gereformeerd leven in nederland

20 november 2015

Pop met den Bijbel

De titel van dit artikel is ook de kop van een commentaar dat verschijnt in het Nederlands Dagblad van 28 november 1970[1].

De inzet van het artikel luidt als volgt.
“Het ‘popfestival’ dat de afgelopen zomer in het Kralingse Bos te Rotterdam heeft plaatsgevonden, ligt nog vers in ons geheugen. Behalve door ‘pop’ (volgens Van Dale een vulgair soort hedendaagse amusementsmuziek) werd dit festival ook gekenmerkt door ongehinderd gebruik van verdovende middelen, sexuele losbandigheid onder garantie van de NVSH, naaktloperij en een groot nadelig saldo. Ondanks deze balans, waaruit Rotterdam al de conclusie heeft getrokken dat er niet weer een popfestival in die stad zal komen, heeft het experiment in het Kralingse Bos al verschillende malen navolging gevonden, echter steeds op kleinere schaal. Thans is echter een popfestival aangekondigd, dat naar omvang en opzet wel eens de evenknie van het Kralingse Bos zou kunnen worden, al zijn er ook verschillen”.

Dat popfestival was op allerlei manieren spraakmakend.
In een internetencyclopedie is te lezen: “Het Holland Pop Festival was een driedaags popfestival in 1970, in het Kralingse Bos te Rotterdam. Het muzikale evenement is de geschiedenis ingegaan als het Nederlandse antwoord op het Amerikaanse Woodstockfestival in 1969. Ondanks de regen kwamen er volgens schattingen zo’n 150.000 mensen op af. Het grote podium stond opgesteld op het grasveld voor de Plasmolens De Ster en De Lelie aan de rand van de Kralingse Plas.
Het Festival vormde in feite het begin van het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van het gebruik van marihuana; de vele aanwezige undercover politieagenten traden niet of nauwelijks op tegen de openlijk actieve gebruikers en kleine handelaren”[2].

De pop is in het woordenboek van Van Dale inmiddels ‘popmuziek’ geworden; met als omschrijving: moderne (populaire) muziek[3].

De NVSH is de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. De NVSH heeft indertijd veel gedaan aan het algemeen bekend maken van de mogelijkheden van anti-conceptie en voorbehoedsmiddelen. De vereniging was vooral actief in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Men hanteerde slagzinnen als ‘U hebt de NVSH nodig’[4].

Misschien denkt u, geachte lezer, dat het bovenstaande eigenlijk niet op deze internetpagina thuishoort.
Staat het bovenstaande niet heel ver van de kerk af?
Antwoord: nee, helaas niet.
Het onderstaande citaat legt daar getuigenis van af.

“Het komende popfestival [zal] zich niet in de open lucht zal afspelen, maar onder het beschermende dak van de Jaarbeurshallen. Maar wat wil je, als het inmiddels 2 januari is geworden … Het aantal jongeren dat verwacht wordt, ligt in verband hiermee ook iets lager, nl. 25.000. Vermoedelijk zal het ook iets minder gemakkelijk zijn zonder betalen binnen te komen (entree f 10), zodat de financiële resultaten vermoedelijk beter in de hand zullen kunnen worden gehouden. Overigens behoeven de organisatoren zich ook in het andere geval nog geen zorgen te maken, want het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk heeft zich garant gesteld voor eventuele tekorten. Werd het Kralingse popfestival georganiseerd door de Coca Cola-fabrieken, zodat dit een zuiver commerciële aangelegenheid was, het popfestival van 2 januari a.s. staat onder auspiciën van de stichting Jeugd en Bijbel. Daarom spreekt men in dit geval over een ‘reli(gieus)-popfestival’. In die stichting Jeugd en Bijbel werken samen het Nederlands Bijbelgenootschap, de Katholieke Bijbelstichting en een aantal jeugdorganisaties. Het doel van hun activiteit is de jeugd van deze tijd te confronteren met de Bijbel. Wat men vroeger beoogde met de ‘school met den Bijbel’, dat doet men vandaag door middel van ‘pop met den Bijbel’”.

f 10: kinderen en jonge pubers van onder de 13 weten mogelijkerwijs niet meer wat dat betekent. Tien gulden, betekende dat. De gulden was in Nederland de munteenheid, voordat op 1 januari 2002 de euro werd geïntroduceerd.
De euro werd op die datum ingevoerd in twaalf Europese landen; en ook in Monaco, San Marino en Vaticaanstad.

Laten wij verder lezen in die oude editie van het Nederlands Dagblad.

“De vorige jeugdmanifestatie van het Nederlands Bijbelgenootschap (Palaver 1964) ‘was nogal betogend, had een boodschapachtige basis. Dat kan vandaag niet meer. Daarom gaat het ditmaal … op een zeer ludieke manier’. Niettemin verzekeren de organisatoren, dat het hun ook nu nog om een confrontatie met de Bijbel is te doen. Echter, een boodschap past niet meer in deze moderne tijd. ‘Pasklare antwoorden zullen niet worden gegeven, er zullen meer vragen worden opengelaten dan ingevuld’”.

Ja, dit is taal uit de jaren ’70 van de vorige eeuw.
Heel wat mensen denken dat het niet geven van antwoorden in kerken en religieuze centra reuze modern is. Onzin. Het is anno 2015 zelfs alweer ouderwets geworden.
De volgende stap is inmiddels al gezet. De leefwereld van mensen krijgt in veel kerkdiensten zoveel aandacht dat de stem van God wordt weggedrukt. Opgepast dus!

Wij lezen verder.
Er wordt gesproken over een Praatboek dat ter voorbereiding op het reli-popfestival verschenen is. Met behulp van dat boek kan in allerlei verbanden gediscussieerd worden.
“Ds. D. van Dijk heeft in een tweetal artikelen in de Gereformeerde kerkbode voor Groningen, Friesland en Drente laten zien, hoe in dit praatboek de Bijbel totaal misbruikt wordt. In een bijdrage van drs. A.W.J. Houtepen wordt zeer laatdunkend gesproken over de wetten van Deuteronomium: ‘Precies al weer wat de kerken altijd hebben willen doen: het particulier initiatief verstikken, iedereen de wet voorschrijven’. Over de reformatie van koning Josia, beschreven in II Koningen 22 en 23: ‘Een dergelijke onverdraagzaamheid komt bij ons maar vreemd voor. De grondrechten van de mens worden hier met voeten getreden en dat nog wel in de naam van God’[5].

Een reformatie heet pas waarachtig, als ze revolutie is. Daarom wordt Jezus Christus ‘rebellenleider’ genoemd. ‘Wij moeten weer God in het menselijk gebeuren zien en dan, natuurlijk, daarin meedoen. Meedoen aan de revolutie, ingaan tegen heel de bestaande toestand. Omkeren wat er nu bestaat. Zo zullen wij medewerkers Gods zijn naar een nieuwe wereld en zullen wij zelf steeds meer Gods beeld vertonen’.

Zo is duidelijk, dat de boodschap die men op dit reli-popfestival wil brengen, de theologie van de revolutie is”.

Kortom: alles draait om de mens.
En om zijn grondrechten.
De mens moet wel gehoord worden.
En om dat te bewerkstelligen is het niet zelden nodig om maatschappelijke structuren omver te gooien.
Wat de individuele gelovige daarmee moet, zegt men er niet bij. Ziet u hoe men, in alle ijver om veel mensen te bereiken de enkelingen voorbij ziet? Ziet u hoe belangrijk de macht van het getal is? Ziet u op welke manier allerlei tips worden gegeven om de Bijbel om te vormen tot een menselijk boek, waarbij men de almachtige God maar een beetje laat praten?

De ND-commentator schrijft terecht: “Dat de Bijbel ook oproept tot onderwerping aan de overheden die boven ons staan, dat zal op 2 januari in de Jaarbeurshallen wel niet worden gehoord”.

De commentator noteert: “Zij die alleen komen om de muziek, krijgen een boodschap mee die op geen enkele wijze in staat is hun de weg te wijzen tot God. Zij die nog komen uit de behoefte aan religieuze bezinning, worden naar huis gestuurd met theorieën die hun de Bijbel uit handen slaan. Wat mogen we dan dankbaar zijn voor het werk dat in onze jeugdbonden geschiedt, waar nog in eerbied naar de Bijbelse boodschap wordt geluisterd in regelmatige vergaderingen en waar men ook niet schroomt het onvergankelijke Woord centraal te stellen op de Bondsdagen. In deze tijd een steeds zeldzamer voorrecht waarop we niet zuinig genoeg kunnen zijn, juist ook om onze jeugd te wapenen tegen de zuigkracht van manifestaties als het komende reli-popfestival, dat zo geheel is afgestemd op de smaak van moderne jonge mensen”.

De schrijver citeert tenslotte woorden uit 1 Johannes 2. “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’”[6].

Laten wij terugkeren naar onze eigen tijd.
November 2015.
Van allerlei kanten en via allerlei media komt muziek tot ons. Laten we eerlijk zijn: daar is muziek bij die we best mooi vinden. De kernvraag die we steeds moeten blijven stellen is: eren wij God als wij naar deze muziek luisteren?
De geschiedenis leert ons hoe belangrijk het is dat wij, als het hierom gaat, ook vandaag waakzaam en oplettend zijn!

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer ‘Pop met den Bijbel’. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 28 november 1970, p. 1. Het commentaar is ondertekend met d.V. Dat is dr. J.P. de Vries, die tussen 1963 en 2001 verschillende functies bij het Nederlands Dagblad bekleedde. Van 1974 tot 2001 was hij hoofdredacteur van het ND. Zie over hem http://www.parlement.com/id/vg09llkv5tzc/j_p_jurn_de_vries .
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Holland_Pop_Festival . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[3] Zie http://www.vandale.nl/ . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[4] Zie https://www.flickr.com/photos/iisg/4699044301/ . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[5] Professor doctor Anton Willem Joseph Houtepen (1940-2010) was ondermeer van 1992-2005 hoogleraar Oecumenica in Utrecht. De titel van zijn afscheidsrede, die hij op 4 november 2004 hield, luidt: ‘Anatomie van het anathema. Over uitsluiting en verzoening, verdeeldheid en hereniging in het oecumenische proces’. Zie http://profs.library.uu.nl/index.php/profrec/getprofdata/947/202/231/0 .
[6] 1 Johannes 2:15, 16 en 17.

19 november 2015

Kerkelijke kinderzegen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Hoe betrekken we de jeugd bij de kerk[1]? Er zijn wel mensen die zich dat afvragen.
Nu ja, laten wij nuchter zijn. Jongeren zijn al bij de kerk betrokken. Of zij dat nu leuk vinden of niet.
In een visiedocument las ik eens: “Kinderen zijn niet de toekomst van de kerk, ze zijn kerk”.
Dat is, naar het mij voorkomt, onzorgvuldig uitgedrukt.
De kinderen zitten in de kerk.
Maar zij zitten er niet alleen in. Er zijn immers nog veel meer mensen aanwezig?
Hoe dat zij: de kerk is geen toekomstmuziek voor kinderen. Bij de Here horen peuters en pubers er vanaf het prille begin bij. Iedereen telt bij de Here mee!

De Here wil dat we onze levens in Zijn dienst besteden.
En we moeten het goed beseffen: ons leven is in Gods hand.

Daarom was Hij ook zo verschrikkelijk boos over mensenoffers die in Jeremia’s tijd gebracht werden. “Waarom begaat gij een groot kwaad tegen uw leven, dat gij onder u man en vrouw, kind en zuigeling uit Juda uitroeit, zodat gij u geen overblijfsel laat, en dat gij Mij krenkt met de werken uwer handen, en in het land Egypte, waar gij zijt heengegaan om daar te verblijven, voor andere goden offers ontsteekt, opdat gij wordt een voorwerp van vervloeking en van smaad onder al de volkeren der aarde?”[2].
Mensenoffers: dat is wel het allerergste dat mensen met godsdienstige bedoelingen kunnen doen!

Zulke offers brengen wij niet. Natuurlijk niet.
De Here heeft, als het om mensenoffers gaat, geen reden om toornig op ons te zijn.
Nee, dat niet.
Maar men hoort christelijke jongeren wel eens zeggen dat zij het krijgen van kinderen graag nog wat uitstellen.
Wie zei hier eigenlijk dat ons leven in Gods hand is? Blijkbaar bepalen heel wat jongeren dat liever zelf!

Zou het teveel gezegd zijn als ik hier eens neerzet dat sommige jongeren eigenlijk een offer brengen ten gunste van zichzelf?
‘Ik wil nog geen kinderen, want ik wil dit of dat nog doen’.
‘Ik ben er gewoon nog niet aan toe’.
‘Wat moet ik nou met een kind?’.
Zulke dingen brengen jongeren te berde. Ook als zij verloofd of getrouwd zijn. En zij menen het serieus. Er zijn heus ook kerkmensen die zulke dingen zeggen.
Dat is geen offer voor God.
Het lijkt soms verdacht veel op een offer van en voor jongeren zelf. Daarmee bedoel ik: er is geen sprake van een geschenk aan God; jonge mensen geven zichzelf de ruimte. Het krijgen van kinderen wordt opgeofferd en men krijgt er mogelijkheden voor terug. Laten we het gemakshalve een ‘offer aan het eigen leven’ noemen.

Nu moeten wij op dit punt beslist niet gaan generaliseren.
Er kunnen hele goede medische redenen zijn om het krijgen van kinderen uit te stellen.
En laten we maar eerlijk zijn: er zijn situaties waarin er van moet worden afgezien. Dat is echt heel verdrietig. Sommige kinderen van God voelen, als het hier om gaat, levenslang teleurstelling. Dat is goed te begrijpen. En het is de taak van de kerk om zulke mensen op te vangen en mee te leven.

Ik keer terug naar de kinderzegen. En ik stel de vraag: wat is feitelijk de positie van jongeren in de kerk?
Ik geef het antwoord aan de hand van twee trefwoorden:
a. wapens
b. beloften

a.
Jongeren zijn wapens die de Verbondsgod aan de kerk gegeven heeft.
In Psalm 8 lees ik namelijk:
“Uit de mond van kinderen en zuigelingen
hebt Gij sterkte gegrondvest, uw tegenstanders ten spijt,
om vijand en wraakgierige te doen verstommen”[3].
Kinderen maken ongelovige mensen sprakeloos. U en ik horen het soms zeggen: ‘Dat zo’n klein baby’tje alles al hééft. Alles zit er op en er aan!’. Schrijver dezes heeft die woorden ook al wel eens gehoord. De woorden werden uitgesproken door een jonge vader. De betreffende ouders zijn niet erg godsdienstig. Maar toch begrepen zij dat daar in de wandelwagen een wonder lag. En dan hebben we ’t alleen nog maar over het prille begin van een mensenkind!

b.
Als wij kinderen in de kerk zien weten wij: de Here heeft ons heel wat wapens gegeven.
Maar wij bedenken ook: Gods beloften komen uit. Petrus zei het, vlak na z’n Pinksterpreek: “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal”[4].
Over die beloften mogen ouders vertellen.
En ze mogen zich laten bijstaan door allerlei kerkmensen.

Eén ding is zeker: dat vertellen, dat doorgeven zit soms in hele kleine dingen.
In een kerkbladrubriek waarin de Psalm van de Week kort wordt toegelicht, bijvoorbeeld[5].

Bij die doorgeefactie komen ook de kinderlozen aan bod.
Want ook aan hen vraagt de Here: heeft u aan de kinderen van de kerk uitgelegd wat mijn beloften inhouden? Heeft u van de gelegenheden gebruik gemaakt? Heeft u ’t gezegd? Heeft u het in uw leven laten zien?

Graag vraag ik in dit kader ook aandacht voor de bejaarden.
Zij kunnen in woord en daad een voorbeeld zijn voor hun kinderen en kleinkinderen.
Ook aan hen vraagt de Here: heeft u zo duidelijk mogelijk getoond hoe Ik werk? Heeft u getoond dat het in feite een weelde is om Gereformeerd te zijn? Heeft u gewaarschuwd voor de valkuilen die we in het Gereformeerde leven hebben?
En u begrijpt wel: op die manier komt binnen de kortste keren de hele gemeente in beeld.

In Efeziërs 6 windt Paulus er geen doekjes om. Hij schrijft: “Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. Eer uw vader en uw moeder – dit is immers het eerste gebod, met een belofte – opdat het u welga en gij lang leeft op aarde”[6].
Misschien zegt iemand: christenen en ongelovigen leven gemiddeld even lang. Maar dat is hier niet de bedoeling.
Paulus grijpt hier terug op Gods wet zoals we die vinden in Deuteronomium 5. “Eer uw vader en uw moeder, zoals de Here, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en het u wèl ga in het land, dat de Here, uw God, u geeft”[7]. Dat sloeg in het Oude Testament op het leven in het toekomstige land Kanaän. In Nieuwtestamentisch licht betekenen die woorden: Gods evangelie gaat naar alle uithoeken van de aarde, en iedereen die Hem gehoorzaamt mag rekenen op Zijn zegen.

Paulus schrijft in Efeziërs 6 ook nog: “En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren”[8].

En nu kijk ik nog even naar de ‘uitstellers’ van hierboven.
Ik moet eerst nog wat anders doen, zeggen die uitstellers soms. Anderen zeggen ronduit dat ze er nog niet aan toe zijn. Als ik het goed begrijp betekent dat ook wel eens: ik denk dat ik geen kinderen kán opvoeden. Menselijkerwijs is dat goed voorstelbaar. Maar Gods kinderen mogen rekenen op Zijn zegen.
En trouwens: hadden wij in het voorgaande niet de hele gemeente in beeld?

Hierboven stond die vraag: hoe betrekken we jongeren bij de kerk?
Dat is een merkwaardige vraag. Hoogst merkwaardig.
Waarom zou de militia Christi allerlei door Hem uitgereikte wapens ongebruikt laten liggen?
En bovendien: het is niet meer dan logisch dat we Gods beloften doorgeven.
Daarom is mijn wens dat er in de kerk nog veel kinderen zullen worden geboren!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 16 november 2006.
[2] Jeremia 44:7 en 8.
[3] Psalm 8:3 (onberijmd).
[4] Handelingen 2:39.
[5] Dat gebeurt in het Gereformeerd kerkblad De Bazuin.
[6] Efeziërs 6:1, 2 en 3.
[7] Deuteronomium 5:16.
[8] Efeziërs 6:4.

18 november 2015

Evangelie voor eenvoudigen

Waar heeft Jezus Zijn autoriteit vandaan[1]? En waar heeft Hij Zijn kennis eigenlijk opgedaan?
Dat vragen de mensen zich in Johannes 7 af. “Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen?”[2].

Jezus is daar erg duidelijk over. De kennis en de autoriteit die Hij heeft, ontving Hij van Zijn Vader.
En de kwestie is: wie Vaders wil gaat doen, begrijpt ook heel snel iets meer van de grote dingen die de Here met deze wereld van plan is.
Jezus zegt: ik spreek niet vanwege Mijn eigen eer. Het wordt duidelijk: Hij wil niets liever dan Zijn Vader eren.

Zo zitten mensen niet in elkaar.
En de kerkleiders in Johannes 7 zitten helemaal niet zo in elkaar. Hun positie is bijna heilig.
Het komt mij voor dat we dat laatste vandaag wel enig accent mogen geven.

Immers, ten diepste is er in 2015 nog weinig veranderd.
Eigen eer is soms reuze belangrijk, ook al laten we dat slechts heel voorzichtig blijken.
Nu het hierom gaat, denk ik ook aan kleine kerkverbanden. Voor het gemak noem ik het kerkverband waar ikzelf een plaats ontvangen heb: de Gereformeerde kerken (hersteld) (DGK). Wie daar enige leiding geeft, ontvangt bijna automatisch relatief veel gezag. Er wordt naar hem gekeken. Er wordt naar hem geluisterd.
Als dat laatste gebeurt, wat moeten de broeders en zusters in de kerk dan zeggen?
Moeten zij bewonderend mompelen: tjonge, wat een verstandige man is die Broeder Vooraan…?
Nee, zij moeten zeggen: houdt Broeder Vooraan ons op het pad waar de Here ons hebben wil? Zij moeten kritisch blijven en zeggen: wij gaan zien of datgene wat Broeder Vooraan past op de lijn die ons in Gods Woord getekend wordt.
Gezaghebbenden in de kerk zijn, als het goed is, ten diepste dienstbare mensen!
Misschien is Broeder Vooraan een verstandig man. Laten wij, in dat geval, de Here danken dat Hij in de kerk mensen geeft die liefdevol leiding geven.

Er is nog wel meer te zeggen.
Er zijn heel wat mensen die een beetje moe worden van alle discussies over Gods Woord. Zij gaan jeremiëren en zuchten. Zij klagen dat iedereen de Bijbel weer anders uitlegt. Wat moeten ze met al die verschillende exegeses? Waar eindigt al dat gepraat?
Op de lange termijn leggen ze de Bijbel maar een beetje uit het zicht. In het gunstigste geval lezen de klagers er nog wel wat in. Maar van echt studeren komt het niet meer. Want daar wordt het te moeilijk van. Te ingewikkeld. Dat lezen werkt slechts complicerend voor het dagelijks bestaan.
Terecht merkt een uitlegger op: “Alleen wanneer je bereid bent om te gehoorzamen, zul je kunnen ontdekken of een bepaalde uitleg van een bijbelgedeelte een uitleg van mensen is of dat de uitleg de bedoeling van God weergeeft” [3].

De Heiland windt er geen doekjes om.
Hij zegt: u zegt dat u zich aan de wet van Mozes houdt; maar dat doet u helemaal niet. En waarom niet? Omdat de wet van Mozes eigenlijk naar Christus wijst, en naar de beloften die Hij aan Zijn volk geven wil.
“Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Waartoe tracht gij Mij te doden?”[4].

Jezus’ luisteraars verklaren Hem voor gek. Stapelgek!
Wie heeft er nou gezegd dat Jezus uit de weg geruimd moet worden? Niemand toch? Dat de kerkleiders, in hun hart en achter gesloten deuren daar wel eens over denken en praten – nee, daar weet de meute niet van.

Johannes 7: goed beschouwd is dat Evangelie voor eenvoudige gelovigen.
Wie Jezus Christus wil eren, moet Zijn wil doen. Zo iemand moet Jezus gehoorzamen.
Kom je dan in een keurslijf terecht? Wordt het leven dan begrensd en beknot?
Zeker niet.
Jezus Christus weet dat de kerkleiders Hem kwijt willen. Jezus is te lastig. Jezus brengt de tot dan toe onbetwiste positie van de Schriftgeleerden in gevaar. Weg met die Man!
De Heiland weet dat allemaal al. Hij gaat willens en wetens de dood in. Want – om met Johannes 3 te spreken: “alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”[5].

Johannes 7 is, noteerde ik hierboven, Evangelie voor eenvoudige mensen.
Laatst hoorde ik een kind van 6 jaar aan zijn moeder vragen: ‘Mama, wat is Evangelie?’. Mama vroeg terecht: ‘Zullen we ’t daar later nog eens over hebben?’. Er stond namelijk warm eten op tafel…
Wat is Evangelie?
Dat is – als ik dat vandaag zo mag samenvatten – 4 G.
* God gehoorzamen
* geloven dat Jezus voor onze zonden gestorven is.

Laten we er samen voor vechten om die eenvoud te behouden!

Noten:
[1] Volgende week woensdag, 25 november 2015, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op die bijeenkomst zal Johannes 7 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Johannes 7:15.
[3] In deze alinea gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1015.pdf (pagina 72). Geraadpleegd op donderdag 29 oktober 2015.
[4] Johannes 7:19.
[5] Johannes 3:16.

17 november 2015

Geniet van groot geluk!

De waarde van Christus’ hemelvaart, waar zit die in?
De Heidelbergse Catechismus geeft in Zondag 18 het antwoord:
“Ten eerste is Hij in de hemel voor het aangezicht van zijn Vader om voor ons te pleiten.
Ten tweede hebben wij in Hem ons vlees in de hemel tot een onderpand, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot Zich nemen zal.
Ten derde zendt Hij ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht zoeken wij wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is”[1].

Nog korter:
* de hemel is de rechtszaal van onze vrijspraak.
* de hemel is het gebied van ons toekomstig geluk.
* de hemel is ons oriëntatiepunt.

Het gaat in Zondag 18 over:
* Christus’ hemelvaart.
* onze toekomstige woonplaats.
Het is heel belangrijk om dat vast te houden.

U weet het misschien wel: Rooms-katholieken praten vaak over de tenhemelopneming van Maria.
Daar zijn allerlei verhalen omheen.
In een internetencyclopedie staat te lezen: “Over het overlijden en vervolgens met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria zijn verschillende verhalen in omloop die uit de kerkelijke traditie afkomstig zijn. In de Bijbel wordt er niet over geschreven. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden ofwel in Jeruzalem ofwel in Efeze. Volgens een bepaalde traditie waren alle apostelen hierbij aanwezig, behalve Tomas. Toen deze aankwam was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Tomas in zijn eentje haar graf. Tomas zag toen de tenhemelopneming van Maria. Daarbij kreeg hij van Maria haar gordel. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hun de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Tomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus”[2].
En zo gaat het verder.
Het is maar een klein zinnetje: in de Bijbel wordt er niet over geschreven. Met andere woorden: over Maria doen een hoop verzinsels de ronde. Laten we er verre van blijven!

Professor B. Kamphuis schreef onlangs: “Het probleem van de nieuwere Maria-dogma’s in de Rooms-Katholieke Kerk (over de onbevlekte ontvangenis en de hemelvaart van Maria) is dat ze het solus Christus bedreigen. Maria wordt wel heel erg op één lijn gesteld met haar Zoon”.
De hoogleraar gaf in het betreffende artikel zijn steun aan een oecumenische feestdag voor Maria. “Laten we naar aanleiding van de feestdag voor Maria grondig en eerlijk doorspreken over wat ons verbindt en wat ons scheidt als het gaat om de moeder van onze Heer”[3].
Als ik dat lees, denk ik: mensen, houdt toch houdt afstand van zo’n Maria-feestdag!
Gods Woord hemelt Maria in het geheel niet op.
Zie bijvoorbeeld Mattheüs 1: “De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest”[4].
Of Handelingen 1: “Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”.
Of Johannes 19: “En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala”[5].
Ik wil maar zeggen: solus Christus, daar gaat het om in de kerk!

Hierboven stond het al genoteerd:
* de hemel is de rechtszaal van onze vrijspraak.
* de hemel is het gebied van ons toekomstig geluk.
* de hemel is ons oriëntatiepunt.

Iemand zei daar eens over: “Hemelvaartsdag is voor mij de eeuwige troonsbestijging. Het is zo mooi, zo’n ontzettend blijde boodschap vooruitlopend op Pinksteren. Want het beste moet nog komen, als we gaan naar de voleinding van de wereld. Het is zo intens om in die wetenschap te leven”
En: “Ook al doe je domme dingen, God blijft altijd trouw. Dat geloof en die liefde beleef ik intens bij de boodschap van Hemelvaart. Voor geen goud wil ik dat weer kwijt”.
Verder:
De psalmen 45 en 72 “zijn de Koningspsalmen, echte Koningsliederen. Die twee psalmen sluiten heel mooi aan bij de boodschap van Hemelvaart. De grootste belofte is dat Jezus terug zal komen en dat kan mij niet snel genoeg zijn.
Kijk naar de wereld, de aidspatiënten, de oorlogen, de verkrachtingen en andere verschrikkingen. Ellende is overal om ons heen, in het Midden-Oosten en Israël bijvoorbeeld. Die ellende versterkt mijn verlangen naar de wederkomst. Kijk naar de rijkdom en de machthebbers op aarde.
Hebzucht regeert. Maar alle heren gaan voorbij. Onze Here komt echter en aan Zijn heerschappij komt nooit een eind”.
En:
“Ik houd ontzettend veel van mijn vrouw en van mijn kinderen. Maar ik wil hier geen vijf minuten te lang zijn. Dus ja, ik leef elke dag in die verwachting. Je verstand staat toch stil als je beseft dat God je leven liefheeft. Het is toch onbegrijpelijk dat God de wereld omarmt. De wederkomst van Jezus is voor mij een zeer troostvolle gedachte, ons leven ligt in Zijn handen”[6].

Het bovenstaande citeer ik met instemming.
Voordat we ’t weten wordt Zondag 18 een Catechismusdeel dat wij keurig belijden, goed Gereformeerd als wij zijn. De Heidelbergse Catechismus telt tweeënvijftig Zondagen, en dit is er één van.
Echter: goed beschouwd zegt Zondag 18 ons: mensen, het wordt feest; groot feest.
En Jezus Christus, onze Heiland, zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat het een feest op niveau blijft. Op hemels niveau.
En daarom spoor ik u vandaag van harte aan:
* geachte lezers, hou vol!
* volhardt in uw geloof!
Christus bewaakt Zelf de erfenis die ons reeds van oude tijden af is toegewezen. Daar hoeven wij niet aan te twijfelen. God Zelf bepaalde de afmetingen van het schitterende gebied waar wij later zullen gaan wonen; en realiseer u maar dat verhuizen er dan niet meer bij is. En, geachte lezers, geniet maar vast van het vooruitzicht. Het uitzicht op de hemel. Denk er maar over. En zing er maar van.
De dichter van Psalm 16 doet het ons voor:
“Getrouwe HEER, Gij zijt mijn enig goed,
Gij zijt mijn heil, mijn erfdeel en mijn beker.
Wat Gij mij toeweest, wordt door U behoed,
ik weet bij U mijn toekomst eeuwig zeker.
Het meetsnoer viel voor mij in schone dreven:
het erfdeel tot bekoring mij gegeven”[7].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus, Zondag 18, antwoord 49.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Maria-Tenhemelopneming .
[3] Barend Kamphuis, “Maria is een feestdag waard”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 oktober 2015, p. 9. Professor Kamphuis was tussen september 1987 en september 2015 hoogleraar systematische theologie – eertijds ‘dogmatiek’ geheten – aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen.
[4] Mattheüs 1:18.
[5] Johannes 19:25.
[6] Aan het woord is de heer Klaas Hoekstra uit Nijkerk. Zie: Henri Scholing, “Ik wil hier geen vijf minuten te lang zijn”. In: De Wekker, vrijdag 10 mei 2013, p. 6 en 7. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[7] Psalm 16:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

16 november 2015

Moreel failliet?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Jaren geleden al schreef iemand in het Reformatorisch Dagblad dat Nederland moreel failliet is. Voor wat betreft de manieren en gebruiken is Nederland, vanuit een gelovig gezichtspunt bezien, ten diepste een totaal mislukte samenleving.
De schrijver die dat zo stelde, noteerde erbij: “Een graadmeter voor de mate van beschaving van een maatschappij is de manier waarop de samenleving de zwaksten behandelt. Passen we die norm op onze maatschappij toe, dan scoren wij een 0”[1].

Er is veel zinloos geweld.
Er zijn talloze gebroken huwelijken.
De maatschappij verruwt in snel tempo.
En als u, geachte lezer, een beetje uw best doet kunt u het bovenstaande lijstje van sombere beschrijvingen van de stand van zaken in onze samenleving nog veel langer maken.

Het is – kortom – buiten kijf dat de man die bovenstaande dingen schreef, gelijk heeft. En dat is natuurlijk ernstig.
Het lijkt me dat we ook zonder omwegen vast moeten stellen dat Nederland de rekening gepresenteerd krijgt van Woordverlating en eigenwilligheid. Maar daarom is de situatie nog niet hopeloos te noemen.

Hierover schrijvend denk ik aan Jeremia 6. Daar lees ik namelijk: “Laat u tuchtigen, Jeruzalem, opdat ik Mij niet van u losrukke, opdat Ik u niet make tot een woestenij, een onbewoond land!”[2].

Inderdaad, de Here straft.
Maar uit die straf concludeert de kerk dat de Here volop bij Zijn volk betrokken is. Als de Here straft vergeet Hij Zijn kinderen blijkbaar niet. Als de Here misdaden vergeldt doet Hij dat vanuit het verbond. Zorg voor Zijn volk wordt soms getoond in een harde aanpak van de wereldproblemen.

Uit Gods Woord kunnen we afleiden dat het de bedoeling is dat we aan mensen rondom ons uitleggen waar al die malaise vandaan komt.
We moeten laten blijken dat de duivel een leeg huis zoekt. Als hij een dergelijk pand gevonden heeft, trekt hij er met een verbijsterende onmiddellijkheid in. En hij neemt meteen vele kornuiten mee. Zo staat dat in Mattheüs 12: “Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij het leegstaan en geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin. Alzo zal het ook gaan met dit boze geslacht”[3].
Als de Here God uit het leven weggedrukt is, neemt Zijn tegenstander de lege plek haastig in. En dan wordt het binnen de kortste keren een janboel op aarde.

We moeten expliceren dat de Here straf over een land brengen kan.
De mensen vragen wellicht: en waaraan zien we dan dat bepaalde tegenspoed moet worden uitgelegd als Gods straf? Ons antwoord moet dan helder zijn. Gods werkplan kunnen wij niet volgen. Wij kunnen niet van minuut tot minuut uitleggen wat Hij precies aan het doen is. Want Hij is God. En wij zijn slechts kleine mensen. Maar feit dat er wel degelijk van Goddelijke straf sprake kan zijn.
Ik wijs u, nu het hierom gaat, ook op Ezechiël 12. In dat Schriftgedeelte wordt de ballingschap symbolisch voorgesteld. En daar staat dan bij: “Maar Ik zal van hen een klein aantal mannen het zwaard, de honger en de pest doen overleven, opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de volken in wier gebied zij komen; en zij zullen weten dat Ik de Here ben”[4]. Met andere woorden: ongelovige mensen erkennen God niet; maar ze zúllen weten dat Hij er is!

Leest u vooral niet over dat zinnetje heen: “… en zij zullen weten dat Ik de Here ben”.
Dat geldt uiteraard voor die ongelovigen. Maar er zit ook een boodschap voor Gods kinderen in. Immers: impliciet wordt duidelijk dat het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft, nog altijd geldig is. Het is niet zo dat God in Zijn boosheid het verbond maar laat voor wat het is. Het heeft nog steeds juridische waarde!

Vanuit dat perspectief bezien is het wel logisch de Here in Ezechiël 16 zegt: “Maar Ik zal mijn verbond met u uit de dagen van uw jeugd gedenken, en een eeuwig verbond met u oprichten”[5].
Nee, zondige mensen hebben niets verdiend. Helemaal niets.
Maar zondige kinderen van God mogen wel rekenen op Zijn trouw. Vandaar dat eeuwige verbond!

In onze maatschappij hebben we te maken met moreel verval.
Wat hebben wij als kerkmensen te melden?
Een heleboel bederf. Ontaarding. Kortom: in de kerken is het meestentijds niet veel beter als in de samenleving om ons heen.
Hier en daar vinden we nog een handjevol echte Gereformeerden.
Wij weten dat Gods verbond nog altijd geldig is.
En wij weten dat God Zijn werkplan heus wel uitvoert. Ook al denken velen dat dat alleen maar iets uit voorbije tijden wezen kan.
En wij beseffen dat zich in stilte een rijpingsproces voltrekt. God laat het onkruid in de akker staan tot de oogsttijd aangebroken is.
Zo staat het namelijk in Gods Woord.

Dit artikel eindigt daarom met een citaat uit Mattheüs 13.
Daar lezen we hoe het afloopt.
De kerk geniet onderwijs over het einde van de wereld.
In de kerk zitten Verbondskinderen die hoger onderwijs krijgen. Elke zondag. En Gods Woord biedt repetitiestof. We mogen het lezen. Zo vaak als wij willen.
En elke dag komen we weer een stap dichter bij de voleinding der wereld.
Daarom is er meer te melden dan Neêrlands moreel verval.
Moreel failliet?
Dat geldt niet voor Gods kinderen!
Lees het maar en onthoudt het maar:
“Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die ongerechtigheid bedrijven, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk huns Vaders. Wie oren heeft, die hore!”[6].

Noten:
[1] Die schrijver was mr. Johan Rhodius. Te vinden op http://www.refdag.nl/opinie/nederland_is_moreel_failliet_1_190504 .
[2] Jeremia 6:8.
[3] Mattheüs 12:43, 44 en 45.
[4] Ezechiël 12:16.
[5] Ezechiël 16:60.
[6] Mattheüs 13:40-43.

13 november 2015

Als het Schriftgezag wordt aangetast

Onlangs grasduinde ik wat in enkele edities van het Nederlands Dagblad.
Ergens stond een krantenkop ‘Om de fundamenten’. Ik houd van zo’n opschrift. Het ruikt naar iets principieels. En u weet het: daar ben ik wel van.

Zo komt het dat wij ons thans verplaatsen naar zaterdag 21 november 1970.
Op de voorpagina van het Nederlands Dagblad staat een wat lang uitgevallen commentaar, dat begint in de linkerbovenhoek[1].

“De synode van Sneek, de hoogste vergadering van de gebonden Geref. kerken, heeft uitspraak gedaan over meer dan tweehonderd bezwaarschriften, die tegen de leringen van prof. Kuitert e.a. waren ingebracht. In het geding was het Schriftgezag, meer in het bijzonder toegespitst op datgene wat ons in Genesis 2 en 3 als goddelijke waarheid wordt verhaald. Volgens prof. Kuitert en diens medestanders – zulke medestanders bevonden zich ook onder de leden der synode – is Adam géén historisch persoon, maar een door de Joodse schriftgeleerden uitgedacht ‘leermodel’. Zoiets als ‘Elckerlyc’ uit het middeleeuwse spel van die naam: niet een bepaald historisch persoon, maar de-mens-in-het-algemeén, zoals hij staat tegenover God. De synode heeft wel een uitspraak gedaan, maar niet gekozen. Het werd een lang verhaal over ‘enerzijds-anderzijds’ , waarin Kuitert een tikje op de vingers kreeg en de verontrusten een klap op hun hoofd kregen, maar er gebeurt verder niets”.
Einde citaat.

In het commentaar gaat het over de synodaal-gereformeerde kerken.

De commentator wijst op Elkerlyc, een middeleeuws spel dat als moraal heeft dat elkerlyc – iedereen – voor God rekening en verantwoording van zijn aardse leven dient af te leggen.
Iedereen moet zich voorbereiden op de toegang tot de hemel. Dat kan men verwezenlijken door deugd met zich mee te dragen en zelfkennis te ontwikkelen. Door die zelfkennis kan Elkerlyc biechten, waardoor hij een beter mens wordt. Hij oefent zich in positieve eigenschappen: wijsheid, kracht en schoonheid bijvoorbeeld.
Als de dood uiteindelijk komt, is goedheid het enige dat overblijft. Eigenschappen kunnen veranderen, maar na de dood is goedheid het enige dat er nog toe doet.

Gebeurt er echt helemaal niets? Wordt het ondergraven van het Schriftgezag oogluikend toegestaan?
Ach, helemaal stil blijft het niet.
“Behalve dan dat enkele deputaten werden aangewezen die moeten trachten de kloof tussen mannen als Kuitert enerzijds en ds. Van Til anderzijds te overbruggen”.

Deputaten zijn, zoals u waarschijnlijk weet, commissieleden van een classis of synode.
Die deputaten doen vaak nuttig werk.
Maar eerlijk is eerlijk: deputaatschappen zijn soms ook doekjes voor het bloeden. Als een probleem dreigt te escaleren, stelt men een deputaatschap in. In de hoop dat het niet uit de hand loopt, natuurlijk.
Uit het bovenstaande leren we:
* als het om principiële zaken gaat kan een deputaatschap nuttig werk doen
* dat deputaatschap moet niet te lang bestaan; liefst niet meer dan een jaar of drie
* daarna moeten classes of synodes heldere uitspraken doen, waarin niet om de hete brij heen wordt gedraaid.

Wij lezen verder.

“In ‘Waarheid en Eenheid’ schreef ds. J.B. van Mechelen[2]:
‘In feite brengt dit besluit een grote mate van leervrijheid. Er is afwijking geconstateerd van synode-uitspraak, belijdenis en Schrift; en toch volstaat de synode met een deputaatschap voor het zoeken naar onderlinge eenheid, ook in die zaken, waar duidelijk verschil van mening openbaar werd. Zij acht zelfs de eenheid van het kerkelijk belijden niet op zodanige wijze in het geding, dat daarover thans nadere beslissingen zouden moeten worden genomen’.
Dit zijn dingen die ook óns aangaan. Niet alleen omdat het hier gaat over kerken en kerkmensen, waarmee wij tot ruim een kwart eeuw geleden nauw verbonden waren, maar vooral omdat de betrouwbaarheid van Gods Woord en de eer van Zijn Naam in het geding zijn. De moderne mens, ook als hij zich misschien nog christelijk noemt, heeft in de praktijk God dood verklaard. Met Hem behoeft men niet meer te rekenen. leder mag zeggen en doen wat hij wil, want God zwijgt toch, en grijpt niet in. Bestaat Hij wel? Maar Hij is de eeuwig Levende, de enige die leven in Zichzelf heeft. Hij is de Alziende, de Alwetende, de Alomtegenwoordige. Hij heeft alle haren van ons hoofd geteld. Hij kent onze diepste gedachten. Voor hem is er niets verborgen. Er kan ook geen kerkelijke vergadering bijeenkomen, of Hij is daar. Hij hoort wat daar over Zijn Woord en Zijn Wet wordt gezegd en Hij vertoornt zich schrikkelijk, wanneer zelfs christenmensen het gezag van dit Woord aantasten. Zouden wij er dan niet mee te maken hebben, wanneer het om Hèm gaat?”.

In kerkelijke vergaderingen is de God van het verbond aanwezig. Dat is helemaal waar.
We moeten beseffen dat de duivel, als het gaat om het onderuit halen van Christus’ werk, heel precies weet waar hij wezen moet. Met name ambtsdragers moeten zich daar altijd bewust van blijven!

Laten wij verder lezen.

“Laat men zichzelf en anderen toch niets wijsmaken! Kuitert en de zijnen willen van een historische Adam niet weten, omdat zij niet willen weten van een historisch paradijs, niet van een eerste mens die uit het stof der aarde door God is geschapen. De mens is, langs de weg van een miljoenen, of ais men wil miljarden jaren in beslag nemende evolutie, voortgekomen uit de oercel die zich ontwikkelde tot plant, tot vis, tot landdier, tot aap en uiteindelijk tot het tweebenige schepsel dat we de oermens noemen.

Tientallen eeuwen lang hebben wij de Bijbel verkeerd gelezen. De Heilige Geest heeft de Kerk niet geleid in alle waarheid. Eerst nu begint het juiste inzicht door te dringen. Het Oude Testament is eenvoudig de neerslag van Israëls vroomheidsbevindingen. In de historische boeken ervan zitten allerlei sagen en wonderverhalen verwerkt, die wij niet als letterlijke waarheid moeten aannemen. In het verleden heeft men deze fout gemaakt, maar wij, moderne mensen, moeten de Bijbel op ónze manier lezen, daarbij voorgelicht door het wetenschappelijk inzicht van uiterst progressieve professoren. Dit wil in feite zeggen dat wij de Bijbel gaan kneden naar het model dat overeenkomt met de nieuwste opvattingen van de jongste geleerden. En omdat wij uit het Woord God leren kennen, vormen wij ook Hem naar ons inzicht. Zó staan hier de zaken. Wie de fundamentsteen onder het gebouw laat weghalen, kan eerst nog wel de illusie koesteren dat het gebouw blijft staan, maar binnen zeer korte tijd zal het huis scheef zakken, zullen de muren gaan scheuren, zal het bouwwerk tot een bouwval worden.

Prof. Kuitert wil bij zijn beeldenstorm voor één voorhangsel nog halt houden. Aan de historische betrouwbaarheid van wat de Heilige Schrift leert omtrent de geboorte, het lijden en sterven, de opstanding en de hemelvaart van onze Heiland wil hij nog wel vasthouden. Het is in het kader van zijn opvattingen een inconsequentie. Waarom zijn die gedeelten van de Schrift wèl letterlijk waar en andere niet? Straks zal blijken dat radikale volgelingen van deze leermeester ook die laatste stap gaan doen. Men kan niet de historische werkelijkheid van de eerste Adam ontkennen en toch het Middelaarswerk van de tweede Adam volledig aanvaarden en eerbiedigen”.

De kwestie van de leer der evolutie is ook vandaag nog actueel.
De commentator wordt er welhaast sarcastisch van.
En dat is warempel geen wonder!

Bij dit alles realiseer ik mij eens te meer hoe belangrijk het is om principieel te denken.
In dezen denk ik aan mijn in april 2010 overleden moeder die aan haar zeven kinderen leerde: als je iets doet, bedenk dan wat er gebeurt als iedereen dat doet.
Dat geldt te meer voor broeders die in de kerk een vooraanstaande plaats ontvangen hebben. Juist theologen en kerkenraadsleden zullen zich steeds moeten afvragen: als ik op deze manier spreek en werk, kan de gemeente de Here morgen dan net zo goed dienen als vandaag? Of propageer ik een dwaalleer die talloze goedwillende gelovigen van het rechte pad afbrengt?

Eén citaat veroorloof ik mij nog.
“Niet enkel het Woord van God, maar evenzeer de Wet van God wordt op deze wijze krachteloos gemaakt. De vrijheids-, gelijkheids- en broederschapsidealen van de revolutie blijken geschikte instrumenten om het Koninkrijk Gods hier en nu te verwezenlijken”.

Dat citaat brengt ons nog vérder het verleden in. Naar de Franse Revolutie, namelijk. U weet wel: die politieke omwenteling aan het eind van de achttiende eeuw[3]
Dat citaat brengt ons vervolgens ook bij de Verlichting – één van de oorzaken van die revolutie –:  de periode waarin traditie wordt vervangen door de macht van het rationele denken[4].
Gereformeerde mensen zullen het zich moeten realiseren: als Gods Woord verstandelijk verklaard gaat worden, staat de revolutie levensgroot in de kerk!

Noten:
[1] “Om de fundamenten”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 21 november 1970, p. 1. Ook te vinden via www.delpher.nl . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.
[2] Dominee van Mechelen leefde van 1914 tot 2003.
Over hem schreef het Reformatorisch Dagblad indertijd: “In Urk is afgelopen dinsdag ds. J.B. van Mechelen, emeritus predikant van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, overleden. Hij was 88 jaar. Johannes Baptista van Mechelen werd op 23 mei 1914 geboren te Rotterdam. Hij groeide op in een gereformeerd gezin. In 1942 werd hij gereformeerd predikant. Hij diende de gemeenten van Roosendaal (1942), Oostburg (1949), Heinenoord (1963) en Urk (1969). In 1977 ging ds. Van Mechelen over naar de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In 1979 ging hij met emeritaat. Ds. Van Mechelen was onder andere hoofddocent van wat nu heet de Reformatorische Hogeschool te Zwolle en hoofdredacteur van het blad ‘Waarheid en eenheid’. Zie:  “Ds. van Mechelen overleden”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 21 februari 2003, p. 2. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[3] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_(stroming) . Geraadpleegd op zaterdag 24 oktober 2015.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.