gereformeerd leven in nederland

28 maart 2017

Ootmoed en onderwerping

De Here gebiedt mij “dat ik de enige ware God naar waarheid leer kennen, Hem alleen vertrouw, met alle ootmoed en geduld mij aan Hem alleen onderwerp”.
Zo staat dat in Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Die ootmoed, die onderwerping staat haaks op deze wereld.
Waarom?
Uit onderstaande voorbeelden zal dat blijken. Die voorbeelden zijn gebaseerd op de werkelijkheid van 2017.

1.
Een mevrouw krijgt een zalf voorgeschreven van de huisarts. Zij gaat naar de apotheek. Aldaar blijkt dat die zalf € 79 kost en dat mevrouw die zalf zelf moet aanschaffen.
‘Dat ga ik niet betalen’, zegt die mevrouw.
‘Wilt u niet beter worden?’, vraagt de baliemedewerkster. ‘Die vraag is zo ontzettend dom, dat ik daar niet op inga. Oké?’, zegt mevrouw streng.
In de apotheek krijgen de medewerkers een gouden idee. Die zalf van hierboven bestaat namelijk uit vier componenten. Men doet die componenten elk in een tube. Resultaat: vier tubes zalf. Daarvan moet er één worden betaald, ad € 4. De rest wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Als die zalfjes over elkaar heen worden gesmeerd is het door de huisarts beoogde resultaat bereikt…
Dat is, op z’n zachtst gezegd, een tikje merkwaardig. Het ruikt wel heel erg naar geld-uit-de-zak-klopperij!
2.
In één week tijd komen er bij één gezin drie verkeerde facturen binnen. Voor één volgt er zelfs nog een herinnering. De heer des huizes belt en mailt er even zovele keren achteraan. ‘O pardon meneer… ja… dit is fout. Excuses!’. Als de heer des huizes die facturen met één oog dicht had voldaan was hij nu tussen de € 100 en € 150 armer geweest.
Wat is dit voor samenleving?
U voelt wel: in dergelijke gevallen is het moeilijk om ootmoedig te blijven.

Ootmoed en onderwerping worden ons in onze maatschappij in ijltempo afgeleerd.

Toch roept de Bijbel ons tot bescheidenheid op.
Ik wijs u op woorden uit 1 Petrus 5.

“Evenzo, jongeren, wees aan de ouderen onderdanig; en wees allen elkaar onderdanig. Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade”[2].
De Heidelbergse Catechismus attendeert ons in de Schriftverwijzingen onder meer naar deze woorden.

Onderdanig en nederig: dat klinkt wereldvreemd. Dat wordt toch nooit meer wat in deze maatschappij? U moet voor jezelf opkomen. Als u dat niet doet, zit u binnen de kortste keren in de hoek waar de klappen vallen. Nietwaar?

Maar in 1 Petrus 5 staat meer.
Wij lezen: “Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.
Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.
Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.
Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”[3].

In 1 Petrus 5 staat niet dat wij maar stilletjes in een hoekje moeten wachten op al datgene wat ons overkomt. Er staat niet dat wij alles maar moeten slikken.
Er staat dat wij eerbied moeten hebben voor de hoge God.
Er staat dat wij, als wij die houding aannemen, een plaats aangewezen krijgen in het koninkrijk van de hemelen.
Er staat dat wij behoren te volharden in het geloof dat de hemelse Heer voor ons zorgt.
Er staat dat die volharding hard nodig is, omdat de duivel met een niets ontziende ijver op zoek is naar mensen die Hij van de Verbondsgod af kan troggelen.

Een exegeet noteert in verband met 1 Petrus 5: “Niemand mag zich boven de ander verheffen, want allen zijn immers broeders (…). Alle gelovigen zullen elkaar onderdanig zijn (…), zich jegens elkaar omgorden met nederigheid (…), dat wil zeggen de ander in de gemeente hoogachten en dienen”[4].

Wanneer wij 1 Petrus 5 lezen, moeten we tot de conclusie komen dat de sfeer in de kerk wezenlijk behoort te verschillen van die in de wereld.

En nu wordt een kernpunt van Zondag 34 der Heidelbergse Catechismus blootgelegd: er is een enorme kloof tussen kerk en wereld. Er is een antithese, een diepe tegenstelling tussen Gods kinderen en de samenleving.
In de wereld heerst een sfeer van: ik weet het beter dan jij.
In de wereld heerst een sfeer van: opgepast, voor je ’t weet word je benadeeld.
In de kerk is de vraag: waarmee kan ik u van dienst zijn?
In de kerk is de vraag: hoe kan ik de God van het verbond vandaag het beste dienen?

Daarom is bij ruzies en meningsverschillen in de kerk altijd de vraag: hoe denkt u, met uw manier van doen, de Here God te dienen? Oftewel: is dit alles naar de tien woorden van Gods verbond, die in Zondag 34 opgenomen zijn?

Het is altijd lonend om in ons dagelijkse doen die tien woorden regelmatig te repeteren.
In de kerk, maar ook in de maatschappij.
Dan wordt het ook makkelijker om in een dolgedraaide samenleving als de onze staande te blijven.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 34, antwoord 94.
[2] 1 Petrus 5:5.
[3] 1 Petrus 5:6-9.
[4] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 5:5-9.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.