gereformeerd leven in nederland

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

19 april 2018

Beschermende kleding nodig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wees gewapend tegen de listen van de duivel!

Dat is een boodschap die, om het zo maar te zeggen, in ons leven voortdurend moet resoneren. In het dagelijks leven moet je van die boodschap steeds de echo horen.

De vraag is: geef ik in mijn leven alle eer aan God, of heeft de tegenstander van God mij eigenlijk in zijn greep?
Natuurlijk: u werkt voor uw bedrijf. En/of voor uw leidinggevende. Want u wilt graag dat de bazen van ‘uw’ bedrijf tevreden zijn.
Maar dat, beste lezer, is slechts een oppervlakkige taxatie van het bestaan. Er is meer dan het zoveelste klusje op een duffe donderdag.

Laat ik vandaag wijzen op 1 Johannes 3: “Hieraan zijn de ​kinderen​ van God en de ​kinderen​ van de ​duivel​ te herkennen. Ieder die de ​rechtvaardigheid​ niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft”[1].

De eerste brief van Johannes lijkt te zijn ontstaan “aan het eind van de eerste eeuw, of het begin van de tweede eeuw, in ieder geval later dan het Johannesevangelie. Waarschijnlijk is de tekst ontstaan in Klein-Azië, meer in het bijzonder in Efeze”.

In de brief benadrukt de schrijver vooral dat de menswording van Christus geen fabeltje is.
‘Wandel in het licht’, schrijft de bejaard geworden Johannes.
‘Blijf altijd in de sfeer van Gods liefde’ noteert hij erbij. Want dat is een zeker teken dat de God van hemel en aarde het in uw leven voor het zeggen heeft[2].

Kinderen van God zijn rechtvaardig.
Kinderen van God hebben elkaar lief.
Het is niet moeilijk om te bepalen aan welke kant zij staan.
Jezus maakt in Mattheüs 7 de vergelijking met een boom. Ik citeer: “Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of ​vijgen​ van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen”[3].

In feite zijn alle mensen op deze wereld te verdelen in twee massa’s mensen.
Denk in dit verband maar aan een stuk bouwland.
Mattheüs 13 brengt ons naar zo’n akker toe. Dat gaat als volgt: “De ​akker​ is de wereld, het goede ​zaad​ zijn de ​kinderen​ van het Koninkrijk en het onkruid zijn de ​kinderen​ van de boze. De vijand die het ​gezaaid​ heeft, is de ​duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn ​engelen”[4].

Waar leef je uit?
Wat is de oorsprong van uw gedachten?
Welk doel wil je met uw gedachten bereiken?
Waar moet het met u naar toe?
Het is belangrijk om dat helder voor ogen te hebben!
Johannes beschrijft in zijn evangelie hoe Jezus laat zien dat menselijke gedachten zomaar kunnen inspelen op duivelse bedoelingen.
De Joden behoren vanouds bij het volk van God. Maar in Johannes 8 blijkt dat diezelfde Joden niet geloven dat Jezus Christus hun Zaligmaker is. Zij geloven niet dat Jezus uit de hemel komt. De conclusie is hard en duidelijk: die Joden horen dus bij de duivel. “Als God uw Vader was, zou u Mij ​liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen. U bent uit uw vader de ​duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid”[5].
Dus:
zonder dat zij het helemaal beseffen behoren de Joden bij het kamp van de duivel.
Dus:
als we met z’n allen niet steeds voor ogen houden dat Jezus Christus onze Redder is, staan wij in een oogwenk in de divisie van de duivel.
Wij worden ertoe opgeroepen om een duidelijke keuze te maken. Als wij dat niet doen, zet satanische trekkracht ons zonder pardon in de verkeerde sectie.

Er zijn momenten waarop alle maskers bij de duivel af gaan.
Dan moet je heel duidelijk maken waar je staat.
Dat moet Paulus doen in Handelingen 13.
Leest u maar even mee: “En toen zij het eiland doorgegaan waren tot ​Pafos​ toe, troffen zij een zekere ​tovenaar​ aan, een valse ​profeet, een ​Jood​ van wie de naam Barjezus was. Hij hoorde bij de stadhouder Sergius ​Paulus, een verstandig man. Die riep ​Barnabas​ en ​Saulus​ bij zich en verlangde ernaar het Woord van God te horen.
Maar Elymas, de ​tovenaar​ (want zo wordt zijn naam vertaald), ging tegen hen in en probeerde de stadhouder van het geloof af te houden. Maar ​Saulus​ (die ook ​Paulus​ genoemd wordt), vervuld met de ​Heilige​ Geest, keek hem doordringend aan, en zei: O duivelskind, vol van alle bedrog en van alle sluwheid, vijand van alle ​gerechtigheid, zult u er niet mee ophouden de rechte ​wegen​ van de Heere te verdraaien?”[6].
Het moet altijd duidelijk zijn dat je bij de militia Christi – de krijgsmacht van God – behoort!

De duivel is volop actief.
Wie Gods Woord leest en daarna in de wereld rondkijkt, ziet dat al heel gauw. Soms is de intentie van de duivel duidelijk. Op andere momenten opereert de satan, de duivel dus, veel geniepiger. Maar voordat je ’t weet word je aangevallen. In de rug, ook nog.
Doe dus vooral de beschermende kleding van Gods Woord aan!

Noten:
[1] 1 Johannes 3:10.
[2] Zie voor het bovenstaande https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_brief_van_Johannes en https://christipedia.miraheze.org/wiki/Eerste_brief_van_Johannes ; geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[3] Mattheüs 7:16-20.
[4] Mattheüs 13:38 en 39.
[5] Johannes 8:42, 43 en 44 a.
[6] Handelingen 13:6-10.

18 april 2018

Gereed voor de strijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wees gewapend tegen de listen van de duivel!
Dat schrijft Paulus in de brief aan de Efeziërs, hoofdstuk 6.

Efeze – waar hebben we het dan eigenlijk over?

Uit een internetencyclopedie citeer ik het volgende.
“Efeze was een belangrijke handelsplaats aan de westkust van het tegenwoordige Turkije, toentertijd in de Romeinse provincie Asia. Behalve een handelscentrum was Efeze ook een belangrijk godsdienstig centrum. De tempel van de godin Artemis trok vele pelgrims naar Efeze, en was zo van groot economisch belang.
Paulus was de stichter van de christelijke gemeente in deze stad. Zijn eerste korte bezoek aan deze stad was in het voorjaar van 54 na Christus. Hij kon niet lang blijven want hij moest op een vastgestelde datum in Jeruzalem zijn om een gelofte in te lossen. (…) Maar later bracht hij bijna drie jaar door in Efeze, jaren van toegewijde en intensieve evangelieverkondiging (…).
Een steeds terug kerende uitdrukking in de Efeze-brief is “in Christus” (…). Deze uitdrukking betekent dat christenen zich mogen vereenzelvigen met het lijden, sterven en de opstanding van Christus, en alle genoemde zegeningen ontvangen we in nauwe gemeenschap met Hem.
Naast alle verheven zaken is Paulus ook heel praktisch als hij spreekt over het huwelijk, de opvoeding, gehoorzaamheid, leiding geven en geestelijke strijd”[1].

Er is een strijd gaande. Een gevecht tussen de duivel en God.

Je hoort het nog wel eens zeggen: zij is een duivel. Daarmee wil men meestal zeggen: zij heeft mij veel kwaad gedaan, ik duld haar niet meer in mijn omgeving.

De duivel – ook ‘satan’ genoemd – is echter een werkelijk bestaand bovennatuurlijk wezen.
In Job 1 en Job 2 praat satan met God over Job en diens omstandigheden[2].
In Mattheüs 4 stelt de satan Jezus op de proef: hij biedt bijvoorbeeld het bestuur over alle koninkrijken van de wereld aan in ruil voor één aanbiddingsmoment[3].
De satan heeft echte macht.
Die macht zie je heel vaak in mensen terug. En zo komen we tot die uitdrukking: zij (of: hij) is een duivel. Maar laten we ’t zuiver stellen: in die satanisch werkende mensen zit een energie die vele, vele malen groter is dan die mensen zelf; en ze hebben het zelf vaak niet eens door.

Paulus zegt dus: wees gewapend tegen die macht!

Hoe ziet de geestelijke wapenrusting eruit?
* de gordel van waarheid; het aanvaarden van Gods Woord
* het pantser van gerechtigheid; een rein geweten
* schoenen van paraatheid; vrede en stabiliteit zijn aan de orde van de dag
* de helm van het heil: de zegen en hulp van God in alle omstandigheden van het leven
* het zwaard van de Heilige Geest: het gebruik van Gods Woord
* gelovig gebed; voorbede, omgang met God in het bidden[4].

Dat gelovig gebed is belangrijk. En het is ook heel bijzonder.
Bidden – hoe doe je dat? In het algemeen doen we dat met de ogen dicht. Een paar minuten lang zijn we geconcentreerd op het contact met God. We letten niet op de omgeving. Wij zijn gefocust op de God van hemel en aarde.
Er kan intussen van alles gebeuren. De wereld om ons heen kan, bij wijze van spreken, instorten.
En toch heeft een gelovig mens de wapenrusting aan.
Dat biddende kind van God is, als het erop aan komt, tot de tanden gewapend!

Ooit beëindigde de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant W. Vreugdenhil (1904-1984) een preek over de geestelijke wapenrusting als volgt: “Biddend strijden en strijdend bidden – dat zij ons parool ook in deze tijd, waarin de geestelijke vijanden niet stilzitten, maar altijd bezig zijn om ons aan te vallen. Een held in volle wapenrusting tegenover de vijand, maar in de binnenkamer gebogen voor onze God ,– zo moge de HERE ons allen vinden vandaag en morgen en overmorgen, tot op de dag, dat Hij ons komt aflossen van onze post. Dan is de strijd voorgoed gestreden. Dan mag de wapenrusting worden afgelegd. Dan zal het eeuwig vrede zijn! Amen”[5].

Kijkend naar de geestelijke wapenrusting wil ik graag wijzen op woorden van de Kroatische theoloog Miroslav Volf. Onlangs was hij gastspreker tijdens een bijeenkomst van Bond van Nederlandse Predikanten; die bond is een beroepsorganisatie van en voor dominees.
Volf zei daar: “Als je naar een ijssalon gaat, kies je een smaak waarvan je houdt, waar je zin in hebt. Je vraagt je niet af of iets waar of niet waar is. Zo is het ook bij vragen over het goede leven. Mensen nemen beslissingen op basis van wat ze willen”.
En ook:
“De grote religieuze en filosofische tradities vertelden vroeger wat we moesten doen. Maar tegenwoordig zijn ze een soort obers van de menselijke ziel. Ze vertellen wat er op de schalen ligt, ze informeren wat de opties zijn. Dat is een groot verschil”[6].
De hierboven geciteerde Kroatische theoloog wijst ons er op dat we, ook in het kerkelijk leven, tegenwoordig nogal eens afgaan op persoonlijke smaak en individuele wensen.

Dat klopt.
Maar onze God vraagt ons eenvoudig de door Hem aangeboden wapenrusting aan te trekken.
Wie een poosje in deze wereld rondkijkt, begrijpt al heel gauw hoe noodzakelijk dat is.

Noten:
[1] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/E/Efeziërs_(brief_van_Paulus) ; geraadpleegd op dinsdag 10 april 2018.
[2] Job 1:6-12 en Job 2:1-7.
[3] Mattheüs 4:1-11.
[4] Zie hierover ook http://www.herschepping.nl/08wl/gstrijd_03geestelijke_wapenrusting.php ; geraadpleegd op dinsdag 10 april 2018.
[5] De betreffende preek heeft als tekst Efeziërs 6:14-18 en is gedateerd op 31 augustus 1957.
[6] Geciteerd uit: “Wat de wereld van christenen kan leren”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 10 april 2018, p. 2 en 3.

17 april 2018

Permanente dank

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dit artikel begint met een citaat uit Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus. Die Catechismus is, zoals bekend, een leerboekje van de kerk. We leren wat wij behoren te geloven. Wij leren wat God van ons vraagt.

Wij lezen: “Wat gebiedt God in het eerste gebod?
Antwoord:
Ten eerste dat ik, als mijn heil mij lief is, alle afgoderij, tovenarij, waarzeggerij, bijgeloof, aanroeping van de heiligen of van andere schepselen vermijd en ontvlucht.
Ten tweede dat ik de enige ware God naar waarheid leer kennen, Hem alleen vertrouw, met alle ootmoed en geduld mij aan Hem alleen onderwerp, al het goede van Hem alleen verwacht, Hem met heel mijn hart liefheb, vrees en eer, en wel zo, dat ik eerder alle schepselen prijsgeef, dan dat ik het minste of geringste tegen zijn wil zou doen”[1].

Aanroeping van de heiligen – dat doet men, zoals bekend, in de Rooms-katholieke kerk. Mensen als Maria, Petrus en Paulus komen nogal eens voorbij.
Maar in feite helpt zulk bidden niet.
Jazeker – op de korte termijn kunnen mensen wel helpen. Maar echt structurele hulp en verlossing moeten van God komen.

Mensen hebben van nature weinig goeds aan te bieden. Van nature deugen mensen niet.
Hoe komt het dan dat mensen toch volgens Goddelijke normen gaan werken en leven?
Antwoord: omdat de Heilige Geest van God hen aanstuurt.
Wij moeten dat, naar mijn vaste overtuiging, heel praktisch bekijken. Als u uw werk goed doet, komt dat omdat God ingrijpt. Dat wij op kantoor of in de fabriek prima producten afleveren is, gezien onze inborst, eigenlijk een wonder dat God in onze levens doet.

Die aansturing gebeurt via Gods wet.
En nee, we kunnen geen plaatsje in de hemel verdienen als wij ons netjes aan de wet houden. Die plaats is gecreëerd door onze Heiland, de Here Jezus Christus.
Om het met Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus te zeggen: “Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost”[2].
Wij houden ons aan de wet van God om onze dankbaarheid te tonen.
De Heiland heeft het verlossingswerk gedaan.
Nu zeggen door Hem gekochte mensen in woord en daad ‘dank u wel’.

Laat ik Gods wet hier maar eens neerzetten:
“Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.
U zult geen ​andere ​goden​ voor Mijn aangezicht hebben.
U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.
U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de ​misdaad​ van de vaderen vergeldt aan de ​kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die ​barmhartigheid​ doet aan duizenden van hen die Mij ​liefhebben​ en Mijn geboden in acht nemen.
U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.
Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.
Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,
maar de zevende dag is de ​sabbat​ van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw ​vee, noch uw ​vreemdeling​ die binnen uw ​poorten​ is.
Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
Eer​ uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.
U zult niet doodslaan.
U zult niet echtbreken.
U zult niet stelen.
U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
U zult niet begeren het ​huis​ van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is”[3].

Wie naar de bovenstaande wet kijkt, beseft al snel: daar houd ik me niet helemaal aan. Sterker nog, u realiseert zich waarschijnlijk heel goed: ik red het niet om hier consequent naar te leven.
Laten we dan maar bedenken: wij zijn in Zijn hand. En: Hij geeft ons ook dat we iedere dag weer ons best doen om naar Zijn wet te leven. Er is dus alle reden voor een permanent ‘dank U wel’.

Eigenlijk kicken we allemaal op macht. Een belangrijke baan, een leidinggevende functie… – die willen wij eigenlijk allemaal wel.
Wij zullen er met z’n allen tegen moeten vechten om onszelf belangrijk te gaan vinden. Want wij zijn in kinderen van God. Prinsen en prinsessen in Zijn koninkrijk!

Gods wet zal, als het goed is, altijd het kader van ons aardse leven wezen.
Niet als een keurslijf, een harnas. Het is onze leefregel om te laten zien hoe blij wij zijn met het Goddelijk beleid!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 34, vraag en antwoord 94.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, vraag en antwoord 1.
[3] Exodus 20:2-17.

16 april 2018

Bezieling gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Christelijke jeugd mist bezieling”.
Aldus een krantenkop. Die stond op donderdag 5 april jongstleden in het Nederlands Dagblad.

Els van Dijk, directeur van de Evangelische Hogeschool, spreekt daarover als volgt: “We zien dat de boodschap van het evangelie in scherp contrast staat met wat deze wereld verkondigt (…) Veel jongeren komen moeilijk los van verwachtingspatronen van anderen. Zij ervaren het leven als een grote wedstrijd die je elk moment kunt verliezen’”.
De directeur verbaast zich erover dat christelijke jongeren niet meer vanuit bezieling voor hun geloof leven. Zij zegt: ‘We omarmen liever de moderne trends en mogelijkheden en zijn druk. We zijn ik-gericht, maar waar zijn de sporen van het koninkrijk van God?’”[1].

Wat mij betreft is het een treffende typering: het leven is een grote wedstrijd die je elk moment kunt verliezen.

Daarover nadenkend kom ik vandaag bij een vers uit Lucas 9.
Het betreft deze woorden: “Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen en zichzelf te verliezen of zelf schade te lijden?”[2].

In Lucas 9 is de boodschap: als je jezelf wilt redden, wordt dat niks. Dan verlies je alles. We worden alleen door Gods genade gered. Redding geschiedt nimmer op basis van eigen prestaties.
Jezus Christus zegt: “Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”[3].

Jezelf aan iemand verliezen… – dat is in onze wereld lang niet altijd goed.
Met name via sociale media worden wij bijna voortdurend beïnvloed. Jan en alleman dringt ons zijn of haar mening op. Soms lijkt het alsof wij alles moeten weten. Wij moeten, zo toetert men in ons oor, snel veranderen.
Wat gebeurt er als wij niet veranderen? Dan vindt men ons al snel kortzichtig. ‘Je gaat niet met je tijd mee’, zeggen omstanders teleurgesteld. ‘We hadden meer flexibiliteit van u verwacht’. In een zacht verwijt klinkt het: ‘daar kun je vandaag toch niet meer mee aankomen?’.
Soms lijkt het net alsof het een schande is om gewoon jezelf te zijn.
Het lijkt wel alsof de God van hemel en aarde er veel beter aan had gedaan om andere schepselen te creëren.

Jezus Christus is de Heiland.
Heiland – daar zit het woord ‘heil’ in. Jezus Christus biedt ons heil aan. Hemels heil.
Hij zegt: “Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de ​heilige​ ​engelen”[4].

De boodschap is dus: kom er maar voor uit dat je bij de Heiland hoort!
Laat in woord en daad maar blijken dat je gericht op God, en op de plaats waar Hij woont. Want je weet: in diezelfde woonplaats is ook een huis gereserveerd voor mij!

Kom er maar voor uit dat je bij de Heiland hoort!
Die zin ziet eruit als de omschrijving van een specialiteit van vrome mensen.
U en ik kennen hen wel. Het is van dat volk dat altijd glimlacht. Het zijn de lieden die geen tegenspoed lijken te kennen.
Moeten wij ons gaan specialiseren in de vaardigheid van de eeuwige glimlach?

Nee.
Zeker niet.

Een uitlegger noteert bij Lucas 9: “Hij vraagt niet dat we zo eens een enkele keer iets groots voor Hem verrichten, een of andere heldendaad, waar mensen bewondering voor hebben en waarover een boek kan worden geschreven of een film kan worden gemaakt. (…) Het moet elke dag worden waargemaakt. Dat vraagt volharding en niet af en toe een geloofsdaad”[5].

In het kader van de grote wedstrijd van het leven verwacht de jeugd, als ik mij niet vergis, niet zelden grote dingen van zichzelf.
Er moet getuigd worden…
In de kerk moet het altijd vrede wezen…
De kerk moet opener zijn richting de wereld…
In de kerk moet iedereen altijd blij zijn…

Maar nee, dat kan niet.
In de kerk wordt het nooit ideaal. Op het kerkplein staat niet altijd een muziekkorps. Er wordt ook wel eens stil verdriet gedragen. En zelfs als – afgaand op het eerste aanzicht – alles in orde lijkt, kunnen er zich nog allerlei verontrustende zaken voordoen.

Kom er maar voor uit dat u bij de Heiland hoort!
Laat maar blijken dat je op Hem vertrouwt!
In dat kader behoeft niemand moeilijke dingen te doen. Soms kun je in een simpel tussenzinnetje laten horen dat jij van harte gelooft dat er méér is dan dit aardse tranendal.
U kunt zeggen: ik geloof dat er een heerlijk hemels leven aankomt. Dat geloof ik omdat de Heiland voor mijn zonden heeft geleden.
Jij mag zeggen: er komt een moment dat mijn innerlijke strijd eindigt.
Jij kunt zeggen: er komt een tijd dat mijn stil verdriet eindelijk wordt verzacht.
Jij mag opmerken: er komt een periode waarin de beschadiging van mijn ziel, die niemand hier op aarde zien kan, definitief wordt hersteld.

Laten wij, jongeren en ouderen, ons leven daarom maar blijmoedig in handen van de Here Jezus Christus leggen.
Laten die woorden van Jezus, om zo te zeggen, maar in grote letters boven ons leven staan: “wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”.

Dan keert de bezieling in ons leven terug.
Bij de jeugd.
Ja, bij ons allemaal.

Noten:
[1] “Christelijke jeugd mist bezieling”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 april 2018, p. 7.
[2] Lucas 9:25.
[3] Lucas 9:24.
[4] Lucas 9:26.
[5] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1535.pdf , p. 179 en 180; geraadpleegd op donderdag 5 april 2018.

13 april 2018

Uitblinken in de liefde vooral

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De wereld is oneerlijk.

Natuurlijk is het bovenstaande overdreven. Want er zijn ook nog heel integere mensen. Maar wij kunnen er niet omheen: er is veel list en bedrog.

Niet zo lang geleden was het in het nieuws: “De Nederlandse advocaat Alex van der Zwaan is in de Verenigde Staten veroordeeld tot dertig dagen cel. Ook moet hij een boete betalen van ruim 16.000 euro. Hij is schuldig bevonden aan liegen tegen speciaal aanklager Robert Mueller, die onderzoek doet naar Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij had daarvoor zes maanden cel kunnen krijgen”[1].
Einde citaat.
De advocaat heeft relaties met diverse invloed mensen uit Rusland. Van der Zwaan heeft in de zaak een bijrol. Maar hij is wel de eerste die veroordeeld is.

Liegen, bedriegen, misleiden: de wereld is er vol van.
We zien dat in het klein. Maar ook in het groot.

Wat staat de kerk in die samenleving te doen?

De Here leert ons in Romeinen 12: “Laat de ​liefde​ ongeveinsd zijn. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede”[2].
Het is belangrijk om die door de Heilige Geest geïnspireerde woorden van de apostel Paulus in praktijk te brengen. In onze enerverende maatschappij rennen we onszelf zomaar voorbij. Wij hebben het niet zomaar druk. Nee, wij zijn druk-druk-druk. Kortom: driewerf druk.
De Geest van God zet ons in Romeinen 12 op de rem.
En Hij zegt: concentreer je op de juiste dingen!

