gereformeerd leven in nederland

30 januari 2015

Gewapend tot de strijd

Religie en geloof zijn vandaag de dag volop in bespreking[1]. Praatprogramma’s zijn er soms vol van. Geen wonder ook. Gewelddadige gebeurtenissen als die in Parijs bewijzen onomstotelijk dat niemand er om heen kan[2].
Geloofszaken raken de wortels van het menselijk bestaan. Mensen worden geconfronteerd met de basis van het leven.
En dus worden de discussies heftig. De dadendrang wordt groot. Alle energiereserves worden aangesproken.
Men wil het geloof er wel in slaan.
Maar wees attent. Want datzelfde geldt ook voor het ongeloof.

Ongekende krachten worden op onverwachte momenten gebruikt. Daar worden mensen bang van.
Wat gaat er gebeuren? Waar gaan we naar toe?

Een tijdje geleden – het was op dinsdag 13 januari – was de Amsterdamse burgemeester Van der Laan te gast in het televisieprogramma ‘De wereld draait door’. Daar sprak hij over de dreiging van geweld en terreur.
“Je moet je goed realiseren: ik laat me niet bang maken”, zei hij.
En:
De terroristen “kunnen dit nooit winnen. Zij zijn altijd maar met een paar”.
En:
“Angst heeft iedereen. Maar we kunnen samen die angst overwinnen. Dus we moeten echt om elkaar heen staan, en het hoofd koel houden”.
En:
“De enige manier waarop we dit kunnen verliezen, is dat we deze terroristen hun zin geven en met elkaar ruzie gaan lopen maken of bang gaan lopen doen”[3].
Laten we maar duidelijk zeggen dat burgemeester Van der Laan gelijk heeft. Angst is een slechte raadgever.
Maar in de kerk hebben we ook andere wapens. Daar is meer dan aardse moed en trouw.
In de kerk hebben we veel meer te bieden.
Weet u waarom? In de kerk mogen we vertrouwend beseffen: er gaat altijd Iemand met ons mee. Gods Heilige Geest leidt ons door het leven!

Hoe moeten Gods kinderen tegen de toestand in de wereld aankijken?

Laten wij bedenken dat wij te maken hebben met de strijd tussen God en Satan.
Wij hebben, om met Efeziërs 6 te spreken, te maken met de boze dag: “Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden”[4].
Die term ‘boze dag’ kan tot misverstanden leiden. Want die dag is eigenlijk een periode. Het is de tijd tot het moment dat Christus terug komt. In die tijd leven wij dus. In die tijd leefden velen vóór ons. En als Christus nog niet terugkomt, zullen er ook nog heel veel mensen ná ons in dat tijdperk leven.
In Efeziërs 6 lezen we dus over de boze dag. De dag van het kwaad, maakt de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 ervan. De slechte dag, staat er eigenlijk. Het heeft de kleur van corruptie. Van immoraliteit.
Daar moeten wij rekening mee houden.

Dat doet de wereld ook.
Het dagblad De Telegraaf meldde onlangs: “Maatreizen, doe-het-zelf geboekt op internet en levenskunst staan dit jaar opvallend centraal op de Vakantiebeurs in Utrecht die tot zondag duurt. Het ’geitenwollensokken en lief-zijn-voor-elkaar’-gehalte onder bezoekers op de beurs is hoog, volgens standhouders als reactie op het groeiende geweld in de wereld en de terreurdreiging”[5].
Die reactie is best begrijpelijk. Als de wereld keihard en onbarmhartig is, trek je je terug in je eigen ‘cocon’.
Maar Gereformeerde mensen zullen meer moeten doen.

In Efeziërs 6 geeft Here via de apostel Paulus een dienstbevel: doe de door Mij geleverde wapenrusting aan!
Dat is noodzakelijk.
“Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels”. Zo staat het er[6]. Dat is blijkbaar de enige manier om overeind te blijven in deze woelige wereld.

Wij moeten ons omgorden met de waarheid. Wij moeten eerlijk en oprecht zijn tegenover onze broeders en zusters, en tegenover alle andere mensen.
Wij moeten de schoenen van de vrede aan doen. Dat kan ook. Want de vrede tussen God en mens is hersteld door Christus’ werk. Daarom kunnen wij steeds weer streven naar harmonie en vrede.
We moeten het schild van het geloof hanteren. Daarmee wordt uiteraard gedoeld op een persoonlijke relatie met de Here. Maar daarnaast ook op het belijden van de juiste geloofsleer. Geloof is geen vaag wapen waarmee je – als het er op aan komt – weinig kunt uitrichten.
Wij behoren de helm van het heil op te zetten. De verlossing dragen we in ons leven mee.
Als het goed is, hebben we het zwaard van de Geest – Gods Woord – in de hand.
Wie dat zwaard gebruiken wil, zal dat biddend moeten doen. Het contact met onze Heer in de hemel is van levensbelang[7]!

De wapenrusting is noodzakelijk:
* om te kunnen standhouden
* om weerstand te kunnen bieden
* om staande te kunnen blijven.
Paulus lijkt het er bij Gods kinderen wel in te willen slaan. Als wij het nú nog niet weten, dan is er iets helemaal niet goed met ons!
De kwestie staat op scherp.
De Here roept ons tot een keuze.
Ziet u hoe groot de kloof tussen kerk en wereld is?

Als we door de Verbondsgod geleverde wapenrusting ongebruikt laten, moeten we erop rekenen dat we aan het eind sneuvelen.
Zeker, met vindingrijkheid en met slimme strategieën komen wij een eind in de goede richting. Maar zonder wapenrusting is de overlevingskans gelijk aan nul.

Laten we de wapenrusting van God maar gauw aan doen. Want de God van het Verbond draagt er zorg voor dat wij overleven.
De Amsterdamse burgemeester die hierboven aan het woord kwam, zei: “Ik kan helemaal niets garanderen. Dat kan de regering niet. Dat kunnen alle regeringen niet”. Het moet, zo sprak de burgervader, duidelijk zijn “dat we niet alles en iedereen kunnen beschermen”.
Maar dat kan de Here wel.

Laten wij het ons maar realiseren: God is liefde.
Ondanks het geweld.
Gods liefde blijkt uit de wapenrusting. Onze Verbondsgod geeft gegarandeerde veiligheid!

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 30 januari 2006.
[2] Zie over de gebeurtenissen in Parijs https://bderoos.wordpress.com/2015/01/09/waarschuwing-uit-parijs/ .
[3] ‘De wereld draait door’, dinsdag 13 januari 2015, NPO 1, 19.00-19.50 uur.
[4] Efeziërs 6:13.
[5] Zie http://www.telegraaf.nl/reiskrant/vakantiebeurs/23555908/__Vakantieganger_snakt_naar_warmte_en_liefde__.html (geraadpleegd op woensdag 14 januari 2015).
[6] Efeziërs 6:13.
[7] Efeziërs 6:10-18. Zie hiervoor ook de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 6.

29 januari 2015

Ons paaslam is geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Christus’ bloed is voor ons vergoten. Hij heeft voor onze zonden betaald. Zo is er verlossing bewerkt.
Reeds sedert mensenheugenis is dat de kernboodschap van de kerk.

Daaraan vast te houden is geen luxe.
Want er wordt nogal eens aan dat Evangelie gemorreld. ’t Wordt op losse schroeven gezet. Dat losschroeven gebeurt soms door mensen waarvan we ’t in eerste instantie niet verwachten.

Neem nu dr. J.M. Burger. Aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen doet hij onderzoek op het terrein van systematische theologie; eertijds heette dat vakgebied dogmatiek[1].
Als ik het goed begrijp zegt hij dat de bovenbedoelde manier van spreken ontstaan is in de Middeleeuwen[2]. Het beeld van het offer werd toen verbonden met het sacrament van boete en verzoening. Johannes Calvijn sloot daarbij aan. Hij sprak over het lijden van Jezus als betaling van onze schuld en als het kopen van verlossing.
Dr. Burger vraagt: leveren we ons, als wij dat ook zo zeggen, niet uit aan middeleeuwse gedachten? Natuurlijk, tegen die middeleeuwse achtergrond is de stellingname van Calvijn wel te begrijpen. Maar wij dienen ons te realiseren dat dit een latere theologisch-historische ontwikkeling is.
Dr. Burger stelt: in strikte zin was Jezus’ dood geen offer. Want Hij stierf niet in de tempel. En ook niet op een altaar. Hij vond de dood op een executieplaats van de Romeinen.
Vooruit – men kan Jezus’ dood wel een offer noemen. Maar dat is dan alleen een offer van volkomen toewijding aan de Vader. En Hij maakt van ons mensen die hun leven ook helemaal aan God wijden. Het doel van Jezus’ leven en sterven is dat werkelijk samenzijn met God weer haalbaar gaat worden.
Het probleem van dr. Burger is: God is geen strenge God. Dat kan niet. Zo is Hij niet. Hij is niet bloeddorstig. God slachtoffert Zijn eigen Zoon niet.
Wat is dan wel de status van Jezus? Dr. Burger zegt:
* Jezus is een geschenk van God aan mensen op aarde.
* Wij mogen ons met Hem identificeren
* Zijn volmaakte toewijding aan God kan nu ook ons levensdoel worden[3].

De bovenstaande samenvatting van het betoog van dr. Burger is kort. Maar de kern van de zaak is nu wel geraakt, denk ik.

Burgers’ betoog oogt sympathiek.
Het geweld van Christus’ dood wordt minder wreed.
En dat is, in zekere zin, best rustgevend. Vanuit menselijk standpunt bezien wordt de beschrijving van Christus’ lijden en opstanding minder pijnlijk. Minder scherp. Minder stuitend.

Maar als wij Christus’ dood niet letterlijk moeten nemen, wat moeten wij dan aan met 1 Corinthiërs 5?
Wij lezen daar: “…ons paaslam is geslacht: Christus”[4].
Laten wij die woorden een ogenblik bezien.

Het gaat in 1 Corinthiërs 5 om een grove zonde in de gemeente.
Een zoon en zijn moeder leven als man en vrouw samen. Incest, dus.
Laat dat nooit meer voorkomen, schrijft Paulus. Weg ermee!
De man die incest pleegt wordt aan de satan overgeleverd. Niet dat daarmee het einde bereikt is; dat niet. Integendeel, Paulus verwacht dat zijn keiharde vonnis een schokeffect heeft. Hopelijk komt de dader tot inkeer, zodat hij op de dag van de Here behouden zal worden.
Daarbij moeten de Corinthiërs niet net doen alsof er weinig aan de hand is. Hier zal tucht moeten worden geoefend. Het zuurdeeg mag niet worden bedorven!

Waarom moeten de Corinthiërs zo hard werken aan hun heiliging?
Omdat het Paaslam Christus is geslacht.
Er staat niet: Christus heeft zich aan God gewijd, en zo moet u dat ook doen. Nee, het gaat over een slachting. Paulus voert ons, om zo te zeggen, terug naar Exodus 12: de viering van het Pascha, met kleinvee dat geslacht wordt. Niet denkbeeldig, maar gewoon in de Egyptische realiteit.
De apostel wil blijkbaar zeggen dat Christus net zo is geslacht als dat kleinvee in Exodus 12. Er is voor de zonden betaald. Ook voor de zonden in Corinthe. Dat is de reden dat zonden daar niet getolereerd mogen worden.

Hierboven wees ik al op Exodus 12.
Maar het is, denk ik, goed om ook Exodus 13 daarbij te betrekken.
Zeven dagen lang moeten de Israëlieten ongezuurde broden eten. En op dag 7 is het feest.

Het wil mij voorkomen dat het bovenstaande een tamelijk heldere boodschap bevat voor de Nieuwtestamentische kerk. Een paar dingen lijken me duidelijk:
* in de kerk mogen wij geen ruimte meer geven aan de zonde; we doen nog wel zonden, maar wij leven er niet meer in.
* de kerkelijke praktijk moet sporen met Paulus’ vermaningen in 1 Corinthiërs 5; handhaaf de tucht[5]!
* het is hoogst belangrijk om daaraan vast te houden; het Paaslam is geslacht!
* maar naast de diepe ernst kan er ook blijdschap zijn: er is verzoening door voldoening!

Dat is, dunkt mij, de kern van de uitleg van 1 Corinthiërs 5.
Eerlijk gezegd vraag ik mij af hoe dr. Burger dat Schriftgedeelte bepreekt en bespreekt.

Het Paaslam is geslacht, staat in 1 Corinthiërs 5.
Misschien zegt dr. Burger: dat is een beeld van Christus’ toewijding aan Zijn Vader.
Maar waarom gebruikt Paulus dan dat woord ‘geslacht’?
Waarom verwijst hij naar het Pascha?
Dat doet hij niet voor niets, lijkt mij.

Christus’ betaling voor onze zonden: die term is, zo begrijp ik, terug te voeren op middeleeuws taalgebruik.
Persoonlijk hoop ik niet dat dat impliciet betekent dat de kerk in meerdere opzichten middeleeuws is!

‘Ons Paaslam is geslacht’, formuleerde Paulus.
De Groot Nieuws Bijbel uit 1996 vertaalt: ‘U bent immers brood zonder gist, omdat ons paaslam is geslacht: Christus zelf’.
In de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 staat: ‘U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht’.
De Herziene Statenvertaling uit 2010 heeft: ‘U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus’.
‘En Christus is voor jullie gestorven. Hij is het lam voor de paasmaaltijd. Het ware Paasfeest is dus gekomen, en wij mogen nu voor altijd het Feest van het Brood zonder Gist vieren’. Zo lezen we ‘t in de Bijbel in Gewone Taal-2014.
Bijna alle vertalingen prenten het ons in: het lam is geslacht.
Zullen we dat dan maar gewoon laten staan?

Noten:
[1] Zie https://www.tukampen.nl/medewerkeronline/jmburger en http://tukampen.academia.edu/HansBurger .
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: ‘Cruciaal’. Artikel van H. van Dijk. Te vinden op http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=10&item=1080 .
[3] Dr. Burger zet zijn zienswijze uiteen in: Hans Burger, Reinier Sonneveld (red.), “Cruciaal: de verrassende betekenis van Jezus’ kruisiging”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn (Motief), 2014. – 180 p.
[4] 1 Corinthiërs 5:7.
[5] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/OS1015.pdf .

28 januari 2015

De toekomstvisie van Zacharia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Op de Bijbelstudievereniging waar ik lid van ben, houden we ons momenteel bezig met de profetie van Zacharia[1].
U hebt daar op deze internetpagina al wel het een en ander van gemerkt.
Wederom vraag ik vandaag uw aandacht voor dit intrigerende Bijbelboek.

Zacharia voert namens de hemelse God het woord in een tijd waarin afgang aan de orde van de dag is. De tweede tempelbouw wordt tegengewerkt. Vrijwel iedereen is moedeloos en bijna ten einde raad[2].
Maar juist in die tijd komt de God van het verbond met een belofte. Graag wijs ik op Zacharia 4: “Dit is het woord des Heren tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen. Wie zijt gij, grote berg? Voor het aangezicht van Zerubbabel wordt gij een vlakte; hij zal de gevelsteen naar voren brengen onder het gejubel: heil, heil zij hem!”[3].

Die grote berg is de puinhoop van de verwoeste tempel. Dat is een berg waar niemand weg mee weet. Wat moet je er mee? Waar begin je aan?
Welnu, daar is dan opeens de gevelsteen. Daar is het visitekaartje van de tempel. Daar is het naambordje: hier gaat de Here weer wonen!
De Heilige Geest schakelt mensenhanden in om de herbouw aan te pakken[4].

