gereformeerd leven in nederland

6 februari 2017

Geen enkelspel

Het is een bijna modieuze vraag: welk beeld hebt u van God[1]?
Gereformeerde mensen hebben een hekel aan die vraag.
Zij kennen Exodus 20: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is”[2].
De waarschuwing is duidelijk: wij mogen God niet modelleren naar menselijke maat.

Het is belangrijk om dat vandaag goed voor ogen te hebben.

Problemen blijken in de geseculariseerde wereld namelijk maar op één manier te kunnen worden opgelost. Er is maar één oplossing mogelijk; dat is een menselijke oplossing.
Meneer X moet zijn eigen problemen oplossen. En mevrouw Y moet haar eigen vragen beantwoorden.
De denkbeelden over God hangen geheel van persoonlijke omstandigheden af.
De gedachten van God worden beïnvloed door de hoogst individuele keuzes van meneer X en mevrouw Y.
Zodoende klinkt nu door heel het zwerk en gans ’t gewelf: meneer en mevrouw, help voortaan maar uzelf.

Gereformeerden lezen Gods Woord. Zij schuilen bij de God van het verbond. Zij zeggen mét Paulus in 1 Corinthiërs 6: “…Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[3].
Gereformeerde mensen weten dat zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Ze weten dat ze bestuurd worden.
Gereformeerden kennen het leven met God. Zij weten dat hun bestaan, als ik het met een tennisterm omschrijven mag, geen enkelspel is.
Gereformeerden redeneren daarom vaak in het meervoud.
U kunt dat bijvoorbeeld zien in 2 Timotheüs 1. Paulus schrijft daar: “Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[4].

Van nature zijn wij, Gereformeerden van 2017, individueel ingestelde mensen. Wij houden niet van een gecompliceerde wereld. Wij kijken naar onszelf, en daarmee uit.
Intussen zijn wij het eigendom van de drie-enige God. Dat is de God “waarin drie Personen zijn, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze zijn werkelijk en van eeuwigheid onderscheiden naar hun onmededeelbare eigenschappen”[5].
De Vader is de Schepper van alle dingen. Over Hem wordt in Openbaring 4 gezegd: “U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen”[6].
In Christus’ werk zien we de Goddelijke genade, de creativiteit van het Goddelijke verlossingswerk en hemelse almacht verenigd. Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 over “Christus, de kracht van God en de wijsheid van God. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[7].
De Heilige Geest laat zien welke energieën er los komen als God in het leven van mensen aan het werk gaat. Maria, de moeder van Jezus, kreeg daar heel direct mee te maken. Bij de aankondiging van Jezus’ geboorte zei de engel: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden”[8].

Wie deze Schriftuurlijke gegevens overziet, ontdekt al gauw dat het spreken over ‘godsbeelden’ dicht in de buurt komt van onzinnigheid.
Welk redelijk mens kan zoveel Goddelijke glorie in woorden vatten?
Niemand toch?

Athanasius beleed dan ook: “Het algemeen geloof nu is dit, dat wij de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid vereren, zonder de Personen te vermengen of het wezen te delen. Want de Persoon van de Vader en die van de Zoon en die van de Heilige Geest zijn van elkaar onderscheiden, maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één goddelijkheid, gelijke heerlijkheid, dezelfde eeuwige majesteit. Zoals de Vader is, zo is de Zoon, zo is ook de Heilige Geest. Ongeschapen is de Vader, ongeschapen de Zoon, ongeschapen de Heilige Geest; onmetelijk is de Vader, onmetelijk de Zoon, onmetelijk de Heilige Geest; eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon, eeuwig de Heilige Geest. En toch zijn Zij niet drie eeuwigen, maar één eeuwige; zoals Zij niet drie ongeschapenen of drie onmetelijken zijn, maar één ongeschapene en één onmetelijke. Evenzo is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig; en toch zijn Zij niet drie almachtigen, maar één almachtige”[9].
Zo ging Athanasius nog een poosje door. Het leek wel of hij woorden tekort kwam!

Dat gepraat over godsbeelden, en over godsbeelden die aan verandering onderhevig zijn, is ongerijmd.
Het geeft, denk ik, aan hoe onmachtig mensen zich voelen. Als het er op aan komt blijken mensen niet in staat om hun situatie structureel te veranderen.
Zulke veranderingen voert de Here door.

De God van het verbond maakt van Zijn kinderen mensen met een dubbele nationaliteit.
Hij maakt van mensen die enkelspel spelen burgers met een dubbele nationaliteit. Hij maakt van hen personen die een plaats krijgen in het hemels vaderland.
Paulus schreef daarover in Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen”[10].

Het geldt ook vandaag nog: eenvoudigen worden verhoogd.
Dat is, op de keper beschouwd, onvoorstelbaar.
Maar de Here vraagt ook niet van ons om er godsbeelden op na te houden.
Onze taak is – ik citeer Openbaring 14 -: “de geboden van God en het geloof in Jezus in acht [te] nemen”[11]. Daarmee is alles gezegd.

Wij geloven in de drie-enige God.
En wij hebben een dubbele nationaliteit. Een aardse en een hemelse.
Nee, dat is niet zo eenvoudig.
Maar het is wel waar.
In die situatie hebben godsbeelden afgedaan. Dan biedt de vaste zekerheid van het geloof troost en perspectief.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 1 februari 2008.
[2] Exodus 20:4.
[3] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[4] 2 Timotheüs 1:14.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 8.
[6] Openbaring 4:11.
[7] 1 Corinthiërs 1:24b en 25.
[8] Lucas 1:35.
[9] Geloofsbelijdenis van Athanasius.
[10] Philippenzen 3:20 en 21.
[11] Openbaring 14:12

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.