gereformeerd leven in nederland

29 mei 2015

Daadkracht na Pinksteren

Handelingen 2 is het Schriftgedeelte dat we associeren met Pinksteren[1]. Bij al die aandacht bestaat het gevaar dat ‘belendende’ Schriftgedeelten in de schaduw komen te staan. Zo zijn er, bij mijn weten, niet al te veel mensen die doorlezen in Handelingen 3.

Vandaag wil ik dat wel eens doen.

Laten wij eerlijk zijn: wie de Bijbel bij Handelingen 3 open slaat, krijgt bij oppervlakkige lezing de indruk dat er heel veel op de oude voet voortgaat. Want daar lezen we over de genezing van een verlamde. Maar het is zaak om attent te zijn. Er is verschil. Want de verlamde wordt genezen door de apostelen. Het wordt duidelijk: de kerk zet Jezus’ werk voort.

De reden van dat apostolische werk staat er bij. Christus heeft geleden.
Vanaf Handelingen 2 en 3 geldt: wie berouw toont, mag – ook nu Jezus lijfelijk niet meer aanwezig is – weten dat er werkelijk wat gebeurt. Christus komt in het hart van zondaars wonen. En dat betekent dat de zonde niet meer het allesbeheersende element in het leven van Gods kinderen is.

Petrus zegt dan ook: “Mannen van Israël, wat verwondert gij u hierover, of wat staart gij ons aan, alsof wij door eigen kracht of godsvrucht deze hadden doen lopen? De God van Abraham en Isaäk en Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt (…) En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”[2].
Hier wordt kracht van God gedemonstreerd!
Heel wat mensen die indertijd ‘Kruisig Hem!’ schreeuwden, doorzagen niet wat zij deden.
Maar op die volkomen onverwachte manier voerde de hemelse God Zijn reddingsplan uit.
In het Oude Testament was dat al aangekondigd.
Toen was er geen mens die geheel kon doorzien hoe God de heilshistorie vorm zou geven.
Maar nu is het Pinksteren geweest.
En er staat de mensen maar één ding te doen: zij moeten zich bekeren!

Bekering: vandaag de dag is dat niet zelden een zaak van het moment.
Laat ik daar twee voorbeelden van geven.
1.
Het Amerikaanse hiphopfenomeen Lecrae was onlangs in Nederland[3]. Het Nederlands Dagblad maakte er melding van: “Nadat hij een zwaar auto-ongeluk zonder schrammetje overleefde, kwam hij op zijn negentiende tot bekering van zijn ruige gangsterleven”[4].
2.
In de Gereformeerde Gemeenten, en de Oud-Gereformeerde Gemeenten, horen we ook in onze tijd nog wel eens bekeringsgeschiedenissen[5].
Laten we echter nooit vergeten dat bekering een kwestie van heel ons leven is. Denkt u maar aan die bekende formulering uit de Heidelbergse Catechismus:
“Waarin bestaat de ware bekering van de mens?
Antwoord: In het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens”.
En:
“Wat is het opstaan van de nieuwe mens?
Antwoord: Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”[6].
Heel ons leven moet omgekeerd worden!

Dat is een verademing.
Zo staat dat in Handelingen 3.
Het is een anapsuxis: een verkoeling, een opluchting, een verkwikking[7]. De sfeer in de wereld wordt anders. Daar merken wij, kortzichtige mensen van de eenentwintigste eeuw, in de samenleving nog maar weinig van.
Maar in de kerk merken we het, als het goed is, wel! Daar merken we dat het koninkrijk van God gebouwd wordt. Daar merken we Gods voetstappen in de wereld als we spreken over aardbevingen, oorlogen en geruchten van oorlogen.

Laten wij nu even kijken naar de kerkelijke praktijk van nu, in het Nederland van 2015.
Rond het kerkplein staan, als ik dat zo zeggen mag, aardig wat kerkgebouwen.
In heel veel van die kerken wordt Psalm 111 gezongen:
“Groot zijn Gods werken en zeer goed.
Wie vreugde schept in wat Hij doet,
moet ze nauwkeurig onderzoeken”[8].
Nauwkéurig – dat wil zeggen: we moeten elkaar op de weg houden die Jezus Christus ons wijst.
We moeten elkaar opscherpen. Discussie is goed. Polemiek is prima. Als het maar om onze toekomst met God gaat.
Daarom is een loopgravenoorlog uit de boze. Wij praten en schrijven vaak veel. Maar echt argumenteren – dat is er niet altijd bij. Samen vérder komen: dat is een modeterm geworden die vaak niet al te veel inhoudt. En dat terwijl de kerk gezag van God ontvangen heeft! Dat is vreemd.
Nu komt Handelingen 3 al wel wat dichterbij. Denk ik.
Als u het mij vraagt staan we inmiddels tamelijk ver van Handelingen 3 af.

De kerk moet Schrift en belijdenis nauwkeurig onderzoeken.
Wij moeten elkaar uitleggen: dit en dat staat er in de Schrift; en nu moeten we dit doen. Elkaar opscherpen betekent in ieder geval niet: we moeten een beetje geheimzinnig doen om herrie te voorkomen.

Het bovenstaande betekent soms ook dat wij elkaar onze zonden moeten belijden.
Jazeker.
Maar Handelingen 3 sluit niet voor niets als volgt af: “Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met uw vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle stammen der aarde gezegend worden. God heeft in de eerste plaats voor u zijn Knecht doen opstaan en Hem tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer af te brengen van zijn boosheden”[9].
Petrus spreekt over alle stammen van de aarde. Wij, Nederlanders van 2015, zijn inbegrepen. Laten we het maar vóór in ons hoofd houden: Gods koninkrijk komt!
Laten wij ons bekeren.
En daarna? Laten alle Gereformeerden daarna samen optrekken. Wat een verademing zal dat wezen!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 13 juni 2006.
[2] Handelingen 3:12, 13 a, 17, 18 en 19.
[3] Hiphop is een Amerikaanse muziekstijl, die stem geeft aan een bepaald gedeelte van de Amerikaanse onderklasse. Zie verder http://nl.wikipedia.org/wiki/Hiphop . Lecrae is een christelijke hiphopper die sinds 2004 bekendheid geniet. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Lecrae .
[4] Zie “Christelijk verantwoord rappen met Lecrae”. In: ND Gulliver – bijlage van het Nederlands Dagblad – (vrijdag 22 mei 2015), p. 7.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld: “Bekeringsverhaal van nu minder gefaseerd”. In: Reformatorisch Dagblad (donderdag 7 maart 2013), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Achtereenvolgens citeer ik: Heidelbergse Catechismus – Zondag 33, vragen en antwoorden 88 en 90.
[7] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel.
[8] Psalm 111:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[9] Handelingen 3:25 en 26.

28 mei 2015

Mooi kerknieuws

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De vrijheid van godsdienst komt, wereldwijd bezien, steeds verder onder druk te staan.
Aldus meldt de Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid (USCIRF) in haar zestiende jaarlijkse rapport.
Laatst stond er een bericht over in de krant.

Er zijn landen waar religieuze vrijheden massaal worden geschonden.
U kent dat rijtje onderhand wel ongeveer: Birma, China, Egypte, Eritrea, Irak, Iran, Nigeria, Noord-Korea… enzovoort.
“Het rapport noemt met name het geweld van IS in Irak en Syrië en het optreden van Boko Haram in Nigeria. Ook is er veel aandacht voor de situatie in de CAR en in Birma. In dit laatste land zijn 140.000 etnische moslims en zeker 100.000 etnische christenen ontheemd geraakt”.
“Godsdienstvrijheid bestaat niet in een vacuüm, aldus het rapport. Daarom moeten ook fundamentele problemen zoals corruptie en economische en sociale ongelijkheid aangepakt worden”.
In het rapport staat ook: “Een geschokte wereld heeft de gevolgen gezien van wat sommigen treffend hebben aangeduid als geweld onder het mom van vroomheid”[1].

Wat zullen wij, Gereformeerde mensen anno Domini 2015, van deze dingen zeggen?
Deze internetpagina is niet de plaats voor een politieke analyse.
Maar op het kerkplein hoeven wij ons niet in stilte te hullen[2].

Persoonlijk heb ik mij afgevraagd wat onze Here hiervan vinden zou.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik “dat als de door de Here bepaalde tijd – die aan alle schepselen onbekend is – gekomen en het getal van de uitverkorenen vol zal zijn, onze Here Jezus Christus uit de hemel zal komen, lichamelijk en zichtbaar, op dezelfde wijze als Hij naar de hemel is opgevaren (Handelingen 1:11), met grote heerlijkheid en majesteit. Hij zal Zich openbaren als Rechter over levenden en doden, terwijl Hij deze oude wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren. Dan zullen voor deze grote Rechter persoonlijk verschijnen alle mensen die ooit geleefd hebben: mannen, vrouwen en kinderen, gedagvaard door de stem van een aartsengel en het geklank van een goddelijke bazuin (1 Thessalonicenzen 4:16)”[3].
Wij lezen dus over een dagvaarding; het betreffende woord heb ik in het citaat hierboven gecursiveerd.
Er komt een dagvaarding. Er wordt een rechtszaak aangespannen!

Wie op deze aarde het ganse land alsmede diverse werelddelen doorkruist, daarbij gewapend met een grote verbale activiteit en een niet gering aantal porties slimmigheid, zal erop moeten rekenen dat hij of zij eens verantwoording moet afleggen. Bij die Goddelijke zuivering helpt een grote mond niet meer. En menselijke slimmigheid steekt schril af tegen Gods almacht.

Laten we nog even verder kijken. Hieronder zal blijken dat daar ook wel reden voor is.

In het citaat hierboven komt onder meer 1 Thessalonicenzen 4 voorbij.
Wat is de kwestie in dat hoofdstuk? Daar maant Paulus zijn lezers om vooral het dagelijkse werk te blijven doen.
Leest u maar even mee: “Maar wij vermanen u, broeders (…) er een eer in te stellen rustig te blijven en uw eigen zaken te behartigen en met uw handen te werken, zoals wij u bevolen hebben, opdat gij u behoorlijk gedraagt ten aanzien van hen, die buiten staan, zonder iets nodig te hebben”[4].

Nu komt die dagvaarding al wat dichter bij Gods kinderen.
Hoe werkten de Thessalonicenzen?
En hoe werken wij?
Het moet haast wel opvallen: juist het dagelijks werk koppelt Paulus aan de terugkomst van de Here. Naar het mij voorkomt is het thans nuttig om een ogenblik bij die koppeling stil te staan.
Want dat dagelijks werk zit ons, globaal gezien, op twee manieren dwars. Van beide levenswijzen wil ik iets zeggen.

Eén:
Hoe vaak zijn wij, onder invloed van de tijdgeest, niet geneigd om de werkweek los te maken van de zondag? Op maandag kun je niet zoveel met de zondagse predikaties, murmureren mensen bijvoorbeeld.
Men organiseert congressen over de afstand tussen de zondag en de maandag.
Men schrijft boeken over dat onderwerp.
In een dergelijk tijdsgewricht moeten we de zaken zuiver stellen. In dienst van de Here: dat is niet slechts een zaak van het kerkgebouw, maar ook van het kantoor, van de werklunch en van de zakenreis!
Twee:
Er zijn volijverige lieden die het liefst voltijds aan het werk zouden gaan in de kerk. Of: hun leven gaarne zouden wijden aan de opvang van dak- en thuislozen. Of: nood in Afrika zouden willen lenigen. Ik zeg daar niets kwaads van. Maar het kiezen voor zulke dingen is niet noodzakelijk. We kunnen ook gewoon, met de mogelijkheden en de gaven die wij hebben, in Nederland ons dagelijks werk aanpakken. Of in Canada. Of in de Verenigde Staten. Er is genoeg te doen. En ook via die weg komt Christus’ terugkomst dichterbij!

Nee, het is geenszins de bedoeling om Gereformeerde mensen eens flink op te jagen.
Het behoort, bijvoorbeeld, niet tot onze taak om minimaal twee keer per etmaal luidkeels te verkondigen dat het allemaal nog Gereformeerder, nog christelijker, nog Geestelijker en nog zichtbaarder moet worden. Integendeel, de Verbondsgod geeft eenvoudigweg de garantie: echte kinderen van God zullen altijd heel dicht bij de Here leven.
Het staat in 1 Thessalonicenzen 4 als volgt: “…zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[5].
De Here geeft troost aan Zijn kinderen. Er blijft echt niemand achter. Er wordt niemand vergeten. Ook mensen die midden in een seculiere samenleving wonen en werken mogen er zeker van zijn: de God van het verbond heeft hen allen haarscherp in beeld.

Er is dus troost.
Maar de Here geeft Zijn kinderen ook een mobilisatiebevel.
Hoe ik daarbij kom?
Wie de berichtgeving over die christenvervolging, die corruptie en dat zogenaamd godsdienstig geweld tot zich laat doordringen, kan denken: zou dit ook ons kunnen overkomen? En: houdt dit nu nooit eens op?
Jawel. Er zal een moment zijn waarop dit alles ophoudt.
Er komt een einde aan.
Dan zal de Here ons allemaal opstellen in zijn gevolg. Dat zal vast en zeker een hectische gebeurtenis zijn. Maar in de drukte wordt niemand plat gedrukt.
We moeten ons groeperen en onze plaatsen innemen. De militia Christi krijgt een marsorder. De geheiligden gaan samen op pad.
Dat is namelijk de inzet van Paulus in 1 Thessalonicenzen 4: “Voorts dan, broeders, vragen wij en vermanen wij u in de Here Jezus, dat gij, zoals gij van ons vernomen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, zoals gij ook inderdaad wandelt, dat nog meer doet. Want gij weet, welke voorschriften wij u gegeven hebben door de Here Jezus. Want dit wil God: uw heiliging…”[6].

Het moge duidelijk zijn: die heiliging is geen kwestie van achterkamertjes.
Het heeft in het geheel niets met gesjoemel van doen.
Het is een volkomen openbare zaak.
Christenen wandelen door de wereld. Ze zijn zichtbaar. Zij zijn volop actief. Overal en nergens zijn zij benaderbaar en aanspreekbaar.

Als ik het goed zie is de berichtgeving over die christenvervolging, die corruptie en dat zogenaamd godsdienstig geweld ook te beschouwen als een oproep aan de kerk. Wij moeten ons niet van de wijs laten brengen. We moeten ons apart laten zetten; we moeten ons heiligen.

En daarbij mogen wij ons nu al laten troosten.
Bijvoorbeeld door die mooie woorden uit Jesaja 66, over het eindgericht.
Jeruzalem moet zich gaan verheugen.
Leest u weer even mee? “Want zo zegt de HERE: Zie, Ik doe haar de vrede toestromen als een rivier en de heerlijkheid der volken als een overvolle beek; dan zult gij zuigen, gij zult op de heup gedragen en op de knieën gekoesterd worden. Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult gij getroost worden. Als gij het ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw gebeente zal gedijen als het jonge groen; de hand des HEREN zal zich aan zijn knechten doen kennen en Hij zal toornen op zijn vijanden”[7].

Aldus wordt nieuws uit de krant mooi kerknieuws!

Noten:
[1] Zie: “Geweld smoort vrijheid van godsdienst”. In: Reformatorisch Dagblad (vrijdag 1 mei 2015), p. 15. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[2] Dit artikel is de bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 17 mei 2006.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[4] 1 Thessalonicenzen 4:11 en 12.
[5] 1 Thessalonicenzen 4:16 b en 17.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:1-3 a.
[7] Jesaja 66:12, 13 en 14.

27 mei 2015

Ambtsherstel voor Petrus

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

De Heilige Geest woont in ons hart[1]. Nee, Hij logeert niet in ons leven. Integendeel! Hij heeft bij ons een vaste verblijfplaats.
De heilige God is in onze harten aan het werk.

Het is heel goed om dat vast te houden.
Want voor heel veel mensen is geloof sterk verbonden met emotie. Leven met God, dat is vooral gevoel. Ervaring. Sensibiliteit.

In sommige Bijbelgedeelten lijkt die emotie een prominente plaats in te nemen.
Echter: heel vaak is er meer aan de hand.
Laten we Gods Woord niet te oppervlakkig lezen!

Nu het hierom gaat, wijs ik u graag op Johannes 21. Met name wijs ik u op het gesprek dat Jezus met Simon Petrus voert[2].
Een protestantse predikant hield daar eens een preek over. Hieronder komt hij aan het woord.

“…Drie keer vraagt Jezus: “Heb je mij lief? Hou je écht van me?” En Petrus zegt: Ja. Drie keer: Ja. Het is een emotioneel moment. Jezus kan háást niet geloven dat Petrus van hem houdt! En Petrus merkt dat. Blijkbaar moeten die twee elkaars hart veroveren”.
Het is, zo zegt die protestantse predikant, een emotioneel moment.

En daar gaan we weer.
Ons gevoel staat alweer op de voorgrond.

Het lijkt in Johannes 21 te gaan om herstel van persoonlijke verhoudingen.
Maar dat kan niet de bedoeling zijn. Als de Emmaüsgangers, na de maaltijd met de opgestane Heiland, haastig terugkeren naar Jeruzalem, blijken de apostelen in vergadering te wezen. En die mannen uit Emmaüs krijgen te horen: “De Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen[3]. Er is dus al aan relatieherstel gewerkt. Daar gaat het in Johannes 21 blijkbaar niet zozeer om.
En het is voor ons niet belangrijk om precies te horen wat er tijdens die verschijning aan Simon Petrus gezegd en gedaan is. Dat staat er in Lucas 24 namelijk niet bij.
Hoe dan ook: het gaat in Johannes 21 niet om verbanden of vriendschappen. Of om gevoel.

Het gaat om ambtsherstel voor Petrus.

De vraag is namelijk of Petrus nog wel apostel wezen kan. Stel je voor dat er mensen opdagen die zeggen: luister eens, die Petrus is eigenlijk een tweederangs figuur. Hij heeft Jezus Christus immers op het kritieke moment verloochend? Nou dan!

De protestantse predikant zegt in z’n preek: “…de kerk is gebouwd op deze intieme en emotionele relatie tussen God en mens, tussen Jezus en Petrus”.
Dat lijkt een prachtige conclusie.
Een zuivere relatie tussen de Heiland en zijn kind Petrus. Moeten wij ons ook niet bewust gaan worden van relationele processen, en zo? Een band die niemand verbreken kan… – wie wil dat nou niet?

Wie volgens de bovenstaande lijn redeneert heeft echter een klein probleempje.
Want als Jezus een intieme relatie met Petrus op wil bouwen, wat doen die andere apostelen daar dan bij?
Ze zijn echt aanwezig. En de Evangelieschrijver werkt dat niet weg. Hij zet het zelfs prominent aan het begin van het hoofdstuk: “Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus. Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Nathánaël van Kana in Galilea, de zonen van Zebedéüs en nog twee van zijn discipelen”[4]. Ze zijn er met z’n allen.
En Jezus zegt niet: beste mensen, ga eens even op een afstandje staan, want Ik moet even iets met Petrus bespreken.
Het is de bedoeling dat ze allemaal present zijn:ambtsherstel heeft een publiek karakter[5]!

Want de kerk moet gebouwd worden. En voor dat bouwen is materiaal nodig waarvan iedereen zeker weet: dit is deugdelijk.
En de apostelen moeten het weten: iedereen die hier staat, is honderd procent betrouwbaar. En: iedereen die hier aanwezig is wordt voor de volle honderd procent ingezet.
Dat organiseert de Heiland Persoonlijk.
Want Hij weet wat mensen doen. En Hij weet wat mensen denken. En Hij weet hoeveel zouteloze praat er onder de mensen is.

De protestantse dominee die ik hierboven citeer, zegt ook dat Jezus niet wist dat Petrus nog van Hem hield: “…dat weet Jezus blijkbaar níet! Althans niet vanzelfsprekend en niet zomaar één-twee-drie! Die verwondering van Jezus, dat Petrus van hem houdt, ráákt aan de verwondering van God zelf. De God van Israël, wanneer blijkt dat zijn volk hem begint lief te hebben. Daar heeft het mee te maken”.
O.
Juist.
En hoe moet dat dan met onze almachtige God? Is Hij plotseling niet machtig meer? Weet Hij plotseling niet alles meer? Moet Hij Zich ergens van bewust worden, of iets dergelijks? Het lijkt mij dat men dat bij zorgvuldige lezing van Johannes 21 niet staande houden kan. Het is – naar het mij voorkomt – volstrekt niet logisch dat de Schepper van hemel en aarde van alles weet en van alles ziet, maar vervolgens niet bekend is met de situatie van Zijn eigen kinderen.
Die protestantse predikant suggereert hier ten diepste dat de Heiland der wereld feitelijk een zijlijn-figuur is.
Daar wens ik met mijn hele wezen tegen te protesteren.