Wie dat weet, realiseert zich opeens dat de Bijbelstudievereniging van hierboven midden in de actualiteit staat.
De vereniging is actief in een klein kerkverband.
En natuurlijk hangen boven de vergadertafel de onuitgesproken vragen: waar doen wij het allemaal voor? en: moeten we niet veel krachtiger zijn, om in deze wereld wat klaar te kunnen maken?
Nee, dat hoeft niet. Want daar, aan die tafels in die bedrijfskantine, werken we niet vanuit onze eigen energiebron. Wij worden aangedreven door de Heilige Geest van Christus!

Daar valt de naam van Christus[5].
Zijn openbaring en de noodzaak van Zijn komst moeten wij, denk ik, duidelijk in beeld hebben.
Daarom breng ik Zacharia’s woorden in verband met 1 Petrus 1: “Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen. Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan”[6].
Zacharia zoekt ook naar de zaligheid gezocht. Hij vraagt zich, samen met de mensen om zich heen, af hoe het in zijn tijd toch verder moet. Ja, als hij zich blind zou staren op de puinhoop van die verwoeste tempel, zou de depressiviteit binnen de kortste keren toeslaan. Maar de Heilige Geest verwijst in Zacharia’s boodschap eigenlijk al naar Christus. Wie de puinhopen van deze wereld werkelijk weg wil werken, moet naar Christus kijken. Echte verlossing wordt door Jezus gegeven!

Wat zou er gebeuren als wij dit alles niet wisten?
Dan was het donker in ons leven. Zeg maar rustig: aardedonker.
Daarom staat in 2 Petrus 1: “…gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten”[7].
De Heilige Geest draagt er zorg voor dat ons een licht opgaat. Nee, niet een lichtje. Het is een groot licht.
De goede uitleg van de Heilige Schrift kunnen wij alleen maar geven als Gods Geest in ons leven actief is. Daarom wordt 2 Petrus 1 ook afgesloten met de woorden: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken”[8].
Zacharia spreekt Gods Woord. Daar draait alles om!

Zacharia spreekt in zijn profetie over Jeruzalem, en over het overblijfsel van Juda. Zijn woorden staan in rechtstreeks verband met de komst van de Messias.
Al doende geeft Zacharia echter ook een overzicht van de morele toestand van de wereld in de toekomst. Hij zegt impliciet: ‘De mensen staan bij de puinhopen van de kerk en ze vragen: hoe moet het nu toch verder met ons? Mensen, ik zeg u: kijk naar Christus!’.
Zacharia heeft, om zo te zeggen, een helikopterview.

Wilt u van dat laatste een voorbeeld?
Dan wijs ik u graag op een woord uit Zacharia 13: “Zwaard, waak op tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, luidt het woord van de Here der heerscharen; sla die herder, zodat de schapen verstrooid worden; en Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen”[9].
Jezus Christus geeft dat woord in Mattheüs 26 een nieuwe lading: “Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea”[10].
Nee, Zacharia kon niet bevroeden op welke manier zijn profetie nog eens vervuld zou worden. Zonder het te weten was hij, om zo te zeggen, zo’n vijfhonderd jaar voor Christus een megafoon van God.

Als we dit alles beseffen, begrijpen we ook dat kleine kerkjes niet wanhopig moeten worden.
Zeker, wij kunnen teleurgesteld zijn over het kleine aantal mensen dat zich bij Gereformeerde Kerken aansluit. En het is goed om, bij een goede gelegenheid, op te roepen tot reformatie. Maar ook als de kerk klein blijft, is zij alleszins de moeite waard!

De naam Zacharia betekent: Jahwe heeft herinnerd, of: gedachtenis van de Here[11].
De naam van de profeet zegt alles.
Immers, de Here is boos geweest op Zijn volk; woedend was Hij. Maar als zij bij Hem terugkomen, zal Hij zich gaarne weer tot hen wenden. God is Zijn verbond niet vergeten.
Als dat toen niet zo was, waarom zou het dan vandaag wel zo zijn? Natuurlijk heeft de Here de beloften van Zijn verbond nog voorin Zijn agenda staan! Daarmee is niet gezegd dat Hij alle mogelijkheden geeft die wij wel zouden wensen. Maar juist in een situatie van beknotting en beperking wordt duidelijk of de kerk, ook anno Domini 2015, de Verbondstrouw praktiseren zal!

Noten:
[1] Dat is de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. In dit artikel breng ik ondergrond en achtergrond van Zacharia’s profetie wat beter in beeld.
[2] Zie hierover ook mijn artikel ‘God blijft trouw’; hier gepubliceerd op woensdag 14 januari 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/01/14/god-blijft-trouw/ .
[3] Zacharia 4:6 en 7.
[4] Zie hiervoor ook http://dsjkc.weebly.com/uploads/1/0/7/9/1079570/88-01.a4.pdf .
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1164.pdf .
[6] 1 Petrus 1:8-12.
[7] 2 Petrus 1:19 b.
[8] 2 Petrus 1:20 en 21.
[9] Zacharia 13:7.
[10] Mattheüs 26:31 en 32.
[11] Zie hierover http://nl.wikipedia.org/wiki/Zacharia_(profeet) en http://www.amen.nl/artikel/187/zacharia-deel-1-inleiding-en-1e-nachtgezicht .

27 januari 2015

De sleutels rinkelen

De verkondiging van het heilig Evangelie is één van de sleutels van het Koninkrijk van de hemelen. Zo belijden wij dat in Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus.

