gereformeerd leven in nederland

31 juli 2014

Lichtpunt voor criticasters

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Heel wat Gereformeerden houden vol overtuiging vast aan de ware en volkomen leer der zaligheid[1]. Ze verdedigen die met verve.
En gelijk hebben zij.
Nu zijn er ook veel mensen die zeggen: de toon in die verdediging bevalt me niet. Men zegt: de toon is te hard. Of: de verdediging is te ongenuanceerd. Of: de formuleringen zijn buitengewoon ongelukkig gekozen.
Ook die mensen hebben het gelijk soms aan hun kant.
Geen wonder. Het kan heel moeilijk zijn om irritaties en ergernissen op een juiste manier te uiten.
En laten we maar eerlijk wezen: zo nu en is het bijna onmogelijk om rustig te blijven als een fulminerend kerklid staat te roepen dat dit niet klopt en dat niet deugt. Er zijn momenten waarop de geloofsblijdschap ver te zoeken lijkt.
De vraag kan luiden: is het niet beter om gewoonweg te zwijgen? Of ook: is het voor alle partijen niet een stuk rustiger als kerkelijke criticasters zich stilhouden?
Ik zou zeggen: neen.
Driewerf neen.

Tot die conclusie kom ik als ik 2 Kronieken 20 lees. In dat hoofdstuk gaat het over koning Josafat[2].
En daar staat dan onder meer: “Hij wandelde in de weg van zijn vader Asa; hij week daarvan niet af, en deed wat recht is in de ogen des Heren. Alleen verdwenen de offerhoogten niet en het volk had zijn hart nog niet gericht op de God zijner vaderen”[3].

Josafat deed het dus goed. Hij diende de Here. En dat deed hij met overtuiging.
Toen er oorlog dreigde met Moabieten, Ammonieten en Meünieten kwam er bij koninklijk besluit een bededag. En de koning ging zelf voor in gebed. Hij erkende Gods majesteit. Hij memoreerde de dingen die de Here in het verleden had gedaan. Om kort te gaan: met Josafat had Juda een Godvrezende koning.

Even zo goed bleven de offerhoogten bestaan.
Josafat wilde de Here dienen. In zijn godsdienst was hij zeer serieus. Maar hij was klaarblijkelijk niet voldoende rigoureus. Hij was niet nauwkeurig genoeg.
En daarom zeg ik: in de godsdienst is stiptheid van het hoogste belang. Gereformeerde mensen moeten in het dienen van hun Heer de puntjes op de i zetten.

De naam Josafat betekent: de Heer is rechter.
In die naam ontdek ik troost. Zijn leven lang droeg de koning een boodschap mee. De koning had een regeerambt. Maar het eindoordeel over des konings daden gaf de Here. De Here wierp Hoogstpersoonlijk een blik in het hart van de koning. En Hij zag mooie dingen. Hij zag een hart dat klopte voor Hem. Hij zag een leven dat aan God gewijd was.

Het mag ons opvallen dat de beoordeling van Josafat positief is. Het is niet zo dat de Here zijn dienaar afschreef. Het zou verkeerd zijn om te zeggen dat de offerhoogten bleven staan, en dat er van Josafat derhalve niets meer deugde. Integendeel: Josafat deed het prima.

Hoe mooi dat alles ook is: op de koninklijke dienst van Josafat was wel wat aan te merken. Zeker wel. En de Here heeft het nodig gevonden dat we daar goede nota van nemen. Het moge zo zijn dat de hemelse slotconclusie blijmoedig stemt, het probleem van die offerhoogten mogen we niet over het hoofd zien.

De verleiding is groot om op te merken dat het allemaal wel meevalt.
Immers: Josafat laat her en der wat steken vallen, maar in de finale komt hij er bij de Here goed af.
Dan lijkt het logisch om in 2014 te zeggen: laten we maar niet al te scherp zijn; als je de zaken wat rustiger benadert komt het óók goed.
Maar dat is, naar het mij voorkomt, ietwat te gemakkelijk. Want de Here heeft die geschiedenis over Josafat niet voor niets in Zijn Woord laten opnemen.

Er staat een notitie over offerhoogten.
En ik lees ook: “Hierna verbond zich Josafat, de koning van Juda, met Ahazia, de koning van Israël. Deze handelde goddeloos en sloot met hem een overeenkomst om schepen te bouwen voor de vaart op Tarsis. En zij bouwden schepen te Ezeon-Géber. Maar Eliëzer, de zoon van Dodava, van Maresa, profeteerde tegen Josafat: Omdat gij u verbonden hebt met Ahazia, verbreekt de HERE uw werken. En de schepen leden schipbreuk, zodat zij niet naar Tarsis konden varen”[4].
Dat zijn attentieseinen voor ons.
We moeten blijven geloven in Gods beloften. Volhouden dus!

En daarnaast is er troost. Jazeker: wij zien de zaken soms niet scherp. Wij laten in het kerkelijk leven heel wat dingen zitten die eigenlijk aangepakt zouden moeten worden. Welnu, als ons dat overkomt schrijft de Here ons niet meteen af. Hij kijkt naar de grote lijn in ons leven. Hij signaleert dat we met ons hele hart de Here willen dienen.

In 2014 mogen we, naar mijn stellige overtuiging, ook niet bij Josafat blijven staan. We behoren de lijn door te trekken. Wij moeten bedenken dat onze Heiland, de Here Jezus Christus, voor onze zonden heeft betaald. Dankzij Hem is nu de weg naar God open.
In dit verband citeer ik graag de apostel Paulus die in Romeinen 15 schrijft: “Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar het voorbeeld van Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken”[5].
Ik citeer Paulus nóg eens, nu vanuit 1 Corinthiërs 10: “Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is. Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”[6].
Laten wij, kortom, maar scherp opletten in de kerk. En laten we ’t maar zéggen als er zaken scheef groeien.

Er zijn in het kerkelijk leven aardig wat mensen die soms als lastposten worden beschouwd.
Zulke mensen zeggen het te scherp.
Er is eigenlijk altijd wel iets wat niet deugt.
Er wordt teveel gemopperd.
En zo is er nog wel meer.
Vandaag noteer ik hier: scherpte is geboden.
Daarbij hoop ik dan wel dat voor luisteraars ook geloofsblijdschap hoorbaar blijft. Dat ook.
Echter: laten de zieners van onze tijd hun stem maar verheffen. Laten ze de tot hun beschikking staande middelen maar gebruiken om aan te tonen dat het fout gaat. Laat hen maar demonstreren waar het verkeerd gaat. Laten zij daarbij niet te bang wezen voor tegenstand.

Critici brengen meestentijds geen blijde boodschap.
Maar in deze wereld hebben wij hen hard nodig.
Wie de historie van Josafat leest weet wel waarom.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in maart 2009 schreef.
[2] De informatie over koning Josafat ontleen ik onder meer aan http://www.bodedesheils.nl/jaargangen/j092/j092_052_Het_leven_van_koning_Josafat_2.htm en aan http://nl.wikipedia.org/wiki/Josafat .
[3] 2 Kronieken 20:32 en 33.
[4] 2 Kronieken 20:35, 36 en 37.
[5] Romeinen 15:2-6.
[6] 1 Corinthiërs 10:11 en 12.

30 juli 2014

Trouw aan onze principes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Hoe principieel zijn we eigenlijk? Rehabeam leert ons een lesje[1].
Laten we eerlijk zijn: in grote delen van het jaar hebben wij het zo druk dat er bitter weinig tijd overblijft om gedurende enkele minuten rustig na te denken.
Met zekere regelmaat zweeft in mijn brein de gedachte dat dat precies de bedoeling van Gods tegenstander is. De Satan kan die drukte best gebruiken. Hoe drukker mensen met zichzelf zijn, hoe minder God in beeld komt. En dat is Satans oogmerk.
Het lijkt mij goed om, in verband met onze dienst aan God vandaag weer eens een bekende wetmatigheid in het licht te zetten. Dat is deze:
* wie God verlaat, moet erop rekenen dat Gods gunst uit zijn leven verdwijnt
* wie met God leeft en zich verootmoedigt, kan rekenen op Gods zegen.
Die eenvoudige regels gelden ook vandaag nog.

In een Schriftgedeelte als 2 Kronieken 12 vind ik dat heel expliciet terug. Uit dat Schriftgedeelte citeer ik: ”Toen kwam de profeet Semaja tot Rehabeam en de oversten van Juda, die wegens de komst van Sisak te Jeruzalem bijeen waren, en zeide tot hen: Zo zegt de HERE: gij hebt Mij verlaten, nu heb Ik ook u verlaten en gegeven in de macht van Sisak. Hierop verootmoedigden zich de oversten van Israël en de koning, en zij zeiden: De HERE is rechtvaardig. Toen de HERE zag, dat zij zich verootmoedigd hadden, kwam het woord des HEREN tot Semaja: Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verdelgen, maar hun spoedig uitredding geven, zodat mijn toorn zich niet over Jeruzalem zal uitstorten door de hand van Sisak. Zij zullen hem echter tot knechten zijn, zodat zij mijn dienst en de dienst van de koninkrijken der landen leren kennen”[2].

Het was niet zo dat Rehabeam de Here vergat. De koning deed heus wel aan godsdienst.
Het zou een misvatting zijn om te denken dat de Here met één machtswoord dat hele koningschap van Rehabeam afdeed als onnut. In 2 Kronieken 12 staat: “Ook was er in Juda nog wel iets goeds”[3]. Er waren best wel zaken die de Here heel goed vond. Wij moeten dus niet denken dat de Here met een grote klap alles uit Zijn gezichtsveld wegmaaide.
Echter: Rehabeams regeringswerk was heel dubbel. Hij maakte niet gauw duidelijke keuzes.
De inzet van 2 Kronieken 12 is wat dat betreft onthullend: “Toen Rehabeam zijn koninklijke macht stevig gevestigd had en sterk geworden was, verliet hij de wet des HEREN, en geheel Israël met hem”[4].

Zeker, menselijkerwijs gesproken handelde de koning heel verstandig, lees ik in 2 Kronieken 11. Want hij verdeelde “een aantal van zijn zonen over al de streken van Juda en Benjamin, over al de vestingsteden”[5]. Nee, die Rehabeam was heus geen kleine jongen. Hij had z’n verstand wel bij elkaar.
Maar: in de kern zat de zaak fout. Kijkt u maar even naar het eindoordeel over Rehabeam in 2 Kronieken 12: “Hij deed wat kwaad is, want hij had er zijn hart niet op gezet de HERE te zoeken”[6]. Jawel, er zat wel wat goeds in. Maar in het centrum van Rehabeams leven was iets helemaal verkeerd gegaan. En dat wordt duidelijk gezegd.
Rehabeam was, op zichzelf genomen, een regent van het goede soort. Hij had het erg druk met regeren, dat wel. En och, hij deed een boel verstandige dingen. Maar toch was het eindoordeel van de Here God heel negatief.

Wat concludeer ik hieruit?
Het lijkt mij belangrijk om deze zaken naar voren te brengen. Tegenwoordig wordt een antithetische stellingname al te snel weggewuifd. Meneer Jansen radicaliseert, zeggen de mensen dan. Of: mevrouw Pietersen heeft een probleem met versmalde denkkaders.
Graag pleit ik er voor om met dit soort oordelen uiterst voorzichtig te zijn. Je hoeft niet ongenuanceerd te praten, om toch een heel duidelijk antwoord op allerlei levensvragen te hebben. En daar is, blijkens 2 Kronieken 12, niets tegen. Helemaal niets.
Radicalisering en versmalling van denken: dat zijn typeringen die ik nog wel eens hoor als discussies tussen kerkmensen zich verharden. Dergelijke karakteriseringen doen echter lang niet altijd recht aan de werkelijkheid. Niet zelden is er simpelweg spraken van duidelijke stellingnames. Zeg maar gewoon: van keuzes die op de Heilige Schrift gebaseerd zijn. Waar het in zulke gevallen om gaat is dit: wordt de Here gediend met heel het verstand, met alle kracht en in het hele leven?

Terug naar de historie van 2 Kronieken 12.
De inval van Sisak was een rechtstreekse consequentie van de dwalingen van Juda.
Het gebeurde, als ik het goed weet, allemaal zo’n 925 jaar voor Christus[7]. De mensen in Juda “waren ontrouw geworden jegens de HERE”[8]. En daar gingen zij de gevolgen van ondervinden.
We mogen, denk ik, gevoeglijk aannemen dat het een gebeurtenis was die zijn sporen in de historie heeft getrokken.

Wat concludeer ik hieruit? Ik maak drie gevolgtrekkingen.
1.
Ook buitenbijbelse bronnen maken niet zelden duidelijk dat de hemelse God Zijn plannen uitvoert. Hij reageert op de activiteiten van Zijn kinderen. En als zij afdwalen komt er een moment dat Hij ingrijpt.
2.
Vandaag de dag zijn er heel wat mensen die, naar eigen zeggen, niet zoveel van Gods daadkracht merken. Ik zou zeggen: laat zulke mensen eens op een andere manier naar de wereld kijken. We mogen, denk ik, wel zeggen dat de economische gang van zaken in onze wereld alles te maken heeft met de manier waarop God de wereld regeert. Enkele jaren zei een prominente SGP-er, de heer B.J. van der Vlies over de economische recessie: “De klap van deze crisis, die een flinke deuk in onze welvaart slaat, waarin ook ‘het spreken van God’ opgemerkt moet worden Die onze consumptiemaatschappij tot de orde roept en ons wakker schudt, zal nog vele jaren doordreunen”[9]. Welnu, ook Anno Domini 2014 geeft de Here Zijn bevelen.
3.
Wie 2 Kronieken 12 leest, denkt wellicht: ziehier, dit is het begin van het einde.
Maar laten we, nu het hierover gaat, óók goed kijken naar de trouw van de Here.
In Openbaring 5 wordt Hij ‘de leeuw uit de stam Juda’ genoemd. Ik citeer: “Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen. En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. En het kwam en heeft de rol aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was”[10].
Het ontluisterde Juda komt terug in de naam die Jezus Christus krijgt. Hij is ook de Enige die in alles leeft naar Gods wil.
Gods volk zou roemloos aan haar einde gekomen zijn als Hij er niet was geweest.
Laat het maar duidelijk wezen: de Here verbindt Zijn naam aan mensen die in hun leven soms weinig heldere keuzes maken!

De koning en de leidinggevenden in Israël verootmoedigden zich. “De Here is rechtvaardig”, zeiden zij[11]. Dat waren mooie woorden. Het probleem was echter dat Rehabeam en de zijnen niet standvastig waren. Immers: “…hij had er zijn hart niet op gezet de HERE te zoeken”. De leidinggevenden en regeerders waren reuze godsdienstig. Daar niet van. Maar eigenlijk hadden zij het ook heel druk met hun werk. Zij waren reuze bedrijvig; er waren veel zaken die in Juda aandacht vroegen. En nu ja, zo schoot de attentie voor de wetten van de Here er wat bij in. Niet opzettelijk. Dat niet. Wandelen met God: dat kwam er soms eenvoudig niet van.
Wie het bovenstaande tot zich neemt kan zich gedurende een moment in het jaar 2014 wanen.
Want vandaag de dag is het niet anders. Wij draaien, zeker als straks het kerkelijk seizoen weer van start gaat, bijna dol van de drukte.
Ik zou zeggen: laten wij 2 Kronieken 12 lezen en onze dagindeling eens kritisch doornemen.
Het wordt wellicht tijd om onze gedachten weer eens te ordenen.

Rehabeam leert ons om echt te leven.
Standvastig.
En trouw aan onze principes.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in maart 2009 schreef.
[2] 2 Kronieken 12:5, 6, 7 en 8.
[3] 2 Kronieken 12:12.
[4] 2 Kronieken 12:1.
[5] 2 Kronieken 11:23.
[6] 2 Kronieken 12:14.
[7] Zie voor deze datering bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Rehabeam .
[8] 2 Kronieken 12:2.
[9] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2009/maart/14/van-der-vlies-hand-van-god-in-recessie .
[10] Openbaring 5:5, 6 en 7.
[11] 2 Kronieken 12:6.

29 juli 2014

Geloof alleen

Gereformeerden geloven in de drie-enige God.
In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus staat het heel eenvoudig.
“[Vraag:] Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
[Antwoord:] Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[1].
Wij geloven dus in de drie-enige God, omdat Hij Zich zo in Zijn Woord laat zien. De belijdenis van de drie-enige God is de proef op de som: geloven we wat de Here zegt, of willen we echt alles uitleggen?

De Joden willen van Gods Drie-eenheid niks weten.
Dat Jezus zich aan God gelijkstelde, dat vonden de kerkleiders in het Nieuwe Testament al ronduit godslasterlijk. In Johannes 5 kunnen wij lezen dat Jezus zegt: “Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde”[2].
Welnu, zeggen de Joden verbijsterd, dat kan toch niet? Dat doet tekort aan Gods grootheid en macht! En ja, ook vandaag geloven de Joden er nog weinig van.
In de Islam wordt de Drie-eenheid volkomen ongerijmd geacht. God noemt men Allah. En Mohammed is zijn profeet. En Jezus? Hij is ook een woordvoerder van Allah. De Koran is een dictaat uit de hemel. Maar de Drie-eenheid acht men, om zo te zeggen, uit de lucht gegrepen.

De belijdenis over de Drie-eenheid wordt, om het zo uit te drukken, overkoepeld door die bekende woorden uit Deuteronomium 6: “Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!”[3].
Een predikant vatte de op dit punt geldende geloofsleer eens mooi samen in een preek over Zondag 8. Hij zei het volgende.
“We hebben een drie-enig God nodig voor onze zaligheid, voor ons behoud, voor onze verlossing.
* Het is de Vader, die het plan tot onze redding heeft uitgedacht. Hij is het die ons verkiest tot het eeuwige leven.
* Die reddingsoperatie is uitgevoerd door Jezus Christus, de Zoon. Hij kocht ons vrij met zijn bloed.
* En dan moet dat werk van de verlossing ook worden toegepast in ons leven. Wij moeten er persoonlijk deel aan krijgen. Dat is het werk van de Heilige Geest”.
Die dominee zei er bij: “God is geen optelsom van drie personen, maar een God die boven ons – wiskundig – aangelegd verstand zijn macht verheft”[4].

Reeds in het begin van Gods Woord wordt duidelijk dat er meer dan één Persoon in God is.
In Genesis 1 lezen we al: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt”[5].
Bij de schepping van de mensen komt dus de Drie-eenheid al in zicht.
Het is, naar het mij voor komt, belangrijk om dat te signaleren.

Juist bij de schepping, en zeker bij de creatie van de mensen, komt het op geloof aan.
Heel veel geleerden gaan, als het over het ontstaan van de mensheid, uit van de evolutietheorie.
Men houdt een verhaal over veranderingen in de genetische volgorde van een organisme.
Men praat over natuurlijke selectie. Daarmee bedoelt men dat de best aangepaste leden van een soort overleven om genetische informatie over te dragen.
Men gebruikt het moeilijke woord ‘speciatie’: de leden van een bepaalde soort veranderen uiteindelijk zodanig dat ze niet meer passen bij hun voorgeslacht. De nieuw ontstane populatie wordt een geïsoleerde gemeenschap die los staat van de ‘vorige’ soort[6].
Daar tegenover lezen we in de Bijbel dat onze God Iemand is “die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept”[7]. Onze Here vraagt geloof, en verder niets!
Het lijkt geen toeval te zijn dat die twee dingen vanuit de ratio, het verstand, volkomen onverklaarbaar zijn: de schepping van de mens en de Drie-eenheid van de hemelse God.
Laten wij ervoor waken om alles met betrekking tot God en Zijn werk te willen verklaren.

Is het, in dat verband, niet wonderlijk dat onze Heiland – Zoon van God, één van de Personen der Drie-eenheid! – een kind werd? Hij werd een schepsel!
Maar Hij evolueerde niet.
Nee, Hij muteerde niet.
Hij kwam bij ons – heel gewoon!
Om met Jesaja 9 te spreken: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”[8].
Daar, in Jesaja 9, staan grote woorden.
Jesaja, de profeet van de Here, voegt er in hoofdstuk 9 nog aan toe: “Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen”[9].
Bij al die grootsheid staat ons verstand stil.
Om met Psalm 139 te spreken:
“Het begrijpen is mij te wonderbaar,
te verheven, ik kan er niet bij”[10].

Jezus heeft het Zelf tegen Jaïrus, de ceremonieel leider van een synagoge, gezegd: “Wees niet bevreesd, geloof alleen”[11].
Laten ook wij die dienstorder maar gewoon uitvoeren.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[2] Johannes 5:17 en 18.
[3] Deuteronomium 6:4.
[4] Zie http://dsjkc.weebly.com/uploads/1/0/7/9/1079570/01-05_a4.pdf . De preek is van de Christelijk-Gereformeerde emerituspredikant J.K.C. Kronenberg.
[5] Genesis 1:26.
[6] Zie http://www.allaboutscience.org/dutch/evolutie-van-de-mens.htm .
[7] Romeinen 4:17.
[8] Jesaja 9:5.
[9] Jesaja 9:6.
[10] Psalm 139:6 (onberijmd).
[11] Zie Marcus 5:36 en Lucas 8:50.

28 juli 2014

Domicilie van Gods Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Ruim twee weken geleden – het was op zondag 13 juli – hoorde ik een preek over Efeziërs 2:17-22. Het betreft een oude preek. De predicatie dateert, als ik het goed weet, uit 1966[1].
’t Is een goede preek hoor. Daar niet van. Natuurlijk: het taalkleed is uiteraard oud. Edoch – de inhoud is Schriftuurlijk; dat is het probleem niet.
Maar ik vroeg mij af: als ik als predikant vandaag een preek over dat Schriftgedeelte zou moeten maken, waar zou ik het dan over gaan hebben[2]?

Ik citeer eerst het bedoelde gedeelte uit Efeziërs 2.
En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest”.

Graag zou ik in de eerste plaats spreken over vrede.
a.
Toen Jezus Christus naar de aarde kwam, heeft hij vrede gebracht. Vrede voor de Joden. En vrede voor heidenen. Bij die laatste categorie horen onder meer Nederlanders. En Canadezen. En Afrikanen. En ook veel Aziaten. Kortom: in de hele wereld klinkt de boodschap van de vrede die Christus brengt.
b.
Die vrede heeft te maken met Gods uitverkiezing. Hij heeft mensen uitgekozen om Zijn kind te zijn. Wij zien dat – bijvoorbeeld – duidelijk in Lucas 2, waar een hemelse legermacht zingt: “Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen”[3].
Die mensen van het welbehagen worden door de Here in de kerk bijeen gebracht. Het is dus van belang om de kerk niet te relativeren[4]. Het is te makkelijk om te zeggen: als je maar gelooft komt het wel goed met je.
c.
De vrede van Efeziërs 2 biedt ware gelovigen een grote troost.
We maken ons vaak druk over het antwoord op de vraag: hoe houden we onderlinge vrede? Die drukte is terecht; de kerk mag nooit een ordinaire ruzietent worden.
Maar als we in de kerk over vrede spreken, bedoelen we de vrede die de Heiland brengt. Er is geen vijandschap meer tussen God en Zijn kinderen. De weg naar de Heer in de hemel is open. En op die weg daar kunnen we wandelen zonder angst voor de dood. Gods toorn roeit ons niet uit. Goddelijke donder en bliksem beschadigen ons niet meer.
Als het goed is zien we iets van die vredige verhoudingen terug in de kerk. Maar als dat, gedurende een bepaalde periode, niet zo blijkt te zijn is er niet meteen reden tot wanhoop. Want voor Gods kinderen is de weg naar boven altijd open!
d.
Voor gelovigen uit alle hoeken en plaatsen is er toegang tot de Vader. Hoe komt die toegang tot stand? Antwoord: “in één Geest”. Er staat: “want door Hem hebben wij beiden (Joden en heidenen, BdR) in één Geest de toegang tot de Vader”.
Wat wordt er veel heen en weer gepraat over kerkelijke eenheid! En jazeker, die eenheid moeten wij ook zoeken. Maar als de Heilige Geest Zijn werk doet, is het creëren van die eenheid helemaal niet zo ingewikkeld meer.
Ik vraag: realiseren wij ons nog wel dat kerkelijke eenheid geen kwestie is van mensen die samen door één deur kunnen, maar dat het een zaak is van de Heilige Geest, die volop actief is?
e.
Daarbij geldt het woord dat Petrus in Handelingen 10 tot Cornelius en de zijnen sprak: “Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig, naar het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israëls om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer”[5].
Dat Evangelie mag worden geproclameerd. Ook vandaag.

Graag zou ik in de tweede plaats willen accentueren dat we huisgenoten Gods zijn.
a.
U bent geen bijwoners meer, schrijft Paulus aan de mensen in Efeze. Met ‘bijwoners’ bedoelt de apostel Israëlieten die zich blijvend in een ander land hebben gevestigd. Mozes voelde zich bijvoorbeeld een vreemdeling en bijwoner. Dat was in de periode dat hij in Midian woonde – zie Exodus 2[6].
Welnu, dat soort situaties is anno Domini 2014 uit de tijd.
Wij zijn nu medeburgers van de heiligen geworden. Dat zijn de mensen die in het Oude Testament hun vertrouwen helemaal op God gevestigd hadden.
Het is belangrijk om dat laatste goed te beseffen. Zeker in Nederland is de kerk klein geworden. Ze komt niet zelden bijeen in gymnastiekzalen, kantines en school-aula’s. Een peinzende kijker kan zomaar denken: denkt dit clubje de wereld te veranderen?
Nee, dat denkt dat clubje niet.
Maar dat clubje is wel de kerk! En die kerk staat schouder aan schouder met mensen uit het Oude Testament. Wilt u een paar van die Oudtestamentische mensen zien? Kijkt u dan maar in Hebreeën 11. In dat Schriftgedeelte staat een hele lijst van geloofsgetuigen. Al die mensen zijn onze broeders en zusters. De kerk is helemaal niet zo klein als wij wellicht denken!
b.
In Efeziërs 2 staat het zo: “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is”[7].
Wat doen apostelen en profeten? Antwoord: zij laten de reikwijdte van Gods werk in deze wereld zien. Op dat fundament wordt verder gebouwd. Het gebouw wordt steeds hoger. Dat betekent, als ik het goed zie, dat wij steeds meer overzicht over de Goddelijke arbeid krijgen. Nee, wij begrijpen lang niet alles. Maar gaandeweg ontdekken wij, om zo te zeggen, steeds meer lijnen in Gods werk.
Daarom mogen wij ook ons best doen om, met behulp van de Heilige Schrift, hedendaagse trends en gebeurtenissen te verklaren. Wij kunnen ons erin trainen om steeds beter te zien waar en hoe God Zijn plan met de schepping uitvoert!

Graag zou ik in de derde plaats willen benadrukken dat de kerk het woonhuis van God is.
Maar het is wel een woonhuis in aanbouw.
Zeker, de kerk is al een tempel van God. Dat kunnen we merken in 1 Corinthiërs 3: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?”[8]. Wij kunnen het ook zien in 2 Corinthiërs 6: “Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Daarom gaat weg uit hun midden,
en scheidt u af, spreekt de Here,
en houdt niet vast aan het onreine.
en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn
en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn,
zegt de Here, de Almachtige”[9].
De God van het verbond woont in de kerk – nou en of. Maar intussen wordt in Zijn domicilie hard gewerkt. In de kerk is het een drukte van belang. En dat is te horen ook. De mensen praten soms tegen elkaar in. Het is heus niet altijd pais en vree. Mensen zijn soms, wellicht onbewust, onwillige instrumenten van God.
Het heerlijke is echter dat de hoge God de bouw van het woonhuis van Zijn Geest nooit voortijdig stil legt. Het prachtige plan van God zal worden voltooid. En daarom mogen we ons in de kerk voorbereiden op een glorieuze toekomst!

Noten:
[1] De bedoelde preek is van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D. Los (1917-2012). Die preek werd gelezen in de morgendienst van De Gereformeerde Kerk te Mariënberg. De preek komt voor op een overzicht dat te raadplegen is op http://www.bronnenkoning.nl/geschrevenbundels/WaarheidenRecht/Jaargang22.htm .
[2] In dit artikel maak ik onder meer gebruik van de webversie van de Studiebijbel.
[3] Lucas 2:14.
[4] De kwestie van de ware kerk werd ook in de preek benadrukt. Dat was een sterk punt. Daarbij moet worden bedacht dat deze preek dateert uit 1966. Dat is een jaar voor de ‘buitenverband-kwestie’ de kerken in beroering bracht. De schrijver van de preek maakte dus echt een statement!
[5] Handelingen 10:35, 36 en 37.
[6] Exodus 2:21 en 22: “En Mozes bewilligde erin bij de man te blijven, en deze gaf zijn dochter Zippora aan Mozes. Zij baarde een zoon en hij noemde hem Gersom, want, zeide hij: ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land”.
[7] Efeziërs 2:19 en 20.
[8] 1 Corinthiërs 3:16.
[9] 2 Corinthiërs 6:16, 17 en 18.

25 juli 2014

De gewoonste zaak van de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

‘Wereldwijd groeit de gewone kerk’, kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 16 juli 2014.
Daaronder staat een verhaal dat werd geschreven door Jos Strengholt, priester te Caïro.