De dominee gaat verder.
“Eigenlijk is dat de verwondering die wij zouden moeten leren! Leren serieus te nemen, bedoel ik dan. Voor zover de christelijke kerk wil leven van de verwondering, zou het wellicht iets daarvan moeten zijn. Want anders blijft al het andere een kwestie van wereldbeschouwing, mensbeeld en dergelijke. Voor mijn part is het ‘goed doen’ in de wereld, allemaal niets op tegen, integendeel. Burgermansfatsoen, en gelukkig vaak méér dan dat. Maar van God nog altijd los, althans, niet vanzelfsprékend aan Hem vást, laat ik het zo maar zeggen. Niet vanzelfsprekend. En dan wordt de kerk te snel een podium voor onze eigen kunsten, liturgische kunsten, organisatorische acrobatiek, inclusief een financiële salto mortale!”[6].
Jazeker, wij moeten verwonderd zijn.
Maar niet over ons eigen gevoel. Wij hoeven heus niet tegen elkaar te zeggen: wat fijn hé, dat wij nog een beetje gevoel voor godsdienst hebben. Wat prettig dat wij nog een plekje bij God gevonden hebben.
Want het is allemaal niet onze verdienste.
De Here roept Zijn kinderen bij Zich. En Hij geeft ze een taak.
Daarom hebben we in de kerk geen zin in “onze eigen kunsten, liturgische kunsten, organisatorische acrobatiek, inclusief een financiële salto mortale”.

Over Johannes 21 zou nog veel te zeggen zijn.
En die preek van die protestantse dominee? Wel, die was nog veel langer. Ook daarover zou nog een lang verhaal te maken zijn.
Maar er is voldoende gezegd.

Want het is duidelijk: bewustwordingsprocessen moeten we niet in de kerk introduceren.
En met al te veel emotie moeten we oppassen, in de kerk.
Geloof is niet in de eerste plaats een gevoelskwestie.

In de kerk zijn wij, als het goed is, op weg naar “de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus”[7].
En verder ligt het allemaal verrassend eenvoudig.
Want: “Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde”[8].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 16 mei 2006.
[2] Zie Johannes 21:15-23.
[3] Lucas 24:34.
[4] Johannes 21:1 en 2.
[5] Zie hierover ook Ds. A.I. Krijtenburg, “In het Woord is het Leven – Schetsen over het Evangelie van Johannes”. – Ned. Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, tweede druk (ca. 1979), p. 112 en 113.
[6] De betreffende preek is te vinden op http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1444510/2006/05/14/Preek-van-het-Jaar-Gemakkelijker-kunnen-we-het-niet-maken.dhtml .
[7] Efeziërs 4:13.
[8] Efeziërs 4:14, 15 en 16.

26 mei 2015

Nieuw besef?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Bewustwording: dat is, als ik mij niet vergis, al minstens tien jaar een modewoord[1].
Jongeren moeten zich bewust worden van de waarde van vrijheid.
Mensen moeten zich bewust worden van de manier waarop zij bij anderen overkomen.
Zij moeten zich bewust worden van zichzelf, en daarom reflecteren op hun eigen gedrag.
Bewustwording is, zo schreef iemand zelfs, de sleutel naar de toekomst.
Ga er maar aan staan!

Bewustwording: ik heb eerlijk gezegd niet zoveel met die term. Dat komt, denk ik, onder meer omdat het woord zo vaak gebruikt wordt in de psychologische sfeer. Bewustwording zit nogal eens in de omgeving van emotioneel lichaamswerk, van therapieën, van spiritualiteit, van bezinning en bezieling.

Maar al die dingen halen het niet bij de activiteiten van Gods Geest. Het is zelfs niet vergelijkbaar. Want God en mensen kan men niet op één lijn zetten.

Bewustwording: het woord staat me een beetje tegen omdat er, naar mijn idee, uit blijkt dat we veel om ons heen kijken, maar ons niet vaak afvragen wat de Here van ons vraagt.
God kiest mensen uit. En Hij geeft hen Zijn Geest. Die Heilige Geest woont in ons hart.
De Heilige Geest is geen logé.
Hij is geen tijdelijke bewoner.
Hij is niet zo nu en dan een poosje weg.
In ons hart is permanente bewoning. Dat is ons trouwens ook beloofd.
Velen zijn zich daar, naar het lijkt, niet meer zo van bewust.

In de kerk spreken we over de eenheid van het ware geloof.
Moeten we ons bewust worden van die eenheid?
Nou nee.
Als we werkelijk geloven is er blijkbaar eenheid. Er komt dan geen bewustwording. Er moet geen eenheid gevormd worden. Nee, die eenheid is er gewoon. In zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus wordt zonder omwegen gezegd dat de kerk door God wordt onderhouden “door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof”[2].
Velen zijn zich daar, naar het lijkt, niet meer zo van bewust.

Bewustwording: ziehier het toverwoord van des mensen zoektocht. Terwijl de Heilige Geest in de harten van ware gelovigen woont, notabene. Compleet met de belofte dat hij nimmermeer verhuizen zal!
Tegenwoordig spreekt en schrijft jan en alleman over de Heilige Geest.
Maar dat Hij in harten van echte gelovigen woning maakt, is men vergeten.
Velen zijn zich daar, naar het lijkt, niet meer zo van bewust.

Overigens, is dat laatste werkelijk een kwestie van bewustwording?
Ik denk het niet.
Momenteel moeten wij, als u het mij vraagt, eens wat vaker denken in termen van wedergeboorte en bekering.
Dat is de enige manier om ver weg te blijven bij menselijke spiritualiteit en processen der bewustwording.

Dit alles overpeinzend breng ik 2 Timotheüs 3 in herinnering. Ik citeer enkele woorden uit dat hoofdstuk, vanuit de Herziene Statenvertaling-2010: “Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is.
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”[3].

In de NBG-vertaling uit 1951 staat op deze plaats: “Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd”.
Wat zullen we nou hebben?
Is het dan toch een kwestie van bewustwording?
In het Grieks staan hier de woorden eidos para tinos emathes: wetend van wie u hebt geleerd. “Je weet wie je leraren waren” staat er dan ook in de Nieuwe Bijbelvertaling-2004. Het is dus niet zozeer een kwestie van bewustwording, maar van kennen, van weten.
De Bijbel kan ons wijs maken. Wijs, in Schriftuurlijke zin. Het geloof in Christus Jezus, dat is onze reddingsboei.
We mogen weten dat Christus onze redding is. Dat is niet zozeer een kwestie van beter begrijpen. Of van het analyseren van innerlijke drijfveren, of iets dergelijks. Het is een kwestie van een vast vertrouwen op de genadige God!

Dat is de manier waarop wij midden in de wereld mogen staan.
Zo hebben wij alles in huis om op deze aarde ten dienste van de hemelse Here te leven te werken. We zijn volkomen toegerust. Artios staat daar: passend, geschikt. Ons leven past in een toekomst met God. Ons bestaan wordt geschikt gemaakt voor de hemelse toekomst.

Wij moeten ons, naar men zegt, bewust worden van heel veel dingen om ons heen.
De coachingbureaus schieten de grond uit. Allerlei mensen dringen zich maar wat graag aan ons op om onze persoonlijke ontplooiing te begeleiden. De wereld is vol van alternatieve therapieën en spirituele sessies[4].
En misschien vragen wij ons af: is het in de kerk niet een ouderwetse boel?

Laten we het niet vergeten: het is Pinksteren geweest.
En daarom zeg ik: laten wij maar blijven bij wat ons geleerd is.

Hierboven citeerde ik 2 Timotheüs 3.
Maar in het volgende hoofdstuk gaat Paulus op dezelfde voet verder: “Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting”[5].
Daar, in 2 Timotheüs 4, brandt Geestelijk vuur. En nu het Pinksteren geweest is, is het ons weer duidelijk geworden: de Heilige Geest, de ons door God geschonken Brandwacht, zal er zorg voor dragen dat het vuur blijft branden.

Daar zijn we ons lang niet altijd van bewust.
Maar dat hoeft ook niet.
Eenvoudig geloven, dat is genoeg.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 15 mei 2006.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 54: wij geloven “dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven”.
[3] 2 Timotheüs 3:14-17.
[4] Zie bijvoorbeeld http://bewustwording.besteoverzicht.nl/ .
[5] 2 Timotheüs 4:1 en 2.

22 mei 2015

Pinksteren 2015: Gods Woord in onze moedertaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

“…een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken”.
(Handelingen 2:6 b)

Pinksteren 2015: dat is een feest in een wereld waarin de spraakverwarring soms compleet lijkt. Iedereen praat door elkaar heen en tegen elkaar in.
En bovendien: is het eigenlijk nog wel gepast om Pinksterfeest te vieren in een periode waarin de kerk in Nederland bijna aan gruzelementen lijkt te wezen?

In Handelingen 2 gebeurt iets opmerkelijks.
Daar hoort iedereen elkaar in zijn eigen taal praten. Een exegeet zegt: “Wij moeten ons voorstellen dat de verschillende discipelen elk in een aparte taal de grote daden Gods verkondigden”[1].
Ja, dat is buitengewoon.
Daar, in Handelingen 2, gebeurt iets dat – ware het in onze tijd gebeurd – in grote letters in toonaangevende kranten gestaan zou hebben.

In de kerk gebeuren miraculeuze dingen!
Discipelen lijken talenwonderen te zijn.
Verslaggevers in onze tijd zouden zich hardop afgevraagd hebben: hoe is dit toch verklaarbaar? En ook: waarom gebeurt dat talenwonder in een gewoon huis, maar niet in de synagoge?
We zullen er attent op moeten zijn dat de apostelen niet plotseling een of meerdere vreemde talen kunnen spreken. Nee, hun tong wordt door de Heilige Geest bestuurd. Niet alleen Joden, maar ook proselieten – dat zijn heidenen die tot het christendom zijn toegetreden – kunnen nu in hun eigen taal de blijde Boodschap horen!
Vraag niet hoe dat precies gegaan is. Laten we maar eenvoudig geloven dat de Geest van God daar, op dat ogenblik, allerlei grenzen doorbreekt. God laat het zien en horen: de blijde Boodschap van Christus’ volbrachte werk hoeft niet in Jeruzalem te blijven rondzingen; Gods Woord kan als een lopend vuurtje de hele wereld over gaan.

Handelingen 2 is feitelijk het omgekeerde van Genesis 11. In het eerste Bijbelboek wordt ons de torenbouw van Babel verhaald. U weet wel: “…en de Here zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad”[2].
Bij de torenbouw gaat het om menselijke macht.
In Handelingen 2 draait alles om Geestelijk krachtsvertoon. Vanaf nu gaat het Evangelie in alle talen de wereld over.
We zien hier, denk ik, ook Gods genade schitteren. Van Gods woede in Genesis 11 merken we niets meer. Het lijden en sterven van Jezus Christus zorgt voor een ommekeer: vanaf nu gaat de genade van God onweerstaanbaar en onstuitbaar door de wereld. Om met professor B. Holwerda (1909-1952) te spreken: “een zeer belangrijk moment uit het Pinksterevangelie is wel dit: dat God door de Heilige Geest alle volkeren der aarde zegent, en verenigt; en daarin principieel de band weer legt, die Hij in Babel verbreken moest”[3].

