gereformeerd leven in nederland

28 augustus 2014

Het verleden voorbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Ware gelovigen zijn gericht op de toekomst[1].
Maar juist omdat zij zo toekomstgericht zijn, kijken ze ook vaak naar het verleden. Dan kunnen zij zien welk werk God zoal heeft verricht.
Gelovige mensen ontdekken tijdens die observaties iets van de werkwijze van hun God.
Als kinderen van God die ontdekking gedaan hebben, beseffen ze alras dat God eeuwig en onveranderlijk is.

De hemelse Here heeft alle macht in hemel en op aarde.
Jazeker, Hij kan het ook aan om iets heel nieuws te beginnen. Hij kan ook iets doen dat nog nooit eerder vertoond is.
Daarom geldt voor alle Bijbellezers: sluit God niet op in het verleden. Ja, ook godvrezenden van 2014 moeten dat bedenken.

Die les trek ik uit Jesaja 43: “Zo zegt de Here, die door de zee een weg baant en een pad door machtige wateren; die wagen en paard doet uittrekken, krijgsmacht en helden; tezamen liggen zij neder, zij staan niet weer op, zij zijn uitgeblust, als een vlaspit uitgedoofd: denkt niet aan hetgeen vroeger gebeurde en let niet op wat oudtijds is geschied; zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten; zult gij er geen acht op slaan? Ja, Ik zal een weg in de woestijn maken, rivieren in de wildernis. Het gedierte des velds zal Mij eren, jakhalzen en struisen, want Ik geef water in de woestijn, rivieren in de wildernis om mijn uitverkoren volk te drenken. Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal mijn lof verkondigen”[2].

Bovenstaande woorden sprak Jesaja toen het volk Israël zo’n zeventig jaar in ballingschap had gezeten.
In de Klaagliederen wordt de sfeer van die tijd treffend getekend.
Neem Klaagliederen 2:
“Mijn ogen zijn verteerd door tranen,
mijn binnenste is vol onrust,
mijn hartebloed is ter aarde uitgestort”[3].
En Klaagliederen 3:
“Ik dacht: vergaan is mijn kracht,
vervlogen mijn hoop op de HERE”[4].
Men kon wel spreken van een deplorabele toestand. En dat, geachte lezer, was nog heel zachtjes uitgedrukt.

In die omstandigheden vroeg Jesaja aan zijn volksgenoten: beste mensen, herinnert u zich de gebeurtenissen aan de Schelfzee nog?
Wij kennen die historie ook wel: ooit baande de Here voor Zijn volk een weg die dwars door de zee ging; de Israëlieten werden gered, maar hun achtervolgers – de Egyptenaren – verdronken jammerlijk.
Welnu, zei Jesaja, denkt u daar maar niet meer aan.
Dat is, op het eerste gezicht althans, merkwaardig. Hoogst merkwaardig.
In Deuteronomium 8 zei Mozes tegen de mensen om hem heen: “Gedenk dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden”[5].
Toen moesten de Israëlieten dus wel in het verleden duiken.
En in Psalm 77 zong Asaf:
“Ik zal de daden des HEREN gedenken,
ja, ik wil gedenken uw wonderen van ouds,
van al uw werken gewagen
en uw daden overdenken”[6].
Toen moesten de Israëlieten hun herinneringen dus wel levend houden.
Waarom moest dat in Jesaja 43 plotsklaps weer niet? Antwoord: omdat de Israëlieten in Jesaja’s tijd bij het verleden bleven staan. Zij verheerlijkten het verleden. Zo van: vroeger was alles beter; toen was alles goed.
Maar ze beseften niet dat de Here ook in Babel aan het werk was. Ze realiseerden zich niet dat de God van het verbond ook in Babel een grootse bevrijding tot stand kon brengen.
Jesaja leerde zijn landgenoten: mensen, uw Godsvertrouwen moet terugkomen; en snel ook.

