gereformeerd leven in nederland

14 augustus 2017

God ziet naar ons om

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Genesis 15 is het beroemde hoofdstuk waarin God een prachtige belofte doet: “Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[1].
De Here sluit ook een verbond met Abram: “Weet wel dat uw nakomelingen ​vreemdelingen​ zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar ook zal Ik over het volk dat zij zullen dienen, rechtspreken en daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken. Maar ú zult in ​vrede​ tot uw vaderen heengaan; u zult in goede ouderdom ​begraven​ worden. De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol”[2].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant I. de Wolff (1901-1976) attendeert er in een schets op dat we hier drie dingen tegenkomen:
* vernedering vanwege het vreemdelingschap
* verlossing door gerichten
* motivering van het uitstel.
Het gaat, zegt dominee De Wolff, van lijden tot heerlijkheid[3]. We zien hier iets terug van de moederbelofte uit Genesis 3.

De Here zegt in Genesis 15 ook:
“Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de ​Eufraat: de Kenieten, de Kenezieten, de Kadmonieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Refaïeten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Girgasieten en de Jebusieten”[4].

De inhoud van die magnifieke verbondsbeloften is door de geslachten heen gedragen. Mozes gebruikt die beloften in Exodus 32 als pleitgrond om de Goddelijke toorn over de zonde van het gouden kalf af te wenden[5].
In Deuteronomium 10 gebruikt Mozes dit deel van de kerkgeschiedenis om zijn volksgenoten een extra stimulans te geven: blijf de Here dienen[6]!
In Romeinen 4 schrijft de apostel Paulus aan zijn lezers: wie God wil dienen, heeft geloof nodig, meer niet. Hij haalt Abraham als voorbeeld aan: “En hij (dat is Abraham) heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: zo zal uw nageslacht zijn”[7].
In Hebreeën 11 staat Abraham in de rij van geloofsgetuigen[8].
Zo mogen ook wij die unieke verbondsbeloften met ons mee dragen. Wij kunnen en mogen er van vertellen. Wij mogen het uitstralen: er komt een nieuwe toekomst aan!

In Genesis 16 blijkt dat Abram en Saraï die toekomst zelf willen organiseren. En wel via een slavin, Hagar. Menselijk gezien is dat best verklaarbaar. Abram en Saraï zijn al zeventigers geworden.
En toch is het kleingeloof. De Here heeft immers gezegd dat Hij Zelf voor nageslacht zal zorgen?
Het initiatief voor het zelf organiseren van de toekomst gaat uit van Saraï. Daarom doet deze geschiedenis denken aan het begin van de wereldhistorie. Immers, bij de zondeval speelt Eva een voorname rol.

In feite zien we hier echter het probleem waar de mensheid sinds de zondeval mee te kampen heeft: alle wereldburgers zijn doe-het-zelvers geworden. De mensen willen zichzelf redden. Zij willen voor hun eigen verlossing zorg dragen.
Voor mensen die Godsdienstig zijn, en heel hun leven aan God willen wijden, is de verleiding groot om naar perfectie te gaan streven. Want dan, als wij goed en vroom leven, dan komt het goed met ons. Maar dat is een groot misverstand!
We kunnen de slavin Hagar gerust het symbool van de doe-het-zelvers noemen. Paulus schrijft in Galaten 4: “Want er staat geschreven dat ​Abraham​ twee zonen had, een van de ​slavin, en een van de vrije. Maar hij die van de ​slavin​ was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte. Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is ​Hagar”[9].
Een dominee zei daarover eens in een preek: Hagar “vertegenwoordigt de weg van het Jodendom, van het Jeruzalem – nu. De weg van de Sinaï, van het doen van de werken van de wet, waardoor de mens zich een weg baant naar Gods Vaderhart. Een doodlopende weg”[10]. Veel duidelijker kan het niet, lijkt me!

Saraï is verongelijkt. Zij vernedert haar slavin.
Dat laat Hagar niet weer gebeuren! In een zekere nacht verdwijnt zij spoorloos.
Laten wij ’t maar duidelijk zeggen: de beide dames zijn, wat je noemt, in de fout gegaan. Saraï beledigt en grieft Hagar. Maar de minachting van Hagar is zondermeer heel gemeen.
Als de hemelse God niet ingrijpt, gaat Hagar in de woestijn ten onder. Maar de God van hemel en aarde komt tussen beide. Hij stuurt haar weer terug naar Saraï, haar meesteres.

De hierboven geciteerde dominee zei in zijn preek: “En als dan weldra Hagar weer aanklopt bij Saraï en Abram, vindt ze daar een gastvrij onthaal. Als wij zelf van het Godswonder op de been blijven, dan staan we niet boven een slaaf of slavin. Dan vergeven we elkaar de misdaden. Dan mag er ook liefde zijn onder elkaar. Dan worden geschonden relaties tussen een man en zijn vrouw, tussen een meesteres en haar slavin in ere hersteld”.

Lachaï-Roï. Zo gaan de mensen de put noemen waar de Here met Hagar spreekt.
Lachaï-Roï, dat betekent ‘de Levende die naar mij omziet’.
Het is, in zekere zin, opzienbarend dat Hagar nog leeft. Immers, niemand kan God zien en leven! Manoah, de vader van Simson, denkt ook dat zijn aardse leven zou worden beëindigd: “Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien”[11].
Hoe dat zij – het verhaal over de belevenissen van Hagar is klaarblijkelijk verder verteld. De mensen zeiden het tegen elkaar: Lachaï-Roï.

In de historie van Genesis 16 zit onder meer een attentiesein met betrekking tot ons gezinsleven.
Dat leven kent hoogte- en dieptepunten. Er zijn momenten waarop wij wellicht vragen: hoe moet dit toch verder? Het stellen van zulke vragen is niet verboden. Als we dan maar altijd uitkomen bij de naam van die put in de woestijn: Lachaï-Roï.
Want wij mogen het ook vandaag weten: God ziet naar ons om!

In Genesis 15 en 16 staan Goddelijke beloften tegenover menselijke tekorten. In die situatie komt Gods genade des te beter uit!

Noten:
[1] Genesis 15:5.
[2] Genesis 15:13-16.
[3] Ds. I. de Wolff, “Genesis II: 9 schetsen (Hoofdstukken 11:27-25:11). – Utrecht: Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland, 1971. – p. 25.
[4] Genesis 15:18-21.
[5] Exodus 32:13.
[6] Deuteronomium 10:22.
[7] Romeinen 4:18.
[8] Hebreeën 11:12.
[9] Galaten 4:22-24.
[10] Dit citaat komt uit een preek van dominee C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond). De preek gaat over Genesis 16:13. Bij het schrijven van dit artikel heb ik dankbaar van die preek gebruik gemaakt. De preek is te vinden via http://www.dsdenboer.refoweb.nl/ (Homiletica) ; geraadpleegd op donderdag 20 juli 2017.
[11] Richteren 13:22.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.