“Ga elkaar voor in eerbetoon”, staat even verder[3]. Met andere woorden: houdt elkaars reputatie hoog!
IJver en inzet, levende hoop op Gods beloften, geduld in tegenspoed, diaconaat, gastvrijheid… – er komt in dit hoofdstuk van alles langs.
Onderlinge liefde is een groot goed in de kerk!
Wij hebben al gauw de neiging om enigszins zakelijk te zijn. Een beetje kortaf, soms. Wij regelen de dingen zo doelmatig mogelijk, want wij hebben nog meer te doen.
Jazeker, de onstuimigheid van de eenentwintigste samenleving heeft ook invloed op ons.

Daarbij staat één ding bovenaan – eerlijkheid en integriteit: daarin moeten kerkmensen vooropgaan!

In dit verband citeer ik graag de Amsterdamse predikant J.C. Sikkel (1855-1920) die in een studie over de brief aan de Romeinen eens schreef: “De beoefening der liefde is altoos en in alles de roeping der geloovigen. God is liefde, en de liefde is de vervulling der Wet; wij moeten God liefhebben boven alles en onzen naaste als onszelf. De liefde is de hoogste inhoud van het menschelijk leven en daarom de hoogste eisch voor het menschenleven. Zoo moeten dan de geloovigen onder de menschen uitblinken in de liefde vooral. Hieraan zal de wereld erkennen, dat zij discipelen van den Heere Jezus Christus zijn, zoo zij liefde hebben onder elkander”.
En:
“Deze liefde moet inhouden onderlinge wederkeerige waardeering, hoogschatting en vereering. Met eere, in vereering en eerbetoon, moeten zij de één den ander voorgaan, hierin wedijveren, en elkaar hierin ten voorbeeld zijn”[4].

Uitblinken in de liefde vooral – voordat wij ’t weten zijn wij dat verleerd. Waar mensen bij elkaar zijn, is zomaar wrijving. Misverstand. Controverse en disharmonie.
En laten wij maar eerlijk zijn: in het kerkelijk leven zien we dat overal en nergens.

Laten wij bij dit alles niet vergeten dat de liefde van Romeinen 12 terug te voeren is op de kern van Paulus’ brief aan de Romeinen.
Die kern vinden we terug in hoofdstuk 1: “Want ik schaam mij niet voor het ​Evangelie​ van ​Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, en ook voor de Griek. Want de ​gerechtigheid​ van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”[5].
De blijde Boodschap van Christus’ opstanding geeft perspectief in het leven. De Heiland heeft betaald voor onze zonden.
Daarom is er altijd een nieuw begin. Wij mogen elke dag een nieuwe start maken. In de kerk hebben we daar sinds jaar en dag een prachtige term voor. Wij noemen dat: dagelijkse bekering.
Als het met die betoning van liefde weer eens mislukt is…
Als ons goed bedoelde liefdebetoon weer eens helemaal verkeerd begrepen is…
Als onze liefde voor de zoveelste keer stukloopt op onwil en woede…
dan mogen wij bedenken: morgen is er, zo de Here wil, een nieuwe dag. Met nieuwe kansen om de uit ons geloof voortkomende liefde in de praktijk van het leven te laten zien!

Intussen kunnen wij zeggen: wij zijn Alex van der Zwaan niet. En: wij liegen en bedriegen de boel niet.
Even zo goed weten wij heel goed dat de nieuwe mens in ons moet opstaan.
En dat kan ook.
Niet omdat wij zelf zo stoer zijn, maar omdat Gods Heilige Geest ons vernieuwt. Pas dan kunnen wij iets van blijdschap laten zien. Om het met de Heidelbergse Catechismus te zeggen: “hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”[6].

De wereld is oneerlijk.
Jazeker, dat is waar.
Maar juist in die wereld wordt, als het goed is, de antithese, de tegenstelling zichtbaar!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2225635-advocaat-van-der-zwaan-cel-in-voor-liegen-in-trump-ruslandonderzoek.html ; geraadpleegd op woensdag 4 april 2018.
[2] Romeinen 12:9.
[3] Romeinen 12:10.
[4] J.C. Sikkel, “Romeinen – derde stuk”. – p. 57.
[5] Romeinen 1:16 en 17.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 33, antwoord 90.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.