gereformeerd leven in nederland

31 oktober 2017

Reformatie volgens Zondag 11

Op deze dinsdag, 31 oktober 2017, is het Hervormingsdag. Vijfhonderd jaar is het vandaag geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen publiceerde. Stellingen waarin hij zich keerde tegen misstanden in de Rooms-katholieke kerk.

Op dinsdag 31 oktober 1972 schreef de commentator in het Nederlands Dagblad onder meer:
“Vandaag het in veel kerkelijke gemeenschappen, ook in ons eigen land, erger gesteld dan in de roomse kerk van 1517.
Een opkomende vloed van neo-modernisme dreigt schier alles te overspoelen. De klassieke reformatorische belijdenisgeschriften worden openlijk weersproken, het Woord van God vervlakt en verknoeid tot een puur horizontalistisch maatschappij-kritisch pamflet. Artikel 28 N.G.B. behoort nog altijd tot de officiële grondslag van veel uit de reformatie voortgekomen kerken. Daarin lezen we over de kerk: ‘Zo is het ambt aller gelovigen. volgens het Woord Gods, zich af te scheiden van degenen, die niet van de Kerk zijn, en zich te voegen tot deze vergadering, hetzij op wat plaats dat God ze gesteld heeft: ook ofschoon het zo ware, dat de Magistraten en plakkaten der Prinsen daar tegen waren, en dat de dood of enige lichamelijke straf daaraan hing. Daarom, al degenen die zich van haar afscheiden of niet daarbij voegen, die doen tegen de ordinantie Gods’.
Ze hebben het waargemaakt, onze reformatorische vaderen! Zij hebben het waargemaakt wat hier in de met martelaarsbloed geschreven confessie als hun en ónze belijdenis staat opgetekend.
Vandaag staat er geen doodstraf of enige andere straf meer op het zich afscheiden van een kerk die zich van haar dwalingen niet wil bekeren, en het zich voegen bij een vergadering die zich gedraagt naar het zuivere Woord Gods. Waar blijft bij duizenden bezwaarden en verontrusten die daad van gehoorzaamheid?”[1].

Het is, ook in de situatie van 2017, belangrijk om die vraag te beantwoorden.

Afgelopen zondag, 29 oktober, ging het in een kerkdienst die ik bijwoonde over Zondag 11 uit de Heidelbergse Catechismus. Die luidt als volgt.
“* Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Verlosser, genoemd?
Antwoord: Omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is.
* Geloven zij dan wel in de enige Verlosser Jezus, die hun behoud en welvaart bij de heiligen, bij zichzelf of ergens anders zoeken?
Antwoord: Nee, maar zij verloochenen met de daad de enige Verlosser Jezus, ook al roemen zij met de mond in Hem. Want één van beide: òf Jezus is geen volkomen Verlosser, òf zij die deze Verlosser met waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben wat voor hun behoud nodig is”[2].
Het lijkt mij dat de lessen van Zondag 11 onze daad van gehoorzaamheid wel een beetje makkelijker maken.

Wij hebben, als het goed is, alles in Hem wat voor ons behoud nodig is. Daar hoeft niets meer bij.
De inhoud van Gods Woord wordt, als het goed is, niet gecorrigeerd of aangevuld door de cultuur. Natuurlijk, de uitleg van de Bijbel gebeurt in hedendaags Nederlands; en dat is maar goed ook. Maar de boodschap van Gods Woord verandert niet door ons cultuurbepaald gediscussieer.
Bevindelijkheid of beleving is op het kerkplein zeker niet het belangrijkste. De sfeer in de kerkdiensten en onze ervaringen op zondag staan, naar wij mogen hopen, niet op plaats één op de lijst der prioriteiten. Want daar staan Gods Woord, en de consequenties die dat Woord voor ons doen en laten hebben moet.

Ook in 2017 moeten wij hervormd worden.
Ge-re-formeerd, zo u wilt.
Er moet dagelijkse bekering wezen.
In de dienst aan God moeten we ons zelf offeren. Op-offeren. Weg-cijferen, zo u wilt.
In de Bijbel lezen we dat de Farizeeën de godsdienst steeds vaker uit een oceaan van regels en voorschriften lieten bestaan: “Want zij binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren”[3].
Mede daarom zegt Jezus in Mattheüs 11: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven”[4].

Hervormingsdag, dat betekent in ieder geval: weg met de drukte in de eredienst.
Ban de persoonlijke vindingrijkheid uit.
Probeer niet origineel te zijn, met drama en theater. Of met leuke bandjes en met prettig ogende sketches.
Laat het Evangelie verkondigd worden. Laat de prediking actueel en Geest-driftig wezen.
Dat geeft rust in de kerk!

Noten:
[1] “Hervormingsdag”. Hoofdartikel in: Nederlands Dagblad, dinsdag 31 oktober 1972, p. 1.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, vragen en antwoorden 29 en 30.
[3] Mattheüs 23:4.
[4] Mattheüs 11:28.

30 oktober 2017

Begraven of cremeren?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het lichaam wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht”.

Een zwaar geladen woord is dat. Het staat in 1 Corinthiërs 15[1]. Wie dat woord leest, kijkt de dood in de ogen.

Bij tijd en wijle doen we dat allemaal. De dood in de ogen kijken, bedoel ik. Als we ouder worden, of al oud zijn. Als we zelf aftakelen, of als als mensen om ons heen steeds beperkter worden. Als we een rouwkaart krijgen. Als we bij een graf staan.

Misschien is het wel eens door u heen gegaan: zou cremeren niet beter wezen?
Of: mijn graf neemt jarenlang ruimte in; ben ik dat wel waard?
Of: een urn op het graf van mijn vader of van mijn moeder…, zou dat niet een goed idee wezen? Dan ben ik eindelijk verenigd met mijn familie. Bijvoorbeeld: met mijn vader, die ik eigenlijk maar amper gekend heb. Of bijvoorbeeld: met mijn moeder, die ik al zolang mis.

Zulke gedachten zijn ergens wel begrijpelijk.
We willen immers allen goed nadenken over ons levenseinde?

Laten we maar eerlijk zijn: zulke dingen zijn heel persoonlijk. Intiem, zelfs.

Maar ook hier is de vraag: wat wil God dat ik doe? Welke beslissing doet recht aan Zijn wil?
Natuurlijk, persoonlijk gevoel en eigen emotie mogen een plaats hebben. Het is te makkelijk om over onszelf heen te dansen.
Maar uiteindelijk is de wil van God bepalend.

In Genesis 3 staat: “stof bent u en u zult tot stof terugkeren”[2]. Pleiten die woorden voor crematie?
Nee, toch niet.
Dat zijn namelijk woorden die behoren bij de straf na de zondeval. Wie daarnaar verwijst, doet in wezen net alsof er na Genesis 3 niets meer gebeurd is.
Het is werkelijk niet zo dat de God van hemel en aarde Zijn schepping heeft afgeschreven. Integendeel!

Een predikant schreef: “Afgaande op wat het Bijbelboek Genesis verhaalt, wordt Abel als eerste begraven. Abraham koopt een lapje grond in het beloofde land om Sara haar laatste rustplaats te geven. Begraven blijft onder Gods volk de gangbare norm voor het omgaan met de doden. Onbegraven blijven geldt als een schande. Heidenen verbranden hun doden, maar Israël begraaft. Verbranden hangt samen met straf. (…) In het Nieuwe Testament blijft deze lijn ongewijzigd. Lazarus wordt begraven, evenals de jongeman te Naïn. Ook Christus wordt begraven, maar het graf kon Hem niet houden. In lijn daarmee begraven christenen hun doden. Betekenisvol zijn de beelden die Paulus in dit verband gebruikt. (…) Hij spreekt niet van een begraafplaats maar van een akker waarin nabestaanden piëteitvol het lichaam van hun dierbare als een zaad neerleggen. Wie zaait, verwacht iets en ziet uit naar de oogst. In Johannes 12:24 gebruikt Jezus het beeld van een tarwekorrel die verteert in de aarde; zo gaat het ook met het lichaam. In wezen verschilt dat niet van wat overblijft na verbranding, toch kiezen we niet voor een dergelijke wijze van vernietigen. Want zaad ontkiemt tot nieuw leven. Dat is het wenkende perspectief van het geloof”[3].

Verbranding geldt, zo schrijft de dominee hierboven, als een straf.
Lijkverbranding duidt, zo werd hierboven al duidelijk, op straf en oordeel van God[4].
Denkt u hierbij maar aan het oordeel dat in Genesis 19 over Sodom en Gomorra wordt geveld – zwavel en vuur[5].
Of aan die tweehonderdvijftig volgelingen van Korach in Numeri 16[6].
En aan de verbranding van Achan in Jozua 7[7].
Denkt u ook maar aan  Amos 2: “Zo zegt de HEERE: Vanwege drie ​overtredingen​ van ​Moab, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen, omdat hij de beenderen van de ​koning​ van ​Edom tot kalk verbrand heeft”[8].

Als het gaat om het nadenken over ons levenseinde en onze eigen begrafenis, lijkt het mij belangrijk om ons zelfbeeld helder te houden.
Met ons aardse lichaam dienen wij de Here. Natuurlijk speelt de zonde ons parten. Niettemin zijn we, tot eer van God, actief geweest in kerk en maatschappij. Dat lichaam wordt verheerlijkt. Dat is misschien niet te geloven als u nu naar uzelf kijkt. Maar laten we de vernieuwende kracht van de Verbondsgod niet onderschatten!
Ons aardse leven is voor Hem de moeite waard. Zelfs zo dat God dat bestaan op magnifieke bestaan wil vernieuwen. Laten we er dus voor zorgen dat wij een zekere waardigheid behouden. Wat mij betreft mag de begrafenisplechtigheid daarbij inbegrepen zijn[9]!

De dominee die ik hierboven citeerde wees al op Johannes 12. Daar kunnen wij lezen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht”[10].
Jezus duidt hier Zijn lijden en sterven aan. En Hij legt impliciet ook uit welk leven wij tegemoet gaan. Verderop in Johannes 12 staat: “En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken. En dit zei Hij om aan te duiden welke dood Hij zou sterven”[11].

Graag attendeer ik u ook op Johannes 17, waar Jezus bidt: “verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en ​Jezus​ ​Christus, Die U gezonden hebt”[12].
Gods kinderen zullen eeuwig leven. Sterker nog, het eeuwige leven is al begonnen!

Zeker, wij worden wel door God geoordeeld.
Echter – niet voor niets spreken wij de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: “Terecht is daarom de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen, maar de rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen er vurig naar en putten er rijke troost uit. Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen”[13].
Trouwens, het is God Zelf die Mozes begraven heeft[14].

Begraven of cremeren – daarover zeg ik niet het laatste woord.
Afgaande op Gods Woord maak ik wel een keuze. Die is, denk ik, nu wel duidelijk.
Hopelijk kan ik u, geachte lezers, met bovenstaande gedachten verder helpen.

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 15: 42 b en 43.
[2] Genesis 3:19.
[3] J. Belder, “Christen en crematie”. In: De Waarheidsvriend, vrijdag 15 juli 2016, p. 9-11.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://christipedia.nl/@api/deki/pages/272/pdf ; geraadpleegd op woensdag 4 oktober 2017.
[5] Genesis 19:24.
[6] Numeri 16:35.
[7] Jozua 7:25.
[8] Amos 2:1.
[9] Zie hierover ook http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/22089/gecremeerd-begraven/ ; geraadpleegd op woensdag 4 oktober 2017.
[10] Johannes 12:24.
[11] Johannes 12:32 en 33.
[12] Johannes 17:2 en 3.
[13] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[14] Deuteronomium 34:5 en 6.

27 oktober 2017

Psalmodische nostalgie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is een paar weken geleden. ‘k Las een interview met Mieke van der Weij. Mieke is een bekende radio- en televisiepresentatrice. Vierenzestig jaar is ze nu. Het interview dateert trouwens uit 2001. Toen liep zij dus tegen de vijftig[1].

Mieke is van Gereformeerde komaf.

Het interview vangt aldus aan:
“Van der Weij is gereformeerd opgevoed en zat op een School met den Bijbel. Ook psalm 65 is daarom haast een meedeiner voor haar.
‘Uw Goddelijke hand,
maakt d’ opgeploegde voren dronken,
tot uit de weke kluit,
waar ’t dropp’lend nat is ingezonken,
gezegend voedsel spruit’.
‘Ik schiet er zo weer in’, zegt ze na de dienst in het café pal tegenover de uitgang van de kerk”.

Voor wie het niet herkent: hierboven staat het zevende vers van Psalm 65 in de berijming uit 1773.

Even verderop las ik in dat interview:
“Toch ‘deed het vroeger wel iets’, zegt ze. ‘Door die diensten heb ik mijn liefde voor de taal ontwikkeld. Er was weinig te zien, dus dook ik met m’n snufferd in de Bijbel, en probeerde ik die duistere psalmen te begrijpen. Geboôn moest geboden zijn, en bij ‘ik zal mij buigen op uw eis’, zag ik iemand aan komen schaatsen.’
Van der Weij ging naar het gymnasium, waar ze leerde over Griekse goden en exotische godsdiensten. ‘Ik zag de betrekkelijkheid in van het toevallig geboren zijn in een gereformeerd gezin in de tweede helft van de twintigste eeuw.’ Een tijdlang heeft ze geen woord meer mee kunnen zingen. Ze geloofde er immers niet meer in. Maar die belemmering is vanzelf verdwenen. ‘Nu vind ik het gewoon leuk, uit nostalgie. Het is fantastisch nog een keer mee te brullen’[2].

Psalmen en nostalgie.
Wat hoor je dat vaak, vindt u ook niet?

Toch vraag ik mij niet zelden af of dat nou alleen maar nostalgie is. Als mensen wat ouder worden, gaan zij terugkijken.
En dan denken ze: wat zijn we een hoop verloren!
Dan vragen zij: wat hebben wij van het leven gemaakt?

Naar mijzelf kijkend ben ik een dankbaar mens.
Graag was ik onderwijzer of dominee geworden. Dat is er niet van gekomen.
Maar op de universiteit zat ik wel in een onderwijsomgeving; aldaar heb ik veel kunnen doen.
In het kerkelijk leven kan ik nog altijd volop actief zijn.
Daarom zeg ik vaak: ik eet van twee walletjes.

Maar lang niet iedereen is vervuld van dankbaarheid. Men spreekt over de vluchtigheid des levens. Men roept: wie denkt er nog aan mij, als ik er niet meer ben?
Men twijfelt: er is geen God…, of toch wel?
Preken worden niet zelden met enige ergernis aangehoord.

Maar toch…
Het Woord van God maakt nog deel uit van vele levens.
Massa’s mensen dragen het nog mee. Als een zoete herinnering. En ook met een brok irritatie.

Misschien denken de kerkmensen van nu: de kerk doet het niet goed. De preken moeten korter en pakkender wezen. De mensen moeten liefdevoller met elkaar omgaan. Het kerkgebouw moet er uitnodigender uitzien.
Laten wij maar voorzichtig wezen met aanpassen en inpassen! Hoe vreemd het ook klinkt, in de kerk zijn mensen secundair. Zij komen op de tweede plaats.

Dat blijkt eens te meer als wij Psalm 65 nog eens tot ons door laten dringen.
Die weke kluit en ’t dropp’lend nat vinden we in de Herziene Statenvertaling terug:
U doordrenkt zijn omgeploegde aarde,
U doet water in zijn voren dalen,
U doorweekt het met regendruppels,
U zegent zijn gewas”[3].
Ziet u het belang van de cursivering, hierboven?
Het gaat om God. De scheppende God. De God die voortdurend onderhoud aan de aarde pleegt. De God die regeert. De God die gelovige mensen vast en zeker naar de hemelse toekomst brengt. De God die, ook anno Domini 2017, volop actief is.

Graag gun ik Mieke van der Weij, en al die anderen die behept zijn met psalmodische nostalgie, het geloof in een heerlijke toekomst. Een hemelse toekomst die niet stuk kan.

Ach, in het leven vergeten we heel veel dingen. Dat is trouwens maar goed ook. Want wij, mensen van de eenentwintigste eeuw, wij maken er vaak een janboel van.
Maar de aloude psalmen worden niet zomaar vergeten. Ook al is het geloof uit het leven verdrongen en verdreven. Dat is wonderlijk! Dat onontkoombare feit vertelt ons onder meer dat God Zich niet uit het aardse bestaan laat verdrijven.
Er zou al heel wat gewonnen zijn als al die nostalgisch ingestelde types zich dat gingen realiseren.

Noten:
[1] Meer informatie over Mieke van der Weij is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Mieke_van_der_Weij , https://www.nporadio1.nl/over/mieke-van-der-weij en https://www.omroepmax.nl/over-max/presentatoren/mieke-van-der-weij/ . Geraadpleegd op zaterdag 14 oktober 2017.
[2] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/mieke-van-der-weij~a93d4d1c/ ; geraadpleegd op zaterdag 14 oktober 2017.
[3] Psalm 65:11.

26 oktober 2017

Nieuwe regering

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Vandaag treedt in Nederland een nieuw kabinet aan, Rutte-III. Een kabinet waarin de grote verschillen in Nederland zijn samengeklonterd. ChristenUnie, D66, VVD en CDA moeten het samen rooien.
Op een site van het dagblad Trouw staat te lezen: “Mocht er al enthousiasme zijn geweest over deze coalitie, dan verdwijnt die momenteel als sneeuw voor de zon”[1].

Het Reformatorisch Dagblad van dinsdag 24 oktober meldde: “Volgens formateur Rutte krijgt Nederland ‘een mooi kabinet’. Dat zei de liberaal gisteravond nadat hij een groot aantal bewindslieden van ‘zijn’ toekomstig kabinet had gesproken. Maar of Rutte III mooier is dan Rutte I en II? Daarover deed hij geen uitspraak: ‘Ik houd van alle kinderen’.
De toekomstige regering zal volgens de premier bestaan uit goede ministers, maar geen brandschone heiligen”[2].

Ach nee, de geestdrift druipt er niet af.
Nederland is diep verdeeld. Alleen daarom al hangt het kabinet, goed beschouwd, aan elkaar van compromissen. Discussies moeten vooral niet te fundamenteel worden. Anders knalt de boel uit elkaar.

Je zou als Neêrlandse burger een enthousiaster kabinet wensen. Maar wij geloven dat wij deze regering hebben ontvangen van onze God in de hemel.

Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis leert ons: “Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”.
Nederland mag geen chaos worden.
Er moet goede orde zijn.
Daarom moet de overheid betrouwbaar wezen. Zij moet voor al haar burgers zorgen. Met name wel voor de meest kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking en armen.
Nederland moet veiligheid bieden. Daarom moet de defensie op orde zijn. De politie moet waakzaam en dienstbaar wezen; naar mijn indruk mankeert er aan dat laatste nog wel het een en ander.
De kerk wijst af “allen die overheid en gezag verwerpen, de rechtsorde omver willen werpen” en allen “die de goede zeden die God onder de mensen heeft ingesteld, verstoren”.
Wat wil de Here dat kerkmensen zullen doen, in deze situatie?
Laat ik een vijftal zaken noemen.

1.
Iedereen “welke positie hij ook heeft, [is] verplicht zich aan de overheid te onderwerpen, belasting te betalen, haar eer en eerbied te bewijzen, haar gehoorzaam te zijn in alles wat niet in strijd is met Gods Woord, en voor haar te bidden dat de Heer haar bestuurt op al haar wegen, zodat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid”.
Ja, dat is ook artikel 36.
Van de kerk mag worden verwacht dat zij voor de regering bidt. Laten we maar ronduit zeggen dat dat niet altijd voor de hand ligt. Sommige beslissingen voelen voor grote aantallen mensen onrechtvaardig; denkt u maar aan de eenverdieners, als het om belastingen gaat. De bescherming van het leven staat – onder meer vanwege abortus en euthanasie – ernstig onder druk. En om niet meer te noemen: burgers ergeren zich niet zelden aan bureaucratie en ‘Oost-Indische doofheid’ van overheidsinstellingen.
Niettemin wordt ons gebed gevraagd. We mogen de Here vragen om Nederland zo te leiden dat de kerk in alle vrijheid bijeen kan komen en activiteiten kan ontplooien. We moeten de Here smeken om zo in harten te werken dat overheidsmaatregelen goed uitpakken voor alle kinderen van God, in Nederland en daar buiten.

2.
In de gewone dingen van het leven moeten kinderen van God Zijn geboden eerbiedigen.
Dus bijvoorbeeld:
* niet vloeken
* occulte praktijken mijden
* verslavingen bestrijden en voorkomen
* niet roddelen
* liefde en respect voor andere mensen tonen.
Dat alles wordt gaandeweg belangrijker naarmate er onder Nederlandse burgers meer verdeeldheid heerst. Dat is zeker ook van belang in een Nederland waarin steeds meer en steeds vaker moet worden samengewerkt met buitenlanders of met mensen van niet-Nederlandse afkomst.

3.
Wij behoren goed voor elkaar te zorgen.
Nederlandse burgers worden steeds ouder, eenzamer en hulpbehoevender. Daarom blijft het een reuze actueel onderwerp: zorgen voor elkaar!
Alle media praten ons bijna plat over het tekort aan personeel in de zorg.
Kerkmensen zullen moeten beseffen dat de liefde die God ons geeft aan de mensen in onze omgeving doorgegeven dient te worden. In onze tijd kunnen we dat, naar het mij voorkomt, zonder bezwaar verheffen tot een kerntaak van de kerk.
Bent u zelf lichamelijk zwak geworden? Geen nood! Een e-mailtje of telefonisch meeleven kan ook geweldig helpen. Mondeling advies, ondersteuning en bemoediging kunnen van grote waarde wezen.

4.
Ook in een tijd als de onze is het van belang om naar de Here God te luisteren.
Koning Hizkia krijgt, als het daarom gaat, in Jesaja 39 de wacht aangezegd.
De koningen Sallum en Jojakim krijgen er in Jeremia 22 van langs vanwege hun totaal verkeerde politiek.
De Here God toornt in Amos 4 en in Amos 6 tegen hen die asociaal en egoïstisch te werk gaan[3]. Ook in een tijd als de onze is het van belang om een rechtvaardig sociaal beleid te voeren.
Nee, Gods Woord is heus niet ouderwets als het over regeren gaat.

5.
Dit artikel eindigt met een citaat uit Gods Woord. Namelijk uit Romeinen 13. Daar noteer ik nu niets meer bij. Gelet op het bovenstaande kan dat citaat nu wel voor zichzelf spreken.
“Geef dus aan allen wat u verschuldigd bent: belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt.
Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.
Want dit: U zult geen ​overspel​ plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf.
De ​liefde​ doet de naaste geen kwaad. Daarom is de ​liefde​ de vervulling van de wet.
En dit te meer, omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken.
Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd en de dag is nabijgekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen”[4].

Noten:
[1] Zie https://www.trouw.nl/democratie/rutte-iii-kruipt-piepend-en-krakend-naar-de-start~a8b1bb6b7/ ; geraadpleegd op woensdag 25 oktober 2017.
[2] “Dag 224: Grapperhaus snelle leerling, bewindslieden niet heilig en Dijkhoff kroonprins”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 24 oktober 2017, p. 4.
[3] Zie over het bovenstaande: W.Chr. Hovius, “Politiek en de Bijbel”. In: Zicht – kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij –, zaterdag 1 april 1989, p. 30-32. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[4] Romeinen 13:7-12.

25 oktober 2017

Genderneutraal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zweeft een nieuw begrip door het zwerk. Genderneutraliteit.

Niet zo lang geleden stond in de krant: “HEMA schrapt als eerste Nederlandse winkelketen alle geslachtsaanduidingen van kinderkleding. Vanaf eind dit jaar verwijdert het warenhuis de aanduiding jongen en meisje van verpakkingen en kledinglabels, meldt de Volkskrant vandaag.
Volgens de Volkskrant is een Facebookbericht van een 10-jarig meisje de aanleiding geweest voor HEMA om de kinderafdeling genderneutraal te maken. Het meisje liet zo’n twee jaar geleden weten dat ze het beu was om ondergoed met roze hartjes te dragen. Ze wilde stoerder meisjesondergoed. HEMA kreeg naar eigen zeggen meer van zulke verzoeken”[1].

Persoonlijk voel ik mee met die moeder die schreef: “Ouders rollebollen over elkaar heen om met vrienden, bekenden en het internet te delen hoe ontzettend ruimdenkend en tolerant ze zijn. Ook de speelgoedgidsen spelen er op in. Wee de fabrikant die het in zijn hoofd haalt om alleen meisjes te fotograferen bij de schoonmaakspulletjes. Of wanneer jongens speelgoed er net iets stoerder uit ziet dan meisjesspeelgoed. Als ik eerlijk ben, snap ik die trend van genderneutraal opvoeden dus totaal niet. En om eerlijk te zijn vind ik het de grootste onzin.
Zelf heb ik 3 dochters die ik niet genderneutraal worden opgevoed. Waarom niet? Nou gewoon omdat die term nog niet zo ‘in’ was toen ik mijn oudste dochter in de schoot geworpen kreeg. Ik deed maar wat.
Kocht speelgoed voor haar op basis van wat ze leuk vond. Kleedde haar zoals ik dat leuk vond en zoals het bij haar paste. Lekker spontaan zonder vooropgezet plan. Ging prima. Voor zover ik weet heeft dochterlief er geen blijvende schade aan over gehouden. Ook bij dochter nummer 2 volgde ik mijn gevoel”[2].
Dat is nuchtere taal, lijkt me.

Een commentator van het Reformatorisch Dagblad noteerde: “De HEMA nam ook het voortouw bij de discussie over Zwarte Piet, maakt reclame voor het Suikerfeest terwijl het woord ”Pasen” vervangen moest worden door ”voorjaar”, en verkocht T-shirts met twee rookworsten of twee tompouces rond een homomanifestatie. Dat soort acties wijst op een agenda. De warenhuisketen ziet het blijkbaar als zijn taak klanten op te voeden en, tegen de heersende opinie in, politiek correcte keuzes te maken”[3].

Wat is, als het over dit punt gaat, de agenda van Gereformeerde mensen?
Die agenda staat in Gods Woord.
De kaders van Gods wet bepalen de uitgangspunten van ons christelijk handelen.

In verband met genderneutraliteit wijs ik vandaag graag op woorden uit Deuteronomium 22: “De ​kleren van een man mogen niet door een vrouw gedragen worden, en een man mag geen vrouwenkleding aantrekken, want ieder die dat doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel”[4].

Deuteronomium 22 gaat over rechten en plichten ten opzichte van de naaste. Zeg maar gewoon: over maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Stel dat u beesten tegenkomt die verdwaald zijn, maar die u herkent als dieren die behoren tot de veestapel van uw buurman. Zulke dieren mag u niet laten lopen. U moet ze naar de buurman terugbrengen. Datzelfde geldt ook voor kleren. Het feit dat u de buurman niet zo goed kent kan niet als excuus gelden.
Men moet maatschappelijk verantwoord bouwen. Wie dat niet doet, kan zomaar de grootst mogelijke ongelukken veroorzaken.
Bouwland moet men niet uitbuiten. De grond mag niet uitgemergeld worden.
Kortom: het leven dient te worden beschermd.

In die context staat het verbod met betrekking tot mannen die vrouwenkleding aantrekken, en andersom.
Het is duidelijk: de verschillen tussen mannen en vrouwen mogen  niet worden verdonkeremaand.
Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen taak in de maatschappij. Die taak is, als het er op aankomt, door de Here gegeven. Die opdracht mogen wij niet eigenmachtig veranderen. Niet dat daarmee onze plicht plotsklaps een makkie geworden is. Maar omdat onze opdracht een opgave van de Here is, kunnen we ‘m toch volvoeren; hoe moeilijk dat ook is.

Wij hebben allen ons ambt, onze plicht.
De God van het verbond geeft ons gaven om die plicht in het ambt aller gelovigen te vervullen. Daarbij hoeven wij ons niet anders voor te doen dan wij zijn.
Het adagium is: zorg goed voor elkaar. Niet vanwege het goede gevoel, maar simpelweg omdat de Here dat van ons vraagt.
Daarbij mogen we onze verschillende behoeften honoreren. Mannen hebben andere zorg nodig als vrouwen.

Vroeger moesten we allemaal zo nodig uniek wezen.
Tegenwoordig worden zo ongeveer alle mensen gelijkgeschakeld. Waarom? Omdat men bang is dat mensen ongelijkwaardig behandeld worden. En inderdaad – die vrees is gerechtvaardigd. Want zo gaat dat als mensen Gods wet negeren.
Dat hele gedoe met betrekking tot genderneutraliteit kan snel afgelopen wezen. Laat iedereen maar naar Gods Woord gaan leven. Daar wordt het een stuk eenvoudiger van.

Noten:
[1] “HEMA maakt kinderkleding genderneutraal”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 20 september 2017, p. 12.
[2] Zie https://www.goodgirlscompany.nl/de-onzin-van-genderneutraal-opvoeden/ ; geraadpleegd op zaterdag 23 september 2017.
[3] Zie https://www.rd.nl/opinie/commentaar/kleren-maken-de-mens-bij-de-hema-1.1431362 ; geraadpleegd op zaterdag 23 september 2017.
[4] Deuteronomium 22:5.

24 oktober 2017

Het geduld van Zondag 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kennis van Gods voorzienigheid is ons gegeven om in tegenspoed geduldig te zijn. Zo staat dat in Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent vast de formulering wel: “Waarom is het voor ons belangrijk te weten dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid in stand houdt?
Antwoord: Om in alle tegenspoed geduldig (…) te zijn”[1].
Om met Romeinen 5 te spreken: “…wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt”[2].
Verdrukking en tegenwerking? Daar krijg je doorzettingsvermogen van!

Die conclusie kunnen we best eens tot ons door laten dringen.
We klagen nogal eens over het gedrag van onze broeders en zusters.
En over kerkenraadsbesluiten. Die zijn, zegt men, vaak kortzichtig. De besluiten zijn niet zelden verkeerd. U kent die verhalen wel.
En over de verdeeldheid in kerkelijk Nederland.
En over het feit dat christenen in de besluitvorming van onze regeerders vaak aan de kant worden gezet, of domweg worden genegeerd.

In het bovenstaande zit voor veel mensen een reden om de kerk te verlaten.
Men beweert dingen als de volgende.
‘Ik heb geen aansluiting meer bij de mensen in de kerk’.
‘De kerkenraad beoordeelt mijn situatie helemaal verkeerd’.
‘In de kerk begrijpt niemand mij’.
‘De kerkelijke verdeeldheid is te wijten aan onwil en stommiteiten van kleinzielige mensen’.
‘Als wij in de wereld niet worden begrepen, moeten wij meer concessies doen; wij mogen de aansluiting niet missen’.
Onbegrip en aansluitingsproblemen: die vormen voor veel mensen redenen om te vertrekken uit de kerk.

Eigenlijk zijn wij, kerkmensen van 2017, reuze verwende types. Als het ons niet zint, zijn we weg. Als er in de kerk dingen gebeuren die ons onwelgevallig zijn, zitten we onmiddellijk in de gordijnen.
Wij zeggen: ‘hier voel ik mij niet thuis’. Of: ‘waarom doet God hier niets aan?’
Terwijl de vraag moet zijn: wat vraagt God van mij, in de omstandigheden van vandaag?
Of ook: wat zegt het Woord van God over onze taak, vandaag?

Als het om die taak gaat, keer ik graag nog even terug naar Romeinen 5.
De hemelse God schenkt ons vrede.
Gods genade vormt het fundament van ons leven.
Wij zijn, als het goed is, vol van Gods heerlijkheid. De hoop op die nu nog onvoorstelbare glorie geeft ons de kracht om gelovig met God te wandelen.
Komt die kracht uit onszelf? Welnee. De Heilige Geest gaat altijd met ons mee, omdat Hij in ons hart woont.
Steeds weer mogen wij het belijden: wij kunnen verder in het leven, omdat onze zonden zijn vergeven; Christus, onze Heiland, heeft voor ons geleden!

In Romeinen 5 staat het zo: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is. Want toen wij nog krachteloos waren, is ​Christus​ op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven”[3].

Het geduld van Zondag 10 staat bol van perspectief. En van toekomstgerichtheid.
Het geduld van de kerk is daarom iets heel anders dan het geduld van de wereld.
In de wereld heeft geduld iets van doffe berusting. Iets van pessimistische gelatenheid. Iets van passief schokschouderen.
Maar in de kerk weten we: het leven wordt machtig, en de hemel is zonder twijfel prachtig!
Daar weten we: met ons gaat het altijd de goeie kant op!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, vraag en antwoord 28.
[2] Romeinen 5:3.
[3] Romeinen 5:1-6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.