Verkondigen, dat is: de waarheid bekend maken[1].
En als wij dat zo zeggen, komen wij – zo lijkt het – in onze samenleving vrij snel in de problemen.
Want er zijn een heleboel religies: het boeddhisme, de islam, het Jodendom… Die bestaan in onze land allemaal naast elkaar. Wij ijveren ervoor dat boeddhisten, moslims, Joden en andere gelovigen elkaar vreedzaam bejegenen. Wij komen er immers niet verder mee als wij elkaar voortdurend bijten.
Wie met de waarheid aan komt zetten, ontmoet al snel gereserveerdheid en narrig kijkende medemensen. Dat fenomeen kennen wij allemaal.

Nu heeft het woord ‘verkondigen’ vanouds vooral de kleur van: meedelen, laten weten, een bericht doorgeven[2].
Het lijkt mij, gelet op de eerste alinea’s van dit artikel, belangrijk om die oude betekenis niet te vergeten.
Het Evangelie is een blijde Boodschap.
Heel veel mensen zeggen: geloof en religie maken de verschillen in de wereld alleen maar groter. En inderdaad – de kloof tussen het ware geloof en andere religies worden steeds weer zichtbaar. Maar: de inhoud van Gods Woord mag ons vooral blij maken. Want we zijn onderweg naar het grote feest van de Here. En daarom is kerklidmaatschap – als het goed is – een feestje in het klein. En iedere zondag verheugen alle feestgangers zich op het grote feest, dat er aan zit te komen!

Geloof en religie zijn door de eeuwen heen vaak reden geweest voor moord en doodslag.
Denkt u maar eens aan de kruistochten.
Over de eerste georganiseerde kruistocht schrijft G. Slings: “In augustus 1096 gaat eindelijk het grote leger op pad onder leiding van Godfried van Bouillon. Het scheen een eindeloze stoet: 10.000 ridders, 80.000 man voetvolk, een grote menigte knechten, monniken, geestelijken, zelfs vrouwen en kinderen.
Er bestond een goede discipline: geen plunderingen en vernielingen onderweg. Tijdens de tocht groeide het leger met de dag. Toen in mei 1097 de menigte naar Azië overstak, telde het zelfs ongeveer 300.000 man voetvolk en 200.000 pelgrims, geestelijken, vrouwen en kinderen.
Na veel ontberingen en strijd wordt tenslotte in juli 1098 Jeruzalem ingenomen. Er volgt een ontstellende moordpartij. De straten en huizen van de ‘heilige’ stad lagen vol met 40.000 lijken, ook van vrouwen en kinderen”.
Eén van de lessen die we uit de historie van de kruistochten geleerd hebben, is deze: de kerk mag, om haar doel te bereiken, geen oorlogstuig gebruiken. We mogen het Evangelie er niet intimmeren met oorlogsgeweld of haatzaaierij[3].

Gods Woord gaat dus op vreedzame wijze de wereld door.
Welke energie zit daar achter? Antwoord: een hemelse energie. Gods almacht, namelijk.
Hoe kunnen we die almacht zien?
Leest u maar mee in Exodus 9: “Reeds nu had Ik mijn hand kunnen uitstrekken om u en uw volk met de pest te slaan en zoudt gij van de aarde weggevaagd zijn; doch hierom laat Ik u bestaan, om u mijn kracht te tonen, opdat men mijn naam verkondige op de gehele aarde”[4]. De Here laat de Farao leven om Zijn macht te kunnen laten zien. In de kerk hebben we geen grote demonstraties nodig, met spandoeken en gescandeerde leuzen. De Here laat Zelf Zijn macht zien; wij hoeven alleen maar bewonderend toe te kijken.

In de Psalmen wordt ons de verkondiging van Gods macht door de Here in de mond gelegd.
Neem bijvoorbeeld Psalm 145:
“Ik zal van de heerlijke luister uwer majesteit
en van uw wonderdaden gewagen.
Zij (dat zijn de verschillende generaties van de mensen die er in de wereld zijn, in alle tijden en op alle plaatsen) zullen spreken van de macht uwer geduchte daden,
en uw grootheid wil ik vertellen.
Zij zullen de roem uwer grote goedheid verkondigen,
en jubelen over uw gerechtigheid”[5].
En:
“Al uw werken zullen U loven, Here,
uw gunstgenoten zullen U prijzen;
zij zullen van de heerlijkheid van uw koningschap spreken
en van uw mogendheid gewagen,
om de mensenkinderen zijn machtige daden te verkondigen
en de luisterrijke heerlijkheid van zijn koningschap.
Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen,
uw heerschappij is over alle geslachten”[6].
Ziet u dat? ‘Al uw werken zullen u loven’, staat er. De Here zorgt, om zo te zeggen, Zelf voor de bekendmaking van Zijn Woord; in heel Zijn schepping, overal en nergens. De mensheid mag er naar luisteren. Sterker nog: de mensheid moet er naar luisteren. En de Here zal de door Hem uitgekozen mensen, de uitverkorenen, blijdschap geven. Geloofsblijdschap, die niet te stillen is!

Jazeker, de verkondiging van de blijde Boodschap brengt soms scheiding.
Niet voor niets staat in Mattheüs 18: “Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel”[7].
Gaandeweg, door de tijd heen, wordt duidelijk wie er echt bij de Here horen.
Eén ding is echter zeker: de feestgangers blijven over!

