gereformeerd leven in nederland

29 november 2017

Lessen uit Massa en Meriba

Massa en Meriba: die plaats kennen we uit Exodus 17.
Ik citeer:
“Het volk smachtte daar naar water en het volk morde tegen ​Mozes​ en het zei: Waarom hebt u ons toch uit Egypte laten vertrekken? Om mij, mijn ​kinderen​ en mijn ​vee​ van dorst te laten omkomen? Toen riep ​Mozes​ tot de HEERE: Wat moet ik met dit volk doen? Het scheelt niet veel of zij zullen mij ​stenigen. De HEERE zei tegen ​Mozes: Trek vóór het volk uit, en neem enkelen van de ​oudsten​ van Israël met u mee. Neem uw staf, waarmee u de ​Nijl​ sloeg, in uw hand en ga op ​weg. Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de ​Horeb​ staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En ​Mozes​ deed dit voor de ogen van de ​oudsten​ van Israël. Hij gaf die plaats de naam Massa en Meriba, vanwege de onenigheid van de Israëlieten en omdat zij de HEERE op de proef gesteld hadden door te zeggen: Is de HEERE nu in ons midden of niet?”[1][2].

Er is flinke ruzie in Israël. Er dreigen zelfs doden te vallen.
Het volk heeft dorst. Uitgedroogd is het!
Toch is die uitdroging niet het meest principiële probleem. Het punt is: is de Here in ons midden of niet?
De bovenstaande vraag formuleert een probleem van alle tijden.
Wie naar De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) kijkt, kan zomaar denken: wat stelt dit kleine groepje nou voor?
Wie een blik werpt op de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) kan zich afvragen: hoe moet dit eigenlijk verder, en waar komen we terecht?
In Exodus 17 is de Verbondsgod er wel degelijk bij. De Here zegt het expliciet: “Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de ​Horeb​ staan”. De Here is vlakbij het water. Hij is present.
Wie tot de Here roept, zal gehoor vinden. Toegegeven: zo voelt het niet altijd. Wie denkt er soms niet: waar doe ik het allemaal voor? Laten we echter vasthouden dat het geloof een stellig weten en een vast vertrouwen is[3].
Massa en Meriba leren ons: ook al lijkt het christelijk leven hopeloos, de Here is aanwezig en Hij is volop actief!

In Numeri 20 staat deze geschiedenis nog eens beschreven. En daar staat dan bij: “Maar de HEERE zei tegen ​Mozes​ en tegen Aäron: Omdat u niet in Mij geloofd hebt, en Mij voor de ogen van de Israëlieten niet ​geheiligd​ hebt, zult u deze ​gemeente​ niet in het land brengen dat Ik hun gegeven heb. Dit is het water van Meriba, waar de Israëlieten de HEERE ter verantwoording riepen, en waar Hij onder hen ​geheiligd​ werd”[4].
De Here heiligen – wat betekent dat? Dat wil zeggen dat Hij als Heilige erkend dient te worden. We moeten Hem loven. En eren. En prijzen.
In Numeri 20 verzorgt de God van het verbond klaarblijkelijk Zijn eigen heiliging. En dat is beslist niet de bedoeling.
Het is, dunkt mij, belangrijk het bovenstaande tot ons door te laten dringen. Ons kerklidmaatschap kan zomaar iets zakelijks krijgen. We weten wel dat we gered zijn; maar we zeggen het niet meer. We erkennen wel dat we God dankbaar moeten wezen, maar dat is vooral iets van het hart; stel je voor dat we te evangelisch klinken… Laten we daar maar niet te bang voor wezen!

Psalm 81 herinnert ons er aan:
“In de benauwdheid riep u en Ik redde u,
Ik antwoordde u uit de schuilplaats van de donder;
Ik beproefde u bij het water van Meriba.
Mijn volk, zei Ik, luister, en Ik zal onder u getuigen;
Israël, als u naar Mij luisterde!
Er mag onder u geen andere god zijn,
u mag zich voor geen vreemde god neerbuigen.
Ik ben de HEERE, uw God,
Die u uit het land Egypte leidde.
Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen”[5].
In deze wereld is er weinig waar we werkelijk op kunnen vertrouwen. Soms doen we wel alsóf. Maar altijd komt er een moment dat blijkt dat we bedrogen uit komen. Daarop is één uitzondering: op onze God kunnen we altijd rekenen!
Ja maar, zeggen sommigen, het lijkt wel alsof ik nimmer antwoord krijg. Is het niet logisch dat ik teleurgesteld ben?
Nee, dat is het niet. Alleen al het feit dat wij voor Gods aangezicht leven is een blijk van Zijn zegen. En wij moeten geloven dat Hij alles wat we meemaken en alles wat we niet ontvangen, ten goede zal laten meewerken!

Het is van groot belang dat ons hart zacht blijft. Toegankelijk voor het Evangelie, bedoel ik.
Nee, het is geen luxe om dat nog maar eens vast te stellen.
Voordat we ’t weten zijn we in de kerk geïrriteerd. Geërgerd. Boos. Gedesillusioneerd. En soms zijn we zodanig gefrustreerd dat we niet meer voor rede vatbaar zijn. Wij zijn voor niets of niemand meer bereikbaar.
Voor zo’n harde houding moeten we oppassen. Niet voor niets leert Psalm 95 ons:
“Heden, indien u Zijn stem hoort,
verhard uw ​hart​ niet, zoals te Meriba,
zoals in de dagen van Massa in de woestijn:
daar stelden uw vaderen Mij op de proef,
daar beproefden zij Mij, hoewel zij Mijn werk zagen”[6].

Trouwens, het kan zomaar gebeuren dat zulke frustratie, om zo te zeggen, als een onzichtbare golf door de kerk gaat. Dan wordt het gefrustreerden gaandeweg groter, totdat hun aantal zeer groot geworden is.
Leest u maar mee in Psalm 106:
“Zij maakten Hem zeer toornig bij het water van Meriba,
het verging ​Mozes​ slecht omwille van hen.
Want zij tergden zijn geest,
zodat hij met zijn lippen ondoordachte woorden sprak”[7].
Kerkmensen kunnen, zonder dat zij dat zelf beseffen, voor de mensen om hen heen stenen des aanstoots zijn!

Laten we de Here, onze God, maar loven en prijzen.
Laten we de belofte die we in Psalm 145 uitzingen, maar waar maken:
“Mijn God en Koning, alle vorsten Heer,
ik zing verheugd uw heil’ge naam ter eer.
Uw naam zo groot en vol van majesteit
zal ik verheffen tot in eeuwigheid”[8].

Noten:
[1]
Exodus 17:3-7.
[2] Deze keuze houdt verband met het feit dat vanavond de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vergadert; die vergadering hoop ik bij te wonen. Tijdens die bijeenkomst wordt Exodus 15:22-17:16 besproken. Dat zal gebeuren aan de hand van: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – schetsen 17 en 18, p. 60-66.
[3] De uitdrukking komt uit: Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[4] Numeri 20:12 en 13.
[5] Psalmen 81:8-11.
[6] Psalm 95:7 b, 8 en 9.
[7] Psalm 106:32 en 33.
[8] Dit is het eerste deel van Psalm 145:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.