gereformeerd leven in nederland

31 januari 2018

Vertrouwend verwachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk wordt het ons keer op keer, week na week, ingeprent: wij moeten op God vertrouwen. En van daar uit vertrouwen wij elkaar ook.

Tenminste, zo zou zou dat moeten zijn.
Maar zo simpel ligt dat niet.
In heel het Neêrlandse kerkelijke leven komt men het tegen: men wantrouwt kerkelijke vergaderingen.
Als er moeilijkheden zijn in een bepaalde kerk, zijn er velen die daarvoor oplossingen proberen te zoeken. Het kan zomaar voorkomen dat vanwege één bepaalde situatie dertig, vijfendertig ambtsdragers en hulpverleners actief zijn.
Een natuurlijke reactie zou dan zijn: als er zoveel wijsheid vergaderd is, dan zijn de beslissingen de Here vast en zeker welgevallig; de besluiten zijn alleszins verantwoord.
Het komt mij voor dat vandaag de dag nogal wat kerkelijk gedrag voortkomt uit wantrouwen. Uit achterdocht, zo u wilt. Het startpunt lijkt te liggen bij de gedachte:
* kerkenraad en classis hebben het vast niet helemaal goed gedaan
* er is vast weer wat mis gegaan.

Nu moeten we dat laatste zeker niet uitsluiten. Mensen zijn zondig, en derhalve kleinzielig of kortzichtig.
Toch is dat startpunt, wat mij betreft, teleurstellend. Van kerkmensen zou men anders mogen verwachten. Als dat het beginpunt is, wordt het in de kerk gaandeweg onleefbaarder.
Waar eindigt dit alles?

Wanneer wij het bovenstaande overdenken, mogen we rust en troost zoeken in Gods Woord.

Gereformeerden mogen zich realiseren wat er in Lucas 12 staat: “Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”[1].
Die tekst staat in een perikoop waarin we gemaand worden om ons niet bezorgd te maken over ons leven. We hoeven ons geen zorgen te maken over eten, drinken, of kleding. Zoek eerst Zijn koninkrijk.
Bezorgdheid mag dus nooit een overheersende factor worden. Ook niet als het gaat over het handelen van kerkelijke vergaderingen. Laten we ervoor oppassen ons meteen op te winden als er ergens een komma verkeerd staat.
Niet alles is principieel.
En de ideale kerk bestaat niet.

In Lucas 12 staat nog meer.
Ik citeer: “Want waar uw schat is, daar zal ook uw ​hart​ zijn. Laten uw lendenen omgord zijn en de ​lampen​ brandend. En u, wees gelijk aan mensen die op hun ​heer​ wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. Zalig zijn die ​slaven​ die de ​heer​ bij zijn komst wakend zal vinden”[2].

Als u het mij vraagt, krijgen we in de voorgaande alinea een aanwijzing over onze focus.
Waar moeten we onze aandacht bij hebben?
Antwoord: bij onze verwachting. Wij verwachten de Here Jezus Christus, onze Heiland, terug op de wolken. Naar Hem gaat, als het goed is, ons verlangen uit!
Ons hart is open om Zijn ontvangst voor te bereiden.
De activiteiten die we in de kerk ontwikkelen, passen, mogen wij hopen, bij Zijn terugkomst. Altijd weer is de vraag:
* past onze ergernis bij de eer van de Heer?
of ook:
* past onze achterdocht bij de glorie van God?

We zouden kunnen zeggen dat het Woord in Lucas 12 gericht is op mensen die door God uitverkoren zijn.
Maar daarbij moeten wij ons terdege realiseren dat Gods Woord heel de kerk oproept tot geloof en volharding in dat geloof. Heel de kerk moet in Christus blijven.
Het gaat daarom niet zozeer om  alle moeilijke dingen die op aarde gebeuren. Welnee! De kerk heeft tot taak mensen bij Christus te brengen. Daar moeten wij met z’n allen naar toe. En wij dienen elkaar mee te nemen.
Het kernpunt is: we moeten ons richten op het vaderland waar ook onze schat is; op de hemel dus. Trouwens, Christus heeft in Lucas 10 al gezegd: “Verblijd u echter niet daarover dat de geesten aan u onderworpen zijn, maar verblijd u erover dat uw namen opgeschreven zijn in de hemel”[3].

Laten we ons richten op onze christelijke roeping!
Daarbij mogen wij, als u het mij vraagt, een wijs woord van de Spreukenleraar niet vergeten:
“Er is soms een weg die iemand recht schijnt,
maar het einde ervan zijn wegen van de dood”[4].

Laten wij onszelf met regelmaat beproeven, en bezien of wij met de goede dingen bezig zijn.

Noten:
[1] Lucas 12:32.
[2] Lucas 12:34-37 a.
[3] Lucas 10:20.
[4] Spreuken 14:12.

30 januari 2018

Nieuw past niet bij oud

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De toegangspoort naar de hemel is open[1].
Jezus Christus heeft de toegangspoort geopend.
En de vraag klinkt alle eeuwen door:
* kunnen wij die toegangspoort zelf niet open zetten, al was het maar op een klein kiertje?
* kunnen wij zelf iets niet een heel klein beetje aan onze vrijspraak bijdragen?

Die vragen komen aan de orde in Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent die vragen en antwoorden wellicht wel:
“Vraag:
Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn?Antwoord: Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn.
Vraag:
Maar hebben onze goede werken dan geen verdienste? God wil ze toch in dit en in het toekomstige leven belonen?
Antwoord:
Deze beloning wordt niet uit verdienste, maar uit genade gegeven.
Vraag:
Maar maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos?
Antwoord:
Nee, want het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort”[2].

Het antwoord op die vragen blijkt ten diepste onomstotelijk vast te staan: de toegang tot God is door de Heiland gegeven. Wij mogen pleiten op Zijn werk. Hij plaveide de weg naar Gods troon.

We weten, neem ik aan, allemaal wel wat goede werken zijn.
Dat leren we trouwens ook uit de Heidelbergse Catechismus:
* goede werken doen we uit waar geloof
* goede werken zijn gebaseerd op Gods wet
* goede werken komen niet voort uit eigen mening of orders van andere mensen[3].

De Farizeeën staan er in de Bijbel om bekend dat ze allerlei dingen doen om schijnvroomheid uit te stralen. Bij hun schijnvroomheid is hun eigen creativiteit het uitgangspunt.

Jezus stelt die nepvroomheid aan de kaak in Marcus 2.
Dat gaat zo.
“En de discipelen van Johannes en van de Farizeeën ​vastten; en zij kwamen en zeiden tegen Hem: Waarom ​vasten​ de discipelen van Johannes en van de Farizeeën wel en waarom ​vasten​ Uw discipelen niet? En ​Jezus​ zei tegen hen: De bruiloftsgasten kunnen toch niet ​vasten​ terwijl de Bruidegom bij hen is? Zolang zij de Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet ​vasten, maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan, in die dagen, zullen zij ​vasten”[4].
Als de Bruidegom aanwezig is, wordt het feest in de kerk!

In Marcus 2 staan in dit verband een paar voorbeelden die voor de goede verstaander veel verhelderen.

Ik citeer:
“En niemand naait een lap niet-gekrompen stof op een oud ​bovenkleed; anders scheurt de nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude bovenkleed en ontstaat er een ergere scheur.
Ook doet niemand nieuwe ​wijn​ in oude leren zakken; anders doet de nieuwe ​wijn​ de zakken barsten en stroomt de ​wijn​ eruit en gaan de zakken verloren; maar nieuwe ​wijn​ moet men in nieuwe zakken doen”[5].

Wat betekenen die illustraties?
Antwoord:
Iets ouds is in deze situatie niet te combineren met iets nieuws. Met andere woorden: met een beetje opknappen van het oude kom je er niet.
Het nieuwe is het Evangelie dat Jezus verkondigt: “De tijd is vervuld en het ​Koninkrijk van God​ is nabijgekomen; bekeer u en geloof het ​Evangelie”[6].
De mensen hebben ook wel door dat Jezus Christus een nieuwe inhoud aan ware Godsdienst geeft: “Wat is dit? Wat voor een nieuwe leer is dit, dat Hij ook de onreine geesten met gezag bevel geeft en zij Hem gehoorzaam zijn?”[7].

Die tegenstelling oud/nieuw zien we heel duidelijk in het voorbeeld van de wijn in oude en nieuwe zakken.
Een exegeet verduidelijkt: “‘Jonge’ wijn doe je niet in oude leren zakken, maar in ‘nieuwe’. Deze zakken waren gemaakt van dierenhuiden. Nieuwe huiden waren soepel, daar zat nog rek in; oude huiden daarentegen konden niet meer uitzetten en waren stug geworden. Omdat jonge wijn nog aan het gisten is en door gasvorming uitzet, kon deze niet in zulke oude zakken worden gedaan. Deze zouden dan onherroepelijk gaan openbarsten. De ‘jonge wijn’ staat weer voor het Evangelie van de Here Jezus, de ‘oude leren zakken’ voor het joodse geloof met zijn wetten en gebruiken (…). Het vasten zoals de joden dat gewoon waren te doen, past niet bij de nieuwe manier van geloven die hoort bij Jezus’ verkondiging”[8].

Nu begrijpt u, naar ik aanneem, de titel van dit artikel wel. Nieuw past niet bij oud. Met de komst van Jezus naar de aarde is er een nieuw tijdperk aangebroken. Het oude is voorbijgegaan. Niet dat volstrekt waardeloos was. Zeker niet. Maar het Nieuwtestamentisch kader is echt totaal anders dan het Oudtestamentische.

Het is, naar het mij voorkomt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Wellicht wordt onze activiteit in de kerk ongewild ook een ‘goed werk’.
Misschien gaan de mensen wel zeggen: ‘die en die man is van grote waarde voor de kerk’. Of: ‘die en die vrouw is een geweldig mens, wat leeft ze mee. Daar héb je wat aan in de kerk’.
Ach… menselijke bewondering? Die hoort bij oud. Die past niet bij nieuwe mensen.
Wij moeten het maar tegen elkaar blijven zeggen: nieuw past niet bij oud.
Ieder kerklid moet, op zijn of haar eigen manier, dankbaar leven voor God. Niets meer. En niets minder.

Noten:
[1] Zie hierover mijn artikel ‘De relevantie van Zondag 23’, hier gepubliceerd op dinsdag 23 januari 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/01/23/de-relevantie-van-zondag-23/ .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 24.
[3] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 33, antwoord 91.
[4] Marcus 2:18, 19 en 20.
[5] Marcus 2:21 en 22.
[6] Marcus 1:15.
[7] Marcus 1:27.
[8] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Marcus 2:22.

29 januari 2018

Wees trouw in het geloof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Kent u de columnist en essayist Stephan Sanders?[1]
Stephan rekent zich tot degenen die in Jezus geloven.
Maar Stephan heeft, naar het lijkt, een knipperlichtrelatie met Hem.

Op de website van het dagblad Trouw kwam ik een artikel van Stephan tegen, dat gedateerd is op woensdag 17 januari 2018.
U moet weten: de columnist is nu een paar jaar aan het proefgeloven. Als jongen kwam hij wel in de kerk. Vervolgens veertig jaar in het geheel niet. En nu weer wel.

Ter oriëntatie geef ik een drietal citaten.

1.
“Als de postkoets. Zo voorbij is voor veel mensen religie, zeker de christelijke. Voor Zen en Boeddha willen ze nog wel een uitzondering maken. Vooral voor die beeldjes, zo leuk in de vensterbank”.
2.
“Het leven als de TGV: Amsterdam-Lyon in 5.43 uur. De weilanden, huizen en akkers flitsen aan je voorbij, en zo hoort dat ook te gaan met het verleden. Dat is van vroeger, zie hoe het landschap zich verdikt tot een streep; als de streep die je door het geloof hebt gehaald. Het blijft opmerkelijk, dat zo’n persoonlijke breuk meteen wordt gezien als algemeen geldig; dat niet alleen deze Nederlander afstand nam van zijn geloof, maar dat door hem en met hem en in hem heel de wereld dat deed – althans, het moderne, flitsende deel. Het vooruitgeschoven deel. Nederland.
Een halve eeuw geleden was dit een belangrijk deel van de Nederlandse identiteit: het geloof in God.
Nu geloof je als echte Nederlander heilig in Zwarte Piet”.
3.
“…Dit voortsnellende idee, dat religie toch ‘niet meer van deze tijd is’, alsof je het hebt over je eerste Nokia-mobieltje dat je bent kwijtgeraakt; ik hoor er altijd weer van op. Hoeveel vooruitgang is er de laatste tijd eigenlijk geboekt met de liefde, de vergeving; met broederschap, kunst in het algemeen en de dood in het bijzonder? We mogen dan steeds sneller gaan en harder, maar waarnaartoe? Of zelfs: waartoe? Zeer oude vragen, en toch altijd hyper-actueel.
Ik zelf heb, zoals u inmiddels weet, een forse radiostilte ingelast in mijn geloofsleven. Als jongen wel naar de kerk, toen meer dan veertig jaar niet, en nu alsnog. En overtuigder dan ooit, waarschijnlijk omdat ik alles opnieuw moest ontdekken, en nu ook pas zie wat toen voor mij verborgen bleef. Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber.
Ik wens iedereen zo’n nieuwe of hernieuwde kennismaking toe. De bozen en de gefrustreerden, die jaar in jaar uit hun geloofswrok met zich meetorsen. De nieuwkomers, die denken dat het niets is ‘voor ons soort weldenkende mensen’. En de gelovigen, die het stiekem een sleur is geworden.
Start of restart: klinkt dat bijdetijds genoeg?”[2].

Tot zover de citaten.

Hoe staat het nu eigenlijk met het geloof van deze columnist? Dat valt, wat mij betreft, niet precies te zeggen. Maar één ding is zeker: ik gun hem een levend geloof. En een heerlijk perspectief op de eeuwigheid!
Daarbij denk ik aan Johannes 14: “Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf”[3].

Laten wij bij dit alles niet vergeten dat er, op de keper beschouwd, een levensgroot verschil is tussen religie en geloof. Ik zet de beide begrippen even onder elkaar:
Religie:
“Onder religie (religare, Latijn voor verbinden) wordt meestal één van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan. In bredere zin duidt het woord ‘religie’ op een meer algemene vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven in relatie tot óf een macht…”[4].
Geloof:
“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].
Het geloof geeft vaste grond onder de voeten. Religie zet de mensen slechts op drijfzand.

Stephan verbaast zich erover dat het christelijk geloof in Nederland zo snel werd weggezet en afgedankt. En inderdaad, dat is opmerkelijk.
Het is, meen ik, ten diepste alleen verklaarbaar als wij ons realiseren dat er een geest van dwaling heerst.
In 1 Johannes 4 wordt er als volgt over geschreven: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan. Hieraan leert u de ​Geest van God​ kennen: elke geest die belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de ​antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is”[6].
En:
“Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling”[7].

Stephan Sanders noteert: “Sommige boeken moet je ook niet op je dertiende willen lezen, die zijn te complex en jij bent te veel puber”.
Maar nu staan de zaken dus anders.
Als ik het goed begrijp, heeft het sterven van Stephans’ moeder daarbij als katalysator gewerkt[8].
Dat lijkt mij een attentiesein voor jongeren, inclusief pubers. En ook voor ouderen trouwens. Dat attentiesein wijst ons onder meer op het volgende:
* er komen momenten waarop de Here in ons leven ingrijpt
* er gebeuren soms dingen die ons aan het denken zetten
* wees trouw in de dienst aan de Here
* dan gaan je gedachten altijd de goede richting uit
* dan is er altijd uitzicht!

Stephan Sanders wil graag bij de tijd zijn. Hij schrijft over start en restart. Het ontbreekt er nog maar net aan dat hij op de resetknop heeft gedrukt.
Ik zou willen uitroepen: met Gods Woord ben je immer en altijd eigentijds. Dat Woord geeft rust.
Ook voor gelovigen van 2018 geldt dat woord uit Openbaring 2: “Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[9].

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over Stephan Sanders https://nl.wikipedia.org/wiki/Stephan_Sanders ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[2] Geciteerd via https://www.trouw.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[3] Johannes 14:11.
[4] Geciteerd van http://www.encyclo.nl/begrip/religie ; geraadpleegd op zaterdag 20 januari 2018.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] 1 Johannes 4:1, 2 en 3.
[7] 1 Johannes 4:6.
[8] Citaat van https://visie.eo.nl/2016/12/stephan-sanders-probeerde-voor-een-jaar-de-kerk-uit/ : “Het geloof was er gewoon niet bij Sanders. Maar alles werd anders na het overlijden van zijn moeder, vertelt hij. ‘Die uitvaart, dat moet je de katholieken meegeven, dat kunnen ze ontzettend goed. In die tijd heb ik voorzichtig het idee toegelaten dat het geloof niet krankzinnig is’. Om het een kans te geven besloot hij een jaar geleden om wekelijks naar de kerk te gaan”.
[9] Openbaring 2:10 b.

26 januari 2018

Regeerbare wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het lezen van oude kranten werpt soms nieuw licht op de actualiteit.
Neem nu het volgende.

Op dinsdag 23 januari 1973 geeft het Nederlands Dagblad een verslag van de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s: de Gereformeerde Politieke Jeugdstudie Clubs.
De jaarvergadering werd toegesproken door P. Jongeling, fractieleider van het Gereformeerd Politiek Verbond in de Tweede Kamer. De heer Jongeling sprak indertijd behartenswaardige woorden.

“‘Jullie gaan een tijd tegemoet als eens Jeremia: nu rennen we nog tegen de voetgangers, maar straks tegen de paarden. De jonge garde moet daarom tot het uiterste bewapend zijn door geloof en politieke kennis om die strijd aan te kunnen’. Dit zei de heer Jongeling, fractieleider van het GPV in de Tweede Kamer tot de ruim honderd jongeren die de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s bijwoonden.
Ons land staat aan de grens van de onregeerbaarheid, stelde de heer Jongeling vast op basis van het resultaat van de kabinetsformatie tot dusver. Als oorzaak daarvan zag hij, dat het ons volk ontbreekt aan een gemeenschappelijke doelstelling die het aaneensmeedt. In dit opzicht is er een duidelijke parallel met twee eeuwen geleden toen ons volk ook verdeeld raakte door partijschappen. Oorzaak daarvan was dat de grondtoon van de reformatie binnen ons volk verzwakte en de prediking van de kerk verslapte. ‘God heeft een twist met Nederland’, constateerde Willem V terecht.
Vandaag gaat de geestelijke hersenspoeling veel harder als gevolg van de snellere communicatie”[1].

Nederland is onregeerbaar geworden. Dergelijke geluiden hoort men vandaag de dag wel meer.
In september 2015 schreef iemand: “Het is al een bekende teneur, maar hij werd vandaag weer eens bevestigd bij de laatste peiling van Maurice de Hond: Nederland is onregeerbaar geworden”.
En:
“Die stand van zaken is min of meer structureel, want het is de laatste twee jaar al zo. Dat zorgt ervoor dat er een volstrekte verlamming is gekomen in de Nederlandse politiek. Een met de dag minder populair kabinet, dat in de Eerste Kamer al een minderheidskabinet is geworden, maar dat maar blijft zitten omdat ieder alternatief door de zittende politici nog meer gevreesd wordt. Het sukkelt maar door. Het komt niet tot principiële standpunten”.
Verder:
“Alleen echt leiderschap kan daar iets aan veranderen. Visionair leiderschap”[2].

Nederland is schier onregeerbaar geworden, klagen nogal wat leidinggevenden. En dat zal wel waar wezen.
Maar het is duidelijk: een relativerende noot is hier op zijn plaats. Want dergelijke opmerkingen hebben al wel vaker geklonken.

Intussen is het waar: vooral door het internet, inclusief Twitter, is de communicatie in de aardse samenleving in onze tijd zo grillig en onvoorspelbaar geworden dat het gezegde ‘regeren is vooruitzien’ langzaam aan betekenis lijkt in te boeten.
Hoe moet dat toch verder met dat regeren? En is er eigenlijk nog wel perspectief?

“God heeft een twist met Nederland”, zei Willem V van Oranje-Nassau in 1795 bij zijn vlucht naar Engeland.
In zijn handboek zou Groen van Prinsterer later schrijven: “De ware bron van onze ongelukken ligt in de nationale zonden en ongerechtigheden. God heeft een twist met Nederland en wie zal oprichten als God ter neer werpt?”[3].

Het komt mij voor dat Groen van Prinsterer ons de juiste weg wijst: naar het Woord van God, namelijk.

Het bovenstaande overziende, denk ik aan Openbaring 5: “En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”.
Uit Openbaring 5 leren wij dat we goede moed kunnen houden in een zondige wereld terwijl de heilige God de macht heeft.
Nee, het is niet zo dat de God van hemel en aarde in Zijn toorn Zijn complete schepping wegvaagt. In dit Schriftgedeelte wordt duidelijk dat er Eén is die de wereld redt. Het Lam heeft de dood overwonnen. Zijn lijden en opstanding opent de weg naar een toekomst met God. Naar een heerlijkheid die niet in aardse taal te beschrijven is.
Lofliederen klinken!
Gezang barst los!
Engelen, ouderlingen, ja de ganse schepping zingt mee!

Mensen op aarde hebben al vaak gezegd dat samenlevingen moeilijk of niet regeerbaar worden. En men kan het garanderen: zulke opmerkingen zullen nog vaak te horen wezen.
Openbaring 5 dringt er bij op aan om het niet te vergeten: er komt een moment dat Gods kinderen zullen meeregeren. Niet alleen maar over Nederland. Welnee. Zelfs Europa is nog te klein. Wij gaan regeren over heel de wereld!

Het gegeven van ons regentschap komt in de Openbaring van Johannes overigens wel vaker voor.
Ik wijs u op Openbaring 3: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[4].
En op Openbaring 20: “Zalig en ​heilig​ is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen ​priesters​ van God en van ​Christus​ zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang”[5].
En op Openbaring 22: “En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[6].

Het wordt er bij ons ingepompt:
* de wereld wordt regeerbaar
* en kinderen van God hebben in dat regeren een belangrijk aandeel!
De samenleving wordt, als u het mij vraagt, steeds moeilijker regeerbaar.
Gezien vanuit de invalshoek der goddelozen zal er zelfs een moment komen dat wanhopig geconcludeerd wordt: hier is geen beginnen meer aan.
Maar gelovige mensen verliezen de moed niet.
Want zij weten het: vanwege het werk van de Heiland loopt de wereld niet vast. De weg naar de hemel is open. Dankzij Jezus Christus, de Redder der wereld!

Noten:
[1] “Nederland staat aan de grens van de onregeerbaarheid”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 23 januari 1973, p. 5.
[2] Geciteerd van https://nl4nl.wordpress.com/2015/09/27/nederland-is-onregeerbaar-geworden/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 januari 2018.
[3] Geciteerd via: prof. A.Th. van Deursen, “De visie van Groen op God, Nederland en Oranje (1)”. In: Protestants Nederland nr. 1 (januari 2008), p. 15-19. Citaat van p. 19.
[4] Openbaring 3:21.
[5] Openbaring 20:6.
[6] Openbaring 22:5.

25 januari 2018

Gods genezende macht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het aardse bestaan is bij tijd en wijle onuitsprekelijk vermoeiend. Niet in het minst voor de jeugd.
Onlangs verschenen de resultaten van het onderzoek ‘Jeugdtrends 2018’. De research werd gedaan door een samenwerkingsverband van christelijke jeugdwerkorganisaties. Zijnde het Jeugdwerk van de Nederlands Gereformeerde Kerken, Jong Protestant (JOP), Praktijkcentrum, MissieNederland, Welzijnskwartier Katwijk, Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie (CGJO), Huis van Belle, Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ), LEF Navigators en Youth for Christ.

Trend één: er is jeugd die hecht aan de eigen omgeving, maar er zijn ook jongeren die gaarne kijken naar mogelijkheden die zich elders voordoen.
Trend twee: je moet authentiek zijn; maar dat is dan wel van minuut tot minuut georganiseerd. Ook ontspanning moet een belevenis zijn. Dat alles deel je met je vrienden. Dat maakt de druk meestal alleen maar groter.
Trend drie: gelijkgezindheid is belangrijker dan leeftijd; de generatiekloof doet er niet zoveel meer toe. Er is eigenlijk geen plaats meer voor een een aparte ‘jeugdwerkbubbel’; wij moeten meer samen doen. Groepsvorming zou wat de jeugd betreft eerder mogen plaatsvinden rond interesse, passie en geloof.
Een belangrijke conclusie bij het bovenstaande is deze: “Als gevolg van constante druk lopen steeds meer jongeren vast; bijna de helft van de jeugd ervaart moeheid en gevoelens van stress en bezorgdheid”[1].

Het bovenstaande brengt mij vandaag bij Mattheüs 9: “Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
De Here geeft veel onderwijs. Hij preekt, om zo te zeggen, overal en nergens. Op die manier brengt Hij Zijn volk bij elkaar.
Net zoals in Mattheüs 2 al staat: “En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal”[3].

Wat gebeurt er in Mattheüs 9 zoal?

Jezus geneest een verlamde[4]. Met die genezing toont Jezus aan:
* de macht van de zonde wordt verbroken
* de zonden worden vergeven
* de gevolgen van de zonden worden opgeheven.

Daarna lezen wij over de roeping van Levi[5]. Dat is een tollenaar. Iemand die belasting int voor de bezetter. Zeg maar gewoon: een collaborateur. Dus een man die met de vijand samenwerkt. En: een deel van de opbrengst steekt Levi in eigen zak. Geen wonder dat hij gehaat is!
Welnu, ook de macht van het geld wordt gebroken.
En ja, ook de macht van het wettische leven wordt kapot gemaakt. De Farizeeën worden gewezen op de betekenis van Hosea’s woord: “Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in ​offer, in kennis van God meer dan in ​brandoffers!”[6].

U komt niet in de hemel door zich aan allerlei keurige regeltjes te houden. Voorschriften omtrent het vasten bijvoorbeeld.

Waar het om gaat, is samen te vatten in een woord van zes letters: geloof.
Jaïrus gelooft onvoorwaardelijk in de levendmakende kracht van Jezus Christus. De vrouw die al twaalf jaar bloedvloeiingen heeft aarzelt niet: als zij van die ellende af wil komen, moet zij bij de Heiland wezen[7]!

Wie volhardend gelooft, gaat de macht van God zien. En in Mattheüs 9 geldt: wat de ogen zien, daar loopt de mond van over!
Waarom?
De Goddelijke majesteit manifesteert zich in het handelen van Jezus Christus:
* twee blinde broeders gaan weer zien
* iemand die – vanwege de aanwezigheid van een demon – geen spraakvermogen heeft, kan plotseling toch spreken[8].

Wat is dus het kader van die verzuchting over vermoeiden die geen herder hebben?
Antwoord: Gods genezende macht vraagt geloof.

Anno Domini 2018 is dat niet anders geworden!

We hebben in onze tijd te maken met jeugd die vermoeid is. Met jeugd die onder zware druk staat.
En feitelijk is dat, zo valt te vrezen, met volwassenen weinig anders.
Wat valt er in zo’n wereld te doen?
Er zou al veel gewonnen zijn als de jeugd, en ook wij allen, beseffen dat Gods macht boven alle drukte uit gaat. Dat bedenken wij wellicht niet als we gestrest en vermoeid zijn. Maar juist daarom is het zo nodig om ons er in rustiger periodes bij te bepalen:
* de macht van de Heiland stopt overdreven drukte en dempt de stress.
* de Heer van hemel en aarde maakt een einde aan ziekte en ellende.
* volhardend geloof in Gods onbegrensde macht geeft kracht om tijdig rustmomenten in te bouwen.

Betekent dat dat kerkmensen nooit moe meer zullen wezen?
Geachte lezer, dat weet u vast wel beter.
Echter: als de reddende macht van Jezus Christus het kader van ons leven is, is er – ondanks alles – altijd wel tijd om te herademen.

Noten:
[1] “Jeugdtrends 2018: helft jongeren moe, gestrest en bezorgd”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 17 januari 2018, p. 2.
[2] Mattheüs 9:36.
[3] Mattheüs 2:6.
[4] Mattheüs 9:1-8.
[5] Mattheüs 9:9-13.
[6] Hosea 6:6.
[7] Mattheüs 9:18-26.
[8] Mattheüs 9:27-34.

24 januari 2018

Onbewerkte altaarstenen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De wet van God is bij heel wat mensen in bespreking. Men vraagt: hoe gaat u om met die wet? En ook: welke plaats geeft u die wet?
Die wet heeft afgedaan, zeggen sommigen. Die wet is passé. Niet meer geldig, kortom.
Met die wet kunnen we onze dankbaarheid tonen, menen anderen. En ja, met nauw verholen graagte voeg ik mij die laatste groep sprekers.

Gods wet is bijzonder. Het is niet zomaar een grondwet. Het is geen norm die vanuit aardse regelzucht gegeven is.
‘Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen’, zegt men. Dat betekent: het feit dat u niet wist dat iets verboden was, mag u niet gebruiken als smoesje om de wet te overtreden.
In de kerk wordt ieder lid geacht Gods wet te kennen. Daarmee wordt niet slechts een grens aangegeven. Er wordt tot positieve actie opgeroepen. Ons hele leven is, als het goed is, één lange uiting van diepe dank. In de kerk moeten we aan het werk!

In Exodus 20 wordt die wet van God gegeven. Er staan een aantal voorschriften bij.
Eén ervan mogen we gerust opmerkelijk noemen.
Het is deze: “U moet voor Mij een altaar van aarde maken en daarop uw ​brandoffers​ en uw dankoffers, uw kleinvee en uw runderen ​offeren. Op elke plaats waar Ik Mijn Naam zal laten gedenken, zal Ik naar u toe komen en u ​zegenen. Maar als u voor Mij een stenen altaar maakt, mag u dit niet bouwen van gehouwen stenen, want als u ze met uw houweel bewerkt, ontheiligt u ze[1][2].

Het altaar moet worden gebouwd met stenen die niet door mensenhanden zijn bewerkt.
Wie dat leest, zou kunnen denken: dat is vreemd, want dan wordt het stapelen van stenen alleen maar moeilijker. De stenen passen immers niet op elkaar. Wordt het op die manier niet een reuze wankel geheel? Erger nog: wordt dat altaar niet een beetje rommelig?
Van jongsaf leren Gereformeerden dat de Here volmaakt is, en dat Hij volmaaktheid om Zich heen wil. Is dat in Exodus 20 even niet meer zo?

Daar komt nog wat bij.
In Exodus 27 moet een altaar van acaciahout worden gemaakt. Van planken, wel te verstaan[3].
In 1 Koningen 8 lezen we over een altaar dat van koper is[4].
Waarom mogen de stenen voor het altaar in Exodus 20 eigenlijk niet worden bewerkt?

Het komt mij voor dat het hier vooral belangrijk is om te zien dat in Exodus 20 alles draait om de heiligheid van de Verbondsgod.
Mensen kunnen op geen enkele manier aan Hem tippen. De Heer van hemel en aarde torent ver boven deze wereld uit. Zijn almacht is alleszins bewonderenswaardig, en soms ook volstrekt verbijsterend.
In Exodus 20 krijgen de Israëlieten een les in afhankelijkheid. En alle Bijbellezers uit latere tijdperken moeten zich terdege realiseren dat zij, voor wat hun redding betreft, volledig afhankelijk zijn van de goedertierenheid van hun God.

De verlossing moet uit de hemel komen. Op aarde is er niemand, helemaal niemand, te vinden die de zonden weg kan vagen. Er is geen enkel schepsel dat de ernstige tekorten van deze zondige wereld kan aanvullen.

De stenen van het altaar? Die mag niemand fatsoeneren.
Want de zonden kan niemand op aarde in model brengen.
De wereld moet worden gered door de Here Jezus Christus, onze Heiland. Hij herstelt de zwaar beschadigde wereld. Hij brengt de kapotte schepping weer op orde. Hij geeft Zijn maaksel de paradijskracht terug.

De stenen in Exodus 20 attenderen ons erop: God is niet onze vriend.
Het is bovendien niet zo dat we op prettige en verantwoorde wijze voor Hem kunnen verschijnen als we onszelf een beetje bijwerken.
We komen er niet met een beetje polijsten en bijschaven.
Zeker, er zijn massa’s mensen die hun leven wijden aan de dienst aan de Here.
En dat is prachtig.
Laat dat vooral zo blijven.
Als men maar niet denkt, dat daarmee een toegangskaartje voor de hemel verdiend kan worden!

Laten we die onbewerkte altaarstenen van Exodus 20 maar in gedachten houden.
Dan beseffen we ook wat onze positie is tegenover de hoge God.

Noten:
[1] Exodus 20:24 en 25.
[2] Voor dit Schriftgedeelte kies ik omdat Exodus 20:1-26 centraal staat tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering vindt vanavond, woensdagavond 24 januari 2018, plaats.
[3] Exodus 27:1 en 8.
[4] 1 Koningen 8:64.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.