gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2016

De kerk is katholiek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gereformeerde mensen: daar zijn er niet zo heel veel meer van in Nederland[1]. Die weinige Gereformeerden hebben er, in het algemeen gesproken, de handen vol aan om naar Gods Woord te leven. Zij komen er vaak niet aan toe om te denken aan Gods kinderen die in andere landen wonen.
Maar de kerk is katholiek. De kerk is niet beperkt tot een bepaald land. De kerk richt zich ook niet op een bepaald ras.

Wij belijden met de Apostolische Geloofsbelijdenis: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk”. Als we de belijdenis over die katholieke kerk in de mond nemen, zeggen we: God vergadert op ieder continent Zijn kinderen.
We zeggen ook: Gods Woord klinkt in alle culturen.
We zeggen verder: het Woord wordt verkondigd door voorgangers uit allerlei volken.
En het wonderbaarlijke is nu dat de God van het verbond van al die mensen één volk maakt. En Hij zorgt er voor dat al Zijn kinderen de blijde Boodschap begrijpen. Wie ze ook zijn. Waar ze ook wonen. Zij horen allemaal bij Hem.
Dat is onvoorstelbaar. Maar het is de waarheid.

Het is belangrijk om het bovenstaande goed vast te houden. Natuurlijk, wij weten niet precies waar in allerlei buitenlanden de kerk is. Dat overzien wij niet. Maar zeker is dat God Zijn kinderen overal ter wereld vergadert.

Dat is de reden dat vanuit Gereformeerde kerken nog wel eens een zogeheten open attest wordt afgegeven. Dat is een getuigschrift zonder adres.
De Gereformeerde kerkrechtgeleerde F.L. Rutgers schreef daaromtrent eens een kerkelijk advies[2]. Daaruit citeer ik: “Uit den aard der zaak komt het dikwijls voor, dat een lid van een onzer kerken (vooral van een groote kerk, als Amsterdam), naar een ander land of naar een ander werelddeel vertrekt, zonder dat hij bij zijn vertrek reeds weet, waar hij zich vestigen zal, of zonder dat aan hemzelven of aan den kerkeraad bekend is, welk soort van Christelijke of Gereformeerde kerken aldaar zijn. Natuurlijk kan dan geen naam of adres worden opgegeven op de attestatie, die aan hem gegeven wordt, en die hij in ieder geval noodig heeft om zich in zijne nieuwe woonplaats als Christen-broeder althans eenigszins te doen erkennen. Men vult dan op de attestatie eenvoudig in, dat zij gegeven werd om te dienen als getuigenis voor de ‘B.B. in Italië’, of ‘in Zuid-Afrika’, of ‘in Noord-Amerika’, of wat het zijn moet; en de vertrekkende moet dus zelf beoordeelen, bij welke kerk in zijne nieuwe woonplaats hij als Gereformeerde, zich het best voegen kan. Maar in geen geval mag attestatie geweigerd worden, enkel en alleen omdat nog niet bekend is, waar hij precies heengaat of hoe het kerkelijk aldaar gesteld is. Zulke weigering zou op geen enkelen grond of zelfs schijngrond steunen, en groot onrecht zijn”[3].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Bouma citeert een uitspraak van de Generale Synode Groningen-1927: “kerken kunnen aan hunne leden, die naar buitenlandsche kerken vertrekken, ten allen tijde attestatiën afgeven, welke behooren ingediend te worden bij die kerken, die in belijdenis en kerkregeering aan de gereformeerde kerken in Nederland het naast verwant zijn”. Bouma noteert er bij: “Deze uitspraak behoort tot de onder ons geldende bepalingen”[4].
Het attest – al of niet met een adres erop – is ten diepste een verklaring die de katholiciteit van de kerk als grondslag heeft!

In heel de wereld wordt Gods Woord geëerbiedigd.
Er zijn overal mensen die de katholieke leer aanhangen.
Een emeritushoogleraar schreef ooit over de katholiciteit van de kerk: “zij drijft niet een deel-waarheid, maakt geen reclame voor een specialiteit, heeft niet het ene jaar dit en het volgende jaar wat anders in de aanbieding, maar laat zich door de Geest van Christus rondleiden in de ‘volle waarheid’. Zij is uit op de maximalisering van de leer en haar kennis daarvan contra alle pogingen om de leer te minimaliseren, te amputeren of te pluraliseren”[5].

Het is vandaag Hervormingsdag.
En de vraag is: waar maakt de kerk zich druk over?
De verleiding is groot om naar mensen te kijken. Veel mensen doen dat ook. Dan wordt bijvoorbeeld gezegd dat de kerken te veel met zichzelf bezig zijn. Daar bestaat trouwens een deftige term voor. ‘Congregationalistisch kerkbesef’, heet dat.
Eén ding is zeker: als de kerk zich met mensen bezig gaat houden wordt ze er werkelijk niet katholieker op.
We zullen ons om moeten draaien. Wij moeten onze blikrichting veranderen.
Wij moeten ons weer naar God toekeren. Er zit niets anders op: wij moeten ons bekeren.
Wie we ook zijn. En waar we ook wonen.

Gereformeerde mensen mogen het met Paulus zeggen: “Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 31 oktober 2007.
[2] Zie voor meer informatie over hem onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_Lodewijk_Rutgers ; geraadpleegd op zaterdag 15 oktober 2016.
[3] F.L. Rutgers, “Kerkelijke adviezen II” – jaar van uitgave: 1922 –, vraag 211, antwoord 352. Te vinden op http://kerkrecht.nl/node/3090 en http://www.kerkrecht.nl/book/export/html/2964 ; geraadpleegd op zaterdag 15 oktober 2016.
[4] H. Bouma (ed.), “Kerkorde van de Gereformeerde Kerken in Nederland”.Groningen, 1983. – III, artikel 63-4.
[5] Dr. C. Trimp, “Kerk in aanbouw: haar presentie en pretentie”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre b.v., 1998. – p. 56.
[6] Romeinen 3:27-30.

28 oktober 2016

Niets meer te beleven?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Klaar met leven.
Een deprimerende term is dat. Die betekent: u staat aan het einde. Die betekent: het is bijna met u afgelopen. Einde. Uit.
Mensen die dit bedenken zijn arm.
Zulke gedachten zijn overigens helemaal niet nieuw. Ruim vier jaar geleden gebruikte men die uitdrukking ook al[1].

Op donderdag 27 oktober 2016 stond het in de krant: “Waarom zou er eigenlijk een leeftijdsgrens voor hulp bij zelfdoding moeten gelden? Wordt de stervenshulpverlener niet opgezadeld met een onmogelijke taak? Moeten we die hulp niet uitsluitend aan artsen laten, zodat misbruik wordt uitgesloten?
De Tweede Kamer heeft het kabinet woensdag groen licht gegeven voor de plannen voor stervenshulp aan mensen die vinden dat ze ‘klaar’ met leven zijn. Maar veel vragen, ook van partijen die stervenshulp bij ‘voltooid leven’ in principe mogelijk willen maken, blijven nog onbeantwoord”[2].

Ach, ik weet wel dat de betreffende wet er nog lang niet is. Er moeten nog adviezen worden ingewonnen. De Eerste Kamer moet er nog over vergaderen. En zo is er nog wel meer.
Maar er gaat een wissel om. Dat is zeker.

Hierboven schreef ik: mensen die dit bedenken zijn arm.

Persoonlijk hoor ik bij de rijke mensen.
Schrijver dezes is namelijk nooit klaar met leven.
Want het eeuwige leven nadert.

Het komt mij voor dat het juist is een waarschuwend woord te noteren.
Er komt namelijk een moment dat er een duidelijke scheiding tussen de mensen zichtbaar zal worden. Dan zien we
* de mensen met eerbied voor God
* de mensen die God hebben genegeerd.
Daniël zag die scheiding indertijd al in een profetie: “Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos”[3].
De bedenkers van de plannen voor stervenshulp aan mensen geloven dit natuurlijk niet. Gelukkig krijgt de kerk nog alle ruimte om deze waarschuwing te geven.
Laten wij van die gelegenheid gebruik maken!

Als het over leven gaat, moeten we het inderdaad ook over lijden hebben.
Over Christus’ lijden, bedoel ik.
In Zijn verhoging aan het kruis ligt namelijk onze redding. Denkt u maar aan Johannes 3: “En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”[4].

Even verderop in Johannes 3 staat: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”[5].
Hoort u opnieuw die waarschuwing?
Ziet u dat alarmrode licht?

Na deze harde aanzegging ga ik graag even naar een oude man.
Na het overlijden van zijn vrouw is hij alleen. De kinderen zijn al lang de deur uit, getrouwd, kinderen – huisje, boompje, beestje. En hij? Hij zou zo graag zijn vrouw nog eens zien. Hij zit thuis in zijn stoel. Alleen. Helemaal alleen. De klok tikt de minuten weg. Zo gaat dat – dagen, nachten, weken, jaren lang.

Laat ik ook nog even bij die oude vrouw langs gaan. In een rolstoel zit ze. Lopen lukt niet meer. Ze wordt verzorgd op een locatie waar alle zorgfaciliteiten onder één dak zitten. Maar wat is het leven lastig als je lichamelijk zo beperkt bent! En dat terwijl zij vroeger zo’n onafhankelijk type was.

Worden die man en die vrouw een beetje weggekeken? Nee, zeggen ze in Den Haag.
Maar als die man in zijn stoel en die vrouw in haar rolstoel er nu zelf klaar mee zijn…, moet je ze dat dan niet gunnen?

Laten we ’t elkaar voorhouden: alle mensen hebben een taak op deze aarde. Een door de Here vastgestelde taak.
De God van hemel en aarde geeft ons allemaal veel te doen op aarde.
En Hij geeft er woorden van vermaan en troost bij. Woorden zoals ze in 1 Johannes 5 staan: “Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon. En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”[6].

Geachte lezer, vanuit het standpunt van de seculiere burger is die term ‘klaar met leven’ wel te begrijpen. Want wat moet je doen op aarde, als er niks meer te beleven is?
Maar voelt u tegelijkertijd hoe belangrijk het is dat we als gelovigen duidelijk en onomwonden Gods Woord naspreken?

Het onderwerp van dit artikel staat dicht bij schrijver dezes.
Want ja, schrijver dezes heeft lichamelijke beperkingen die het leven soms reuze ingewikkeld maken.
En nu ik dit artikel schrijf, denk ik aan die ouderlingenconferentie. Het was op zaterdag 16 april 2016. Er werd gesproken over het huisbezoek, en hoe dat ingericht dient te worden. Men sprak onder meer over pastorale begeleiding van ouderen en mensen met toenemende beperkingen.
Er werd benadrukt dat wij Gods beloften moeten benoemen. Ambtsdragers mogen uitleggen, troosten, vermanen, memoreren. En ik weet nog wat ik toen zei.
Ik zei: “Broeders, misschien komt er ooit een moment dat ik vanwege mijn lichamelijke beperkingen niet meer goed kan uitleggen wat er in Gods Woord staat. Maar als dat moment komt, dan weet u wat ik altijd heb beleden”.
Dat zei ik.
Die woorden noteer ik vandaag hier. En ik vul ze aan met Psalm 102:
“Gij, dezelfde, gistren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij uw trouw betonen,
ja, uw volk zal veilig wonen”[7].

Gods kinderen gaan nog wat beleven!

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Nooit klaar met leven’; hier gepubliceerd op vrijdag 9 maart 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/03/09/nooit-klaar-met-leven/ .
[2] “’Hulpverlener moet haast God zijn’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 27 oktober 2016, p. 2.
[3] Daniël 12:1, 2 en 3.
[4] Johannes 3:14-17.
[5] Johannes 3:36.
[6] 1 Johannes 5:11, 12 en 13.
[7] Psalm 102:13 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

27 oktober 2016

Educatie rondom eenheid

Met de kerkelijke eenheid wil het nog niet zo vlotten[1]. Sterker nog, die eenheid zit in een impasse.
Dat stond onlangs in de krant.
De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken constateert dat de geestelijke eenheid binnen de CGK langzaam afbrokkelt.
En verder:
“De commissie die het rapport van deputaten kerkelijke eenheid heeft bestudeerd, constateert dat het streven naar kerkelijke eenheid in een impasse zit. Ze wil de plaatselijke vormen van eenheid en (diaconale) samenwerking tussen kerken ruimte geven en die stimuleren. De CGK moeten in gesprek blijven met vertegenwoordigers van andere kerkverbanden, maar niet met de druk om bovenplaatselijke eenheid binnen afzienbare tijd te bereiken.
Rapporteur ds. L.A. den Butter (Culemborg): ‘Het gesprek moet zó worden gevoerd dat niemand kan zeggen dat het te snel of te langzaam gaat’.
(…)
Ds. H. Polinder (Urk) vindt een verbond van kerken, waaraan de nationale synode werkt, een stap te ver. ‘Je trekt dan met kerken op die de gereformeerde belijdenis niet in hun grondslag hebben’.
Prof. dr. H.G.L. Peels, lid van de stuurgroep van de nationale synode, legt uit wat het doel van deze synode is: groeiende erkenning en samenwerking in een seculiere samenleving. ‘We zijn breed, maar we streven ook niet naar een megakerk. Dat is nooit de bedoeling geweest’[2].

Het Nederlands Dagblad meldde:
“De aanleiding voor deze gang van zaken is best complex. Drie jaar terug werd er op de synode een pittige discussie gevoerd over de vraag of samenwerkingsgemeenten, waarbij christelijk- met Nederlands- en/of vrijgemaakt-gereformeerden één gemeente vormen, wel een dominee of ouderling naar een kerkelijke vergadering mogen afvaardigen die van vrijgemaakt- of Nederlands-gereformeerden huize is.
Voor een behoudend deel binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken ligt die vraag erg gevoelig, omdat dit volgens hen de binnenkerkelijke eenheid uitholt. Zij ervaren immers weinig tot geen geestelijke verwantschap met deze twee kerken. Het gevolg was drie jaar terug dat de synode geen groen licht gaf, maar daarentegen deputaten opdroeg het gesprek over eenheid op regionaal niveau bínnen de kerken te gaan voeren. Zo gezegd, zo gedaan
‘De vergelijking met relatietherapie dringt zich op’, schrijven deputaten daarover in hun actuele rapport, omdat op regionaal niveau christelijk-gereformeerden elkaar wel tegenkomen, ‘maar dat zij het verleerd hebben – of verkiezen te vermijden – om echt met elkaar in gesprek te komen’. Zo gaat dat ook bij relatietherapie. ‘Een echtpaar dat na verloop van jaren tot de conclusie komt dat zij weliswaar nog in dezelfde kamer zitten en mogelijk ook nog op dezelfde bank, maar dat zij al jaren niet meer echt met elkaar spreken, bezoekt een relatietherapeut. Het echtpaar doet dat omdat scheiden geen optie is.’ Maar het beseft ook dat het daar wel op uitloopt wanneer je niet meer met elkaar praat, aldus de deputaten in hun vergelijking”[3].

Spreken en schrijven over kerkelijke eenheid is, als u het mij vraagt, onuitsprekelijk vermoeiend.
Laten wij daarom maar terug gaan naar de Heilige Schrift.
Dat is het allerbeste.

De hierboven geciteerde krantenberichten deden mij denken aan Psalm 6.

Die Psalm zet ik eerst hieronder neer.

“Voor de koorleider. Bij snarenspel. Op de wijze van: De achtste. Een psalm van David.

O Here, straf mij niet in uw toorn,
en kastijd mij niet in uw grimmigheid.
Wees mij genadig, Here, want ik kwijn weg;
genees mij, Here, want mijn gebeente is verschrikt.
Ja, mijn ziel is ten zeerste verschrikt,

en Gij, Here, hoelang nog?
Keer weder, Here, red mijn ziel,
verlos mij om uwer goedertierenheid wil.
Want in de dood is Uwer geen gedachtenis;
wie zou U loven in het dodenrijk?

Ik ben afgemat van mijn zuchten;
elke nacht doorweek ik mijn sponde,
doe ik mijn bed van tranen vloeien.
Mijn oog is dof geworden van verdriet,
verzwakt door allen die mij benauwen.

Wijkt van mij, al gij bedrijvers van ongerechtigheid,
want de Here heeft mijn wenen gehoord;
de Here heeft mijn smeking gehoord,
de Here neemt mijn bede aan.
Al mijn vijanden zullen beschaamd staan,
ten zeerste verschrikt,
zij zullen in een oogwenk beschaamd afdeinzen”.

Die Psalm wil ik in drie punten samenvatten. Dit artikel is natuurlijk geen preek. Maar die aandachtspunten zijn wel makkelijk te onthouden. Drie punten dus:
a.
zondige mensen moeten vrezen voor Gods terechtwijzing
b.
gelovige mensen hebben behoefte aan Gods onderwijzing.
c.
vijanden van God zijn zeker van Zijn terugwijzing.

Hieronder werk ik die punten uit.
En u zult wel zien welk verband er wordt gelegd tussen Psalm 6 en de kerkelijke eenheid.

Het is een droevige David, die hier spreekt. Hij is ziek. David spreekt over straf. En over kastijden.
Een exegeet merkt over Psalm 6 op: “In vers 2 is ‘straffen’ de vertaling van een woord, dat ‘terechtwijzen’ maar ook in orde brengen en oordelen, doch eveneens beslissen kan betekenen. Met de vertaling kastijden is het net zo gesteld. Onderwijzen en terechtbrengen zijn evenzeer wettige vertalingen als tuchtigen of kastijden. Daarom kan men Davids gebed zo opvatten:
oordeel mij, maar niet in Uw toorn,
breng mij terecht (onderwijs mij),
maar niet in Uw grimmigheid”.

Aan Psalm 6 zitten, naar mijn inzicht, tenminste twee facetten:
* de vrees voor Gods terechtwijzing
* de noodzaak van Gods onderwijs.

Beide aspecten lijken mij van belang als het over kerkelijke eenheid gaat.
Ik zou zeggen: als de zonde ergens blijkt, dan is het wel in kwesties rond kerkelijke eenheid. Menselijke emoties spelen maar al te vaak een grote rol. Humane organisatiekracht is een voorname zaak in ons samenwerkingsprotocol. Maar de vraag wat de Here wil, die houdt ons niet zo bezig. Zou de vrees voor een terechtwijzing van God in de gegeven omstandigheden niet terecht zijn? Ik denk het wel, eigenlijk.

Kerkelijke eenheid: het is een buitengewoon moeizame zaak.
In die krantenartikelen wordt gesproken over een impasse, een stagnatie dus.
Wat is de manier om die impasse te doorbreken? Hoe kan die stagnatie opgeheven worden? Antwoord: door te luisteren naar het onderwijs van de Here God.

Psalm 6 toont ons ook dat de God van het verbond Zijn kinderen niet maar wat laat aanmodderen.
De klachten van Gods kinderen verdwijnen niet zomaar ergens in de blauwe lucht.
Hun zuchten blijven niet in de wolken hangen.
Hun problemen blijven niet onaangeroerd op een stapeltje liggen.
Want de Here luistert er naar. En de gebeden worden aangenomen.

De dichter weet het zeker:
“Al mijn vijanden zullen beschaamd staan,
ten zeerste verschrikt,
zij zullen in een oogwenk beschaamd afdeinzen”[4].
Dat woord ‘afdeinzen’ kan men ook vertalen met ‘terugkeren’. In de Statenvertaling is dat indertijd gebeurd:
“Al mijn vijanden zullen zeer beschaamd en verbaasd worden; zij zullen terugkeren, zij zullen in een ogenblik beschaamd worden”.
De hierboven reeds geciteerde exegeet schreef daarover: “Dit ‘terugkeren’ van de vijanden is met hetzelfde werkwoord uitgedrukt als het ‘terugkeren’ van de HERE, waarom David gebeden had. Zijn ziel, zijn leven is gered. God heeft gehoord. De vijanden wijken”[5].

De kerkelijke eenheid is een droevige aangelegenheid geworden.
Een drama, zo u wilt.
Maar David leert ons, door de Heilige Geest geïnspireerd, wat wij met dat drama aan moeten. En Hij leerde ons waar wij met al die droefenis heen moeten.
In Psalm 6 roept David uit: “Wijkt van mij, al gij bedrijvers van ongerechtigheid”[6]. Daarmee is niet gezegd dat David altijd zo rechtvaardig is. Maar Hij weet wel dat hij het van de Here verwachten moet.
Deze psalm loopt uit op een levensgrote en levenslange splitsing. Want Gods uitverkorenen en Gods vijanden komen tegenover elkaar te staan.

Als het gaat over kerkelijke eenheid is het belangrijk om het bovenstaande helder voor ogen te hebben.
Want uiteindelijk gaat het erom dat duidelijk wordt wie bij de Here horen.
Het moet helder zijn wie in de kerk thuishoren.
Men moet zonder moeite kunnen ontdekken wie de ware christenen zijn, en wie niet.
Het moet vast staan wie lid behoren te zijn van de ware kerk.

Pas als die waarheid onder ogen wordt gezien zal de impasse doorbroken kunnen worden. Wanneer daar helderheid over is, zal er een herschikking in Gereformeerd Nederland kunnen plaatsvinden.
Alle kinderen van God in de lage landen, de ware christenen in Nederland, in één kerk: dat willen we allemaal wel.
Laten we maar blijven bidden.
Laten we maar blijven werken.
David leert ons hoe dat moet.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 29 oktober 2007.
[2] “Kerkelijke eenheid in impasse”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 13 oktober 2016, p. 15.
[3] “Scheiding kerken is geen optie”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 13 oktober 2016, p. 7.
[4] Psalm 6:11.
[5] “Tekst voor tekst: De Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht”. – Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum. – vijfde dr., 2001. – p. 287. De bovenbedoelde exegeet is Prof.dr. C.A. Tukker (1938-2007). Tukker was onder meer buitengewoon hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven en hoofddocent van de Theologische School van de Gereformeerde Bond in Ede.
[6] Psalm 6:9 a.

26 oktober 2016

Pijnlijke werkelijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Niet zo lang geleden vond te Enschede een debatavond plaats. Men praatte er over de manier waarop kan worden bewezen dat God bestaat. En ook over het leven zonder God[1].

Een goddeloze spreker, Waldo Swijnenburg, zei: menselijke waarnemingen zijn onbetrouwbaar[2]. En: “Wie geneigd is een stok voor een slang aan te zien, heeft betere overlevingskansen dan degenen die een slang voor een stok aanzien. Zo is het godsgeloof vanuit evolutionistisch oogpunt te verklaren. Het is een kinderlijke houding om in levenloze dingen levende wezens te herkennen”. En verder stelde hij de aloude vraag: hoe kan God zoveel kwaad toestaan?

De gelovige spreker, Rik Peels, zei: in het universum zijn veel dingen heel nauwkeurig op elkaar afgesteld; dat is niet toevallig[3]. En: “Het bestaan van God is de beste verklaring voor het ontstaan van alles”.

Waldo zei: “Ik leef liever met een pijnlijke werkelijkheid dan met een geloof in een sprookjesachtige illusie. De vragen waarop ik vooralsnog geen antwoorden weet, worden hopelijk over 500 jaar door een super-Einstein haarfijn uitgelegd”[4].

Zo wordt het geloof weggezet als een betoverende fantasie.

Dat is eigenlijk wel logisch. Als er geen contact met God meer is, kunnen mensen niet verder kijken dan de pijnlijke werkelijkheid. Hun enige hoop is dat er uiteindelijk uiterst intelligente mensen zullen komen, die in staat zijn om hun pijn op enigerlei wijze te verzachten. Ach ja – wat valt er verder nog te verwachten?

Die pijnlijke werkelijkheid en die sprookjesachtige illusie doen mij denken aan Saul. En aan 1 Samuël 28.

Saul gaat in dat Bijbelhoofdstuk naar een waarzegster in Endor. De waarzegster roept de inmiddels overleden Samuël op.
Het merkwaardige is dat dat ook nog lijkt te lukken.
Is dit Samuël zelf?
Of is het een geest, waarvan alle aanwezigen in 1 Samuël 28 aannemen dat het Samuël is?

Hoe dat zij, de boodschap is duidelijk. “Waarom raadpleegt gij mij; de Here is immers van u geweken en uw vijand geworden. De Here heeft gedaan, zoals Hij door mijn dienst gesproken had: de Here heeft het koningschap uit uw hand gescheurd en aan uw naaste, aan David, gegeven. Omdat gij naar de Here niet geluisterd hebt en zijn brandende toorn over Amalek niet hebt doen komen, daarom heeft de Here u op deze dag dit aangedaan. De Here zal ook Israël met u in de macht der Filistijnen geven, en morgen zult gij met uw zonen bij mij zijn. Ook het leger van Israël zal de Here in de macht der Filistijnen geven”[5].
Dus:
* de Here is weggegaan
* de Here is een vijand van Saul geworden
* het koningschap is Saul ontnomen
* David zal koning worden
* de Filistijnen zullen Israël in handen krijgen
* Saul en zijn zonen zullen de dood vinden.
Waarom heeft de Here zich teruggetrokken? Omdat Saul niet goed naar Hem luisterde. Sterker nog: het oordeel van God over het volk van Amalek is gewoonweg niet uitgevoerd!

Uit 1 Kronieken 10 wordt duidelijk dat Sauls gang naar die tovenares in de Kanaänitische stadstaat Endor hem zwaar aangerekend wordt: “Zo stierf Saul, omdat hij de Here ontrouw geweest was, omdat hij het woord des Heren niet in acht had genomen, ja, zelfs de geest van een dode ondervraagd en geraadpleegd had, en niet de Here had geraadpleegd. Daarom doodde Hij hem en deed het koningschap overgaan op David, de zoon van Isaï”[6].

Wat mij betreft is 1 Samuël 28 veelzeggend als het over onze omgang met ongeloof en atheïsme gaat.

De God van hemel en aarde regisseert deze gebeurtenis[7]. Dat doet Hij van de eerste tot de laatste minuut.
De waarzegster in Endor heeft de zaak helemaal niet meer in de hand. Integendeel: ze schreeuwt van schrik en ontzetting als de geest opkomt.
Waarzegsters verkondigen meestal weinig meer dan leugens. Maar de vrouw in 1 Samuël 28 begrijpt heel goed dat hier iets anders en iets unieks aan de orde is. Iets dat, op de keper beschouwd, enorm angstwekkend is!
De God van hemel en aarde is de Almachtige. De Onoverwinnelijke. Niemand, werkelijk niemand, kan tegen Hem op!

Satanische machten hebben het op deze aarde beslist niet voor het zeggen.
Als ze al krachten hebben, laat de Here ze toe. De demonen moeten God erkennen als Degene die hen beteugelt.

In 1 Samuël 28 wordt Gods waarheid geopenbaard. Het is ontegenzeglijk waar dat dat op een heel bijzondere en zeer ongebruikelijke manier gebeurt. De hemelse God laat zien dat Hij alles en iedereen kan inzetten om Zijn Woord aan de wereld te verkondigen.
Dat is, in de penibele situatie waarin Saul in dit Schriftgedeelte verkeert, een vermaning en een troost.
En ook wij zullen ons goed moeten realiseren wat hier staat!
Laten wij de woorden van Psalm 145 maar nooit vergeten:
“De Here is rechtvaardig in al zijn wegen,
goedertieren in al zijn werken.
De Here is nabij allen die Hem aanroepen,
allen die Hem aanroepen in waarheid”[8].

Laten wij thans nog even terug gaan naar bovengenoemde sprekers. En met name naar goddeloze Waldo.
Waldo confronteert zichzelf liever met de pijnlijke werkelijkheid van dit leven. Hij keert zich af van het geloof.
De realiteit zal nog pijnlijker worden.

Dat leren wij uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Het Schriftuurlijk onderwijs luidt daar zo: “Tenslotte geloven wij in overeenstemming met Gods Woord, dat als de door de Heer bepaalde tijd — die aan alle schepselen onbekend is — gekomen en het getal van de uitverkorenen vol zal zijn, onze Here Jezus Christus uit de hemel zal komen, lichamelijk en zichtbaar, op dezelfde wijze als Hij naar de hemel is opgevaren (…), met grote heerlijkheid en majesteit. Hij zal Zich openbaren als Rechter over levenden en doden, terwijl Hij deze oude wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren. Dan zullen voor deze grote Rechter persoonlijk verschijnen alle mensen die ooit geleefd hebben: mannen, vrouwen en kinderen, gedagvaard door de stem van een aartsengel en het geklank van een goddelijke bazuin (…). Want al de gestorvenen zullen uit de aarde verrijzen en de zielen zullen verenigd worden met het eigen lichaam waarin zij geleefd hebben. Zij die dan nog leven zullen niet sterven zoals de anderen, maar in één ogenblik veranderd worden en van vergankelijk onvergankelijk worden. Dan zullen de boeken geopend en de doden geoordeeld worden (…) naar wat zij in deze wereld gedaan hebben, hetzij goed hetzij kwaad (…). Ja, de mensen zullen rekenschap moeten geven van elk ijdel woord dat zij gesproken hebben (…), al vindt de wereld zulk spreken slechts spel en tijdverdrijf. Dan zal wat door de mensen in het verborgen bedreven is, ook hun huichelarij, openlijk voor allen aan het licht gebracht worden. Terecht is daarom de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen”[9].

Waldo zal ongetwijfeld zeggen: ik geloof er niets van.
Mijn commentaar is kort maar krachtig: hij komt er nog wel achter.

Noten:
[1] Zie https://www.nsenschede.nl/agenda/1914/veritas-forum ; geraadpleegd op donderdag 13 oktober 2016.
[2] Waldo Swijnenburg is schrijver van het boek “De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder God”. – Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2014. – 320 p. Zie hierover ook https://www.uitgeverijbalans.nl/boeken/de-schoonheid-en-de-troost-van-een-wereldbeeld-zonder-god/ ; geraadpleegd op donderdag 13 oktober 2016.
[3] Rik Peels is onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Rik_Peels ; geraadpleegd op donderdag 13 oktober 2016.
[4] Zie: “Godsbestaan beste verklaring voor ontstaan van alles”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 12 oktober 2016, p. 9.
[5] 1 Samuël 28:16-19.
[6] 1 Kronieken 10:13 en 14.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/HB143.pdf ; geraadpleegd op woensdag 12 oktober 2016.
[8] Psalm 145:17 en 18.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.

25 oktober 2016

De U-bocht van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Waarom wordt Christus de eniggeboren Zoon van God genoemd? Wij zijn toch ook Gods kinderen?
Antwoord:
Omdat alleen Hij de eeuwige en natuurlijke Zoon van God is. Maar wij zijn om Christus’ wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen”.

Het geoefend oor van kerkgangers herkent hier de klanken van de Heidelbergse Catechismus.
Het zijn woorden uit Zondag 13[1].

De hemelse God heeft één Zoon en veel, heel veel, aangenomen kinderen.
Die kinderen zijn vrijgekocht. Zij zitten niet meer aan de leiband van satan. Zij zijn niet meer in de verwoestende macht van Gods verbeten tegenstander.
Zij mogen beseffen: eigenlijk beginnen we opnieuw.

We krijgen een heel ander leven. En dat andere, luisterrijke en alleszins gelukkige leven duurt eeuwig!
Wat we vandaag in de kerk meemaken is nog maar het begin. Ons hemelleven is onbeschrijflijk mooi. Het is een heilig feest dat zijn weerga in de ganse kosmos niet kent. Wij zijn op weg naar die heerlijkheid.
Daaraan worden we iedere zondag herinnerd.
Dat is het fundament van ons bestaan.
Dat ligt achter Zondag 13.

Natuurlijk – we hebben onze dagelijkse bezigheden. In de fabriek. Op kantoor. In het ziekenhuis. In het verpleeghuis. Of gewoon thuis, in de keuken of in onze stoel.
En misschien vraagt u zich, net als ik, vaak af: hoe zou het zijn, in de hemel?
Ja, ik denk regelmatig: hoe zou het met mijn moeder zijn? Hoe blij zou mijn schoonvader wezen? Hoe gelukkig zou mijn schoonmoeder zich voelen?

Een helder antwoord op al die vragen kan niemand geven.
Maar we hebben, hier op aarde, wel de opdracht van 1 Johannes 4. U weet wel: “Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden. Geliefden, indien God ons zó heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben. Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en zijn liefde is in ons volmaakt geworden”[2].
Ja, alles begint bij God.
Van mensen moeten wij geen oplossingen en verlossingen verwachten.
Hier op aarde moeten wij liefde uitstralen, omdat God ons liefhad en liefheeft.
Nee, wij kunnen God niet zien.
Maar steeds weer als wij christelijke liefde tonen, is God actief aanwezig. Zijn Heilige Geest is in ons leven aan het werk. En we mogen het ons realiseren: we zijn onderweg naar het grootste feest dat de wereld ooit heeft gekend!

Zondag 13 heeft, als u het mij vraagt, alles te maken met de U-bocht van de kerk.

De U begint linksboven. De lijn gaat van boven naar beneden. Alles begint bij de liefde van God. Hij geeft liefde aan mensen op aarde.
De lijn gaat een klein stukje naar rechts. En die lijn blijft even horizontaal. Omdat God mensen lief heeft, hebben gelovige mensen elkaar ook lief. Die liefde is niet maar medemenselijkheid. Want die liefde is onlosmakelijk aan Gods liefde verbonden.
Daarna gaat de lijn weer omhoog. Recht naar boven. De liefde van kerkmensen blijft niet op aarde steken. Gelovigen geven liefde aan God terug.

Dat kunt u in 1 Johannes 4 zien gebeuren.
Leest u maar even mee: “Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde. Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad”[3].

Onze liefde is volmaakt als wij niet bang zijn voor het oordeel. Onze liefde is volmaakt als wij vrijmoedig voor God durven verschijnen. Nee, niet omdat wijzelf zulke beste mensen zijn. Maar omdat wij zeker zijn van Gods trouwe liefde.
In het laatste citaat staat staat het er, ten overvloede, nog een keer bij: “Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad”.

De U-bocht van de kerk verklaart alles.
De U-bocht van de kerk beschermt ons leven. De Here is als muren rondom ons, rechts en links. Onze Here is het fundament van ons bestaan. Maar boven ons is de hemel open.
Daar gaan wij naar toe.
Iedere dag komen we een beetje dichterbij.
Wat kan het leven toch mooi zijn!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 13, vraag en antwoord 33.
[2] 1 Johannes 4:9-12.
[3] 1 Johannes 4:17, 18 en 19.

24 oktober 2016

Biddende kerk brengt beschaving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Naarmate er minder christenen in de wereld zijn wordt de wereld onbeschaafder[1].

Die stelling kent u misschien wel. We kunnen ‘m in diverse varianten tegenkomen.
Christenen zijn veel vergevingsgezinder dan atheïsten.
Christenen zijn vrijgeviger dan atheïsten.
Christenen zijn geduldiger dan atheïsten.
Christenen hebben wat meer aandacht voor de medemens dan niet-christenen.
Christenen hebben wat meer aandacht voor het gezinsleven dan niet-christenen.
Christenen zijn wat vriendelijker dan niet-christenen.
Christenen zijn iets eerlijker dan niet-christenen[2].

Persoonlijk voel ik weinig behoefte om bij het lezen van dergelijke statements triomfantelijk te gaan doen.
Integendeel. In feite is het bovenstaande een concrete uitwerking van één van onze belijdenisgeschriften.
Leest u maar mee in de Dordtse Leerregels: “Wel is er na de zondeval nog iets van het licht der natuur in de mens overgebleven. Hierdoor behoudt hij enige kennis van God, van de natuurlijke dingen, van het onderscheid tussen wat past en niet past en ook geeft hij er wel enigszins blijk van zich fatsoenlijk en ordelijk te willen gedragen. Maar de mens kan door dit licht der natuur beslist niet tot heilbrengende kennis van God komen en zich tot Hem bekeren; hij kan immers niet eens in het dagelijkse leven dit licht op de juiste manier gebruiken. Sterker nog, hij vertroebelt het – wat dit licht ook wezen mag – op allerlei manieren en hij houdt het in ongerechtigheid ten onder. Daarom wordt hem elke verontschuldiging tegenover God ontnomen”[3].

Deze keurige formuleringen zien we terug in het soms rauwe leven van elke dag.
Wij moeten niet nalaten om ons dat ook in de kerk steeds weer te realiseren.

Tegenwoordig hebben heel wat mensen de mond vol over de Heilige Geest.
We moeten de Geest meer ruimte geven, zeggen ze. Wij leven, zo verkondigt men, te veel op de vierkante meter van ons eigen hachje.
Wij zouden een beetje blijer moeten wezen, oreert men. Dan komen er vanzelf meer bijzondere verrichtingen.
Geachte lezer, ik raad u aan uw oren ogenblikkelijk voor dergelijke prietpraat af te sluiten. Want wij moeten niet leven bij bijzondere zaken en aparte dingen.
Juist in de gewone dingen valt op dat wij Gods Geest van node hebben. De enige oplossing is: een compleet nieuw begin. We moeten zelfs opnieuw geboren worden.
Er zit niks anders op. Job leerde het ons al:
“Komt ooit een reine uit een onreine –
niet één”[4].
Wij moeten het goed onthouden: Gods Geest geeft ons juist in het leven van alledag een nieuwe start[5].

In de leerschool van de Verbondsgod wordt ons ingeprent dat wij behoren te bidden om de blijvende aanwezigheid van die Heilige Geest. Ik wijs u in dezen op Psalm 51:
“Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;
verwerp mij niet van uw aangezicht,
en neem uw heilige Geest niet van mij”[6].
Maar vervolgens blijven wij niet staan bij onze eigen existentie. We aanschouwen niet enkel onze persoonlijke gevoelsgesteldheid. David, de dichter van de eenenvijftigste psalm leert ons dat het omhoog zenden van het gebed om de Heilige Geest gevolgen heeft voor heel de kerk. David windt er geen doekjes om. Hij dicht:
“Doe wèl aan Sion naar uw welbehagen,
bouw de muren van Jeruzalem.
Dan zult Gij behagen hebben in offers naar de eis…”[7].
Oprechte gebeden zijn Gods instrumenten bij de bouw van de kerk.

Juist daarom moeten we ons aansluiten bij die kerk. Dat is de kerk die, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis, is “samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”[8].
U ziet het, opnieuw komt hier de Heilige Geest in beeld.
En we belijden het nog altijd: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard…”[9].
Nee, daar wordt het niet makkelijker van.
Bij tijd en wijle zijn er barrières op de weg naar de kerk. Soms zijn de hindernissen heel praktisch. Maar we moeten het blijven vragen: waar vergadert Christus vandaag Zijn kerk? De Here wil wijsheid geven om die vraag te beantwoorden. En vervolgens zullen, op een door Hem te bepalen moment, eventuele hindernissen ook weggenomen worden.

Naarmate er minder christenen op aarde zijn wordt de wereld onbeschaafder.
Daar begon ik mee.
Dat impliceert: de kerk is klaarblijkelijk beeldbepalend voor de wereld.
We hebben onze mond vol over de Heilige Geest. Wij zeggen: de kerk moet daadkrachtiger zijn. En zelfverzekerder. We moeten meer aan gemeenteopbouw doen, zo roept men in koor.
Wij moeten ons echter niet vergissen. We moeten vooral niet blijven hangen in knusse godsdienstigheid waar een rand van gezelligheid omheen zit.
Een biddende kerk brengt de wereld op een hoger plan.

Zo’n kerk is een levende kerk.
Dan geldt het woord van Paulus uit de brief aan de Romeinen: “Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont”[10].

Een biddende kerk civiliseert de wereld.
Een levende kerk brengt de wereld meer beschaving.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 25 oktober 2007.
[2] In 2007 publiceerde de Canadese socioloog Reginald Bibby de resultaten van een enquête die hij hield onder 1600 Canadezen. In het bovenstaande zijn enkele uitkomsten van dat onderzoek samengevat. Zie ook: “Christen hecht meer aan waarden dan atheïst”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 24 oktober 2007, p. 2. Nog te vinden via www.digibron.nl .
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 4.
[4] Job 14:4.
[5] Zie hierover ook: Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.
[6] Psalm 51:12 en 13.
[7] Psalm 51:20 en 21 a.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[10] Romeinen 8:10 en 11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.