gereformeerd leven in nederland

29 september 2017

Zwaarwegend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het kerkelijk seizoen is weer begonnen. De verenigingen zijn gestart. De catechisaties zijn weer aan de gang. De commissies vergaderen weer. Kortom: de kerk is weer vol bedrijvigheid.
En waarschijnlijk zijn de eerste gramstorigheden over merkwaardige broeders, eigenaardige zusters en curieuze gebeurtenissen in de kerk alweer achter de rug.

In die omstandigheden ligt het wellicht voor de hand om ons als doel te stellen om ons in dit seizoen wat minder te ergeren.
Aan de kerkgangers.
Aan de besprekingen tijdens allerlei vergaderingen.
Aan sommige preken misschien zelfs.

Maar laten wij niet denken dat dit een seizoen zonder gramschap of kribbigheid gaat worden.
Ergernis is namelijk van alle tijden. Wrevel is altijd en overal.
En ja, die irritatie komen wij ook tegen in ook in Gods Woord.

Wij kunnen elkaar wijzen op Spreuken 27:
“Een steen is zwaar, het zand weegt veel,
maar zwaarder dan die beide is de ergernis over een dwaas”[1].

Wij kunnen ook naar Prediker 5 gaan: “Er is een ziekmakend kwaad dat ik zag onder de zon: rijkdom door zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad. Vergaan echter die rijkdommen door boosaardige praktijken, en verwekt hij een zoon, dan heeft die totaal niets in zijn hand. Zoals hij voortgekomen is uit de buik van zijn moeder, zal hij naakt terugkeren om te gaan zoals hij kwam. Hij zal van zijn zwoegen niets meenemen wat hij met zijn hand kan dragen. Daarom is ook dit een ziekmakend kwaad: op geheel dezelfde wijze als hij gekomen is, gaat hij heen. Welk voordeel heeft hij, dat hij zwoegt voor de wind? Al zijn dagen eet hij ook in duisternis. Veel verdriet had hij, bovendien had hij zijn ​ziekte​ en ergernis[2].

Korzeligheid zal er ook dit seizoen heus wel wezen.
Het is wel zaak om die in toom te houden. Dat is trouwens ook heel goed mogelijk.

Spreuken 27 waarschuwt voor overmoed:
“Beroem u niet op de dag van morgen,
want u weet niet wat een dag kan baren.
Laat een vreemde u prijzen en niet uw eigen mond,
een onbekende en niet uw eigen lippen”[3].
Menselijk inzicht is maar beperkt. Dikdoenerigheid mag daarom in de kerk niet aan de orde wezen. Wij behoren van elkaars wijsheid gebruik te maken.

In Prediker 5 krijgen we les over de manier waarop wij met God behoren om te gaan. Van daaruit wordt aandacht gevraagd voor relaties tussen mensen. Want die relaties staan rechtstreeks in verband met ontzag voor God.
Of u nu rijk bent of arm, u wordt door God geleid. Hij brengt u naar de toekomst.

Jazeker: of u nu uw laatste eurootje om moet draaien of met genoegen in uw geld zwemt, er is altijd wel iets waar u zich aan ergert.
Misschien gebeurt dat laatste zo vaak dat u geneigd ben te zeggen: eigenlijk ben ik niet zo geschikt voor het werk in de kerk. Troost u, dat is een vergissing.
Er is meer dan Spreuken 27. In Spreuken 28 staat namelijk:
“Wie de wet verlaten, prijzen de goddelozen,
maar wie de wet in acht nemen, gaan met hen de strijd aan.
Boosaardige lieden begrijpen het recht niet,
maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles”[4].

Hierboven citeerde ik al uit Prediker 5. Dat hoofdstuk zet in met de aansporing: “Wees niet te snel met uw mond, en laat uw ​hart​ zich niet haasten een woord te uiten voor het aangezicht van God. Want God is in de hemel en u bent op de aarde. Laat daarom uw woorden weinig in aantal zijn”[5].

Wij mogen en moeten leven onder leiding van de Verbondsgod.
Wie zo leeft, heeft niet overal de mond vooraan. Zo van: ik wil, ik moet…
Wie zo leeft wordt reuze bekwaam om in de kerk te werken.

Men hoort het wel eens over predikanten, ouderlingen of diakenen zeggen: hij is, bij nader inzien, niet zo geschikt om in het ambt te dienen.
Mede gelet op Spreuken 27, Spreuken 28 en Prediker 5 huldig ik het adagium: zolang ambtsdragers onder leiding van de Verbondsgod de Heilige Schrift blijmoedig openen en in alle bescheidenheid naspreken, doen zij in de kerk heel goed werk.

Laten wij de activiteiten in de kerk samen maar licht maken. En laat het belangrijkste – gehoorzaamheid aan Gods Woord – het zwaarst wegen.

Laat ik nog één keer een wijs woord uit het Bijbelboek Prediker citeren. En wel uit hoofdstuk 7: “Wees niet te snel geërgerd in uw geest, want ergernis rust in de boezem van dwazen. Zeg niet: Hoe komt het dat de dagen van vroeger beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zou u dat vragen. Wijsheid is goed met een erfelijk bezit: een voordeel voor hen die de zon zien”[6].

Noten:
[1] Spreuken 27:3.
[2] Prediker 5:12-16.
[3] Spreuken 27:1 en 2.
[4] Spreuken 28:4 en 5.
[5] Prediker 5:1.
[6] Prediker 7:9, 10 en 11.

28 september 2017

Evangelie versus evolutie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Levende fossielen zijn organismen die nu nog leven en welke nauwelijks zijn veranderd in de loop van de geschiedenis. Degenkrabben behoren tot de eens grote groep der Xiphosuridae, voorlopers van de spinnen, een groep welke 50 miljoen jaar geleden belangrijk was”.
Bovenstaand citaat is afkomstig van een website over de natuur in Nederland[1].
Onlangs werd in het noorden van Kenia een schedel van een mensaapje gevonden. Die schedel was, naar men zegt, dertien miljoen jaar oud[2].
Dertien miljoen jaar, vijftig miljoen jaar… u begrijpt: een miljoentje meer of minder, dat doet er in dit verband niet zo toe.
In kranten, in tijdschriften, op de televisie en bijvoorbeeld ook in attractieparken wordt de evolutietheorie ons opgedrongen.
Het lijkt mij geen luxe om er, ter afsluiting van een serie artikelen over het Bijbelboek Genesis, nog enige aandacht aan te geven[3].

Dat doe ik aan de hand van een aantal artikelen uit De Bazuin, het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken (hersteld).

De evolutietheorie is ten diepste een geloof.
Een Gereformeerde predikant schrijft terecht: “Maar óók zijn er geen harde bewijzen voor de evolutie-theorie in de natuur. Charles Darwin had geen enkele waarneming waarbij er evolutie plaatsvond van de ene diersoort naar de andere. Hij heeft dit gewoon bedacht. Hij zag verschillende dieren en kwam toen met zijn theorie. En zo is het nog steeds. Er is geen bewijs. Ja, er is wel op kleine schaal evolutie: zogenaamde micro-evolutie, die variaties geeft binnen een soort. Maar er is geen enkel bewijs van evolutie van de ene diersoort naar de andere toe, macro-evolutie. Ook niet in experimenten. In het laboratorium is nog steeds geen leven te maken uit iets wat niet leeft”.
En:
“…nog steeds verklaart de wetenschap deze leer als onbetwistbaar, en als enige toegestane visie in de wetenschap. Daarom is de evolutieleer een geloof, een onbewezen grondslag, een axioma. Ook al noemt dit evolutie-geloof zichzelf ‘wetenschappelijk’. Onze conclusie moet zijn dat de schepping naar Gods Woord en de evolutietheorie tegenover elkaar staan”[4].

Er zijn, globaal bezien, drie manieren om te spreken en te schrijven over de verhouding tussen wetenschap en geloof.
“1. De gelovige Bijbellezer. Hij zegt: als er in de biologie of in de geologie een spanning optreedt tussen de wetenschap en de Bijbel, dan heeft de Bijbel altijd gelijk.
2. De ongelovige. Deze zegt: bij spanning tussen de twee geef ik de wetenschap altijd gelijk.
3. De ontrouwe voorganger in de kerk of aan de theologische universiteit, hij wil de wetenschap en de Bijbel met elkaar ‘verzoenen’, met elkaar in overeenstemming brengen.
Dat doet hij als volgt: je erkent de oerknal, de miljoenen jaren, de tijdperken in plaats van dagen, en dat de mens voortkomt uit de aap. En daarna zeg je, dat God de Schepper is. God zou de ‘evolutie der dingen’ gebruikt hebben om tot zijn schepping te komen”[5].

Eén van de manieren om geloof en wetenschap in het kader van de evolutie met elkaar te verzoenen heet: de kadertheorie.
“Deze theorie gaat ervan uit dat elke dag van Genesis 1 een soort fotolijst is waarin iets van het grote verhaal van de schepping wordt weergegeven.
Door de meeste aanhangers van de kadertheorie wordt verdedigd dat de ‘beelden’ van dag 1-3 corresponderen met de ‘beelden’ van dag 4-6. En wel zo, dat wat op dag 1 geschapen wordt als ruimte, vervolgens gevuld wordt met de schepselen of vormsels van dag 4. Dag 1 en 4 gaan dan over hetzelfde gebeuren, dat zich in heel lange tijd heeft voltrokken. Dat geldt ook voor het koppel dag 2 en 5, en het koppel dag 3 en 6.
De dagen in deze theorie zijn wel ‘gewone dagen’, maar dan niet letterlijk historisch en zelfs niet in chronologische volgorde, in tijdsvolgorde. Het zijn plaatjes in een lijst, die iets vertellen. Daarbij is de volgorde minder belangrijk”.
Terecht constateert de man die het bovenstaande schrijft: “Wanneer de dagen van Genesis 1 en 2 worden tot een ‘vertelvorm’, is heel Gods schepping slechts een ‘verhaal’, geen feitelijke geschiedenis, en valt de vaste grond onder dit alles weg”[6].

Iedereen ontwikkelt zich toch, gedurende heel zijn leven? Kun je dan zomaar zeggen dat mensen in het geheel niet evolueren?
Iemand schrijft daar over: “…mensen passen zich in zekere zin aan. Als je ons nu vergelijkt met de mensen uit de Middeleeuwen, hebben wij in deze tijd hele andere vaardigheden nodig dan toen. Je ziet dat wij ons daaraan kunnen aanpassen in een heel korte tijd. Wij ontwikkelen onszelf ook daarin. Maar dat betekent tegelijkertijd dat wij niet wezenlijk anders zijn dan de mensen uit de Middeleeuwen. Wij kunnen wel ontwikkelen, maar we worden niet wezenlijk anders”[7].

Hoe komt het toch dat zoveel mensen tegenwoordig de mond vol hebben over evolutie?
Dat komt omdat de mensen steeds vaker centraal staan in het leven.
Terecht is gewezen op het humanisme als achtergrond van de evolutietheorie.
“Humanisme is afgeleid van het Latijnse woord humanus, menselijk, en een centraal begrip is dan ook humanitas, menselijkheid. Op de website van het Humanistisch Verbond valt te lezen welke levensbeschouwing humanisten hebben: ‘We zijn ervan overtuigd dat de mens tijdens de evolutie is ontstaan uit natuurlijke processen. Dit betekent dat mensen verbonden zijn met de natuurlijke wereld en dat ons leven net als ieder leven eindig is: we moeten het met deze wereld en met dit leven doen’”[8].

Gereformeerde mensen moeten zich door al dat evolutionaire geweld vooral niet van de wijs laten brengen.

De God van hemel en aarde wil dat wij in Hem geloven.
Dat wil niet zeggen dat er geen vragen over de schepping te stellen zijn. Hoe kan het dat er eerst licht geschapen is, en dat pas op de vierde scheppingsdag de zon, de maan en de sterren aan de hemel komen te staan?
Een wetenschappelijk verantwoord antwoord op die vraag is er niet. De Here vraagt geloof.

Wij moeten dat begin van het Bijbelboek Genesis maar gewoon laten staan: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht.
Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken”[9].

Wat is onze opdracht, in de eenentwintigste eeuw?
Iemand formuleert die opdracht als volgt: de Here “wil dat we goed voor zijn schepping zorgen. Dat we goed zorgen voor de dieren en de natuur. Hij wil geëerd worden om zijn schepping. Wij moeten en mogen de Here eren om alles wat Hij heeft gemaakt. In artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat dat de schepping net een prachtig boek is. Ook moeten we Hem loven voor al het goede dat Hij ons geeft in de schepping en de mooie dingen waarvan wij mogen genieten”[10].
Recreatie in optima forma!

Aldus beschouwd is het Bijbelboek Genesis heel rustgevend.

Noten:
[1] Geciteerd van http://waterwereld.nu/degenkrab.php ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[2] Zie https://www.volkskrant.nl/4510410 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[3] Dit is het laatste artikel in een serie over het Bijbelboek Genesis. Het eerste artikel in deze serie werd op deze plaats gepubliceerd op maandag 31 juli 2017. De serie is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/tag/genesis-schetsmatige-serie/ .
[4] Dat is dominee S. de Marie. Hij is predikant van De Gereformeerde Kerk (hersteld) te Zwolle. Dit citaat komt van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1567 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[5] Dit korte overzichtje werd gegeven door H. Griffioen. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/527 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[6] Deze uitleg is van dominee S. de Marie. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1570  ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[7] De schrijver in kwestie is Anne de Ruig. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1561 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[8] Het bovenstaand citaat komt uit een artikel van Eelco Bos. Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1595 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.
[9] Genesis 1:24-2:3.
[10] Deze formulering is van B. Dijkstra-Nijman. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1572 ; geraadpleegd op donderdag 17 augustus 2017.

27 september 2017

Gods werk gaat door

Het laatste deel van het Bijbelboek Genesis wordt gedomineerd door twee sterfbedden: dat van Jakob, en dat van Jozef.
Dat lijkt een treurig einde van deze geschiedenis. Gaat het eerste boek van de Bijbel, Genesis, nu als een nachtkaars uit?
Toch niet.
Want zowel Jakob als Jozef sterven in de Here. Dat wil zeggen: deze mannen geloven in het geloof dat Gods beloften waar zullen worden.
Terecht schrijft iemand: “Gods werk gaat door, ook als de mensen sterven”[1].

Op zijn sterfbed herhaalt Jakob nog eens zijn wensen ten aanzien van zijn begrafenis.
Een uitlegger schrijft hierbij: “Hieruit blijkt duidelijk zijn geloof in de opstanding en dat God de God van de opstanding is. Zijn hart is niet bij wat hij achterlaat, maar bij wat hem wacht in de opstanding”[2].

Als later Jozef sterft, zien we opnieuw iets van die toekomstverwachting.
“Ik ga sterven, maar God zal zeker naar jullie omzien en jullie uit dit land laten trekken naar het land dat Hij gezworen heeft aan ​Abraham, Izak en ​Jakob. En Jozef liet de zonen van ​Israël​ zweren: God zal zeker naar jullie omzien en dan moeten jullie mijn beenderen vanhier meenemen”[3].
Bij het verbondsvolk horen – dat is de diepste wens van Jozef.

Het is, meen ik, van het hoogste belang om ons het bovenstaande goed te realiseren.
Dat geldt voor bejaarde kinderen van God. Maar het geldt evenzeer voor de wat jongere mensen in de kerk.
Immers, bij onze doop is het al gezegd: “Laat het door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten. Geef dat het op de jongste dag voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon, met vrijmoedigheid zal verschijnen, door Hem, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen”[4].

In het bovenstaande zien we de grondhouding van Jakob omschreven.
Ja, wij vinden er ook de attitude van Jozef in terug.
Gelovige daadkracht – dat is het kenmerk van onze broeders in het geloof.

Als Jakob is gestorven zijn de broers beducht voor wraak van Jozef.
Jozef troost Zijn broers echter. Hier is, zegt hij, sprake van Goddelijk beleid. Nee, dat beleid is lang niet altijd makkelijk te doorzien. Maar één ding is zeker: de Here werkt met geweldige kracht aan de komst van Zijn Koninkrijk. Ja, ook al in het Bijbelboek Genesis.
Zeker, indertijd hebben de grove misdaad gepleegd door Jozef simpelweg te verkopen. Jozef praat dat heus niet goed. Maar hij is wel vergevingsgezind.
Een dominee zei in een preek over Genesis 50 eens: “Door de kronkelpaden van de broers heen ging God een weg van redding en heil voor Zijn volk, de broers voorop. Nee, dat hadden ze niet verdiend. Dat is vrije genade van God”[5].
De dominee had dat goed gezien.
Welnu, Jozef begrijpt dat beter dan wie ook.
En ook wij moeten inzien dat de God van het verbond de weg naar de toekomst plaveit. Die weg is ook anno Domini 2017 nog open. Toegegeven: het is de smalle weg. Maar de toekomst wenkt!

Toekomstgerichtheid: dat is, goed beschouwd, het kenmerk van het Bijbelboek Genesis.
In dit deel van de Heilige Schrift vinden wij tien toledooth.
Iemand noteerde: “‘Genesis’ is een Grieks woord, dat betekent: geboorte, ontstaan, schepping. Het Hebreeuwse woord, waarvan dit een vertaling is, luidt: ‘toledooth’. Dat woord komt overal in Genesis voor, waar de Heilige Geest een nieuw hoofdstuk begint. Dat is voor het eerst het geval in 2 vers 4. In de Statenvertaling staat daar: ‘Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde’. In de NBG-‘51 is vertaald: ‘Dit is de geschiedenis van de hemel en van de aarde’. De HSV heeft: ‘Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam’. Al die verschillende vertalingen bewijzen wel hoeveel er in die Hebreeuwse term zit. Maar daarin zit vooral een schakel, een ‘link’ in de taal van tegenwoordig, naar het Nieuwe Testament. Want de Griekse vertaling van het Oude Testament heeft daar hetzelfde begin als het Evangelie naar Mattheüs: ‘biblios geneseoos’, kortweg vertaald met: boek van de geboorten”[6].
Boek van de geboorten: Genesis is vooral een boek van toekomstverwachting.

Het Bijbelboek Genesis kan als volgt worden ingedeeld:
vanaf hoofdstuk 2:4 de toledooth van de hemel en de aarde
vanaf 5:1 de toledooth van Adam
vanaf 6:9 de toledooth van Noach
vanaf 10:1 de toledooth van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth
vanaf 11:10 de toledooth van Sem
vanaf 11:27 de toledooth van Terah
vanaf 25:12 de toledooth van Ismaël
vanaf 25:19 de toledooth van Isaäk
vanaf 36:1 de toledooth van Esau
vanaf 37:2 de toledooth van Jakob.
De scheppende God stuwt de wereldhistorie voort.
En waar gaat het heen? Preciezer gezegd: waar gaat Hij met ons heen?
Wij zijn op weg naar het nieuwe Jeruzalem. U weet wel: die prachtige stad uit Openbaring 21. Ik citeer: “En ik, Johannes, zag de ​heilige​ stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de ​tent​ van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[7].

Op dat heil mogen Gods kinderen zich verheugen.
Het is daarom zonneklaar dat Psalm 104 niet overdreven is:
“De aarde wordt van alle zondaars rein,
de goddelozen zullen niet meer zijn.
Loof, halleluja, loof, mijn ziel, den HERE,
alles in allen zal Hij triomferen”[8].

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer www.hogerhoning.nl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[2] Die uitlegger is Gert Slings, eigenaar van de website www.hogerhoning.nl .
[3] Genesis 50:24 en 25.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen”. In: Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.
[5] De predikant in kwestie is dr. H.J.C.C.J. Wilschut. Deze dominee is momenteel predikant in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk. Tot december 2013 was hij predikant in het verband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De preek is te vinden op https://www.yumpu.com/nl/document/view/17599791/preek-over-genesis-50-15-21-hjccjwilschutnl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[6] Deze woorden werden geschreven door mijn vader, H.P. de Roos te Haren, in een schets over Genesis 1:1 en 2.
[7] Openbaring 21:2-5.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 104:10 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

26 september 2017

Gelovig en vasthoudend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe kennen wij het Evangelie van de Middelaar?

De Heidelbergse Catechismus doet ons dat in Zondag 6 helder uit de doeken.
“Uit het heilig evangelie. God heeft dat eerst zelf in het paradijs geopenbaard. Daarna heeft Hij het door de heilige aartsvaders, en profeten laten verkondigen. Ook heeft Hij dat evangelie van tevoren laten afbeelden door de offers en andere schaduwachtige gebruiken die Hij in de wet had voorgeschreven. Tenslotte heeft Hij het door zijn eniggeboren Zoon vervuld”[1].

Gods Woord, de Heilige Schrift, is waar.
Voor ieder gelovig mens is daarom de grote lijn in de geschiedenis duidelijk.
Maar dat  woord ‘gelovig’ moeten wij, dunkt mij, goed vasthouden.

De wereld om ons heen spreekt namelijk heel anders over christenen.
Christenen zijn, naar men zegt, streng.
Christenen zijn, zo vertellen volksgenoten ons met niets ontziende ijver, intolerant.

De Volkskrant publiceerde op vrijdag 30 juni 2017 het volgende overzicht.

Strenge christenen

Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) 72.562
Gereformeerde Gemeenten 107.650
Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) 118.406
Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) 18.000
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) 24.318
Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) 32.925
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) 1500
Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) 1400
Hersteld Hervormde Kerk (HHK) 58.952
Protestantse Kerk in Nederland (PKN): van de 2 miljoen leden hoort volgens de PKN zelf 13 procent tot het conservatievere deel 260.000
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (VGKiN) 2235
Migrantenchristenen 800.000
Evangelische christenen 500.000
Leger des Heils 5.299
Zevende-dags Adventisten 5.387
Jehova Getuigen 30.000
Totaal: 2.038.634

U ziet wel dat er volgens de Volkskrant aardig wat ‘strenge christenen’ zijn. De schatting van het aantal DGK-leden lijkt aan de hoge kant. En trouwens: zelfs de Jehova Getuigen worden meegeteld.

Dat daargelaten: opvallend is dat het standpunt ten aanzien van mensen met een homoseksuele geaardheid zo ongeveer normatief lijkt te zijn.
Ik citeer weer:
“Van de frequente kerkgangers staat 26 procent negatief tegenover homoseksualiteit, en 42 procent positief (de resterende 32 procent zit ertussenin). Omgerekend zou dat neerkomen op ongeveer een miljoen christenen die (…) ‘heel veel vragen’ hebben over de positie van homo’s – waaronder 400 duizend christenen die homoseksualiteit ronduit afwijzen. Dat zijn getallen die opeens opvallend dicht in de buurt komen komt van de SGP-aanhang”.

De toelichting van het overzicht in de Volkskrant eindigt met de constatering:
Er zijn veel “aanwijzingen dat ons land inderdaad twee tot drie keer méér intolerante christenen telt dan intolerante moslims. Het percentage christenen dat problemen heeft met homo- en vrouwenrechten is weliswaar veel kleiner dan het percentage intolerante moslims, maar omdat er in ons land zoveel meer christenen zijn, is dat kleine percentage in absolute aantallen groter dan het totaal aantal intolerante moslims”[2].

Onverdraagzaam en gevoelloos: dat zijn kernwoorden als het over de karakterisering van veel christenen gaat.

Op het plakken van dergelijke ‘etiketten’ kunnen wij het beste maar reageren met het Woord van God.
Daarbij is de kernkwestie echter dat wij eerst en vooral moeten geloven wat in dat Woord gezegd wordt.

Graag wijs ik u op Johannes 5: “Denk niet dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; die u aanklaagt, is Mozes, op wie u uw hoop gevestigd hebt. Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?”[3].
Ergens las ik over Mozes: “Op basis van het Bijbelse verslag over Mozes, zijn in het jodendom en christendom diverse beelden ontwikkeld, maar traditioneel is het van wetgever, degene die Israël de wil van de enige God JHWH heeft verkondigd en in de Thora vastgelegd. Dit traditionele beeld heeft na historisch onderzoek geen stand kunnen houden”[4]. Hoe betrouwbaar dat historisch onderzoek is, is een heel ander verhaal. En één ding is zeker: als je zo begint, is het einde zoek. Want wat geloof je dan nog wel?
Men kan niet met droge ogen volhouden dat de mensen vanouds nooit voor dergelijk ongeloof gewaarschuwd zijn. Handelingen 3 bewijst ons al dat dat niet waar is.
Ik citeer uit een toespraak die Petrus houdt: “Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. En ook al de profeten vanaf Samuël en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd”[5].
Petrus spreekt het onomwonden uit: het is altijd al gezegd, geloof het dan eindelijk eens!

De apostel Paulus schrijft in Romeinen 1 over het Evangelie van God “dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften”[6].
Dat is zijn inzet. Daar gaat hij de christenen in Rome over schrijven.

Het kan duidelijk zijn: de kloof tussen geloof en ongeloof is van alle tijden.
Wat eigenlijk ‘ongeloof’ zou moeten heten, typeren veel mensen als: soepel omgaan met Bijbelse gegevens.
Wat eigenlijk ‘ongeloof’ zou moeten heten, typeren veel mensen als: anders lezen van de Bijbel

Laten wij maar blijven vasthouden: onze Heiland torent ver boven aardse zin en onzin uit.
Hij woont immers in de hemel?
Laten wij het maar eenvoudig met Hebreeën 1 belijden: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen”[7].

Dan kunnen wij met David, de dichter van Psalm 108, instemmen:
“Ja, hoger dan het hemels blauw
is, HEER, uw goedheid en uw trouw”[8].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 19.
[2] Zie https://www.volkskrant.nl/wetenschap/nederland-telt-meer-intolerante-christenen-dan-intolerante-moslims-klopt-dit-wel~a4503597/ ; geraadpleegd op woensdag 16 augustus 2017.
[3] Johannes 5:45, 46 en 47.
[4] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Mozes ; geraadpleegd op woensdag 16 augustus 2017.
[5] Handelingen 3:22, 23 en 24.
[6] Romeinen 1:2.
[7] Hebreeën 1:1, 2 en 3.
[8] Psalm 108:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

25 september 2017

Het heil komt van de Here

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wie oud is, kijkt terug op zijn leven. Wat waren de hoogtepunten? Waar ging het mis?
Dat doet Jakob in Genesis 49 ook.
Maar Jakob doet meer.
Hij kijkt ook vooruit. Hij ziet wat zijn nageslacht te wachten staat. Opnieuw is Jakob profetisch bezig.
Nee, we kunnen niet precies zeggen of en wanneer alle profetieën werkelijkheid geworden zijn. Dat komt omdat we over de historie de verschillende stammen doormaken, onvolledig zijn ingelicht.
De Here vindt het echter blijkbaar noodzakelijk dat wij weten wat de laatste woorden zijn die Jakob tegen zijn zonen zegt.

Jakob herinnert eraan dat Ruben zich heeft vergrepen aan de bijvrouw van Jakob, Bilha[1].
Dergelijke ontrouw draag je je hele leven mee. De gevolgen van zulke trouweloosheid zijn vaak ook levenslang zichtbaar. Niet voor niets lezen wij in Spreuken 6:
“Wie met een vrouw ​overspel​ pleegt, is zonder verstand.
Wie dat doet, richt zijn ziel te gronde.
Plaag en schande zal hij vinden
en zijn smaad zal niet uitgewist worden”[2].
Dat zouden velen in 2017 ook wat vaker moeten bedenken!

Jakob kijkt nog wat verder terug. Hij richt zijn blik op de treurige historie van Sichem[3].
Als mensen onbeteugeld hun gang gaan, komt het van kwaad tot erger. En dat kan met zondige mensen zomaar gebeuren!
Ook voor ons is het daarom van belang om Psalm 1 voor in ons hoofd te houden:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt”[4].

Juda heeft het zevende gebod ook op grove wijze overtreden. Maar daar maakt Jakob geen woorden aan vuil.
Jakob zegt: het toekomstig leiderschap van Juda zal zich ten volle ontplooien. En wel in de geboorte van de Messias, onze Heiland.
Juda is iemand die door de Verbondsgod uitverkoren is, een uitgekozene. En daarom geldt voor hem wat de apostel Paulus in Romeinen 8 noteert: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders”[5].

Er zijn heel wat zonen die niet erg vleiend worden toegesproken.
Issaschar wordt bijvoorbeeld getekend als een bonkige ezel.
Jakobs zoon Dan wordt getypeerd als een slang op de weg en een adder op het pad.
Gad lijkt wel voortdurend op oorlogspad.
Benjamin wordt gekarakteriseerd als een verscheurende wolf[6].
Het bovenstaande klinkt, om het maar zachtjes uit te drukken, niet erg complimenteus.
We moeten niet vergeten dat Jakob hier profetisch bezig is. Het gaat er niet niet om dat hij zijn zonen moed moet inspreken, of over de bol dient te aaien. Jakob is hier een woordvoerder van God.

Maar is daarmee alles gezegd?
Nee, dat niet. Want middenin zijn betoog zegt Jakob: “Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!”[7].
Vader Jakob lijkt te treuren om het leed dat hij moet aanzeggen.
Maar zijn geloof wankelt niet.
Midden in al die tegenspoed blijft Jakob het belijden: ik verwacht hemelse bescherming!
Daarin klinkt iets van de antithese door, de kloof tussen kerk en wereld.
Jesaja tekent die kloof in hoofdstuk 45 heel duidelijk uit: “Zij allen zullen beschaamd en ook te schande worden, tezamen zullen zij met smaad weggaan, de makers van ​afgodsbeelden. Israël echter wordt door de HEERE verlost: een eeuwige verlossing. U zult niet beschaamd en niet te schande worden, voor eeuwig niet, nooit!”[8].
Die kloof ziet Jakob heel duidelijk voor zich. En hij weet: van Hem moeten wij het verwachten.
Jakob kijkt verder dan zijn eigen hemelleven. Hij heeft het net gezegd: “De ​scepter​ zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen”[9]. Jakob behoort die verzameling mensen waarover de Hebreeënschrijver meldt: “Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij ​vreemdelingen​ en bijwoners op de aarde waren”[10].

In 2017 weten wij natuurlijk meer.
Onze Heiland is op aarde gekomen. Hij heeft geleden, is gestorven en ook weer opgestaan. Hij is opgevaren naar de hemel. En wij geloven het: “vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”[11].
Wij wachten nog op de voltooiing van de heilshistorie.
En laten wij maar eerlijk wezen: soms vliegt de ellende in onze wereld ons aan.
Denkt u alleen maar aan de vele voedselschandalen die we kennen. Niet zo lang geleden mochten we even geen eieren meer eten. Heel veel eieren bleken besmet met het voor mensen schadelijke fipronil[12]. Ach, u kent die voedselschandalen wel: diepvriesnasi en diepvriesspinazie die verontreinigd zijn met nitriet uit het koelsysteem van Iglo-bestelwagens, de BSE-crisis, paardenvlees dat met rundvlees vermengd is – er is zoveel waar we ons zorgen over kunnen maken[13].
Door alles heen mogen wij het blijven belijden:
“Maar het heil van de rechtvaardigen komt van de HEERE,
hun kracht ten tijde van benauwdheid”[14].

Nog één keer ga ik in dit artikel terug naar Genesis 49.
Aan het einde van de eerste perikoop lezen wij: “Hij zegende hen, elk met een eigen ​zegen”[15].
Een uitlegger noteert daarbij: “Hoewel Ruben, Simeon en Levi straf hebben aangezegd gekregen, hebben zij toch gedeeld in de zegeningen van het Verbond, die God aan zijn volk zou schenken. Zeker, als je bedenkt dat hier de weg naar de Christus via Juda wordt opgehouden. De zegeningen zijn niet alleen stoffelijk, maar veel meer geestelijk”[16].
Ja, ook voor kerkmensen in 2017 geldt voluit dat woord uit Efeziërs 1: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke ​zegen​ in de hemelse gewesten in ​Christus”[17]!

Noten:
[1] Zie Genesis 35:22. Zie ook mijn artikel ‘De misstap van Ruben’, hier gepubliceerd op maandag 5 oktober 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/10/05/de-misstap-van-ruben/ .
[2] Spreuken 6:32 en 33.
[3] Zie Genesis 34.
[4] Psalm 1:1 en 2.
[5] Romeinen 8:28 en 29.
[6] In het bovenstaande gebruik ik onder meer http://oudesporen.nl/Download/OS1004.pdf ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[7] Genesis 49:18.
[8] Jesaja 45:16 en 17.
[9] Genesis 49:10.
[10] Hebreeën 11:13.
[11] Geciteerd uit de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[12] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Fipronil ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[13] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Voedselschandaal ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[14] Psalm 37:39.
[15] Genesis 49:28.
[16] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ .
[17] Efeziërs 1:3.

22 september 2017

De zegen van het verbond

In Genesis 48 nadert het einde van het aardse leven van Jakob. Hij erkent de zonen van Jozef, Manasse en Efraïm, als zijn eigen zonen.

Een uitlegger schrijft: Jozef “kiest (…) voor het heilige geslacht. Hij hoort van de ziekte van vader Jakob. Daarom gaat hij hem bezoeken. En het opvallende is: hij neemt zijn beide zonen mee. Het wordt nu de tijd van afscheid nemen. Jakob zal binnenkort sterven.
En in deze situatie wil Jozef goed laten uitkomen, dat hij tot de kerkfamilie gerekend wil worden. Met zijn zonen! Als die in alles Egyptenaar blijven, betekent dit hun ondergang in heidendom en ongeloof. Ze hebben wel een Egyptische moeder, maar Jozef weet, dat ze tot het Verbond behoren. Als Jakob straks een zegen gaat uitspreken, zullen zij in die zegen delen”[1].
Jozef doet hier dus een geloofskeuze.
En daarin volgt hij zijn vader. Dat zal hieronder nog nader blijken.

Jozef had ook kunnen zeggen: de Here heeft mij in Egypte geplaatst, dus word ik nu een Egyptenaar. Maar dat zegt hij niet.
Overigens is het ook anno Domini 2017 op het kerkplein een veel gehoorde redenering: de Here heeft ons hier geplaatst, dus wij mogen hier niet weg. Ten diepste betekent dat: een geloofskeuze wil ik nu niet maken. Gelet op de inhoud van Genesis 48 mogen we dat laatste, wat mij betreft, gerust opmerkelijk noemen!

Er gebeurt iets bijzonders met Efraïm en Manasse.
Voor het gemak citeer ik even: “Daarna nam Jozef hen beiden: Efraïm aan zijn rechterhand – voor ​Israël​ was dat links – en Manasse aan zijn linkerhand – voor ​Israël​ was dat rechts. Zo liet hij hen dichter bij hem komen. Maar ​Israël​ stak zijn rechterhand uit en ​legde​ die op het hoofd van Efraïm, hoewel deze de jongste was, en hij ​legde zijn linkerhand op het hoofd van Manasse. Hij kruiste zijn handen, hoewel Manasse de ​eerstgeborene​ was. En hij zegende Jozef en zei: De God voor Wiens aangezicht mijn vaderen, ​Abraham​ en Izak, gewandeld hebben, de God Die mij als ​herder​ geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag, de ​Engel, Die mij verlost heeft van al het kwaad, zegene deze jongens, zodat door hen mijn naam en de naam van mijn vaderen, ​Abraham​ en Izak, genoemd zal blijven en zij in het midden van het land in menigte zullen toenemen.
Toen Jozef zag dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm ​legde, was dat kwalijk in zijn ogen. Daarom greep hij de hand van zijn vader om die te verleggen van het hoofd van Efraïm naar het hoofd van Manasse. Jozef zei tegen zijn vader: Niet zó, mijn vader, want dit is de ​eerstgeborene. ​Leg​ uw rechterhand op zijn hoofd. Maar zijn vader weigerde het en zei: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het. Ook hij zal tot een volk worden, ook hij zal aanzien krijgen; maar toch zal zijn jongste broer meer aanzien krijgen dan hij, en zijn nageslacht zal tot een grote menigte van volken worden”[2].
Jakob is hier profetisch bezig.
In Numeri 1 kunnen we al iets van die zegen zien. Daar blijkt de stam Efraïm groter te zijn dan Manasse. Bij Efraïm telt men 8300 man meer[3].

Jozef krijgt, via Efraïm en Manasse, een dubbel deel van de erfenis.
Dat dubbel deel komt eigenlijk aan Ruben toe. Dat dubbel deel krijgt Ruben echter – zo later blijken – niet, omdat hij vreemd is gegaan met Bilha, een bijvrouw van zijn vader[4].

Hierboven noteerde ik: Jakob is in Genesis 48 profetisch bezig. Dat wil eerst en vooral zeggen dat hij gelovig doende is.
De Hebreeënschrijver memoreert dat in hoofdstuk 11 ook: “Door het geloof heeft ​Jakob​ bij zijn sterven ieder van de zonen van ​Jozef​ gezegend en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf”[5].

Efraïm en Manasse worden door vader Jakob gezegend.
Betekent dat vanaf nu alles voorspoedig zal gaan? Is het vanaf heden enkel excelsior, steeds hoger?
Zeker niet.
Maar het betekent wel dat de Here Zijn verbond gedenkt.

Een predikant uit de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk schrijft: “Men kan zich afvragen: waarom deze aparte zegening van Jozefs kinderen? Wil vader Jakob hen voortrekken, omdat zij kleinkinderen zijn van zijn lieve Rachel (…), die zo vroeg was gestorven? Of is het omdat Jakob in zijn kleinkinderen eigenlijk ook kinderen van Rachel ziet, naar wie zij zo vurig verlangde? Ik meen dat het veeleer zo is dat Jakob Jozefs zonen, geboren uit een heidense moeder, onder de zegen van het verbond gebracht wil hebben, net als alle andere kleinkinderen van Jakob. In feite krijgt Jozef in hen een dubbele zegen”[6].

De stam Efraïm zal later een belangrijke rol spelen bij de verovering van Kanaän. Jozua, de opvolger van Mozes, is uit Efraïm afkomstig[7].

Er is meer.
Laten wij enkele verzen uit Jeremia 31 lezen. Daar wordt het noordelijk rijk als Efraïm aangeduid. Ik citeer: “Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt: U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf. Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, want U bent de HEERE, mijn God. Want nadat ik bekeerd was, heb ik ​berouw​ gekregen. Nadat ik met mijzelf bekend ben gemaakt, heb ik mij op de heup geslagen. Ik ben beschaamd, ja, ook te schande geworden, omdat ik de smaad van mijn jeugd meedraag. Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem. Daarom is Mijn binnenste onrustig over hem, Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt de HEERE”[8].
Efraïm wordt een lievelingskind genoemd.
Het wordt beschouwd als een verbondskind.

Efraïm, dat betekent: dubbel vruchtbaar[9]. Vader Jozef kan in Egypte met vrucht zijn werk doen. Efraïm is ook één van een tweeling.
Vader Jozef gelooft het vast: verbondskinderen worden niet zomaar afgedankt!
Om op bekende woorden uit 1 Corinthiërs 1 te variëren: de zwakke Efraïm, geboren in Egypte, heeft God ​uitverkoren​ om het sterke te beschamen[10].

Nog één keer werpen we een blik op Genesis 48.

Door alles heen blijft Jakob altijd een kind van God.
Op bergen en in dalen dient Jozef altijd de God van het verbond.
Wat moeten wij met die wetenschap doen, vandaag?
Er is, dunkt mij, alle reden om het geloofsvoorbeeld van Jakob en Jozef in onze tijd te volgen.
Dan mogen wij met de apostel Paulus in 2 Timotheüs 4 belijden: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Noten:
[1] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 5 augustus 2017.
[2] Genesis 48:13-19.
[3] Zie Numeri 1:33 en 35; Numeri 2:19 en 21.
[4] Zie Genesis 35:22 a: “En het gebeurde, toen ​Israël​ in dat land woonde, dat ​Ruben​ ging en met ​Bilha​ sliep, de ​bijvrouw​ van zijn vader; en ​Israël​ kwam dat te weten​”. Daarover schreef ik in mijn artikel ‘De misstap van Ruben’, hier gepubliceerd op maandag 5 oktober 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/10/05/de-misstap-van-ruben/ .
[5] Hebreeën 11:21.
[6] Die predikant is dominee C. den Boer, “Efraïm en Manasse gezegend” (rubriek: ‘Bijbeltekst begrepen’). In: De Waarheidsvriend, donderdag 20 maart 2008, p. 19. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[7] Zie Numeri 13:8 en 16.
[8] Jeremia 31:18, 19 en 20.
[9] Zie hierover ook http://christipedia.nl/Artikelen/E/Efraim ; geraadpleegd op zaterdag 5 augustus 2017.
[10] Zie 1 Corinthiërs 1:27: “Maar het dwaze van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om het sterke te beschamen”.
[11] 2 Timotheüs 4:18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.