Verkondigen – dat wil zeggen dat ware gelovigen mogen laten zien dat God Zijn Woord waar maakt.
Paulus liet dat al blijken in Handelingen 13: “En wij verkondigen u, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft”[8].
Wij moeten, Geestdriftig en vol overtuiging, laten zien dat de Here nog altijd beloften vervult.
In Psalm 130 zingen we daarover:
“…daar is vergeving
bij U altijd geweest,
opdat U in ons leven
eerbiedig wordt gevreesd”[9].
Wie in dat ontzag voor God blijft volharden, mag zeker weten: te Zijner tijd zullen voor mij de deuren van de hemelen open gaan.
Iedere zondag horen we de sleutels rinkelen!

Noten:
[1] Zie voor deze omschrijving http://www.encyclo.nl/begrip/verkondigen .
[2] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/verkondigen .
[3] Zie http://www.hogerhoning.nl/ . Ook het zojuist afgesloten citaat komt daar vandaan.
[4] Exodus 9:15 en 16.
[5] Psalm 145:5, 6 en 7 (onberijmd).
[6] Psalm 145:10-13.
[7] Mattheüs 18:18.
[8] Handelingen 13:32 en 33 a.
[9] Psalm 130:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

26 januari 2015

Kerk in een religieuze wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gereformeerde oecumene is eigenlijk: vertellen over Gods grote daden, en: leven in de kerk, met de Bijbel open en de belijdenis paraat[1]. Gereformeerde oecumene gaat vanuit de kerk de wereld in. En daar, in die wereld, zoeken gelovige Gereformeerden elkaar op. Als het goed is tenminste. Gereformeerd zijn: dat zijn we niet op de vierkante meter. Dat zijn we niet maar in één land. Dat zijn we wereldwijd.

Het is mooi om dat te bedenken.
En dat moet ook.
Maar hoeveel christenen zullen in de toekomst Gereformeerd zijn?

Woensdag 17 december 2014 kopte het Reformatorisch Dagblad: “Onderzoekers: wereld wordt steeds religieuzer”. En daaronder was te lezen: “De wereld wordt steeds religieuzer. In 1970 noemden acht op de tien mensen zich godsdienstig, over vijftien jaar is dat meer dan 90 procent. Wie het einde van religie predikte, lijkt ongelijk te krijgen”.
En:
“Geloven – in de breedste zin van het woord – is niet alleen iets voor ouderen. De gemiddelde leeftijd van mensen die een religie aanhangen, ligt zelfs lager dan die van hen die dat niet doen. De gemiddelde leeftijd van moslims is 23 jaar, en dat is een stuk jonger dan de gemiddelde leeftijd van de wereldbevolking: 28. Christenen zit daar iets boven (30), terwijl Joden (36) de oudste groep vormen”.
Er stond bij:
“Op basis van de huidige cijfers en trends zal het aantal moslims wereldwijd toenemen van ruim 1,6 miljard in 2013 naar 2,1 miljard in 2030 – een kwart van de wereldbevolking. Een derde zal zich christen noemen”.
Daarbenevens werd vermeld:
“Het zwaartepunt van het christendom in Europa ligt zeker niet in Nederland of West-Europa. In Zuid-Europa is 81 procent van de bevolking christelijk, in Oost-Europa 75 procent, in West-Europa 74 procent en in Noord-Europa 66 procent. In West-Europa wonen de meeste mensen zonder godsdienst: ruim een kwart zegt nergens in te geloven”[2].

De wereld wordt religieuzer. Maar wat is het antwoord op Jezus’ vraag: “Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”[3].

Kerkgroei heeft alles te maken met de strijd tussen God en Satan. Want de Satan wil juist voorkómen dat de kerk groeit.

Daar hoeven we niet bang van worden. Denkt u maar aan die gebeurtenis in Mattheüs 16: “Hij zeide tot hen de discipelen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen[4].
De Heiland heeft Zijn werk afgemaakt.
Anno Domini 2015 zeggen we wellicht: hoe dat verder moet met de kerk, dat weten wij niet. Maar daar zit ‘m nu juist de kneep. Christus heeft geleden, is gestorven, opgestaan en uiteindelijk weer naar de hemel gegaan. Daarom weten we zeker dat het bij elkaar brengen van Gods kinderen in de kerk doorgaat.

Zeg nooit dat dat bij elkaar brengen pas begon toen Christus op aarde voor alle zonden betaald had. Het was niet zo dat God toen pas een start kon maken. En het is ook niet zo dat al die mensen in het Oude Testament minderwaardig zijn. Of dat ze in een tijdperk met minder mogelijkheden leefden.
Ter illustratie wijs ik op 1 Koningen 19.
Elia is daar moedeloos. Iedereen, ja iedereen heeft de Here verlaten. De enige dienaar die God nog heeft, is Elia. Tenminste, zo lijkt het.
Maar zo zitten de zaken niet.
Want wat zegt de Here? “Doch Ik zal in Israël zevenduizend overlaten, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor de Baäl, en elke mond die hem niet gekust heeft”[5].
Dat kerkvergaderend werk van de Verbondsgod gaat echt wel door. Zelfs in crisistijd!

We hebben het Oude Testament langs zien komen.
En ook het Nieuwe Testament.
Daar sprak de Here Zelf.
Maar als we vandaag, op maandag 26 januari 2015, twijfelen? Is er nu ook iets wat ons helpen kan?
Jawel.
We kunnen terecht in Mattheüs 24: “Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden”[6].
Ware het mogelijk…, maar dat is dus niet mogelijk.
De duivel kan de uitverkorenen niet verleiden. Dat wil hij wel graag. Maar het lukt ‘m niet.

Er is dus altijd een kerk.
Er is altijd een plaats waar de Here Zijn kinderen bij elkaar brengt.
Vandaag de dag zeggen we: de kerk moet op scherp staan. We moeten opletten. Want de kerk moet zuiver blijven.
Dat laatste is waar. De kerk moet een ware kerk blijven.
Als wij dan maar niet denken dat wij voor die zuiverheid zorg moeten dragen. Want uiteindelijk zal de Here dat Zelf doen.
Denkt u – nu het hierom gaat – maar aan die geschiedenis van Ananias en Saffira, in Handelingen 5.
Ananias en Saffira brachten, zo zeiden zij, de opbrengst van de verkoop van een stuk land bij de apostelen. “Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God”[7].
Hoe wist Petrus dat toch? Dat kon hij van buiten af toch niet zien?
Nee.
Klaarblijkelijk was het hem door de Heilige Geest duidelijk gemaakt.

Laat u maar niets wijs maken over het zelfreinigend vermogen van de kerk. Of zoiets.
Want de Here zorgt voor Zijn kerk. In die zorg zet Hij Zijn kinderen in. Jazeker. Maar Hij is het Zelf die stuurt.
Kijkt u maar even met mij mee:
* Ananias en Saffira werden gedood. De Here zuiverde Zijn kerk Hoogstpersoonlijk van leugens.
* De ongelovigen moesten de kerk dus echt verlaten.
* Er kwam ontzag voor de Here, bij de gemeente en bij iedereen die het trieste nieuws van die twee doden hoorde.
* Maar de kerk is blijven groeien.
* Er was niemand die zich zomaar zonderméér bij de kerk aansloot. Zonder bekering werd men geen kerklid.
* Er kwam hoe langer hoe duidelijker onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen.

Wie zorgvuldig leest, kan zien dat dat er in Handelingen 5 allemaal expliciet bij staat:
“En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden. En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen”[8].
Van ‘de anderen’, de onbekeerden, kwam er niemand bij de kerk.
De nieuwe kerkleden waren stuk voor stuk mensen “die de Here geloofden”.
Dus: de Here houdt Zelf zijn kerk zuiver!

Gereformeerde oecumene is eigenlijk: vertellen over Gods grote daden.
Zo begon dit artikel.
En bij dat beginpunt zijn we nu weer terug.
De wereld wordt steeds religieuzer, stond in de krant. In 2030 is een kwart van de wereldbevolking moslim. Een derde deel der wereldburgers noemt zich christen. Aldus beweren deskundigen. Of dat te Zijner tijd echt zo is, moet nog worden bezien.

De kerk moet zich echter niet laten opjagen door paniekzaaierij of andere drukdoenerigheid.
Want:
de groei van de kerk
dat is des Heren werk!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 6 januari 2006.
[2] “Onderzoekers: wereld wordt steeds religieuzer”. In: Reformatorisch Dagblad (woensdag 17 december 2014), p. 2 en 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Lucas 18:8 b.
[4] Mattheüs 16:15-18.
[5] 1 Koningen 19:18.
[6] Mattheüs 24:24.
[7] Handelingen 5:3 en 4.
[8] Handelingen 5:11-14.

23 januari 2015

Het voorbeeld van Naäman

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Maandag 5 januari 2015:
* op pagina 2 van het Nederlands Dagblad staat een bericht over Jeb Bush. George H.W. is zijn vader, George W. z’n broer. Allebei waren zij presidenten van de Verenigde Staten. En dat wil Jeb ook wel. Hij gaat campagne voeren. Allerlei bestuursfuncties legde hij neer. Nu heeft hij alle tijd om zijn ambitie waar te maken.
* op pagina 3 staat een bericht over de Nederlandse minister-president Rutte.
“De verkiezingen voor de Provinciale Staten, 18 maart, krijgen een nationaal karakter. De VVD bereidt zich voor op een landelijke campagne en heeft de campagnekas flink gevuld.
In een uitgebreid vraaggesprek met NRC Handelsblad kondigt premier Mark Rutte aan dat hij ‘waarschijnlijk zelf zal meedoen aan een paar debatten’. ‘Dit zijn landelijke verkiezingen, die raken direct ook het kabinet’”[1].
Dat klopt natuurlijk. Want de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer. Het kabinet heeft nu nog een nipte meerderheid van 38 zetels. Maar dat moet natuurlijk wel zo blijven. Vindt meneer Rutte.

Campagne voeren: dat is het parool.

Waar leggen we in 2015 onze focus?
Bij de mannetjes, zo te zien.

Bij een verkiezingscampagne wordt er openbare actie gevoerd om zoveel mogelijk kiezers van partijstandpunten te overtuigen.
Massa’s kiezers kijken sceptisch toe. Want wat blijft er van allerlei goed bedoeld gepraat over? Van de mensen die in september 2012 op de Partij van de Arbeid stemden, heeft de helft spijt van zijn keuze. Reden: verkiezingsbeloften die niet na worden gekomen[2].

