gereformeerd leven in nederland

31 mei 2018

Leiderschap in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Hoe gaan we om met leiderschap, ambten en sacramenten?”. Onlangs kwam ik die vraag tegen in een paper over nieuwe vormen van kerk-zijn[1].

Die vraag zet ons met beide benen op de grond.

Nee, ik noteer vervolgens niet dat we middenin de wereld van vandaag gezet worden.
Hoewel het thema in onze tijd vaak langs komt. Ook deze internetpagina legt daar getuigenis van af[2].

Maar overigens is leiderschap ook een kwestie van gisteren.
Zie Exodus 2: Mozes “keek om zich heen, en toen hij zag dat er niemand was, sloeg hij de Egyptenaar dood en verborg hij hem in het zand. En hij vertrok de volgende dag, en zie, twee Hebreeuwse mannen waren aan het vechten. Hij zei tegen de schuldige: Waarom slaat u uw naaste? Maar die zei: Wie heeft u tot leider en rechter over ons aangesteld? Zegt u dit om mij te doden, zoals u die Egyptenaar gedood hebt? Toen werd ​Mozes​ bevreesd, en hij zei: Deze zaak is beslist bekend geworden”[3].
Leiderschap: dat is alle eeuwen door een veel besproken punt.

Dat leiderschap moet door God gegeven zijn.
Stefanus wijst daar in Handelingen 7 op: “Die ​Mozes, die zij afgewezen hadden toen zij zeiden: Wie heeft u tot een leider en rechter aangesteld? hém heeft God als leider en verlosser gezonden…”[4].

Even tussendoor: de in 1668 gebouwde Chiesa di San Moisè, gelegen in de wijk San Marco in Venetië – ook wel San Moisè Profeta geheten – is onder meer aan Mozes opgedragen[5]. Trouwens, in Amsterdam staat ook een Mozes en Aäronkerk[6].
Ik zou zeggen: dergelijke gebouwen zouden aan God opgedragen moeten wezen. Het is immers duidelijk dat Hij de hemelse regie heeft?

Behalve hemelse regie heeft onze Here Jezus Christus ook een heerlijke koopkracht.
Koopkracht, inderdaad. Want Jezus Christus offert Zichzelf op. Letterlijk. Hij kondigt het in Johannes 10 Zelf aan: “Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen”[7].
De Heiland heeft voor ieder kerklid de volle prijs betaald. Van korting kon geen sprake zijn. Maar daarom is nu de weg naar de toekomst open.
De kerk draait niet steeds in hetzelfde cirkeltje rond. Zij trekt blijmoedig verder, door de eeuwen heen. En het is God Zelf die voor betrouwbare leiders zorgt.

Het werd hierboven al opgemerkt: leiderschap wordt door God gegeven.
De apostel Paulus heeft daar bij zijn afscheid van de gemeente te Efeze volgens Handelingen 20 onder meer het volgende over gezegd: “Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de ​Heilige​ Geest​ u tot ​opzieners​ aangesteld heeft om de ​gemeente​ van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed”[8].
Gods gemeente is gekocht door Jezus Christus.
Hij heeft er met Zijn eigen bloed voor betaald!
Gelovige mensen zijn dus enorm kostbaar. Kerkmensen zijn uiterst waardevol. Zij zijn, om het zo eens uit te drukken, de juweeltjes onder de wereldburgers. Zij moeten met grote zorgvuldigheid geleid worden.
Kerkleiders moeten zich daarom met grote regelmaat afvragen: in welke richting moeten wij de kerk sturen? En ook: wat vraagt God in deze tijd van ons?

Gods kinderen zijn onderweg naar de toekomst. Een toekomst die in alle opzichten magnifiek is.
Maar dat wil geenszins zeggen dat kerkmensen onder commando van hun leiders staan. Het zijn geen generaals. Het zijn geen bevelvoerders. Integendeel. Hun gezag is dienend gezag.
En voor het geval dat we dat uit het gezicht mochten verliezen, wil Petrus ons daar in 1 Petrus 5 graag even aan helpen herinneren: “Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig; ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn”[9].

Vandaag onderscheidt men over het algemeen, geloof ik, zes leiderschapsstijlen:
* de dwingende stijl
* de gezaghebbende stijl
* de relatiegerichte stijl
* de democratische stijl
* de maatgevende stijl
* de coachende stijl[10].
En de intrigerende vraag is natuurlijk: welke leidersschapsstijl gebruiken we in de kerk?

De relatiegerichte stijl komt misschien het dichtst in de buurt.
In die stijl houdt men zich bezig met het creëren van harmonie. De leider geeft aandacht en houdt rekening met de persoon in zijn geheel; er wordt nadruk gelegd op dingen die mensen tevreden houden. De leider biedt graag zekerheid.

En toch ziet leiderschap in de kerk er anders uit.
Want in dat leiderschap komt de liefde van God altijd uit. En dan gelden die uitbundige woorden uit 1 Petrus 4: “Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door ​Jezus​ ​Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Leiderschap is nooit een kwestie van: wij hebben gelijk.
Bij alle onenigheid, ruzies en scheuringen in kerkelijk Nederland zien we zo’n houding steeds weer terug. Laten wij onszelf op dit punt regelmatig kritisch beoordelen!

Leiderschap wijst altijd terug naar de liefderijke God.
Zoals Psalm 146 het zegt:
“’t Is de HEER, die aan de armen
recht verschaft in druk en nood,
die uit liefderijk erbarmen
hongerigen voedt met brood,
die gevang’nen vrijheid schenkt
en aan hun ellende denkt”[12].

De kerk leiden?
Nee, dat is niet altijd makkelijk.
Maar in de kerk mogen we elkaar met de woorden van 1 Petrus 5 altijd blijven toeroepen: “Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u”[13]!

Noten:
[1] Zie: Startpaper “Tussen wildgroei en vernieuwing – over de verbinding van nieuwe kerkplekken met de Protestantse Kerk”. Gedownload op woensdag 16 mei 2018 van https://www.protestantsekerk.nl/themas/missionair-werk/mozaiek-van-kerkplekken
[2] Dat is duidelijk te zien als u https://bderoos.wordpress.com/tag/leiderschap/ aanklikt.
[3] Exodus 2:12, 13 en 14.
[4] Handelingen 7:35 a.
[5] Zie bijvoorbeeld https://www.take-a-trip.eu/nl/venetie/bezienswaardigheden/san-moise-kerk-/
[6] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Mozes_en_Aäronkerk
[7] Johannes 10:14 en 15.
[8] Handelingen 20:28.
[9] 1 Petrus 5:2 en 3.
[10] Zie https://www.haygroup.com/nl/services/index.aspx?id=31066 ; geraadpleegd op donderdag 17 mei 2018.
[11] 1 Petrus 4:11.
[12] Psalm 146:5, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] 1 Petrus 5:7.

30 mei 2018

Gekneuter en geklieder?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Men praat vandaag vaak over nieuwe vormen van kerk-zijn. Dat betekent: geen vaststaande volgorde van de verschillende liturgie-onderdelen en geen preek van een half uur. Men zoekt andere manieren om het geloof te versterken en God te eren.
Een voorbeeld daarvan is de Kliederkerk.
Wat is dat?
“Kliederkerk is een missionaire vorm van kerk-zijn waarin jong en oud samen op een creatieve manier de betekenis van Bijbelverhalen ontdekt.
Waarom kliederkerk?
Al kliederend ontdek je wat geloven in God en het navolgen van Jezus betekent in het alledaagse leven. Door elkaar regelmatig te ontmoeten ontstaat een nieuwe geloofsgemeenschap, passend bij de context waarbinnen de Kliederkerk plaatsvindt”.
En verder:
“Er is geen limiet aan de creatieve vormen die je kunt gebruiken; sporten, knutselen, dansen, zingen, schilderen, timmeren”…[1].

Er zijn nu ruim honderd kliederkerken.
U ziet: grenzen zijn er bijna niet. Er is, om zo te zeggen, veel mogelijk in de dienst aan de Heer.

Binnen de Protestantse Kerk in Nederland wordt er vandaag – woensdag 30 mei 2018 – een seminar over georganiseerd.
Eén van de vragen die daar aan de orde komt, is: hoe verbinden we mensen met de kerk en wat is daarbij essentieel?[2]

Oftewel: hoe zijn mensen aan Gods Woord gebonden? En hoe zijn zij aan de kerk verbonden?

1. God verbindt mensen

Het is, als u het mij vraagt, belangrijk om in te zien dat kerk-zijn begint bij God. Niet bij mensen dus.
In de Bijbel kunnen we dat ook zonder veel moeite ontdekken.
In Jesaja 30 staat: “Dan zal het licht van de volle maan zijn als het licht van de gloeiende zon, en het licht van de zon zal zevenmaal sterker zijn, net als het licht van zeven dagen, op de dag dat de HEERE de breuk van Zijn volk zal verbinden en de wond die het is toegebracht, zal genezen”[3][4].
God verbindt de wonden van Zijn volk. Hij komt eerst in actie, en dan wij pas.

Heel bekend is ook Jesaja 61: “De Geest van de Heere HEERE is op Mij,omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis”[5].
De Redder van het leven heelt het menselijk bestaan en garandeert een nieuwe toekomst! Want Jezus Christus komt naar de aarde om voor onze zonden te betalen.

God zegt bij monde van de profeet Ezechiël in hoofdstuk 34: “Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken…”[6].
Het is de Here Zelf die voor Zijn volk zal zorgen. Als aardse leiders het er bij laten zitten, wil dat niet zeggen dat de hele zaak verloren is.
Want God is trouw.
En uiteindelijk grijpt Hij Zelf in!

De mensen vragen: hoe verbinden we mensen met de kerk?
Maar God zegt: Ik verbind mensen met Mij. Mensen die gewónd zijn. Mensen die kapot gedraaid zijn. Mensen die gedeukt zijn, kunnen er op rekenen dat Hij uiteindelijk herstel geeft. Is het niet hier op aarde, dan is het wel in de hemel.
Zo verbindt de genadige God mensen met Zichzelf. Hij smeedt een band!

2. God regisseert de Evangelieverkondiging

Het tweede waar ik op wil wijzen is dit: bij de verkondiging van het Evangelie beslist niet afhankelijk van mensen.

Daarbij heb ik het oog op woorden die Paulus in zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft: “… het Woord van God is niet gebonden”[7].

Timotheüs is een jonge medewerker van Paulus. De apostel heeft hem zelf opgeleid.
Deze brief is, om zo te zeggen, zijn geestelijk testament. Paulus zit gevangen. Hij verwacht spoedig te zullen sterven.
Maar één ding is duidelijk: de proclamatie van het Evangelie hangt niet van de apostel Paulus af.
De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat het Evangelie doorverteld wordt. Hij bepaalt op welk moment Paulus’ taak er op zit. Hij bepaalt het ogenblik dat andere mensen worden ingeschakeld om de blijde Boodschap van God aan de wereld te gaan verkondigen.
Gods Woord is niet gebonden aan allerlei menselijke activiteiten.
Drukdoenerij helpt niet.
Geklieder werkt niet.
Wij moeten simpelweg de Bijbel open doen.
En dan zien we dat de Machthebber van hemel en aarde de touwtjes stevig in handen houdt.

Nog een kort slotwoord.
Men praat over nieuwe vormen van kerk-zijn.
En daarbij geldt meestal: hoe creatiever, hoe mooier. Oftewel: hoe origineler, hoe beter.
Toegegeven: sommige ideeën zijn best aardig.
Alleen gaan die denkbeelden altijd uit van menselijke mogelijkheden.
Maar als we over de kerk praten, mogen we vertrouwen op de onbegrensde mogelijkheden die God heeft.
Als er in het bovenstaande één ding duidelijk is geworden, dan is het dat wel.
Laten we dus maar gauw ophouden met gekneuter en geklieder!

Noten:
[1] Geciteerd van http://kliederkerk.nl/wat-is-kliederkerk/wat-is-kliederkerk ; geraadpleegd op woensdag 16 mei 2018.
[2] Zie: Startpaper “Tussen wildgroei en vernieuwing – over de verbinding van nieuwe kerkplekken met de Protestantse Kerk”. Gedownload op woensdag 16 mei 2018 van https://www.protestantsekerk.nl/themas/missionair-werk/mozaiek-van-kerkplekken .
[3] Jesaja 30:26.
[4] Zie over Jesaja ook mijn artikel ‘Accepteer leiding van de Heilige Geest!’, hier gepubliceerd op donderdag 17 mei 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/05/17/leiding-van-de-heilige-geest/ .
[5] Jesaja 61:1.
[6] Ezechiël 34:16 a.
[7] 2 Timotheüs 2:9 b.

29 mei 2018

Pleister op de wonden

Zondag 39 van de Heidelbergse Catechismus draait er niet omheen:
“Wat eist God in het vijfde gebod?
Antwoord:
Dat ik aan mijn vader en moeder…. alle liefde en trouw bewijs”.

Zo staat dat in de Heidelbergse Catechismus. En zo wordt dat geleerd in de kerk[1].
Zeg nu zelf: daar is geen woord Frans bij.

Het bovenstaande ziet er prachtig uit.
Maar een ieder weet dat de praktijk lang niet altijd een ideaalbeeld laat zien.
Er zijn heel wat gezinnen waar een ruziesfeer in huis hangt.
Er zijn gezinnen waar ouders gebukt gaan onder het gebruik van drugs door een gezinslid.
Er zijn pleeggezinnen waarin de verhouding met pleegkinderen niet al te best is.

Toch leert Paulus ons: “Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist”[2].
Is dat nu niet enorm veeleisend?
Is dit uitgangspunt niet héél strak door de bocht?
Nee. Die term ‘in de Heere’ betekent hier: zoals de Heer wil. Die term houdt in: gehoorzaam als christenen.
Als ouders onchristelijke dingen doen hoef je je ouders daarin niet  te volgen[3].

Overigens is het Jezus Zelf geweest die ons erop heeft gewezen dat er zich in gezinnen conflictsituaties kunnen voordoen.
En wat is daarvan de diepste achtergrond?
Jezus legt het in Mattheüs 10 uit: “Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”[4].

In gezinnen moeten ouders en kinderen elkaar liefhebben. Maar het allerbelangrijkste is: liefde voor Jezus. Liefde voor de redder van het leven. Die liefde gaat boven ouders uit.
Jezus Christus en Zijn geboden leveren niet zelden verwijdering op binnen gezinnen en families.
De één wandelt met God. De ander trekt zich niet zoveel van Hem aan.
Als het een beetje wil, noemen heel wat familieleden zich christelijk. Maar de praktijk is vaak niet zo Schriftuurlijk.
Welnu, zegt Jezus in Mattheüs 10, eigenlijk is dat niet zo verbazingwekkend. Want juist in de gezinnen moet blijken wie kinderen van Mij zijn.

Binnenkomen in het koninkrijk van God: dat is heus niet makkelijk.
Het Evangelie van God ontmoet nogal eens tegenstand. De evangelisten hebben het in de Bijbel ook niet altijd makkelijk. Dat merken we bijvoorbeeld in Handelingen 14: “En nadat zij – dat zijn Paulus en zijn medewerkers – aan die stad het ​Evangelie​ verkondigd hadden en veel discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystre, Ikonium en Antiochië, en zij versterkten de zielen van de discipelen, spoorden hen aan in het geloof te blijven en zeiden dat wij door veel verdrukkingen in het ​Koninkrijk van God​ moeten ingaan”.
Commotie, bespotting, misverstand: dat zit allemaal om het Evangelie heen. Gods Woord wordt soms vroom nagesproken. Maar de praktijk is soms volstrekt onchristelijk.

Natuurlijk, er zijn ook hele goede gezinnen.
Laten we daar dankbaar voor zijn.

Maar wat moet je doen als je van je opvoeding een trauma hebt overgehouden? Wat doe je als je weet dat je ouders, of jouw pleegouders, heel verkeerde dingen hebben gedaan?
Natuurlijk, dan kun je uiteindelijk aangifte doen. En er kan een rechterlijke uitspraak komen.
Maar daarmee vind je niet altijd rust voor je ziel.
De innerlijke boosheid wordt daarmee niet weggenomen.

Laat ik in dat verband opmerken dat Paulus, ná een stuk over gezagsrelaties, verder gaat met de beschrijving van het beeld van de geestelijke wapenrusting[5]. En dat is vast niet geheel toevallig!
Als je in allerlei moeilijke omstandigheden overeind wilt blijven, dan moet het Evangelie worden toegepast.
Paulus schrijft onder meer: “Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de ​gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het ​Evangelie​ van de ​vrede. Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”[6].

In geloof worden trauma’s draaglijk.
Voor wie de waarheid van het Evangelie kent, speelt de verbittering geen hoofdrol meer.
Wie in het eigen leven gerechtigheid en vrede nastreeft, zal merken dat er in het hart wat meer rust komt.

Nee, in moeilijke omstandigheden is daarmee niet het laatste woord gesproken. Maar Gods Woord is dan wel een pleister op allerlei wonden. Het Evangelie is een genezende zalf. Dat is zeker!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 39, antwoord 104.
[2] Efeziërs 6:1.
[3] Zie hierover ook de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 6:1.
[4] Mattheüs 10:35, 36 en 37.
[5] Efeziërs 6:10-20.
[6] Efeziërs 6:14, 15 en 16.

28 mei 2018

Geleid in licht en waarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Psalm 43 is in de Gereformeerde wereld een wijd en zijd bekende psalm:
“O Here God, kom mij bevrijden,
zend mij uw waarheid en uw licht
die naar uw heil’ge berg mij leiden,
waar Gij mij woning wilt bereiden”[1].

In de onberijmde versie staat het zo:
“Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw ​heilige​ berg
en tot Uw woningen”[2].

Over deze psalm schreef ik al eens:
“Die psalm laat zien dat het in het leven van een Gereformeerd mens lang niet altijd pais en vree is. Er is veel gedóe in het leven, vijandschap soms zelfs. In zulke deplorabele omstandigheden kan een mens er naar verlangen om gewoon naar de kerk te gaan – simpelweg om even rust te hebben. Wie daaraan alleen reeds dénkt, kan al blij worden.
Verder:
“Maar wie op de Here vertrouwt, is nóóit compleet redeloos, radeloos en reddeloos. Want de ware gelovige weet: het komt prima in orde met mij; ik ben een gered mens”.
En ook:
“Uitverkoren mensen verliezen nooit alle hoop. Want die mensen weten: wij zijn gered. En de Here brengt al Zijn kinderen in de kerk bijeen”[3].

“Zend Uw licht”, bidt de dichter van deze psalm.
God laat Zich zien als de Schepper van het licht. Denkt u maar aan Genesis 1: “En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht”[4].
God is een en al licht. Prachtig licht.
In dat licht mogen ook Gods kinderen leven. Daar mogen wij vrijmoedig om vragen. Net als David, de dichter van Psalm 4 dat doet: “Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!”[5]. Dat betekent: laat Uw schijnwerper maar op ons schijnen; zet ons maar in het licht!

Natuurlijk worden dan ook onze zonden zichtbaar. Het wordt duidelijk hoe vaak en hoeveel wij tekort schieten. Wat gaat er veel helemaal fout! God heeft veel te weinig eer van Zijn werk.
Mozes, de schrijver van Psalm 90 zegt dan ook:
“U stelt onze ongerechtigheden voor Uw ogen,
onze verborgen zonden in het licht van Uw aangezicht”[6].

Maar wie denkt: ‘dit is een aflopende zaak, dit wordt niks meer’, moet nog wat verder lezen in de Bijbel.

Want Jesaja voorspelt het al in hoofdstuk 49: er komt “een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”.
Bij de geboorte van Jezus spreekt Simeon in Lucas 2 over een “licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken”[7].
In Johannes 8 is Jezus nog duidelijker: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[8].

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe: dat licht schijnt in uw hart. Hij zegt dus eigenlijk: u draagt dat licht voortdurend met u mee.
Hij noteert namelijk in 2 Corinthiërs 4: “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van ​Jezus​ ​Christus”[9].

Waar loopt het op uit?
Openbaring 21 tekent dat voor ons uit. Er komen een nieuwe hemel en een een nieuwe aarde. Compleet met een nieuwe stad, die vanuit de hemel langzaam naar beneden komt. In die stad is maar één licht: God Zelf.
In Openbaring 21 staat het zo: “En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin”[10].

Laten we weer terugkeren naar onze tijd. De tijd van de eenentwintigste eeuw dus.
Ook vandaag worden gelovige mensen apart gezet. Gedreven door Gods Heilige Geest gaan zij er een andere levensstijl op na houden.
En daar vrágen die mensen ook om. Zij lezen Gods Woord. Want zij weten het: dat Woord is de waarheid. Jezus zegt dat trouwens ook in Johannes 17: “Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid”[11].
Kinderen van God leven, om met 2 Thessalonicenzen 2 te spreken, “in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid”[12].

De dichter van Psalm 43 wil naar Gods woonplaats geleid worden.
Ja, hij moet er naar toe gebracht worden. Waarom eigenlijk?
Er is een eenvoudige reden. Namelijk deze: op eigen kracht kom je er niet.
Er is niemand die zegt: daar moet ik heen, daar moet ik wezen. Altijd is daar kracht van God voor nodig.

We hebben hier te maken met de wil van God. Hij is zo onvoorstelbaar machtig dat al Zijn plannen altijd uitgevoerd worden. Dat plan is één en al genade, zorgzaamheid en levenskracht!
Dat is Zijn raadsplan.
In 1618 kwamen te Dordrecht geleerde Gereformeerde theologen bij elkander. Zij noteerden over Gods raadsplan onder meer het volgende: “Dit raadsplan dat voortkomt uit Gods eeuwige liefde voor de uitverkorenen, is van het begin van de wereld tot vandaag toe met kracht vervuld en zal ook voortaan vervuld worden, ondanks de tegenstand van de poorten van het dodenrijk. Zo zullen de uitverkorenen – ieder op zijn tijd – bijeen vergaderd worden en zal er altijd een kerk van gelovigen zijn”[13].
God zorgt dat Zijn kerk blijft bestaan. En dat is maar goed ook. Anders was die al lang weggevaagd.
Die heilige berg wordt door Zijn kinderen in bezit genomen. De profeet Jesaja zegt er in hoofdstuk 57 over: “Maar wie tot Mij de toevlucht neemt, zal de aarde in erfelijk bezit krijgen en Mijn ​heilige​ berg​ in bezit nemen”[14].
Daar, op die heilige berg waar God woont, zal de meest harmonieuze samenleving ontstaan die er ooit bestond. Jesaja geeft er in hoofdstuk 65 de volgende typering van: “Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden, een leeuw zal stro eten als een rund, een slang – zijn voedsel zal stof zijn. Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten op heel Mijn ​heilige​ berg, zegt de HEERE”[15].

Laten we nog even teruggaan naar Psalm 43.
Valt het u óók op dat er ‘woningen’ staat?
Sommige uitleggers zeggen: het tempelcomplex bestaat uit heel wat gebouwen; daar moet je dus een meervoud voor gebruiken.
Andere exegeten stellen vast dat dat meervoud slaat op het karakter van de woning: God zetelt daar. Hij is dusdanig machtig dat een meervoud alleszins gerechtvaardigd is. Hier past een pluralis majestatis, een majesteitsmeervoud[16]!

Psalm 43 wordt in de kerk vaak gezongen.
En terecht.
Immers, we kunnen zeggen dat de aardse kerk, in zekere zin, het voorportaal is van Gods woning, de hemel.
Laten gelovigen zich dus vooral bij de kerk aansluiten!
De kerk – daar moet u wezen!

Noten:
[1] Psalm 43:3, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 43:3, onberijmd.
[3] Geciteerd uit mijn artikel: ‘Ons gebed: de hemel in het blikveld’, hier gepubliceerd op vrijdag 3 mei 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/05/03/ons-gebed/
[4] Genesis 1:3.
[5] Psalm 4:7 b.
[6] Psalm 90:8.
[7] Lucas 2:32.
[8] Johannes 8:12.
[9] 2 Corinthiërs 4:6.
[10] Openbaring 21:23 en 24.
[11] Johannes 17:17.
[12] 2 Thessalonicenzen 2:13.
[13] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 9.
[14] Jesaja 57:13.
[15] Jesaja 65:25.
[16] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel, commentaar bij Psalm 43.

25 mei 2018

Jezus zoekt privacy

Vandaag – vrijdag 25 mei 2018 – is de nieuwe privacywetgeving ingegaan. U hebt daar vast wel over gehoord.
Het draait allemaal om de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

In een bekende internetencyclopedie lezen we onder meer het volgende.
“De Europese privacyverordening Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel General Data Protection Regulation (GDPR) is een Europese verordening (dus met rechtstreekse werking) die gaat over de ‘bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens van Europese staatsburgers en betreffende het vrije verkeer van die gegevens’. Deze nieuwe verordening geldt wereldwijd voor alle ondernemingen en organisaties die persoonsgegevens bijhouden en verwerken van Europese staatsburgers, onafhankelijk of er al dan niet betaald wordt voor diensten of producten”.

En wat betekent dat in de praktijk?
“De volgende regels moeten worden gevolgd:
* transparantie: de persoon van wie de gegevens verwerkt worden, is hiervan op de hoogte, heeft hiervoor toestemming gegeven en kent zijn rechten.
* doelbeperking: de persoonsgegevens worden voor een welbepaald gewettigd doel verzameld, en mogen niet voor andere zaken gebruikt worden
* gegevensbeperking: enkel de noodzakelijke gegevens die voor het beoogde doel noodzakelijk zijn, mogen worden verzameld
* juistheid: de persoonsgegevens moeten correct zijn en blijven
* bewaarbeperking: de persoonsgegevens mogen niet langer bewaard worden dan nodig voor het beoogde doel
* integriteit en vertrouwelijkheid: de persoonsgegevens moeten beschermd worden tegen toegang door onbevoegden, verlies of vernietiging
* verantwoording: de verantwoordelijke moet kunnen aantonen aan deze regels te voldoen”[1].

Het geeft in bedrijven en allerlei andere instanties – kerken bijvoorbeeld – een hele heisa om aan die regels te voldoen.
Je zou denken: men had het in de Bijbelse tijd toch heel wat makkelijker met die privacy.

Bij de overpeinzing van dit thema kwam ik onder meer bij Johannes 8.
Ik bedoel deze woorden: “Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar ​Jezus​ verborg Zich en ging de ​tempel​ uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg”[2].
Jezus verbergt Zich.
Hij zoekt privacy, zogezegd.

Wat gebeurt er in Johannes 8?
Het gaat wat ver om in dit artikel de gebeurtenissen in dat hoofdstuk tot in detail uit de doeken te doen.
Maar een paar lijnen kunnen wel worden getrokken.

Jezus voert een druk gesprek met de kerkleiders. Eigenlijk willen zij Hem graag klemzetten. Want Jezus krijgt veel te veel invloed bij het volk!

Jezus zegt: ‘Ik ben het licht der wereld’.
De kerkleiders vragen: hoezo?
Jezus antwoordt onder meer: “…er staat (…) in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is. Ik ben het Die van Mijzelf getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij”[3].
Het getuigenis van Jezus is dus waar!

Jezus kondigt aan dat Hij, als Hij Zijn aardse taak voltooid heeft, terug zal gaan naar de hemel.
De kerkleiders vragen: wat bedoelt u eigenlijk? En: wat doet u nu eigenlijk?
Jezus zegt: Ik breng de boodschap van Hem die Mij gestuurd heeft.
De kerkleiders snappen er maar weinig van…

Jezus zegt: de waarheid die Ik verkondig zal u echt vrij maken.
De kerkleiders raken ontstemd.
Zij stammen notabene van Abraham af! En nee, slaaf zijn zij nooit geweest. Hoe komt Jezus erbij om dat zo te zeggen?
Jezus zegt: ‘U probeert mij te doden omdat u Mijn Woord niet gelooft’.

Jezus gaat verder.
‘U luistert niet naar Mij. En waarom niet? Omdat de duivel uw vader is. Als u kinderen van God bent, luistert u naar Hem. Als u niet naar Hem luistert, bent u gefocust op datgene wat de duivel zegt. Daar zit geen grijs gebied tussen’.
Dat is een punt om ook vandaag helder voor ogen te hebben: wie God negeert, staat aan de kant van de duivel; neutraal terrein is er niet!

Jezus zegt: ieder die leeft naar Gods Woord, zal nooit sterven.
De deftige kerkleiders worden nog bozer.
Abraham is gestorven. En de profeten ook. Waarom zegt Jezus dan dat Godsdienstige mensen blijven leven? Dat kan toch niet waar zijn?
Dat Jezus over het leven in de hemel spreekt, komt niet in de leiders op.

Jezus laat nogmaals blijken: het is God de Vader die Mij stuurt.
‘Abraham heeft Mijn dag gezien’, zegt Jezus. Dat betekent onder meer: Abraham heeft in geloof naar de toekomst gekeken en hij heeft begrepen dat alle volken van de aarde in en door Christus gezegend worden.
De kerkleiders leggen de woorden van Jezus heel aards uit. Kijkt u maar mee: “De ​Joden​ dan zeiden tegen Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U ​Abraham​ gezien? Jezus​ zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór ​Abraham​ geboren was, ben Ik”[4].
Jezus Christus was er altijd al. Meer nog: Hij stond en staat boven de tijd; Hij is erboven verhéven.

Dat is voor de gezaghebbende kerkleiders het toppunt. Zij hebben net gezegd: wij stammen van Abraham af. Maar Jezus zegt: ik was er al ver vóór Abraham.
Jezus bedoelt: Ik ben van eeuwigheid. Oftewel: ‘Ik wás er altijd, Ik bén er altijd en zal er altijd wezen! Aan Mijn bestaan is geen begin. En er komt nooit een einde aan’.

En dan dringt het tot de kerkleiders door: Jezus vereenzelvigt Zich met God.
Dat is, in de ogen der klerikale leiders althans, pure Godslastering. Die leiders kennen de Oudtestamentische wetboeken goed. En ja, zij kennen de regel van Leviticus 24 heel precies: “Wie de Naam van de HEERE lastert, moet zeker ter dood gebracht worden. Heel de gemeenschap moet hem zeker ​stenigen. Zowel de ​vreemdeling​ als de ingezetene moet zeker gedood worden als hij de Naam gelasterd heeft”[5].
Welnu, daar zullen de leiders met een verbijsterende onmiddellijkheid werk van gaan maken!
Denken zij.

Maar zo gaat het niet.
“Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar ​Jezus​ verborg Zich en ging de ​tempel​ uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg”.
Jezus verbergt Zich.
Hoe kan dat?
Je zou zeggen: na zo’n twistgesprek komt Jezus niet ongezien weg. De toornige kerkleiders houden Hem nauwlettend in de gaten. Jezus kan, om het zo maar uit te drukken, vanaf nu geen voet meer verzetten en geen woord meer uitbrengen. Zou je denken. Niet dan? Dat is, gezien de stand van zaken, toch volstrekt logisch?
Het is klaar!
Afgelopen!
Einde!
Maar nee. De werkelijkheid is anders. Heel anders. En waarom? Omdat Jezus Christus, onze Heiland, de historie bepaalt.
Nee, de kerkleiders van Johannes 8 zetten de lijnen niet uit.
En nee, de beleidsmakers op het kerkplein van 2018 zijn niet de belangrijkste mensen in de kerk. Zeker niet! Jezus Christus heeft de leiding in handen. En Hij heeft bepaald dat het in Johannes 8 nog niet de tijd is om als een arrestant afgevoerd te worden, en lijdzaam het oordeel der rechters af te wachten.

Het is daarom dat Jezus Zich verbergt.
Het is daarom dat Jezus privacy zoekt.

Nu ga ik terug naar de situatie van de gegevensbescherming van 2018.

De wetgeving wordt strenger.
En dat is wel te begrijpen. In de huidige digitale wereld liggen heel veel gegevens zomaar op straat.
Maar hoe zal het met de handhaving gaan?
Waar moet de kerk precies aan voldoen, als het over het beheer van persoonsgegevens gaat? Blijft het allemaal werkbaar?
Kan de kerk het werk dat de Here van haar vraagt nog blijven doen, ook als het over zaken van opzicht en tucht gaat?
Het lijkt erop dat enige waakzaamheid wel geboden is.

En toch is er geen reden om ons grote zorgen te maken.
Waarom niet? Antwoord: omdat Jezus Christus, onze Heiland, de historie bepaalt.
Natuurlijk is dat geen vrijbrief om met allerlei kerkelijke gegevens nonchalant om te springen.
Het punt dat ik wil maken is dit: het werk van de kerk kan altijd doorgaan, omdat het Hoofd van de kerk – Jezus Christus – Zijn kinderen naar Zijn toekomst leidt.
Zijn macht gaat boven de wetgevers van deze wereld uit. Als er in Johannes 8 één ding duidelijk wordt, dan is het dat wel.

De uitvoering van de nieuwe privacywetgeving kost veel, heel veel hoofdbrekens.
Maar de macht van onze Heiland is onbreekbaar.
Laten wij Hem volgen. In het openbaar. En in onze privéomstandigheden.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemene_verordening_gegevensbescherming ; geraadpleegd op donderdag 24 mei 2018.
[2] Johannes 8:59.
[3] Johannes 8:17 en 18.
[4] Johannes 8:57 en 58.
[5] Leviticus 24:16.

24 mei 2018

O, gedenk de zonden niet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het is een aloude wijsheid: de mens is behept met zonden[1]. Bevlekt met zonden, zelfs.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis draait er niet omheen:
De zonde “is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen”[2].

Maar hoe raak je de last van die zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?

Dat zijn vragen die een christenmens bezig kunnen houden.

Uitgangspunt van dit artikel zijn bekende woorden uit Mattheüs 6: “En ​vergeef​ ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren ​vergeven”[3].
Een exegeet verduidelijkt de bovenstaande tekst onder meer als volgt: “Ons wordt niet vergeven omdat wij andere mensen vergeven, maar wij vragen om vergeven te worden, zoals ook anderen door ons vergeven worden. Het vergeven van anderen is dus niet een goed werk, waarmee we de vergeving van God kunnen verdienen, maar het is wel een voorwaarde om Gods vergeving te kunnen ontvangen”[4].

Dat wordt ook iets verderop in Mattheüs 6 gezegd: “Want als u de mensen hun overtredingen ​vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook ​vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet ​vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet ​vergeven”[5].
Wie vergeving hebben wil, moet dus een zekere mildheid houden ten aanzien van zijn medemensen.
Liefde breng je in praktijk door fouten en tekortkomingen zoveel mogelijk toe te dekken![6]

In Efeziërs 4 betrekt Paulus het vergeven van elkaars zonden zonder omwegen op Christus: “wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en ​barmhartig, en ​vergeef​ elkaar, zoals ook God in ​Christus​ u ​vergeven​ heeft”[7].
Vergeving van de zonden op grond van de verdienste van Christus, noemt de Heidelbergse Catechismus dat[8].

Heel wat profeten hebben het in het Oude Testament al gezegd “dat ieder die in Hem gelooft, ​vergeving​ van ​zonden​ ontvangen zal door Zijn Naam”[9].
Vergeving is in de eerste plaats een kwestie van geloof.
Je zou denken: vergeven is een kwestie van een zachtmoedig karakter. Of van mentale flexibiliteit. Maar nee, dat is niet het eerste. Wie vergeven ontvangen wil, moet geloven dat Jezus Christus ook voor hem of haar gestorven is.

Paulus benadrukt in Romeinen 3 dat de vergeving geheel gratis is: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus”[10].
Wie vriendelijk en barmhartig wil zijn, moet eerst en vooral beseffen dat hijzelf ook ‘van de geef’ leeft.
Vergeving is gratis. Niemand hoeft geld mee te nemen. Geloof is genoeg!

Niet dat vergeven altijd makkelijk is.
Een voorbeeld:
geestelijk labiele mensen kunnen je ’t heel moeilijk maken. Als je daar jaren achtereen mee te maken hebt, kan die vergeving heel wat innerlijke strijd opleveren!
Nog een voorbeeld:
mensen die – om welke reden dan ook – een moeilijke jeugd gehad hebben, zullen waarschijnlijk levenslang moeite houden om hun ouders / opvoeders hun zonden te vergeven.

Maar één ding is echter zeker: zondige mensen mogen, dankzij Christus’ werk, altijd terugkomen bij God in de hemel.
Dat is voor gelovige mensen de troost in dit aardse leven!

Laten wij maar eerlijk wezen: wij kunnen onszelf nooit helemaal doorgronden. Alleen dáárom al kunnen wij nooit precies vertellen welke zonden wij hebben gedaan.
Wij mogen vergeving vragen met die bekende woorden uit Psalm 19:
“Maar, HEER, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[11].

Het kan ook heel goed zo zijn dat wij op latere leeftijd last hebben van jeugdzonden.
Het is wel bekend dat mensen die vroeger op school pesters waren, daar later veel berouw van hebben.
Misschien zijn er onder de lezers van deze blog die van mening zijn dat zijn in hun jeugd vaak verkeerd op allerlei misstanden in het gezin gereageerd hebben. ‘Waarom heb ik er toen niet wat van gezegd?’. ‘Waarom heb ik mijn mond niet open gedaan?’ ‘Waarom heb ik niet eerder hulp gezocht?’.
In zulke situaties mogen we in het gebed naar God toe gaan. En mensen die dan niet zo goed weten wat zij moeten zeggen, kunnen de woorden van Psalm 25 in de mond nemen:
“O, gedenk de zonden niet,
in mijn jeugd door mij bedreven.
Wilt U, die mijn schulden ziet,
in uw goedheid mij vergeven”[12].

Hoe raak je de last van de zonden kwijt?
Hoe kun je vrij leven?
Dat leren wij in Psalm 32:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt.
De HERE rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[13].

Wie in alle oprechtheid naar God toe gaat, mag het weten: de hemelse God zal mij genadig tegemoet treden.
En met Hem samen kan men dan de kracht vinden om tegen de zonde te strijden!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://dailyverses.net/nl/vergeving ; geraadpleegd op woensdag 9 mei 2018.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[3] Mattheüs 6:12.
[4] Online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 6:12.
[5] Mattheüs 6:14 en 15.
[6] Zie Spreuken 17:9: “Wie de ​overtreding​ toedekt, zoekt ​liefde, / maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden”.
[7] Efeziërs 4:32.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[9] Handelingen 10:43.
[10] Romeinenen 3:24.
[11] Psalm 19:5, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 25:3, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Psalm 32:1, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.