gereformeerd leven in nederland

31 juli 2017

Hij gebiedt en ‘t is er

Het eerste boek van de Bijbel handelt over de schepping van de hemel en de aarde[1][2]. Bij die schepping is het uitgangspunt: God spreekt en ’t is er. “Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt”, zegt Psalm 33[3].

Over het ontstaan van hemel en aarde zijn door de jaren heen allerlei theorieën ontwikkeld.
Globaal zijn die theorieën als volgt in te delen.
“De eerste benadering is die van het geloof in Gods Woord, waarbij geloofd wordt dat God de hemel en aarde in zes dagen heeft geschapen. Daarbij wordt eraan vastgehouden dat het boek Genesis letterlijke historische gebeurtenissen beschrijft.
De tweede benadering is die waarbij men niet in God gelooft, maar zichzelf tot norm is, autonoom. Waarbij men alleen gelooft wat men in de natuur waarneemt en daaruit zelf conclusies trekt, het naturalisme. Daarbij hoort het uitgaan van een evolutieproces, dat zich heeft voltrokken over drieënhalf miljard jaren. In die tijd is ook het leven tot stand gekomen en zijn uit lagere levensvormen hogere levensvormen ontstaan. Met als eindproduct de mens.
De derde weg wil de eerste en tweede benadering combineren. Men maakt ruimte om te geloven dat het Scheppingsverhaal over zes dagen in werkelijkheid gaat over een evolutie in drieënhalf miljard jaren”[4].

Een deel van die theorieën dringt ook tot het Gereformeerde kerkvolk door. Wij moeten ons daarover geen illusies maken.
Een hoogleraar die lid is van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk zegt: “Maakt het zo veel uit of God alle soorten afzonderlijk heeft geschapen of dat ze er zijn gekomen door geleidelijke ontwikkeling? De wetenschap heeft daar goede verklaringen voor en ik heb geen reden die in twijfel te trekken. Mijn geloof is daardoor niet veranderd”[5].
Dat Gods Woord niet over zo’n geleidelijke ontwikkeling spreekt, is natuurlijk een probleem. Maar dat is, zo zegt men, oplosbaar als rekening wordt gehouden het het genre van Bijbelteksten. Dus: met de stijl van de tekst, met het soort tekst.
Er worden, kortom, creatieve oplossingen gezocht om Bijbelse gegevens aan te vullen.

Gereformeerden moeten, als het hierom gaat, helder en duidelijk zijn. Laten wij Psalm 33 maar naspreken:
“Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er”[6].

Waarom is het zo belangrijk om hieraan vast te houden?
Omdat, als wij dat loslaten, in feite heel Gods Woord op losse schroeven komt te staan.
In juni 2013 schreef ik daar reeds over: “Stél dat we het feit dat God de wereld schiep in twijfel trokken, dan stond er nog veel méér op losse schroeven.
Want wat geloven we dan nog over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?
In Openbaring 21 is de zee opeens helemaal verdwenen.
In datzelfde hoofdstuk komt er, langzaam doch gestadig, een complete stad naar beneden. Jeruzalem wordt niet van onderaf opnieuw opgebouwd. (…) Klaarblijkelijk wordt die stad in de hemel klaargemaakt, en vervolgens naar beneden gebracht.
Het dag- en nachtritme wordt doorbroken, want het duister wordt afgeschaft.
En in die stad staan wonderbomen die elke maand vruchten geven.
Ik vraag mij af: waarom zou men Genesis 1 niet, of niet helemaal, geloven en Openbaring 21 en 22 wel?”[7].

Wij moeten God op Zijn Woord geloven. Dat Woord is, van de eerste tot de laatste bladzijde, een eenheid.
Terecht schreef iemand: “de Griekse vertaling van het Oude Testament heeft daar hetzelfde begin als het Evangelie naar Mattheüs: ‘biblios geneseoos’, kortweg vertaald met: boek van de geboorten. (…) Als Mattheüs zegt dat hij het begin van de geschiedenis van Jezus Christus opschrijft, dan schrijft hij de vervulling van het Oude- op, de historie van Gods heil over de mensen, die in Genesis 1 is begonnen. Wie dus dat begin verkleint tot een ‘wijze van spreken’ en tot ‘mythe’ verklaart, die ontkent de letterlijke waarheid daarvan, maakt de schakel met de vervulling los en tast de Christus aan. Inderdaad: met Genesis staat en valt de Heilige Schrift”[8].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant R. Houwen (1924-2004) schreef in oktober 1994 het volgende.
“God werkte aan het eind van de beginperiode in zes ‘werk’-dagen de in Gen. 1:2 beschreven toestand weg. Maar Hij laat niet varen de werken van zijn handen; dat zijn in dit verband de hemel en de aarde, genoemd in Gen. 1:1. Zoals Hij op de ‘eerste’ aarde jaarlijks ‘het gelaat van de aardbodem vernieuwt’, Ps. 104:30, zo doet Hij dat bij de komst van de ‘nieuwe’ aarde definitief. De hof in Eden wordt tot de hofstad Nieuw-Jeruzalem.
Bij die hof was het goud van het land Havila, Gen. 2:11,12. In de hofstad zijn de huizen in goud opgetrokken, Openb. 21:18, en ligt het op de straat, Openb. 21:21. Bij die hof was de steen chrysopraas, Gen. 2:12, maar die vormt een van de twaalf fundamentstenen van de hofstad, Openb. 20:21. Zo gaat de ‘ruwbouw’ van de ‘nieuwe’ aarde eruit zien. Daarvan moeten we geen beeldspraak maken, evenmin als van ‘de nieuwe hemel’ of van ‘het geboomte des levens’ in Openbaring 21 en 22.
God is groot en wij begrijpen Hem niet, zei Elihu terecht, Job. 36:26. Maar Hij spreekt wel in menselijke taal, om ons te laten weten wat we nu al moeten en mogen weten”[9].
Waarvan akte!

Gereformeerden moeten, zo vinden heel veel mensen, met hun tijd meegaan. In zekere zin is dat waar.
Maar ik herhaal wat ik in november 2015 hier schreef: “Lang leve de verandering! (…). Oftewel: evolutie! Ga met je tijd mee, zo wordt ons dringend aangeraden.
In heel veel dingen kunnen we dat best doen. Maar als het erop aankomt, gaan we met Christus mee. De kerk volgt hem, dwars door de wereldgeschiedenis heen. Zij volgt hem tot in de hemel.
Die verandering is werkelijk ontzagwekkend groot. Zo groot dat niemand, werkelijk niemand, dat kan bedenken. Ook de grote denkers van de eenentwintigste eeuw niet”[10].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 33:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek): “Hij spreekt, zie, het staat. / Hij gebiedt en ’t is er. / Niets is er gewisser / dan des HEREN raad”.
[2] In de komende tijd zal ik, Deo Volente, op deze plaats een serie artikelen publiceren naar aanleiding van het Bijbelboek Genesis.
[3] Psalm 33:6 a.
[4] Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1567 ; geraadpleegd op maandag 10 juli 2017. Het citaat is van dominee S. de Marie, momenteel predikant van De Gereformeerde Kerk (hersteld) te Zwolle en omstreken.
[5] De spreker is professor dr. G. van den Brink. Hij is hoogleraar theologie en wetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet daar onderzoek naar de verhouding tussen geloof, theologie en (natuur)wetenschap. Geciteerd uit: Bart van den Dikkenberg en Maarten Stolk, “Worstelen met grote vragen”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 8 juli 2017, p. 2 en 3.
[6] Psalm 33:9.
[7] Zie mijn artikel ‘De aansporing van Genesis 1:1”, hier gepubliceerd op 25 juni 2013 . Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/25/de-aansporing-van-genesis-1-1/ .
[8] Deze woorden werden geschreven door mijn vader, H.P. de Roos te Haren, in een schets over Genesis 1:1 en 2. Die schets was voor mij een stimulans om een serie artikelen over het Bijbelboek Genesis te gaan schrijven.
[9] Dit artikel is te vinden op https://www.steunpuntbijbelstudie.nl/de-toekomst/ ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[10] Geciteerd uit mijn artikel ‘Met Christus mee’, hier gepubliceerd op dinsdag 3 november 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/11/03/met-christus-mee/ .

28 juli 2017

Nieuw optimisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

In de kerk zijn de mensen eerbiedig.
Aan alles kun je zien: hier gebeurt iets gewichtigs.
De gang van zaken is bij tijden zelfs enigszins plechtig.
Misschien denkt u wel eens: van mij mag het in de kerk gerust iets feestelijker toe gaan. Welnu, weest u gerust. Al die ernstig kijkende mensen bereiden zich, als het goed is, voor op een alleszins feestelijke toekomst!
Nee, dat straalt er niet altijd meteen van af. Want het leven is niet makkelijk. Daar weten wij allen wel iets van. Maar schijn bedriegt.

Dat blijkt bijvoorbeeld als wij Esther 8 wat nauwkeuriger gaan lezen.

Graag citeer ik vandaag het slotvers van dat hoofdstuk.
Dat luidt: “En in elk gewest en in elke stad waar het woord van de ​koning​ en zijn wet was aangekomen, was er bij de ​Joden​ blijdschap en vreugde, en waren er maaltijden en vrolijke dagen. Velen uit de volken van het land werden ​Jood, omdat angst voor de ​Joden​ op hen was gevallen”[1].

Als wij de inhoud van het Bijbelboek Esther bezien moeten wij zonder reserve zeggen: de God van het verbond is hier bezig met het verzamelen van Zijn kinderen in de kerk.
Want de Joden worden gered van genocide. Zij worden niet uitgemoord.
En laten wij het maar gewoonweg constateren: dat is een wonder. Immers, menselijkerwijs gesproken zou het uitlopen op een roemloos einde van de Joden.
Echter: de God van hemel en aarde greep in!

Ja, de Joden hadden werkelijk gedacht het leven te laten. Het was, dachten zij, op aarde met hen afgelopen.
Geen wonder dus dat het bij de Joden feest is!

Naar aanleiding van de geschiedenis die in het Bijbelboek Esther beschreven is schreef ik onlangs reeds op deze plaats: “De God van onze vaderen gaat ongedachte wegen met Zijn kerk.
Via routes die Hijzelf heeft bedacht gaan Zijn kinderen naar de toekomst toe. Die wegen overzien gewone stervelingen soms niet. Soms zeggen zij: dit gaat helemaal niet goed! Of ook: dit is niet gebruikelijk en dit hoort niet zo!
Maar één ding is zeker: wie met God gaat, komt op de goede plek terecht”[2].

Hier geldt een woord uit Spreuken 11:
“Een stad springt op van vreugde over de welstand van de rechtvaardigen,
maar als de goddelozen vergaan, is er gejuich”[3].
Het welzijn van een volk heeft, met ander woorden, alles te maken met gerechtigheid en rechtvaardigheid. De Spreukenleraar zegt in hoofdstuk 14 ook:
“Gerechtigheid​ verhoogt een volk,
maar ​zonde​ is een schandvlek voor de natiën”[4].
Het Bijbelboek Esther is daar een duidelijk bewijs van.

Wij moeten zien dat er in een land een geest van dwaling heersen kan. Een sfeer van Woordverlating dus. Dat alles ontstaat niet omdat diverse mensen op een bepaald moment dezelfde dingen bedenken. Dat zou immers wel heel toevallig zijn. Laat het ons duidelijk voor ogen dat de satan, de tegenstander van God, zo’n sfeer creëert.

Jazeker, ook in onze werkomgeving staan God en satan tegenover elkaar. Er wordt zogezegd aan ons getrokken!
En ja, in Nederland merken we dat ook. Op het kerkplein, om te beginnen. En in de wereld, vervolgens.
Hoe staat de kerk in zo’n maatschappij?
Wij moeten ervoor oppassen om in die omstandigheden een slachtofferrol te spelen. Zo van: zij zijn groot en wij zijn klein en verder is er niets aan te doen; wij moeten ons in ons lot schikken.
Welnu, niets is minder waar. Het is, integendeel, helemaal niet zo vreemd als in de kerk een triomfantelijke sfeer heerst.
Als profeten, priesters en koningen mogen wij uitroepen “het jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;
om alle treurenden te troosten;
om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden
sieraad​ in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van ​rouw,
een lofgewaad in plaats van een benauwde geest,
opdat zij genoemd worden eiken van de ​gerechtigheid,
een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken”[5].
De hierboven geciteerde woorden herkent u wellicht wel. Ze komen uit Jesaja 61. De Gezalfde opent een nieuwe toekomst. Het leven van verdrukten gaat veranderen, en niet zo’n klein beetje ook: er komt een totale en structurele ommekeer. De wereld gaat er voor Gods kinderen, de bewoners van Sion, echt heel anders uitzien!
Kinderen van God zijn, om zo te zeggen, permanent in verwachting. Daar bedoel ik mee: zij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid en trouw de toon aangeven.
In de kerk is het daarom altijd een beetje feestelijk![6]

Laten wij terugkeren naar Esther 8.
In dat Schriftgedeelte staat er nog iets bij: “Velen uit de volken van het land werden ​Jood, omdat angst voor de ​Joden​ op hen was gevallen”.
Een commentator schrijft: “Het valt niet met zekerheid te zeggen of dit ook daadwerkelijke godsdienstige bekering tot de godsdienst van de Joden inhoudt, of dat het meer om aansluiten bij de Joden in sociaal opzicht gaat. Op grond van de context lijkt het vooral te gaan om het overnemen van het Joodse geloof, gebruiken en praktijken”[7].

In Esther 8 wordt het in zekere zin al een klein beetje Pinksteren.
Heel wat mensen, die van oorsprong niet bij het Joodse volk behoren, laten zich – om het zo maar te zeggen – naturaliseren. Zij beseffen dat de God van de Joden een geweldige macht heeft. Zeg maar gerust: een kracht waar je niet tegenop kunt!
Een uitlegger schrijft: “…als gevolg van het tegenbevel van Ahasveros sluiten velen uit de andere volken zich bij de Joden aan. Ze zijn bang voor hun hachje. Om de dans te ontspringen worden zij Jood. De redding van de Joden betekent ook hun redding. Laat angst de volken drijven, het is God die dit allemaal bewerkt. Zo bereidt Hij de wereld van die dagen voor op de redding van de wereld die zal komen door zijn Zoon, de Heiland van de wereld”[8].

Het is voorstelbaar dat wij – kerkmensen van 2017 – dit alles tot ons laten doordringen, maar vervolgens onwillekeurig denken dat het bovenstaande iets van een ver-van-ons-bedshow heeft. Want ach, wat zien we er vandaag de dag van? Men kan, na een eerste korte blik, bezwaarlijk zeggen dat het prima gaat met de kerk.
Als wij geneigd zijn om die denklijn te volgen, moeten wij Esther 8 maar even weer tot ons nemen.
Dan golft opnieuw optimisme door ons leven.
Want er komt een nieuwe toekomst aan!

Noten:
[1] Esther 8:17.
[2] Zie mijn artikel ‘Een buitenissig Bijbelboek’, hier gepubliceerd op donderdag 27 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/27/een-buitenissig-bijbelboek/ .
[3] Spreuken 11:10.
[4] Spreuken 14:34.
[5] Jesaja 61:3.
[6] In het bovenstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1913.pdf ; geraadpleegd op maandag 10 juli 2017.
[7] Geciteerd van de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Esther 8:15-17.
[8] Geciteerd van http://holyhome.nl/dhs-017.html ; geraadpleegd op maandag 10 juli 2017.

27 juli 2017

Een buitenissig Bijbelboek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Over het Bijbelboek Esther wordt weinig gepreekt. Men schrijft er, bij mijn weten, ook niet al te veel over.

U kent waarschijnlijk de inhoud van dit Bijbelboek. In een internetencyclopedie stond er de navolgende adequate samenvatting van: “Het Joodse meisje Hadassa, dat later de naam Esther aanneemt, wordt tot koningin van Perzië verheven en redt door haar tussenkomst Gods verbondsvolk Israël van de door Haman beraamde genocide”[1].

Hoe komt het dat Esther relatief onbekend is?
Misschien moeten we de oorzaak zoeken in het ontbreken van de naam van God in dit Bijbelboek. Overigens zijn er wel uitleggers die, met het nodige kunst- en vliegwerk, de naam van de Here toch wel in Esther terugvinden. Iemand schrijft: “Toch menen sommige uitleggers Gods hand wel terug te zien in het Bijbelboek. De één ziet dit in het gunstige verloop van de gebeurtenissen. De ander ziet het verborgen in de grondtekst. Zo stelt Bullinger dat in Esther de naam van de HEERE vijf maal terug komt in de vorm van een acrostichon. Dit is een stijlfiguur waarbij iedere eerste letter van een woord samen een nieuw woord vormen – zoals bijvoorbeeld de coupletten van het Wilhelmus – ”[2].
Bovendien staat dat boekje bol van genocide, intrige, politiek, bedrog en geweld. Het lijkt warempel de eenentwintigste eeuw wel!

Dit deel van Gods Woord is duidelijk niet bedoeld voor watjes.
Wat te denken van een tekst als: “Toen hingen zij Haman aan de galg die hij voor ​Mordechai​ had laten oprichten. Toen bedaarde de woede van de ​koning”[3]?
Die galg is vijftig el hoog. Ervan uitgaande dat één el ongeveer zeventig centimeter is, zal de galg dus ongeveer vijfendertig meter hoog geweest zijn.
Dat is toch geweld dat niemand vóór zich wil zien?

Even zo goed is het boek Esther, als het er op aankomt, dus wel een spiegel van onze tijd.
Zo gaan mensen tekeer als zij Gods Woord loslaten. Daar komen mensen terecht als zij de wetten van God negeren.
Via kranten, radio, televisie en internet komt er van alles tot ons dat ver van Gods Woord verwijderd is. In 2017 zijn genocide, intrige, politiek, bedrog en geweld heel snel dicht bij ons!
En er is nog een reden waarom Esther een opvallend boekje is: er is een hoofdrol weggelegd voor een vrouw. Een invloedrijke vrouw, bovendien. Welnu, in onze tijd willen we, als wij naar onszelf kijken, eigenlijk toch niets liever? Een vrouw op een vooraanstaande plaats – dat is toch geweldig? Dat die vrouw op die plaats terecht kwam vanwege haar fraaie uiterlijk vergeten wij liever even…

Overigens komt de hemelse God, zonder dat Zijn naam genoemd wordt, wel in dit Bijbelboek voor. Hij is immers die het leven van de Joden redt. Dat wordt heden ten dage nog altijd tijdens het Poerimfeest herdacht.

Haman wordt aan de galg gehangen.
En misschien hebben wij allen de neiging om te zeggen: eigen schuld, dikke bult.
Of, om het in Schriftuurlijke taal te zeggen:
“Wie een kuil graaft, zal erin vallen,
verrolt hij een steen, op hem zal hij terugvallen”[4].

Toch is dat, naar mijn overtuiging, niet de moraal van deze Bijbelse geschiedenis.

Eerder noteerde ik op deze plaats al eens: “Ten diepste zien we daarin de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden. Het Bijbelboek Esther is een sprekend voorbeeld van satanische oppositie”[5].

Natuurlijk kunnen we dit Bijbelboek ook literair bekijken.
Dan zeggen we bijvoorbeeld dat dit een typische vertelling uit het oude Oosten is. Zoals als de vertellingen van Duizend-en-een-nacht. U kent vast wel een paar titels uit die verzameling verhalen. Bijvoorbeeld:
* Aladin en de wonderlamp
* Sinbad de zeeman
* Ali Baba en de veertig rovers[6].
Wij kunnen verder constateren dat deze geschiedenis alles in zich heeft voor een geslaagd verhaal: een beeldschone koningin en een almachtige koning die, netjes volgens alle clichés, de zaak afhandelt; en een paar mensen uit de koninklijke omgeving die proberen de gang van zaken naar hun hand proberen te zetten.
Daarnaast kunnen we opmerken dat Esther een typisch Oosters einde heeft: alles loopt voor de goede, de deugdzame mensen goed af[7].

Lettend op de inhoud van het Bijbelboek Esther moeten wij echter belijden: de God van het verbond is hier bezig met Zijn kerkvergaderend werk!

Iemand zou kunnen vragen: is dat laatste niet wat ver gezocht?
Wat heeft Esther nu met de vergadering van de kerk te maken?
Feit is echter dat de Joden, om zo te zeggen, de kerk van het Oude Testament vormen. En in het Bijbelboek Esther treffen we het verhaal aan van een zware aanval op datzelfde Joodse volk.
Maar de Here laat zich niet dwarsbomen door mensen die als pionnen van de satan met grote passie het werk van de Verbondsgod trachten af te breken.

Het kerkvergaderend werk van de Here gaat door.
De Joden staan in het middelpunt van de belangstelling, daar in het Bijbelboek Esther. Sterker nog: de Joden staan, om zo te zeggen, midden in het vuur. Welke kant moeten zij op? Welke kant gaat de God van Abraham, Isaäk en Jakob met Zijn volk op?
Die vraag stellen de ware gelovigen van vandaag ook. Ja, ook anno Domini 2017 klinkt daar de vraag: welke kant gaat de Here met Zijn kinderen op?
Die vragen stellen, bijvoorbeeld, vele GKv-ers zich. Wat gaat de Here met ons doen? Waar zet Hij ons neer, en waar zet Hij ons in?
De God van onze vaderen gaat ongedachte wegen met Zijn kerk.
Via routes die Hijzelf heeft bedacht gaan Zijn kinderen naar de toekomst toe. Die wegen overzien gewone stervelingen soms niet. Soms zeggen zij: dit gaat helemaal niet goed! Of ook: dit is niet gebruikelijk en dit hoort niet zo!
Maar één ding is zeker: wie met God gaat, komt op de goede plek terecht.
Wellicht komt u, geachte lezer, met God langs een heel onalledaagse weg. Mogelijk komt u zelfs langs een schier onbegaanbaar pad vol hobbels en andere obstakels.
Welnu – vergeet in die omstandigheden het evangelie van het Bijbelboek Esther niet.
En laat u inzetten, als instrumenten in Gods hand!

En die galg in Esther 7?
Die is een waarschuwing. Met goddelozen zal het slecht aflopen. Zeker, in 2017 zien we die goddelozen niet meer aan de galg hangen. Maar de Here zal te Zijner tijd Zijn tegenstanders straffen, dat is zeker.
Tegelijk is die galg in Esther ook een troost. Voor Godvrezenden namelijk. Want zij mogen het zich realiseren: de Vader van alle gelovigen laat Zijn kinderen nooit in de steek. Hij is trouw. En Hij voert Zijn plan uit. Toegegeven – dat plan ziet er soms anders uit als de ‘tekening’ die wij ervan in ons hoofd hebben. Maar Hij zal de uitvoering van Zijn plan voltooien. Dat kan zelfs de satan niet verhinderen!

Noten:
[1] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/E/Esther_(bijbelboek) ; geraadpleegd op vrijdag 7 juli 2017.
[2] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/1041/het-bijbelboek-esther-deel-1-inleiding . Met ‘Bullinger’ is Heinrich Bullinger (1504-1575) bedoeld. Bullinger is een Zwitserse theoloog en reformator.
[3] Esther 7:10.
[4] Spreuken 26:27.
[5] Zie mijn artikel “Gods dreigen klinkt de volken tegen”, hier gepubliceerd op woensdag 27 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/27/joel-3-vers-1-tot-en-met-8/ .
[6] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Duizend-en-een-nacht ; geraadpleegd op vrijdag 7 juli 2017.
[7] Zie hierover ook http://www.bijbelencultuur.nl/bijbelboeken/ester ; geraadpleegd op vrijdag 7 juli 2017.

26 juli 2017

Rome en reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Het schijnt dat de verschillen tussen Rome en de Reformatie zijn opgeheven. Enkele weken geleden stond dat in de krant.
Het geschilpunt tussen Rooms-katholieken en protestanten bestaat niet meer.
Hoera…???

Dat samengaan van Rome de en de reformatie komt overigens niet plotsklaps uit de lucht vallen. In 1990 werd al vastgesteld dat het geschil neerkwam op misverstanden over formuleringen en het foutief interpreteren van diverse denklijnen[1].

In de officiële gemeenschappelijke verklaring van de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms-katholieke Kerk uit 1999 staat te lezen: “De twee dialoogpartners hebben zich verbonden om de studie van de bijbelse grondslagen van de leer van de rechtvaardiging voort te zetten en te verdiepen. Zij zullen bovendien zoeken naar een uitvoeriger gemeenschappelijk verstaan van de leer van de rechtvaardiging, dat verder gaat dan datgene wat in de Gemeenschappelijke Verklaring en de aangehechte stavende verklaring is behandeld.
Uitgaande van de bereikte consensus is voortzetting van de dialoog vereist in het bijzonder over de punten, die vooral zijn genoemd in de Gemeenschappelijke Verklaring zelf (…) als punten die een verdere verduidelijking nodig hebben om te komen tot de volledige gemeenschap tussen de kerken, een eenheid in verscheidenheid, waarin resterende verschillen zouden worden ‘verzoend’ en niet langer een verdeeldheid zaaiende kracht hebben. Lutheranen en [Rooms-]katholieken zullen hun pogingen voortzetten oecumenisch in hun gemeenschappelijk getuigen de boodschap van de rechtvaardiging te vertalen in woorden, die relevant zijn voor mensen van vandaag, en verband houden met zowel de individuele als de maatschappelijke interesse van onze tijd”[2].

Zou het intussen werkelijk wezen dat ook Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis na gaan spreken?
U weet wel: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[3].
Gaan de Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken? Ik geloof er niets van.

De vraag is natuurlijk: wie of wat is er dan veranderd?
Professor dr. H. van den Belt, bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt: “De diepgaande verschillen kun je niet afdoen als accentverschillen of wegverklaren met een verwijzing naar de toenmalige historische context of naar wederzijdse karikaturen. Als protestanten geneigd zijn om die verschillen te relativeren, is dat meestal een symptoom dat erop wijst dat de toe-eigening van de genade door het geloof alleen en de toerekening van de gerechtigheid van Christus bij die protestanten zelf wordt gerelativeerd”[4].
Daar hebben wij een belangrijk punt te pakken: veel mensen de zichzelf gereformeerd noemen hebben zoveel ingeleverd dat zelfs de Reformatie van 1517 onnodig was. Met de kennis van nu althans.

Er was eens een rooms-katholiek die zei: “Hiermee zitten we in het hart van het grote mysterie dat uiteindelijk helaas een conflict is geworden: het grote geheim van de menselijke vrijheid en Gods genadewerk. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, blijft een mysterie. Daarbij heeft de Katholieke Kerk echter – net als de eerste reformatoren trouwens – altijd volgehouden dat de genade inderdaad voorafgaat. Als ik geloof, is dat een verdienste van mij, maar dat is het uit genade Gods. Het is genade Gods én de menselijke medewerking, maar de genade is altijd eerst. Uit eigen kracht kan geen mens geloven”[5].
Ziet u wat daar staat?
Het is genade Gods én de menselijke medewerking”.

Bij de Rooms-katholieken komt er altijd iets of iemand bij.
Het is Schrift en traditie.
Het is genade en verdienste.
Het is Christus en roomse heiligen.

Hoe is het mogelijk dat vele Gereformeerden anno Domini 2017 wel akkoord kunnen gaan  met de genade Gods in combinatie met de menselijke medewerking?
Een predikant schreef daar eens over: “…niet het geloofsgehoor naar de Schrift als Gods Woord staat centraal, maar uiteindelijk het horen naar jezelf en je bestaan waarin je God kunt vinden. Deze lijnen zien we doorlopen naar de postmoderne mens en geloofsbeleving vandaag. We kunnen dat bijvoorbeeld zien in allerlei kerken waar steeds meer evangelische invloeden op te merken zijn. Hoeveel evangelische en opwekkingsliederen zijn er juist op gericht dat de mens zichzelf leert begrijpen, dat hij innerlijk bewogen raakt”[6].
Bij heel wat Nederlandse christenen komt er ook iets of iemand bij.
Het is Christus en de mens.
Het is Gods genade en menselijke bewogenheid.
Het is begrip van God en het doorgronden van de mens.

Rome en de Reformatie hebben elkaar, zo zegt men, eindelijk gevonden.
Maar nee, een hoeraatje is er voor mij niet bij.
Worden Rooms-katholieken eensklaps Gereformeerd? Nee, daar geloof ik niets van.

Laten wij, Gereformeerden van 2017, het maar houden bij de belijdenis van de Dordtse Leerregels:
“De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[7].
En:
“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven”[8].
En:
“Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[9].

Noten:
[1] Zie https://www.nd.nl/nieuws/geloof/rome-en-reformatie-zijn-het-eens-wat-nu.2729118.lynkx ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[2] Geciteerd van http://www.oecumene.nl/files/Documenten/Eindtekst_Gemeenschappelijke_Verklaring_Rechtvaardigingsleer.pdf ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[4] “Onderscheid rechtvaardiging en heiliging onopgeefbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juli 2017, p. 2.
[5] Geciteerd van https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/rome-en-reformatie-geding-om-gods-genade/ ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[6] De predikant in kwestie is ds. M. Dijkstra, op dit moment predikant van De Gereformeerde Kerken te Mariënberg en te Emmen/Assen. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1563 ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 3.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 7.

25 juli 2017

Altijd voorrang

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Dit artikel heeft Zondag 49 uit de Heidelbergse Catechismus als uitgangspunt.
Wij kunnen daar lezen:
“Wat is de derde bede?
Antwoord:
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Het is niet bijna niet te geloven:
* wij verloochenen onze eigen wil
* wij zetten onszelf aan de kant
* wij spreken Hem niet tegen
* wij doen ons werk gewillig
* in ons werk zijn wij trouw.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is een profielschets die op niemand past. Wat moeten we daar mee?
Geachte lezers, er is één woord in dat Catechismusantwoord dat wij nimmer over het hoofd mogen zien: geef.
Daar begint alles mee. Wat wij hebben, ontvangen wij van onze Here. Onze mogelijkheden worden aangeboden door de Verbondsgod. De kansen die we krijgen worden gecreëerd door de God van hemel en aarde.
Zondag 49 handelt over onszelf. Jazeker. In Zondag 49 draait het echter eerst en vooral om onze God!

Wij dienen Hem zo goed mogelijk. Want wij horen bij Hem. Wij zijn onlosmakelijk aan Hem verbonden.
Dat is de reden dat wij elke zondag naar de kerk gaan. Dat is de drijfveer van gelovigen om in de kerk actief te zijn. Dat is de motivatie om een christelijk leven te leiden.
De kerk, dat is een centraal punt in ons leven!

Wie Zondag 49 mee belijdt, moet naar de kerk!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis is er duidelijk over: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus”[2].
Wij moeten, als u het mij vraagt, nauwkeurig lezen wat hierboven staat. Het is niet zo dat de valse kerk niets van Christus weten wil. Welnee. Integendeel. De valse kerk kent Christus soms zelfs een belangrijke plaats toe. Maar als het erop aan komt, tellen de mensen ook behoorlijk mee. In de praktijk staan de mensen, samen met Jezus Christus, op het podium in de kerk.
Ziet u wat daar mis gaat? De mensen volgen Christus niet meer, maar staan naast Hem. En misschien zelfs – gewild of niet – voor Hem. Dat is in ieder geval niet in lijn met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus!

In dit verband is een veel gehoord adagium: ‘kom, ga met ons en doe als wij’. U hoort daarin de woorden van Psalm 122:
“Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:
Wij zullen naar het ​huis​ van de HEERE gaan!
Onze voeten staan
binnen uw ​poorten, Jeruzalem!”[3].

De dichter van dit pelgrimslied, David, is blij als anderen tegen hem zeggen: kom, ga mee naar de kerk!
Die vreugde is belangrijk.

Nu kom ik bij heel wat verontruste GKv-ers.
En wellicht geldt het onderstaande ook wel voor mensen in andere kerkgenootschappen.

Bij hen ontbreekt de vreugde van de kerkgang vaak. Dat is een veeg teken. Kerkgang moet ons blij maken.
Kerkgang moet geen vraagtekens opleveren. Zo van: wat heeft de kerkenraad voor ons in petto? Oftewel: welke kant gaat het op?
Kerkgang moet geen gekromde tenen opleveren. Zo van: wat voor merkwaardigs gebeurt er vanmorgen in de kerkdienst?
Kerkgang moet troost geven. En blijdschap!
Zoekende en onrustige mensen die voortdurend narrig of onzeker uit de kerk komen, moeten zichzelf beproeven: wat vraagt God op dit moment van mij?

In dat citaat uit Psalm 122 zit, wat mij betreft, nog een opvallend puntje. Er staat: “Onze voeten staan binnen uw ​poorten, Jeruzalem”.
De voeten staan dus niet buiten de poort. Die voeten staan niet in de poort.
Nee, de mensen lopen Jeruzalem in. Ze lopen de kerk binnen. Ze blijven niet een beetje aarzelend buiten staan.
Ziet u ’t springende punt?

Laten wij nog een ogenblik naar Zondag 49 kijken.
In die Zondag staan keuzes centraal.
Die keuzes maken wij niet op eigen kracht. Sterker nog: daarvoor moeten wij de energie ontvangen. Onze wil moet worden omgebogen; de Heilige Geest moet een ombuigingsoperatie uitvoeren.
Zondag 49 leert ons om altijd voorrang te geven aan de wil van onze God. Laten wij maar bidden. En oefenen. Biddend op weg naar de toekomst – dat gaat heel goed!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Psalm 122:1 en 2.

24 juli 2017

Og, de koning van Basan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Laatst kwam hij voorbij in een preek die schrijver dezes beluisterde: de koning wiens naam de titel van dit stuk is[1].
Wie kent hem niet?
We horen zijn naam in de kerk. We lezen zijn naam tijdens de Schriftlezing tijdens de Schriftlezing thuis.
Ja, goed beschouwd is koning Og een bekende van ons.

Maar wie was die man nu eigenlijk?
Wat kunnen we over hem vertellen?
Niet zo heel veel, wellicht.
En dat terwijl Og toch zo befaamd is.

Hieronder schrijf ik iets over koning Og.
Gaandeweg zal dan blijken hoe groot Gods macht is.

Og moet een reus zijn geweest, zei de dominee.
Dat blijkt met name in Deuteronomium 3. In dat Schriftgedeelte staat te lezen: “Want alleen Og, de ​koning​ van Basan, was van de rest van de Refaïeten overgebleven. Zie, zijn ​bed​ was een ​bed​ van ijzer. Bevindt het zich niet in Rabba van de ​Ammonieten? De lengte ervan is negen ​el, en de breedte vier ​el, gemeten naar de elleboog van een man”[2].
Bovenstaande Schriftwoorden gebruik ik graag als uitgangspunt voor dit artikel.

Eerst maar even iets over dat bed.
De lengte van het bed is is negen ​el, en de breedte vier ​el. Dat betekent dat dat bed zo’n 4,5 bij 2 meter is. Dat is waarlijk niet gering.
Dat bed is nog van ijzer ook. Dat ligt toch helemaal niet lekker, zou je denken!
Geen wonder eigenlijk dat dat gigantische bed tot de verbeelding spreekt. De  Duitse kunstenaar Johann Balthasar Probst maakte er rond 1770 een gravure van.

Koning Og – koning der Amorieten, ofschoon hij zelf geen Amoriet was! – is dus de laatste der Refaïeten.
Refaïeten: wat voor bevolkingsgroep is dat?
Een internetencyclopedie meldt ons: “De Refaïeten zijn de oudste ons bekende stam van Kanaän. Ze waren reuzen. Een voorbeeld is Og, de koning van Basan. Ze woonden in het land dat God aan Abraham beloofde”.
En:
“Men vermoedt dat de Refaïeten van Noachs zoon Sem afstammen en de semitische bevolking vertegenwoordigden waaraan de Kanaänieten hun beschaving en hun taal ontleenden.
De Refaïeten waren reuzen. De naam ‘Refaïet’ betekent waarschijnlijk ‘reus’, ‘held’. De oude bijbelvertalingen Septuaginta (Grieks) en Vulgata (Latijn) vertalen het woord ‘Refaieten’ meermalen door ‘reuzen’”[3].
De Refaïeten zijn in hun tijd een beeldbepalende stam in Kanaän. En juist Kanaän, dat land vol reuzen, is bestemd voor Gods volk. Die onderdanen van God zijn nu niet bepaald indrukwekkend. Veel meer dan een miezerig volkje is het feitelijk niet. Maar juist die onbetekenende natie overwint Og. Meer precies: de God van dat op het oog nietige volkje overwint Og!
Er is al wel eens gesuggereerd dat Og de langste mens aller tijden is geweest[4]. Maar het overwinnen van die fysieke macht is voor de God van het verbond slechts een simpel akkefietje!

De reus Og is legendarisch geworden.
Over hem doen de wildste verhalen de ronde.
Men vertelt: “Og is in het jodendom een van de talloze reuzen (…) die naast de mens de wereld bevolkten voordat er een zondvloed kwam waardoor de schepping vernietigd werd. Og was de enige van deze reuzen die de overstroming overleefde.

In een mythe werd het Og door Noach gegund om op het dak van de ark te gaan zitten, en gaf Noach hem ossen te eten. Volgens een andere mythe overleefde Og de vloed doordat het water niet hoger reikte dan zijn enkels.
Nadat de vloed zich had teruggetrokken werd Og verliefd op Sara de vrouw van Abraham. Dit leverde vijandschap op die culmineerde in een strijd met Mozes. Mozes leverde onder meer strijd met het volk van Edreï. Deze stad werd door Og overheerst, zo luidde het. Toen Og de vijandelijke troepen zag aankomen nam hij een berg en wilde die op Mozes gooien”.
Uiteindelijk “viel de berg op Og zijn schouders. Hij zat erin vast met zijn tanden en kon niet duidelijk meer zien. Mozes nam toen een bijl ter hand, sprong omhoog en hakte de enkels van de reus door. Toen viel Og neer en stierf”[5].
De conclusie ligt, wat mij betreft, voor de hand.
De mensheid doet niets liever dan menselijke macht een beetje aandikken. Mannen, vrouwen en kinderen genieten van grote verhalen. Daar worden ze blij van. Dat het allemaal sterk overdreven is… ach, een kniesoor die daar op let.

Wie Gods Woord leest, merkt alras dat de daverende macht van Og verschrompelt bij de autoriteit van de God van hemel en aarde.
Leest u maar even mee in Numeri 21: “Toen keerden zij zich om en vertrokken in de richting van Basan. En Og, de ​koning​ van Basan, trok uit hun tegemoet, hij en al zijn volk, tot de strijd, in Edreï.
Maar de HEERE zei tegen ​Mozes: Wees niet bevreesd voor hem, want Ik heb hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land. U moet met hem doen zoals u gedaan hebt met Sihon, de ​koning​ van de Amorieten, die in Hesbon woonde.
En zij versloegen hem, zijn zonen, en al zijn volk, zodat van hem niemand overbleef. En zij namen zijn land in bezit”[6].
In Numeri 21 zegt de Here: Ik heb hem in uw hand gegeven – dat is dus al geregeld. De veldslag is reeds volledig geregisseerd.

Dat Goddelijke wapenfeit heeft indruk gemaakt, daar kunnen we wel van op aan. Nehemia heeft het er ook over in het gebed dat hij in hoofdstuk 9 uitspreekt: “U hebt hun koninkrijken en volken gegeven en U hebt die hun toebedeeld als randgebied: zij hebben het land van Sihon, te weten het land van de ​koning​ van Hesbon, en het land van Og, de ​koning​ van Basan, in bezit gekregen”[7].
De dichter van Psalm 135 zingt er van:
“Hij versloeg vele volken
en doodde machtige koningen:
Sihon, de ​koning​ van de Amorieten,
en Og, de ​koning​ van Basan,
en al de koninkrijken van Kanaän.
Hun land gaf Hij als erfelijk bezit,
als erfelijk bezit aan Zijn volk Israël”[8].
En ook de psalmist van Psalm 136 wordt er Geestdriftig van:
“Sihon, de ​koning​ van de Amorieten,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
en Og, de ​koning​ van Basan,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Hij gaf hun land als erfelijk bezit,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
als erfelijk bezit aan Zijn dienaar Israël,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig”[9].
Laten we er maar van uit gaan dat de inname van Kanaän door de Israëlieten de toenmalige wereld heeft geschokt. Die ‘overname’ van Kanaän is welhaast spreekwoordelijk geworden!

Og, de koning van Basan: wij kennen hem allemaal.
Maar we kennen hem als de loser, de grote verliezer.
Zijn grootse kracht kon niet tegen de magnifieke almacht van God op. De Here God schuift dat grote bed van vier bij twee meter met één handbeweging aan de kant.

Voor de kerk gelden daarom even troostvolle als vermanende woorden van Psalm 97:
“De hemel wijd en zijd
meldt Gods gerechtigheid, blijft die alom vertolken.
Zijn luister zien de volken.
Aanbidt alleen de HEER, geeft aan geen beelden eer:
geen afgod houdt ooit stand, geen werk van mensenhand.
Buigt u dan voor Hem neer”[10].

Noten:
[1] Dat gebeurde in een preek van dominee M.A. Sneep. De preek ging over Psalm 135:5, en werd gehouden op zondagmorgen 2 juli 2017 in de eredienst van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Deuteronomium 3:11.
[3] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/R/Refaieten ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[4] Zie https://www.nd.nl/nieuws/opinie/ingezonden-brief-de-langste-mensen-aller-tijden.1180551.lynkx  ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Og ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[6] Numeri 21:33, 34 en 35.
[7] Nehemia 9:22.
[8] Psalm 135:10, 11 en 12.
[9] Psalm 136:19-22.
[10] Psalm 97:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.