gereformeerd leven in nederland

30 juni 2017

Attent en actueel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

In het Nederlands Dagblad stond onlangs een vraaggesprek met Pauline Weseman.

Wie is dat?
“Journalist, docent en religiewetenschapper Pauline Weseman (45) – actief voor Trouw en eerder werkzaam bij onder andere de EO en het AD – geeft alle 350 eerstejaarsstudenten van de hbo-opleiding journalistiek in Utrecht les in religie. Jodendom, christendom, islam, boeddhisme, hindoeïsme. Het vak – vier keer drie uur – heeft dezelfde status als bijvoorbeeld politiek, economie en kunst”.

Ik citeer een stukje uit het interview.
“Hoe ernstig is het gebrek aan kennis?
‘Studenten weten nog minder dan niks. De betekenis van Kerst of Pasen kennen ze vaak niet. Dat leidt tot grote hilariteit, maar ook tot schaamte. Velen hebben geen benul van het verschil tussen een rooms-katholiek en een protestant, laat staan tussen een priester, pastoor, dominee en pastor. Wij laten hen zelf ontdekken hoe weinig ze weten. Als studenten in een quiz van de veertien religieuze feesten er amper twee blijken te kennen, moeten ze zich achter de oren krabben’”.
En:
“Opvallend dat de meest links georiënteerde opleiding journalistiek in Nederland lessen religie aanbiedt.
‘Klopt. Er is sprake van een rare discrepantie. In het voortgezet onderwijs neemt het godsdienstonderwijs af. Het beeld is dat kerken leeglopen, dat religie achterhaald en ouderwets is. Wereldwijd neemt religie echter toe, 85 procent van de wereldburgers behoort tot een religie.
De School voor Journalistiek ziet zelf de noodzaak van lessen levensbeschouwing. Ik heb niet hoeven praten als Brugman om ze te overtuigen’”[1].

De betekenis van Kerst en Pasen is bij velen dus niet meer bekend.
Velen denken dat geloof ouderwets is.

Als ik het bovenstaande tot mij door laat dringen, besef ik eens te meer hoe belangrijk het is om de Heilige Schrift, ons geloof en de maatschappij met elkaar te verbinden.

Neem een bericht als het volgende.

“Bekende Nederlanders, zoals topsporters en leden van de koninklijke familie, hebben gebruik gemaakt van een vip-regeling van autoimporteur Pon. Het bedrijf had een ‘wagenpark voor externe personen’. Het betrof een bijzondere regeling voor leaseauto’s voor BN’ers. Dat maakte NRC Handelsblad zaterdag bekend”[2].

Een commentator noteert: “Dinsdag begint bij de Rotterdamse rechtbank de behandeling van de zaak-Dotterbloem. Het betreft de handelwijze van de autoimporteur van Duitse wagens als Volkswagen en Audi. De zaak kwam in 2011 aan het rollen door een klokkenluider op het ministerie van Defensie. Pon, zo blijkt uit het strafdossier dat door NRC en Nieuwsuur is ingezien, maakte gebruik van een zeer agressieve manier om grote contracten binnen te slepen. Wie het wagenpark van Defensie of politie levert, haalt een miljoenenorder binnen. Pon deed veel moeite de ambtenaren die over dat wagenpark moesten beslissen te gerieven. De ‘speciale vip-regeling’ van het bedrijf had tot doel vertrouwelijke inkoopinformatie te krijgen, waarmee Pon de concurrentie te slim af zou zijn.
Zo komt corruptie heel dichtbij. De autogigant was zo slim aan te sturen op een schikking. Met het schuiven van 12 miljoen richting justitie en wat taakstrafjes werd verdere vervolging voorkomen.
Wat overblijft in deze corruptieaffaire is een strafzaak tegen enkele lage ambtenaren en enkele medewerkers van het autobedrijf”[3].

Deze zaak heeft alles te maken met Bijbelteksten over rijkdom en bezit.
Met de inzet van Spreuken 22 bijvoorbeeld:
“Een goede naam is verkieslijker dan grote rijkdom,
goede ​gunst​ dan zilver en dan goud”[4].
En met 1 Timotheüs 6 bijvoorbeeld:
“Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang”[5].
Er zijn nog veel meer Schriftwoorden die we in dit verband aan kunnen halen[6].

De kerk staat midden in deze wereld.
Kerkdiensten, preken, door de kerk georganiseerde activiteiten, kerkbladen en andere publicaties moeten altijd een duidelijke maatschappelijke relevantie hebben.
Wellicht zijn er lezers die menen dat dit onbegonnen werk is. ‘De wereld luistert toch niet’, zegt u wellicht. En dat is ongetwijfeld waar.
Maar de kwestie is dat ook gelovige kinderen van God helder voor ogen moeten hebben hoe zij in de praktijk van de huidige samenleving hebben te leven. En dus moeten zij weten wat zij in deze maatschappij kunnen tegenkomen.
Meditaties en overdenkingen moeten geen tekstjes op de vierkante meters van het kerkplein worden!

Nederland is, als ik mij niet vergis, bezig om zich te ontwikkelen tot een behoorlijk gecorrumpeerde samenleving.
Is het dan niet goed om rijk te wezen?
Ach, het is zeker niet verboden om veel geld om handen te hebben. Wie veel euro’s te besteden heeft, mag daar gerust van genieten. Het zij hem graag gegund!
Met dat geld moeten we eerlijk en oprecht omgaan. Om het maar eens modern te zeggen: onze integriteit is er mee gemoeid.
Omgaan met geld en goed dient in de kerk, als het goed is, een hoger doel.
“De rechtvaardigen zullen groeien als loof”, lezen we in Spreuken 11[7].
Bezit heeft op de langere termijn echter geen reddende kracht. Even kort door de bocht: u en ik kunnen er geen plaats in de hemel mee kopen.
De Spreukenleraar zegt in Spreuken 3 over de wijsheid:
“Lengte van dagen is in haar rechterhand,
in haar linkerhand zijn rijkdom en ​eer.
Haar wegen zijn lieflijke wegen,
al haar paden zijn ​vrede.
Zij is een boom des levens voor wie haar vastgrijpen:
wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen”[8].
Met geld en goed kunnen wij geen stoel in Gods koninkrijk kopen. Maar met de besteding van ons geld bereiden we ons wel voor op ons eeuwig leven in de hemel!

Paulus maakt in 1 Timotheüs 6 duidelijk dat rijkdom de verleiding groot maakt om te focussen op meer – meer – meer. Desnoods ten koste van andere mensen. En als je eenmaal concessies aan de eerlijkheid doet, dan is het hek van de dam.
Het vergroten van bezit wordt dan uiteindelijk een ultiem doel. De Here God wordt in het vergeetboek gedaan.
In de kerk kan en mag dat de bedoeling nooit wezen!

Gods Woord heeft alles te maken met de dingen die in onze wereld gebeuren.
In Nederland doen de mensen steeds vaker alsof het Woord van God er niet toe doet. Dat is de vrucht van secularisatie. Zo gaat dat met kerken die gelijkvormig worden. Zo werkt dat als predikanten en andere ambtsdragers het Woord van God maar half verkondigen.
Voor de kerk is het zaak om attent en actueel te wezen!

Noten:
[1] “Geen benul van religie”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 17.
[2] “Importeur gaf BN-ers extra korting”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 2.
[3] “Corruptie in Nederland”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 3.
[4] Spreuken 22:1.
[5] 1 Timotheüs 6:9.
[6] Zie bijvoorbeeld https://www.bijbelgenootschap.nl/wp-content/uploads/2015/01/3-Alles-voor-één-schat-Bijbelteksten-over-rijkdom-en-bezit.pdf ; geraadpleegd op maandag 12 juni 2017.
[7] Spreuken 11:28.
[8] Spreuken 3:16, 17 en 18.

29 juni 2017

Vrome veteranen?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Onlangs belde een oudere vriend van ons. Hij is een lezer van deze weblog. ‘Je probeert ons nog steeds over te halen’, zei hij grinnikend. ‘Maar ach, er is overal wel wat’.

U begrijpt: het ging over de kerk. En over datgene wat er met betrekking tot de kerk op deze blog geschreven wordt.

Nu begrijp ik wel een beetje hoe mijn vriend er tegenaan kijkt.
Hij is een gelovige en goedwillende zeventiger.
Iemand die in zijn leven, in zijn gezin en in zijn werk al heel wat heeft meegemaakt.
Mijn vriend wil Gereformeerd blijven. Zonder opsmuk. Zonder poespas.

‘Jij schrijft nog zoals het vroeger was’, zei mijn vriend.
Daar ben ik blij om.
Blijf lezen, zou ik zeggen.

Toch bevredigt mij het bovenstaande niet helemaal.
Vaak denk ik aan mijn grootouders.
En aan mijn ouders.
Dat zij zich in de jaren ’40 van de vorige eeuw vrijmaakten deden zij niet voor de lol.
Dat deden zij, omdat zij heel duidelijk zagen wat er aan de hand was. Dat deden zij omdat zij boos waren over wat er, met name  in de prediking, werd gezegd of gesuggereerd.
Maar makkelijk was dat niet. Zeker niet.

Net zo min als het vandaag makkelijk is.
Voor veel mensen is de kerkelijke situatie vandaag wat minder duidelijk.
Dat komt onder meer door de leervrijheid die er vandaag vaak is. Als u progressief wilt wezen, is dat prima. Als u wat conservatiever bent uitgevallen is dat ook goed.
Er is niemand die u daarop aanvalt. Als u er een goed verhaal bij hebt, wordt dat al snel geaccepteerd. Men bewondert dat ook – u staat tenminste ergens voor!

Maar het is juist dat kiezen dat soms zo zwaar valt.
Want ach, overal is wat voor en wat tegen. Het is niet allemaal zwart of wit. Er zijn ook vijftig tinten grijs. Of misschien zestig. Je weet nooit.

Afgelopen zaterdag, 24 juni, was het veteranendag. U weet het vast wel: “De dag is een eerbetoon aan alle Nederlandse veteranen, waarbij erkenning en waardering voor hen centraal staat”[1].
Die veteranendag brengt mij vandaag tot de vraag: moet u een kerkelijke veteraan wezen om Gereformeerd te blijven? Een klerikale vechtjas? Een vrome vuurvreter?

In dit verband vraag ik vandaag uw aandacht voor Richteren 18.

De situatie in dat hoofdstuk is dat de stam Dan naar een nieuw grondgebied zoekt. De hele stam verhuist van het zuiden naar het verre noorden.
Een exegeet schrijft: “De reden voor de migratie is dat de Danieten grondgebied zoeken om zich te vestigen, want dit is hun nog niet toegevallen (…). Dit betekent niet dat het nog niet zou zijn toegewezen. Dit is wel gebeurd: hun gebied ligt tussen Juda en Efraïm, ten westen van Benjamin (…) Het is echter nooit in bezit genomen. De poging van de Danieten om het toegewezen grondgebied te veroveren op de Amorieten is grotendeels mislukt, waarna ze zelf zijn verjaagd (…). Ze zoeken een oplossing”[2].
Het ware zo mooi geweest als een door God aangestelde koning in deze zaak had kunnen rechtspreken. Maar nee, er is geen koning in Israël.
En daarom neemt men het recht in eigen hand.
En vervolgens gaat het van kwaad tot erger.

Ik citeer nu het laatste deel van Richteren 18.
“Zij hadden dus meegenomen wat Micha had gemaakt, alsook de ​priester​ die hij had gehad, en kwamen in Laïs, bij een rustig en onbezorgd volk, en zij sloegen hen met de scherpte van het ​zwaard. En de stad verbrandden zij met vuur.
En er was niemand die hen redde, want het lag ver van Sidon vandaan en zij hadden niets met andere mensen van doen. Het lag in het dal dat bij Beth-Rechob ligt. Daarna herbouwden zij de stad en gingen er wonen.
Zij gaven de stad de naam Dan, naar de naam van hun vader Dan, die een zoon van Israël was. Vroeger was de naam van de stad echter Laïs.
En de Danieten richtten het gesneden beeld voor zich op. En Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, hij en zijn zonen, waren ​priesters​ voor de ​stam​ van de Danieten, tot op de dag dat het land in ballingschap werd gevoerd.
Zo richtten zij het gesneden beeld voor zich op dat Micha gemaakt had, al de dagen dat het ​huis​ van God in Silo was”[3].

Wat is de sfeer in Richteren 18, en in de Schriftgedeelten er om heen?
Die exegeet van hierboven noteert: “De wetteloosheid in Richteren 17 lijkt in Richteren 18 overtroffen te worden met nog grotere wetteloosheid. Een zilverdiefstal binnen één gezin, iets wat de dief wil terugdraaien, leidt tot afgoderij en diefstal door een hele stam van hetzelfde zilver in de vorm van een godenbeeld. Een priester verwijst een stam niet naar het toegewezen grondgebied, maar de stam brandt op maximale afstand daarvandaan een grondgebied naar keuze af. De spiraal van wetteloosheid en kwaad wordt uitdrukkelijk verbonden aan de afwezigheid van een koning. Zonder koning, zonder gezag en geestelijke orde, geldt de wet van de sterkste. Zonder koning dreigen anarchie en godsdienstig verval en het einde is nog niet in zicht, zoals blijkt uit de laatste episode in het boek”.

Waarom vraag ik uw aandacht voor Richteren 18?
Dat is niet omdat ik alle zoekende gelovigen als goddelozen wil afschilderen. Zeker niet.
Het gaat me er om dat we in dit gedeelte van de Heilige Schrift zo duidelijk een spiraal naar beneden zien.

Die spiraal kunnen u en ik, als wij goed kijken, altijd in de kerk zien.
Om met mijn vriend te spreken: er is overal wel wat.
Maar als het Woord van God losgelaten wordt, gaat de afdaling supersnel. En ik weet het zeker: mijn vriend is een der eersten om dat toe te geven.

Saillant detail in Richteren 18 is dat de Danieten zelf op zoek gaan naar een nieuw grondgebied. Ze willen zichzelf redden.
Wat dat betreft zijn de Danieten reuze modern.
Maar als mensen zichzelf willen redden gaat het fout.
Dan is deformatie zomaar aan de orde van de dag.

Nu kunnen we zeggen: reformeren is niet iets voor oude mensen.
Mag ik daar een beetje besmuikt om grinniken?
In De Gereformeerde Kerk Groningen werd laatst mededeling gedaan van de onttrekking van een echtpaar. Hij is 63, zij 62 jaar. Op dezelfde dag stelden twee echtparen zich onder opzicht en tucht van de kerkenraad. Het ene echtpaar is jong. Hij is 30, zij is 23. Het andere echtpaar is een stuk ouder; hij is 86 en zij 85.
Daarmee wil ik maar zeggen dat reformeren niet een kwestie van leeftijd is. Het is een kwestie van het toepassen van Gods Woord, ook als het om de kerkkeuze gaat.

Het gaat er niet om dat u een veteraan bent.
Daarmee bedoel ik in dit verband: iemand die al veel heeft meegemaakt in de kerk. Iemand die al jaren meedraait. Een oudgediende.
Het gaat er wel om dat u doet wat God van u vraagt. En dat kan ook betekenen dat u van kerkplek verandert.

‘Je probeert ons nog steeds over te halen’, zei mijn vriend.
En ja, dat zal wel zo óverkomen.
Maar de bedoeling is dat ik menselijke redeneringen steeds zal toetsen aan Gods Woord.
Aan Gods kinderen is dat wel besteed.
Hoop ik.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Veteranendag ; geraadpleegd op vrijdag 9 juni 2017.
[2] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Richteren 18.
[3] Richteren 18:27-31.

28 juni 2017

Voortdurende vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

“Vrede kun je leren”.
Dat is de titel van een niet al te dik boekje[1].

Dat boekje is geschreven door twee Belgen: een cultuurhistoricus en een advocaat die ook psychotherapeut werd en in die hoedanigheid geweldloosheid verdedigt[2].
De twee auteurs betogen dat vrede een toestand van innerlijke rust is. Dat wil niet zeggen dat er geen conflicten meer kunnen ontstaan. Maar ruzies kunnen met een vredige houding sneller worden beslecht. Onenigheid is dan van korte duur.

De oplossing van de beide schrijvers is:
* mindfulness
* geweldloze communicatie
en:
* compassie.
Waar hebben wij het dan eigenlijk over?

Mindfulness is: aandachttraining, in het hier-en-nu aanwezig zijn, opmerkzaamheid zonder oordelen en acceptatie van dat wat er is[3].

“De kern van geweldloosheid is dat men de intentie heeft om behoeften van anderen niet te schaden. Het gaat hierbij om drie principes die elkaar in de praktijk deels overlappen: waarheidskracht, ook wel liefdeskracht, zijnskracht en satyagraha genoemd: het te allen tijde naleven van de eigen waarheid
niet-kwetsen, ahimsa: afzien van het toebrengen van kwetsuur of andere schade
ieders welzijn, sarvodaya: rekening houden met behoeften van alle betrokkenen”[4].

“Compassie (of: mededogen) is het vermogen om ons betrokken te voelen bij pijn en lijden, zowel dat van onszelf als dat van anderen. Het gaat samen met de wens deze pijn en dit lijden te verlichten en bereidheid om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Compassie is bij ieder mens in aanleg aanwezig, maar is vaak door verschillende omstandigheden niet tot bloei gekomen. Gelukkig kan compassie door beoefening wel ontwikkeld en verdiept worden en dat is waar compassietraining zich op richt”[5].

Dat klinkt allemaal prachtig.
En nobel bovendien.
Maar ik kan mij voorstellen dat heel veel lezers van dat boek van het bovenstaande een beetje hopeloos worden. Een tikje cynisch, tevens. Een recensent schreef dan ook: “Een boekje over vrede, en hoe we vreedzaam met elkaar kunnen leven: dat is toch een uitnodiging tot cynisme? We weten heus wel hoe de wereld in elkaar zit, met een oorlogszuchtige Poetin, terroristen die zelfs kinderen op een popconcert tot doelwit nemen en een doldwaze Donald Trump. Vrede, dat is soft en naïef, een droom van hippies”[6].

In mijn hart voel ik enig mededelijden met die boekschrijvers.
Zeker, wij kunnen ons er in oefenen om in vrede met elkaar om te gaan. We kunnen proberen om ons korte lontje wat langer te maken. Maar structureel bieden allerlei therapieën en goedbedoelde manieren van doen geen soelaas.

In mijn hart voel ik ook medelijden met de lezers.
Want zij worden, naar ik vrees, al lezend steeds cynischer.
Men ziet hen denken: kan dit nog wel wat worden? En: kijk eens om u heen, beste scribenten!

Dit alles overpeinzend denk ik aan de brief van Judas.
En met name aan deze woorden: “Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en broer van Jakobus, aan de geroepenen, die door God de Vader zijn geheiligd en die door Jezus Christus worden bewaard,
mogen ​barmhartigheid​ en ​vrede​ en ​liefde​ voor u vermeerderd worden”[7].

Gods kinderen zijn geroepen. Zij zijn gered uit een wereld vol mensen die de Heiland niet nodig denken te hebben.
Judas, een broer van Jezus, is een vurig man. Hij spoort zijn lezers om de leer over Jezus Christus te blijven verkondigen. Op dit punt mogen, zo maakt Judas duidelijk, op geen enkele manier concessies worden gedaan.

Leef daarom, zo schrijft Judas, dicht bij God. Leef met Hem!

En ga er, noteert Judas er bij, daarbij van uit dat dwaalleraars ten langen leste zeker bestraft zullen gaan worden.

De door de Heiland gekochte kinderen zijn apart gezet. Zij worden bewaard; om zo te zeggen: goed geconserveerd.

En wat wenst de schrijver zijn lezers toe?
Barmhartigheid. Zeg maar even: compassie.
Vrede. Dat kunnen wij blijkbaar eerst en vooral uit Gods Woord leren.
Liefde. Zeg maar even: geweldloze communicatie.

Wat zien we dus?
De boodschap van die beide Belgische boekschrijvers is helemaal niet zo nieuw. Het ziet er allemaal reuze modern uit. Maar eigenlijk is hun boodschap al zo oud als de brief van Judas.
Hun boodschap lijkt ook een beetje op die van Judas.
Maar Judas biedt meer. Veel meer.

Leest u maar even mee in het slot van Judas’ brief:
“Maar u, geliefden, bouwt u uzelf op in uw allerheiligst geloof en ​bid​ in de ​Heilige​ Geest,
bewaar uzelf in de ​liefde​ van God en verwacht de ​barmhartigheid​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, tot het eeuwige leven.
En ontferm u over sommigen, en ga daarbij met onderscheid te werk.
Red anderen echter met vrees, en ruk hen uit het vuur. U moet ook het onderkleed haten dat door het vlees bevlekt is.
Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde,
de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. ​Amen”[8].

Wanneer zijn we in de kerk opbouwend bezig?
Als wij blijven geloven dat Gods Heilige Geest in onze harten werkt.

Wij moeten invoelingsvermogen tonen. En wij dienen er rekening mee te houden dat mensen sterk verschillende karakters hebben, en dat er in onderscheiden situaties een verschillende aanpak nodig kan wezen.

Wij moeten steeds weer terug gaan naar Gods Woord en wet. De verleiding is groot om een zogenaamd vernieuwende aanpak te kiezen. Maar voordat u en ik het weten zijn wij daarmee op de verkeerde weg.

Daarbij biedt Judas troost: gelovige kinderen van God hebben te maken met Gods bewarende handen. Zijn bescherming is gegarandeerd.
Hij zal er zelf voor zorgen dat de kinderen die Hij door het bloed van de Heiland kocht, de goede keuzes zullen maken en de juiste paden zullen kiezen.

Vrede kun je leren, zeggen die Belgische boekschrijvers.
Dat is waar.
Diepe en oneindige vrede leren we echter niet in de wereld. Die leren wij uit Gods Woord.

Noten:
[1] De gegevens van dat boekje zijn: David van Reybrouck, Thomas d’ Ansembourg (vertaling: Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre), “Vrede kun je leren”. – Amsterdam: De Bezige Bij, 2017. – 96 p.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/David_Van_Reybrouck en http://www.thomasdansembourg.com/ ; geraadpleegd op donderdag 8 juni 2017.
[3] Zie voor deze definitie http://www.leren.nl/cursus/persoonlijke-effectiviteit/mindfulness/wat-is-mindfulness.html ; geraadpleegd op donderdag 8 juni 2017.
[4] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Geweldloze_communicatie ; geraadpleegd op donderdag 8 juni 2017.
[5] Geciteerd van http://www.mindfulnesspsycholoog.nl/compassietraining ; geraadpleegd op donderdag 8 juni 2017.
[6] Geciteerd van http://www.boekenstrijd.nl/politiek/vrede-kun-je-leren-david-van-reybrouck-en-thomas-dansembourg/ ; geraadpleegd op donderdag 8 juni 2017.
[7] Brief van Judas, verzen 1 en 2.
[8] Brief van Judas, verzen 20-25.

27 juni 2017

Nood des lands

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Bidden geeft troost. U en ik, wij kunnen onze vragen en problemen aan de Here God voorleggen. Wij kunnen onze dank uiten voor voorspoed en gezondheid.

Maar toch is het niet alles goud wat er blinkt.
In Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus lezen we namelijk dat voor een goed gebed nodig is dat “dat wij onze nood en ellende grondig kennen”[1].

Wij moeten naar onszelf kijken, en naar onze mogelijkheden. Wij moeten goed zien wat er om ons heen gebeurt.

Josafat doet dat in 2 Kronieken 20 ook. De koning en zijn volksgenoten hebben te maken met dreigingen. Een aantal volken trekt tegen hem ten strijde. De koning gaat, staande voor zijn volk, in gebed. Hij zegt onder meer: “Onze God, zult U geen gericht over hen oefenen? In ons is immers geen kracht tegen deze grote troepenmacht die op ons af komt, en wij weten niet, wat wij moeten doen, maar op U zijn onze ogen gericht”[2].
Josafat kijkt dus om zich heen, en vervolgens kijkt hij hulpzoekend naar boven.

Met een schuin oog op 2 Kronieken 20 wijs ik nu op een aantal befaamde liedregels.
U kent ze vast wel:
“Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land”[3].
Persoonlijk vind ik de laatste twee regels van dat lied nogal merkwaardig. Waarschijnlijk wil de dichter zeggen: ik heb zoveel vertrouwen in mijn God dat ik wel met gesloten ogen naar de toekomst durf te lopen. Dat klinkt allemaal mooi. En vertederend, bovendien.
Maar Zondag 45 en 2 Kronieken 20 leren ons dat wij, vol vertrouwen op onze Helper en Beschermer, oplettend om ons heen moeten kijken. Wij dienen attent te zijn op bedreigingen; van binnenuit en van buitenaf. Wij behoren ons best te doen om antwoorden te formuleren op vraagstukken die in onze wereld aan de orde zijn. Dat wordt wat lastig als we de ogen dicht hebben.

Bidders moeten hun nood en ellende kennen.
Die regel betekent niet dat bidders naar hun respectievelijke navels moeten blijven staren. Integendeel.
Zeker, zij moeten weten wat hun persoonlijke nood is.
Maar zij moeten eerst en vooral peilen wat de nood des lands is.

Wat is die nood in Nederland, en in de wereld waarin wij wonen?
Die zou ik willen typeren met het woord ongeremdheid.

Ongeremdheid dus.
De rem doet het niet meer.
De mensen lopen, bijvoorbeeld, aan alle kanten de kerken uit. Zij seculariseren waar u bij staat.
De mensen gaan zich, bijvoorbeeld, heel snel een mening vormen. De betreffende mening wordt zonder nadenken op internet gezet. De vraag of dat anderen opbouwend is doet er niet zoveel toe.
Jonge mensen worden, bijvoorbeeld, zonder aanwijsbare reden gedood.
De Amerikaanse president Trump is onvoorspelbaar. Speels en ongeremd; zo karakteriseert hij zichzelf ook[4].
Dat zijn enkele voorbeelden van de sfeer in ons land, en in de wereld.

Waar komt die ongeremdheid vandaan?
Hoe komt die bandeloosheid in de schepping?
Waarom reageren de mensen toch zo totaal losgeslagen?
Dat alles komt voort uit de erfzonde. “Zij is”, zo belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis “een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn”. Het is zo dat “de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”[5].

Laten wij dus niet net doen alsof die ongeremdheid alleen maar iets van de wereld is. Zo van: in de wereld is het een janboel, maar in de kerk zijn er nog grenzen. Ook kerkmensen zijn met wildemansgedrag behept.

De woorden van David uit Psalm 143:
“Ga niet in het gericht met Uw dienaar,
want niemand die leeft,
is voor Uw aangezicht ​rechtvaardig”
zijn ons, als het goed is, uit het hart gegrepen[6].
De Schriftverwijzing onder Zondag 45 in de Heidelbergse Catechismus is niet overbodig!

Bidden geeft troost. We leggen onze vragen en problemen in de hemel neer, voor de troon van onze Heiland. Zijn reddingswerk is het feestelijk kader van ons gebed.
Jezus Christus tilt ons boven onze nood uit.
Hij wijst ons het pad dat wij moeten belopen om Hem te volgen, de eeuwige toekomst in. Zijn Woord en wet behoedt ons ervoor om roemloos in de vangrail te eindigen, of in een opwelling de gebaande weg te verlaten en de wildernis in te rennen.

Ons hele leven moeten we afgeremd worden. Het christelijk leven is geen racecircuit.
Wij volgen onze Heiland, en passen ons dus, om zo te zeggen, aan Zijn tempo aan.
En één ding is zeker: als wij Hem daar voortdurend om bidden, onze Redder zal ons voor struikelen behoeden.
Daarom mogen wij het, staande op het plein dat vol ligt met actuele problemen en schier onoplosbare vraagstukken, maar rustig met Psalm 143 blijven zingen:
“Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[7].
Wij mogen weten dat wij, al zingend, de hemelse vrijheid zullen bereiken.
Dat is de plaats van ongeremde feestvreugde. Daar is feestgedruis dat eeuwig duren zal!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 45, antwoord 117.
[2] 2 Kronieken 20:12.
[3] Dat zijn de laatste regels van het lied ‘Wat de toekomst brengen moge’.
[4] Zie http://www.militairespectator.nl/thema/column/trump-en-de-generaals ; geraadpleegd op woensdag 7 juni 2017.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[6] Psalm 143:2.
[7] Psalm 143:9 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

26 juni 2017

Oplossend vermogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Massa’s mensen zijn vandaag de dag op zoek naar de waarheid. Zij beijveren zich om, ware dat mogelijk, waarheid en werkelijkheid in elkaar te laten overvloeien.

Eén van die mensen is Robert Bridgeman. Deze man heet eigenlijk Robert Jan Bruggeman, maar hij noemt zichzelf de laatste jaren Robert Bridgeman.
Op zijn website schrijft hij: “Graag neem ik je mee in de oneindige mogelijkheden en bouwstenen van innerlijke transformatie. Het biedt je ontwikkeling op je pad naar spirituele groei. Hoe zich dat voor jou manifesteert is afhankelijk van je eigen behoeften en waar je je bevindt op je pad”[1].

Bridgeman heeft zelf een lange zoektocht achter de rug. Hij probeerde wel drieëndertig religies en levensovertuigingen uit.
Een paar jaar geleden schreef hij een boek. Dat heet ‘Start vandaag met lichter leven’[2].
Daarin beschrijft hij dat hij ontdekte dat er een vergeten realiteit van eenheid, energie, liefde en reïncarnatie bestaat. Hij legt uit wat dat voor de lezer betekent. Ook zet hij uiteen hoe je gelukkiger kunt zijn.
Leven zonder spijt en zorgen. Zonder angst. Zonder blokkades. Met een open hart, vol dankbaarheid, vol inspiratie[3].
Robert Bridgeman heeft, na al zijn speurwerk, een eigen methode ontwikkeld: de Bridgeman-methode.
In die methode wordt onderwijs gegeven van kwaliteit in werk en leven, in mindfulness en in meditatie, in kracht en in prestatietraining[4].

Kwaliteit van werk en leven. Hoe staat u in het leven? Wat is uw functie in de wereld? Welke taak heeft u?
Daar heeft Petrus het ook over. In 2 Petrus 3 schrijft hij: “De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
Maar de dag van de Heere zal komen als een ​dief​ in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.
Als deze dingen dus allemaal vergaan, hoedanig behoort u dan te zijn in ​heilige​ levenswandel en in godsvrucht;
u, die de komst van de dag van God verwacht en daarnaar verlangt…”[5].

Wat is dus onze hoedanigheid?
Waar zit de kwaliteit van ons leven in?
Antwoord: in een heilige levenswandel, en in godsvrucht.

In het Grieks staat in 2 Petrus 3 het woord luomenon: ‘oplossen’ betekent dat.
De dingen zullen oplossen.
Alleen al in dat woord zit, als u het mij vraagt, een grote troost.
Oplossen: de dingen zullen verdwijnen.
Oplossen, dat betekent onder meer ook: er komt een alleszins bevredigend einde aan.

Wie Gods Woord open doet, ontdekt al snel dat het niet afhangt van eigen meditatiemethodieken. En ook niet van eigen kwaliteit en kracht.
En dat is maar goed ook.
Terreuraanslagen, zoals bijvoorbeeld in Manchester en Londen, kunnen ons schokken[6].
In Nederland worden tieners vermoord. Twee meisjes van veertien kwamen een week of drie geleden om het leven[7].
In zulke situaties kunt u de angst niet wegpraten. U denkt zomaar: morgen is het mijn zoon, mijn dochter…
Er kunnen zomaar blokkades wezen: omstandigheden waarin God mijlenver weg lijkt.
Kracht? Soms zakt u de moed in de schoenen.
Meditatie? U kunt mediteren, en voor u uitkijken, maar daar worden heel veel dingen uiteindelijk niet anders van. Als u uitgemediteerd bent, ligt het verdriet weer als een groot struikelblok voor u.
Welnu 2 Petrus 3 zegt: al die ellende gaat niet eeuwig door!

Integendeel.
Naarmate Gods kinderen heiliger leven, zullen zij Zijn komst bespoedigen. De Here Jezus zal sneller terugkomen.
In Handelingen 3 heeft Petrus dat, vlak na de uitstorting van Gods Heilige Geest, al in de tempel verkondigd: “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw ​zonden​ uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere,
en Hij ​Jezus​ ​Christus​ zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is.
Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn ​heilige​ profeten door de eeuwen heen”[8].
Mensen die zich naar God toekeren, en naar Hem luisteren, bespoedigen Zijn terugkomst.
Hun manier van leven is een instrument in Gods hand!
De Verbondsgod heeft een geweldig oplossend vermogen!

Bridgeman heeft het over afhankelijkheid van behoeften en over de plek waar je je op je pad bevindt.
Maar de hoofdvraag is: waar loopt het op uit? Het antwoord op die vraag staat in Gods Woord.
De Here leidt Zijn kinderen, de mensen die Hij innig liefheeft, naar Zijn toekomst.
‘Kom maar mee’, zegt Hij. Misschien heeft uw leven een donkere kant. Misschien draagt u verdriet met u mee. Dat alles lost u niet op door het managen van uw eigen energie.
Door Zijn kracht komt u vooruit in het leven.
Er komt een nieuwe toekomst aan.
De hemelen zullen met groot kabaal – lawaai en gesis – voorbijgaan.
Oude dingen zullen in een groot vuur worden vernietigd. Een uitslaande brand zal het wezen, in heel de wereld[9].
De wereld begint, om zo te zeggen, op een magnifieke wijze opnieuw. En Gods kinderen weten: wij zijn burgers van dat nieuwe Koninkrijk!

Lichter leven?
Ach, misschien komt dat er op deze aarde helemaal niet van.
Geen nood.
Kinderen van God leven heel bewust. Want zij beseffen: alles wordt beter, en ons leven wordt één stuk luisterrijke glorie.
Nee, op eigen kracht vinden zij niet alle antwoorden.
Met meditatie komen zij niet in de hemel.
Want hun Heiland brengt hen er naartoe!

Noten:
[1] Geciteerd van http://robertbridgeman.nl/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 juni 2017.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Robert Bridgeman, “Start vandaag met lichter leven: handboek voor een bewust leven”.  – VBK Media (Uitgeverij Ankh-Hermes), 2014. – 288 p.
[3] Zie ook de recensie op http://www.tvc.nl/nl/nieuws/recensies-tijdschrift-voor-coaching-juli-2014-deel-1 ; geraadpleegd op dinsdag 6 juni 2017.
[4] Geciteerd van http://bridgemanmethode.nl/bridgeman-methode ; geraadpleegd op dinsdag 6 juni 2017.
[5] 2 Petrus 3:9-12 a.
[6] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslag_in_Londen_van_maart_2017https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslag_in_Manchester_op_22_mei_2017 en https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslag_in_Londen_op_3_juni_2017 . Geraadpleegd op dinsdag 6 juni 2017.
[7] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.rd.nl/opinie/commentaar/lessen-uit-londen-bunschoten-en-hoevelaken-maar-nu-past-zwijgen-1.1406314 ; geraadpleegd op dinsdag 6 juni 2017.
[8] Handelingen 3:19, 20 en 21.
[9] Zie hierover de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Petrus 3:10.

23 juni 2017

Bedenkelijke besluittekst

De vrouw in het ambt: daar is in de afgelopen weken veel aandacht voor geweest.
De Generale Synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) deed daarover onder meer de uitspraak “dat er Schriftuurlijke gronden zijn om naast mannen ook vrouwen te roepen tot de dienst in het opzicht, het pastoraat en het onderwijs en daardoor tot het ambt van ouderling”.

Als grond onder dat besluit werd onder meer genoemd:
“De figuren van Mirjam (Micha 6:4) en Debora (Richteren 4-5) laten vrouwen in het oude verbond zien die in samenwerking met mannen optreden in bestuur en rechtspraak”[1].

Het noemen van Debora’s naam is, als u het mij vraagt, enigermate curieus[2].

In de eerste plaats kan opgemerkt worden dat Debora de enige vrouwelijke richter was te midden van dertien mannelijke richters[3].
Laten wij de richters voor het gemak maar even op een rijtje zetten: Othniël, Ehud, Samgar, Debora en Barak, Gideon, Abimelech, Thola, Jaïr, Jefta, Ebzan, Elon, Abdon en Simson.
Er is dus slechts één vrouwelijke richter. Alleen al dat gegeven geeft, wat mij betreft, te denken.

Debora ging in Richteren 4 en 5 voorop.
Waarom eigenlijk?

Een uitlegger schrijft: “Waarom gebruikte God Debora als rechter in Israël (…)? Het antwoord is niet moeilijk te geven. Gods volmaakte wil is dat mannen leiden. Dat is te duidelijk om mis te verstaan, maar als mannen hun verantwoordelijkheid niet opnemen, dan gebruikt God vrouwen. De mannen in de dagen van Debora waren erg zwak en lafhartig. Dit is te zien in het geval van Barak, de kapitein in Israëls leger, die weigerde naar de strijd te gaan tenzij Debora met hem meeging. Wat een dappere man! Wat een held! De vrouw moest hem eraan herinneren dat God had gezegd dat het tijd was om te vechten; de vrouw moest hem ertoe aanmoedigen en aanzetten om te gaan; de vrouw moest met hem meegaan!”.
En:
“Klaarblijkelijk was dit een periode in Israëls geschiedenis waarin God geen man kon vinden om Zijn wil te doen, en zo gebruikte Hij een dappere, bereidwillige vrouw. Wij kunnen God prijzen voor vrouwen zoals Debora die bereidwillig en sterk zijn wanneer de mannen zwak zijn. Dit is dikwijls gebeurd, zowel in de seculiere geschiedenis als die van de kerk.
Het grote probleem in de dagen van Debora was geestelijke afvalligheid. Als Gods volk zich van Hem afkeert, dan maakt hij de mannen machteloos tegen hun vijanden en verwijdert Hij de wijsheid uit hun harten. Dit is een oordeel over afvallige mensen”[4].

Als mannen zwak worden, komen vrouwen overeind.
‘Dat is een oordeel over afvallige mensen’, noteert die schrijver.
Zo bezien toont het besluit van de generale synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) aan dat men een Goddelijk oordeel over zichzelf afroept.
Met het noteren van dergelijke krachtige uitspraken moet men voorzichtig wezen; dat besef ik terdege. Over Gods gericht kunnen en mogen mensen geen oordeel vellen. Maar feit is dat er in de tijd van Debora en Barak veel trouweloosheid was.
Zou dat kerkelijke beslissers, en ook ons allen, niet aan het denken moeten zetten?

En andere verklaarder noteert: Debora besefte “dat niet een vrouw, maar een man het leger aan zal moeten voeren!
Barak ontving de opdracht: breng een leger van tienduizend man op de been! Ook hier wist Debora op bescheiden wijze leiding te geven. Geïnspireerd vanuit God zocht zij niet haar eigen eer, maar het heil van Gods volk. Zij plaatste zich derhalve niet boven, maar naast Barak. Want zij achtte de ander uitnemender dan zichzelf. Zij gaf wel leiding door te inspireren: ‘Vrees niet voor de overmacht!’.
Terwijl de strijd nog gevoerd moest worden, wist Debora al dat de strijd reeds gestreden is en de overwinning zeker is”[5].

Wie het bovenstaande citaat leest, realiseert zich wellicht dat het enigszins merkwaardig is dat Debora wordt genoemd in een synodale besluittekst waarin het ambt van ouderling voor vrouwen wordt opengesteld.
Want wat is de taak van ouderlingen? “Aan hen is met de dienaren des Woords toevertrouwd de gemeente te regeren…”[6].
Dat staat tegenover:
* het feit dat dat niet een vrouw, maar een man het leger aan zal moeten voeren
* het feit dat Debora zichzelf niet boven, maar naast Barak plaatst
* het feit dat Debora de ander uitnemender acht dan zichzelf.
Waarom komt uitgerekend de bescheiden Debora terecht in een besluit van een kerkelijke vergadering over een regeerambt?

Het noemen van Debora’s naam in de synodale besluittekst met betrekking tot de vrouwelijke ouderling vind ik een zwaktebod.
Het besluit verraadt dat men ter vergadering eigenlijk niets beters te bieden had[7].
Dat is, in de grond van de zaak, tamelijk droevig.

Noten:
[1] Geciteerd via Nieuwsbrief van Eeninwaarheid.info, extra editie 17-24. Deze werd aan abonnees toegezonden in de zeer vroege ochtend van vrijdag 16 juni 2017.
[2] Over het noemen van de naam van Mirjam in de besluittekst schreef ik recent in het artikel ‘Slappe grond’, hier gepubliceerd op donderdag 22 juni 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/06/22/slappe-grond .
[3] Zie hierover ook https://www.gotquestions.org/Nederlands/vrouwelijke-pastors.html ; geraadpleegd op woensdag 21 juni 2017.
[4] Geciteerd van https://frissewateren.nl/vrouw-in-het-ambt/ ; geraadpleegd op woensdag 21 juni 2017.
[5] Geciteerd van http://www.hervormd-ermelo.nl/userfiles/file/Kerkelijk%20Centrum/Vrouweninhetambt%20Noorderkerk%20Kampen.pdf ; geraadpleegd op woensdag 21 juni 2017.
[6] “Formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen”. In: Gereformeerd Kerkboek – uitgave 1986 –, p. 551.
[7] Zie de betekenis van het woord ‘zwaktebod’, zoals die gedefinieerd is op https://www.betekenis.be/woord/zwaktebod ; geraadpleegd op woensdag 21 juni 2017.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.