gereformeerd leven in nederland

19 februari 2015

Werkers der wetteloosheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Wetteloosheid: dat is een woord dat, voor ons gevoel althans, niet bij vrome mensen past[1]. Het begrip ‘wetteloosheid’ is niet verbonden met de kerk. Denken wij.
Toch wordt dat in Mattheüs 7 ook gebruikt als het over profeten, over belijders gaat. Ik citeer: “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid”[2].

Dat wordt dus tegen gelovigen gezegd!
Meer precies: tegen mensen die op het kerkplein heel heilig lijken, maar het niet zijn. De Here spreekt tegen nep-kerkmensen. Tegen schijnheiligen.

Daar valt een zwaar woord: schijnheiligen.
Kan de Here Jezus dat nu zomaar zeggen? In termen van 2015 vragen wij dan: kan de Here een stelling als deze vandaag nog wel overeind houden? En: die mensen gaan toch niet voor de grap naar de kerk? Sterker nog, ze werken in de kerk vol heiligen soms vol overtuiging mee aan allerlei activiteiten; in commissies, bijvoorbeeld. Dan gaat het heel ver om hen schijnheilig te noemen.
Dat kun je niet maken, zeggen wij vandaag.

Naar het mij voorkomt is het kernpunt hier het volgende. Ware gelovigen doen alleen maar wat Vader wil. Dus niet datgene wat mensen keurig vinden. Of wenselijk. Of beschaafd.
Ze doen alleen datgene wat Vader wil. En wat er dan gebeurt, dat kunnen we allemaal zien.
Gaat u maar na:
* een goede boom brengt alleen maar goede vruchten voort. Men ziet er nooit slechte vruchten aan hangen.
* een slechte boom gaat op de brandstapel. De Here zegt niet: dat gaat misschien gebeuren.
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen”[3].
Dus: mensen waaraan u door de week niet kunt zien dat ze Gereformeerd zijn, zijn schijnheilig.
Het is heel erg simpel. En pijnlijk duidelijk.

Daarom maken we ons zo druk over het heilig leven in de kerk.
Daarom worden u en ik soms horendol van de discussies op het kerkplein.
Want we horen erbij. Of niet. En daar zit niks tussen.

Maar menen die schijnheiligen dat nu zo verkeerd? Nou nee. Ze profeteren namelijk wel. Op het kerkplein staan ze blijkbaar niet achteraan.
Toch moeten wij goed lezen. Want die mensen zeggen volgens Jezus nog meer. Ze zeggen namelijk:
* wij hebben in Gods naam geprofeteerd.
* wij hebben boze geesten uitgedreven.
* wij hebben vele krachten gedaan.
En met dat al zetten die mensen dus zichzelf in het middelpunt.
Misschien zegt iemand: dat doen ze onbewust; dat bedoelen zulke mensen niet zo. Dat wil ik graag geloven. Maar laten we het zuiver stellen. De Zoon van God laat in Mattheüs 7 een waarschuwing horen. Die waarschuwing staat in alle Bijbels.
Heiligen hebben een Bijbeltje op zak. Maar schijnheiligen ook. Mattheüs 7 staat niet voor niets in de Schrift. Egocentrisme is een zware zonde!

In het dankgebed van het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, zoals dat opgenomen is in het Gereformeerd Kerkboek, staat de volgende zin: “Wij bidden U, trouwe God en Vader, dat door de werking van de Heilige Geest de vrucht van deze avondmaalsviering mag zijn, dat wij dagelijks toenemen in het ware geloof…”[4].
Dat is een belangwekkende constatering.
We moeten niet simpelweg toenemen in geloof. Nee, ons ware geloof moet toenemen. Het echte geloof moet groter worden.

Werkers der wetteloosheid: dat is, op de keper beschouwd, een opmerkelijke typering. Wij zouden kunnen zeggen: wie Gods wetten niet eerbiedigt, respecteert zijn eigen wetten. Maar dat staat hier niet.
Wie Gods wet negeert, leeft ten diepste zonder wet. Waarom? Omdat mensen zondig, en dientengevolge onbestendig en volkomen inconsequent zijn. En omdat mensen altijd naar zichzelf toe redeneren. Maar al te graag bevestigen zij hun eigen gelijk.

Terecht schreef een scribent in het Nederlands Dagblad onlangs: “…pas las ik een interview met een christelijke spreker waarin hij christenen vroeg: ‘Geloof je dat God aan jouw kant staat?’ Op het eerste gezicht is het idee dat God aan jouw kant staat best troostvol en bemoedigend, maar bij nader inzien is zo’n uitspraak even inhoudsvol als een chocolade paashaas. In de eerste plaats liggen christenen over van alles met elkaar overhoop. Aan wiens kant staat God? Dat wordt een lastige. Bovendien schep je met zo’n uitspraak de illusie dat het in het leven gaat om jouw sores en verlangens en dat God er dan is om jou te verdedigen en je zelfvertrouwen te geven. En hoewel God zeker onze helper in nood is, draait het in de Bijbel niet voornamelijk om onze dagelijkse behoefte aan bevestiging”[5].
God voor ons eigen karretje spannen: dat is, als u het mij vraagt, een tamelijk schandalige vorm van wetteloosheid!

Zijn Gereformeerden volmaakte mensen?
Welnee.
Allesbehalve dat!

Maar Gereformeerden doen elke dag iets opvallends. Ze openen de Heilige Schrift. En ze lezen gewoon wat er staat. Niet meer en niet minder.
En wat er staat is soms zo radicaal dat het bijna ongelooflijk is. Neem nu 1 Johannes 3: “Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend”[6].
Nou nou, kan dat niet wat minder? Moet dat wel zo? Klaarblijkelijk wel!
Daarom blijft het staan: wie vóór de zonde kiest, kiest tegen God.
En dat betekent dat er voor ons niets anders op zit, dan ons te bekeren. En de hemelse God heeft Zijn Geest gegeven om ons in die ommekeer te leiden. En waaraan merken we dan dat die Geest aanwezig is? Dat blijkt als we ons niet meer door de zonde laten beheersen. We doen nog wel zonden. Maar we leven er niet meer in.

Nee, Gereformeerden zullen nooit perfectionisten worden. Dat niet. Maar Johannes schreef nog meer.
“Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige”[7].
Met andere woorden: door het werk van Jezus Christus worden wij vrijgesproken!

Wederom ga ik naar Mattheüs 7.
Daar lezen wij namelijk nog meer.
Jezus Christus stelt onomwonden dat daadkrachtige Gereformeerden, op de keper beschouwd, heel verstandige mensen zijn.
Leest u maar mee.
“Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest”[8].
Jezus Christus is die rots.
Dat blijkt ook in 1 Corinthiërs 10: “zij (dat zijn de Israëlieten) dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus”[9].
En in 1 Petrus 2: “Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[10].
Wie volhardend op de rots blijft bouwen wordt voor wetteloosheid behoed!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 17 februari 2006.
[2] Mattheüs 7:21-23.
[3] Mattheüs 7:16-20.
[4] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek, p. 528.
[5] Francisca van Dalen, “Onze ingewikkelde identiteit”. In: Nederlands Dagblad (woensdag 4 februari 2015), p. 8.
[6] 1 Johannes 3:6.
[7] 1 Johannes 2:1.
[8] Mattheüs 7:24 en 25.
[9] 1 Corinthiërs 10:4.
[10] 1 Petrus 2:6-10.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: