gereformeerd leven in nederland

28 juli 2014

Domicilie van Gods Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Ruim twee weken geleden – het was op zondag 13 juli – hoorde ik een preek over Efeziërs 2:17-22. Het betreft een oude preek. De predicatie dateert, als ik het goed weet, uit 1966[1].
’t Is een goede preek hoor. Daar niet van. Natuurlijk: het taalkleed is uiteraard oud. Edoch – de inhoud is Schriftuurlijk; dat is het probleem niet.
Maar ik vroeg mij af: als ik als predikant vandaag een preek over dat Schriftgedeelte zou moeten maken, waar zou ik het dan over gaan hebben[2]?

Ik citeer eerst het bedoelde gedeelte uit Efeziërs 2.
En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest”.

Graag zou ik in de eerste plaats spreken over vrede.
a.
Toen Jezus Christus naar de aarde kwam, heeft hij vrede gebracht. Vrede voor de Joden. En vrede voor heidenen. Bij die laatste categorie horen onder meer Nederlanders. En Canadezen. En Afrikanen. En ook veel Aziaten. Kortom: in de hele wereld klinkt de boodschap van de vrede die Christus brengt.
b.
Die vrede heeft te maken met Gods uitverkiezing. Hij heeft mensen uitgekozen om Zijn kind te zijn. Wij zien dat – bijvoorbeeld – duidelijk in Lucas 2, waar een hemelse legermacht zingt: “Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen”[3].
Die mensen van het welbehagen worden door de Here in de kerk bijeen gebracht. Het is dus van belang om de kerk niet te relativeren[4]. Het is te makkelijk om te zeggen: als je maar gelooft komt het wel goed met je.
c.
De vrede van Efeziërs 2 biedt ware gelovigen een grote troost.
We maken ons vaak druk over het antwoord op de vraag: hoe houden we onderlinge vrede? Die drukte is terecht; de kerk mag nooit een ordinaire ruzietent worden.
Maar als we in de kerk over vrede spreken, bedoelen we de vrede die de Heiland brengt. Er is geen vijandschap meer tussen God en Zijn kinderen. De weg naar de Heer in de hemel is open. En op die weg daar kunnen we wandelen zonder angst voor de dood. Gods toorn roeit ons niet uit. Goddelijke donder en bliksem beschadigen ons niet meer.
Als het goed is zien we iets van die vredige verhoudingen terug in de kerk. Maar als dat, gedurende een bepaalde periode, niet zo blijkt te zijn is er niet meteen reden tot wanhoop. Want voor Gods kinderen is de weg naar boven altijd open!
d.
Voor gelovigen uit alle hoeken en plaatsen is er toegang tot de Vader. Hoe komt die toegang tot stand? Antwoord: “in één Geest”. Er staat: “want door Hem hebben wij beiden (Joden en heidenen, BdR) in één Geest de toegang tot de Vader”.
Wat wordt er veel heen en weer gepraat over kerkelijke eenheid! En jazeker, die eenheid moeten wij ook zoeken. Maar als de Heilige Geest Zijn werk doet, is het creëren van die eenheid helemaal niet zo ingewikkeld meer.
Ik vraag: realiseren wij ons nog wel dat kerkelijke eenheid geen kwestie is van mensen die samen door één deur kunnen, maar dat het een zaak is van de Heilige Geest, die volop actief is?
e.
Daarbij geldt het woord dat Petrus in Handelingen 10 tot Cornelius en de zijnen sprak: “Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig, naar het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israëls om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer”[5].
Dat Evangelie mag worden geproclameerd. Ook vandaag.

Graag zou ik in de tweede plaats willen accentueren dat we huisgenoten Gods zijn.
a.
U bent geen bijwoners meer, schrijft Paulus aan de mensen in Efeze. Met ‘bijwoners’ bedoelt de apostel Israëlieten die zich blijvend in een ander land hebben gevestigd. Mozes voelde zich bijvoorbeeld een vreemdeling en bijwoner. Dat was in de periode dat hij in Midian woonde – zie Exodus 2[6].
Welnu, dat soort situaties is anno Domini 2014 uit de tijd.
Wij zijn nu medeburgers van de heiligen geworden. Dat zijn de mensen die in het Oude Testament hun vertrouwen helemaal op God gevestigd hadden.
Het is belangrijk om dat laatste goed te beseffen. Zeker in Nederland is de kerk klein geworden. Ze komt niet zelden bijeen in gymnastiekzalen, kantines en school-aula’s. Een peinzende kijker kan zomaar denken: denkt dit clubje de wereld te veranderen?
Nee, dat denkt dat clubje niet.
Maar dat clubje is wel de kerk! En die kerk staat schouder aan schouder met mensen uit het Oude Testament. Wilt u een paar van die Oudtestamentische mensen zien? Kijkt u dan maar in Hebreeën 11. In dat Schriftgedeelte staat een hele lijst van geloofsgetuigen. Al die mensen zijn onze broeders en zusters. De kerk is helemaal niet zo klein als wij wellicht denken!
b.
In Efeziërs 2 staat het zo: “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is”[7].
Wat doen apostelen en profeten? Antwoord: zij laten de reikwijdte van Gods werk in deze wereld zien. Op dat fundament wordt verder gebouwd. Het gebouw wordt steeds hoger. Dat betekent, als ik het goed zie, dat wij steeds meer overzicht over de Goddelijke arbeid krijgen. Nee, wij begrijpen lang niet alles. Maar gaandeweg ontdekken wij, om zo te zeggen, steeds meer lijnen in Gods werk.
Daarom mogen wij ook ons best doen om, met behulp van de Heilige Schrift, hedendaagse trends en gebeurtenissen te verklaren. Wij kunnen ons erin trainen om steeds beter te zien waar en hoe God Zijn plan met de schepping uitvoert!

Graag zou ik in de derde plaats willen benadrukken dat de kerk het woonhuis van God is.
Maar het is wel een woonhuis in aanbouw.
Zeker, de kerk is al een tempel van God. Dat kunnen we merken in 1 Corinthiërs 3: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?”[8]. Wij kunnen het ook zien in 2 Corinthiërs 6: “Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Daarom gaat weg uit hun midden,
en scheidt u af, spreekt de Here,
en houdt niet vast aan het onreine.
en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn
en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn,
zegt de Here, de Almachtige”[9].
De God van het verbond woont in de kerk – nou en of. Maar intussen wordt in Zijn domicilie hard gewerkt. In de kerk is het een drukte van belang. En dat is te horen ook. De mensen praten soms tegen elkaar in. Het is heus niet altijd pais en vree. Mensen zijn soms, wellicht onbewust, onwillige instrumenten van God.
Het heerlijke is echter dat de hoge God de bouw van het woonhuis van Zijn Geest nooit voortijdig stil legt. Het prachtige plan van God zal worden voltooid. En daarom mogen we ons in de kerk voorbereiden op een glorieuze toekomst!

Noten:
[1] De bedoelde preek is van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D. Los (1917-2012). Die preek werd gelezen in de morgendienst van De Gereformeerde Kerk te Mariënberg. De preek komt voor op een overzicht dat te raadplegen is op http://www.bronnenkoning.nl/geschrevenbundels/WaarheidenRecht/Jaargang22.htm .
[2] In dit artikel maak ik onder meer gebruik van de webversie van de Studiebijbel.
[3] Lucas 2:14.
[4] De kwestie van de ware kerk werd ook in de preek benadrukt. Dat was een sterk punt. Daarbij moet worden bedacht dat deze preek dateert uit 1966. Dat is een jaar voor de ‘buitenverband-kwestie’ de kerken in beroering bracht. De schrijver van de preek maakte dus echt een statement!
[5] Handelingen 10:35, 36 en 37.
[6] Exodus 2:21 en 22: “En Mozes bewilligde erin bij de man te blijven, en deze gaf zijn dochter Zippora aan Mozes. Zij baarde een zoon en hij noemde hem Gersom, want, zeide hij: ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land”.
[7] Efeziërs 2:19 en 20.
[8] 1 Corinthiërs 3:16.
[9] 2 Corinthiërs 6:16, 17 en 18.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: