gereformeerd leven in nederland

31 december 2015

Jaarwisseling 2015-2016: rein het nieuwe jaar door

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Vandaag is het Oudejaarsdag. Morgen gaan we het jaar 2016 in. Wij staan dus op de drempel van een nieuw begin.
In verband daarmee vraag ik vandaag graag uw aandacht voor enkele aspecten van Gods Woord, zoals dat tot ons komt in Exodus 30. De bedoelde passage citeer ik in de volgende alinea.

“De Here sprak tot Mozes: Gij nu zult een vat van koper maken met een voetstuk van koper, voor de afwassingen, het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het altaar, en daar water in doen. En Aäron en zijn zonen zullen daarin hun handen en voeten wassen. Wanneer zij naar de tent der samenkomst komen, zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij naderen tot het altaar, om dienst te doen en een vuuroffer in rook te doen opgaan voor de Here. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; het zal voor hen een altoosdurende inzetting zijn, voor hem en voor zijn nakomelingen naar hun geslachten.
De Here sprak tot Mozes: Gij nu, neem u zeer fijne specerijen: vijfhonderd sikkels vanzelf gevloeide mirre, en half zoveel: tweehonderd en vijftig sikkels, welriekende kaneel, en tweehonderd en vijftig sikkels welriekende kalmoes, en vijfhonderd sikkels kassie, naar de heilige sikkel, en een hin olijfolie. Gij zult het tot een heilige zalfolie maken, als een zorgvuldig bereid mengsel, zoals een zalfbereider dat bereidt; het zal een heilige zalfolie zijn.
Gij zult daarmede zalven de tent der samenkomst en de ark der getuigenis, de tafel met al haar gerei, de kandelaar met al zijn gerei, en het reukofferaltaar; het brandofferaltaar met al zijn gerei, het wasvat met zijn voetstuk. Gij zult ze heiligen, zodat zij allerheiligst zijn; ieder die ze aanraakt, zal heilig zijn. Ook Aäron en zijn zonen zult gij zalven en heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden”[1].

De priesters moeten, als zij in de tempel dienst doen, zichzelf reinigen. Reinheid is een absolute voorwaarde in het Verbondsverkeer. Een ongewassen priester vindt de dood.
De zalfolie is heilig. En ook heiligend. Die olie mag alleen in Gods heiligdom gebruikt worden. Iemand die deze zalfolie volgens de voorschriften maakt, maar ‘m vervolgens gebruikt voor de zalving van een onbevoegde, zal uitgeroeid worden.

Wat wil dat zeggen? In ieder geval het volgende.
Van nature zijn priesters voor de hemelse God ontoonbaar. Niet om aan te zien. De vuilheid ten top.
Toch wil de Here zulke mensen inzetten. Hij gebruikt mensen in die tot in de vezels van hun bestaan bedorven en verdorven zijn. Hij heeft mensen in dienst die vanuit zichzelf op geen enkele manier bij God passen.
De Verbondsgod had ook kunnen besluiten Zijn plan uit te voeren zonder tussenkomst van mensen. Maar dat deed Hij niet. En dat doet Hij nog steeds niet.
Feitelijk is het een wonder dat de Here God menselijk instrumentarium gebruikt!
Wij gaan een nieuw jaar in. Als de Here Jezus nog niet terugkomt zal de kerk ook in het komende jaar blijven bestaan. Dat is, als wij naar alleen naar de prestaties van mensen kijken, volstrekt verbazingwekkend. Maar de God van hemel en aarde roept ons op om onze blik op Hem te richten. Hij draagt zorg voor Zijn kerk. Hij heiligt haar. Hij draagt haar de toekomst in. Daar mogen en moeten wij op blijven vertrouwen.

Voelt u hoe belangrijk heiliging van het leven is?
Vandaag zijn alle door God uitgekozen mensen priesters. Al die priesters brengt Hij in de kerk bijeen.
Denkt u in dit verband maar aan 1 Petrus 2: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[2].
Een exegeet noteert bij deze tekst: “Elke gelovige is een priester van God die dienst doet in het huis van God, de gemeente, met als eerste opdracht: het brengen van offers”. Met die offers zijn onze gebeden, onze lofprijzingen en onze dankzeggingen bedoeld[3].
De Here roept ons op om heilig te leven: in de wereld, maar niet van de wereld. Vandaag, en ook in het komende jaar 2016.

Laat ik teruggaan naar Exodus 30.
Die zalfolie staat symbool voor de aanwezigheid van de Heilige Geest. De Here God geeft steun en hulp aan mensen die, in Zijn dienst, leiding dienen te geven. Koningen bijvoorbeeld. En profeten. Denkt u maar aan Psalm 2:
“Waarom woelen de volken
en zinnen de natiën op ijdelheid?
De koningen der aarde scharen zich in slagorde
en de machthebbers spannen samen
tegen de Here en zijn gezalfde”[4].
Of aan 1 Koningen 19: “Voorts zult gij Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël; en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehóla, zult gij zalven tot profeet in uw plaats”[5].

In de Nieuwtestamentische kerk wordt de Heilige Geest aan veel meer mensen gegeven.
Ik wijs u in dit verband graag op Handelingen 10. Daar prediken de apostelen “Jezus van Nazareth, hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd”[6].
Een paar verzen verderop lezen we: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken”[7].
Dat is nu de stand van zaken in de kerk. De Heilige Geest werkt bij en in allen die het Woord horen.
Paulus vat de zaak in Efeziërs 5 zo samen: Christus heeft zijn gemeente liefgehad en zich voor haar overgegeven “om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord”[8].
Dat proces gaat ook door in het volgende kalenderjaar!

Hoe kunnen wij Exodus 30 – en wat daar verder volgt – in verband brengen met onze tijd?
Daarover geef ik hieronder enige richtinggevende gedachten.

1.
In de laatste maanden zijn er steeds meer berichten gekomen over voedsel dat kanker zou veroorzaken. Met name rood vlees zou slecht zijn. U kent die verhalen wel.
Het Voedingscentrum houdt ons voor: “De kans op sommige vormen van kanker kan verkleind worden door gevarieerd te eten, dagelijks 2 ons groente en 2 keer fruit te eten, matig te zijn met alcohol, geen voedsel met zwarte randjes of korstjes te eten, zoals aangebrand vlees of te donker gefrituurd voedsel.
Het is daarnaast belangrijk om overgewicht te voorkomen. Voeding kan de kans op kanker niet alleen vergroten, maar ook verkleinen. Het is echter nog lang niet duidelijk welke stoffen uit de voeding een rol spelen en wat ze precies doen. Er zijn veel vormen van kanker en de invloed van voedsel hierop is erg ingewikkeld”[9].
Natuurlijk – het is belangrijk om gezond te eten.
Maar op de to do-list van de kerk moet bovenaan staan: wandelen met God.
Laat ik, nu het hierom gaat, nog even iets over die zalfolie uit Exodus 30 mogen citeren: “En tot de Israëlieten zult gij spreken: Dit is voor Mij een heilige zalfolie van geslacht tot geslacht. Op het lichaam van een mens zal zij niet uitgegoten worden, en volgens deze bereidingswijze moogt gij niets soortgelijks maken: zij is iets heiligs, heilig zal zij u zijn”[10]. Die zalfolie is, zowel in haar gebruik als in haar toepassing, volstrekt uniek. Priesters moeten aan de Here toegewijd zijn.
Dat geldt vandaag voor heel de kerk. Ons leven is in Zijn hand. Ook in 2016!

2.
Politici van onze tijd zeggen: de strijd tegen Islamitische Staat moet geïntensiveerd worden. Dat is, naar het mij voorkomt, een goed streven. De terreur en het geweld vanuit die staat moeten gestopt worden. Maar de strijd tegen dat radicalisme heeft, ten diepste, weinig zin als allerlei betrokkenen zich niet eerst tot de heilige God wenden.

3.
Het allerbelangrijkste in ons leven is, naar mijn vaste overtuiging, niet de wereldwijde strijd tegen terreur. Zeker, er moet tegen gevochten worden.
Maar de heiliging van de kerk moet, ook in het kalenderjaar dat er aan komt, de eerste prioriteit hebben. Week aan week moeten we ons laten reinigen door Gods Woord. In onze huwelijken kunnen we – als het goed is – iets laten zien van de verhouding die Jezus Christus met Zijn kerk heeft. Als we dat bedenken, zijn al die verhalen over gescheiden mensen. en hun kinderen, feitelijk toch ten hemel schreiend?

4.
Eén ding nog.
De heiligmaking van mensen moet, als het erop aan komt, door de Here worden gegeven.
De uitgebreide instructies in het Bijbelboek Exodus geven echter wel te denken. De grote lijn van die gedachten behoort te zijn: wie in Gods nabijheid leeft, moet weten dat zijn of haar leven er gans anders uit ziet dan dat van iemand uit de wereld.
Wie zich voorneemt om in het nieuwe kalenderjaar zo te leven, doet een goed werk!

Noten:
[1] Exodus 30:17-30.
[2] 1 Petrus 2:9 en 10.
[3] Zie hierover ook de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 2:5.
[4] Psalm 2:1 en 2 (onberijmd).
[5] 1 Koningen 19:16.
[6] Handelingen 10:38.
[7] Handelingen 10:44, 45 en 46.
[8] Efeziërs 5:26.
[9] Zie http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/kanker.aspx . Geraadpleegd op maandag 7 december 2015. Het Voedingscentrum (voluit: Stichting Voedingscentrum Nederland) is een semi-overheidsinstelling. Het centrum is in Den Haag gevestigd. Er wordt voorlichting gegeven over voedsel en voeding aan de bevolking van Nederland.
[10] Exodus 30:31 en 32.

30 december 2015

De Geneesheer glorieert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Het Bijbelhoofdstuk over de genezing van de blindgeborene – Johannes 9 – confronteert ons met een vraag die altijd actueel is[1]. Namelijk deze: hebben wij zwaar gezondigd als we in ons leven veel tegenspoed hebben[2]?
Nee, zegt Jezus. Er is geen direct verband tussen een zware zonde en handicaps.
Zeker, de mensen zijn zondaars.
Zie Romeinen 5: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben”[3].
Lees Efeziërs 2 ook maar: “…trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns”[4].
Maar er is geen rechtstreeks verband tussen een zonde en een ziekte.

Maar wat is dan wel de oorzaak van ziekte en zwakte?
Op die vraag komt in dit Bijbelhoofdstuk geen antwoord.

In Johannes 9 leren we wel iets over Gods handelwijze: “de werken Gods moesten in hem openbaar worden”[5].
Iets dergelijks schrijft Johannes niet voor het eerst. Kijkt u maar in Johannes 2: “Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem”[6]. Dat gebeurt in Kana, en overal waar Jezus Christus komt. Wij zien het motief van die heerlijkheid ook terug in Bethanië, waar Jezus’ vriend Lazarus overlijdt. Zie Johannes 11: “Deze ziekte is niet ten dode, maar ter ere Gods, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt worde”[7].
Dat is de taak van kinderen van Gods kinderen: het laten gloriëren van God en Zijn Naam.

In dit verband geldt de stelregel: we moeten werken zolang het dag is. Het wordt namelijk nacht. Niet alleen voor Jezus zelf, maar ook voor Zijn discipelen. En dus ook voor de kerk. Dat moet ons niet verrassen. Jeremia spreekt er in hoofdstuk 13 al over: “Hoort en leent het oor, verheft u niet, want de Here spreekt. Bewijst de Here uw God, eer, voordat Hij het donker doet worden, voordat uw voeten zich stoten aan de bergen in de schemering, en gij op licht hoopt, maar Hij dat tot diepe duisternis maakt, in donkerheid verandert”[8].

Johannes noteert: “Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen”.
Opnieuw zien we dat Jezus Zijn eigen handelwijze volgt. Een exegeet legt uit: “Nu was het volgens de rabbijnse overlevering op de sabbat alleen maar toegestaan om vloeibare zalf te gebruiken om iemand te genezen. Alles wat daarboven uitging – het zalven met niet-vloeibare zalf en dus ook het mengsel van speeksel en klei – gold als ‘werk’ en was op de sabbat dus verboden (…). De rabbijnen beschouwden dergelijke uiterst gedetailleerde wetten als een ‘omheining van de Thora’, om zeker te stellen dat de hoofdzaken van de Wet in ieder geval niet overtreden zouden worden”[9].
Die eigen werkwijze hoeft Jezus helemaal niet toe te passen. Immers – pas als de blinde man zich in het badwater van Siloam heeft gewassen, kan hij weer zien. De ‘inleidende’ sessie met speeksel en modder is blijkbaar nodig om te tonen dat de Heiland de regie volledig in handen heeft.

De ouders beweren dat zij niet weten Wie hun zoon het zicht gegeven heeft. Er was namelijk al bepaald dat, wanneer iemand hardop zou zeggen dat Jezus de Christus, hij uit de synagoge zou worden gebannen[10].
Die vrees zien we in dit Bijbelboek voortdurend terugkomen.
Bijvoorbeeld in Johannes 7: “En er was veel gemompel over Hem onder de scharen; sommigen zeiden: Hij is goed, anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt het volk. Toch sprak niemand vrijuit over Hem, uit vrees voor de Joden”[11].
En in Johannes 12: “En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God”[12].
En in Johannes 19: “En daarna vroeg Jozef van Arimathea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe”[13].
En in Johannes 20: “Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u”[14].
Als we die Schriftgedeelten overzien, begrijpen we wel: hier wordt de antithese getekend. Hier wordt strijd geleverd tussen God en satan. Dat gevecht wordt in de wereldgeschiedenis steeds weer gevoerd.
Uiteindelijk worden gelovige mensen al of niet zachtkens uit de kerk verwijderd. Net als in Johannes 16: “Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen”[15].

Maar al te vaak gaat dat gepaard met kerkpolitiek en bedrog.
In Johannes 9 is dat niet anders. De blindgeborene wordt notabene uitgenodigd om zich bij de Farizeeën aan te sluiten, en – in navolging van de kerkleiders – te verklaren dat Jezus een zondaar is[16].
De blindgeborene concludeert uiteindelijk: Jezus heeft een uitzonderlijk wonder gedaan, en dus doet Jezus blijkbaar Gods wil.
De Schriftgeleerden zijn consequent. Ze sluiten de blind geboren man buiten de synagogale gemeenschap.

En dan?
Dan komt Jezus naar die man toe. Geheel in de stijl van Johannes 6: “Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”[17].

Uiteindelijk klinkt de geloofsbelijdenis van de blindgeborene: “Ik geloof, Here”[18].
In Johannes 9 kunnen we tamelijk precies zien hoe Christus het geloof bij de blindgeborene bewerkt:
* vers 11: “de mens, die Jezus genoemd wordt”
* 17: “Hij is een profeet”
* 25: “Of Hij een zondaar is, weet ik niet”
* 33: “Hij moet wel van God gekomen zijn”
* 36: “wie is Hij (de Zoon des mensen)?”
* 38: “Ik geloof, Here”.
Nee, wij kunnen in onze levens niet altijd zo’n duidelijke opbouw zien. Maar het mag duidelijk zijn: Christus is druk aan het werk!

Johannes 9 stemt, als u het mij vraagt, tot nadenken. Bijvoorbeeld als het gaat om:
a. de manieren waarop wij Gods eer bevorderen
b. ons besef dat het nog dag is
c. ons geduld, want wij moeten accepteren dat God Zijn plan uitvoert en dat wij op Hem moeten wachten
d. de vrees voor de kerkleiders; laten wij niet achter dominees aanlopen!
e. de kloof tussen kerk en wereld, de antithese dus
f. kerkpolitiek; de kerk heeft aan Schrift en belijdenis genoeg; meer is daar niet nodig
g. de wijze waarop de Here in mensenharten werkt.

Laten wij de grote Geneesheer van deze wereld maar bewonderend aanbidden!

Noten:
[1] Vandaag over drie weken, op woensdag 20 januari, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 9:1-10:21 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
Een bewerking van dit artikel is ook een deel van een inleiding over het genoemde Schriftgedeelte; die hoop ik tijdens bovengenoemde bijeenkomst voor te lezen.
[2] In dit artikel maak ik dankbaar gebruik van het commentaar bij Johannes 9 in de internetversie van de Studiebijbel.
[3] Romeinen 5:12.
[4] Efeziërs 2:3.
[5] Johannes 9:3.
[6] Johannes 2:11.
[7] Johannes 11:4.
[8] Jeremia 13:15 en 16.
[9] Zie de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 9:14.
[10] Johannes 9:22.
[11] Johannes 7:12 en 13.
[12] Johannes 12:42 en 43.
[13] Johannes 19:38.
[14] Johannes 20:19.
[15] Johannes 16:2.
[16] Johannes 9:24: “Geef Gode de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is”.
[17] Johannes 6:37.
[18] Johannes 9:38.

29 december 2015

Iedere dag een goed werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het loopt tegen het einde van het jaar. Het is de tijd van de goede voornemens.
Passen die voornemens bij Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus? Daar lijkt het wel een beetje op. In die Zondag gaat het namelijk over goede werken.
Kijkt u maar.

Vraag:
“Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn?
Antwoord:
Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn.
Vraag:
Maar hebben onze goede werken dan geen verdienste? God wil ze toch in dit en in het toekomstige leven belonen?
Antwoord:
Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven.
Vraag:
Maar maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos?
Antwoord:
Nee, want het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort”[1].

Er zijn massa’s mensen die zeggen: als je op aarde goed en rechtvaardig leeft, dan kom je wel in de hemel. Maar wie dat zegt, heeft of de Bijbel niet gelezen of de Bijbel in het geheel niet begrepen.
Al voor de wereld bestond, besloot God de uitverkorenen rechtvaardig te verklaren.
Daarom geeft Hij de door Hem uitgekozen mensen het geloof in Hem.
Daarom zorgt Hij ervoor dat die uitverkorenen zich de gerechtigheid van Christus eigen maken.

Als wij ons dat realiseren kunnen we nu al wel concluderen dat de goede werken van Zondag 24, in het algemeen genomen, niet zoveel te maken hebben met de goede voornemens die wij er aan het einde van het kalenderjaar nogal eens op na houden.

In de kerk lopen, als ik het goed zie, nog wel eens gelovige broeders en zusters rond die heel somber zijn over die goede werken.
Ik maak er niets van, zeggen ze.
Ik schiet ernstig tekort, mompelen ze op ernstige toon.
Het wordt niets met mij en het zal nooit meer wat worden óók, stellen zij licht gedeprimeerd vast.
Is dat de bedoeling van Zondag 24?
Welnee.
Eigenlijk gaat het in het Catechismusdeel waarin onze heiliging aan de orde komt, heel lang over onze goede werken. Vanaf Zondag 34 wordt de betekenis van de Tien Geboden uitgediept. Wel, daar leven we toch naar? Dat zijn toch onze leefregels? Daar ontlenen we toch onze waarden en normen aan? Natuurlijk – dat is een kwestie van vallen en opstaan. Maar het is onzin om te zeggen dat die Tien Geboden geen enkele betekenis in ons leven hebben. Nou dan!

Zal ik u eens iets vertellen?
Ons eerste en belangrijkste goede werk in ons dagelijks leven is: vergeving van onze zonden vragen, op grond van Christus’ werk!
Wie dat dagelijks in alle ernst en welgemeend doet, is al een heel eind op pad.

Indertijd hadden de Schriftgeleerden allerlei voorschriften ontworpen. En als de mensen zich daar keurig netjes aan hielden…, dan kwam het met dat gepeupel wel goed.
Mede in verband daarmee vroegen de Schriftgeleerden in Johannes 7, met de blik op Jezus gericht: “Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen?”[2]. Er was heel wat onderwijs nodig voordat je de regeltjes van de Schriftgeleerden een beetje kende… En Jezus deed dat alles teniet!
De kwestie is: Jezus Christus is onze Verlosser; aanvullende voorschriften van mensen redden ons niet.

Wie iedere dag oprecht vergeving aan de Here vraagt, doet iedere dag een goed werk!
Kent u dat verhaal van die vrouw die een kruik vol kostbare mirre over de Here Jezus uitgoot?
De discipelen vonden dat pure verkwisting. Die dure zalfolie gebruikte je toch niet voor dit soort merkwaardig aandoende huldigingen? Die olie kon je verkopen; de opbrengst kon daarna bijvoorbeeld worden gebruikt om de armen te ondersteunen.
Maar Jezus zei: “Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht”[3].
Jezus begreep dat deze vrouw Hem liefhad. En de grondregel is in het christelijke leven is: wie veel vergeven is, die zal veel liefhebben.

Een Gereformeerde predikant preekte eens over Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus. Hij zei onder meer: “Stel dat u een grote schuld heeft. U kunt het geld niet bij elkaar brengen. U gaat steeds maar achteruit, de onder­gang tegemoet. U heeft niet om te betalen. Maar – als er nu iemand was die u dat kapitaal schonk, zoudt u dan niet dankbaar zijn? U zoudt niet weten wat te doen uit dankbaarheid”[4].
Welnu – die dankbaarheid tonen wij, als het goed is, iedere dag.
Iedere zondag gaan we, om zo te zeggen, in dankbaarheidstraining. Dat is noodzakelijk. Anders worden we nonchalant. Onze dankbaarheid wordt sleets. Dankbaarheid wordt gewoonte. Dankbaarheid hoort dan bij de tredmolen van de dagelijkse dingen. Op zondag worden we geoefend. Gesterkt. We beseffen weer hoe bevoorrecht onze positie is.

In dat besef doen we, als het goed is, elke dag van ons leven minstens één goed werk: we vragen om vergeving van onze zonden, om Christus’ wil.
Dat goede werk is veel belangrijker dan een rijtje goede voornemens voor het nieuwe kalenderjaar.
Nee, goede werken zijn niet bedoeld als instrument tot instandhouding van onze goede reputatie. We doen ze, als het goed is, tot eer van God.
Als we zo in dat goede werk volharden, komen er als vanzelf nog meer goede werken. Let maar eens op!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 24.
[2] Johannes 7:15.
[3] Mattheüs 26:7.
[4] De bedoelde dominee is de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.F. Heij. In dit artikel maak ik dankbaar gebruik van een preek over Zondag 24 van zijn hand. Dominee Heij leefde van 1919 tot 1999. De – overigens ongedateerde – preek is voorzien van een plaatsnaam: Hasselt. De predikant diende de kerk aldaar van maart 1947 tot februari 1955. Het is dus aannemelijk dat de preek in die periode gemaakt is.

28 december 2015

Dominee J.R. Visser en Gods navolgers

In het Reformatorisch Dagblad van donderdag 17 december 2015 staat een vraaggesprek met dominee J.R. Visser. “Ds. J.R. Visser zag geen andere mogelijkheid dan GKV verlaten”; aldus luidt de kop[1].

In het bericht is te lezen: “Hij staat bekend als een kritisch volger van de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Ds. Visser, tot begin november predikant in Dronten-Noord, roert zich al jaren in discussies over Schriftgezag, hermeneutiek en verschuivingen in de ethiek. Als representant van een groep behoudende vrijgemaakt gereformeerden wierp hij meer dan eens de vraag op of het nog langer mogelijk is om lid te blijven van de GKV, een veranderende kerk”.

Dominee Visser zegt onder meer: “Kort gezegd komt het erop neer dat in discussies over bijvoorbeeld echtscheiding, de vrouw in het ambt en homorelaties steeds vaker wordt gesteld: op grond van de Bijbel kunnen die dingen niet door de beugel, maar kijkend naar de situatie van nu kan het worden toegelaten, mits je redeneert vanuit de principes van de Bijbel.
Die principes zijn dan bijvoorbeeld zaken als rechtvaardigheid en liefde. Dat zijn natuurlijk op zichzelf goede zaken, maar we moeten ook willen buigen voor het Woord als het ons dingen ge- of verbiedt die juist haaks staan op wat maatschappelijk geaccepteerd wordt in onze geseculariseerde samenleving. Het Evangelie is tegendraads, dat was het al in de tijd van het Nieuwe Testament, en dat is het nog steeds”.

Het komt mij voor dat dominee Visser hier de vinger op een zere plek legt.
In het kerkverband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wil men nog wel vanuit Gods Woord redeneren. Maar daarbij is bij de voortduur het motto ‘blijf positief’! Zodra het over negatieve dingen gaat, haakt men af. Oordeel, toorn van God, vermaning, tucht: dat zijn woorden en termen die men liefst zo weinig mogelijk gebruikt. En de toepassing ervan is al helemaal een moeizame zaak.

En dat, geachte lezer, is ten diepste een ramp voor de kerk.
Want de zonde is in onze wereld een grote macht. Ook kerkmensen zijn er behept mee. Daar mogen we dus niet aan voorbij kijken. En dat laatste gebeurt in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) steeds vaker. Vanwege die positiviteit. Als we niet positief blijven, kunnen we de boodschap van de kerk ‘niet goed verkopen’.
Onder dat motto worden allerlei dingen goed gepraat die op basis van Gods Woord tuchtwaardig moeten worden geacht.
Als men zich eenmaal op het hellend vlak bevindt, gaat de neergang steeds sneller!

Uit het bericht in het Reformatorisch Dagblad blijkt dat er voor dominee Visser weinig anders op zat dan de GKv te verlaten.
“Het werd moeilijk voor me om te functioneren in de GKV. Ik was al vaker gevraagd door de GKN om een beroep te overwegen, maar had de boot altijd afgehouden. Op het moment dat duidelijk werd dat ik niet in Dronten kon blijven, bleek ook dat een beroep vanuit een andere GKV-gemeente er voorlopig niet in zat. Toen ik opnieuw benaderd werd door de GKN-gemeente in Zwolle, heb ik daarom aangegeven een beroep in overweging te willen nemen. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik de overstap heb gemaakt”.

Dat lezende vraag ik mij af of dominee Visser de leden van zijn vorige gemeente heeft opgeroepen om zich van de GKv af te scheiden.
In het Formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords lees ik onder meer: “Zij verzorgen deze schapen van Christus door de verkondiging van het Woord, door de bediening van de sacramenten en door de dienst der gebeden. Zo wordt de kudde gevoed en op de rechte weg geleid”.
En:
“In de eerste plaats moeten zij het Woord van God zuiver en onverkort aan hun gemeente verkondigen.
En om niet meer te noemen:
“Zij zullen alle dwalingen en ketterijen met Gods Woord weerleggen, de onvruchtbare werken van de duisternis ontmaskeren en de gemeenteleden oproepen Gods navolgers te zijn en in het licht te wandelen[2].
Ja, ik weet wel dat een oproep tot reformatie in een individualistische tijd soms bijna misplaatst lijkt te zijn. Maar naar mijn inzicht moet een Gereformeerde predikant die oproep wel doen; luidkeels en zonder terughoudendheid!

Wederom citeer ik het Reformatorisch Dagblad.
“De predikant hoopt dat de GKN en de andere afsplitsing van de GKV, De Gereformeerde Kerken hersteld (DGK), op termijn nader tot elkaar komen. ‘Daarnaast gaat in de GKN de aandacht uit naar het opbouwen van een geordend kerkverband. In de begintijd ging de aandacht noodgedwongen vooral uit naar het leiden van de eigen gemeente. Nu er meer predikanten zijn en de gemeenten groeien, ontstaat de mogelijkheid om de zaken ook kerkordelijk beter te regelen. We willen ons wat dat betreft zo veel mogelijk aan de Dordtse Kerkorde houden’”.

Als het hierom gaat, sluit ik mij graag bij dominee Visser aan.
Het is bekend dat De Gereformeerde Kerken (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) juist op het punt van de kerkordelijkheid nogal van elkaar verschillen. Het is heel hard nodig dat DGK en GKN samen optrekken, juist ook om elkaar op dit punt te versterken en – waar nodig – te corrigeren. En nee, dat corrigeren van elkaar is geen schande. We hebben het allemaal nodig om steeds weer op de rechte weg geleid te worden. Laat daarbij dan eerst en vooral Gods Woord open gaan!

Het is niet moeilijk om ons voor te stellen hoe zwaar dominee Visser het in de afgelopen tijd heeft gehad.
En we horen niet zelden van gelovige broeders en zusters die aarzelend op de grens staan. Voor een kerkelijke overgang is moed nodig. Heel veel moed.
Maar het moet helder wezen: die moed wordt door de God van hemel en aarde gegeven. Laten wij bidden dat velen, gedreven door kracht van de God die een verbond met Zijn kinderen sloot, moedige navolgers van God zullen blijven. Laten wij bidden dat nog velen tot het besef komen dat de kerk de werkelijk Gereformeerd is, steeds weer Gereformeerd moet worden.

Noten:
[1] “Ds. J.R. Visser zag geen andere mogelijkheid dan GKV verlaten”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 17 december 2015, p. 2.
[2] “Formulier voor de bevestiging van dienaren des Woords”; Gereformeerd Kerkboek, p. 541-545. Citaten van p. 541 en 542.

24 december 2015

Kerst 2015: feest van de splitsing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Kerst is geen feest van wapens. Het is geen feest van stokken, knuppels en geweren. Bij Kerst hoort geen agressie.

Wie dat bedenkt, leest sommige verzen van Lucas 2 wellicht met verbazing. “Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan –, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden”[1].
Wordt het feestje nu niet bedorven?
Is het nu niet zo dat de feestverlichting uit, en de beveiligingscamera’s aan gaan?
Zit in deze woorden nog wel troost?

Jezus Christus is een steen des aanstoots: een steen waar mensen over vallen. Maar Hij is ook de kostbare hoeksteen: een steen waarmee voor heel veel mensen een nieuw levenshuis kan worden gebouwd.

Jezus Christus is een teken. Een teken dat er toekomst is voor wie gelooft. Maar het is ook een teken dat tegenspraak oproept, en discussies uitlokt. Een exegeet noteert: “Hij zal op heftig verzet stuiten en Zijn woorden en die van Zijn volgelingen zullen worden gekritiseerd”[2].

Maria zal de tegenstand die haar Zoon ontmoet aan den lijve ondervinden. Moeder Maria zal diep in haar ziel gewond worden. Het lijden van haar Zoon zal voor Maria ronduit hartverscheurend wezen.

En wat is het doel van die steen?
Wat is het doel van die felle discussies?
Wat is het doel van Maria’s leed?
Antwoord: het moet duidelijk worden wat de burgers van deze wereld denken. Het moet helder worden wat er in aller harten omgaat.

Is de feestverlichting uit?
Maakt Gods Woord zo ongeveer de hele wereld defect?
Nee. Allesbehalve dat!

Want in de kerk brandt het licht.
In de kerk zitten mensen die met heel hun hart geloven dat Jezus Christus de deur naar de toekomst open doet. Daar zitten de mensen die er elke dag op rekenen dat Christus de wereld weer perfect maakt. Daar zitten de mensen die weten dat angst en geweld het in deze wereld niet zullen winnen. Daar bevinden zich de mensen die zich gelovig verzamelen voor een gelukkige toekomst die eeuwig duurt. In de kerk, daar moet u wezen!

Het jaar 2015 staat in de boeken als een jaar vol aanslagen en terreur. We kunnen niet om IS heen. En ook niet om Al Qaeda. En – om niet meer te noemen – ook niet om Boko Haram. Overal in de wereld worden mensen en dingen op allerlei manieren kapot gemaakt.
Maar laten wij ons niet vergissen: de duivel wil graag dat onze blik op die destructie gericht blijft. De satan wil dat ons wij vergapen aan verwoesting en vernieling. De tegenstander van God wil niets liever dan dat wij ons hoofd helemaal vol hebben met treurnis, verbijstering en verdriet over de toestand in de wereld. Want in die situatie is er geen plaats meer voor ware godsdienst, voor een rustig dienen van de Here.

Maar in Lucas 2 staat impliciet al dat dit gebeuren moet.
Immers, het moet duidelijk worden wat er in de harten van de mensen om gaat. Het moet helder zijn wat de mensen denken.
Wij moeten ons dus niet van ons apropos laten brengen.
Wij moeten – integendeel – blij zijn met ons behoud.

Over deze dingen schrijvende, wijs ik u vandaag ook graag op Mattheüs 24. Enkele verzen citeer ik daaruit: “Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn (…) Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan”[3].

Kerst is niet alleen maar een feest van romantiek en een prettig sfeertje. Eerst en vooral is Kerst het feest van de splitsing.
Voor de kerk is het een geweldig feest – jazeker. Want kinderen van God weten zeker dat ze aan de goede kant staan. Ze weten zeker dat ze in het goede kamp zitten.

Voor kerkmensen zijn die woorden uit Lucas 2, als het goed is, echter ook een helder signaal dat door merg en been heen gaat.
Kinderen van God moeten elkaar opzoeken. En ze moeten bij elkaar blijven. Kerstfeest heeft – als het er op aan komt – alles te maken met kerkelijke samensprekingen[4]!

Het Kerstfeest brengt scheiding in de wereld.
Mensen buiten de kerk willen dat echter niet horen. Daarom overstemmen zij de kerk met vrede die in deze wereld begint en eindigt. Zij zingen er stemmige liedjes bij; die zetten ze hard aan, om de ernstige boodschap van de kerk maar niet te horen.

Laten Gereformeerde mensen maar blij wezen. Kerstblijdschap – dat is heel speciaals.
Want de eeuwige toekomst genaakt!

Noten:
[1] Lucas 2:34 en 35.
[2] Zie de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 2:34.
[3] Mattheüs 24:7-14 en de verzen 33, 34 en 35.
[4] Daarover heb ik, in verband met het Kerstfeest, al wel eens geschreven. Zie mijn artikel “Kerst 2013: feest in een weerbarstige wereld”; hier gepubliceerd op dinsdag 24 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/24/kerst-2013/ .

23 december 2015

Houdt de antithese zichtbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In dit artikel werp ik een blik in de kerkgeschiedenis. Die geschiedenis is vaak leerzaam.
Gaarne neem ik de lezers van deze internetpagina mee terwijl ik mijn blik laat ronddwalen.
Op mijn computerscherm zet ik een oude editie van het Nederlands Dagblad; namelijk die van woensdag 23 december 1970.

In de rubriek ‘Berichten van hier en daar’, op pagina 2, staat een bericht waar boven staat: “Palaver ’70 propageert Schriftkritiek i.p.v. Bijbel”.

Palaver ’70? Waar gaat dat over?
Iemand legt uit: “Palaver 1970: deze actie wordt in Nederland georganiseerd door de Stichting Jeugd en Bijbel, waarin K.B.S. en N.B.G. [= Katholieke Bijbelstichting en Nederlands Bijbelgenootschap, BdR] samenwerken. De bedoeling is: de jeugd te confronteren met de Bijbel. Het hoogtepunt van de actie wordt het Bijbel-popfestival in Utrecht, op 2 januari 1971. Om een gesprek over de Bijbel bij de jeugd op gang te brengen, gaf de Stichting Jeugd en Bijbel een Praatboek uit, een aantrekkelijk plaatjes-snuffel-denk-werkboek in vierkleurendruk”[1].

In die krantenkop staat ook de term Schriftkritiek.
Iemand omschrijft de betekenis van die term zo: “er is voor jou een instantie buiten de bijbel, die meer gezag voor je heeft, en die bepaalt wat je van de bijbelse boodschap wel of niet aanvaarden kunt. Je accepteert de bijbel, voor zover die past bij jouw norm”.
“Sommige vallen duidelijk op: een ‘bijbelgetrouw’ christen zal die zonder meer de deur wijzen. Andere soorten vallen veel minder op, en zijn daardoor des te gevaarlijker”.
“De meest bekende schriftkritiek is heel radicaal. Omdat de wetenschap heeft uitgemaakt dat de wereld miljoenen jaren oud is, kan Genesis 1 niet waar zijn. En de zondvloed niet.
Kunnen wonderen dan wel? Nou, eigenlijk ook niet. En de opstanding van Christus? Sommigen willen niet zover gaan om die ook te verwerpen – want wat houdt een christen dan nog over? Maar dat is inconsequent”.
We moeten Schriftkritiek overigens niet verwarren met tekstkritiek. Dat laatste begrip betekent: “proberen uit te zoeken wat de oorspronkelijke tekst van de bijbelboeken is. Dat kan in gelovige gehoorzaamheid gebeuren. Juist omdat de bijbel zo waardevol is, wil je zo goed mogelijk weten wat er staat”[2].

Laat ik nu eerst een citaat uit het Nederlands Dagblad geven.
Daarbij moet worden opgemerkt dat in het citaat een drukfout staat. Uit het zinsverband kan worden opgemaakt wat de scribent bedoelt. Tussen vierkante haken geef ik kleine aanvulling, zodat het citaat voor lezers begrijpelijk is en de drukfout in het voorbijgaan gecorrigeerd wordt.
“Een werkgroep van jongeren, verbonden met de Internationale Raad van Christelijke Kerken (ICCC) heeft een rapport gepubliceerd over de inhoud en doeleinden van Palaver ’70 het religieus popfestival op 2 januari in de Jaarbeurshallen te Utrecht.
In dit rapport komen zij tot de conclusie dat Palaver ’70 het gestelde doel, de Bijbel dichterbij brengen, niet zal bereiken. In plaats daarvan zal men volgestopt worden met de huidige Bijbelkritiek en met een vertolking van de Bijbel, waarin men de Bijbel zelf niet meer terug zal vinden. De gronden voor deze conclusie zijn:
1. “Het Praatboek is zo opgezet, dat de lezers vernieuwing en vrijheid wordt gebracht en gepreekt. Naast de meerdere godslasteringen staat het vol met [onchristelijke gedachten die men] vooral terugvindt in een zuiver horizontalistisch-semi-christendom.
2. Het Hulpmateriaal wil deskundige toelichting geven op dit Praatboek, maar bestaat op haar beurt uit nog verder uitgewerkte, moderne bijbelkritiek. Hier wordt ook volkomen voorbijgegaan aan de kern van de Bijbel, nl. Jezus Christus, Die kwam voor de zonden van de wereld en dat niemand Gode welgevallig kan zijn zonder geloof”.

Als ik het goed zie, sluit het bovenstaande naadloos aan bij de actualiteit van onze tijd.
Ook vandaag willen velen wel geloven. Maar men behoudt zich het recht voor aan sommige dingen geen geloof te hechten. Geschiedenissen met betrekking tot de schepping bijvoorbeeld.

In het laatste deel van het citaat hoort men woorden uit Hebreeën 11: “…zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”[3].
Zoekenden: van dergelijke mensen zijn er tegenwoordig massa’s. In het Grieks staat daar echter ek-zetousin; het toevoegsel ek geeft een versterking aan[4]. Er is dus sprake van serieus zoeken. De zoeker speurt met passie; hij wil Christus vinden!
Dat is, om zo te zeggen, geen kwestie van een lang palaver, een langdurige bespreking. Uiteindelijk is het een zaak van gelovige Schriftlezing.

Ik lees verder in dat oude nummer van het ND.
Daarin staat geschreven: “Zeer opmerkelijk is, dat nergens in het materiaal wordt gesproken over Jezus Christus, als Verlosser van de zonden en de zondaar. Daarvoor in de plaats wordt gesproken over wereldvernieuwing en – verbetering, over de God van de onderdrukten (sociaal en politiek en niet vanwege hun geloof) en over de vrijheid als belangrijkste kenmerk. Als mensen dit inderdaad zullen overnemen en geloven zijn ze in geen geval voor Christus maar wel voor de wereld in religieuze gestalte gewonnen. En dat, terwijl hun wordt wijsgemaakt, dat dit nu Bijbels is”.

Gelovigen zijn, als zij alleen maar op zichzelf letten, geen wereldverbeteraars.
Men kan slechts iets verbeteren als het Woord van God open gaat. Paulus schrijft daarover in 2 Timotheüs 3 – ik citeer uit de Statenvertaling –: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is”[5].

Nog één citaat wil ik geven.
“Wat de mensen op het reli-popfestival geboden wordt, is een stuk heidendom in religieuze gestalte; niet Jezus Christus, maar popmuziek; niet de bijbel, maar socialistische en wereldgelijkvormige wereldverbetering wordt gebracht, niet de bekering en wedergeboorte van de zondaar, maar de verbetering en verandering van de mens-zonder-God wordt hen voorgehouden. Het is zonder meer Godslasterlijk wanneer men hieraan ook nog een God de Bijbel en Jezus Christus verbinden wil. Die vindt men er immers alleen maar totaal verminkt en geloochend in terug!”. In verband met wat hier gebeurt verwijst het rapport naar Kor. 11:13-15, Gal. 1:6-9 en 2 Thess. 2:10-12”.

De eerste Schriftverwijzing in de laatste zin van het hierboven genoteerde citaat duidt, neem ik zonder meer aan, op 2 Corinthiërs 11: “Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken”[6].
In Galaten 1 staat te lezen: “Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!”[7].
In 2 Thessalonicenzen 2 wordt ons voorgehouden: “Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid”[8].

Het oude ND-artikel brengt mij tot de conclusie dat we moeten oppassen voor harmonieus klinkende verhalen, die best wel iets christelijks hebben.

De tijd is voortgegaan.
We leven in 2015, en 2016 komt er aan.
Wij zien en horen om ons heen hoe de mensen worden meegesleept door allerlei mensen die aan hun luisteraars diverse vrome vertelsels opdringen. Heel vaak zit daar wel wat goeds in. Maar even zo goed is de tegenstelling met de wereld niet zelden verdwenen. De kloof tussen kerk en wereld probeert men meestentijds te verkleinen.

Met een schuin oog op het bovenstaande schrijf ik het zonder omwegen op: laten wij de antithese helder zichtbaar houden!

Noten:
[1] Zie http://www.vlaamsebijbelstichting.be/?p=4625 .
[2] Zie over Schriftkritiek en tekstkritiek http://home.planet.nl/~vreug242/schriftkritiek.htm .
[3] Hebreeën 11:6.
[4] Zie hiervoor de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 11:6.
[5] 2 Timotheüs 3:16.
[6] In 1 Corinthiërs 11:13-15 gaat het over de hoofdtooi van de vrouw. Hier is dus 2 Corinthiërs 11:13, 14 en 15 bedoeld.
[7] Galaten 1:6-9.
[8] 2 Thessalonicenzen 2:9-12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.