gereformeerd leven in nederland

30 november 2016

Een cruciaal moment

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

“Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam”[1].

Hierboven staat het ‘eerste slot’ van het evangelie naar Johannes. Hij maakt duidelijk met welk doel hij zijn evangelie schreef. De lezers moeten geloven wat Johannes schreef. Daarmee is de weg naar het eeuwig leven gebaand.

Dit voor ogen hebbende, stel ik vandaag een gedeelte van Johannes 19 aan de orde[2].
Dat is een perikoop waarin duidelijk wordt hoezeer de ‘rechtszitting’ met betrekking tot Jezus Christus een schijnproces is. Juridisch rammelt het aan alle kanten.

Het begint met een geseling.

Soldaten slaan Jezus vervolgens ook in het gezicht. Hier wordt de Majesteit – de Goddelijke Majesteit – door mensen mishandeld.
Die soldaten noemen Jezus ook ‘Koning der Joden’. Dat is nu juist wat Hij niet wil zijn!

Pilatus laat Jezus naar buiten leiden. De Heiland heeft een doornenkroon op en een purperen kleed om.
Pilatus vraagt als het ware: ziet u nu hoe belachelijk dit is? En: ziet u hoe ongevaarlijk deze man is?

Niettemin wordt er geschreeuwd om de kruisiging van Jezus.
Pilatus voelt hoe de zaak de verkeerde kant op gaat. Hij beijvert zich om de zaak aan de Joden over te dragen. Dan is Hij er immers van af?
Een doodvonnis mogen de Joden echter niet uitvoeren. In Johannes 18 is dat al helder geworden: “Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen”[3].

Nu komen de Joden met hun echte aanklacht aan.
Jezus heeft Zichzelf Gods Zoon genoemd. Dat is Godslastering. Daarom moet Jezus ter dood gebracht worden.

De term ‘Gods Zoon’ maakt Pilatus uiterst nerveus en een beetje bang.
Waarom eigenlijk?
Onder de Romeinen leeft de gedachte dat goden in mensengedaante naar de aarde kunnen komen. De Romeinse politicus weet natuurlijk heel best dat Jezus allerlei wonderen heeft gedaan. Al die mirakels maken de stadhouder een tikkeltje voorzichtig.

Van geloof is bij Pilatus geen sprake. Hij heeft, om zo te zeggen, geen sonar voor de godsdienst der Joden. Dat is de reden dat Jezus op vragen van de stadhouder geen antwoord geeft.
In feite maakt dat zwijgen van Jezus de Romeinse machthebber nog onzekerder.
De Joodse filosoof Philo van Alexandrië omschrijft Pontius als een harde, onbuigzame man[4]. Maar, zoals zo vaak, geldt ook hier: een grote mond en een klein hartje.

En dan gaat Jezus spreken: “Jezus antwoordde: gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware: daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde”[5].
Met andere woorden: de macht die Pilatus heeft, ontving hij. Die macht is hem gegeven. Ten diepste is hij niet meer dan één van de vele instrumenten die de Here heeft om Zijn plan door te zetten.

Nee, Pilatus heeft geen oog voor de status van de Heiland. Eigenlijk voelt de Romein wel aan dat het, menselijk bezien, beter is om Jezus vrij te laten. Maar daar zijn de Joden het volstrekt niet mee eens.
Sterker nog: als er over vrijlating gesproken wordt, zal Pilatus zonder twijfel de gunst bij de keizer uit de gunst raken. Dan is hij geen amicus caesaris, geen vriend van de keizer meer.

Dat laatste zit Pontius Pilatus behoorlijk dwars.
Het kan toch niet zo wezen dat hij, ten gunste van dit belachelijke proces, zijn zorgvuldig opgebouwde reputatie geheel en al te grabbel gooit? Nee, dat kan – zo meent hij – de bedoeling niet wezen.
Aldus kiest Pilatus voor een veilige optie.
Hij veroordeelt Jezus tot de kruisdood.

Dat is in alle opzichten een cruciaal moment.
Door de Heilige Geest gedreven zet Johannes er in Johannes 19 de exacte plaats en het precieze tijdstip bij. Johannes wil het voor eens en voor altijd duidelijk maken: hier gebeurt iets dat de wereldgeschiedenis totaal zal veranderen!

Pilatus wrijft het het volk nog eens diep in: moet ik uw Koning kruisigen?
De overpriesters zijn, in reactie daarop, volkomen duidelijk: zij hebben geen koning, maar een keizer. En daarmee uit.

En dan wordt Jezus Christus overgegeven om te worden gekruisigd.

Dat is de inhoud van Johannes 18:28-19:16 in vogelvlucht.
Wat zijn hoofdlijnen in deze episode van de wereldhistorie? Ik noem er enkele.

1.
Jezus Christus en Zijn reddingswerk worden op een afschuwelijke wijze miskend. Hij wordt spottend Koning der Joden genoemd, terwijl hij – op de keper beschouwd – koning der wereld is.
Nee, dat is daar in de rechtszaal niet zichtbaar. En ook vandaag hebben velen er zo hun twijfels over. En zo kom ik tot het eerste waar ik vandaag op wijzen wil: in het verbond eist onze God geloof in Jezus Christus. Wij mogen en moeten geloven dat onze zonden om Christus’ wil vergeven worden. Wij mogen en moeten geloven dat voor al Gods kinderen, waar zij zich ter wereld ook bevinden, een plaats gereserveerd is in de woonplaats van God: de hemel.

2.
Dit is een bijzonder belangrijk moment in de strijd tussen God en satan. U en ik kunnen zien dat hier, om zo te zeggen, alles uit de kast gehaald wordt. Althans, vanuit satanisch oogpunt bezien. Want kinderen van God weten dat Jezus, door de dood heen, in Zijn opstanding de triomf behaalt.

3.
Wij kunnen zonder veel moeite zien hoe snel mensen door de duivel te beïnvloeden zijn. Want wij moeten niet denken dat al die overpriesters, Pontius Pilatus en alle andere betrokkenen hoofd voor hoofd mesjokke zijn geworden. Welnee, het zijn allen weldenkende en – naar wij mogen aannemen – rustige mensen.
Maar wie ongelovig is en blijft, wordt – zonder dat hij het zich realiseert – zomaar door de duivel binnen getrokken in een denkwereld die de zijne van oorsprong niet was.

4.
In Johannes 19 lezen we over een schijnproces. De eerlijkheid is ver te zoeken. Als het in dit hoofdstuk al om een reputatie gaat, draait het om die van Pontius Pilatus. Nee, rechtvaardigheid is hier mijlen ver weg. Maar juist omdat dat zo is, is het zonneklaar dat Jezus Christus, de rechtvaardige Redder, gestorven is voor mensen die tot in de vezels van hun bestaan, onrechtvaardig zijn.

5.
Alleen al het gaan en staan van Pontius Pilatus toont ons hoe gevoelig mensn zijn voor aantasting van hun reputaties.
Ook Gereformeerden willen, als het even kan, hun eigen naam hoog houden. Ook zij vinden hun reputatie belangrijk.
Bij een kerkelijke overgang wordt die reputatie niet zelden behoorlijk beschadigd. Sterker nog: wie werkelijk Gereformeerd wil denken in de wereld, staat zomaar alleen.
Wij zien dat terug in De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) en wellicht ook bij de Gereformeerde Kerken Nederland.
Wie daar naar toe gaat, moet er in veel gevallen op rekenen dat zijn kinderen, zijn broers of zijn zusters hem eigenlijk een spelbreker van een slecht klerikaal soort vinden. Weglopen, dat doe je toch niet?
Aan het adres van vele verontruste broeders en zusters zou ik willen schrijven: wees niet te bang voor uw reputatie. Waar het om gaat is dit: wij behoren gewoon Gereformeerd te blijven, wat er ook gebeurt!

Noten:
[1] Johannes 20:30 en 31.
[2] Vanavond, woensdagavond 30 november 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 18:28-19:16 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Johannes 18:31.
[4] Zie over Pontius Pilatus https://nl.wikipedia.org/wiki/Pontius_Pilatus , en over Philo van Alexandrië https://nl.wikipedia.org/wiki/Philo_van_Alexandrië ; geraadpleegd op donderdag 17 november 2016.
[5] Johannes 19:11.

29 november 2016

Prachtige stad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wat is het nut van de hemelvaart voor ons?
De Heidelbergse Catechismus geeft daar in Zondag 18 een helder antwoord op:
* de Heiland houdt voor ons een pleitrede bij de Vader
* de aanwezigheid van de Heiland in de hemel geeft ons de garantie dat wij daar ook zullen komen
* de aanwezigheid van de Heilige Geest in ons hart geeft ons werkkracht om ons voor te bereiden op die eeuwigheid[1].

Die pleitrede van Jezus Christus is hard nodig.

Wij leven in een wereld waarin het bouwen aan relaties soms reuze ingewikkeld geworden is.
Een voorbeeld.
Minister-president Rutte feliciteert telefonisch de aanstaande Amerikaanse president Trump met zijn verkiezing. Dat is niet best, zegt D66’er Pechtold. Want je moet tegen meneer Trump niet te welwillend doen. Ja maar, protesteert Rutte, je kunt toch niet meteen met het vingertje gaan wijzen[2]?

Wij leven in een wereld waarin veel mensen zich heel anders voordoen als zij zijn.
Opnieuw een voorbeeld.
Het Nederlands Dagblad berichtte onlangs: “De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft vorig jaar 21 boetes opgelegd aan mensen die zich ten onrechte uitgaven voor onder meer arts, tandarts of psychiater”[3].

En dan hebben we het nog niet gehad over krantenkoppen als: “EU zint op militaire hoofdrol in de wereld” en “‘Doorbraak’ in Syrië’: YPG-militie doet mee aan strijd om Raqqa”[4]. Oorlog en strijd zijn in allerlei vormen aan de orde van de dag.

Om kort te gaan, overal zien wij de zonde in deze wereld terug. Zo staat het er voor met de mensheid.
En wie alleen maar voor zich uit zou kijkt, kan zomaar denken: deze aarde vernietigt zichzelf, en met de kerk wordt het niets meer.

In die situatie kunnen we troost vinden in Zondag 18 van de Heidelbergse Catechismus.
Daar wordt ons gezegd dat de Zoon zijn Vader voorhoudt: Ik heb voor de zonden van de wereld betaald.

De Catechismus spreekt hier echt Gods Woord na.
We kunnen dat pleiten bijvoorbeeld terugvinden in 1 Johannes 2: “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”[5]. Er is een Parakletos: Iemand die erbij geroepen is, een helper, een zaakwaarnemer.
Een voorspraak: de Heiland spreekt namens ons. En Zijn Woord is het einde van alle tegenspraak.

Dankzij die voorspraak ontvangen kinderen van God toegang tot de hemel.
Zodoende moeten we ons daarop voorbereiden.

En hoe voelt dat?
Dat is een wel heel hedendaagse vraag, zegt u misschien. Moeten we op deze internetpagina nou ook al beginnen met al die moderne dingen?
Laten wij samen maar concluderen dat Gods Woord ons hierin voorgaat. Voorspreekt, om maar in stijl te blijven.
Leest u maar mee in Openbaring 21: “En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is”.
Zo voelt dat dus: als een bruid die haar trouwdag tegemoet gaat.
Zo voelt dat: als een bruid die naar een winkel gaat die in bruidsmode gespecialiseerd is.
Zo voelt dat: als een bruid die vast van plan is om, samen met haar liefhebbende man, het prachtigste leven te leiden dat er is.
Liefst in een heel mooi huis. Welnu, zegt de God van het verbond, dat gaat gebeuren!
Leest u maar weer mee in Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God; en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant”[6].
Ja, dat leest u goed.
Het gaat hier over stralende huizen. Niet maar over één glanzend onderkomen. Welnee, de hele stad ziet er magnifiek uit!
Zo voelt dat: als een wereldburger die zich nergens zorgen over maakt; want die prachtige stad kan niet stuk. Echt niet.

In die prachtige stad is het niet moeilijk meer om relaties op te bouwen.
In die prachtige stad zijn er geen mensen meer met nepdiploma’s in de hand.
In die prachtige stad kan niets de heerlijkheid bederven!

Noten:
[1] In de Heidelbergse Catechismus – Zondag 18, antwoord 49 staat het zo: “Ten eerste is Hij in de hemel voor het aangezicht van zijn Vader om voor ons te pleiten. Ten tweede hebben wij in Hem ons vlees in de hemel tot een onderpand, dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot Zich nemen zal. Ten derde zendt Hij ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht zoeken wij wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is”.
[2] “Rutte feliciteert Trump en heeft geen spijt”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 november 2016, p. 2.
[3] “Inspectie beboet nepartsen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 november 2016, p. 4.
[4] Nederlands Dagblad, woensdag 16 november 2016, p. 3; http://nos.nl/artikel/2143363-doorbraak-in-syrie-ypg-militie-doet-mee-aan-strijd-om-raqqa.html , geraadpleegd op woensdag 16 november 2016.
[5] 1 Johannes 2:1 en 2.
[6] Openbaring 21:10 en 11.

28 november 2016

De zegen van Psalm 133

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Samenwerken is niet gemakkelijk[1].
Dat blijkt ook in het Neêrlandse kerkelijk leven.
Samenwerken, samenspreken samen sterk…  – hoeveel jaren  spreekt men daar al over?
Kan het nog wel wat worden met de kerkelijke eenheid der Gereformeerden?

Valt hier, geachte lezer, nog iets zinnigs te zeggen?
Moeten wij er het zwijgen toe doen?

Toen ik het bovenstaande overwoog, dacht ik ook aan Psalm 133:
“Een bedevaartslied. Van David.
Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het,
als broeders ook tezamen wonen.
Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
nedervloeiende op de baard, de baard van Aäron,
die nedergolft op de zoom van zijn klederen.
Het is als dauw van de Hermon,
die nederdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HERE de zegen,
leven tot in eeuwigheid”.

Het samen optrekken van broeders kan alleen maar als daar de zegen van de Here op rust.
Als die zegen komt, dan is dat heel duidelijk merkbaar.

De zalving van de hogepriester is in het Oude Testament een kenmerk van Zijn zegen. Die zalving is compleet: de olie bereikt zelfs de zoom van zijn kleed. Die olie sijpelt langzaam naar beneden, helemaal tot onderaan.

In deze psalm zijn twee woorden heel belangrijk:
* goed
* neerdalen.
Een exegeet schrijft: “De woorden die met name gehoord willen worden, zijn het tweemaal gebruikte ‘goed’ en het driemaal gebruikte werkwoord ‘neerdalen’. Want nadat het neerdalen tweemaal van de heilige zalfolie gezegd is, wordt hetzelfde werkwoord nogmaals gebruikt voor het neerdalen van de dauw van de toppen van de Hermon (…). Rond de avond daalt deze dauw neer op de lagere bergtoppen in de omgeving. Het schijnt dat door toedoen van een koele wind na een warme dag de dauw van Hermon zelfs Jeruzalem bereikt. Zodoende daalt de dauw van Hermon neer op de bergen van Sion”[2].
De zegen van de Here geeft overvloed.
Tot in de eeuwigheid.

Het is prachtig als broeders werkelijk samen optrekken.
Dan krijgen ze de zegen van de Here mee. En dat zal op alle fronten te merken zijn. Zelfs tot onderin de kerk; ook op lokaal niveau kan men iets van die zegen zien.
De zegen van de Here zien we met name in de kerk.
De effecten van de zegen ziet men daar waar broeders en zusters zich groeperen.

Maar als die zegen nu eens niet blijkt?
Wat gebeurt er dan?

Erger nog: hoe loopt het af als mensen die broeders en zusters heten, eigenlijk geen broeders en zusters blijken te wezen?
Dan is de Here niet zo scheutig met Zijn zegen.
Zou het zo kunnen zijn dat dat ten diepste de kern is van de problemen die er landelijk zijn in allerlei verhoudingen tussen kerkgemeenschappen?
Natuurlijk kan ik dat niet met grote zekerheid zeggen. Ik weet immers niet precies welke wegen de God van het verbond met Zijn zegen gaat.
Als ik het geworstel rond kerkelijke eenheid zie, dan denk ik: dit kan geen toeval zijn.
Men zucht.
Men steunt.
Men voert verhitte discussies.
Maar al te vaak komt men geen steek verder.
Daar zie ik de hand van de Here in. Nee, ik weet niet wat God daar precies mee voor heeft. Wie zou dat, hier op aarde, trouwens  wel weten?

Wij moeten goed beseffen dat de Here hier bezig is.

Persoonlijk vind ik Psalm 133 wel helder.
Heel duidelijk.

Het zou kunnen zijn dat sommige kerkmensen die psalm hinderlijk duidelijk vinden.
Wie de zegen des Heren in volle omvang ontvangen wil moet in de kerk zijn. Er kunnen omstandigheden zijn die de gang daar naar toe niet makkelijk maken. Maar men kan er niet omheen: wie niet in de kerk is, moet er op den duur wel zien te komen.

Het komt mij voor dat Psalm 133 een bijzonder actuele psalm is.
Gereformeerde mensen moeten dat Schriftgedeelte maar weer eens goed lezen. Want in die psalm wordt ons onze plaats gewezen. In een paar regels. Zonder opsmuk en onomwonden.

Ik las Psalm 133.
En daar staat het werkelijk: de Here gebiedt Zijn zegen op de bergen van Sion[3].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 22 november 2007.
[2] De exegeet is professor dr. C.A. Tukker. Zie: “Tekst voor tekst: De Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht”. – Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum. – vijfde dr., 2001. – p. 348.
[3] Over Psalm 133 schreef ik op deze plaats ook op vrijdag 23 september 2011. Het artikel “Olie en dauw in Psalm 133” is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2011/09/23/olie-en-dauw-in-psalm-133/ .

25 november 2016

Duurzaamheid en oordeel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het woord ‘duurzaamheid’ is een modewoord geworden. Jan en alleman wordt zuinig met energie en gooit zo weinig mogelijk eten weg. Op zichzelf is dat heel goed, maar de duurzaamheidscultus schiet soms wel een beetje door.

Laten wij trouwens niet net doen alsof die duurzaamheid iets compleet nieuws is. Vroeger riepen mijn ouders regelmatig door het huis: ‘deur dicht!’, ‘licht uit!’.
Zo modern is het allemaal nu ook weer niet.

De synodaal-gereformeerde predikant L.H. Kwast (1926-2015) schrijft er in 1971 trouwens al over in Centraal Weekblad[1][2].
In dat blad memoreert hij “oordelen Gods vanwege de eeuwenlange gezaaide menselijke wanorde”.
Het Nederlands Dagblad citeert hem[3].

Hoewel dominee Kwast de problemen serieus neemt, noteert hij er ook wat relativerende woorden bij. Hij doet dat als volgt.

De stelling valt te verdedigen “dat, wij leven op kosten van ons nageslacht. Twee jaar geleden werd (…) de Club van Rome opgericht. Een zestig geleerden, industriëlen en managers houden zich sindsdien bezig met de in elkaar overlopende problemen van winning van bodemschatten, produktie, reclame, leefwijze en verbruik. Zij verzochten aan enkele geleerden van het Massachusetts Institute of Technology een aantal berekeningen uit te brengen, Dat rapport is thans wereldkundig gemaakt. (…).
Het staat er volgens de Amerikaanse geleerden niet zo goed voor. Honger, uitputting van grondstoffen en voorraden, ontwrichting van natuurlijke verhoudingen, komen onweerstaanbaar op ons af. Omstreeks het jaar 2020 zou een combinatie van deze feiten de wereldbevolking massaal teisteren. Nu is het maar de vraag met welke gegevens en welke modellen de geleerden in Massachusetts hun computer hebben gevoed. Elke verandering van gegevens leidt tot afwijkende uitkomsten.
Voorts is de vraag of wetenschappelijk onderzoek nieuwe industriële mogelijkheden aan het licht brengt. In haar geschiedenis is de mensheid bijzonder vernuftig en bekwaam geweest, in haar antwoord op nieuwe uitdagingen. En zou het besef algemeen doordringen dat we een doodlopende weg bewandelen, dan is alleen reeds daarmee een volstrekt nieuw gegeven geschapen dat verstrekkende invloed kan oefenen, de huidige uitkomsten uit Massachusetts ten spijt”.

Hier wil ik het citaat even onderbreken.

Terecht noteert dominee Kwast dat de mensheid vernuftig is.
En ik vraag: zou het niet zo zijn dat, als de Jongste Dag nog niet aanbreekt, de God van het verbond – de Schepper van hemel en aarde – altijd mogelijkheden geeft om in deze wereld te leven? Zolang Jezus Christus niet terugkomt zijn er altijd wegen waar wij op kunnen wandelen, de toekomst met God tegemoet. Zolang de dag des oordeels nog niet aanbreekt, zal de hemelse Heer gaven aan mensen geven om dingen te ontdekken en uit te vinden.
De Verbondsgod leidt de geschiedenis. Dat staat vast!

Dominee Kwast pleit voor diepgang.
Laten wij verder lezen.

“Toch kan het niet anders of christenen worden bij zulke berichten herinnerd aan de gerichtsprediking in de bijbel. Wie denkt niet aan de paarden in Openbaring 6?
Het is ook allesbehalve met de Schrift in tegenspraak dat in de menselijke geschiedenis het gericht over de wereld als het ware is ingebouwd. Dat betekent niet dat de wereldgeschiedenis automatisch wereldgericht is. Niet iedere Herodes wordt door wormen op gevreten. Maar in Gods gerechtigheid bestaat wel een geheimzinnige samenhang tussen schuld, oordeel en gericht. Paulus heeft in Romeinen 1 en 2 aan die samenhang herinnerd: hij schrijft over Gods uitlevering van mensen aan de consequenties van hun levenskeuze. Wie God niet meer erkent en betrekt in zijn handel en wandel – dat mag hier ook letterlijk worden opgevat – haalt Gods oordeel naar zich toe.
Dat wil overigens helemaal niet zeggen dat de voortekenen van dat oordeel tot inkeer en berouw leiden: ‘En wie van de mensen die overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen om de boze geesten niet (meer) te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan: en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen’ (Openbaring 9:20, 21).
Blijkbaar is de verharding niet alleen een persoonlijk proces. Hele volken, hele generaties kunnen zo verblind zijn, dat ze de werkelijkheid van hun weg niet meer herkennen. Ze gaan voort verhoudingen scheef te trekken en de gerichtsstof op te hopen. Zelfs wanneer wetenschap en ervaring hun vertellen dat ze zich op hellend vlak bevinden, zien ze dat niet werkelijk in.
(…)
Men hoort wel beweren dat prediking van Gods gericht over de wereld zeldzamer zou zijn dan voorheen. De schrijver van dit artikel kan het waarheidsgehalte van deze bewering niet beoordelen omdat hij doorgaans eigen toehoorder is. Maar dat in de prediking het element van de afloop van ónze geschiedenis van schuld en zonde niet mag ontbreken weet iedere lezer van het Nieuwe Testament. Onze historie is historie op termijn.
Dat mag niet verleiden tot bespiegelingen en fantastische berekeningen, want “van die dag en die ure weet niemand!”. Maar het dwingt wel tot open ogen voor de voortgang en de ononomkeerbaarheid van onze geschiedenis tussen de duisternis van het gericht en het licht van Gods genade. Nog minder dan in vroegere eeuwen kan de boodschap van Jezus Christus tot geloof en bekering worden verheimelijkt. Dat heeft ook te maken met Openbaring 6, waar het vale paard samen met het rode en het zwarte, het witte paard volgen.
Van het Massachusetts Institute of Technology en de Club van Rome zullen we nog wel méér horen. Meer dan velen lief is. De zelfontdekking van verslaafd te zijn is bijzonder pijnlijk. De daarna noodzakelijke keuze nóg pijnlijker.
Maar bij alle aandacht voor de dingen die vandaag op tafel liggen kan geen christen ogen en oren sluiten voor wat in aantocht is: de voltooiing van Gods rijk dwars door de mondiale plagen heen. Dat is ook in overeenstemming met wat de Heiland eens heeft gesproken: ‘Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!’”.

Het onderwijs van dominee Kwast blijkt ook vandaag leerzaam.
En voor wie in zijn Bijbeltje wil gaan bladeren: dat laatste Woord – “Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!” – is te vinden in Marcus 13[4]. Laten wij, anno Domini 2016, maar wakker blijven!

Noten:
[1] Wie iets meer informatie over dominee Kwast wil hebben kan kijken op http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=51334 ; geraadpleegd op vrijdag 14 oktober 2016.
[2] Meer informatie over Centraal Weekblad is te vinden op http://www.cw-opinie.nl/over-cw ; geraadpleegd op vrijdag 14 oktober 2016.
[3] “Wat de mens zaait…” – Persschouw. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 22 oktober 1971, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[4] Marcus 13:37.

24 november 2016

Verzoening: een geloofszaak

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Verzoening door voldoening: dat is het kernpunt van het Evangelie dat de kerk verkondigt. Gisteren schreef ik daar op deze internetpagina reeds over. Ik nam toen mijn uitgangspunt in artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis[1].

Toen ik voornoemd N.G.B.-artikel laatst las, viel mij op hoeveel Schriftteksten er in de lopende tekst van dat artikel staan. Ook in andere paragrafen staat wel Schriftbewijs in de ‘gewone’ tekst. Maar in artikel 21 gebeurt dat nogal overvloedig.
Het is alsof de schrijver van de Nederlandse Geloofsbelijdenis het er bij ons in wil timmeren: kijk, het staat werkelijk in de Bijbel!
Lees het maar!
Gebruik die gegevens toch!
Toe dan!

Laat ik, gelet op het voorgaande, vandaag enkele Schriftgedeelten naar voren halen die in de tekst van dat belijdenisartikel genoemd worden.

Psalm 69:
“Talrijker dan de haren van mijn hoofd
zijn zij die mij zonder oorzaak haten”[2].
David maakt een tijd door waarin hij veel te lijden heeft. God lijkt wel ver weg, want Hij grijpt niet in. Maar ook in deze omstandigheden blijft dichter David trouw aan God.
Daarin is David een voor-beeld; een ‘afbeelding’ van de manier waarop Christus geleden heeft. Psalm 69 wijst vooruit naar het werk van de Heiland.

Mattheüs 27:
“Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”[3].
Christus roept dat terwijl hij bij het volle bewustzijn is.
Hij haalt de beginregels van Psalm 22 aan:
“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten,
verre zijnde van mijn verlossing,
bij de woorden van mijn jammerklacht?
Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet,
en des nachts, en ik kom niet tot stilte”[4].
Door dat citaat laat Jezus zien dat Hij de geschiedenis van deze wereld in de hand heeft. Hij voert Zijn plan uit, en er is niemand die dat tegenhouden kan.
Hij toont meteen ook onomstotelijk aan dat Oude en Nieuwe Testament één zijn. Er zit lijn in. En het is de Heiland die die lijn uittekent. Hij trekt de lijn naar de toekomst door.
Op een pikdonker punt op Zijn lijdensweg laat de Redder van deze wereld dat Zijn wil om mensen te redden nog altijd ongebroken is.
Is dat, midden in dat duistere dal, niet een groot wonder?

Lucas 22:
“En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen”[5].
Persoonlijk heb ik al vaak tegen dat gegeven aan zitten kijken: hoe kan het dat zweetdruppels tot bloeddruppels transformeren? Niemand die dat precies weet.
Jezus zweet blijkbaar zo erg dat het zweet als druppels bloed op de grond lijkt te vallen. Een uitlegger schrijft: “het wil zeggen dat het zweet dat zich van Hem afscheidde in Zijn strijd zo gekleurd werd met bloed, dat het zuiver bloed leek”[6].
Christus’ lijden is zwaar. Nee, het dieptepunt is nog niet bereikt. Maar het wordt ons in ieder geval duidelijk dat Christus’ borgtochtelijk werk niet te vergelijken is met welke aardse catastrofe dan ook.
Christus’ lijden is uniek. Het is niet te vergelijken met wat wij lijden noemen.
Dat detail van dat zweet en dat bloed toont ons dat we het thema ‘verzoening door voldoening’ gewoon moeten geloven. Zelfs de knapste koppen der wetenschap hebben hier geen sluitende verklaring voor.

1 Corinthiërs 2:
“Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd”[7].
Paulus is een geleerd man. Hij heeft, wat je noemt, een degelijke opleiding genoten bij de Schriftgeleerden.
Je zou kunnen zeggen dat juist hij bij uitstek geschikt zou wezen om een erudiet verhaal te houden over het lijden van Christus.
Maar in dit Schriftgedeelte is de filosofie ver weg. Alle wijsgeren staan op grote afstand.
De apostel Paulus wil maar zeggen dat hij op dit punt van het Evangelie geen speciale wijsheid nodig heeft.
Wederom geldt hier: meer dan geloof is bij het lezen niet nodig.

1 Petrus 3:
“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest”[8].
Het is goed om naar Gods geboden te leven. Daar wordt het leven mooi van. Zeker, er zullen altijd mensen zijn die onheuse beschuldigingen uiten. Wie echter vasthoudt aan Gods wetten en regels, wordt een gelukkig mens. Want er zit perspectief in zijn leven. Zo iemand kijkt verder dan deze aarde. Hij weet dat er in de hemel een plaats voor hem gereserveerd is.
Gods wet gaat ver boven aardse voorschriften uit.
Een gelovig mens weet waarom dat zo is. En de schrijver van 1 Petrus 3 zegt: beste lezers, leg dat maar gerust uit aan alle mensen om u heen. En bij die uitleg komt dan Christus’ lijden op de voorgrond te staan. Dat kan niet anders. En dat moet ook.
Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis stimuleert zo ook onze activiteit in het kader van zending en evangelisatie.

Er worden nog wel meer Schriftgedeelten genoemd in de lopende tekst van artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Maar het bovenstaande geeft, dunkt mij, een goede indruk van de boodschap die uit die Bijbelteksten spreekt.
De hoofdzaak van die boodschap is, wat mij betreft, als volgt samen te vatten: de verzoening door voldoening is een geloofszaak.

Noten:
[1] Zie mijn artikel “Verzoening door voldoening”; hier gepubliceerd op donderdag 24 november 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/11/24/verzoening-door-voldoening/ . Dit artikel kan worden beschouwd als een vervolg op die verhandeling.
[2] Psalm 69:5 (onberijmd).
[3] Mattheüs 27:46.
[4] Psalm 22:2 en 3 (onberijmd).
[5] Lucas 22:44.
[6] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS0892.pdf ; geraadpleegd op maandag 14 november 2016.
[7] 1 Corinthiërs 2:2.
[8] 1 Petrus 3:18.

23 november 2016

Verzoening door voldoening

Vandaag gaat het op deze plaats vooral over verzoening door voldoening[1].
Daarbij neemt schrijver dezes zijn uitgangspunt in artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De eerste zin van dat artikel luidt: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd”.

Melchizedek is koning en priester tegelijk. In het Oude Testament is dat uniek.
Melchizedek is koning en priester van Salem, Jeruzalem. Hij zegent Abram na diens overwinning op het leger van Kedor-Laomer. Abram geeft vervolgens het tiende deel van de buit aan Melchizedek[2].
Eeuwen later krijgt David de belofte dat iemand uit zijn nageslacht koning en priester zal zijn, priester naar de orde van Melchizedek[3].

Melchizedek: die naam betekent ‘koning der gerechtigheid’. Salem wil zeggen: vrede.
Over zijn vader en moeder horen we in de Bijbel niets. Blijkbaar is Melchizedek niet door afstamming koning en priester geworden. Hij is in die functies benoemd.
Iemand legt uit: “Hiervoor is een parallel aan te wijzen in het Jodendom. Het was voor heidenen mogelijk over te gaan naar het Jodendom. In dat geval moest de proselietendoop bediend worden. Als een man zo opgenomen werd in de joodse gemeenschap, zeiden de rabbijnen: ‘een heiden heeft geen vader’. De rabbijnen bedoelen hier natuurlijk niet mee te zeggen dat een heiden helemaal geen natuurlijke vader heeft, maar dat hij geen vader heeft waarmee in het joodse recht rekening gehouden moet worden.

Op die wijze had Melchizedek geen vader of moeder door wie hij recht had op de troon en op het altaar. Zo kon Christus, uit de stam van Juda, geen rechten laten gelden op het priesterschap van Aäron”.

Van Melchizedek is geen geslachtsregister bekend.
Maar van Jezus Christus wel. Hij stamt uit Juda. Alle priesters komen echter uit de stam Levi. Hoe kan Christus dan priester worden? Antwoord: Hij is, om zo te zeggen, tot priester benoemd. Priester naar de orde van Melchizedek.

De uitlegger die ik hierboven aanhaalde, schrijft nog wat meer.
“Melchizedek zegende Abraham, en de laatste erkende hem als priester door hem de tienden te geven. Dit betekent, dat Melchizedek de meerdere was van Abraham.
Maar als we de geslachtslijn doortrekken, wordt duidelijk dat Levi een afstammeling is van Abraham. En als Abraham de mindere was van Melchizedek, dan is Levi, als nakomeling van Abraham, eveneens de mindere van Melchizedek.
Dit betekent, dat het priesterschap van Aaron minder is dan het priesterschap naar de orde van Melchizedek.
Dat betekent weer, dat Christus’ priesterschap meer is dan dat van de priesters in Israël”[4].

In het laatste gedeelte van Hebreeën 7, vanaf vers 11, wordt vastgesteld dat er daarom nu een andere wetgeving moet gelden.
De wet van Mozes hoort namelijk bij de orde van Aäron.
Maar Christus hoort bij de orde van Melchizedek. Jezus Christus is Koning en Priester.
En Hij is Borg geworden van een beter verbond[5].

Een verbond met betere beloften.
Die beloften staan in Hebreeën 8. De Here legt Zijn wetten in ons verstand. Hij zorgt dat ons hart vol van Hem wordt.
De Here denkt nooit meer terug aan onze zonden. Het oude verbond, met de priesterdienst en alle offers, is verdwenen. Er is een definitieve oplossing. Verlossing, door Christus[6].

En daarom is de deur naar de hemelse toekomst open.
In Hebreeën 10 staat het zo: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”[7].

Dat Evangelie wordt vaak verdraaid en genegeerd.
Sterker nog: Ja, het dogma “verzoening door voldoening” is alle eeuwen door een kerkelijk strijdpunt geweest.

Iemand als de bekende Frans-Duitse arts, theoloog en Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer (1875-1965) had met die geloofsleer grote moeite. Hij kon daar niets mee. Met het klassieke christendom kon hij totaal niet uit de voeten[8]. Schweitzer is één van de geleerde mensen die op dit punt gestruikeld zijn.
Ook professor dr. P. Smits ontkende in 1959 de verzoening met alle kracht die in hem was[9]. Hij formuleerde later zelf waar die verdraaiing uiteindelijk toe leidt. Smits voorspelde “dat religie in de westerse samenleving zou ontwikkelen tot het ‘ietsisme’, een niet-dogmatisch, vaag en op emoties gebaseerd spiritueel gevoel. Ook zelf raakte hij meer en meer los van het christelijke gedachtegoed”[10].
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, zei eens: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
In dit rijtje past ook dr. J.M. Burger. Hij is docent systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte universiteit in Kampen, en houdt er de offertheorie op na. Iemand vatte die theorie eens als volgt samen: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”[11].

Wie het Evangelie van verzoening door voldoening niet gelooft, komt al gauw in de buurt van de nieuwe hermeneutiek.

Weet u wat dat is?
In een kerkblad stond het eens zo: “De nieuwe hermeneutiek wil bij de Schriftverklaring heel sterk rekening houden met de zogenaamde ‘Umwelt’, dat is de situatie waarin de Bijbelschrijvers destijds hebben geleefd. Deze invloed wordt als een beslissende factor gezien bij de uitleg van de betekenis van het geschreven Schriftwoord.
Dat is ook verbonden aan het ontkennen van het absolute goddelijke gezag van de Heilige Schrift. Daar doet men van af door de inbreng van de schrijver en zijn cultuur en zijn omgeving, los te maken van de goddelijke inspiratie. Men erkent zo niet meer dat alle woorden van de Schrift van God afkomstig zijn”[12].
Men houdt in de nieuwe hermeneutiek dus rekening met de tijd waarin men leeft. Met de omgeving. En met de cultuur.
Mensen als Burger, Den Heyer en Smits doen – als u het mij vraagt – niet anders.

Verzoening door voldoening – dat moeten wij maar gewoon geloven.

Waarom?
Simpelweg omdat het in Gods Woord staat.
Ook vandaag spreken wij zonder enige reserve de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”[13].

Noten:
[1] Morgenavond, donderdag 24 november 2016, vergadert de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Het onderwerp ‘Verzoening’ zal besproken worden. Men gebruikt daarbij: Ds. A.O. Reitsema e.a., “Woorden van waarde: Bijbelse kernbegrippen”. – Barneveld: De Vuurbaak, 1996. – p. 18-28. Het onderwerp wordt ingeleid door mijn vrouw. Bij het maken van haar inleiding help ik graag een handje mee.
[2] Genesis 14:18, 19 en 20.
[3] Psalm 110:4.
[4] M.J. Paul, “Christus’ priesterschap naar de orde van Melchizedek”. In: De Waarheidsvriend, 27 december 1991, p. 7, 8 en 9. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[5] Zie Hebreeën 7:11-28.
[6] Zie Hebreeën 8:10-13.
[7] Hebreeën 10:14.
[8] Ds. M. van Kooten, “Albert Schweitzer”. In: Terdege, 9 september 2015, p. 35 (rubriek ‘Ogenblik’). Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] In “Woorden van Waarde” staat op pagina 25 per abuis het jaartal 1969.
[10] Zie hierover ook mijn artikel “De verzoeking is vlakbij”; hier gepubliceerd op vrijdag 25 maart 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/03/25/de-verzoeking-is-vlakbij/ .
[11] Over het bovenstaande schreef ik in mijn artikel “Verzoening verloochend”; hier gepubliceerd op donderdag 18 augustus 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/08/18/verzoening-verloochend/ .
[12] Over de nieuwe hermeneutiek schreef ik in mijn artikel “Rondom de nieuwe hermeneutiek”; hier gepubliceerd op maandag 10 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/10/rondom-de-nieuwe-hermeneutiek/ .
[13] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.