Strengholt reageert op berichtgeving over 7keer7, een initiatief dat ook al op deze internetpagina becommentarieerd is[1]. De verleiding is groot om lange citaten uit het artikel te geven. Die verleiding weersta ik. Graag houd ik het bij het volgende.
“Wereldwijd is de gewone, ouderwetse kerk helemaal niet op z’n retour”.
En:
“Wereldwijd groeit de institutionele kerk als kool – de kerk die gelovig is, die de orthodoxe geloofsinhoud verkondigt, die gastvrij is, armen helpt, verdrukten bijstaat, die voor gezinnen zorgt en voor daklozen.
O ja, dat is ook de kerk die zich tegen abortus verzet, en die niet akkoord gaat met het idee van het homohuwelijk, dat ook”.
En:
“Vreemd genoeg groeide die slechte, onhandige, zondige kerk eeuwenlang onstuimig. Eeuwenlang hebben mensen zich, ondanks de zwarte randjes aan de kerk, blij en tevreden gevoeld binnen die gemeenschap, want het is hun eigen gemeenschap, met alle fouten die daarbij horen”.
En:
“We hebben een Bijbel, een traditie, een geschiedenis, dogma’s, een wereldwijde gemeenschap van het geloof en we hebben een drie-enige God. Die vraagt van ons bovenal dat we Hem trouw zijn.
Door de kerk-zoals-die-is te verwerpen, doen we dat wellicht impliciet ook wel met de Heer, die zijn kerk twintig eeuwen lang leidde en vulde met zichzelf, en die deze kerk gebruikte om mensen tot zich te trekken”[2].

Over het artikel van Strengholt zou veel te schrijven zijn.
Maar wat mij er vooral in treft is, om het zo maar uit te drukken, het gewone in de gewone kerk.
En wat is dan dan precies?
Het komt mij voor dat dat per land en per bevolkingsgroep verschilt.
Maar met de gewone kerk is niks mis. En met gewoontes in de kerk ook niet.

Dat blijkt trouwens ook uit Gods Woord.

In verband daarmee wijs ik vandaag op Handelingen 17.

In Handelingen 17 kunnen wij onder meer lezen: “En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen en behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, door aanhalingen uitleggende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze de Christus is, die Jezus, die ik (zeide hij) u predik”[3].
Paulus heeft, in de tijd van Handelingen 17, dus de gewoonte om naar de synagoge te gaan.
Paulus bevindt zich in Thessalonica, de voornaamste zeehaven en de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië[4]. Daar ontstaat al snel een nieuwe gewoonte. Paulus preekt er vier weken achter elkaar. Alsof hij er de plaatselijke predikant is, zeg maar. Hoe zijn zijn preken opgebouwd? Antwoord: volgens een stramien dat wij vandaag ook nog wel kennen. Hij houdt christocentrische preken, waarin hij ook bewijst dat de Here daar in de Oudtestamentische tijd al naar toe heeft gewerkt. Zulke preken zijn, om kort te gaan, de gewoonste zaak van de wereld.

Paulus sluit ook op andere wijze aan bij plaatselijke zeden en gewoontes.
Leest u maar verder in Handelingen 17: “En Paulus, voor de Areopagus staande, zeide: Mannen van Athene, ik zie voor mijn ogen, dat gij in elk opzicht buitengewoon ontzag voor godheden hebt; want toen ik door uw stad liep en de voorwerpen uwer verering aanschouwde, heb ik ook een altaar gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god. Wat gij dan, zonder het te kennen, vereert, dat verkondig ik u. De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft”[5].
De Atheners in Handelingen 18 willen alles afdekken. Ze wensen voor zichzelf te garanderen dat zij geen enkele godheid vergeten. Welnu, bij die – overigens nogal merkwaardige! – gewoonte sluit Paulus graag aan.
En wat predikt hij dan? Antwoord: hij proclameert het evangelie van de God die hemel en aarde gemaakt heeft. Met andere woorden: Paulus begint bij Genesis 1. Paulus pakt de zaak nuchter aan. Hij begint bij het begin.

Mijn conclusie is even eenvoudig als voor de hand liggend: de kerk moet zich niet dol laten draaien door allerlei buurthuis-achtige activiteiten als inloopochtenden, themamiddagen en andere zaken die de lokale gezamenlijkheid bevorderen. Nee, het is niet zo dat zulke bezigheden in de kerk geheel en al verboden zijn. Sterker nog: het helpen van armen en verdrukten is een kernactiviteit van de kerk.
Maar in de gemeenschap van Gods kinderen genieten wij eerst en vooral van datgene wat in de kerk gewoon is: de kracht van Gods blijde Boodschap. Dat is, wat je noemt, het wonder van het gewone.

Noten:
[1] Zie mijn artikel “7keer7”, hier gepubliceerd op 11 juli 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/07/11/7keer7/ .
[2] Jos Strengholt, “Wereldwijd groeit de gewone kerk”. In: Nederlands Dagblad (woensdag 16 juli 2014), p. 8. Zie ook: Jos Strengholt, “7keer7 zet kerk op het verkeerde spoor”. In: katern PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (vrijdag 18 juli 2014), p. 9.  Ook te vinden op www.digibron.nl . De weblog van Strengholt is te vinden op http://www.strengholt.blogspot.nl/ .
[3] Handelingen 17:2 en 3.
[4] Handelingen 17:1: “En hun weg nemende over Amfípolis en Apollónia, kwamen zij te Thessalonica, waar een synagoge der Joden was”. Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel.
[5] Handelingen 17:22, 23, 24 en 25.

