gereformeerd leven in nederland

31 maart 2016

De angst afgevlakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Angst is een slechte raadgever, zeggen de mensen[1]. We moeten ons vooral niet door angst laten regeren, adviseren koningen en ministers ons. Dat zeggen zij vooral vaak als terreur en geweld heel dichtbij komen.
Negen dagen geleden vonden in Brussel aanslagen plaats. In een paar uur tijd werd een complete maatschappij ontregeld[2].
Een psycholoog zei naar aanleiding van die gebeurtenissen in een krant: “Van 24 uur piekeren krijg je echt niet meer grip op de situatie”[3].

Hoe moeten wij met angst omgaan?

De dichter van Psalm 116 is ons tot voorbeeld.
Hij dicht:
“Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak:
Ik ben zeer verdrukt;
toen ik in mijn angst zeide:
Alle mensen zijn leugenachtig”[4].
De psalmist zegt, als hij in nood komt, niet: God redt mij niet, dus is Hij niet aanwezig. Hij zegt niet: als God zoveel ellende toe laat, wil ik niets meer met Hem te maken hebben. Nee, hij blijft standvastig geloven in de beloften van God.
Als wij in de krant, of via andere media, allerlei beelden langs zien komen waarop de trieste gevolgen van terreurdaden te zien zijn mogen we zeggen: het geloof in God neemt niemand mij af. Wij mogen bidden om kracht van Gods Geest, teneinde die belijdenis vast te houden.

Weet u dat Paulus deze Psalm gebruikt in de brief die in onze Bijbels is opgenomen als 2 Corinthiërs?
In hoofdstuk 4 schrijft hij over gevaar. Over omstandigheden waarin goede raad geen luxe is. Over vervolging. En over situaties waarin hij de onderliggende partij is. Maar in dat alles is één ding zeker: Paulus’ geloof in de opstandingskracht van Jezus Christus is ook in de kerk van Corinthe te vinden.
De apostel schrijft: “Maar nu wij dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij, en daarom spreken wij ook. Immers, wij weten, dat Hij, die de Here Jezus opgewekt heeft, ook ons met Jezus zal opwekken en met u vóór Zich stellen. Want het geschiedt alles om uwentwil, opdat de genade toeneme en door steeds meerderen overvloediger dank worde gebracht ter ere Gods”[5].
Paulus weet zeker dat zowel de kerkmensen uit Corinthe en hijzelf te Zijner tijd voor God zullen staan.
In dit leven zien de Corinthiërs en Paulus steeds weer blijken van Gods genade. Die genade heeft als einddoel dat heel veel gelovigen de Here God zullen eren.

En waar moeten die mensen dat doen? Antwoord: in de kerk.
In Psalm 116 noteert de dichter:
“Hoe zal ik de Here vergelden
al zijn weldaden jegens mij?
De beker der verlossing zal ik opheffen,
ik zal de naam des Heren aanroepen.
Mijn geloften zal ik de Here betalen,
in de tegenwoordigheid van al zijn volk”[6].

Bent u angstig?
Dat kan best.
Want die beelden op internet en in de krant van geweld en terreur kunnen angst inboezemen. Wanneer komt in ons land de klap?
Nee, die angst hoeven we echt niet weg te praten. We kunnen die angst meedragen naar de kerk. En daar mogen wij het zingen:
“Ik zal met vreugd in ’t huis des HEREN gaan,
ik zal mijn God naar mijn geloften danken.
Jeruzalem, hoor naar die blijde klanken
en hef met mij de lof des HEREN aan!”[7].

Nee, angst kunnen we niet wegzingen. Maar al zingend kunnen we de angst wel afvlakken. Dan kunnen we er bovenuit kijken. Wij mogen onze blik op de toekomst richten.
Laten wij dat samen doen.
Tot eer van God!

Noten:
[1] Een bewerking van dit stuk zal het hoofdartikel zijn in de editie van het kerkblad van De Gereformeerde Kerk Groningen die op zondag 3 april aanstaande verschijnt.
[2] Op dinsdag 22 maart 2016 ontploften vanaf ongeveer 8 uur in de morgen bommen op het Brusselse vliegveld Zaventem; er was vervolgens rond 9.00 uur ook een aanslag bij het Brusselse metrostation Maalbeek. Er vielen ruim dertig doden. Ook raakten zo’n tweehonderd mensen gewond. De aanslagen werden opgeëist door Islamitische Staat.
[3] “Met alleen bang zijn win je niets”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 23 maart 2016, p. 1. De psycholoog in kwestie is Marjon Peters.
[4] Psalm 116:10 en 11 (onberijmd).
[5] 2 Corinthiërs 4:13, 14 en 15.
[6] Psalm 116:12, 13 en 14 (onberijmd).
[7] Psalm 116:11 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

30 maart 2016

Schokkende schifting?

Als wij Johannes 12 lezen, zien we hoe God de Vader glorieert[1]. De naam van God wordt verheerlijkt. Dat wordt zelfs vanuit de hemel geproclameerd; ergens van boven klinkt een gezaghebbende stem. Christus glorieert vanwege een hemelse bekendmaking[2].
Er gebeuren grote dingen rond Jezus!

Maar uit de laatste twee perikopen van dat hoofdstuk blijkt dat de luisteraars niets geloven van de Boodschap die de Zoon van God op aarde verkondigt.
Hoe onbegrijpelijk dat in die situatie ook lijkt, er is een goede verklaring voor. Die wordt ons in Zijn Woord door God zelf gegeven.
Jesaja zegt in hoofdstuk 6: “Toen zeide Hij: Ga, zeg tot dit volk: Hoort aldoor – maar verstaat niet, en ziet aldoor – maar merkt niet op”[3]. Diezelfde profeet roept in hoofdstuk 53 uit: “Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?”[4].
De profeet Ezechiël heeft het er ook over. In hoofdstuk 12 namelijk. Ik citeer: “Mensenkind, gij woont te midden van een weerspannig geslacht; van hen die ogen hebben om te zien, maar niet zien; die oren hebben om te horen, maar niet horen, want zij zijn een weerspannig geslacht”[5].
De apostel Paulus merkt in hoofdstuk 11 van zijn brief aan de Romeinen op: “God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot de dag van heden”[6].
Het is dus een patroon.
De gevolgen van de zondeval zien we voor onze ogen.
Het wordt duidelijk hoezeer de Dordtse Leerregels de waarheid spreken: “Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen. De apostel zegt immers: De hele wereld is voor God strafwaardig. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods (…). En: Het loon, dat de zonde geeft, is de dood”[7].

Kunnen wij dat alles eigenlijk nog wel Evangelie noemen? Is dit nu een boodschap waar de doorsnee mens blij van kan worden?
Het is duidelijk dat er in Gods Woord harde woorden worden gesproken over werelds ongeloof.
Er is echter meer. Want Jezus zegt in Johannes 12 ook: “Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve. En indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt: het woord, dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage”[8].
Jezus is op aarde gekomen om mensen te redden. In Zijn verkondiging klinkt oordeel mee, jazeker. Maar de Heiland roept iedereen op om naar de hele verkondiging te luisteren. Want voor iedereen die in Jezus gelooft wordt het leven veel lichter. De duisternis is ver weg, en heeft gaandeweg steeds minder invloed op het leven.

De schifting, de splitsing vindt nu al plaats. In Johannes 12 wordt die ook vrij duidelijk getekend.
Maar het definitieve oordeel komt op de Jongste Dag. De kerk hoeft daar echter niet tegen op te zien. Want voor Christus uitgekozen mensen is het eeuwig leven gegarandeerd. Daarom zegt Jezus in Johannes 12: “En Ik weet, dat zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zó, als de Vader Mij gezegd heeft”[9].

Eeuwig leven: daar heeft Johannes de mond vol van.
Hij roept op tot geloof in de Zoon.
Denkt u maar aan die bekende teksten uit Johannes 3: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”[10].
En:”Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven”[11].
Of dat woord uit Johannes 5: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven”[12].
In Johannes 6 wordt geloof in de Zoon heel duidelijk verbonden aan de wil van God de Vader: “Want dit is de wil mijns Vaders, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage”[13].
En weer zien we in dat hoofdstuk de nadruk op de noodzaak van het geloof: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven”[14].
Johannes vraagt attentie voor het getuigenis van de Zoon
Want in Johannes 6 vraagt Petrus: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven”[15].
Johannes vraagt verder ook aandacht voor het geschenk van de Zoon.
Het eeuwige leven is namelijk een geschenk van de Here Jezus Christus. Zie Johannes 10: “En Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven”[16].
En Johannes 17: “gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken”[17].

Als u het mij vraagt, zitten er in Johannes 12 verschillende leermomenten. Laat ik daaromtrent iets noteren.
1.
Er zijn wel eens mensen die zeggen dat zij in God geloven als ze zien dat Hij iets doet. ‘Als we Hem bezig zien, dan willen we wel geloven’, stellen zij vast. Johannes 12 bewijst ons dat dat niet waar is. Er komt notabene een stem uit de hemel. En nog negeren de toeschouwers alle signalen.
Dat moet ons echter niet verbazen. Het is al voorspeld.
2.
Het bovenstaande kan ons er eens te meer van doordringen dat de Here werkelijk alles in Zijn hand houdt.
Dus ook het ongeloof. Dus ook de agressie.
In de afgelopen week hebben we weer gezien hoe mensen op eigen kracht proberen de samenleving te ontregelen, en vervolgens naar hun hand te zetten; denkt u maar aan de aanslagen in Brussel, op dinsdag 22 maart jongstleden[18]. Ook in zulke schokkende omstandigheden mogen we geloven dat onze God alle eer toe komt, in de hemel en op de aarde!
3.
Wie in het licht leeft, kan de duistere dingen in zijn leven – tegenslag en ziekte bijvoorbeeld – op een goede manier verwerken. Dat wil niet zeggen dat het leven gemakkelijk wordt. Maar wel dat we nooit volledig worden overweldigd door alle problemen. Altijd glanst het lichtpunt van de blijde Boodschap van redding.
De schifting is voor ons niet schokkend!
4.
De belofte van eeuwig leven:
* is een geschenk van de Zoon
* wordt in ons blikveld gebracht door het getuigenis van de Zoon
* geeft ons alle reden tot geloof in de Zoon.
Als wij ons leven in Gods handen willen leggen, krijgt ons bestaan een gouden randje. Dat randje is onzichtbaar. En wij voelen er zelf niets van. Maar het zit er wel!

Noten:
[1] Vandaag, woensdag 30 maart 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. In die bijeenkomst zal Johannes 12:20-50 centraal staan. Tijdens die vergadering zal ik het onderwerp inleiden. Een bewerking van dit artikel zal het tweede deel van die inleiding zijn.
[2] Johannes 12:28: “Vader, verheerlijk uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!”.
[3] Jesaja 6:9.
[4] Jesaja 53:1.
[5] Ezechiël 12:2.
[6] Romeinen 11:8.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 1.
[8] Johannes 12:46, 47 en 48.
[9] Johannes 12:50.
[10] Johannes 3:16.
[11] Johannes 3:36 a.
[12] Johannes 5:24.
[13] Johannes 6:40.
[14] Johannes 6:47.
[15] Johannes 6:68.
[16] Johannes 10:28.
[17] Johannes 17:2.
[18] Op dinsdag 22 maart 2016 ontploften vanaf ongeveer 8 uur in de morgen bommen op het Brusselse vliegveld Zaventem; er was vervolgens ook een aanslag bij het Brusselse metrostation Maalbeek. Er vielen zo’n dertig doden. Ook raakten zo’n tweehonderd mensen gewond. De aanslagen werden opgeëist door Islamitische Staat.

29 maart 2016

Zet de onzekerheid terzijde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

“En het geschiedde, terwijl zij daarover in verlegenheid waren, dat, zie, twee mannen in een blinkend gewaad bij haar stonden” – Lucas 24:4

Nu de Paasdagen voorbij zijn, vangt het gewone leven weer aan[1].

Voor de mensen die we in Lucas 24 langs zien komen, zal het leven echter nooit meer hetzelfde zijn.
De weggehaalde steen is een signaal van Jezus’ opstanding. Het lege graf is een tweede attentiesein. Maar van echt geloof is in dit deel van Lucas 24 geen sprake.
De vrouwen die in dit Schriftgedeelte naar het graf gaan zijn eigenlijk volkomen verlegen met de situatie. Zij moeten door de engelen op de hoogte worden gesteld van de recente gebeurtenissen.

Maar dat gebeurt dan ook.
Het lijkt mij dat we op deze dag na Pasen met dankbaarheid mogen noteren.
Mensen van vlees en bloed zijn van nature ongelovig. En afkerig van het Evangelie. Maar zelfs als de Here ons er – om zo te zeggen – met de haren bij trekt, doorzien we Gods Woord niet. Wij horen het wel, maar wij begrijpen het niet. Wij luisteren wel; wij ontdekken de verbanden van al die Schriftwoorden echter pas als wij ijverig op Gods Woord studeren.
Eén ding is zeker: de Here wil ons inzicht geven. Als Hij het nodig vindt stuurt hij engelen op mensen af, om uit te leggen hoe de geschiedenis zich ontwikkelt.
Ziet u hoe genadig de Here is?

De Here Jezus Christus is opgestaan.
Er is niemand die weet hoe dat precies gegaan is. Bijbellezers van 2016 moeten het hebben van de mededeling dat de steen voor het graf weggerold is.
Op die manier concentreert de God van hemel en aarde Zijn kinderen op de hoofdzaak van het Evangelie.
Immers – wat zou er gebeuren als de opstanding van de Here Jezus minutieus in de Bijbel opgetekend stond? Dan zouden er, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, allerlei vragen worden opgeroepen:
* Waarom is dat zo gegaan?
* Was het niet mooier geweest als er getuigen aanwezig waren die het hoe en waarom der gebeurtenissen hadden kunnen doorgeven en toelichten?
* Wat zou het waardevol geweest zijn als er een tekening of ander beeld van de opstanding zou wezen!
* Was het niet prachtig geweest als er meer wetenschappelijk onderzoek omtrent de opstanding van Jezus had kunnen plaatsvinden?
In de Bijbel horen of zien we niets van dat alles. Onze Verbondsgod laat zien dat er geloof nodig is.
De apostel Paulus schrijft in Romeinen 1 dan ook: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven”[2].
Uit geloof tot geloof, staat er. De gerechtigheid wordt uit het geloof verkregen. En vervolgens wordt dat geloof ook sterker.
Maar uit Lucas 24 wordt het heel duidelijk dat ook dat geloof ons gegeven moet worden.

De vrouwen zijn immers in verlegenheid.
Di-aporeo staat daar. Dat betekent: in onzekerheid en twijfel verkeren[3]. De Statenvertaling heeft hier dan ook het woord ‘twijfelmoedig’[4]. Ook de Herziene Statenvertaling gebruikt dat begrip ‘twijfel’[5].
Als onze God aan het werk is en ongelooflijke dingen doet, kan bij mensen de aarzeling binnensluipen. En scepsis, misschien.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Handelingen 2, aan die eerste Pinksterdag: “En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen?”[6].
Of ook aan Handelingen 5, waar de gevangenneming en bevrijding van de apostelen beschreven is: “Doch de dienaars – daarmee is het tempelpersoneel bedoeld – , daar aangekomen, vonden hen niet in de gevangenis. En zij keerden terug en brachten het bericht mede: Wij vonden wèl de kerker zeer zorgvuldig gesloten en de wachters voor de deuren op hun post, maar, toen wij hem openden, vonden wij er niemand in. Toen nu de hoofdman van de tempel en de overpriesters deze woorden hoorden, waren zij erover in verlegenheid, wat daarvan komen zou. Maar er kwam iemand tot hen met het bericht: Zie, de mannen, die gij hebt gevangengezet, staan in de tempel en zij leren het volk”[7].
En ook aan Handelingen 10, waar Petrus compleet in de war raakt van dat visioen met onreine dieren, die door de Here rein verklaard worden: “Terwijl Petrus bij zichzelf in onzekerheid was, wat het gezicht, dat hij gezien had, betekenen mocht, zie, daar waren de mannen, die door Cornelius afgezonden waren”[8].
Als wij het van de Here verwachten, kunnen er zomaar wonderen gebeuren!

Vandaag gaan we het gewone leven weer in; de Paasdagen zijn voorbij.
Maar als het aan onszelf lag, interesseerde de opstandingsfeest van Jezus ons niet zo.
Begin maart stond het volgende bericht in de krant:
“De Duitse supermarktketen ALDI Süd licht zijn klanten dezer dagen uitvoerig voor over het christelijke paasfeest. In een zestien pagina’s dik magazine en op zijn site legt de discounter uit wat de achtergronden van Pasen zijn en geeft hij een toelichting op gebruiken en tradities. Hoewel ook de paashaas en het paasei aan bod komen, staat de christelijke paasviering centraal”[9].
Als het een beetje wil, legt de supermarkt ons uit wat er op de Paasdagen gevierd zou moeten worden. Dat klinkt welwillend. En dat is het waarschijnlijk ook.
En de kerkmensen?
Zij leven van gegeven geloof. Nee, niet van veronderstellingen. En ook niet van allerlei gekunstelde constructies. Zij vertrouwen op hun Heer. Met Hem gaan zij de toekomst in.
Zij zijn de verlegenheid voorbij. Echt waar.

Noten:
[1] De Paasdagen vielen in 2016 op zondag 27 en maandag 28 maart.
[2] Romeinen 1:16 en 17.
[3] Zie hierover de webversie van de Studiebijbel.
[4] Lucas 24:4: “En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen”.
[5] “En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden”.
[6] Handelingen 2:12.
[7] Handelingen 5:22-25.
[8] Handelingen 10:17 a.
[9] “Supermarkt legt betekenis Pasen uit”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 2 maart 2016, p. 19.

25 maart 2016

De verzoeking is vlakbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Bidt, dat gij niet in verzoeking komt” – Lucas 22:40 en 46.

Op deze Goede Vrijdag van het jaar 2016 schrijf ik graag iets naar aanleiding van bovenstaande woorden. Ze komen twee keer voor in één perikoop.
Ze zijn blijkbaar geweldig belangrijk.

De leerlingen moeten ervoor waken om zich van Jezus Christus af te keren en niet langer op Hem te vertrouwen. Het wordt hen op het hart gedrukt. Die opdracht moet goed tot hen doordringen.
En ook wij moeten daar blijvend oog voor houden!

Het was al in 1959 dat de vrijzinnig hervormde predikant P. Smits zei: “Het is ook mijn eer te na, dat iemand voor míjn schuld zou moeten boeten. Ik wens te stáán voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan Fikkie”.
Vandaag is dat motto, mutatis mutandis, door duizenden mensen overgenomen.
Dat voorspelde de ‘religieuze humanist’ Smits trouwens ook al: “Smits voorspelde al in de jaren zestig van de vorige eeuw dat religie in de westerse samenleving zou ontwikkelen tot het ‘ietsisme’, een niet-dogmatisch, vaag en op emoties gebaseerd spiritueel gevoel. Ook zelf raakte hij meer en meer los van het christelijke gedachtegoed. Hij schreef over die ontwikkeling in ‘Veranderend wereldbeeld, mensbeeld, godsbeeld’ (1981)” [1].
De vraag is of wij ons, anno Domini 2016, helemaal over willen geven aan Jezus Christus die voor ons geleden heeft. Want de verleiding is vandaag de dag groot om water in de wijn te doen!

Overal op de wereld wordt Goede Vrijdag en Pasen gevierd.
Dat gebeurt vanuit het lijden van de wereld. Wij staan er midden in. We hebben er allen mee te maken. Aan den lijve, soms.
Ik denk aan de ramp met de MH17.
In het Reformatorisch Dagblad van 17 oktober 2015 stond een foto van een kruis. Het bijschrift was veelzeggend. Het luidde: “In Roszypne (een dorpje in Oekraïne, BdR) staat een kruis. Op de plek waar de cockpit van de MH17 neerstortte. Het is een monument als uiting van respect aan de slachtoffers en de nabestaanden. Met een boodschap.
In het Westen wijst het kruis (ook onder christenen) naar dood en lijden. Daarom staat het op een rouwkaart of op een graf.
In Rozsypne staat echter een Slavisch kruis. De bovenste balk is voor het opschrift INRI, de onderste voor Jezus’ voeten. Verder heeft alles nog een diepere betekenis.
Belangrijker is nog dat het kruis in de oosters-orthodoxe beleving niet van lijden (Goede Vrijdag) spreekt, maar getuigt van de overwinning (Pasen).
De boodschap van dit monument is dus: er is overwinning onder het kruis”[2].

In de bovenstaande alinea’s zijn twee uitersten uitgetekend:
* Christus’ lijden en opstanding zeggen niets meer
* Christus’ lijden en opstanding garanderen onze toekomst, vanwege Zijn reddingswerk.

“Leidt ons niet in verzoeking”.
Die bede richten we ook in onze tijd nog aan onze God.
Dominee Joh. Kapteyn – in 1941/1942 Gereformeerd predikant te Groningen – heeft over die bede eens gezegd: “Christus leert ons niet anders dan te bidden: ‘en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze’.
We mogen dus wel bidden om afwending van oorlogen en rampen en vervolging, maar slechts als geestelijke menschen. Wanneer ik bidden ga in vleeschelijken wellust, kan ik hier gemakkelijk de kerk vol krijgen. Maar doen de heidenen ook niet alzoo?
We moeten bidden naar de Schrift het ons leert, en dus als wetende, dat al deze dingen komen zullen, en in deze verzoeking bidden om staande te mogen blijven. We mogen niet bidden in kortzichtigheid, maar als menschen, die de Schrift kennen en uit de openbaring leven willen, hoe het ook gaan moge.
En dan zullen we niet vreezen hen die het lichaam kunnen dooden, maar veel meer Hem, die beide, lichaam en ziel, kan verderven in de hel. En daarom zullen we ook alle dingen ondergeschikt maken aan dit ééne: Jezus Christus komt om te oordeelen! We zullen dan niet meer bezield worden door de gedachte en de hoop, dat we het leven er af zullen brengen; maar hoe het ook ga, dat we mogen staan voor Hem!”[3][4].

Wij moeten geestelijke mensen zijn. Die term kennen we uit 1 Corinthiërs 3: “En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen”[5].
Omdat wij aan Christus verbonden zijn, kunnen wij heel veel dingen aan. En dat is heel, heel hard nodig.
De hierboven reeds geciteerde dominee Kapteyn zei daarover eens: “De grootste zwarigheid zal zijn, dat er schijnbaar nergens uitkomst zal wezen. Bedreigingen worden volvoerd en alles schijnt triumfantelijk uit te roepen: ‘Waar is nu uw God? Waar is de God op Wien gij bouwdet en aan Wien gij uw zaak vertrouwdet?
Maar Christus zegt: ‘Geloof mij. Ik kom!’.
Dat is: als gij niets dan verdervende machten voor oogen hebt, als in den gang der historie de ondergang der Kerk zich schijnt af te teekenen, houdt dan dit beloftewoord vast en zegt: ‘Hij komt, ik weet: Mijn Verlosser leeft!’.
Resultaat dus: in plaats van neergebogen, hoog opgericht!
Christus’ bedoeling is: dat wij in alle droefenis en vervolging het hoofd opsteken”[6].

Wij leven in een wereld vol dreiging en geweld. En laten wij maar eerlijk zeggen dat we daar totaal geen overzicht over hebben.

Op deze Goede Vrijdag moeten we echter vol overtuiging belijden dat onze Heiland vanwege onze zonden gestorven is.
Met die belijdenis moeten we, naar het lijkt, een beetje uitkijken. Uit het redactioneel commentaar in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 19 maart jongstleden citeer ik: “Preken over zonde en genade is niet verboden. Maar als de hoorder de boodschap niet pikt, moet de voorganger het zwijgen worden opgelegd. Dat is het standpunt van de Employment Appeals Tribunal (EAT), de Britse raad van beroep voor werknemers.
De EAT deed recent een uitspraak naar aanleiding van een klacht van de pinkstervoorganger Barry Trayhorn die op straat was gezet. Behalve dat hij predikant was, werkte hij ook als tuinman bij een gevangenis nabij Cambridge, waar vooral zedendelinquenten worden vastgehouden.
Op uitnodiging van een gevangenispastor had Trayhorn een dienst geleid. Aan de hand van 1 Corinthiërs 6 had de pinkstervoorganger gesteld dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Een aantal zonden benoemde hij daarbij concreet. Hij wees erop dat alleen de genade van de Heere Jezus Christus verlossing brengt. Heel sterk beklemtoonde hij dat elk mens, ook hijzelf, die genade nodig heeft.
De preek viel niet in goede aarde. Enkele gedetineerden voelden zich gediscrimineerd en dienden een klacht in. De leiding besloot daarop om niet alleen de pinkstervoorganger de toegang tot de gevangeniskansel te ontzeggen, maar ook om hem te ontslaan. Dat de predikant aanvoerde zichzelf ook als zondaar te kennen en dus de gestraften niet had afgewezen, mocht niet baten”.
De schrijver van het commentaar concludeerde onder meer: “Wanneer de boodschap van zonde en genade door seculiere instanties wordt gesmoord, is een samenleving aan de verharding overgegeven. Moet de kerk dan maar zwijgen? Integendeel, ze moet schreeuwen tot God om een wederkeer tot Zijn geboden”[7].

De conclusie van die commentator lijkt mij volkomen terecht.

Goede Vrijdag: dat is voor Gereformeerde mensen, als het goed is, een dag van waarschuwing en troost.
Laten wij het slot van Gods Woord maar tot ons door laten dringen. Dan is alles gezegd.
Ik citeer:
“Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.
Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.
Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!
De genade van de Here Jezus zij met allen”[8].

Noten:
[1] Zie: Albert-Jan Regterschot, “Biografie over P. Smits”. In: Kruispunt, katern van het Reformatorisch Dagblad, donderdag 19 november 2015, p. 4.
[2] “MH17: overwinning onder het kruis”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 17 oktober 2015, p. 13 (rubriek Beeldhoek).
[3] Rudolf van Reest, “Een bloedgetuige der kerk. Het leven en sterven van Johannes Kapteyn. Gereformeerd predikant”. – Groningen, 1946. – p. 60. Geraadpleegd via www.digibron.nl .
[4] Zie voor meer informatie over deze predikant http://www.protestant.nu/Encyclopedie/tabid/359/Default.aspx?page=Kapteyn%2c%20Johannes%20 . Geraadpleegd op zaterdag 19 maart 2016.
[5] 1 Corinthiërs 3:1 en 2 a.
[6] Rudolf van Reest, a.w., p. 63.
[7] “Zwijgen over zonde”. Commentaar in Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 maart 2016, p. 3.
[8] Openbaring 22:16 b-21.

24 maart 2016

Schimmige spiritualiteit?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Nog steeds zijn mensen op zoek”, kopt het Nederlands Dagblad op vrijdag 18 maart 2016[1]. Een cultuurtheoloog van Rooms-katholieke huize schrijft in een opinieartikel: “Het rapport God in Nederland doet nogal wat stof opwaaien, zeker onder gelovigen, aan beide zijden van de Reformatie. God lijkt niet alleen vertrokken uit Jorwerd, zoals schrijver Geert Mak al eens suggereerde, maar ook uit Nederland.
Het zijn getallen waar je als gelovige droevig van kunt worden: weer minder mensen naar de kerk, weer minder mensen die in God geloven. En zelfs onze zweverige buren, de ‘ongebonden spirituelen’, vliegen langzaam definitief het religieuze kamp uit.
De vraag bij al deze cijfers en getallen is: wat betekent dit?”
De conclusie van de godgeleerde luidt:
“De mens zal zich (…) altijd blijven afvragen: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe?
En zolang die vragen – bewust of onbewust, expliciet of impliciet – gesteld worden, is spiritualiteit, is God nooit ver weg.
De confessie, de set van geloofsregels, heeft het voorlopig verloren. Maar de praxis, de feitelijke zoektocht naar zin in het bestaan blijft.
Is Nederland nog ‘in de Heer’? Misschien wel meer dan het zelf weet”[2].

Nu maakt het woord ‘spiritualiteit’ mij niet zelden enigermate behoedzaam. Telkens wanneer ik dat woord hoor, bekruipt mij het hinderlijke gevoel dat wij tezamen iets niet helemaal goed hebben gedaan.
Immers – als we allemaal al heel erg spiritueel waren hoefde men er niet voortdurend over te praten. Als alles al koek en ei was, hoefden wij niet verder discussiëren.
Maar ach, met de regelmaat van de klok kom ik het woord in de krant tegen.

Reeds lang bestaat er een Maand van de Spiritualiteit[3].
Met een enorme gedrevenheid spreekt men, met name in die periode, over contacten met het bovenaardse. Duizenden mensen zijn op allerlei manieren ijverig op zoek naar echt contact met God.

‘Spiritualiteit’ is, als ik het goed weet, een woord dat van oorsprong uit Rooms-Katholieke kringen stamt. Tegenwoordig wordt het ook vaak in protestantse en Gereformeerde kringen gebruikt.
Het lijkt er op dat sommigen het een aantrekkelijk woord vinden omdat het zo lekker vaag is. Je kunt er van alles onder vangen. En – mogelijkerwijs nog belangrijker! -: je kunt erin samenvatten wat je zelf beoogt. Je kunt laten zien wat je eigen drijfveren zijn.

In feite is Gereformeerd geestelijk leven gewoon dit: wij laten ons in heel ons leven leiden door de Heilige Geest.
Dat wil zeggen dat wij leven terwijl de Heilige Geest in ons hart werkt. We laten ons leiden door Hem. En het betekent dus niet per se dat wij de hele dag bezig zijn met het bestuderen van theologische vraagstukken. Het wil ook niet zeggen dat wij een filosofische levensinstelling hebben. Het hoeft ook niet per definitie te betekenen dat wij een levendige persoonlijkheid zijn.

In Romeinen 8 staat er een mooie omschrijving van. Ik citeer: “En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont”[4].
Laat ik die Schriftwoorden aanvullen met een passage uit Galaten 2: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven”[5].

Met al dat gepraat over spiritualiteit zouden we haast gaan denken dat Gereformeerde mensen vroeger weinig Geestelijks hadden.
Welnu, dat moeten we ons niet wijs laten maken. Daar zijn tenminste een vijftal redenen voor.

1.
Er was vroomheid. Dat betekende eertijds dat de mensen hun plaats kenden tegenover God. Het was geen systeem. En er waren, voor zover ik weet, geen regels voor.
2.
Men wandelde met God. Dat is een term die op deze internetpagina nog vaak voorbij komt. Ik betreur het dat we die uitdrukking zo weinig meer horen. Het is ook een heel Schriftuurlijk woord. Over Henoch staat in Genesis 5 dat hij met God wandelde[6]. En in Genesis 17 zegt God tegen Abram: “Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen…”[7]. Wandelen met God doen we dus op de weg van het verbond. Wandelen met God staat in het kader van de toekomst die Hij ons beloofd heeft.
3.
Nu noem ik het woord Godsvrucht. Daarmee duidde men eertijds aan dat men van God vervuld wilde zijn. Het woord vormde ook een afgrenzing tegen de wereld. Met Godsvrucht wisten talloze mensen de secularisatie vér van zich af te houden. Met de Godsvrucht voorkwam men dat de God van hemel en aarde uit het leven verdrongen werd.
4.
Ik attendeer u op het woord bevinding. In de tijd van de Afscheiding was er veel aandacht voor de bevindelijke kant van het geloof. Toen de Afgescheidenen zich in 1892 verenigden met de Dolerenden ging een heel aantal mensen niet mee. De achtergeblevenen formeerden zich in de Christelijke Gereformeerde Kerk. Het is opvallend dat men in de rechterflank van de CGK nog zoveel bevindelijken vinden kan!
5.
Tenslotte is er nog de gemeenschap met God. Dat is natuurlijk een zeer intieme relatie. Van ons wordt verwacht dat we ons hele leven, in al zijn facetten, aan de Here zullen geven. Hij vraagt van ons wélbewuste eredienst.

Wat zal ik verder van deze dingen zeggen?

Nederland is op zoek.
Die cultuurtheoloog van hierboven noteerde in het Nederlands Dagblad: “Mijn idee is dat de gemiddelde Nederlander nog steeds net zo spiritueel is als hij of zij altijd geweest is, maar is vergeten dat dit zo heet. Het woord ‘spiritualiteit’ is besmet geraakt, ouderwets geworden, irrelevant bevonden. Het is voor vele mensen een zombiewoord. Je weet eigenlijk niet eens wat het betekent, maar het riekt naar oude mensen, musea en rare mensen op zondagochtend”.
Welnu – laten Gereformeerde mensen van 2016 vooral blijven beseffen dat de dienst aan hun God nooit bedaagd of ouderwets is!

Want immers, onze Here zorgt Hoogstpersoonlijk voor een ‘nieuwe eeuw’.
Daarmee vertel ik warempel geen nieuws.
Een Oudtestamentische profeet als Jesaja sprak er al over. Natuurlijk deed hij dat in Oudtestamentisch idioom. Maar het staat toch werkelijk in hoofdstuk 66: “Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord des HEREN, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de HERE”[8].

Spiritualiteit?
Er is op dit gebied weinig nieuws onder de zon.
En Jesaja bewijst het ons eens te meer: ons dienen van God is een initiatief van Hemzelf.
Laten we dat woord ‘spiritualiteit’ in de Gereformeerde wereld maar niet al te vaak gebruiken. En als we dat wel doen, laat het dan duidelijk zijn: de Here vraagt van ons geen vage actie die we zelf bedacht hebben.
De Here vraagt van ons een reactie op Zijn verbondsbeloften. Hij vraagt van ons: leef naar Mijn wetten, opdat het u wèl ga.
Meer vraagt Hij niet. Ook niet minder, trouwens.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 19 maart 2007.
[2] Frank Bosman, “Nog steeds zijn mensen op zoek”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 18 maart 2016, p. 11.
[3] Dit jaar vond die plaats tussen 15 januari en 14 februari 2016. Zie ook http://www.maandvandespiritualiteit.nl/ . Geraadpleegd op vrijdag 18 maart 2016.
[4] Romeinen 8:11.
[5] Galaten 2:20.
[6] Genesis 5:24: “En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen”.
[7] Genesis 17:1 en 2.
[8] Jesaja 66:22 en 23.

23 maart 2016

Voortdurende verheerlijking

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden”[1]. Dat is de reactie van Jezus als mensen van Griekse afkomst bij Hem op audiëntie willen gaan[2].
Wat is dat voor reactie? Wijst de Here het verzoek om een gesprek af? Sommige uitleggers zeggen dat dat het geval is. Maar waar het vooral om gaat, is dat Jezus beschikbaar is voor mensen die Hem willen dienen.

Jezus zegt even verder: “Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren”[3]. Het dienen van God heeft alles te maken met zelfverloochening. Wie Jezus Christus volgt moet zichzelf opofferen. Want als volger wil je alleen maar dáár zijn waar Christus is.
Dit gaat over mensen van Griekse afkomst. Het zijn dus geen mannen en/of vrouwen uit het Verbondsvolk. We kunnen daarom zeggen dat het Pinksterfeest hier al wordt ingeleid.

Jezus roept om verlossing. Het lijkt erop dat Hij dit uur helemaal niet wil meemaken. Maar in de volgende zin vraagt Hij meteen om verheerlijking van Vaders naam.
In onze tijd praten wij weleens over een achtbaan van emoties. Jezus Christus lijkt daar in Johannes 12 ook in te zitten. Hij realiseert Zich dat Hij aardse taak helemaal af moet maken, maar beseft ook hoe zwaar dat werk wezen zal.
Wat een genade is het eigenlijk dat er vanuit de hemel meteen antwoord komt! Vader laat Zijn Zoon niet wachten. Vader weet heel goed hoe het er met Zijn Zoon voor staat, en Hij laat Hem nog niet alleen.
Wij lezen: “Vader, verheerlijk uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!”[4].
De Vader glorieert altijd. In het verleden was dat al zo. We kunnen dat bijvoorbeeld zien in Johannes 2: “Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard”[5].
In de toekomst zal dat niet anders wezen. Ook in Christus’ lijden zien we die verheerlijking terug. Zie Johannes 13: “Toen hij dan heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken”[6]. En Johannes 17, het hogepriesterlijk gebed: “En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was”[7].
Die glorie is ook bestemd voor al Gods kinderen. Dat staat ook in Johannes 17: “Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld”[8].
We mogen ons verheugen op de hemelse toekomst. Die toekomst is open. Die toekomst zal nimmer eindigen!

Jezus Christus laat iets van die toekomst zien.
Want Hij zegt: “Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken”[9].
Iedereen komt dus voor een beslissende keuze te staan: voor of tegen Christus, voor of tegen de satan.
Maar er zit nog meer in die Schriftwoorden. De Here Jezus zal allen tot Zich trekken. Daarvan is niemand uitgezonderd. Wat is het troostvol om te weten dat de Here helemaal niemand vergeet! Misschien zijn wij, naar onze eigen bescheiden mening, onbeduidende mensjes die weinig voorstellen. Maar ook dan verzekert de Here ons dat in de hemel een speciale plek voor ons gereserveerd.
Wij mogen, met Romeinen 8, met een gerust hart vaststellen “dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden”[10]!

Wat kunnen wij verder naar aanleiding van het bovenstaande zeggen? Laat ik een aantal dingen op een rijtje zetten.
1.
Johannes 12 leert ons dat Jezus Christus gediend wil worden. Dat staat tegenover het vrijblijvend contact zoeken met God, waar de wereld om ons heen vaak druk mee bezig is.
2.
In Johannes 12 demonstreert Christus heel duidelijk dat het heil dat Hij geeft voor heel de wereld is. Israël raakt de voorrangspositie kwijt. Kinderen van God wonen overal in de wereld.
3.
In Johannes 12 zien we dat Christus als mens en als God. Hij toont diepe emoties, maar blijft wandelen op de lijdensweg die God Hem wijst. Denkt u in dit verband maar aan Zondag 5 uit de Heidelbergse Catechismus: “Wij hebben een Middelaar (nodig) die een echt en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen: die tegelijk echt God is”[11].
4.
God de Vader zorgt Zelf voor Zijn eigen voortdurende glorie. In het verleden, in het heden en in de toekomst. Het is een belangrijke taak van kerkmensen om, als instrumenten van de Here, in onze tijd iets van die glorie te laten zien. Om die reden moeten, bijvoorbeeld, preken altijd iets van de actuele situatie in de wereld laten zien. Want daar moet die heerlijkheid worden getoond.
5.
Godsdienst en geloof hebben natuurlijk alles te maken met het leven van vandaag. Maar uit Johannes 12 leren we vooral dat we een heerlijke toekomst tegemoet gaan. Als we werken in de kerk, en allerlei beslissingen nemen, zullen we moeten bedenken of onze activiteit bijdraagt aan de glorie van God en al Zijn kinderen.

Noten:
[1] Johannes 12:23.
[2] Volgende week woensdag, 30 maart 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. In die bijeenkomst zal Johannes 12:20-50 centraal staan. Tijdens die vergadering zal ik het onderwerp inleiden. Een bewerking van dit artikel zal het eerste deel van die inleiding zijn.
[3] Johannes 12:26.
[4] Johannes 12:28.
[5] Johannes 2:11.
[6] Johannes 13:31 en 32.
[7] Johannes 17:5.
[8] Johannes 17:24.
[9] Johannes 12:31 en 32.
[10] Romeinen 8:18.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 5, antwoord 15.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.