gereformeerd leven in nederland

29 augustus 2014

Niet voor krachtpatsers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

“Mijn genade is u genoeg”.
Dat zijn bekende woorden uit 2 Corinthiërs 12[1].

Wij citeren ze graag als iemand in zijn leven tegenslagen te verduren heeft.
En op zijn tijd hebben we daar allemaal mee te maken. Lichamelijke gebreken kent bijna iedereen. Met mentale zwakheid en ziekte hebben we ook wel eens iets van doen.

In het schrijven van Paulus dat wij kennen als de tweede brief aan de Corinthiërs, heeft de Godsgezant het met name over het apostolisch gezag.
Wij trekken, zo zegt Paulus, niet ten strijde tegen mensen.
Waar ageert de apostel dan wel tegen?
Het probleem is dat mensen muren optrekken. Achter die muur verbergen zij zich, om maar niet naar de Here te hoeven luisteren. Heel veel mensen wensen de Here God niet te kennen.
Bovendien zeggen de mensen: die Paulus is een spreker van niks. Als je z’n brieven leest, dan denk je: daar schrijft een belezen man die van wanten weet. Maar als je ‘m ziet, blijft er maar één vraag over: is dat nou alles?
Welaan, zegt Paulus, God wijst ons de gebieden waar ons werk ligt. Hij laat ons bovendien weten wat onze aanpak wezen moet. En Hij wijst ons de grenzen aan.

Paulus verkondigt Christus, en niemand anders.
De Corinthiërs staan echter open voor allerlei andere boodschappen en evangeliën. In de woorden van 2 Corinthiërs 11 gaat dat zó: “Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel”[2].
Met die boodschappers, zo stelt Paulus, kan ik prima concurreren. Misschien ben ik niet zo’n begenadigd spreker. Maar kennis heb ik genoeg. Nooit heb ik om geld gevraagd, of betalingen geëist. Ik ga gewoon door met mijn preekwerk. Dan blijkt vanzelf dat het evangelie van Christus, dat ik breng, de luisteraars écht op een ander niveau brengt. Dan is het uit met de gewichtigdoenerij van allerlei andere predikers.
Als Paulus zou willen, dan zou hij ook wel mooie verhalen op kunnen hangen. Over het leven in gevangenissen. Over lijfstraffen. Over doodsgevaren. Over een geseling, eventueel. Over honger en dorst. Over de wegvoering van een man naar het hemels paradijs. En er is nog veel meer.
Maar uiteindelijk gaat het niet om al die belevenissen.
Het gaat om de kracht van God, die in het menselijk leven zichtbaar worden moet.
Alleen zó, aldus betoogt Paulus, doe ik niet onder voor al die geweldige predikers die in Corinthe het woord voeren[3].

Het verhaal van Paulus is in ieder geval niet de historie van een geestelijke geweldenaar. Integendeel. Hij keert zich tegen mentale krachtpatsers.

Wij moeten dus uitkijken met het vertellen van uitgebreide verhalen over wonderen die in ons leven gebeuren. Natuurlijk, ik ontken niet dat er nog wonderwerken in deze wereld te bewonderen zijn. Maar voordat wij het weten dichten mensen ons geestelijke kracht toe. En dat terwijl die energie feitelijk van God afkomstig is.
Om eenzelfde reden moeten we voorzichtig zijn met het doen van allerlei mededelingen over onze goede omgang met huisartsen, chirurgen, therapeuten en andere genezers. Zonder het te weten krijgen we bij heel wat medemensen het aureool van de volhouders die blijven glimlachen, de doorzetters die ’t dan toch maar weer flikken.
De kwestie ligt, als het er op aan komt, betrekkelijk eenvoudig. Wij behoren, ieder op onze eigen plaats, God te dienen; in genegenheid tot Hem, in liefde voor elkaar. Daar krijgen wij van onze hemelse Heer de mogelijkheden voor. Dat is alles.

Het is trouwens belangrijk te beseffen waar die bekende tekst ‘Mijn genade is u genoeg’ in staat.
Als ik het goed zie, hebben wij nogal eens de neiging om die zin op één persoon te betrekken. Liefst op iemand die, op welke manier dan ook, tobt met zijn gezondheid.
Maar die tekst staat in een brief aan een christelijke gemeente.
En dat zullen we weten ook. Want Paulus vraagt in 2 Corinthiërs 12: “Want waarin zijt gij achtergesteld bij de overige gemeenten?”[4]. En in 2 Corinthiërs 13 kunnen wij lezen: “Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de heiligen. De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des heiligen Geestes zij met u allen”[5].
Als het gaat over Gods genade, dan is dat blijkbaar niet alleen een kwestie van persoonlijke beleving. Het is ook een zaak van de gemeente.
Als ik de tweede brief aan de Corinthiërs lees, wil Paulus ons – geloof ik – leren: mensen, trek je niet al te veel aan van die woordvoerders die, hoofd voor hoofd, pretenderen de waarheid over een gedeelte van Gods Woord te verkondigen. De ene exegese is nog miraculeuzer dan de ander. Het ene ervaringsverhaal is nog mooier dan het ander. Laat het duidelijk zijn: met groter, mooier en beter komen we er niet. Het gaat er om dat we als kerk het Woord proclameren. We mogen het verkondigen aan ieder die het horen wil: er is genade voor Gods kinderen.
Niet meer, en niet minder!

Ik heb 2 Corinthiërs 12 gelezen. Het was een nuttige bezigheid.
Persoonlijk hoop ik twee dingen te onthouden:
* het is een boodschap over de kracht van God
* het is een boodschap voor de kerk van God.

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 12:9.
Overigens is dit artikel een bewerking van een stuk dat ik in februari 2011 geschreven heb.
[2] 2 Corinthiërs 11:4.
[3] In twee alinea’s parafraseer ik 2 Corinthiërs 10, 11 en 12.
[4] 2 Corinthiërs 12:13.
[5] 2 Corinthiërs 13:12 en 13.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: