gereformeerd leven in nederland

14 december 2016

Van zelfvertrouwen naar Godsvertrouwen

Als zendeling maak je nog eens wat mee!

Neem nou bijvoorbeeld Paulus, in Handelingen 16[1].
Een complete stad – Philippi – komt in opstand. De kleren worden Paulus en de zijnen van het lijf gerukt. Ze worden gegeseld, en in de gevangenis gesmeten. ‘En denk erom’, zegt allerlei drukdoenerig gepeupel waarschuwend tegen de cipier, ‘bewaak die revolutionairen goed. Staatsgevaarlijk zijn ze!’.
En dan?
Dan niets, zou je zeggen.
Wat kun je nog doen als je zover mogelijk van de uitgang der gevangenis wordt opgeborgen?
Weinig – zo reëel moet men wel wezen.
Toch?
Toch niet.

Een mens kan bidden tot de Here. En Paulus en Silas doen dat ook.

Het is, als u het mij vraagt, belangrijk om die ene regel hierboven nog eens goed tot ons door te laten dringen. Een mens kan bidden tot de Here.
Laten wij maar eerlijk wezen: voor ons gevoel heeft bidden vaak iets van eenrichtingsverkeer. U spreekt in geloof tot de Here. Maar antwoord komt er niet. De moeilijkheden blijven even groot. En u vraagt zich af: hoort de Here mij wel? Of zelfs: luistert de Here anno Domini 2016 nog wel naar mij?
Handelingen 16 bewijst ons dat de Here wel degelijk Zijn oor neigt tot het gebed van Zijn kinderen.
Nee, Zijn antwoord is niet altijd hoorbaar en merkbaar. Maar Hij hoort ons gebed. Onze tranen doet Hij in Zijn kruik. Ons verdriet wordt opgeschreven in Zijn boek. Dat lezen we in Psalm 56:
“Mijn omzwerving hebt Gij te boek gesteld,
doe mijn tranen in uw kruik;
zijn zij niet in uw boek?”[2].
Nee, wij krijgen niet altijd hoorbaar antwoord van de Here. Maar er komt een reactie. De Here noteert onze klachten, onze teleurstellingen, onze ellende, onze eenzaamheid en onze frustratie. Onze tranen vangt Hij op. ‘Kom maar Mijn kind, ik zal al dat verdriet een plaats geven in Mijn heilige woonplaats!’.

In Handelingen 16 geeft de Here wel een merkbare reactie.
Want wij lezen: “Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los”[3].
Philippi ligt op een breuk in de aardkorst. Maar daar gaat het hier duidelijk niet om. Nee, dat daverende natuurverschijnsel dient om de verbreiding van het Evangelie voortgang te doen hebben.
Hier laat de God van hemel en aarde Zijn almacht zien.

Hebt u dat gezien?
De verbreiding van het Evangelie heeft voortgang.
Opnieuw moeten wij eerlijk wezen: wij twijfelen er wel eens aan dat de verbreiding van het Evangelie verder gaat. Er is zoveel tegenstand. Mensen relativeren alles. Als u iets over Bijbel en geloof zegt wordt u niet zelden wat meewarig aangekeken. Want wat kan men met Gods Woord in de dagelijkse praktijk van het leven? Weinig, zo schijnt het.
Maar hier – in Handelingen 16 – blijkt dat de Here het evangeliseren verzorgt als mensen op hun manier en met hun ideeën alle mogelijkheden afsluiten. Evangelisatie is niet af te remmen. Zending is niet te stoppen.
Wij kunnen wel denken dat wij zo intelligent zijn dat wij alle evangelisatiemogelijkheden moeiteloos kunnen inventariseren. Maar net als wij het idee hebben dat wij de zaken keurig op een rijtje hebben, doet zich iets nieuws voor. Laten we ’t maar toegeven: de Schepper van deze wereld heeft veel meer overzicht dan wij.
Wij doen er daarom goed aan om ons leven in Zijn handen te leggen. Want dan weten wij: alles komt goed.

En dan is er die magnifieke ommekeer.

“En de bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren der gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zelfmoord te plegen, in de waan, dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep met luider stem: Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier! En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neder. En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen”[4].
Het gaat van zelfmoord tot behoud.
Het gaat van zelfvertrouwen naar Godsvertrouwen.
Een exegeet noteert hier bij: “In de Romeinse wereld waren sekten en religieuze verenigingen veelal uitsluitend voor een select gezelschap, een groep ingewijden, waarvan vrouwen, kinderen en slaven al bij voorbaat waren uitgesloten. Het christelijk geloof doorbreekt echter deze grenzen (…): het aanbod van genade is voor een ieder”[5].

Een dominee preekte eens over die gevangenbewaarder en zijn gezin in Handelingen 16. De predikant gaf zijn preek een duidelijk thema en een veelzeggende verdeling mee:
“God toont in Filippi zijn onweerstaanbare macht om te openen
1. Hij opent monden
2. Hij opent deuren
3. Hij opent harten”[6].
In zijn preek zei de dominee onder meer dit: “Midden in de nacht klinkt er in de cel van Paulus en Silas een lied. Een lied, dat gebed en lofzang ineen is. Een roep tot God en tegelijk een jubel op God.
Ik werd benauwd aan alle zijden,
en riep de Heer ootmoedig aan.
Paulus en Silas verkijken zich niet op hun boeien. Zij verheffen hun harten tot God en roepen Hem aan in groot vertrouwen. Er staat niet bij wat ze precies gebeden hebben, maar duidelijk is: ze leggen hun leven en werk biddend in de handen van God. En dat gebed wordt tot een jubellied:
De Heer is met mij, ‘k zal niet vrezen.
Geen sterveling verschrikt mij meer.
De Heer wil mij tot helper wezen:
ik zie op al mijn haters neer”[7].

De kerk heeft een Woord voor de wereld. Dat Woord wordt overal verkondigd. Ja, ook in en vanuit een streng bewaakte gevangenis.
Dat Woord is niet maar voor enkele ingewijden.
In de kerk gebeuren geen geheime dingen. In de kerk gebeuren wel grote dingen. In de kerk gebeuren dingen die voor mensen onverklaarbaar zijn.
Maar het is duidelijk: onze God is almachtig. Hij overwint de wereld. Daar mogen we blij om wezen.
Dat gold voor de cipier en zijn gezin, in Philippi.
Dat geldt voor mensen in Groningen. In Nederland. In Canada. In Suriname. In Australië. Of in welke leefomgeving dan ook.
Ja, dat geldt overal op aarde!

Noten:
[1] Vanavond, woensdagavond 14 december 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal de tweede zendingsreis van Paulus aan de orde komen; de beschrijving daarvan vinden we in Handelingen 15:36-18:23. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
Over de eerste zendingsreis schreef ik iets in mijn artikel “Kijk naar de kerkgeschiedenis”; hier gepubliceerd op woensdag 19 oktober 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/10/19/kijk-naar-de-kerkgeschiedenis/ .
[2] Psalm 56:9 (onberijmd).
[3] Handelingen 16:26.
[4] Handelingen 16:27-33.
[5] Zie de webversie van de Studiebijbel, https://web.studiebijbel.nl/ . Commentaar bij Handelingen 16:31. Geraadpleegd op donderdag 1 december 2016.
[6] De betreffende predikant is H.J.C.C.J. Wilschut, momenteel predikant binnen de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. De preek werd circa het jaar 2000 geschreven. Toen was Wilschut dominee in het kerkverband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). De preek is te vinden op http://www.prekendiespreken.nl/preken/dutch/han16v25.html ; geraadpleegd op donderdag 1 december 2016.
[7] Tot tweemaal toe citeert dominee Wilschut Psalm 118:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.