In Jesaja 43 lees ik: “…zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten”[7].
Het aldaar gebruikte werkwoord betekent dat een plant plotseling uitloopt. Daarbij moeten wij klaarblijkelijk denken aan de snelle groei van planten na een regenbui in de woestijn. “Zult gij er geen acht op slaan?”[8]. Jesaja wil maar zeggen: heeft u het nog niet gemerkt? Of ook: weet u dat nog niet?
De Groot Nieuws Bijbel uit 1996 zegt: “Het krijgt al vorm, je kunt het al zien…”. Er is, met andere woorden, al van alles aan de gang.
Er is alle reden om het vertrouwen in God snel terug te laten komen.

Die les is, denk ik, ook belangrijk voor ons.
In Psalm 78 zingt Asaf:
“Hetgeen wij gehoord hebben en weten,
en onze vaderen ons hebben verteld,
dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen;
wij willen vertellen aan het volgende geslacht”[9].
Die psalm zingen wij vrolijk mee. En terecht. Maar laten wij niet vergeten dat de Here ook vandaag nog grote dingen doet. Laten we beseffen dat de Here bezig met de realisatie van het allergrootste en allermooiste plan dat ooit ontworpen is: de redding van al Gods kinderen!
Er komt een nieuwe wereld aan.
Het is God Zelf die de weg naar die nieuwe wereld legt.
Hij zorgt er Zelf voor dat Hij de eer krijgt die Hem toe komt.
Hij zorgt er Zelf voor dat de schepping Hem gaat prijzen.

Ook de dieren gaan de Here loven.
Zelfs jakhalzen en struisvogels doen mee. Dat is opmerkelijk.
U moet weten dat in de tijd van Israël jakhalzen zo ongeveer de meest onreine dieren waren die er bestonden. Ze leefden in de woestijn. Meer precies: in het randgebied rond de woestijn. Ooit hadden daar mensen gewoond en gewerkt. Het land was er bewerkt. Maar inmiddels was er van al dat werk weinig méér over dan woekerende en natuur en troosteloze ruïnes.
Jakhalzen zijn veelvreters. Ze struinen een heel gebied af, op zoek naar dierlijke resten. Als ze die niet kunnen vinden, eten ze ook de planten van het veld, de rogge vreten ze op, en ook alle andere eetbare zaken. Iemand zei eens: ‘Het zijn echt van die restjes-verteerders in een wereld zonder genade’.
Uitgerekend beesten die ongeveer alles doen wat God verboden heeft, gaan Hem eren.
De Here kan ervoor zorgen dat zelfs Zijn grootste vijanden zich naar Hem toekeren!

De Here kiest de schepselen uit die Hem eer gaan bewijzen.
Hij zoekt de dieren op die Hem moeten gaan loven.
Hij kiest mannen, vrouwen, jongens en meisjes uit die moeten vertellen hoe groot hun Vader is.
Zo deed Hij dat vroeger.
Zo doet Hij dat nu.
Zo zal Hij dat doen tot de Here Jezus Christus terugkomt op de wolken.
Zijn lof zal in eeuwigheid worden verkondigd.

We leven in een tijd waarin de kerkelijke verdeeldheid – ook onder Gereformeerden – buitengewoon groot is. De problemen in de kerken zijn soms bijna niet meer te overzien. Communicatiestoornissen zijn aan de orde van de dag. Onwil en onmacht wisselen elkaar voortdurend af. Soms vragen wij ons af: waar gaat het heen? En stilletjes denken we: dit kan niets meer worden…
Dat is teleurstellend. Buitengewoon droevig, zelfs.
Maar laten wij de moed niet verliezen.
Want onze God kan wonderen doen. Ook vandaag.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik schreef in maart 2010.
[2] Jesaja 43:16-21.
[3] Klaagliederen 2:11.
[4] Klaagliederen 3:18.
[5] Deuteronomium 8:2.
[6] Psalm 77:12 en 13.
[7] Jesaja 43:19 a.
[8] Jesaja 43:19 b.
[9] Psalm 78:3 en 4 (onberijmd).

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: