gereformeerd leven in nederland

31 juli 2017

Hij gebiedt en ‘t is er

Het eerste boek van de Bijbel handelt over de schepping van de hemel en de aarde[1][2]. Bij die schepping is het uitgangspunt: God spreekt en ’t is er. “Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt”, zegt Psalm 33[3].

Over het ontstaan van hemel en aarde zijn door de jaren heen allerlei theorieën ontwikkeld.
Globaal zijn die theorieën als volgt in te delen.
“De eerste benadering is die van het geloof in Gods Woord, waarbij geloofd wordt dat God de hemel en aarde in zes dagen heeft geschapen. Daarbij wordt eraan vastgehouden dat het boek Genesis letterlijke historische gebeurtenissen beschrijft.
De tweede benadering is die waarbij men niet in God gelooft, maar zichzelf tot norm is, autonoom. Waarbij men alleen gelooft wat men in de natuur waarneemt en daaruit zelf conclusies trekt, het naturalisme. Daarbij hoort het uitgaan van een evolutieproces, dat zich heeft voltrokken over drieënhalf miljard jaren. In die tijd is ook het leven tot stand gekomen en zijn uit lagere levensvormen hogere levensvormen ontstaan. Met als eindproduct de mens.
De derde weg wil de eerste en tweede benadering combineren. Men maakt ruimte om te geloven dat het Scheppingsverhaal over zes dagen in werkelijkheid gaat over een evolutie in drieënhalf miljard jaren”[4].

Een deel van die theorieën dringt ook tot het Gereformeerde kerkvolk door. Wij moeten ons daarover geen illusies maken.
Een hoogleraar die lid is van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk zegt: “Maakt het zo veel uit of God alle soorten afzonderlijk heeft geschapen of dat ze er zijn gekomen door geleidelijke ontwikkeling? De wetenschap heeft daar goede verklaringen voor en ik heb geen reden die in twijfel te trekken. Mijn geloof is daardoor niet veranderd”[5].
Dat Gods Woord niet over zo’n geleidelijke ontwikkeling spreekt, is natuurlijk een probleem. Maar dat is, zo zegt men, oplosbaar als rekening wordt gehouden het het genre van Bijbelteksten. Dus: met de stijl van de tekst, met het soort tekst.
Er worden, kortom, creatieve oplossingen gezocht om Bijbelse gegevens aan te vullen.

Gereformeerden moeten, als het hierom gaat, helder en duidelijk zijn. Laten wij Psalm 33 maar naspreken:
“Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er”[6].

Waarom is het zo belangrijk om hieraan vast te houden?
Omdat, als wij dat loslaten, in feite heel Gods Woord op losse schroeven komt te staan.
In juni 2013 schreef ik daar reeds over: “Stél dat we het feit dat God de wereld schiep in twijfel trokken, dan stond er nog veel méér op losse schroeven.
Want wat geloven we dan nog over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?
In Openbaring 21 is de zee opeens helemaal verdwenen.
In datzelfde hoofdstuk komt er, langzaam doch gestadig, een complete stad naar beneden. Jeruzalem wordt niet van onderaf opnieuw opgebouwd. (…) Klaarblijkelijk wordt die stad in de hemel klaargemaakt, en vervolgens naar beneden gebracht.
Het dag- en nachtritme wordt doorbroken, want het duister wordt afgeschaft.
En in die stad staan wonderbomen die elke maand vruchten geven.
Ik vraag mij af: waarom zou men Genesis 1 niet, of niet helemaal, geloven en Openbaring 21 en 22 wel?”[7].

Wij moeten God op Zijn Woord geloven. Dat Woord is, van de eerste tot de laatste bladzijde, een eenheid.
Terecht schreef iemand: “de Griekse vertaling van het Oude Testament heeft daar hetzelfde begin als het Evangelie naar Mattheüs: ‘biblios geneseoos’, kortweg vertaald met: boek van de geboorten. (…) Als Mattheüs zegt dat hij het begin van de geschiedenis van Jezus Christus opschrijft, dan schrijft hij de vervulling van het Oude- op, de historie van Gods heil over de mensen, die in Genesis 1 is begonnen. Wie dus dat begin verkleint tot een ‘wijze van spreken’ en tot ‘mythe’ verklaart, die ontkent de letterlijke waarheid daarvan, maakt de schakel met de vervulling los en tast de Christus aan. Inderdaad: met Genesis staat en valt de Heilige Schrift”[8].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant R. Houwen (1924-2004) schreef in oktober 1994 het volgende.
“God werkte aan het eind van de beginperiode in zes ‘werk’-dagen de in Gen. 1:2 beschreven toestand weg. Maar Hij laat niet varen de werken van zijn handen; dat zijn in dit verband de hemel en de aarde, genoemd in Gen. 1:1. Zoals Hij op de ‘eerste’ aarde jaarlijks ‘het gelaat van de aardbodem vernieuwt’, Ps. 104:30, zo doet Hij dat bij de komst van de ‘nieuwe’ aarde definitief. De hof in Eden wordt tot de hofstad Nieuw-Jeruzalem.
Bij die hof was het goud van het land Havila, Gen. 2:11,12. In de hofstad zijn de huizen in goud opgetrokken, Openb. 21:18, en ligt het op de straat, Openb. 21:21. Bij die hof was de steen chrysopraas, Gen. 2:12, maar die vormt een van de twaalf fundamentstenen van de hofstad, Openb. 20:21. Zo gaat de ‘ruwbouw’ van de ‘nieuwe’ aarde eruit zien. Daarvan moeten we geen beeldspraak maken, evenmin als van ‘de nieuwe hemel’ of van ‘het geboomte des levens’ in Openbaring 21 en 22.
God is groot en wij begrijpen Hem niet, zei Elihu terecht, Job. 36:26. Maar Hij spreekt wel in menselijke taal, om ons te laten weten wat we nu al moeten en mogen weten”[9].
Waarvan akte!

Gereformeerden moeten, zo vinden heel veel mensen, met hun tijd meegaan. In zekere zin is dat waar.
Maar ik herhaal wat ik in november 2015 hier schreef: “Lang leve de verandering! (…). Oftewel: evolutie! Ga met je tijd mee, zo wordt ons dringend aangeraden.
In heel veel dingen kunnen we dat best doen. Maar als het erop aankomt, gaan we met Christus mee. De kerk volgt hem, dwars door de wereldgeschiedenis heen. Zij volgt hem tot in de hemel.
Die verandering is werkelijk ontzagwekkend groot. Zo groot dat niemand, werkelijk niemand, dat kan bedenken. Ook de grote denkers van de eenentwintigste eeuw niet”[10].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 33:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek): “Hij spreekt, zie, het staat. / Hij gebiedt en ’t is er. / Niets is er gewisser / dan des HEREN raad”.
[2] In de komende tijd zal ik, Deo Volente, op deze plaats een serie artikelen publiceren naar aanleiding van het Bijbelboek Genesis.
[3] Psalm 33:6 a.
[4] Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1567 ; geraadpleegd op maandag 10 juli 2017. Het citaat is van dominee S. de Marie, momenteel predikant van De Gereformeerde Kerk (hersteld) te Zwolle en omstreken.
[5] De spreker is professor dr. G. van den Brink. Hij is hoogleraar theologie en wetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet daar onderzoek naar de verhouding tussen geloof, theologie en (natuur)wetenschap. Geciteerd uit: Bart van den Dikkenberg en Maarten Stolk, “Worstelen met grote vragen”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 8 juli 2017, p. 2 en 3.
[6] Psalm 33:9.
[7] Zie mijn artikel ‘De aansporing van Genesis 1:1”, hier gepubliceerd op 25 juni 2013 . Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/06/25/de-aansporing-van-genesis-1-1/ .
[8] Deze woorden werden geschreven door mijn vader, H.P. de Roos te Haren, in een schets over Genesis 1:1 en 2. Die schets was voor mij een stimulans om een serie artikelen over het Bijbelboek Genesis te gaan schrijven.
[9] Dit artikel is te vinden op https://www.steunpuntbijbelstudie.nl/de-toekomst/ ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[10] Geciteerd uit mijn artikel ‘Met Christus mee’, hier gepubliceerd op dinsdag 3 november 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/11/03/met-christus-mee/ .

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.