24 juli 2014

Een wolkeloze morgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , , , ,

‘Moet je kijken… geen wolkje aan de lucht’.
Dat hoorde ik gisteren, zo tegen een uur of 10, een meisje roepen. Het gebeurde op een veld van een camping te Rheeze. De zon scheen uitbundig. De campinggasten wandelden en fietsten ontspannen de dag in[1].
De waarneming van het meisje klopte.
Het mooie weer leek fel te contrasteren met de dag van nationale rouw die Nederland gisteren beleefde. De dag van nationale rouw – vanwege de ramp met de MH17[2].

Geen wolkje aan de lucht – die situatie wordt ook in Gods Woord beschreven.

David heeft het erover, aan het einde van zijn leven.
In 2 Samuël 23 zegt hij:
“De Geest des HEREN spreekt door mij,
zijn woord is op mijn tong;
Israëls God spreekt,
Israëls Rots zegt tot mij:
Een rechtvaardige heerser over de mensen,
een heerser in de vreze Gods,
hij is als het morgenlicht bij het opgaan der zon,
een morgen zonder wolken:
door de glans na de regen
spruit jong groen uit de aarde”[3].

De Heilige Geest heeft in Davids hart een woning gemaakt[4]. Dat deed Hij toen David in 1 Samuël 16 tot koning werd gezalfd: “Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan”[5].
Maar nu gebeurt er iets heel bijzonders.
David kondigt het af: wat hij nu uitspreekt, dat heeft hij niet zelf bedacht. Op dit moment is hij de mond van de Here. Hij is een profeet. Hij spreekt woorden van de Here uit.

De Here zegt: een machthebber die de Here vreest is te vergelijken met de helderheid die te zien is met het morgenlicht bij het opgaan van de zon. Zo’n regeerder doet onder meer denken aan een wolkeloze ochtend. De zon heeft dan alle kans om te schijnen.
Debora en Barak zingen in Richteren 5: “…die Hem liefhebben zijn als de opgaande zon in haar kracht”[6].
Niet alleen machthebbers laten het leven oplichten. Ieder mens die de Here vreest werpt nieuw licht op het aardse leven.

Dat klinkt allemaal prachtig.
Maar hoe kan dat allemaal?
Zondige mensen en een wolkeloze ochtend: zijn die wel verenigbaar?
Toch wel.
Want in 2 Samuël 23 staat ook:
“Toch heeft Hij mij een eeuwig verbond gegeven,
geordend in alles en verzekerd.
Want al mijn heil en alle welbehagen,
zou Hij die niet laten uitspruiten?”[7].
Nee, David vindt van zich zelf niet dat hij in zijn leven zo’n wolkeloze ochtend is: “Maar niet alzo mijn huis bij God!”[8]. Echter: de Here maakt het leven wolkeloos. In 2 Samuël 7 had Hij al tegen David gezegd: Salomo “zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen”. Voor immer. De Statenvertaling heeft daar: “Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal de stoel van zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid”[9]. Op die manier worden wij doorverwezen naar Jezus Christus.

De Farizeeën weten het in Mattheüs 22 wel: Christus is Davids Zoon. Die aanduiding heeft voor de Joodse kerkleiders een nationale en politieke betekenis.
Maar Jezus zegt dan Zelf: “De Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden onder uw voeten gelegd heb”[10]. Met andere woorden: Jezus Christus heeft een hemelse, Goddelijke oorsprong; Hij heeft ook nog een roeping in de hemel.
Hij is de Koning die regeert!
Tot in eeuwigheid!

Een wolkeloze ochtend heeft ons, als u het mij vraagt, iets te zeggen.
Een heldere dag vertelt ons dat we verder moeten kijken dan onze eigen sores.
Een wolkeloze hemel deelt ons mede dat er meer is dan de dag van nationale rouw die wij gisteren beleefden.
Een mooie zomerdag leert ons om op de toekomst gericht te zijn. Nee, niet alleen op het werk dat wacht. Nee, niet alleen op het kerkelijk seizoen dat, zo de Here wil, in september aanstaande weer beginnen gaat.
Maar op de toekomst waarin niets die wolkeloze hemel bederven kan.

David had het er al over.
Dus waarom zouden wij er niet over spreken en schrijven?

Noten:
[1]
Mijn vrouw en ik zijn in het rijke bezit van een caravan op camping ‘De Oldemeyer’ te Rheeze, een dorp bij het Overijsselse Hardenberg. Daar genieten wij van het mooie zomerweer dat de Here ons momenteel geeft.
[2] Naar aanleiding van die gebeurtenis schreef ik mijn artikel ‘Ramp’, hier gepubliceerd op maandag 21 juli 2014. Het artikel is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/07/21/ramp/ .
[3] 2 Samuël 23:2, 3 en 4.
[4] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[5] 1 Samuël 16:13.
[6] Richteren 5:31.
[7] 2 Samuël 23:5 b.
[8] 2 Samuël 23:5 a.
[9] 2 Samuël 7:13.
[10] Mattheüs 22:44.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.