Het spreken van vreemde talen is in het begin van Handelingen 2 het kenmerk van de Heilige Geest.
Die vreemde talen worden, om zo te zeggen, gesproken ten dienste van de verspreiding van het Evangelie.
Het is allemaal ook maar tijdelijk. In Handelingen 11 staat vermeld: “En toen ik begonnen was te spreken, viel de heilige Geest op hen, evenals in het begin ook op ons”[4]. Nee, dat wonder is er niet permanent. Het is bedoeld als een demonstratie van Geestelijke kracht: overal in de wereld zal Gods Woord klinken.

We kunnen, daar in Handelingen 2, gerust spreken over een verrassing van God. Een uitlegger merkt terecht op: “Nergens in het Oude Testament wordt ook maar een hint gegeven dat de uitstorting van de Geest gepaard zou gaan met het spreken in vreemde talen. Wel lezen we dat mensen zullen profeteren, dromen dromen en visioenen zien, maar nergens dat zij in een andere dan hun eigen taal gaan spreken”[5].
De Here geeft een indruk van Zijn werk. Maar geen blauwdruk.
Dat is voor de kerk in Nederland een grote troost.
Wanneer wij heden ten dage naar de kerk kijken, vragen we ons in gemoede af hoe het daarmee aflopen zal. Waar staan we – pak ‘m beet – over tien jaar? Wat blijft er van de kerk over?
Welnu, Handelingen 2 herinnert ons eraan dat de hemelse Heer soms buitengewoon verrassend werkt. Wonderlijk, soms! Ronduit miraculeus! En daarom mogen we tijdens de Pinksterdagen met een gerust hart tegen elkaar zeggen: wanhoop maar niet, want de kracht van Gods Geest kan ook anno Domini 2015 heerlijk overrompelend zijn!

We leven in een tijd waarin tientallen miljoenen mensen op de vlucht zijn. De wereld is vol van crisis en oorlog.
Maar ook vandaag gaat er, om het zo uit te drukken, een inclusief Evangelie door de wereld; dat wil zeggen: de liefde van Christus bindt volken samen!

In Handelingen 2 hoort men van Gods grote daden. Ieder hoort Gods Woord in zijn eigen taal.
“Er zijn”, zo las ik ergens, “ongeveer 6800 gekende talen over de hele wereld. Daarvan zijn 2261 gebaseerd op een geschreven systeem, de anderen bestaan enkel onder gesproken vorm”[6].
De Heilige Geest begint op de Pinksterdag dus met een groots werk!

Op de eerste Pinksterdag gebeuren bijzondere dingen.
Er is echter één ding dat eigenlijk heel gewoon is: het Evangelie wordt verkondigd.
Dat is iets waar wij, denk ik, met dankbaarheid kennis van mogen nemen.
Op de Pinksterdag gaan we naar de kerk. En misschien vragen we ons, diep in ons hart, af of die kerkgang anno 2015 niet een tikje sullig is. Welnu, ik zeg u: nee; driewerf nee! Sterker nog: op de Pinksterdag gebeurt precies datgene dat Gods Heilige Geest op de eerste Pinksterdag ook heeft gedaan: het Evangelie wordt verkondigd.
In het Nederlands, in onze kerk.
Of in het Engels, als u bijvoorbeeld in Canada of de Verenigde Staten woont.
Of in het Frans, wellicht.
Of in een heel andere taal.
Gods Woord gaat de wereld door. Ook vandaag. De zuivere prediking van Gods Woord, overal ter wereld: dat is Pinksteren zoals het bedoeld is!

Noten:
[1] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 2:6.
[2] Genesis 11:6, 7 en 8.
[3] B. Holwerda, “De torenbouw van Babel”. Opgenomen in: “De wijsheid die behoudt”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1957. – p. 13-17. Citaat van p. 13. Meer informatie over professor Holwerda is te vinden via http://www.biografischportaal.nl/ (zoekterm: Holwerda).
[4] Handelingen 11:15.
[5] Zie http://www.opbouwonline.nl/artikel.php?id=428 . Geraadpleegd op dinsdag 5 mei 2015. Van het op die website gepubliceerde artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt.
[6] Citaat van http://levenslangleren.be/taal.php/hoeveel_talen_zijn_er_in_de_wereld . Zie ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_talen_van_de_wereld . Geraadpleegd op woensdag 6 mei 2015.

21 mei 2015

Elke dag Pinksteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

In de komende weekwisseling zal het Pinksteren zijn. Dan herdenken wij de uitstorting van de Heilige Geest in de kerk.
Mede in verband daarmee schrijf ik vandaag enkele woorden naar aanleiding van Job 33.
Verrassend genoeg gaat het in dat Schriftgedeelte over de Heilige Geest van God.

Want daar, midden in die lange betogen van het Bijbelboek Job, lezen wij:
“De Geest Gods heeft mij gemaakt,
en de adem des Almachtigen doet mij leven”[1].

Dat zijn woorden die Gereformeerden van 2015 de spreker in dat Bijbelhoofdstuk – dat is Elihu – graag nazeggen.
Maar de eerste vraag die wij vervolgens stellen is natuurlijk: in welk verband staat die belijdenis?
En de tweede vraag is: wat wil de Here ons daarmee in 2015 zeggen?

Elihu kondigt zonder veel omwegen aan dat hij er geen doekjes om gaat winden. Hij zal er niet omheen draaien.
Hij belijdt eerst dat hij een schepsel van God is. Net als Job. Net als alle andere mensen.
Op dat niveau moeten Elihu en Job dus met elkaar spreken.

Job heeft – zo constateert Elihu – gezegd dat hij niets fout gedaan heeft. Hij heeft zich niet aan grove zonden schuldig gemaakt. Desondanks heeft de Here zich, zo meent Job, wel tegen hem gekeerd. Maar de vraag is: waar grondt Job dat eigenlijk op?

God spreekt op allerlei manieren tegen mensen. In hun dromen bijvoorbeeld. Of door allerlei ziekten of handicaps. Maar mensen merken dat heel vaak niet op.
De ingreep van God is soms bedoeld om de levenskoers van mensen te corrigeren.
De ingreep van God kan ook een goede manier zijn om hoogmoed en trots te stoppen.
Na verloop van tijd kan het echter zo zijn dat de engelen, leden van het paleispersoneel van de hemel, dringend aan de Here vragen om het lijden weg te nemen.
Als de Here aan dat dringende verzoek voldoet, wordt de zieke weer beter.
Als alles goed gaat zal de man of vrouw die genezen is, vervolgens ook de Here danken. Danken voor herstel. Danken voor nieuwe kansen. Danken voor de nieuwe kracht om zijn God te dienen.

Kijk, zegt Elihu, dat is de werkstijl van God.
De God van hemel en aarde wil Zijn kinderen een nieuwe toekomst geven. Mensen worden door Zijn toedoen bij de donkere dood vandaan gehaald.
De hemelse Heer wil, om zo te zeggen, mensen klaar maken voor een dankdienst!

Over dat alles wil Elihu wel eens met Job in gesprek gaan.
Hij wil wel eens weten wat Job daarvan denkt.
En als Job daar helemaal niets van vindt…– nou, laat hij zich dan maar stil houden!

Dat is, in grote lijnen, de inhoud van Job 33.
Wat leren we vandaag uit dat Schriftgedeelte?

De Geest van de Here stuurt ons leven.
Soms gaat het, voor ons besef, misschien niet zo goed met ons. We maken dingen mee die deuken in en krassen op onze ziel veroorzaken.
In onze familie.
In onze kerk.
Tijdens kerkelijke vergaderingen.
In de wereld om ons heen doen de media hun best om alle nieuws, hoe schokkend dat ook is, zo snel mogelijk bij ons te brengen. Dat schokkende nieuws maakt ons soms verdrietig. En machteloos, bovendien.
Er zijn periodes in ons leven waarin ziekte ons bestaan beperkt maakt. Er is pijn. Er is veel zwakte.
Maar – hoe raar dat ook klinkt – al die dingen zijn bedoeld om ons leven tot volle ontplooiing te brengen.
Met sommige ervaringen kunnen we later in ons leven ons voordeel doen. In allerlei bestuurlijk werk, bijvoorbeeld. In de omgang met mensen, bijvoorbeeld.
Het is in ieder geval zeker dat de God van hemel en aarde, de Bestuurder van heel de kosmos, ons klaar maakt voor een eeuwige toekomst met Hem.

Iemand schreef eens: “De wereld heeft niet haar eigen bestand, maar blijft in haar voegen dankzij de werkzaamheid van Gods Geest. Ook het natuurlijke leven van de mens in Gods wereld blijft op zich een wonder van de Geest”.
De scribent noteerde meer.
De belijdenis van Job 33 “geeft niet alleen de oorsprong van al het geschapene en in bijzonder de mens aan, maar ook de onderhouding van dat leven, dat er alleen kan zijn dankzij de inblazing van de Geest. Ook de bijzondere karakteristieken van alle schepselen, die alle hun eigen vorm en functie hebben, zijn van de Geest. Dat geldt in bijzonder van de mensen die met allerlei bijzondere gaven en talenten zijn toegerust”[2].

De Geest van de Here geeft aan alle wereldburgers allerlei gaven. Ook talenten in de wetenschap, of in de kunst.
Massa’s mensen gaan eraan voorbij dat al die studiezin, al dat gevoel voor esthetiek en al die creativiteit van God afkomstig zijn.
Welnu, Elihu roept ons in Job 33 ertoe op om de Gever van al die mooie dingen permanent te danken.
Ons leven moet met recht een dankoffer genoemd kunnen worden. Altijd moeten wij blijmoedig kunnen zeggen: wat ik aan prachtige dingen gekregen heb, gebruik ik graag in Uw dienst!

Echter: wat moet er gebeuren als die gaven, door de jaren heen, steeds minder bruikbaar blijken te worden?
Dan mogen wij in de dagelijkse praktijk van ons leven aantonen: als het van onze eigen inzet afhangt, dan eindigt alles en iedereen uiteindelijk totaal roemloos.
Wij moeten in ons leven doorverwijzen naar Jezus Christus, onze Heiland. Naar Hem Die èn tot Here èn tot Christus gemaakt is. “Jezus, die gij gekruisigd hebt”, zegt Petrus in Handelingen 2[3].

Als wij zo leven, is het in ons leven elke dag een beetje Pinksteren.

Noten:
[1] Job 33:4.
[2] M.A. van den Berg, “De Heilige Geest en de algemene genade volgens Calvijn”. In: De Waarheidsvriend (4 juni 1992), p. 10 en 11. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Handelingen 2:36: “Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt”.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.