gereformeerd leven in nederland

30 juni 2016

Bijna goddelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De mens is, zoals bekend, geschapen naar Gods beeld[1].
In Psalm 8 staat zelfs:
“Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt,
en hem met heerlijkheid en luister gekroond”[2].
Wij zijn nietige mensen die niettemin weinig minder lijken te zijn dan God. Hoe kan dat?

De vraag is natuurlijk: waar zit ‘m dat bijna-goddelijke in?
Die vraag heeft alles te maken met het beeld dat wij van Christus hebben.
Welk idee hebben wij over hem?

Over dat beeld gesproken: het is al jaren geleden – het was in 1997 – dat de Braziliaanse kunstenaar Cláudio Pastro van het Vaticaan de opdracht kreeg om Christus een nieuw, multiraciaal gezicht te geven[3]. Bij die gelegenheid zei Cláudio indertijd dat hij van mening was dat Christus er als een Braziliaan uit moest zien. Per slot van rekening is Brazilië een smeltkroes van volkeren…
U begrijpt: zulk een beeld bedoel ik niet!

Als in Psalm 8 staat dat de mens bijna goddelijk heeft gemaakt, betekent dat eerst en vooral dat wij met en door Christus kunnen tonen wie Hij is.

Wij kunnen, als het goed is, iets van Gods bescherming zichtbaar maken.
Denkt u in dit verband maar aan Genesis 9. Na de zondvloed zegt God: “Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt”[4].
Ziet u dat de Here hier de cyclus van geweld, die de mens maakt, met kracht doorbreekt?
Elk mens is kostbaar in Gods oog. Elk mens heeft een grote waarde!
Als het over mensen gaat, moeten we niet vragen hoe nuttig iemand nog is voor de samenleving.
Wij moeten al helemaal niet vragen hoeveel economische waarde een man, vrouw of kind voor de maatschappij heeft.
Daar gaat het helemaal niet om. Het menselijk leven moet aan God gewijd zijn[5].
Daar, in Genesis 9, wordt – om zo te zeggen – de rem op het menselijk leven gezet. Wij worden beschermd tegen al te grove zonden in onze relaties. De algemene regel is: als de relaties tussen mensen heel slecht zijn wordt te weinig rekening gehouden met God en met Zijn sturing van ons leven.

Door de geschiedenis heen heeft de God van het verbond Zijn trouw bewezen. In Psalm 17 laat David blijken dat Hij er op vertrouwt dat God recht zal blijven doen. De Here verhoort gebeden. Hij geeft verlossing aan allen die tot Hem roepen. Daarvan is David overtuigd!
En daarom zingt hij in Psalm 17:
“Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen,
en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld”[6].
En ja, ook wij zingen dat nog:
“Maar ik zal U naar mijn begeren,
aanschouwen in gerechtigheid.
Als ik ontwaak word ik verblijd:
verzadigd met uw beeld, o HERE!”[7].
Na onze dood mogen we Gods beeld in-drinken. Ja, wij mogen er ons aan vergapen.

En hoe loopt het dan met de goddelozen af?
Asaf is er in Psalm 73 duidelijk over:
“Hoe worden zij in een oogwenk tot een voorwerp van ontzetting,
zijn zij verdwenen, vergaan door verschrikkingen;
gelijk een droom na het ontwaken, o Here,
versmaadt Gij, als Gij opwaakt, hun beeld”[8].
Ja, ook dat zingen wij nog:
“Zij zijn tot puin ineengestort,
zodat hun roem ontzetting wordt.
Als U ontwaakt, verdwijnen zij,
hun beeld gaat als een droom voorbij”[9].
De geloofszekerheid stráált er af!

Wij kunnen, als het goed is, in ons iets van Gods genade zichtbaar maken.
Wij zijn bijna goddelijk omdat Hij Zijn Zoon gegeven heeft. Nu is er weer echt en eeuwig leven mogelijk, naar Gods bedoeling.
De Hebreeënschrijver spreekt er over in hoofdstuk 2:
“Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende:
Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?
Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld,
met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond,
alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen.
Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond”[10].
Adam heeft zijn ereplaats op aarde verloren.
Maar die plaats wordt vervuld, vol-gemaakt, door Jezus Christus.
Gods plan faalt niet[11].
Jezus Christus is met eer en heerlijkheid gekroond. Hij laat zien wat het doel van het scheppen der mens is. Hij zorgt er voor dat Zijn kinderen die bestemming metterdaad bereiken.

Maar inderdaad – heel veel mensen bereiken die bestemming niet.

Naar Gods beeld: in die term zit daarom ook de antithese verscholen. U weet wel: de kloof tussen tussen gelovigen en ongelovigen, tussen kerk en wereld. Maar die scherpe tegenstelling hoeft ons niet te beangstigen. Teneinde dat te accentueren ga ik tot slot nog even terug naar Psalm 73:
“Wie ver van U geweken is,
komt eenmaal om in duisternis.
Hun zal in ’t oordeel niets meer baten,
die trouweloos uw dienst verlaten.
Maar dit is mijn gelukkig lot:
te mogen schuilen bij mijn God.
Ik bouw op Hem geheel en al,
de HEER, wiens werk ik roemen zal”[12].

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op donderdag 26 juni 1997 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 528 en is getiteld ‘Naar Gods beeld’.
[2] Psalm 8:6 (onberijmd).
[3] Zie over Cláudio Pastro https://pt.wikipedia.org/wiki/Cláudio_Pastro ; Portugeestalig. De eerste alinea van de aldaar gepubliceerde informatie luidt in vrije Nederlandse vertaling: “Claudio Pastro (São Paulo, 1948) is een Braziliaanse kunstenaar die gespecialiseerd is in sacrale kunstwerken. Zijn werken worden door experts beschouwd als de meest expressieve uitingen op dit gebied in Brazilië”.
[4] Genesis 9:6.
[5] Zie hierover ook de van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 9:6.
[6] Psalm 17:15.
[7] Dit zijn de laatste regels van Psalm 17:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[8] Psalm 73:19 en 20.
[9] Dit zijn de laatste regels van Psalm 73:7 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[10] Hebreeën 2:5-9.
[11] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 2:6.
[12] Dit is Psalm 73:11 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

29 juni 2016

Gegeven vernieuwing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Niet zo lang geleden las ik in een krant een kort tekstje in een kadertje. Het stond bij een groot artikel over het voortbestaan van kleine scholen.
Dat tekstje luidde: “Steeds meer gereformeerde scholen, waaronder die in Houten, vervangen het ‘gereformeerd’ op de gevel door ‘Bijbelgetrouw onderwijs’. ‘Gereformeerd roept een ander beeld op dan wie we zijn’, verklaart René Tromp, directeur-bestuurder van 25 gereformeerde scholen. De scholen houden de Bijbel en Drie Formulieren in de grondslag, maar werven leerlingen onder protestantse, katholieke en evangelische ouders. ‘We komen uit een kerkgebonden situatie. Dat geïsoleerde denken is eraf, we willen van betekenis zijn voor de hele samenleving”[1].

Het bovenstaande lijkt, gelet op de praktijk in het huidige tijdsgewricht, tamelijk logisch.
Veel mensen begrijpen die aanduiding niet meer.
Het begrip ‘Gereformeerd’ roept heel veel vragen op bij passerend kerkvolk en andere voorbijgangers.

Toch verliezen wij wat.

Ge-re-formeerd: dat staat, als u het mij vraagt, onder meer voor vernieuwing.
Voor dagelijkse bekering, bedoel ik.
Voor het feit dat God ons iedere dag in staat stelt opnieuw te beginnen. Met Hem.
En we eindigen ook met Hem.
We wandelen met Hem.
Juist in onze tijd moet je vernieuwend bezig zijn, zeggen de mensen.
Eerlijk gezegd denk ik dat dat bijna altijd moet. Natuurlijk, wat goed is moeten wij niet onverhoeds veranderen. Maar de ontwikkelingen in de wereld gaan door. En daar mogen we best in mee gaan, als we daarmee Gods geboden niet overtreden.
Even zo goed is het een feit het internet en de technologische ontwikkelingen leiden tot grote vernieuwingen.

Is het nu zo dat Gereformeerden stilzwijgend een beetje ouderwets worden?
Gaan zij pruilend in een hoekje zitten?
Welnee.
Integendeel – Gereformeerden willen best vernieuwend zijn, als onderwijskundige trends dat nodig maken. Ze gaan, om zo te zeggen, mee met de vooruitgang.
Ook daarin laten zij zien: wij willen best vernieuwen; daar is ook alle reden toe, want onze toekomst is gegarandeerd. We hebben immers een hemelse toekomst?

Zijn Gereformeerden van zichzelf zo vernieuwend?
Nee.
Let u maar eens op Lucas 17. Daar lezen wij onder meer: “Ieder, die zijn leven zal trachten te behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die het verliezen zal, die zal het vernieuwen”[2].
Gereformeerde mensen geven hun leven weg. Ze leggen het in handen van God:
“Zingt vrolijk, looft de naam des HEREN,
rechtvaardigen, brengt God uw dank.
Het past oprechten Hem te eren
met een nieuw lied en citerklank”[3].
Met een nieuw lied, jazeker! Want de God van het verbond deed vroeger prachtige dingen, maar ook vandaag doet Hij nog grote daden. Zondige mensen leidt Hij zo, dat ze naar Zijn wil gaan leven. Hij geeft gaven om Zijn Woord door te geven. Op alle terreinen van het leven en op allerlei manieren.

Gereformeerden worden vernieuwd.
Dat blijkt ook duidelijk in Titus 3: “Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens”[4].

Een exegeet noteert hierbij:
De doop “spreekt van en staat in verband met de wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest. Hij heeft Zijn redding – wedergeboorte, vernieuwing – tot ons gebracht in de doop, door de doop heen, die een afbeelding is van het verlossende werk van Jezus Christus in dood en opstanding. Niet in een werk van de gelovige, maar alleen in Christus’ werk ligt de redding. Dat laat de doop zien. Deze redding omvat de wedergeboorte en de vernieuwing. In de ‘wedergeboorte’ (…) wordt de redding persoonlijk toegeëigend en de redding komt tot uiting in een waarachtige ‘levensvernieuwing’. Het is de Heilige Geest die deze vernieuwing geeft en bewerkt”[5].

Gereformeerd: dat staat voor gegeven vernieuwing.
Dat staat echter ook voor constant werken vanaf hetzelfde fundament: het Woord van God. Niet conservatief, ouderwets. Maar conserverend, voortbouwend op wat wij bezitten.

Bijbelgetrouw, dat is: naar de Schrift.
Dat klinkt goed.
Maar ik vind dat woord een beetje vlak.
Te algemeen.
Enigszins versluierend, ook.
In dat woord Ge-re-formeerd zit: iedere dag een nieuw begin. Dankzij Jezus Christus. Er zit ook in: gaandeweg geschikt gemaakt voor een toekomst in de woonplaats van de God van het verbond.

Jammer van die bordjes op de schoolgevels.
Is dat het begin van het geheel in onbruik raken van het woord ‘Gereformeerd’?

Persoonlijk wil ik graag ‘Gereformeerd’ blijven heten.
Misschien snappen de mensen dat niet. U weet wel – dat passerende kerkvolk; en die andere voorbijgangers.
Maar desgevraagd wil ik graag uitleggen waarom ik Gereformeerd blijf!

Noten:
[1] “Gereformeerd gaat van de schoolgevel”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 18 juni 2016, p. 4.
[2] Lucas 17:33.
[3] Psalm 33:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[4] Titus 3:4-7.
[5] Dit citaat komt uit de webversie van de Studiebijbel, commentaar bij Titus 3:5.

28 juni 2016

De oorzaak van onheil

In Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus wordt ons een bede geleerd die, op de keper beschouwd, tamelijk schokkend is.
Het is deze: “verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen U opstaat; verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin U alles zult zijn in allen”[1].
Dat is de bede die ons wordt voorgezegd.

De macht van de duivel – dat klinkt bedreigend. En dat is het ook.
Maar waar hebben we het dan over? Waar zien we die satanische macht concreet?

Nu het om het beantwoorden van die vragen gaat wijs ik u graag op Zacharias Ursinus.
Wie is dat ook alweer?
“Zacharias Ursinus (18 juli 1534 – 6 maart 1583) was een Duits zestiende-eeuws theoloog, geboren als Zacharias Baer in Breslau – tegenwoordig een stad in Polen – . Zoals vele anderen in de 16e eeuw latiniseerde hij zijn naam. Ursus betekent ‘beer’. Hij is het meest bekend als auteur van de Heidelbergse Catechismus, die hij opstelde samen met Caspar Olevianus (1536-1587), zijn collega als hoogleraar theologie aan de Universiteit van Heidelberg en het Collegium sapientiae, de predikantenopleiding van de Palts”[2].

Welnu, de hoogleraar Ursinus schrijft in zijn Schatboek – een verklaring van bovengenoemde Catechismus – het volgende: “Het koninkrijk van de duivel, dat ook ‘de macht der duisternis’ genoemd wordt, is het geweld en de heerschappij van de duivel over de mensen. Die heeft hij niet door enig recht dat hij van zichzelf over Gods schepselen zou hebben, maar vanwege de zonden, als een beul, pijniger en tiran, naar Gods rechtvaardig oordeel over de mensen gekregen. Toen de mens eveneens afgevallen was, hebben zij [de gevallen engelen] hem onder hun heerschappij gekregen, en ze pijnigen hem niet alleen, maar heersen ook door de zonde in hem, verblinden het hart en slepen hem als een zondenslaaf van de ene zonde in de andere”[3].

Professor Ursinus is duidelijk.
Pijnlijk duidelijk, bijna.
Mensen worden gepijnigd. Veel pijn en ellende komt bij de duivel vandaan.
Mensen worden verblind. Zij zien niet meer wat de juiste koers is in het leven. Ze kunnen niet meer in Gods omgeving leven. Ze kunnen niet meer met Hem leven. En zij willen dat ook niet meer.
Zo worden mensen steeds machtelozer.
Zij worden op sleeptouw genomen: het gaat van het ene kwaad naar het andere.

Dat is er aan de hand op aarde.
Daarin ligt ten diepste de verklaring van allerlei onheil in de wereld.

Ten diepste ligt daar de oorzaak van de schietpartij in Orlando, in de Amerikaanse staat Florida: “Een Amerikaan van Afghaanse afkomst heeft in een gaybar in Orlando, in Florida, vijftig mensen doodgeschoten. Er zijn 53 gewonden naar ziekenhuizen in de stad gebracht. Een aantal van hen is in levensgevaar en een chirurg verwacht dat het dodental nog zal stijgen. Het is de dodelijkste schietpartij in de Amerikaanse geschiedenis”[4].
Ten diepste ligt daar de oorzaak van de moord op de Britse parlementariër Jo Cox: “De Labour-parlementariër Jo Cox die vanmiddag in het noorden van Engeland werd neergeschoten en gestoken, is overleden. De 41-jarige vrouw die campagne voerde tegen een brexit laat twee kinderen na.
(…) Sommige ooggetuigen zeggen tegen Britse kranten dat [de schutter] “Britain First” riep, voordat hij wegliep. Britain First is een extreemrechtse beweging in Groot-Brittannië.
Een andere getuige zegt tegen de BBC dat er gericht op Cox werd geschoten. Volgens de eigenaar van een café in de buurt schoot een man meerdere keren op Cox. Toen iemand hem wilde stoppen, trok de schutter een mes en begon haar daarmee aan te vallen, aldus de getuige”[5].
Ten diepste is daar ook de bron van allerlei onbegrip, geruzie en ander gedoe in de kerk. Soms komen mensen niet tot elkaar. En je vraagt je af: hoe kan dat toch?
Zien wij dat dat alles uiteindelijk op één lijn ligt?

In Zondag 48 lezen wij dat wij om de komst van Gods koninkrijk moeten bidden “totdat de volmaaktheid van uw rijk komt waarin U alles zult zijn in allen”. Daarbij wordt verwezen naar woorden uit 1 Corinthiërs 15. Ik citeer de bedoelde woorden in hun verband: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen”[6].
In Zondag 48 staat de dood tegenover het leven.
En de kwestie is: wat voor een toekomst gaan wij tegemoet?
Christus moet als Koning heersen, totdat God alles in allen is. Op deze aarde staan twee machten tegenover elkaar: God en duivel. Maar ware gelovigen weten al Wie er wint!

Daarom moeten wij volhardend bidden om voortgang van Gods werk.

En ja, ondertussen vreet de zonde in de wereld door. Er worden laaghartige en verraderlijke plannen gesmeed. David spreekt er in Psalm 37 over:
“Wees stil voor de Here en verbeid Hem;
wees niet afgunstig op wie zijn weg voorspoedig maakt,
op de man die boze plannen smeedt”[7].
En:
“De goddeloze smeedt boze plannen tegen de rechtvaardige
en knarst de tanden tegen hem”[8].

Maar voor de kerk geldt: vertrouw op de Here!
De goddeloze lijkt zo machtig, maar in het eindoordeel van de Here krijgen zij ongelijk. Heel erg ongelijk.
Het is de Here Zelf die Zijn kinderen beschermt, en een plaats in Zijn koninkrijk geeft!
Ons leven mag – wat er ook gebeurt – door ’s Heren beloften getekend wezen:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen”[9][10].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 48, antwoord 123.
[2] Zie: http://www.vinden.nl/wiki/page/Zacharias_Ursinus ; geraadpleegd op vrijdag 17 juni 2016.
[3] Zie: Z. Ursinus “Het Schatboek, deel 2”. – Barneveld: Gebr. Koster, 2014. – Zondag 48. Geciteerd via De Saambinder: kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten , woensdag 24 december 2015, p. 3 (rubriek ‘Meelezen’).
[4] Zie http://nos.nl/artikel/2110593-50-doden-in-gaybar-bij-bloedigste-schietpartij-ooit-in-vs.html ; geraadpleegd op vrijdag 17 juni 2016.
[5] Zie: http://nos.nl/artikel/2111500-neergeschoten-labour-politicus-overleden.html ; geraadpleegd op vrijdag 17 juni 2016.
[6] 1 Corinthiërs 15:22-28.
[7] Psalm 37:7.
[8] Psalm 37:12.
[9] Dit zijn de eerste regels van Psalm 37:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[10] Een bewerking van dit stuk zal het hoofdartikel zijn in de editie van het kerkblad van De Gereformeerde Kerk Groningen die op zondag 3 juli aanstaande verschijnt.

27 juni 2016

Bespiegelingen bij een brexit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Brexit: het is een woord dat momenteel voor een bak vol onrust zorgt. Bijna iedereen lijkt bij de gedachte aan een brexit prompt nerveus te worden.
Op donderdag 23 juni 2016 wordt in Groot-Brittannië een referendum gehouden over de vraag: ‘Binnen de Europese Unie blijven, of vertrekken?’. Tot verrassing van velen blijkt een meerderheid – 52 % – voor een vertrek uit de Europese Unie te kiezen[1].
Reden voor verbijstering alom!
Waar moet het toch heen met de EU?

Nu wordt op deze pagina geschreven over Gereformeerd leven in Nederland.
De argeloze lezer kan opmerken dat Groot-Brittannië geen deel is van Nederland. Bovendien doen we in de kerk niet aan politiek.
Waarom permitteert de blogschrijver zich vandaag een uitstapje?
Dat hoop ik in het onderstaande duidelijk te maken.

Eerst een citaat uit het Nederlands Dagblad van zaterdag 25 juni 2016. Een woedende tiener heeft een reactie achtergelaten op de website van het dagblad The Guardian. Het ND citeert: “‘Wíj hebben niet gestemd om Europa te verlaten. Ons, 16- en 17-jarigen, is niks gevraagd. Een 90-jarige heeft meer te zeggen over de rest van ons leven. Jullie pakken ons onze toekomst af’”[2].

Op dezelfde dag schrijft een commentator van het Reformatorisch Dagblad het volgende.
“Wat hebben een brexit, Trump en Wilders met elkaar gemeen? In ieder geval dat ze het bewijs zijn dat er bij burgers veel ontevredenheid is over het beleid. En die zit nog diep ook. Elke redelijke argumentatie om een tegenovergestelde keus te maken, ketst bij burgers af op de emotie dat ze echt een radicale koerswijziging willen”[3].

In het bovenstaande zien wij
* de generatiekloof
* ontevredenheid.

Eerst die generatiekloof[4].
Wat is het belangrijk om als gezin te leven! Man, vrouw en kinderen moeten samen met de Here leven.

Dat is ook het eerste dat Mozes in Psalm 90 laat zien:
“Here, Gij zijt ons een toevlucht geweest
van geslacht tot geslacht”[5].
Mozes kijkt terug in de geschiedenis. En Hij ziet Gods trouw.
Daar mag een man zijn vrouw op wijzen. En andersom.
Dat mogen we aan onze kinderen leren. En als u die niet heeft, of niet meer thuis heeft, straalt u dan maar vertrouwen uit. Want Gods trouw is onveranderlijk!

Paulus schrijft in Galaten 6: “Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten”[6].
Dat geldt voor de omgang met elkaar in de kerk; maar het geldt evenzeer in de gezinnen!

Aan Timotheüs schrijft Paulus: “Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen”[7].
Wij moeten de goede strijd strijden. Niet de verkeerde, dus. Allerlei aardse strijdpunten zijn reuze belangrijk. Maar er komt een moment dat die strijdpunten niet meer actueel zullen wezen.
Mannen, vrouwen en kinderen moeten zich oriënteren op het eeuwige leven met God. Voor ons allemaal geldt: houdt de belijdenis, die u daaromtrent hebt afgelegd, vast. Niet omdat u zelf zo’n sterke man of vrouw bent. Maar omdat de God van het verbond trouw is!

Het referendum en de brexit laten zien wat er gebeurt als de kloof tussen generaties gapend wordt. Gezamenlijkheid is in de maatschappij belangrijk. En als u het mij vraagt moet de kerk daarin het goede voorbeeld geven!

Nu die ontevredenheid.

Laat ik een tekst uit Philippenzen 4 citeren: “Niet dat ik dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft”[8].
Gereformeerde mensen hebben, net als alle mensen, niet zelden een verlangen naar meer.
Naar anders.
Naar beter.
Deze woorden van Paulus leren ons in ieder geval materialisme en aardse hebzucht af.
We mogen bidden om kracht van de Geest van Christus om in alle omstandigheden achter Christus aan te gaan. Ja, ook als het beleid van ministers of andere gezagsdragers ons niet welgevallig is.
De Herziene Statenvertaling-2010 is heel expliciet: “Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft”. Laat Jezus Christus onze Leidsman blijven!

Wederom ga ik naar 1 Timotheüs 6.
Paulus schrijft daar ook: “Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, indien zij gepaard gaat met tevredenheid. Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord”[9].
Wij moeten ervoor waken om de grens tussen eerlijkheid en oneerlijkheid stilletjes een paar centimeter te verleggen.
En als er ontevredenheid is, moet die op christelijke wijze worden geuit.
De vraag is: wat overheerst er ons leven? Of ook: Wie heerst er over ons bestaan[10]?

Hoe het allemaal precies gaan zal, na de brexit? Niemand die het precies zeggen kan.
Persoonlijk trek ik vooralsnog vier conclusies.
Dit referendum wijst ons erop hoe belangrijk het is om
* samen de Here te dienen
* samen tevreden te zijn met wat de Here ons geeft
* eventuele ontevredenheid via de juiste wegen naar buiten te brengen
* samen verder te gaan naar onze hemelse toekomst.

Noten:
[1]
Zie over de brexit onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Brexit ; geraadpleegd op zaterdag 24 juni 2016.
[2] Zie: Nederlands Dagblad, zaterdag 25 juni 2016, p. 1.
[3] Reformatorisch Dagblad, zaterdag 25 juni 2016, p. 3.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.bemoedigendebijbelteksten.nl/categorie/bijbelteksten-gezin/ ; geraadpleegd op zaterdag 25 juni 2016.
[5] Psalm 90:1 (onberijmd).
[6] Galaten 6:7 en 8.
[7] 1 Timotheüs 6:12.
[8] Philippenzen 4:11, 12 en 13.
[9] 1 Timotheüs 6:6-10.
[10] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Timotheüs 6:9.

24 juni 2016

In de chaos of op weg naar de kosmos

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Onlangs kwam ik een oud artikeltje tegen over de herdenking Vrijmaking in Nijmegen. Het was een stukje uit 1971. De Vrijmaking te Nijmegen vond in 1946 plaats; dat was in 1971 dus 25 jaar geleden[1].

Uit dat artikeltje citeer ik het volgende.
“De eerste Woorddienst na de Vrijmaking vond in Nijmegen plaats op eerste pinksterdag, 9 juni 1946, en de eerste gemeentevergadering op 18 juni 1946. De gemeente van Nijmegen kwam bijeen om dit feit in dankbaarheid te herdenken. De praeses opende de vergadering met het lezen van Psalm 125, dezelfde Psalm, die werd gelezen op de vergadering van 25 jaar geleden. In het kort werden de gebeurtenissen die tot de Vrijmaking te Nijmegen leidden gememoreerd”.
En:
“Ds. Houwen sprak over ‘De blijvende noodzaak van Vrijmaking’.
Wij moeten bijbels spreken over gedenken, nl. op het moment van gedenken terugzien in het verleden en tevens de koers herbepalen voor de toekomst.
Gedenken is nooit vrijblijvend, maar heeft consequenties voor morgen. De Vrijmaking was:
1. gered worden uit de chaos;
2. gezet worden op de weg naar de kosmos.
We zullen vandaag eens te meer en te dieper dankbaar zijn voor wat de HEERE ons bereidde, door ons te roepen uit de chaos, waar de vrome mens op de troon zat en niet Gods beloften, opdat wij zouden blijven bij Zijn vaste Woord.
Spreker trok daarbij treffende parallellen tussen het subjektivisme in de synodale leer van toen, de synodale leervrijheid nu, en het subjektivisme dat geleid heeft tot de ‘vrije kerken’.
Uit de chaos, op weg naar de kosmos: weer op de basis der vastheid van Gods Woord, in die gemeenschap, waarin God wordt gehoord. beleden en geprezen.
Nu in 1971: wie op de kosmos koerst, mag niet lonken naar de chaos”.

Wij zijn 45 jaar verder.
Er is weer een vrijmaking geweest, in 2003. En in november 2009 werd besloten tot het oprichten van het voorlopig kerkverband van de Gereformeerde Kerken Nederland.

En misschien hebt u, geachte lezers, haast de neiging om te zeggen: op het kerkplein is het inmiddels toch een chaos.
En inderdaad – sommige mensen zijn niet blij in de kerk.

Alleen maar, we hoeven in de kerk niet blij te zijn met of over mensen. Dat is wel mooi meegenomen, daar niet van.
Wij moeten blij blijven met God. God, de Heer van de kosmos. Bij Hem wordt het nooit een chaos.

In Nijmegen werd indertijd Psalm 125 gelezen.

Een bekende dominee uit de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk preekte eens over die Psalm[2].
Hij zei: “Jeruzalem is een preek. Het thema van die preek is: Wat God heeft vastgegrepen, dat laat Hij nooit meer los. Dat is Godsvertrouwen dat eeuwig duurt”.
En:
“Jeruzalem is een preek. Het is een stad met bergen; bergen met uitzicht. En bergen hebben soms ook een naam. Wat denkt u van Golgotha? is dat geen berg met een uitzicht? Is er één heuveltop, waar de Heere heerlijker bewezen heeft rondom Zijn volk te zijn van nu aan tot in eeuwigheid dan op Golgotha? Daar heeft de Heere het waar gemaakt, dat Hij voor eeuwig waakt over de Zijnen. Daar hing Jezus aan Zijn vloek-hout. Hij ging voor hen door het vuur van de oordelen van God. Daar maakte Hij al hun smarten tot de Zijne. Daar stierf Hij in de plaats van zondaren. Om hun straf te dragen en hen de vrede te brengen die ware rust biedt”.
En:
“Laat ik u (…) mogen zeggen, dat het volk waar onze tekst van spreekt helemaal geen bijzonder volk is. Van huis uit zijn ze zelfs vijanden van de Heere. Maar onder de aandrang van Gods Geest en onder invloed van de tranen van onze Meester, hebben ze het leren opgeven en leren walgen van al hun kromme wegen, van hun eigengerechtigheid. En zo, juist zo komen ze ervoor in aanmerking om gered te worden. Want de nederigen geeft God genade. En juist zo hebben zij leren vertrouwen op de Heere alleen.
Nu, niets kan een mens meer moed en kracht geven dan de wetenschap, dat de Heere om hem geeft en naar hem omziet, de wetenschap erbij te mogen behoren”[3].
Wij hebben dus:
een vasthoudende God
een verlossende God
een vergevingsgezinde God.

Een andere uitlegger schrijft over Psalm 125: “De goden van de Grieken woonden op de Olympus. Voor de mensen op aarde ongenaakbaar en onbereikbaar. Ze waren grillig en wispelturig. Maar de God van Israël is de eeuwig Trouwe. Psalm 125 is het lied van Sions geloofsvertrouwen. Dit vertrouwen rust in de vastheid van Gods beloften, kent de volharding der heiligen – er gaan geen heiligen naar de hel – en heeft uitzicht voor de toekomst”[4].

Men duidt mensen uit De Gereformeerde Kerken ook wel aan als de ‘nieuwe vrijgemaakten’. Persoonlijk ben ik niet heel gelukkig met die term. Want die kan zomaar allerlei ongewenste karikaturen opleveren. Maar dat woord ‘vrijgemaakt’ maakt wel duidelijk dat kinderen van God echt vrij zijn. De lasten die ze mee dragen zijn lichtgewicht, omdat ze bij God worden neergelegd.
In het Nederlands Dagblad kwam ik, in een vraaggesprek met dr. Van Vlastuin, een sprekend voorbeeld daarvan tegen. Van Vlastuin zei: “Ik heb de vorming van de PKN altijd als iets gezien waar we ‘nee’ op moesten zeggen. Toen de PKN in 2004 toch zijn beslag kreeg, heb ik erg getwijfeld welke weg ik moest gaan. Ik zag toen geen andere mogelijkheid dan kerkelijk bij de gereformeerde identiteit te blijven en ben predikant geworden in de Hersteld Hervormde Kerk. Wat me in die periode aangreep was dat ik mogelijk geen brood meer op de plank zou hebben als ik niet met de PKN zou meegaan. Tegen mijn kinderen zei ik: ‘Misschien moet ik maar fietsenmaker worden’. Het was een ingrijpende periode voor ons als gezin, maar juist toen vonden we ook ons houvast in God”[5].
Daar hebt u het: kinderen van God zijn echt vrij. Omdat zij weten dat zij worden gered uit de chaos.

Ware gelovigen weten ook: wij gaan heersen over de kosmos.
Denkt u maar aan Openbaring 22: “En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden”[6].

Laten wij nog even de laatste regels van Psalm 125 lezen:
“Doe goed, Here, aan de goeden,
en aan de oprechten van hart,
maar hen die zich tot kronkelpaden neigen,
zal de Here met de bedrijvers van ongerechtigheid doen vergaan.
Vrede zij over Israël!”[7].
In het licht van het bovenstaande begrijpt u wel: dit is niet zomaar een vrede.
Het is door de Verbondsgod geschonken vrede.
Het is eeuwige vrede.

Noten:
[1] “Herdenking der Vrijmaking te Nijmegen”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 26 juni 1971, pagina 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] De bedoelde predikant is C. den Boer.
[3] Zie http://www.dsdenboer.refoweb.nl , preek over Psalm 125:2; te vinden onder ‘Homiletica’, ‘Oude Testament’. Geraadpleegd op woensdag 15 juni 2016.
[4] Zie http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/J/Jeruzalem%20/%20Bergen/216/ . Geraadpleegd op woensdag 15 juni 2016.
[5] “Je mag maar niet wat aanrommelen” – vraaggesprek met dr. Wim van Vlastuin. In: Nederlands Dagblad, donderdag 16 juni 2016, p. 28.
[6] Openbaring 22:3, 4 en 5.
[7] Psalm 125:4 en 5 (onberijmd).

23 juni 2016

Kerkmuziek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Het onderwerp ‘kerkmuziek’ heeft reeds zeer velen bezig gehouden. En ieder weet: de verhouding met en tussen organisten is niet zelden enigszins problematisch[1] .

Onlangs schreef een advocaat in het Reformatorisch Dagblad:
“De organist geeft leiding aan de gemeentezang en moet keuzes maken over wat en hoe hij speelt. Hij zal, vanwege de hoeveelheid voorkeuren in de gemeente, mensen moeten teleurstellen. Het risico is dat er veel over de organist en zijn speelstijl gepraat wordt. Dat kan weer leiden tot frustratie en onbegrip bij de organist. Voor je het weet heb je de poppen aan het dansen.
Dat blijkt ook uit een zaak die speelde bij de rechtbank in Den Haag. Begin maart werd er in de zaak uitspraak gedaan door de kantonrechter. Het betrof een organist die in 2005 in dienst was getreden bij het samenwerkingsverband van de doopsgezinde en de remonstrantse gemeente. Al in 2013 probeerde de kerk tevergeefs via het UWV afscheid te nemen van de organist. Dit omdat hij niet goed zou functioneren en de verhoudingen verstoord waren geraakt”[2].
De rest van de geschiedenis laat ik vandaag voor wat het is. Het is voor ons allen genoeg om te weten dat er in sommige gevallen rechters aan te pas moeten komen.
Ik weet niet wat u daarvan denkt. Maar persoonlijk vind ik dat nogal beschamend.

Het is een veel gehoord adagium: ‘wij zingen en spelen tot eer van God’.
In 1 Kronieken 13 wordt de zaak net iets anders geaccentueerd.
De ark gaat terug naar Jeruzalem. En dat is geen privé-aangelegenheid. Het hele volk is er bij betrokken. Het gaat om “de Here, die op de cherubs troont, de ark, waarover de Naam is uitgeroepen”[3].
Iedereen is geweldig blij. En er staat dan: “En David en geheel Israël dansten uit alle macht voor Gods aangezicht, begeleid door zang en door muziek van citers, harpen, tamboerijnen, cimbalen en trompetten[4].
Voor Gods aangezicht: dat lijkt me hier een belangrijk detail.
Wij kijken hier klaarblijkelijk niet zozeer vanuit de mensenwereld. Wij gaan hier van God uit. Wij kijken naar datgene wat God ziet. Wij luisteren naar datgene wat Hij hoort.
Mijn moeder leerde ons eertijds reeds: het is, vooral als je boos bent, soms heel goed om een paar minuten naar jezelf te luisteren. Welnu, in de kerk mogen we de vraag stellen: wat hoort God als Hij naar ons luistert? Wat klinkt er, als wij spreken over kerkmuziek?

In 1 Kronieken 15 is de ark in Jeruzalem aangekomen.
Wij lezen: “Ook beval David aan de oversten der Levieten hun broeders, de zangers, op te stellen met muziekinstrumenten, harpen, citers en cimbalen, om luide vreugdeklanken te laten horen”[5].
We mogen in de kerk laten horen dat we blij zijn met Gods nabijheid. Wij zijn heel verheugd over Zijn presentie. Hij is erbij!
Klinkt er dan nooit een valse noot? Natuurlijk wel. Maar dat neemt onze blijdschap niet weg. In de kerk hoeft het niet perfect; dat kan ook niet. Het hoeft blijkbaar ook niet altijd ingetogen, afgepast en keurig. Laat maar horen dat u blij bent!

Graag neem ik u nu even mee naar de gelijkenis van de verloren zoon.
Die vinden wij in Lucas 15.
In dat hoofdstuk klinkt muziek. Er is groot feest; feestelijkheid vanwege de terugkomst van de jongste zoon.
Maar de oudste zoon “werd boos en wilde niet naar binnen gaan. Toen kwam zijn vader naar buiten en drong bij hem aan. Maar hij antwoordde en zeide tot zijn vader: Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een geitebokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Doch nu die zoon van u gekomen is, die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen, hebt gij voor hem het gemeste kalf laten slachten. Doch hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden”[6].
Let erop dat de vader in deze gelijkenis het initiatief neemt. Iedereen moet aan het feest meedoen.
In Lucas 15 gaat het, zonder enige reserve, over feestvieren en vrolijk zijn. Als er feest is in de hemel, mag er in de kerk toch ook een blijmoedige sfeer heersen?

Mijn conclusie: In de kerk mogen we emoties tonen. Het zit ‘m niet alleen vast op gedegen studie van kerkmuziek en hymnologie[7]!

Er komt trouwens een moment dat de God van het verbond de muziek Zelf verzorgen gaat. Daarover schrijft de apostel Paulus in 1 Thessalonicenzen 4. Dat doet hij als volgt: “…de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[8].

De kerkmuziek is hier op aarde nimmer perfect.
Maar de Here Zelf zal, op Zijn tijd, zorgen dat er zuivere klanken uit de hemel klinken. Laten wij maar op die heerlijke muziek wachten!

Noten:
[1] Over dit onderwerp schreef ik op deze internetpagina al eens eerder. De betreffende artikelen zijn te vinden als u klikt op https://bderoos.wordpress.com/tag/kerkmuziek/ .
[2] Mr. Bart Bouter, “Organist”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 1 juni 2016, p. 7 [rubriek Mens en Maatschappij].
[3] 1 Kronieken 13:6.
[4] 1 Kronieken 13:8.
[5] 1 Kronieken 15:16.
[6] Lucas 15:28-32.
[7] Zie over kerkmuziek https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkmuziek. Over hymnologie https://nl.wikipedia.org/wiki/Hymnologie en http://noemewv.nl/Hymnologie/hymnology.html . Geraadpleegd op woensdag 15 juni 2016.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.