht op leven, gezinsleven, gewetensvrijheid en onderwijsvrijheid”. Diverse Europese grondrechten “moeten in het Europees Parlement verdedigd worden tegen een lobby die de grondrechten met voeten treedt en ingrijpt in fundamentele vrijheden in de lidstaten” (…) Op al de terreinen die in deze voorstellen geraakt worden trekt de CU-SGP een glasheldere streep. Het is niet aan de EU om beleid te maken voor onderwijs, gezondheidszorg en gezinsbeleid, of zich te mengen in nationale discussies over het huwelijk. De genoemde grondrechten zijn er, maar geven geen bevoegdheden voor Europees beleid op die terreinen”[4].
Daarom gaat mijn stem vandaag naar de combinatie ChristenUnie/SGP. Dat voelt niet erg comfortabel, dat is waar. Maar het lijkt mij, in de gegeven omstandigheden, het meest verantwoord.

Macht: in Europa is dat een uiterlijk belangrijk begrip. En het is wel zeker dat daar ook heel veel duivelse macht bij is.
Lobby is ook zo’n centraal woord. Allerlei mensen lopen in Brussel rond, alleen maar met het oogmerk belangrijke beslissingen te beïnvloeden.

Dit alles overpeinsd hebbende, dacht ik aan Daniël 7[5].
In dat Schriftgedeelte staat het visioen van de vier rijken.
Er komen vier dieren uit de zee:
1. een gevleugelde leeuw; die symboliseert kracht en snelle verplaatsing over de aarde.
2. een beer: een groot, sterk en verscheurend beest.
3. een dier dat lijkt op een panter; maar de panter kan vliegen en heeft ook vier koppen
4. het vierde beest is nog groter, nog angstwekkender. Met ijzeren tanden, en enorme poten. Het heeft niet minder dan tien horens, een teken van uitzonderlijke kracht.

We krijgen een blik in het hemelse gerechtshof.
In de zaal worden tronen geplaatst. Daarop neemt onder meer een Oude van dagen plaats.
En dan… is het met de macht van dat vierde, grote dier opeens afgelopen. Dat dier gaat dood. Alle andere dieren raken hun macht vervolgens ook kwijt.
Wij lezen: “Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is”[6].
Er staat nog wat bij.
Ik citeer: “Ik naderde een van hen die daar stonden, en vroeg hem de ware zin van dit alles, en hij sprak tot mij en gaf mij de uitlegging daarvan te kennen: die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; daarna zullen de heiligen des Allerhoogsten het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden”[7].

Wat wil dit zeggen?
Soms lijkt het er op dat allerlei menselijke en duivelse krachten in de wereld oppermachtig zijn. Dat is echter gezichtsbedrog. Want al die aardse machten gaan er aan. Zij zijn ten dode opgeschreven.
Het zal blijken dat de God van hemel en aarde de macht heeft. Het zal duidelijk worden dat ware gelovigen koningen zullen worden. Ze zullen de hemelse God, om het maar eenvoudig te zeggen, helpen met het regeren van de wereld.

Vandaag kiezen we de mensen die in de komende periode ons land in het Europees parlement zullen vertegenwoordigen.
Steunen we, als het erop aan komt, de verkeerde machten?
Ach, laten we ons niet al te druk maken. In Europa, en in heel de wereld, gaat het op veel terreinen een verkeerde kant op. Maar boven dat alles troont de hoogste Heer. De Heer die werkelijk Opperwezen is – Zijn regeermacht gaat namelijk boven alle krachten en energieën van de aarde uit.

Zacharias Ursinus schreef in zijn in 1657 gepubliceerde ‘Schatboek Heidelbergse Catechismus’: “Christus zal werkelijk, zichtbaar en plaatselijk komen, maar niet in schijn; en Hij zal de hoogste plaats verlaten en in de laagste neerkomen (Handelingen 1:11): ‘Hij zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren’. Zij zullen de ‘Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels’ (Mattheüs 24:30) en zullen bekennen dat Hij God is, op grond van Zijn uiterlijke Majesteit. ’En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben’ (Zacharia 12:10).
Voorts zal Hij niet nederig komen, zoals tevoren; maar voorzien van Goddelijke heerlijkheid en majesteit, en vergezeld van vele duizenden engelen (Daniel 7:10); met een geroep en bazuin van de archangel (= aartsengel, BdR), ten einde de doden op te wekken, de schapen van de bokken te scheiden, de Godzaligen te verlossen en de goddelozen te werpen in de eeuwige straffen”[8].

Die boodschap heeft anno Domini 2014 nog niets aan actualiteit verloren.
Die boodschap geeft rust in een woelige wereld.

Moeten wij preppers worden?
Wat? U weet niet wat preppers zijn?
“Een prepper (van het Engelse werkwoord to prepare; ook wel een survivalist of eerder neosurvivalist, nu survivalisme in de Verenigde Staten mainstream geworden is) is iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of een sociale, politieke en/of economische opschudding, vanaf een lokaal niveau tot een internationale schaal”[9].
Nee, we hoeven geen preppers te worden. Althans, niet in de zin zoals de wereld dat bedoelt.
Zeker, wij moeten ons prepareren – dat is: voorbereiden – op de toekomst. Maar dat doen we niet in eigen kracht. We doen het in geloof en vertrouwen op de God van hemel en aarde!

Noten:
[1] Zie www.europeseverkiezingen.com .
[2] Zie: Kees de Groot, “Principiële bezwaren tegen EU lijken weg te ebben”. In: Reformatorisch Dagblad (10 mei 2014), p. 5. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] H. Tijssen MA, “De SGP en Europa”. In: ‘In het spoor’ – blad van de landelijke stichting tot bevordering van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen (1 oktober 2009), p. 41-47. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[4] Johannes de Jong, “Wie op 22 mei zwijgt, stemt toe”. In: katern PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (17 mei 2014), p. 14. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[5] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van de webversie van de Studiebijbel.
[6] Daniël 7:13 en 14.
[7] Daniël 7:16, 17 en 18.
[8] Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad (11 mei 2013), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Prepper .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.