gereformeerd leven in nederland

14 juni 2018

Hulp bij spiritueel tekort

“Hulp van buiten is nodig om spiritueel tekort GKV aan te vullen”.
Dat zegt dominee Maarten van Loon over ‘zijn’ kerken, de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

In het Nederlands Dagblad stond er laatst een stukje over.

Geloven is in de GKv “een set waarheden” geworden.
Geloven is momenteel alleen maar een kwestie van het hoofd.
Veel gemeenteleden voelen dat aan. Zij gaan vervolgens spiritueel bijtanken. Het maakt niet zoveel uit waar dat bijtanken gebeurt.

Dominee Van Loon schrijft: “Persoonlijk denk ik dat er hulp van buiten nodig is als we als GKv stappen willen maken in het aanvullen van ons spirituele tekort. (…) Het gaat namelijk niet om een trucje dat je moet leren, maar om een verdieping en verbreding van je eigen spiritualiteit, het aanboren van lagen die er wel zijn, maar die nog niet benut worden”[1].

Een kerk die hulp van buiten nodig heeft… ik heb daar even tegen aan zitten kijken.

De kerk heeft namelijk eerst en vooral hulp van boven nodig.

Nu ik dat constateer, wijs ik meteen op de toespraak die Mozes voor Israël houdt, vlak voordat hij sterven gaat.
De laatste zinnen van die toespraak zijn: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u, Hij is uw majesteitelijke ​zwaard; daarom zullen uw vijanden zich geveinsd aan u onderwerpen, en ú zult hun hoogten betreden!”[2].

Veertig jaar lang heeft Mozes het volk geleid, uit Egypte tot vlak voor het beloofde land Kanaän.

Mozes prijst de Israëlieten gelukkig.
De kerk van het Oude Testament is uniek. Want God staat aan hun kant.
Hij voert uiteindelijk de gevechten voor Zijn volk. Hij is de grote Beschermer. Hij helpt waar dat nodig is, op ieder gewenst moment van dag of nacht. Israëlieten hoeven niet in training te gaan om strijdkracht te ontwikkelen. Want de overwinning komt van God!
Dat maakt vijanden bang. Gespeeld-nederig komen zij bij Israël. En het volk van God kan zonder veel moeite verder trekken. Desnoods dwars óver de hoogten die door de vijandelijke volken opgeworpen zijn om hun afgoden te dienen. Zo laten de Israëlieten zien: afgoden zijn niets waard; je moet het van God hebben.

In Deuteronomium 33 is dat geen overbodige boodschap.
Een relatief klein volk dat Kanaän compleet gaat ‘overnemen’ – dat is op z’n zachtst gezegd nogal ambitieus, zou je zeggen.
Maar Mozes zegt: als je God aan je zijde hebt, dan kan het lukken. En wanneer lukt dat dan? Als het in Zijn plan past.
Het innemen van het land Kanaän gaat lukken, omdat dat het welzijn van de Oudtestamentische kerk bevordert. Het gaat lukken, omdat het een grote stap is in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Dat wil niet zeggen dat er geen momenten zullen komen waarop het volk in grote nood komt. Er zullen ogenblikken zijn waarop het volk wanhopig naar boven blikt: God is er toch nog wel? Hij heeft Zijn hulp toch gegarandeerd? – nou, waar blijft Hij dan?

Nee, Mozes’ laatste oproep, zo vlak voor zijn sterven, is zeker niet overbodig.

Nu kunnen wij zeggen: luister eens, beste schrijver – dat is Deuteronomium 33. Maar wat heeft dat met 2018 te maken?

We hebben vandaag te maken met de Nieuwtestamentische kerk.
Die kerk moet de wil van God doen.
Die kerk moet het Evangelie verkondigen. De blijde Boodschap: er is redding door Jezus Christus!

Maar wat zeggen veel kerkmensen?
Die boodschap is wel goed, maar die past niet meer zo goed in de eenentwintigste eeuw. Je kúnt er op werkdagen zo weinig mee. We hébben er in het gewone leven zo weinig aan.
En nou ja, eigenlijk gaat het best wel goed zo. We kunnen onszelf best redden. We hebben de zaakjes netjes geregeld. Dus – wie doet ons wat?

Dat is het probleem in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En niet alleen daar.

Eigenlijk is dit een punt dat bij ons allemaal speelt: als we de boel nou keurig regelen, dan houden we de kerk wel overeind.

Maar de kwestie ligt anders.

Als je God aan je zijde hebt, dan gaat het kerkelijk leven bloeien. En wanneer bloeit dat dan? Als het in Zijn plan past.
De kerk krijgt Gods zegen, als zij met Zijn Woord leeft. Niet alleen op zondag; maar ook op dinsdag tot en met zaterdag. Zo’n leven bevordert het welzijn van de Nieuwtestamentische kerk. Zo zet de kerk iedere dag een grote stap in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Wanneer zijn onze gebeden het meest dringend?
Antwoord: als de nood hoog is. Als je heftige pijn voelt. Als je het idee hebt, dat de duivel je te pakken heeft. Als de toekomst dichtgetimmerd is. Als het leven totaal klem zit.

Daar
zit het probleem van veel christenen, Gereformeerd-vrijgemaakten inbegrepen.
Want zij hebben niet het idee dat de nood hoog is. Want och, het hobbelt nog prettig door. Nietwaar?
Laten we met z’n allen beseffen dat de nood hoog is. Als God niet machtig ingrijpt, dan gaan we ’t niet redden!

En als we dan bidden, moeten we niet denken dat de oplossing ons binnen een halfuurtje wordt aangeboden op ’t deftigste bonbonschaaltje dat er momenteel te koop is.
Soms moet je jaren wachten tot er perspectief komt.
Want God test Zijn volk nog wel eens: vertrouwt u echt op Mij, of doet u ’t toch liever zelf?

Deuteronomium 33 staat nog altijd in onze Bijbels: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u”.
Nee, dat merken wij niet altijd.
Onze God is niet voortdurend aanwezig met megafoon en zwaailicht.
Maar Hij is altijd present. In alle rust. In alle stilte, soms.

En soms beseffen we pas achteraf: God heeft ingegrepen. Oftewel: wat er nu gebeurd is, dat moet wel van God komen. Dan realiseren we ons: dit heeft de hemelse God zo bestuurd.

In God geloven…
Bij God horen…
Kind van God zijn…
uiteindelijk is dat de grootste troost die er in dit leven is.

Laten we ons maar gewoon aan Psalm 2 houden:
“Vreest God den HEER en dient Hem naar zijn eis,
verheugt u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart”[3].

Zalig zijn die schuilen aan zijn hart.
Die schuilplaats biedt eeuwige bescherming!

Noten:
[1] GKv ‘heeft hulp van buiten nodig’. In: Nederlands Dagblad, maandag 28 mei 2018, p. 2 (rubriek Blogs en bladen).
[2] Deuteronomium 33:29.
[3] Dit is het laatste deel van Psalm 2:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.