In de kerk voeren we meestal geen campagnes.
Alhoewel…
Het woord ‘campagne’ kan ook ‘werkseizoen’ betekenen. Denkt u maar aan de campagne van suikerfabrieken.
Soms voeren kerken ook evangelisatiecampagnes. Of voorlichtingscampagnes, om mensen wakker te schudden.

Veel helpen die campagnes niet, geloof ik.
Slechts weinigen doen een kerkelijke overstap. En van hen die het wel wagen, haken sommigen naar verloop van tijd weer af. Waarom? Omdat de mensen zo tegenvallen, bijvoorbeeld. Of omdat sommige delen van de leer in de ogen van nieuwelingen niet, of niet geheel, juist zijn.

Al met al verandert er in Gereformeerde kerken niet zo heel veel.
Zo nu en dan loopt er eens iemand uit.
Zo nu en dan loopt er eens iemand binnen.
Her en der zijn een paar brandjes.
De meeste mensen zijn voorzichtig. ‘We moeten elkaar vasthouden’, zeggen we. Omzichtigheid en behoedzaamheid zijn onze reclame.
We hebben het, als ’t erop aan komt, reuze druk met het regelen van de interne communicatie. Mannetjes en vrouwtjes houden elkaar tevree. Als het een beetje wil, tenminste.

En waar kijken we dus vooral naar?
Naar mannen, vrouwen en kinderen.
Naar mensen, dus.
Zou het kunnen wezen dat wij ten diepste weinig beter zijn dan die mensen op pagina 2 en 3 van die maandagse krant? Dat weet ik wel zeker, eigenlijk.

Wie dit alles overziet, moet het weer bedenken: in de kerk doen we wat God zegt.

Kent u Naäman nog? Dat is de Syrische generaal uit 2 Koningen 5. Hij komt bij Elisa, de profeet van God. Want hij wenst genezen te worden van zijn melaatsheid.
Elisa zegt tegen hem: “Ga heen en baad u zevenmaal in de Jordaan, dan zal uw lichaam weer gezond worden en gij zult rein zijn”[3].
Dat vindt Naäman helemaal geen goed idee.
Hij denkt er het zijne van.
Wij lezen: “Toen werd Naäman toornig en ging heen, terwijl hij zeide: Zie, ik dacht bij mijzelf: hij zal zeker naar buiten komen en daar gaan staan en de naam van de Here, zijn God, aanroepen en zijn hand over de plek heen en weer bewegen en zo de melaatsheid wegnemen. Zijn de Abana en de Parpar, de rivieren van Damascus, niet beter dan alle wateren van Israël? Zou ik mij daarin niet kunnen baden en rein worden? Daarop wendde hij zich om en ging heen in grimmigheid”[4].
Naäman denkt dat niet alleen. Hij spreekt er ook over. Zijn dienaren weten er op de duur ook van. En u weet het wel: uiteindelijk gaat Naäman toch naar de Jordaan.
Waar het mij nu om gaat is dit:
* de manier van doen van Elisa past niet bij het beeld dat Naäman heeft
* het dienstbevel van Gods woordvoerder valt volledig buiten Naämans verwachtingspatroon
* Naäman loopt boos en gefrustreerd weg.

Anno Domini 2015 lijkt er nog weinig veranderd.
Wij lopen ook zomaar uit de kerk weg.
En misschien, heel misschien, komen wij later nog eens terug.
Net als Naäman.
Misschien gaan we dan toch doen wat de Here zegt. Je weet nooit.

Naäman is een heiden. Hij komt uit Aram, een Oudtestamentische naam voor Syrië[5].
Hij is geen Jood. En dat zijn wij ook niet. Ook wij zijn heidenen. Heidenen in de zin van Romeinen 1: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven”[6].
De historie rond Naäman leert ons: luister naar God en gehoorzaam Hem!

Ja, dat is ook een boodschap voor niet-Joden.
Voor heidenen als Naäman.
Voor heidenen als wij.
Niet voor niets zegt Jezus in Lucas 4: “Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land, en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israël ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naäman de Syriër”[7].
Dat zegt Jezus. Dat is de Man waarover Jesaja in hoofdstuk 49 reeds profeteerde: “Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde[8].

In de kerk hebben we met mensen te maken.
Maar om hen draait het niet, in de kerk.
Laten we maar naar de Here luisteren, en Hem gehoorzamen.
Naäman doet ons voor hoe dat moet. Want uiteindelijk gaat hij toch in de Jordaan baden. Laten wij zijn voorbeeld maar volgen.

Noten:
[1] “Mama Bush wil ’t niet, maar Jeb gaat ervoor”. In: Nederlands Dagblad (maandag 5 januari 2015), p. 2. En: “Rutte klaar voor campagne”. In: Nederlands Dagblad (maandag 5 januari 2015), p. 3.
[2] “Helft kiezers PvdA betreurt stem op partij”. In: Reformatorisch Dagblad (vrijdag 2 mei 2014), p. 13.Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] 2 Koningen 5:10.
[4] 2 Koningen 5:11 en 12.
[5] Zie http://bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/A/Aram%20/566/ .
[6] Romeinen 1:16 en 17.
[7] Lucas 4:24-27.
[8] Jesaja 49:6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.