gereformeerd leven in nederland

31 mei 2017

De essentie van reformatie

‘Refo moet aan infuus van reformatie’. Aldus een grote kop in het Reformatorisch Dagblad[1].

Daaronder is onder meer het volgende te lezen.
“Protestanten, rooms-katholieken, dopers. Hoe krijg je die verschillende stromingen bij elkaar?” Antwoord: “door een authentieke vroomheid, geworteld in Christus”.
“Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is, maar tussen orthodox-Bijbels en vrijzinnig”.
Dat wordt gezegd bij de presentatie van een publicatie van dr. K. van der Zwaag. Twee dikke banden zijn het. ‘Reformatie vandaag’ heet het lijvige werk[2].

Neem mij niet kwalijk – de boven geciteerde uitspraken lees ik met een zweem van een glimlach rond mijn lippen.
Als u dit artikel gelezen hebt begrijpt u waarschijnlijk wel waarom.

Reformatorischen moeten reformeren.

Wie zijn die reformatorischen eigenlijk?
Daarover schreef ik al eens: “…de aanduiding ‘reformatorischen’ staat voor een ratjetoe.
Wanneer we spreken over reformatorischen hebben we soms te maken met mensen die redeneren vanuit hun eigen bevindelijkheid en beleving. Anderen kijken wat anders tegen leer en leven aan.
Bij sommigen lijkt de traditie bijna heilig te zijn. Anderen veroorloven zich in veel dingen een wat meer hedendaagse aanpak.
Bij reformatorischen zien we, als het om wereldmijding gaat, nogal wat gradaties. De verschillen komen, bijvoorbeeld, naar voren in het gebruik van internet en e-mail binnen gezinnen en scholen.
Bij reformatorischen is, naar mijn idee, het kerkbesef niet zo groot. Als de kerk wél reuze belangrijk was zou men – naar mijn oordeel – meer werk maken van kerkelijke eenheid”[3].
Welnu, al die verschillende reformatorischen moeten zich reformeren.
Dat klinkt heel deftig.
Maar het is zo logisch als wat.
Wij kennen toch die spreuk ‘Ecclesia reformata semper reformanda’? Dat wil zeggen: de kerk die gereformeerd is moet steeds weer gereformeerd worden.
Laat ik het zo mogen zeggen: wie echt bij de Verbondsgod hoort en zich aan Hem toevertrouwt, moet zich telkens weer naar Hem toe keren. Er is bekering nodig.
En laten we ’t maar zuiver stellen: zondige mensen moeten zich allemaal bekeren.

Er is vroomheid nodig. Totale toewijding dus[4].
Over vroomheid heb ik wel vaker geschreven. Ik gaf bijvoorbeeld eens de navolgende verduidelijking:
“Vroom in de zin van Job 1; u weet wel: ‘Er was in het land Uz een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad’.
Vroom in de zin van Lucas 2; u weet wel: ‘En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem’.
Vroom in de zin van Lucas 8; u weet wel: ‘Dat zaad in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding’.
Vroom in de zin van Titus 1; u weet wel: ‘Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis Gods (…) gastvrij, met liefde voor wat goed is, bezadigd, rechtvaardig, vroom, ingetogen, zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen’.
Vroomheid is niet wetenschappelijk te meten. Vroomheid kent geen objectieve maatstaven. Vroomheid is geen kwestie van keurige statistiekjes. Vroomheid komt dichtbij, het is een zaak van het alledaagse leven”[5].
Ik schreef ook:
“Hoe kunnen we echte vroomheid herkennen?
Wat mij betreft luidt één van de antwoorden die op deze vraag mogelijk is als volgt: vroomheid herken je aan de bereidheid om over de uitverkiezing te spreken.
Heel veel mensen hebben, als ik het zo zeggen mag, heel vrome praat over zich. Maar zodra je vraagt: ‘bent u uitverkoren?’ schuift er een wolk voor de zon. ‘Dat weet ik nog zo net niet hoor…’. Aarzelingen zijn troef. Plotsklaps zweven er allerlei vraagtekens in de lucht.
Toch is het goed om te beseffen dat vroomheid begint met het feit dat de Here heeft gezegd: ‘Ik heb Mij aan u verbonden, u bent van Mij’[6].
Vroomheid moet, zo wordt gesteld, authentiek zijn.
Zoals die dus vroeger was. Zoals die in zijn meest originele vorm bestond.
Vroomheid heeft ook het aspect van betrouwbaarheid in zich. Aan de vroomheid hangt, om zo te zeggen, een certificaat van echtheid[7].
Laten we samen echter vaststellen dat onechte vroomheid niet bestaat. Met andere woorden: vroomheid die niet authentiek is komt in de buurt van toneelspel. Zo simpel ligt dat.

Orthodox-Bijbels.
Dat is: aan de Heilige Schrift vasthoudend. Heel wat mensen menen dat orthodoxie een zekere starheid met zich meebrengt. Maar dat is niet waar.
Wij mogen met een gerust hart concluderen dat onorthodox-Bijbels niet bestaat.
Zou er trouwens iets tegen wezen om de tegenstelling te vereenvoudigen tot Schriftuurlijk en on-Schriftuurlijk? Daar wordt het, denk ik, allemaal wel wat makkelijker van.

Van der Zwaag zegt: “Ik denk dat dé tegenstelling tegenwoordig niet tussen rooms-katholiek en protestant is”.
Van der Zwaag heeft gelijk als hij stelt dat die tegenstelling anno 2017 niet meer zo scherp is aangezet.
Maar we moeten ons geen oren laten aannaaien.
Want wat is de betekenis van de eucharistie? “Het sacrament van de eucharistie is rijk aan betekenis. Wanneer de priester het grote dankgebed uitspreekt met daarin de woorden die Jezus bij het laatste avondmaal heeft gezegd, worden door de kracht van die woorden en door de heilige Geest het brood en de wijn ‘geconsacreerd’: ze veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus, zonder dat dat zichtbaar is. Ook wordt het kruisoffer van Jezus opnieuw tegenwoordig gesteld, maar nu op een bloedeloze manier. Daardoor krijgen mensen in het heden opnieuw deel aan Christus’ verlossende werk”[8].
Als u het mij vraagt is de hiervoor gegeven betekenis gewoon on-Schriftuurlijk.
De eucharistie lijkt wel vroom, maar het is het niet.
De eucharistie ziet er heel authentiek uit, maar is het niet.

Nu is het niet mijn bedoeling om een publicatie van bijna 1700 pagina’s in één artikel af te doen.
Maar ik wil wel verschillende typeringen terugbrengen tot de kern:
* reformatorisch
* authentiek
* vroom
* orthodox-Bijbels
* de on-Schriftuurlijke leer der Rooms-katholieken.
Dat gedaan hebbende kan, wat mij betreft, ronduit worden gezegd: soms leidt geleerdheid tot aanduidingen die er heel statig uit zien, maar in de grond van de zaak kunnen worden herleid tot een eenvoudige tweedeling: voor of tegen Christus.

Terug naar Christus en Zijn Woord: dat is de essentie van reformatie. Ook vandaag.

Noten:
[1] Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 mei 2017, p. 2 en 3.
[2] De gegevens van deze publicatie zijn: Klaas van der Zwaag, “Reformatie vandaag. 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”. – Apeldoorn: Uitgeverij De Banier, 2017. – twee banden, respectievelijk 876 en 823 p.
[3] Ik citeer uit mijn artikel ‘Evangelisch-reformatorisch’, hier gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/27/evangelisch-reformatorisch/ .
[4] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/vroomheid ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[5] Zie mijn artikel ‘De taak van Gereformeerde theologen’, hier gepubliceerd op woensdag 26 juni 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/26/de-taak-van-geref-theologen/ .
[6] Zie mijn artikel ‘Niet bij vrome momenten alleen’, hier gepubliceerd op woensdag 17 juli 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/07/17/niet-bij-vrome-momenten-alleen/ .
[7] Zie de definitie op https://www.woordenboeken.nu/betekenis/nl/authentiek ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.
[8] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 mei 2017.

30 mei 2017

Gereformeerde hebzucht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Voor zover schrijver dezes weet, heeft hij nog nooit iets gestolen. Zijn inkomen is altijd toereikend geweest om van rond te komen. Toegegeven, in de ene periode was dat wat makkelijker dan in de andere. Maar wij hebben nog nooit op een houtje hoeven bijten.
In de kerk ben ik ook nog weinig mensen tegen gekomen die op het criminele pad raakten.

Toch is het ook aldaar belangrijk om het achtste gebod voor ogen te houden.
In het onderstaande zal dat alras blijken.

“Ook verbiedt Hij alle hebzucht, evenals alle misbruik en verkwisting van zijn gaven”, zegt de Heidelbergse Catechismus in Zondag 42[1].
Hebzucht – wie zou er niet een tweede huis willen hebben in een buitenlands vakantieoord met gegarandeerd mooi weer?
Misbruik en verkwisting van zijn gaven – wie maakt er eigenlijk nooit misbruik van Gods gaven?

Eén van de Schriftteksten waar Zondag 42 naar verwijst is Lucas 3:14: “Ook de soldaten vroegen aan hem: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei tegen hen: Val niemand lastig, pers niemand af en wees tevreden met uw soldij”.

Een uitlegger noteert daar het volgende bij.
“Waarschijnlijk worden met ‘die in krijgsdienst waren’ joodse en niet-joodse soldaten bedoeld, die optraden als politietroepen in dienst van Herodes Antipas. Hun werk bestond onder andere uit het begeleiden en beschermen van de tollenaars. Wanneer deze ‘soldaten’ bemerken dat er onder hun beschermelingen, de tollenaars met wie ze in het dagelijks werk zozeer verbonden zijn, sommigen zijn die aan Johannes vragen wat ze moeten doen, roept dat de reactie op: ‘en wij dan?’ Evenals de tollenaars waren zij voor de joden een verachte en gehate groep (…). Zij vragen nu aan Johannes wat de vruchten van de bekering (…) in hun leven concreet betekenen: ‘en wij, wat moeten wij doen?’.
Johannes waarschuwt hen tegen machtsmisbruik, of beter: geweldsmisbruik, bij uitstek de zonde van hun beroep. ‘Plundert niemand uit’ is een technische term uit de juridische sfeer voor ‘mishandelen’ met de bedoeling daardoor geld of bezittingen van de weerlozen ‘af te persen’. Omdat de ‘soldij’ voor deze ‘soldaten’ laag was, was de verleiding groot om die door afpersing te verhogen. Deze ‘soldaten’ worden opgeroepen de eis van de gerechtigheid ten opzichte van de naaste te vervullen, door geweldsmisbruik te vermijden en ‘tevreden te zijn met hun soldij’”[2].

Hierboven wordt natuurlijk een opmerking gemaakt in een tamelijk specifieke situatie.
Maar het is wel duidelijk dat wij op Zijn tijd allen met een teruggang in inkomen te maken krijgen. Als ons pensioen in zicht is. Of wanneer wij geheel en gedeeltelijk worden afgekeurd.
Het kon dus wel eens zijn dat die woorden uit Lucas 3 anno 2017 makkelijker toepasbaar zijn dan wij denken.

Maar het is vandaag vooral iets anders waar ik op wil wijzen.
Dat punt heeft iets te maken met hebzucht.

Mijn stellige indruk is namelijk dat velen in De Gereformeerde Kerken (hersteld), ook financieel gezien, nogal hoge ambities hebben.
Men wil liefst een eigen kerkgebouw ter beschikking hebben. Dat is goed voor de uitstraling van de kerken.
Maar dat kost geld. Veel geld.
Men wil een eigen basisschool stichten. Want in het onderwijs aan onze kinderen worden soms heel verkeerde accenten gelegd.
Maar dat kost geld. Veel geld.

Nu ontken ik niet dat eigen kerkgebouwen feitelijk hard nodig zijn.
En nog minder ontken ik dat onze kinderen op school soms dingen op school leren, waar Gereformeerden het niet mee eens kunnen zijn.
Jazeker, ik ben een voorstander van eigen kerkgebouwen.
Jazeker, ik ben vóór onderwijs dat in alles Gereformeerd is. Natuurlijk. Daar ben ik altijd al voor geweest.

Het zou best kunnen zijn dat in allerlei ouwe sokken, van met name oudere broeders en zusters, nog heel wat bruikbare euro’s zitten. En wij mogen, als er goede plannen gepresenteerd worden, hopen op hun vrijgevigheid.

Mijn punt is echter: accepteren we ’t als het, op dit moment althans, financieel allemaal toch niet mogelijk blijkt te wezen?

Het is, wat mij betreft, in een situatie als deze te zeggen: wij moeten op de Here vertrouwen.
Jazeker, dat moeten wij doen.
Schrijver dezes noteert zonder omwegen: ik ben bereid ervoor te strijden om dat vertrouwen te behouden en groter te maken.
En jazeker, het gebed is daarbij zeer belangrijk. Sterker nog: het is een machtig instrument omdat onze God er kracht aan verleent[3].

Maar vertrouwen wij ook op Hem als het op middellange termijn financieel allemaal niet rond komt?
Kunnen wij dan, net als die soldaten in Lucas 3, tevreden zijn met wat wij hebben?
Of openbaart zich iets van de hebzucht uit Zondag 42? Zo van: als we eigen kerkgebouwen en eigen scholen hebben, dan komt het goed met ons…?
Daar ben ik, eerlijk gezegd, wel een beetje bang voor.

Na de reformatie van 2003 zijn Gereformeerden heel wat kwijtgeraakt. En laten we er maar niet omheen draaien:
* dat is soms moeilijk te verkroppen
* dat is bovendien heel verdrietig.
Maar wij moeten niet uitsluiten dat de Here ons beproeft. Het is niet onmogelijk dat Hij een test uitvoert. De centrale vraag kan zijn: hoe geduldig zijn we, anno Domini 2017?

Deze blogger haast zich om te noteren dat hij geen gedegen onderzoek heeft uitgevoerd naar de financiële draagkracht van de leden van De Gereformeerde Kerken. Verwacht u dus nu vooral geen tabellen met cijfers.

Echter: wat mij betreft zorgen Zondag 42 en Lucas 3 voor een leermoment.
Wij moeten oppassen voor Gereformeerde hebzucht. Wij moeten kerkelijk geduld betrachten.
Dat is moeilijk als je klein bent. Er gaan veel dingen moeizaam als er weinig mankracht beschikbaar is.
Eén ding is zeker: als de God van het verbond dingen afneemt, geeft Hij ons ook dingen terug. En in De Gereformeerde Kerken weten we het best: wij zijn op veel punten rijk gezegend.
Maar Hij geeft meestal niet alles tegelijk. Echt niet.

Noten:
[1] Dat is een zin uit de Heidelbergse Catechismus; en wel uit Zondag 42, antwoord 110.
[2] Ik citeer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 3:14.
[3] Jacobus 5:16 b: “Belijd elkaar de overtredingen en ​bid​ voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig ​gebed​ van een rechtvaardige brengt veel tot stand”.

29 mei 2017

De norm van ons oordeel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

We denken veel te weinig na. Wij twitteren tot wij er tureluurs van zijn. Wij vertikken het om verantwoordelijkheid te nemen. Het oordeelsvermogen verslapt.

Dat is het tamelijk vernietigende oordeel van de filosoof en publicist Coen Simon. Deze bestudeerde wijsgeer daagt zijn lezers uit: “durf te denken, durf te proeven, en vertrouw je eigen smaak”[1].

Overigens ziet Coen in zijn gedachtewereld van alles en nog wat: angst voor verwarde mensen, de kunst van het gehoorzamen als oefening in zelfstandigheid, over ijdelheid, spijt, verbeelding als antwoord op ‘waarom?’ en waarom feiten niet voor zich spreken. Herinneringen, tv-programma’s, series, films, columnisten, literatuur en kunst: het komt allemaal langs in zijn boek ‘Oordeel zelf’[2].
Deze filosoof heeft wel over heel veel dingen een oordeel, zullen we maar zeggen[3].

Hoe dat zij – het is, denk ik, tekenend dat Simon de Duitse filosoof Immanuel Kant citeert: “Ik koester de hoop dat de standpunten van anderen mij een onpartijdige kijk op mijn eigen oordelen geven en dat ik daardoor tot een derde standpunt kom, dat beter is dan mijn vorige inzicht”.
Coen Simon wijst ook op de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt. Zij schrijft: “Het kritische denken richt zich niet alleen op doctrines en concepten die we van anderen overnemen of op vooroordelen en gewoonten die we van anderen meekrijgen. Pas als we aan ons eigen denken kritische normen stellen, leren we de kunst van het kritische denken.
En deze kunst kunnen we onszelf niet eigen maken zonder in de openbaarheid te treden, zonder de toetsing die ontstaat dor het contact met het gedachtegoed van anderen”[4].

“Oordeel zelf”, zegt Simon.
Dat zeggen Petrus en Johannes in Handelingen 4 ook: “Oordeel zelf of het juist is in Gods ogen, meer naar u te luisteren dan naar God”[5].

De beide broeders staan voor het Sanhedrin. Dat is een invloedrijk college. In een encyclopedie kunnen we lezen: “De Raad, of het Sanhedrin, in het Grieks Synedrium, was een Joodse rechterlijke en uitvoerende macht in Jeruzalem, het hoogste burgerlijke en godsdienstige rechtslichaam van de Joden. De Raad werd voorgezeten door de hogepriester. Jezus, Stefanus, Paulus en anderen zijn ter verantwoording voor de Raad gebracht. (…) Ter onderscheiding van de kleine raad, die in alle Joodse steden bestond, heette het Sanhedrin te Jeruzalem de Grote Raad (of Hoge Raad).
De vergadering bestond uit 71 leden, te weten:
* priesters met de titel van hogepriester of overpriester (opperpriesters)
* oudsten van het volk (de hoofden van de voornaamste families) en
* schriftgeleerden, met de hogepriester als voorzitter.
De Hoge Raad werd te Jeruzalem dagelijks gehouden in een daartoe bestemde raadszaal”[6].
In het Sanhedrin zitten onder meer Sadduceeën: die vormden in feite een godsdienstig-politieke partij. Die Sadduceeën zijn afkomstig uit de elite van het Joodse volk: rijke, ontwikkelde en voorname Joden die zeer geïnteresseerd zijn in de Griekse beschaving. De opstanding van Christus achten zij ongerijmd. Van het bestaan van engelen en geesten geloven zij niets[7].

Het Sanhedrin zegt in Handelingen 4 eigenlijk: wij denken zelf, wij beproeven en testen zelf, wij oordelen zelf. Wij denken kritisch. En wij stellen vast wat er waar is en wat niet.

Ziet u dat er in principe eigenlijk weinig nieuws onder de zon is?
Hier staan geloof en ongeloof tegenover elkaar.
Die tegenstelling is van alle tijden.

Als David in 1 Samuël 24 besluit om het leven van Saul te sparen, zegt hij: “De HEERE zal Rechter zijn en oordelen tussen mij en u. Hij zal toezien en het voor mij opnemen, en mij recht doen en bevrijden uit uw hand”[8].

Diezelfde David zingt in Psalm 36:
“Uw ​gerechtigheid​ is als de machtige bergen,
Uw oordelen zijn als de grote watervloed;
mensen en dieren verlost U, HEERE”[9].

Paulus steekt de loftrompet over de rechtvaardige oordelen van God in Romeinen 11: “O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!”[10].

Betekenen de hierboven geciteerde Schriftgedeelten nu dat wij ons altijd maar van een oordeel moeten onthouden?
Nee, dat betekenen ze niet.
Ze betekenen wel dat ons oordeel altijd in lijn moet zijn met Gods Woord. De Heilige Schrift is, als het goed is, altijd de basis voor onze afwegingen en conclusies.

Een oordeel dat vanuit onszelf komt, is zelden of nooit zuiver.
En daarbij moeten die woorden uit Psalm 5 altijd bij ons meespelen:
“Gij oordeelt wie niet eerlijk spreken
en haat het onrecht dat Gij ziet”[11].
En ook dat vers van Psalm 9:
“De HERE troont in eeuwigheid
en oordeelt in gerechtigheid
Hij zal rechtvaardig vonnis spreken,
als rechter alle onrecht wreken”[12].

Durf te denken, durf te proeven, en vertrouw je eigen smaak; dat zegt Coen Simon, die schrijvende filosoof van hierboven.
Kinderen van God mogen en moeten daar tegenover zetten:
* durf te denken
* durf te proeven
* blijf kalm
* en zing de zesentwintigste psalm:
“O, HERE, toets mijn weg,
beproef mijn overleg”[13].

Noten:
[1] Meer informatie is te vinden op http://www.coensimon.nl/ en https://nl.wikipedia.org/wiki/Coen_Simon .
[2] De gegevens van dit boek zijn: Coen Simon, “Oordeel zelf. Waarom niemand hetzelfde wil en iedereen hetzelfde doet”. – Amsterdam: Uitgeverij Ambo/Anthos, 2017. – 156 p.
[3] In het bovenstaande maak ik gebruik van: Taede A. Smedes, “Durf te denken, durf te proeven” – recensie van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad,  vrijdag 5 mei 2017, p. 16.
[4] Beide citaten staan afgedrukt in: Coen Simon, “Oordeel zelf”, p. 7.
Meer informatie over Immanuel Kant staat op https://nl.wikipedia.org/wiki/Immanuel_Kant . Informatie over Hannah Arendt is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Hannah_Arendt ; geraadpleegd op donderdag 11 mei 2017.
[5] Handelingen 4:19.
[6] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/R/Raad_(Sanhedrin) ; geraadpleegd op donderdag 11 mei 2017.
[7] Zie hierover http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/S/Sadduceeën ; geraadpleegd op donderdag 11 mei 2017.
[8] 1 Samuël 24:16.
[9] Psalm 36:7.
[10] Romeinen 11:33.
[11] Dit zijn regels uit Psalm 5:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[12] Psalm 9:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[13] Dit zijn de eerste regels van Psalm 26:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

26 mei 2017

Pacifisme en anarchisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

De wereld om ons heen verlangt naar vrede. Gewone burgers hebben hun bekomst van terreur en geweld. En dat is geen wonder, lijkt me.

Er zijn ook heel wat mensen die zeggen dat we, zoals dat heet, out of the box moeten denken. Buiten de kaders dus. Sommige regels moet je, zo zeggen zij, negeren. Je moet over grenzen gaan. Soms moet je grenzen doorbreken. Dan wordt het pas wat met de wereld.

Hoe moeten wij in die ambiance leven en werken?
Moeten Gereformeerde mensen pacifisten worden? Moet alle geweld per onmiddellijk de wereld uit?
Moeten Gereformeerde mensen bovendien een beetje anarchistisch worden?

Die laatste vragen zijn niet zo nieuw als ze er wellicht uit zien.
Het gaat er op de Bondsdag van de Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in 1972 ook al over[1].

Professor dr. J. Douma, hoogleraar Ethiek aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Hogeschool, zegt daar over pacifisme onder meer het volgende.

“Er is ook een bepaalde christelijke vorm van dit pacifisme (…). Men zegt dan: Christus is voor alle mensen gestorven. Heel de mensheid is één broederschap. Daarom moeten we elkaar niet met wantrouwen tegemoettreden. We moeten ook eenzijdig een stap durven zetten, omdat Christus regeert. Is zijn leven niet door weerloosheid en het kruis gekenmerkt? En was de vrucht daarvan niet de opstanding ten leven?”.
Hiertegen moeten wij ons, zegt Douma, “duidelijk verzetten. Er is geen sprake van een algemene verzoening tussen alle mensen. Daartegenover getuigt de Schrift en in de lijn daarvan de Dordtse Leerregels van een diepe kloof tussen geloof en ongeloof, liefde en haat. Deze kloof loopt niet parallel met de tegenstelling West-Oost, maar loopt dwars door die tegenstelling heen. Een gevolg van deze belijdenis is, dat wij de zonde en het kwaad serieus moeten nemen. Dat doet ook Christus zelf. Hij is’ wel het Lam dat geslacht is, maar ook de Leeuw van Juda. Hij treedt de wijnpersbak en zal de mensen hoeden met een ijzeren staf. Het Lam kan ons in de catacomben brengen, maar de Leeuw heeft ook de atoomwapens onder zijn controle. Het is dan ook helemaal geen dwaasheid bij ons spreken over deze vreselijke wapens de naam van Christus te noemen”.

Waarom mogen we de Heiland bij deze zaak betrekken?
Waarom moeten wij ook nu de Heilige Schrift openen?
Professor Douma legt het uit.
“We zijn (…) blij, dat de kerk van Christus – althans in het Westen – een stil en gerust leven kan leiden en haar roeping kan vervullen, omdat we reeds langer dan 25 jaar een betrekkelijke wereldvrede hebben dankzij het atoomwapen. Dat klinkt vreemd, maar het bezit van atoomwapens aan beide zijden (Westen—Oosten) heeft een zogenaamde ‘balance of terror’ veroorzaakt. Geen van beide partijen durft een wereldoorlog te beginnen, omdat ook de andere partij over vernietigende wapens beschikt.
Het voorafgaande betekent niet, dat wij de verschrikking van de atoomwapens moeten verdoezelen, het is onzin om de bom te willen bannen. Ook al zouden alle exemplaren opgeruimd worden, dan nog zouden de geleerden het geheim onuitroeibaar met zich meedragen. Wij zullen met het atoomwapen moeten leren leven. Mogen wij het ooit gebruiken? Het antwoord moet luiden: neen, tenzij. Het ‘neen’ betekent, dat wij het wapen nooit als eersten zouden mogen gebruiken. Daarvoor is het te verschrikkelijk. Nooit kunnen de voordelen tegen de nadelen opwegen, omdat geen overwinnaar uit de strijd kan komen: Toeslaan betekent meteen zelfmoord”.

Professor Douma gaat nog wat verder.
“De vijand moet goed weten, dat zijn tegenstander niet rustig zal toezien, maar zal terugslaan. Wel is de huidige bewapeningswedloop uiterst gevaarlijk. Steeds meer landen zullen het atoomwapen kunnen fabriceren; steeds groter wordt de kans op ongelukken. Daarom zijn ontwapeningsconferenties hard nodig. Wij moeten een wereldbrand niet begeren. De vrede die wij op de manier van het evenwicht der machten behouden, moeten wij niet minachten. Wij kunnen nog vrijuit het evangelie van Christus in binnen en buitenland verkondigen. En hoevelen zouden bezwijken als we onder de knoet van de dictatuur moeten leven? Daarom moeten we niet negatief ingesteld zijn tegenover onze overheid en de militaire dienst. Gereformeerde jongeren moeten kritisch zijn. Zij weten, dat de vrede onder het schild van atoomwapens slechts betrekkelijk is. Welvaart kan een mens net zo goed doen bezwijken als vrees voor een concentratiekamp. Maar deze betrekkelijke waarde moeten wij niet verachten, omdat er wel degelijk een betrekking ligt tussen déze vrede en de verkondiging van de vrede die Christus geeft: Wij kunnen in vrijheid de vrede van Christus verkondigen. Daarom zijn wij tegen het pacifisme en hoeven we ons er niet voor te schamen over atoomwapens en Christus’ rijk in één adem te spreken”.

En dan is er die vraag over het anarchisme.
Moeten we grenzen doorbreken? Moeten we ons vaker buiten de kaders begeven? Zijn Gereformeerde mensen, over het algemeen genomen, te netjes?

Vragen als deze worden beantwoord in een betoog van P. Jongeling, lid van de Tweede Kamer voor het Gereformeerd Politiek Verbond.

Hij zegt onder meer: “Een demonstratie kan ook wel nuttig zijn om parlement en volk wakker te schudden. Dat is soms nodig in deze ingewikkelde samenleving, zoals dit bijvoorbeeld een aantal jaren geleden in Utrecht het geval was toen op ordelijke en wettige wijze voor het recht van de Papoea’s werd gedemonstreerd”.

Daarbij geldt de “algemene regel: demonstraties kunnen goed zijn, indien zij gebruik maken van door de wet erkende – althans niet verboden – mogelijkheden, en naar doelstelling en vormgeving niet strijden met de wet van de Koning der koningen”.

De heer Jongeling herinnert eraan “dat het boek Openbaring — dat over Christus tegelijk spreekt als de Leeuw uit de stam van Juda als het Lam – bazuinen, oorlogen over de wereld, aankondigt. Maar steeds klinkt het trieste refrein: en zij bekeerden zich niet van hun werken. Daarvan zien wij thans na de tweede wereldoorlog iets. Het huis van het Westen is na de uitdrijving van de boze geest van de nazi’s, leeg blijven staan. Indien een volk zich dan niet bekeert, al was het maar zoals Ninevé dat deed, dan komen er zeven nieuwe boze geesten terug en wordt het laatste erger dan het eerste”.
Anarchisme en nihilisme komen op, zegt Jongeling in 1972.
In 2017 zien we daar nog steeds uitwassen van. Op de meest onverwachte tijden en plaatsen worden we immers geconfronteerd met allerlei vormen van corruptie en geweld. Daarbij wordt er door gezagsdragers en ordehandhavers soms ook nog veel te laat ingegrepen[2].

P. Jongeling wijst op de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Daarin wordt het handelen afgekeurd van “oproerige mensen” en van “allen die overheid en gezag verwerpen, de rechtsorde omver willen werpen door het invoeren van gemeenschap van goederen, en die de goede zeden die God onder de mensen heeft ingesteld, verstoren”[3].
De gelovigen mogen in alle rust op God vertrouwen. Het zal “blijken dat dat hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos veroordeeld wordt, de zaak van de Zoon van God is. En als een genadige beloning zal de Heer hun zo’n heerlijkheid doen bezitten als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen. Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus, onze Here”[4].

Gereformeerden hoeven geen wapenmijders te wezen.
Gereformeerden hoeven niet zo nodig grenzen te doorbreken.
Hun toekomst is gegarandeerd. Door Iemand anders. Door Jezus Christus, hun Here namelijk!

Noten:
[1] Hieronder geef ik citaten uit een verslag van die dag: “Christen mag pacifist noch anarchist zijn”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 24 mei 1972, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nos.nl/artikel/2171571-politie-deed-niets-met-tip-over-mol-mark-m.html ; geraadpleegd op vrijdag 5 mei 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.

24 mei 2017

De hemelen doorgegaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Morgen zal het, Deo Volente, Hemelvaartsdag zijn. Wij herdenken de dag waarop Jezus Christus, nadat Hij zijn verlossingswerk op aarde voltooid had, Zijn plaats op de troon in de hemel innam.

Hij is de hemelen doorgegaan!
Bijna triomfantelijk noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën het in zijn vierde hoofdstuk: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde.
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[1].

Wat betekent dat?
Dat betekent in ieder geval: de weg naar de hemel is in gebruik genomen.
Onze Heiland heeft de weg geopend. En Hij was de eerste gebruiker van die weg.
Op aarde en in de hemel wordt het geproclameerd: de weg is open.
Het wordt verkondigd: er is niemand die die weg ooit weer af kan sluiten; nee, ook de duivel niet.
Het wordt rondgebazuind: Jezus Christus is langs de nieuwe weg gekomen; en er komen nog veel meer weggebruikers aan – let maar eens op!

Vroeger moest de priester op de Grote Verzoendag in de tempel het voorhangsel passeren, op weg naar het heilige der heiligen.
Leest u maar mee in Leviticus 16: “Verder moet hij van het ​altaar​ voor het aangezicht van de HEERE een vuurschaal vol vurige kolen nemen, met beide handen vol fijngestoten geurig reukwerk, en dit binnen het voorhangsel brengen.
Hij moet dan het reukwerk op het vuur leggen voor het aangezicht van de HEERE, zodat de wolk van het reukwerk het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, bedekt en hij niet zal sterven”[2].
De Hebreeënschrijver legt in hoofdstuk 9 uit: “In het tweede deel echter ging alleen de ​hogepriester​ eenmaal per jaar binnen, niet zonder ​bloed, dat hij voor zichzelf offerde en voor de afdwalingen van het volk.
Daarmee maakte de ​Heilige​ Geest​ dit duidelijk dat de weg naar het ​heiligdom​ nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste ​tabernakel​ nog in gebruik was”[3].
En:
“Maar toen is ​Christus​ verschenen, de ​Hogepriester​ van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte ​tabernakel​ gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.
Hij is niet door ​bloed​ van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen ​bloed​ eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[4].

Het wordt luidkeels bekendgemaakt: iedere mag er door zondige mensen gebeden geworden om vergeving van de zonden. En iedereen weet wat Christus aan het kruis heeft gezegd: ‘Het is volbracht’[5]!
En daarom is Psalm 103 altijd geldig:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[6].

God de Vader heeft blijkens Hebreeën 1 tegen de Zoon gezegd: “Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht”[7].
De stem van de Heiland gaat nu met gezag de hemelen door. En het is duidelijk: Zijn heerschappij gaat boven alles uit.
Gods kinderen komen goed terecht.

In de Nederlandse samenleving is dat, dunkt mij, ook vandaag een Evangelie dat klinkt als een klok!

Een paar weken geleden stond op de voorpagina van het Nederlands Dagblad te lezen:
“Ons rechtssysteem biedt steeds vaker geen goede oplossingen bij problemen als burenruzies, scheidingen en ontslagzaken.
Dat stelt het Haagse instituut HiiL in een nieuw rapport. HiiL adviseert wereldwijd overheden en bedrijven over de innovatie van rechtssystemen; in Nederland onder meer de Raad voor de Rechtspraak.
De rechtsproblemen die burgers het vaakst ervaren, monden vaker uit in slepende procedures, concludeert het instituut op basis van eigen data en literatuuronderzoek. Ieder jaar komen er in Nederland maar liefst 4,3 miljoen rechtsproblemen bij, zoals conflicten met buren, partners en bazen. Die problemen worden minder vaak opgelost (…).
De onderzoekers denken dat hun uitkomsten mede verklaren waarom zo veel mensen zich ‘niet gehoord’ voelen. Aanleiding voor de studie vormden ook de ontwikkelingen in 2016: de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president in de VS en het opkomende populisme in Europa.
‘Mensen voelen dat het niet goed gaat’, aldus het rapport, ‘en velen zijn van mening dat een gang naar de rechter niet helpt als ze een conflict hebben’. En dat is niet alleen beeldvorming, volgens de onderzoekers: mensen met ervaring met de rechtsgang oordelen negatiever dan mensen zonder ervaring. In een onderzoek kregen mensen de vraag of hun gang naar een advocaat of rechter hun probleem had opgelost. De scores waren matig: gemiddeld een 3 op een schaal van 1 tot 5”.
De onderzoekers denken dat het zogeheten ‘toernooimodel’ contraproductief werkt. Mensen worden tegenover elkaar gezet. De rechtsstaat polariseert, zeggen ze.
“Tot nu toe gaat ‘al het geld en alle energie naar meer van hetzelfde’, menen de onderzoekers: naar agenten, officieren van justitie, advocaten en rechters. ‘Juristen moeten intussen steeds harder werken om met niet goed werkende procedures problemen op te lossen”[8][9].

Mensen voelen zich genegeerd. Zij worden niet gehoord. De maatschappij wordt gaandeweg harder. Mensen voelen zich steeds vaker genoodzaakt om voor zichzelf op te komen. Onrecht is aan de orde van de dag.
Wat doe je als je helemaal vastloopt? Dan schakel je de media in. En als het ernstig is, zoek je juridische steun. Want je zult – koste wat het kost – gelijk krijgen!
Dat is de sfeer in Nederland.

In zo’n leefomgeving moeten Gereformeerde mensen bedenken wat de oorsprong van die verslechtering is. Dat is het doorwerken van de zonde. De zonde woekert door. De zonde ondermijnt het menselijk gevoel voor verhoudingen. De zonde vermeerdert onredelijkheid, onrecht en misstanden.

Krijgen Gods kinderen krijgen op deze aarde altijd gelijk?
Nee. Ook wij hebben te maken met onrechtvaardigheid en onbillijkheid.
En toch is er voor ons hoop.
En dat mogen wij ons eerst en vooral op de Hemelvaartsdag realiseren. Bij de Heiland is recht. Het onrecht in de wereld zal worden weggedaan.
Want Jezus is voor onze zonden gestorven.
En uiteindelijk is Hij de hemelen doorgegaan, en heeft op Zijn troon plaatsgenomen. De scepter van Zijn Koninkrijk is de scepter van het recht.

In een harde wereld is dat een boodschap die de vreugde op Hemelvaartsdag alleszins rechtvaardigt!

Noten:
[1] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[2] Leviticus 16:12 en 13.
[3] Hebreeën 9:7 en 8.
[4] Hebreeën 9:11 en 12.
[5] Johannes 19:30.
[6] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[7] Hebreeën 1:8.
[8] “‘Rechtsstaat werkt polariserend’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 mei 2017, p. 1.
[9] De website van het instituut Hiil is te vinden op http://www.hiil.org/ ; geraadpleegd op donderdag 4 mei 2017.

23 mei 2017

Gebed voor de natie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In de kerk spreken we over het Heilig Avondmaal. En ook over de Heilige Doop.
Minder bekend is wellicht dat we ook spreken van het heilig huwelijk.
Zo gebeurt dat in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus: het zevende gebod leert ons “dat alle onkuisheid door God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].

Heilig, dat betekent: afgezonderd voor God. Het huwelijk is de samenlevingsvorm waarin God wordt gediend. Zo wil Hij dat, en zo moet dat.

Nu weten wij wel dat het door God gewilde huwelijk in de wereld om ons heen steeds minder gewoon wordt.
Mensen gaan scheiden.
Homoseksuelen trouwen met elkaar, of gaan een ander soort relatie aan.
Er zijn LAT-relaties.
Mensen gaan samenwonen.
We zien het allemaal om ons heen gebeuren.
Ontrouw golft door de maatschappij. Die overspoelt ons bijkans.
Wat kan de kerk doen?
Is er voor gelovigen meer te doen, dan machteloos toekijken en het hoofd schudden?

Nu het hierom gaat wijs ik graag op Ezra 9.

In dat Schriftgedeelte is Ezra net in Jeruzalem aangekomen. Daar hoort hij over gemengde huwelijken. Burgers van het door God uitverkoren land, hebben huwelijken gesloten met mensen uit omringende volken. Laten we letten op de formulering in dit hoofdstuk: “het heilige zaad [heeft zich] vermengd met de volken van de landen rondom, en de vorsten en de machthebbers hebben als eersten de hand gehad in deze trouwbreuk”[2]. Dat is het springende punt: Gods volk is niet heilig gebleven. De natie vond het aan God gewijd zijn onvoldoende. De kinderen van God moesten zo nodig hun eigen leven invullen om het nog wat beter naar de zin te hebben!
Zich dit alles gerealiseerd hebbende gaat Ezra een dag lang in de rouw. Zware rouw is het. Die dag is het voor iedereen zichtbaar: Ezra heeft diep verdriet. Hij is hard geraakt. Al datgene wat hij gehoord heeft, treft hem diep. Hij is er kapot van.
Tot aan het avondoffer. Dat is het moment “van het offer der gemeente, wanneer het tempelplein zich met mensen vult”[3]. Dat is ook het ogenblik waarop Ezra in gebed gaat. Voor het oog van vele gelovigen laat Ezra zien wat er nu nodig is: verootmoediging voor God.
Ezra schaamt zich. Hij durft amper bij de Here aan te kloppen. Want de schuld is werkelijk torenhoog.
Ezra beseft dat al de rampen van de afgelopen tijd – het feit dat het land van God leeggeroofd werd, de oorlogen, de gevangenschap, de ballingschap – te wijten zijn aan het gedrag van Gods kinderen. Generaties lang hebben ze zich weinig aan God gelegen laten liggen.
Wat kun je dan nog zeggen?
Je kunt Gods geboden nog eens voor jezelf op een rij zetten.
Je kunt verbaasd constateren dat de God van het verbond Zijn volk niet heeft overgegeven aan de vijand. Je kunt vaststellen dat Hij zelfs nog gelegenheid geeft om naar de Here terug te keren. En dat doet Ezra dan ook.
Huilend bidt Ezra tenslotte: “HEERE, God van Israël, U bent ​rechtvaardig, want er is ons gelegenheid tot ontkoming gelaten, zoals op deze dag. Zie ons voor Uw aangezicht in onze schuld, want er is niemand die hierom voor Uw aangezicht staande kan blijven”[4].

Ezra gaat in gebed.
Hij treurt om de schuld. Hij doet belijdenis van ’s lands zonden.
Maar heeft hijzelf dan ook schuld? Hij brengt het volk terug naar Gods wet? Hij strijdt, om het modern te zeggen, toch tegen assimilatie en syncretisme[5]?
Met deze vragen raken wij, wat mij betreft, een opmerkelijk punt in dit Schriftgedeelte.
Het is, dunkt mij, voor de kinderen van God in het Nederland van 2017 een leermoment. Wij kunnen zeggen: wij hebben part noch deel aan ’s lands zonden. Maar dat is niet waar. In de kerk zitten ook gescheiden mensen. En mensen met verkeerde begeerten. Sterker nog: op de keper beschouwd zijn wij net zo zondig als onze volksgenoten. Het is Gods genade dat wij niet zover van Hem verwijderd raakten als sommige anderen.
Bidden voor land en volk: dat is heel goed. Soms lijkt dat misschien wat overdreven, omdat het merendeel van de mensen om ons heen in zekere zin ver van ons af staat.
Maar Ezra toont het ons: het gebed voor de natie is zeer op z’n plaats, ook als in ons vaderland Gods wetten – ook omtrent het huwelijk – maar al te vaak met voeten getreden worden.

Het valt overigens ook op Ezra hier in gebed gaat, terwijl het hele volk dat ziet.
Hij spreekt, om zo te zeggen, een gebed uit in de kerk, en te midden van de kerkmensen. Iedereen mag het zien. Iedere tempelbezoeker mag het horen. Schuldbelijdenis is in Ezra 9 niet iets voor de binnenkamer.
Het gebed voor de natie hoort dus in de eredienst thuis. Natuurlijk, is het een goede zaak als thuis voor de overheden gebeden wordt. Maar laten we de regeerders in de kerk ook niet vergeten!

Wat valt er voor de kerk te doen in een sterk seculariserende maatschappij?
Is er voor gelovigen een andere taak als wanhopig toezien en op de tanden bijten?
Laten we maar naar de troon van de Verbondsgod gaan.
Laten wij maar ronduit zeggen dat wij zien dat de huwelijksmoraal bij grote delen van het volk verdwenen is.
Het is al meer dan dertig jaar geleden dat iemand schreef: “‘Vreemd gaan’ is niet langer afkeurenswaardig, maar ervaringsverrijkend. Het ‘beloof je haar nimmermeer te verlaten’ lijkt vervangen door zoiets als ‘beloof je me vrij te laten’”[6]. Na die tijd is de huwelijksmoraal er echt niet beter op geworden.
Ontdekken en uitproberen, dat is tegenwoordig niet zelden het parool.
En wie heeft er, bijvoorbeeld, nooit gehoord van psychische schade bij kinderen van gescheiden ouders?
Laten wij, kortom, maar om genade smeken. Voor kerk, land en volk!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Ezra 9:2.
[3] “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v. – deel 3, p. 326: kanttekening 10 bij Ezra 9:5.
[4] Ezra 9:15.
[5] Assimilatie is een zodanige aanpassing van individuen of groepen aan een dominante cultuur dat de oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt; zie http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=461 , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017. Syncretisme is de versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst, zonder dat de tegenstrijdigheden worden opgeheven en een synthese wordt bereikt, zie http://www.encyclo.nl/lokaal/10442  , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017.
[6] W.M. van der Wilt, “Huwelijk en huwelijksmoraal”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 31 oktober 1986, p. 15 (RD-Plus).  Ook te vinden via www.digibron.nl .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.