gereformeerd leven in nederland

20 april 2017

Arrogantie afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Het schijnt dat de Amerikaanse godgeleerde Reinhold Niebuhr (1892-1971) ooit heeft gezegd: ‘De leer van de erfzonde is het enige wetenschappelijk bewijsbare leerstuk van het christelijk geloof’[1].
Volgens Augustinus is het allemaal echter begonnen met de hoogmoed. De trots. De hovaardij. Met verwaandheid, kortom.
Als u het mij vraagt is het één een gevolg van het ander.

Hoe dat zij – onlangs verscheen een boek over de geschiedenis van de arrogantie[2][3].
Moraal van het boek: hoogmoed komt voor de val. Er komen allerlei mensen langs: directeuren van multinationals, Byzantijnse keizers, geneesmiddelenfabrikanten, mythische wezens…
De schrijver “vertelt hoe in 375 het veel grotere en beter bewapende Romeinse leger door de ‘barbaarse’ Gothen in de pan werd gehakt; hoe de directie van Nokia het succes van de iPhone wegwuifde; hoe de leiders van de Sovjet-Unie meenden dat ze met kernexplosies wel even complete rivieren konden omleggen; hoe de Chinese dictator Mao besloot alle spreeuwen in China uit te roeien, en na een ware insectenplaag buurland Rusland op zijn knieën moest smeken om een paar miljoen spreeuwen.
Zelfoverschatting lijkt iets van jongeren te zijn, maar ouderen kunnen er ook wat van; heeft arrogantie zich in het hoofd van ouderen genesteld, dan is ze niet zelden nog veel schadelijker”[4].

Zelfoverschatting is van alle tijden.
Er wordt in Spreuken 16 al over gesproken:
“Al wie hooghartig is, is voor de HEERE een gruwel.
Hand op hand: hij zal niet voor onschuldig gehouden worden”[5].

Die uitdrukking ‘hand op hand’ is op het eerste gezicht niet zo duidelijk.
Het wordt al wat helderder als wij de Willibrordvertaling op deze plaats lezen:
“Alle hoogmoedigen zijn voor de HEER een gruwel.
De hand erop: zij blijven niet ongestraft”[6].
De hand erop – met andere woorden: het is honderd procent zeker, mensen met een hoop verbeelding worden weer naar beneden gehaald!
Met die uitdrukking kunnen wij echter ook een andere kant op. Dat blijkt als we Spreuken 11 erbij nemen. Daar lezen we:
“Hand op hand: een kwaaddoener zal niet voor onschuldig gehouden worden,
maar het nageslacht van rechtvaardigen zal ontkomen”[7].
De kanttekenaren noteren er in de Statenvertaling bij: “Dat is, van hand tot hand. Niet alleen in zijn eigen persoon, maar ook in zijn nakomelingen, die zijn boze wegen ingaan”[8].
Naar Spreuken 16 overgezet zijnde kan dat dus betekenen: ouders geven arrogantie zomaar aan hun kinderen door. Het gaat, om zo te zeggen, van geslacht tot geslacht steeds voort.  Daarbij is één ding echter zeker: hoogmoed en laatdunkendheid kunnen niet straffeloos worden gepraktiseerd!

Spreuken 16 gaat, kort gezegd, over Gods hand in al ons doen en laten. Die hand moeten wij zien. Wij moeten erkennen dat Hij de wereldhistorie stuurt.

Wij, mensen van 2017, zijn soms reuze intelligent. Wij bedenken buitengewoon slimme dingen. Maar uiteindelijk is het onze Here die bepaalt wat er wordt gezegd. Hij is het die ook onze woordkeus aanstuurt. Wat is het belangrijk dat wij tonen dat wij van Zijn gaven leven!

Wij, mensen van 2017, kunnen soms dingen zeggen waarvan wij zelf denken dat die zeer verstandig zijn. Maar in de ogen van de Here zijn die dingen weinig meer dan dwaasheid.

Wij, mensen van 2017, zijn reuze zelfstandig. Wij doppen onze eigen boontjes. Wij organiseren ons eigen bestaan.
Maar in heel veel situaties gaat er van alles verkeerd. Er worden afspraken vergeten. Er gaan dingen stuk, en dat terwijl wij dachten dat ze nog veel langer mee zouden gaan. Ons technisch vernuft blijkt tegen te vallen; noodzakelijke reparaties duren soms veel langer dan gedacht.
Wat is dit voor een tekortschietende wereld?
Welnu, juist in zulke omstandigheden is het belangrijk om ons te realiseren dat we heel ons leven bij de Here mogen neerleggen. Compleet met alle tegenvallers en meezitters.

Wij, mensen van 2017, stellen ons doelen. Wij willen graag dingen bereiken. Dat is goed, zeggen de mensen. U moet idealen blijven houden. U moet ambities blijven koesteren.
Maar bijna niemand heeft het over het doel dat de Here God met deze wereld heeft. En met ons bestaan.
De Spreukenleraar wil ons daar graag bij bepalen[9]!

En daarom moeten wij, mensen van 2017, niet neerkijken op anderen.
Wij leven uit Gods hand.
Onze wijze van spreken laat, als het goed is, Gods werk zien.
In de manier waarop wij met anderen samenwerken, tonen wij onze dienst aan God.
Als wij met Hem door het leven wandelen, worden frustraties en ergernissen gaandeweg minder beeldbepalend in ons leven.
En de vraag is: wat wil God, dat wij zullen doen?

In dat verband staat die vermaning om niet hooghartig te zijn. Arrogantie is, op de keper beschouwd, uit den boze.
Uit de hoogte doen – voor sommige mensen fungeert dat als zelfbescherming. Het is hun manier om overeind te blijven in dit leven. Het is hun overlevingsstrategie, hun methode om de dag door te komen. Laten kerkmensen blijven bedenken dat dat de Here een gruwel is!

Tot slot: wat moet er in het leven van mensen van 2017 gebeuren?
De Spreukenleraar geeft ons onderwijs:
“Door goedertierenheid en trouw wordt een misdaad verzoend,
en door de vreze des HEEREN keert men zich af van het kwade”[10].
Wij zien dus drie componenten:
* liefde
* trouw
* ontzag voor God.
Daarom kan onze slotsom vandaag zijn: het aanbidden van God leert ons de arrogantie af.

Noten:
[1] Niebuhr heeft met name nagedacht over de relatie tussen christelijk geloof en politiek. Zie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Reinhold_Niebuhr .
[2] De gegevens van dit boek zijn: Ari Turunen, “Weet je wel wie ik ben? – De geschiedenis van de arrogantie”. – Amsterdam: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2017. – 207 p.
[3]“Ari Turunen (26 april 1966) is een Finse non-fictieschrijver die zich gespecialiseerd heeft in de geschiedenis van menselijke gewoontes. Hij studeerde sociologie aan de universiteit van Jyväskylä en politicologie aan de universiteit van Helsinki. Voor zijn afstudeerscriptie deed hij onderzoek naar het wereldbeeld van verschillende culturen en hun opvattingen over elkaar”. Geciteerd van http://www.singeluitgeverijen.nl/auteur/ari-turunen/ ; geraadpleegd op zaterdag 1 april 2017.
[4] Dick Schinkelshoek, “Arrogantie als de bron van alle kwaad”. In: Gulliver, bijlage van het Nederlands Dagblad, vrijdag 31 maart 2017, p. 11.
[5] Spreuken 16:5.
[6] Willibrordvertaling-2012.
[7] Spreuken 11:21.
[8] Zie http://www.statenvertaling.nl/tekst.php?bb=20&hf=11&ind=1#startg ; geraadpleegd op zaterdag 1 april 2017.
[9] In het bovenstaande staat een korte uitwerking van Spreuken 16:1-4.
[10] Spreuken 16:6.

19 april 2017

Een ongemakkelijk Schriftgedeelte

Eigenlijk heeft schrijver dezes de Handelingen der Apostelen altijd een ietwat bijzonder Bijbelboek gevonden.
Dat komt onder meer doordat in die Handelingen zoveel gewone dingen staan.

Neem nou Handelingen 21[1].
Paulus en zijn medewerkers gaan op reis naar Jeruzalem[2]. Een aantal gelovigen uit Caesarea sluit zich bij het reisgezelschap aan.
Het logeeradres – het huis van Mnason – wordt met name genoemd.
In Jeruzalem is men geweldig blij om Paulus te zien.
Ten huize van Jacobus wordt een kerkenraadsvergadering belegd. Alwaar Paulus nauwkeurig verslag uitbrengt van al zijn werk, zijn bevindingen en de resultaten daarvan.

In Handelingen 20 worden Paulus’ medewerkers met name genoemd[3].
Paulus heeft aan den lijve ondervonden hoe Handelingen 2:39 werkelijkheid werd: “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal”. Hij kent de realiteit van Efeziërs 2: “Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen”[4]. En: “En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren”[5].

De Here laat zien dat, wanneer een zendeling gewoon aan het werk gaat, Hijzelf er voor zorgen zal dat er gepassioneerde medewerkers komen die het zendingswerk mee helpen uitvoeren. Natuurlijk, die medewerkers zijn er niet op dag één. En ook niet op dag twee. Maar uiteindelijk komen ze er wel.
De namen van die medewerkers worden, door toedoen van de Heilige Geest, zelfs in het Woord van God vastgelegd.
Dat is een geweldige troost.
Hoeveel werk voor de kerk wordt er niet in stilte gedaan? Hoeveel klusjes doen wij in de kerk die geen naam hebben? Ach, u weet er zelf ook wel het een en ander van. Laten wij ons maar realiseren dat onze namen door de Here worden genoteerd.
Iedere veertien dagen vergadert in het appartement dat mijn vrouw en ik bewonen een vrouwenvereniging. U weet hoe dat gaat: een stel stoelen rond een tafel, een kop koffie… Wat stelt dat nou eigenlijk voor? Maar onze Heiland ziet het. Hij weet met welke intentie zulk eenvoudig werk gedaan wordt!

Handelingen 21 is wat, mij betreft, in zekere zin een ongemakkelijk Schriftgedeelte.
Waarom?
Georganiseerde zending en evangelisatie: dat zijn thema’s die in gemeentes van De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) enigszins gevoelig liggen.

De kerk bedrijft zending. Het bevel van Jezus in Mattheüs 28 – “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen” – is niet gesproken voor dovemansoren[6].
Maar waar halen we, als kerkverband met ruim duizend leden, het benodigde geld vandaan? Want we willen dominees, pastorieën, kerkgebouwen en eigenlijk ook nog wel eigen scholen.

Daar komt bij dat zending bedrijven steeds moeilijker lijkt te worden. Je moet, zegt men, elkaar vrijlaten in eigen overtuiging. Leven volgens normen en waarden – zo heet dat tegenwoordig – is, naar men zegt, niet voorbehouden aan Gereformeerde mensen.
Gereformeerd zijn – dat heeft voor velen nauwelijks meerwaarde.

Handelingen 21 leert ons dat de Here de regie heeft.
En ik vraag: zou het zo kunnen zijn dat we iets meer geduld moeten hebben?
Natuurlijk, wij moeten ook onze verantwoordelijkheid nemen. En als er mogelijkheden zijn, moeten we die grijpen.
Maar als de gelegenheden er niet zijn, moeten wij die niet op eigenzinnige wijze creëren om vervolgens verbijsterd te constateren dat onze onderneming mislukt is.

Even zo goed leert Handelingen 21 ons ook dat wij attent moeten blijven op kansen die geboden worden.
Als het daarom gaat, kunnen er diepe meningsverschillen ontstaan. De een vindt dat er een kans ligt, een ander acht het perspectief onvoldoende.
Laat er in een dergelijke situatie alstublieft geen concurrentiestrijd ontstaan! Laten we elkaar niet afserveren als de één ondernemender is dan de ander.

Nu het hierom gaat, wijs ik u tenslotte op de voorbereidingen voor Paulus’ reis naar Jeruzalem.
Ik citeer uit Handelingen 21: “En toen wij daar vele dagen bleven, kwam er een zekere profeet uit Judea, van wie de naam Agabus was.
En hij kwam naar ons toe, pakte de gordel van Paulus, en nadat hij zijn eigen handen en voeten daarmee gebonden had, zei hij: Dit zegt de Heilige Geest: De man van wie deze gordel is, zullen de Joden op deze manier in Jeruzalem binden en in de handen van de heidenen overleveren.
Toen wij dit hoorden, smeekten zowel wij als de mensen van die plaats dat hij niet naar Jeruzalem zou gaan.
Maar Paulus antwoordde: Wat doet u nu dat u huilt en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven in Jeruzalem voor de Naam van de Heere Jezus.
En toen hij zich niet liet overtuigen, deden wij er het zwijgen toe, en zeiden: Laat de wil van de Heere geschieden”[7].

Laat de wil van de Heere geschieden!
Dat is, wat mij betreft, het beste commentaar dat men op Handelingen 21 geven kan!

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte noem ik omdat een deel van dit hoofdstuk de aandacht zal hebben tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering vindt vanavond, woensdagavond 19 april 2017, plaats. Dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die bijeenkomst.
[2] Naar aanleiding van de zendingsreizen van Paulus schreef ik in de periode oktober 2016 tot februari 2017 een drietal artikelen. Deze zijn te vinden via https://bderoos.wordpress.com/tag/zendingsreizen/ .
[3] Handelingen 20:4: “En tot in Asia vergezelden hem Sopáter uit Beréa, en van de Thessalonicenzen Aristárchus en Secundus, en Gajus uit Derbe, en Timótheüs, en Tychicus en Tróphimus uit Asia”.
[4] Efeziërs 2:13.
[5] Efeziërs 2:17.
[6] Mattheüs 28:19.
[7] Handelingen 21:10-14.

18 april 2017

Terug naar het alledaagse leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is Pasen geweest. Het feest van de opstanding is weer voorbij. Het gewone leven vangt weer aan. Back to basics zeggen we dan vandaag; in enigszins bijzonder hedendaags Nederlands, dat wel. Oftewel: terug naar het alledaagse leven.

Vooral eenzame mensen zullen daar wel blij om wezen. En weduwen en weduwnaars.
Er komt weer wat leven in de brouwerij. Er beweegt weer wat op straat.

Het leven gaat weer verder.
Paulus schrijft daar in 1 Thessalonicenzen 4 ook over: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”[1].
Dat is een troost voor weduwen. En voor weduwnaars. En voor alle anderen die op deze aarde mensen missen. En wie is dat niet? Alleen al de rouwadvertenties in de krant leveren soms de reactie op: hij is ook al weg; en zij ook…

Mensen die in de Here gestorven zijn, zullen weer opstaan. Dat is een niet te vatten wonder. Maar het gebeurt toch.
Misschien is die beweging op straat voor sommigen soms ietwat onwezenlijk. Omdat uw man niet meer op aarde is. Of uw vrouw. Of uw vader, of uw moeder. Of uw broer of zus. Of uw opa, oma, oom of tante. Het is soms zo stil. En het leven lijkt soms bijna stil te staan.
Welnu – Paulus zegt ons: wij worden allen met Christus verenigd!

Men spreekt vandaag de dag vaak over voltooid leven.
Welnu, het leven Gods kinderen is nooit voltooid. Er komt een heerlijk leven aan. Een leven waarin geen plaats meer is voor zonden of tekortkomingen. Een leven waarvan geluk, vrede en feestelijkheid eeuwige kenmerken zijn. Verlangt u daar ook zo naar?

De artsenorganisatie KNMG zegt: “Hulpverlening (…) moet geen tunnel met één uitkomst zijn, namelijk de dood, maar een breed palet aan mogelijkheden waarbij wordt bekeken wat ouderen daadwerkelijk nodig hebben”[2].
Met andere woorden: bestrijdt de zinloosheid in het leven van mensen.

Gereformeerde mensen hebben daar een probaat middel voor.
Wij trainen ons om ons leven te focussen op het nieuwe vaderland: de hemel.
De schrijver van Psalm 94 leert ons:
“De HEERE kent de gedachten van de mens:
vluchtig zijn ze”[3].
Vandaag bedenken de mensen dit, maar morgen of overmorgen is het weer heel wat anders. Mensen zijn van zichzelf uiterst onbestendig.
In 1 Corinthiërs 3 preludeert Paulus op datzelfde Psalmwoord: “De Heere kent de overwegingen van de wijzen, dat zij zinloos zijn”[4]. Zinloos, dat betekent daar: zonder waarheidsgehalte, zonder positief resultaat[5].
En in 1 Timotheüs 1 schrijft hij over allerlei verzinsels van de mensen. De mensen houden zich met de verkeerde dingen bezig!

Als wij contact houden met broeders en zusters mogen wij elkaar wijzen op Jesaja 49; onze God vergeet Zijn kinderen nooit:
“Kan een vrouw haar zuigeling vergeten,
zich niet ontfermen over het kind van haar schoot?
Zelfs al zouden die het vergeten,
Ík zal u niet vergeten.
Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,
uw muren zijn steeds vóór Mij”[6].
Van daaruit kan Romeinen 12 in ons leven realiteit worden: “Verblijd u met hen die blij zijn, en huil met hen die huilen”[7]. Efeziërs 4 wordt dan werkelijkheid: “…wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft”[8].

Laten wij nog even kijken naar de politieke feiten van onze tijd.
Rond euthanasie gelden allerlei ingewikkelde protocollen. Voor we ’t weten gelden rond dat zogenaamde ‘voltooid leven’ regels die veel soepeler zijn. Dat is, op z’n zachtst gezegd, een beetje moeilijk uit te leggen.

Als het gaat over de regel van ons leven, bepaalt Paulus ons bij iets anders. Uit Philippenzen 3 citeer ik: “…één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.
Laten wij dan, die geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren.
Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn”[9].
Kijk naar de toekomst, roept Paulus uit. Kijk aan aardse omstandigheden voorbij.
Laten wij die stimulans ook maar gebruiken!

De artsenorganisatie KNMG zegt: het kon wel eens wezen dat de groep gezonde mensen met een doodswens aan de kleine kant is. “Eerst zou meer duidelijkheid moeten komen over de omvang van deze groep, de problemen waar zij mee worstelen en de alternatieven die geboden kunnen worden”.
De vraag is gewettigd waarom de dames en heren politici het, gelet op het bovenstaande, zo druk hebben met dat voltooid leven.
Wie God verlaat, bedenkt dwaze dingen!

Het gewone leven vangt weer aan.
Er moet weer worden gewerkt.
Maar misschien ziet u, geachte lezers, wel tegen de dag op.
Die lange, lange dag.
Die dag waarvan de minuten in schier eindeloze regelmaat weg tikken.
Die dag waarin u alleen uw eigen adem hoort. Als u niet doof bent, tenminste.

Laat ik u dan tot slot opnieuw op 1 Thessalonicenzen 4 mogen wijzen:
“De Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.
Zo dan, troost elkaar met deze woorden”[10].

Noten:
[1] 1 Thessalonicenzen 4:14.
[2] “Artsen KNMG tegen voltooid leven”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 30 maart 2017, p. 1. In het onderstaande citeer ik uit hetzelfde artikel.
[3] Psalm 94:11.
[4] 1 Corinthiërs 3:20.
[5] Zie hiervoor de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 3:20.
[6] Jesaja 49:15 en 16.
[7] Romeinen 12:15.
[8] Efeziërs 4:32.
[9] Philippenzen 3:14, 15 en 16.
[10] 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 en 18.

14 april 2017

Hemelse seismologie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden”.
Mattheüs 28:4.

Vandaag is het Goede Vrijdag.
Aanstaande zondag en maandag zal het Pasen zijn.

Een engel komt uit de hemel om het grote nieuws van Christus’ opstanding te proclameren. Zijn komst blijft niet onopgemerkt.
De aarde beeft. En niet zo’n klein beetje ook.

Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe groot de schade van die aardbeving geweest kan wezen?
Het kan bekend zijn: in Nederland, en wel speciaal in Groningen, weten we zo het een en ander van aardbevingsschade. Schade aan huizen en gebouwen. Wij weten onderhand ook wat zo’n klap met mensen doet. De psychische schade is soms ook aanzienlijk.
Het arriveren van de engel is voor de bewakers van het graf erg aangrijpend.
Ze schrikken zich dood.

Wij zien de grote macht van onze Heiland. Die almacht staat tegenover de nietigheid van mensen. Bij een hemelse verschijning verstarren zij. De heerlijke seismologie van de hemel brengt, om zo te zeggen, de aarde tot stilstand.
Een paar verzen verderop slaan de bewakers op de vlucht. Voor hen is slechts één ding belangrijk meer: weg hier!
Een exegeet noteert: “Merk op dat, terwijl er bij de soldaten sprake is van dodelijke angst, de engel alleen tot de vrouwen zegt: ‘Weest gij niet bevreesd’ (…) en dat zij heengaan met vrees en blijdschap”[1].

Een paar jaar geleden, het was in 2013, schreef ik al: “De grafbewakers zijn omgevallen. Lijkwit. Welk mens kan blijven staan als plotseling een hemelse boodschapper de aarde en haar bewoners wakker komt schudden?
Eigenlijk is het in het geheel niet verbazingwekkend dat de aardse grafbeveiliging faalt als een hemelse Evangelieverkondiger ter plaatse komt.
De kerk moet echter niet bang van dit wonder worden”[2].

Een predikant zei eens in een preek: De bewakers “waren erop gewezen dat ze gevaar zouden kunnen verwachten, van de volgelingen van Jezus. Maar dat er gevaar vanuit de hemel zou komen…….het is nu Gods tijd om Zijn stem te laten klinken. Als een bliksemflits verschijnt deze engel. Een met dat deze stem gaat spreken begint de aarde te beven. Het is de macht van Hem die hemel en aarde gemaakt heeft en daarmee ook de macht heeft om de elementen te gebruiken naar Zijn wil. De engel gaat zitten op de steen die hij eerst had weggerold. De aarde beeft. Net als op Golgotha, toen Jezus Zijn leven gaf en Zijn geest overgaf in de handen van Zijn Vader. De aardbeving geeft de verbinding weer tussen Zijn sterven en Zijn opstanding. De aarde trilt weer, als onderstreping van het feit dat de dood niet het laatste woord meer heeft. Jezus Christus, Hij heeft overwonnen en leeft!”[3].

Wij zijn – om met Romeinen 6 te spreken – “met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”[4].

Dat behoren wij te doen in een wereld waarin ene volk tegen het andere volk opstaat, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk. In een wereld waarin, zoals Mattheüs 24 zegt, “hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen”[5].

Weet u ’t nog, die actie van Giro 555 voor de hongersnood in Afrika?
Een paar weken geleden werd er actie gevoerd op radio en televisie. Er werd gesproken over “hongersnood in Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen. In deze landen lijden zo’n 20 miljoen mensen ernstig voedselgebrek”[6].
Twintig miljoen mensen!
Dat zijn er meer dan er in Nederland wonen! Natuurlijk is dat even schrikken.
Maar laat er bij Gereformeerden meer gebeuren. Want die hongersnood moet ook een attentiesignaal wezen. Wij moeten ons massaal naar de Verbondsgod toekeren! Nu hebben we er nog tijd voor! Het kan nu nog!

Aardbevingen zijn waarschuwingstekens voor de kerk: onze Heiland komt er aan!

Denkt u bijvoorbeeld maar aan Elia, in 1 Koningen 19: “Maar Hij zei: Ga naar buiten en ga op de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE. En zie, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, die bergen spleet en rotsen in stukken brak, voor het aangezicht van de HEERE uit. Maar de HEERE was niet in de wind. Na deze wind kwam er een aardbeving, maar de HEERE was ook niet in de aardbeving.
Op de aardbeving volgde een vuur, maar de HEERE was ook niet in het vuur. En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte”[7]. Als de hemelse God naar de aarde komt, komt de aarde in beweging.
Let u er overigens op dat na die aardbeving een suizen van een zachte stilte volgt. Onze Here is Zelf één en al liefde.
Hij heeft ons zo liefgehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon voor ons overgaf aan de dood, om zo voor onze zonden te betalen!

Onze Heiland zorgt voor een ommekeer in de wereld.
Net zoals indertijd in indertijd in Philippi, in het gezin van die gevangenbewaarder. Die ommekeer werd ook aangekondigd met een aardbeving. Leest u maar mee in Handelingen 16: “En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de gevangenis bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[8].
Als de Heiland in actie komt, dan gebeurt er wat!

Een aardbeving – wat is dat eigenlijk? Een internetencyclopedie meldt ons: “Een aardbeving is een trilling of schokkende beweging van de aardkorst. Aardbevingen vinden plaats als er in de aardkorst plotseling veel energie vrijkomt”[9].
Welnu, als onze God aan het werk is, geschieden er grote dingen!

Voor een Gereformeerd mens spreekt Psalm 114 boekdelen:
“Beef dan, gij aarde, voor Isrels Heer,
krimp voor zijn aanschijn en buig u terneer,
laat u door God bedwingen”[10]!

Noten:
[1] Zie de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Mattheüs 28:4.
[2] Zie mijn artikel “Pasen 2013: hoop voor de toekomst”; hier gepubliceerd op 29 maart 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/03/29/pasen-2013/ .
[3] Zie http://www.maranathakerk.nu/preken/item/1077-2008-03-23-17-00 ; geraadpleegd op woensdag 29 maart 2017.
[4] Romeinen 6:4.
[5] Mattheüs 24:7.
[6] Zie http://nos.nl/artikel/2165508-landelijke-actiedag-giro555-start-met-17-5-miljoen-in-de-pot.html ; geraadpleegd op woensdag 29 maart 2017.
[7] 1 Koningen 19:11 en 12.
[8] Handelingen 16:26.
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Aardbeving ; geraadpleegd op woensdag 29 maart 2017.
[10] Dit zijn de eerste regels van Psalm 114:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

13 april 2017

De ideale vrouw: wie vindt haar?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

De vrouw is in bespreking[1].
In de maatschappij.
En ook in sommige kerkgenootschappen.
In de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) debatteert men bijvoorbeeld al jaren over de vrouw in het ambt. Vorig jaar verscheen een boek dat heet: ‘Zonen & dochters profeteren’. In dat boek wordt al vrij snel geconcludeerd dat in de GKv de weg naar de ambten open is.

Stel u gerust, dit stuk gaat niet over de vrouw in het ambt.
In dit artikel wordt wel een enkel woord geschreven naar aanleiding van de roeping van Gereformeerde vrouwen in onze samenleving.

In 2017 kunnen we natuurlijk zonder veel moeite een aantal algemene dingen zeggen over vrouwen in onze maatschappij.
Bijvoorbeeld: in ons land zijn meer oude vrouwen dan oude mannen.
Of bijvoorbeeld: in een zogenaamd éénoudergezin wonen vaker moeders dan vaders; dat komt doordat kinderen van gescheiden ouders vaak bij de moeder blijven wonen.
En bijvoorbeeld: vrouwen krijgen op latere leeftijd kinderen. Dat geldt met name als vrouwen een hoger opleidingsniveau hebben. Die vrouwen willen eerst werkervaring opdoen, of carrière maken[2].

Maar één ding is volstrekt duidelijk: de emancipatie van vrouwen is in de afgelopen tientallen jaren in de Nederlandse samenleving nadrukkelijk aan de orde geweest.
Hoe is dat ongeveer gegaan?

Tot 1956 zijn vrouwen, zoals dat heet, niet handelingsbekwaam. Voor officiële handelingen bij rechtbanken, advocaten enzovoort zijn altijd echtgenoten nodig.
In de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw krijgen vrouwen steeds vaker het idee dat zij zich moeten ontplooien. In 1980 wordt het recht op abortus ingevoerd. Er komt aandacht voor vrouwenrechten. Op universiteiten kan men zich specialiseren in een vak als vrouwengeschiedenis.
In de jaren ’90 komt er meer nadruk op zelfontplooiing. Die nadruk wordt onder meer veroorzaakt door vrouwen uit andere culturen die in Nederland terecht komen.
Tegenwoordig vinden aardig wat mensen dat vrouwen ‘positief gediscrimineerd’ moeten worden. Dan zegt men bijvoorbeeld: er moeten meer vrouwen in de regering komen[3].
Inmiddels wordt er heel goed gekeken naar de positie van vrouwen. In 2010 – zo’n zeven jaar geleden dus – kwam in het nieuws: “Nederland is in de wereld gezakt van de elfde naar de zeventiende plaats wat betreft gelijkheid tussen mannen en vrouwen”[4]. Er zijn altijd wel mensen die, bij het lezen van zo’n bericht, zeggen: dit is niet best.
Minister Bussemaker, die over onderwijs gaat, vindt dat vrouwen zich vaker op de arbeidsmarkt behoren te presenteren. Een paar jaar geleden, het was in 2013, stond in de krant: “Wat de minister niet zint, is dat bijna driekwart van de vrouwen voor een deeltijdbaan kiest. Het gemiddelde aantal gewerkte uren door vrouwen ligt sinds 2006 op 26,4 uur per week, bij mannen is dat 38,2 uur”[5].
Als u het mij vraagt is die mevrouw tamelijk ver van God verwijderd!

Gereformeerde vrouwen van vandaag wisselen wel eens van gedachten over de vraag of zij wel of niet een betaalde baan mogen of moeten zoeken.
Als we Spreuken 31 lezen lijkt dat niet zo’n groot probleem. Want daar staat onder meer:
“Zij merkt dat het met haar zaken goed gaat,
haar lamp dooft ’s nachts niet”[6].
Dat woord ‘zaken’ kan ook met ‘winst’ worden vertaald[7]. In Spreuken 31 staat trouwens ook:
“Zij maakt onderkleding en verkoopt die,
zij levert de kooplieden gordels”[8]. De ideale vrouw uit Spreuken 31 is blijkbaar ook een succesvolle zakenvrouw!
Maar terecht schrijft een predikant: “Als je dan maar niet denkt dat je als vrouw pas wat waard wordt wanneer je zo’n baan hebt en dat je leven nauwelijks iets waard is wanneer zich dat grotendeels binnenshuis afspeelt. Want ook het portret van de ideale vrouw in Spreuken 31, die naast haar huishouding ook nog wat handel dreef, leert ons dat de hoofdtaak voor de meeste mannen buitenshuis en voor de meeste vrouwen binnenshuis ligt. Dit is geen kwestie van ‘rollenpatroon’ dat ons door mensen zou zijn opgelegd, zoals het feminisme beweert. Maar een taakverdeling die verankerd ligt in de scheppingsorde die God Zelf heeft ingesteld en die Hij in Zijn Woord heeft geopenbaard!”[9].
Bij het feminisme – de beweging die ernaar streeft dat vrouwen dezelfde rechten en mogelijkheden als mannen krijgen – moeten we maar ver weg blijven[10]. Als we daar dichtbij komen miskennen we de verschillen die de God van het verbond in de schepping heeft gelegd.

Overigens is het opvallend dat in Spreuken 31 helemaal niets over opvoeden staat.
En dat terwijl de moeder ook vroeger veel in de opvoeding deed.
Nee, de apostel Paulus schrijft in de Bijbel niet over een rollenpatroon. Maar wel over de verschillende manieren waarop mannen en vrouwen hun bijdrage aan de opvoeding leveren. Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Thessalonicenzen 2: “Wij zochten ook geen eer van mensen, niet van u, ook niet van anderen, hoewel wij, als apostelen van Christus, u tot last hadden kunnen zijn,
maar wij zijn in uw midden vriendelijk geweest, zoals een voedster haar kinderen koestert[11].
En:
“U bent getuige, en God, hoe heilig en rechtvaardig en onberispelijk wij geweest zijn bij u die gelooft.
Zo weet u hoe wij elk van u afzonderlijk opwekten en aanmoedigden, net als een vader zijn kinderen[12].
Vaders en moeders hebben, als het goed is, een persoonlijke band met hun kinderen[13]!

De ideale vrouw bestaat natuurlijk niet.
De ene vrouw is sterker dan de andere. De ene vrouw leeft thuis in redelijk makkelijke omstandigheden. De andere vrouw heeft heeft het, vanwege omstandigheden in huis of huwelijk, aanzienlijk zwaarder.
Zeker is dat iedere vrouw vermogens en mogelijkheden heeft gekregen. Die mogen worden gebruikt. Vrouwen moeten, net als mannen, bereid zijn om te dienen. Maar dat betekent zeker niet dat zij zichzelf moeten overbelasten.
Het is, denk ik, belangrijk dat vrouwen op elkaar letten en elkaar opvangen als dat nodig is. Kinderloze vrouwen zijn soms flexibeler dan moeders van vier, vijf kinderen. Het is goed om elkaars omstandigheden een beetje te kennen. Anders wordt meeleven en meehelpen navenant moeilijker[14].

Nee, het is niet meer zo dat vrouwen zich tegenwoordig altijd op de achtergrond houden.
Vroeger was dat voor velen vanzelfsprekend. Toen las men in Spreuken 31:
“Haar echtgenoot is bekend in de poorten,
als hij daar zit met de oudsten van het land”[15]. Dus: de vrouwen zitten daar niet, concludeerden vele vrouwen indertijd. Trouwens, in Genesis 18 zegt Abraham tegen drie mannen dat Sara in de tent is[16]. Dus: niet buiten en niet al te zichtbaar, blijkbaar.
Dat is vandaag wel anders. Maar misschien denkt u intussen wel: aan dat ideaal van Spreuken 31 kan ik niet tippen. Dat wordt nooit meer wat met mij!
Laat ik daarom, tot ons aller troost, tenslotte mogen wijzen op een heel belangrijk vers van Spreuken 31:
“Bevalligheid is bedrieglijk en schoonheid vergankelijk,
een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden”[17].
Als zusters in het geloof dat vasthouden zijn zij vrouwen naar Gods hart!

Noten:
[1] Mijn vrouw houdt vanavond een inleiding tijdens de vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Zij mocht zelf een vrij onderwerp kiezen. Zij koos, naar aanleiding van Spreuken 31, voor het onderwerp ‘De ideale vrouw: wie vindt haar?’.
Schrijver dezes helpt graag een handje mee. Dit artikel is de basis voor die inleiding.
[2] Zie https://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/9A0E2D35-B9B6-4BB0-B6D5-C9727B3F0181/0/2011k1b15p37art.pdf ; geraadpleegd op maandag 20 maart 2017.
[3] Zie hierover http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/vrouwenemancipatie_in_nederland/ ; geraadpleegd op maandag 20 maart 2017.
[4] Zie http://www.nu.nl/werk-en-prive/2354007/gelijkheid-man-en-vrouw-in-nederland-stokt.html ; geraadpleegd op maandag 20 maart 2017.
[5] L. Vogelaar, “Moeizaam naar gelijkheid”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 mei 2013, p. 10. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[6] Spreuken 31:18.
[7] Zie de webversie van de Studiebijbel.
[8] Spreuken 31:24.
[9] Reformatorisch Dagblad – zie noot 5.
[10] Omschrijvingen van het begrip feminisme zijn te vinden op http://www.encyclo.nl/begrip/feminisme ; geraadpleegd op maandag 20 maart 2017.
[11] 1 Thessalonicenzen 2:6 en 7.
[12] 1 Thessalonicenzen 2:10 en 11.
[13] Zie hierover: Ad Ermstrang, “Nico van der Voet: Er is geen bijbels standaardrolpatroon”. In: Terdege, woensdag 9 juli 2008, p. 58 en 59. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[14] Zie hierover ook: J.A. de Jonge-Wiskerke, “Zelfverloochening en zelfontplooiing; talenten gebruiken naar vermogen”. In: ‘Daniel’, donderdag 1 november 2012, p. 30 en 31. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[15] Spreuken 31:23.
[16] Genesis 18:9: “Toen zeiden zij tegen hem: Waar is Sara, uw vrouw? Hij zei: Zie, zij is in de tent”.
[17] Spreuken 31:30.

12 april 2017

Uitweg uit de zondige wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Er wordt wel gezegd dat de Bijbelkennis afneemt.
En dat zal waar wezen.
Maar wie een korte blik werpt in de literatuur – of wat daar voor door gaat – ontdekt al snel dat de Bijbel ook bij vele ongelovigen nog altijd een heel bekend boek is.
De Bijbel kennen de mensen vaak wel. Maar ze geven een heel eigen draai aan dat Woord.

Neem nou Connie Palmen. Dat is een schrijfster die vooral bekend is van verhalen, romans en essays[1].
Niet zolang geleden publiceerde zij een zogeheten Boekenweekessay. ‘De zonde van de vrouw’ heet dat[2].
Dat boekje begint met Eva, en met de zondeval. Het is eigenlijk de weergave van een onderzoeksresultaat. Er worden enkele onderzoeksvragen beantwoord. Namelijk deze: overschrijdt een vrouw die zich niet aan de voorgeschreven regels houdt, een grens naar een verboden gebied? En: vinden de vrouwen die een bepaalde zaak op een originele manier aanpakken eigenlijk zelf dat zij een zonde doen?[3].
Iemand typeert het zo: “toegeven aan genot levert soms strijd op, met ons geweten, onze levensovertuiging, onze omgeving en onze fysieke dan wel geestelijke grenzen. Wel willen, niet mogen, toch doen…”[4].
Die onderzoeksvragen worden beantwoord aan de hand van vier levensbeschrijvingen. Actrice Marilyn Monroe en de schrijfsters Marguerite Duras, Jane Bowles en Patricia Highsmith komen aan bod[5].
De vier genoemde vrouwen onderwerpen zich niet aan God. En ook niet aan hun man. Ze verbannen zichzelf uit hun huiselijk bestaan. Maar hun leven gaat ten onder aan alcohol en drugs. En soms aan suïcide.
De vrouwen proberen te ontsnappen aan zichzelf. Zij “zochten wanhopig naar verlossing in verbeelding en roem en vonden daarin tegelijk hun ondergang”, noteert iemand[6].

En wat, zo luidt de voor de hand liggende vraag, heeft het bovenstaande met Eva, de zondeval en Genesis 3 te maken?
Die vier vrouwen zijn, met name via hun verbeelding, op zoek naar verlossing van hun problemen. En de zondeval is ook verbeelding.
Ziet u het verband?

Zo wordt dus een heel eigen draai aan Gods Woord gegeven.
Overigens blijken afdoende antwoorden uiteindelijk op de onderzoeksvragen te ontbreken.
Waarom kwamen deze vrouwen zo diep in de problemen terecht? Connie Palmen zegt: die vrouwen werden aangetrokken door genot, door mateloosheid, door de dood.
Maar ja – is dat nou alles?

Als u het mij vraagt, bewijst het essay van Connie Palmen eens te meer hoe diep de zonde in ons leven gebakken zit.
De zonde – wij komen er in dit leven niet af. De vrouwen wier leven door Connie Palmen worden beschreven laten dat op schrijnende wijze zien. De zonde zit er in en die komt er uit. Of wij dat nu willen of niet. Er helpt geen lieve moeder aan. Zelfs een ontsnappingspoging via een kleurrijke fantasiewereld is gedoemd om jammerlijk te mislukken.

Gereformeerde mensen kennen de uitweg.
Laat ik, wellicht ten overvloede, in het onderstaande die uitweg nog maar eens aanwijzen.

Daarbij ga ik naar Mattheüs 26. Ik citeer:
“En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit,
want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader”[7].

Die woorden van Jezus zijn zeer bekend.
We kennen ze allemaal. En daarom is de betekenis soms een beetje uitgesleten.
Mede daarom heb ik een paar woorden gecursiveerd.
In die woorden wordt namelijk de uitweg uit deze zondige wereld gewezen.

De Here Jezus Christus heeft Zijn bloed vergoten tot vergeving van zonden.
Eeuwenlang is daar naar toe gewerkt. In Exodus 24 zegt Mozes, terwijl hij het bloed van jonge stieren op zijn volksgenoten sprenkelt: “Zie, dit is het bloed van het verbond dat de HEERE met u gesloten heeft”[8]. In Mattheüs 26 verwijst de Heiland naar die oude formulering.
Trouwens, de schrijver van de brief aan de Hebreeën heeft het er in hoofdstuk 9 ook over. Kijkt u maar: “Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd.
Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door Mozes meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en hysop, en besprenkelde het boek zelf en heel het volk,
terwijl hij zei: Dit is het bloed van het verbond dat God u bevolen heeft te houden”[9].
Gedurende heel de wereldhistorie werd naar dat werk van de Heiland toegewerkt.

En dat verlossingswerk heeft Hij volbracht.
Ja, er waren moment dat Hij liever van dat werk af wilde. Maar Zijn reddingswerk wilde Hij toch voltooien. Waarom? Omdat God de Vader Hem daartoe opdracht gegeven had.
Zie Marcus 14: “En toen Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich ter aarde en bad dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem voorbij zou gaan.
En Hij zei: Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt”[10].
Met andere woorden: onze Heiland is niet ontsnapt aan het leven. Hij heeft, om het zo te zeggen, de gifbeker geheel leeggedronken.
Zo opende Hij de uitweg uit deze zondige wereld. De weg naar Gods troon.

Het reddingswerk van de Heiland is de enige echte ‘uitvlucht’ die deze wereld kent.
In de verbeelding van Connie Palmen zijn er ook nog veel andere wegen. Maar die wegen blijken naar Nergenshuizen te leiden. Naar de hel zelfs, uiteindelijk.

De hedendaagse literatuur is, zo valt te vrezen, over het algemeen weinig troostrijk.
Maar in onze harten mag het triomfwoord van onze Heiland echoën: “Het is volbracht!”[11].

Noten:
[1] Meer informatie over Connie Palmen is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Connie_Palmen en http://www.conniepalmen.nl/ ; geraadpleegd op maandag 27 maart 2017.
[2] De gegevens van dat boekje zijn: Connie Palmen, “De zonde van de vrouw”. – Uitgave: Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2017. – 62 p.
[3] Zie http://www.denieuweboekerij.nl/de-zonde-van-de-vrouw ; geraadpleegd op maandag 27 maart 2017.
[4] Geciteerd van https://www.paagman.nl/product/de-zonde-van-de-vrouw/56584106/index.html ; geraadpleegd op maandag 27 maart 2017.
[5] Zie over Marilyn Monroe https://nl.wikipedia.org/wiki/Marilyn_Monroe ; over Marguerite Duras https://nl.wikipedia.org/wiki/Marguerite_Duras ; over Jane Bowles https://nl.wikipedia.org/wiki/Jane_Bowles ; over Patricia Highsmith https://nl.wikipedia.org/wiki/Patricia_Highsmith .
[6] “Maurice Hoogendoorn, “De vernietigende kracht van verbeelding”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 24 maart 2017, p. 8.
[7] Mattheüs 26:26-29.
[8] Exodus 24:8.
[9] Hebreeën 9:18, 19 en 20.
[10] Marcus 14:35 en 36.
[11] Johannes 19:30.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.