gereformeerd leven in nederland

20 augustus 2014

Egocentrisme afgeremd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Veel mensen hebben een welhaast onbedwingbare neiging om over zichzelf te praten[1].
Dat geldt in niet mindere mate voor gelovigen. Zij willen, zo zeggen zij zelf voortdurend, God dienen. En ja, daar kunnen zij niet zelden ook een verhaal over vertellen. In die geschiedenis blijken die vertellers vervolgens zelf veelal de hoofdpersonen.
Ik-gerichtheid is een kenmerk van onze tijd. Kinderen van God moeten niet denken dat zij helemaal buiten die sfeer van egocentrisme kunnen blijven. Egoïsme zit overal in. Zelfzucht komt overal bij.
Hoe dan ook: ware gelovigen moeten oppassen dat zij niet te vaak persoonlijke verhalen vertellen.

Laat ik, hierover schrijvende, op de gelijkenis van de verontschuldigingen mogen wijzen.
Het verhaal uit Lucas 14 kent u wel.
“En hij zond zijn slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd. En een ander zeide: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd. Weer een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen”[2].
Spreker Eén had het, zogezegd, druk met aardse dingen. God kwam op zijn prioriteitenlijstje in de verdrukking.
Spreker Twee deed als ambitieuze wereldburger simpelweg wat hij zelf wilde. Aan een hemelse maaltijd dacht hij niet. Een typisch geval van ongeloof, dus.
Spreker Drie kwam met een plausibel klinkend verhaal. Echter: ook hier gingen aardse boven hemelse dingen.

Het ging hier om genodigden.
De zaak draaide hier om mensen die een uitnodiging hadden ontvangen. De genodigden kenden de gastheer. Zij wisten wie hij was. Ze wisten misschien wat hij serveren zou.
Juist die mensen maakten duidelijk dat ze de uitnodiging afsloegen.
De kerkmensen zeiden: nee, dank u.

In Lucas 14 vinden we de definitieve uitnodiging van Jezus aan het adres van Israël.
Aldaar was het gewoonte om gasten twee keer te nodigen. Geruime tijd van tevoren kwam de eerste invitatie. Kort voor het feest begon kwam dan de tweede uitnodiging. De knecht die erop uit gestuurd was hoefde dan alleen maar te zeggen dat alles gereed stond.
Juist die tweede uitnodiging werd geweigerd[3].
Voelt u hoe pijnlijk dat was? Het was schrijnend. Jazeker.

Wat is nu de moraal van dit verhaal?
De Here Jezus Christus wilde duidelijk maken dat Hij Hoogstpersoonlijk bezig is met de voorbereidingen voor een gelukkige toekomst van al Zijn kinderen. Een toekomst met Hem. Een toekomst waarin Hij alles zal zijn in allen.
Die toekomstverwachting is, als ik het goed zie, ook voor vandaag sfeerbepalend.

Nu wil ik een ogenblik naar onze tijd kijken.

Is het wel juist om ijverige gelovigen in 2014 te vergelijken met die genodigden uit Lucas 14?
Daar moet je voorzichtig mee wezen. Geen mens kan in andermans hart kijken.
Niettemin zijn er momenten waarop ik aan Lucas 14 denken moet.

Jaren geleden voerde ik eens een gesprek met iemand die mij uitlegde dat hij niet zo lang geleden in Armoedeland was geweest om daar, met Gods hulp, veel goeds te doen. Heel veel goeds.
Tot verbazing van de spreker luisterden velen naar hem. Sterker nog: plots gingen vele deuren open. Dorpshoofden tot wie hij zich richtte, waren een en al oor.
Tot vreugde van de spreker kwam zijn boodschap over. Op de plaatsen waar hij kwam gingen velen de ogen open. Het feit dat de spreker bereid was om geld in allerlei projecten te steken, hielp waarschijnlijk ook een beetje. Maar toch.
Geachte lezer, graag geef ik toe dat ik slechts over een middelgroot denkraam beschik.
Het moet derhalve niet worden uitgesloten dat ik sommige dingen geheel verkeerd begrepen heb.
En het zal, neem ik aan, niet de bedoeling van de spreker geweest zijn om zichzelf op de voorgrond te stellen. Intussen kreeg ik echter wel het gevoel dat het verhaal van de spreker onder meer verteld werd ter meerdere eer en glorie van de woordvoerder zelf.
Voor mijn idee waren de persoonlijke belevenissen van de spreker nogal sfeerbepalend. Zijn eigen wederwaardigheden waren erg belangrijk.

Nogmaals: ik kan het allemaal verkeerd begrepen hebben. En wellicht heb ik – geheel ten onrechte – aan goede intenties voorbijgezien.
Vooralsnog deed het verhaal mij echter aan Lucas 14 denken.
Als ik mij niet vergis gaat het in Lucas 14 over door God bij elkaar geroepen mensen. Ze hebben best wel aandacht voor het Koninkrijk Gods.
Ja heus – daar gaan zij serieus mee om.
Die kerkmensen zeggen niet: ‘scheer je weg’. Zij houden de deur niet gesloten.
Integendeel: ze excuseren zich uitgebreid. Met een verhaal over bouwland dat geïnspecteerd moet worden. Met een verhaal over vee dat gekeurd moet worden. En met een verhaal over wittebroodsweken in een huwelijk.
Inmiddels gaat het bij de voortduur over henzelf. Het gaat over eigen belevenissen die reuze interessant zijn.
Voelt u hoe die lange persoonlijke verhalen een beetje wringen met het werk dat in Gods Koninkrijk gebeurt? Voelt u hoe die lange persoonlijke verhalen wringen met Gods eer?

Hoe moet dat nu met die spreker van hierboven?
Hij deed in Armoedeland natuurlijk geen slechte dingen. Hij wilde, als ik het goed begrepen heb, mensen werkelijk vooruit helpen. Door natuurherstel, bijvoorbeeld.
Die spreker van hierboven deed, naar ik veronderstel, goede dingen.
Maar deed hij dat echt alleen ter ere van God?

Naar het mij voorkomt leert Lucas 14 ons dat verhalen over onszelf al heel gauw afbreuk doen aan het Evangelie.
Dat is heus niet de bedoeling van volijverige kinderen van God.
Het probleem is echter dat het zomaar gebeurt. Soms zonder dat wij het in de gaten hebben. Opgepast dus.

Het is opvallend dat voor de maaltijd van Lucas 14 uiteindelijk misdeelden in aanmerking komen: “Ga aanstonds de straten en stegen der stad in en breng de bedelaars en misvormden en blinden en lammen hier”[4].
De Here zoekt de mensen op die niet tot de geestelijke elite behoren.
Mijn conclusie: u hoeft geen geweldig persoonlijk verhaal te kunnen debiteren om de Heiland te mogen volgen.

Wat zal ik nog meer van deze dingen zeggen?

In dit verhaal kwam een man voor die maar wat graag in Armoedeland de helpende hand wilde bieden. Het verhaal dat hij deed ging, naar mijn smaak althans, vooral over hemzelf.
In alle bescheidenheid vraag ik mij, in het licht van Lucas 14, af of dat wel juist is.
Of draaf ik nu door?

Laten we eerlijk zijn: wij allemaal hebben soms de neiging om veel over onszelf te praten.
Over onze kerkelijke belevenissen.
Over onze kerkelijke ergernissen.
Over ons gevoel.
Over de manier waarop de preek in onze ziel landde.
Met een schuin oog op Lucas 14 roep ik op tot terughoudendheid met betrekking tot de verbreiding van persoonlijke verhalen.

Laten wij maar gewoon aan het werk gaan.
Dan hebben wij het druk genoeg.
Laten wij ons realiseren dat de Here Jezus Christus ons uitnodigingen blijft sturen voor het feestmaal dat Hij aanricht. Hij vraagt niet of onze levenservaringen wel indrukwekkend genoeg zijn. Hij onderzoekt niet of onze vertelkunst wel voldoende ontwikkeld is.
Wij mogen bij Hem komen eten. Er zijn plaatsen aan de dis gereserveerd.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in februari 2010 schreef.
[2] Lucas 14:17-20.
[3] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel.
[4] Lucas 14:21.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: