gereformeerd leven in nederland

31 juli 2018

Sterretjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs hoorde ik een kleinkind dat haar opa verloor, op de radio iets zeggen als: ik zie altijd je sterretje staan[1].
Er is trouwens ook een boekje dat kleinkinderen helpt om afscheid van hun opa te nemen; dat boekje heet ‘Opa is een sterretje’[2].
Vertederend, vindt u ook niet? Kleinkinderen die hun opa zo missen – dat is erg droevig. Lege plekken op aarde kunnen zo schrijnen. Pijn in het hart…, daar kun je zo weinig aan doen.

Maar dat sterretje…
Feitelijk is dat onzin.
Natuurlijk staan er sterren aan de hemel. Maar het is niet zo dat elk van die sterren een overleden wereldburger vertegenwoordigt.
Het is een romantische gedachte. Maar de kerk moet er maar niet aan beginnen. Het is niet zo dat we een sterretje kunnen herkennen als zijnde het licht van opa X of oma Y.

Intussen wijst de Here Zijn kind Abram in Genesis 15 wel op de sterren: “zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[3].
Een uitlegger noteert daarbij: “Wat Abraham niet kon, kan de Here wel: Hij telt de sterren en telt ze bij name (…). Met het blote oog kunnen 2000 tot 4000 van de miljarden sterren worden waargenomen”. En: “Vanuit archeologische vondsten is duidelijk geworden dat er in de tijd van Abram al geslepen lenzen waren en het is dus mogelijk dat de astronomen dat er veel meer sterren waren dan met het blote oog kunnen worden gezien”[4].
Kunnen wij overledenen dan toch in de sterren zien?
Zeker niet.
In de eerste plaats al niet omdat er veel meer sterren zijn dan we op aarde kunnen zien.
In de tweede plaats: met het nageslacht van Abraham wordt in de Bijbel het Joodse volk bedoeld, en in het verlengde daarvan: allen die geloven in Jezus Christus als hun Zaligmaker. De Hebreeënschrijver heeft op hen het oog als in hoofdstuk 2 schrijft: “Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan”[5].

Sterren zijn niet bedoeld om de herinnering aan wereldburgers van weleer levend te houden. Nee, die sterren bepalen ons bij de onaantastbare macht van de Schepper van hemel en aarde.
Elifaz, één van de vrienden van Job, spreekt er over in Job 22:
“Is God niet in de hoge hemel?
Zie toch de hoogste sterren, hoe verheven ze zijn”[6].
Zeg dus nooit: God heeft weinig met deze aarde te maken; Hij ziet niks en Hij hoort niks.
Of: wonderlijk toch – al die mensen van vroeger die nu in het luchtruim zweven…
In de kerk zeggen we: God heeft alle macht in hemel en op aarde; wie bij Hem hoort komt altijd goed terecht. Mensen die hun leven in de handen van de Here leggen, zullen een nieuwe woonplaats krijgen: de hemel. Daar is God Zelf het licht!

Nu wijs ik op Jeremia 31.
Daar gaat het over Gods onmetelijke kracht en energie.
Met die macht komt de hemelse God steeds weer terug bij Zijn volk. Die liefde is eeuwig.
En daarom stuurt God Zijn volk aan om weer bij Hem terug te komen.
Boosheid, woede, toorn – die duren bij God niet eeuwig. Maar Zijn liefde is onbreekbaar en onuitroeibaar.
Alle heidenvolken die denken: ‘nu is het afgelopen met Israël’ komen geheel bedrogen uit. De burgers van Gods prachtige natie worden weer bijeengebracht.

Dat volk mag nu weer met recht Verbondsvolk heten.
Nee, God is dat verbond heus niet vergeten!
Hij doet echt wat Hij zegt!
En waarom weten kinderen van God dat zo zeker?
Jeremia profeteert: “Zo zegt de HEERE, Die de zon tot een licht geeft overdag en de vaste orde van maan en sterren tot een licht in de nacht, Die de zee opzweept, zodat haar golven bruisen, HEERE van de legermachten is Zijn Naam. Als deze verordeningen ooit zouden wijken van voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, dan zou ook het nageslacht van Israël ophouden een volk voor Mijn aangezicht te zijn, alle dagen!”[7].
Met andere woorden:
* God houdt Zijn schepping in stand
* en dus blijft Israël ook bestaan; dat is nogal wiedes!

Sterren aan de hemel zijn niet bedoeld om de altoos durende aanwezigheid en attentie van meelevende familieleden te garanderen.
Nee, sterren demonstreren Gods almacht.
Daarom zegt een bekend lied terecht:
“Hoger dan de blauwe luchten
en de sterretjes van goud
woont de vader in de hemel
die van alle kinderen houdt”.
En inderdaad – die machtige God houdt niet alleen van kinderen, maar van ieder die op Hem vertrouwt!

Moeten we de sterren dan maar een beetje negeren?
Laten we dat maar niet doen.
Dat zeg ik met een schuin oog op Lucas 21. Daar staat namelijk: “En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het ​hart​ van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is”[8].
Met andere woorden:
* als Jezus Christus terugkomt op de wolken, kun je dat zien aan het gedrag van de hemellichamen
* dat zal voor veel mensen reuze beangstigend zijn
* maar Gods kinderen worden hoopvol
* want hun Heer komt eraan!

Let op de sterren en hun lichtende kracht
blijf maar hoopvol en bewonder Gods macht!

Noten:
[1] Dat was op dinsdag 17 juli 2018, op NPO Radio 4.
[2] De gegevens van dat boekje zijn: Tamara van den Akker, “Opa is een sterretje”. – Intes International, 2012. – 32 p.
[3] Genesis 15:5.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 15:5, voetnoot 8.
[5] Hebreeën 2:16.
[6] Job 22:12.
[7] Jeremia 31:35 en 36.
[8] Lucas 21:25-28.

30 juli 2018

De wereldhistorie volgens Psalm 104

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de zomer ligt veel werk in de kerk stil[1].
Er is tijd voor bezinning. Gaat het goed met ons? Wandelen wij op de juiste weg?
En plotseling, als een donderslag bij heldere hemel, kan ook een vraag over onze omgang met God opkomen. Hoe wandelen wij, te midden van onze problemen, met God?

Over het antwoord op die vraag wil ik vandaag op deze plaats enkele woorden publiceren.
Mijn startpunt neem ik in het slot van Psalm 104:
“Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven,
ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang.
Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn,
ík zal mij in de HEERE verblijden.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[2].

De dichter van deze psalm heeft goed in de natuur rond gekeken. Hij zag het licht. En de hemel. Hij observeerde bovendien zeeën en oceanen.

De dichter weet dat er nimmer meer een zondvloed komen zal. Dat heeft de Here in Genesis 8 afgekondigd.
U kent die tekst misschien wel: “En ​Noach​ bouwde een ​altaar​ voor de HEERE; en hij nam van al het reine ​vee​ en van alle reine vogels, en bracht ​brandoffers​ op dat ​altaar. En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn ​hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer ​vervloeken​ vanwege de mens; de gedachtespinsels van het ​hart​ van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen ​zaaitijd​ en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden”[3].
In Genesis 9 heeft Hij, als teken bij Zijn proclamatie, de regenboog gegeven: “En God zei: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, alle generaties door tot in eeuwigheid: Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is. God zei dus tegen ​Noach: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik gemaakt heb tussen Mij en alle vlees dat op de aarde is”[4].

Dat alles wetend schrijft de psalmist met nieuwe geestdrift over zijn waarnemingen in de natuur.
Bergen, grasvelden, vogels, zon en maan: zij alle komen voorbij. De dichter heeft veel moois gezien.
De maker van Psalm 104 eindigt met de woorden die ik hierboven citeerde.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen. De mensen die God eren blijven uiteindelijk over. De Here doet op aarde prachtige dingen. Maar het allermooiste is: de paradijselijke situatie komt terug. Daar gaat het naar toe met de wereld.

Het komt mij voor dat we het bovenstaande goed moeten bedenken als we in ons leven problemen tegen komen. Die vraagstukken kunnen moeilijk zijn. Maar één ding is zeker: al die problemen gaan de wereld uit. Die problemen hebben het eeuwige leven niet. Maar Gods kinderen hebben dat wel.

De dichter van Psalm 104 wist het al: moeilijkheden praat je niet zomaar van de aarde af. Gods kinderen komen iedere dag mensen tegen die grove zonden doen. En ja, ook goddelozen kruisen het pad van christenen. Die prachtige schepping is daarom heden ten dage nooit helemaal gaaf. Maar er komt een grote ommekeer. Want God maakt Zijn werk af.

En waar blijven die goddelozen dan?
Dat heeft de man uit Psalm 104 er niet bij gezet. Er staat geen plaatsbepaling bij. Zo van: de mensen die zichzelf meenden te kunnen redden, gaan naar…
Ach – voor kinderen van God doet dat er niet zoveel toe. Want zij leven in de wetenschap dat het loven van God uiteindelijk het enige is dat overblijft.

De kerk dient met die lof nu al een begin te maken.
Vanuit de werkplaats van de Heilige Geest moet er voor gezorgd worden dat de Here blij kan blijven met Zijn werk.
Laten we niet te snel zeggen dat de wereld van vandaag eigenlijk een beetje minderwaardig is. Soms wordt dat wel eens gesuggereerd. Hier beneden is het niet, zegt men dan. Ik zou willen zeggen: hier beneden is het ook.

De maker van Psalm 104 hoopt vurig dat de Here blij blijft met de schepping. Want hij weet best wat er gebeurt als de blijdschap van de Here wegebt. Kijkt u maar mee:
“De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig,
laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken.
Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij,
raakt Hij de bergen aan, dan roken zij”[5].
Psalm 104 zingt: laat het feest van de Here vooral doorgaan. En er wordt bij gezegd dat de psalmist zijn bedrage aan de vreugde van God leveren zal. Ooit zei een Gereformeerde dominee: “Schep vreugde in het leven! Ach nee, dat hoeft niet meer geschapen te worden, dat is reeds geschapen. Dat heeft God geschapen in den beginne en Hij geeft het nog elke dag”[6].
Op deze wijze, deze lof-waardige en lof-vaardige wijze, is de kerk op weg naar de Jongste Dag: de dag waarop de Here God levenden en doden oordelen zal.

Persoonlijk heb ik het idee dat Psalm 104 met name populair is in de vakantietijd.
We trekken met z’n allen de natuur in. We kamperen een eind weg. We wandelen of fietsen kilometers ver, en aldus genieten wij van alle mooie dingen die de natuur ons biedt. In dat plaatje kan Psalm 104 moeiteloos een plaats krijgen. Sterker nog, het is mooie preekstof voor een hete zomerdag.
Bij dat alles dienen we echter te bedenken dat de 104de Psalm opgenomen is in Gods liedboek voor de kerk. Het is een boodschap voor de kerk: blijf wandelen met Hem, en vergeet niet dat Gods werk doorgaat.
In Psalm 104 gaat het niet in de eerste plaats over mensen die genieten van de vormgeving van blaadjes, de kleurrijkdom der bloemetjes of de anatomie van bijtjes.
Het gaat om het werkplan van de Here God. De uitvoering van Zijn plan is gestart bij de schepping. Bij Genesis 1 dus. Bij de tenuitvoerlegging van dat plan gaat helemaal niets fout. Van vertraging is bij onze Verbondsgod geen sprake. Er zit lijn in de wereldhistorie. Het gaat van de schepping naar het einde van de tijd. Er is geen zinnig mens die dat tegenhouden kan.

Dat leren we trouwens ook uit andere Bijbelgedeelten.
Ik wijs u op woorden uit Psalm 115:
“De hemel, de hemel is van de HEERE,
maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.
De doden zullen de HEERE niet prijzen,
evenmin al wie in de stilte neergedaald zijn.
Maar wíj zullen de HEERE loven,
van nu aan tot in eeuwigheid”[7].
Verder citeer ik de eerste verzen van Openbaring 19: “En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: ​Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en ​rechtvaardig, omdat Hij de grote ​hoer​ geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar ​hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft”[8].
Het is onontkoombaar: Gods werk gaat door. En Hij voert Zijn plannen helemaal uit.

Nu ligt er nog de vraag uit het begin: hoe wandelen wij, temidden van onze problemen, met God?
We mogen zeker weten dat de Here ons, zeker óók als wij in de penarie zitten, concentratie wil geven op de lijn die zich in de wereldhistorie aftekent. Dat is, zoals ik hierboven reeds schreef, de lijn van schepping naar het einde van de tijden.
Het is die lijn die de door de Heilige Geest geïnspireerde dichter van Psalm 104 wil tonen.
Het is die lijn die wij altijd, desnoods dwars door beproevingen heen, moeten blijven zien.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 30 juli 2008.
[2] Psalm 104:33, 34 en 35.
[3] Genesis 8:20-22.
[4] Genesis 9:12-17.
[5] Psalm 104:31 en 32.
[6] Preek van Ds. G. Zomer (1925-1982) over Psalm 104:31-35. Opgenomen in: Ds. G. Zomer, “Uit liefde tot Sion”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak b.v., © 1983. – p. 18-25. Citaat van p. 23.
[7] Psalm 115:16, 17 en 18.
[8] Openbaring 19:1 en 2.

27 juli 2018

Gebed om dienstbaarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Heidelbergse Catechismus gebruikt in Zondag 47 grote woorden.
Leest u maar mee.
“Wat is de eerste bede?
Antwoord:
Uw naam worde geheiligd. Dat wil zeggen: Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken, waarin uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen. Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – daarop richten, dat uw naam om ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt”[1].

Zegt u nu zelf: van onszelf komen wij daar nooit aan toe.
Dat wordt nooit wat.

Maar let dan op het eerste woordje in de tweede en derde zin van het antwoord: geef.
Dat roemen en prijzen wordt ons gegeven.
De Heilige Geest legt ons, om zo te zeggen, de juiste woorden in de mond.
Het gaat zoals Psalm 50 het zegt: “Ik geef u ruimte en gij zult Mij eren”[2].
Trouwens, de dichter van Psalm 67 draait er ook niet omheen:
“Hij, die alles geeft,
Hij zij hoog geprezen,
Hem moet ieder vrezen
die op aarde leeft”[3].

Zondag 47 lezend denk ik aan een artikel over de heer Trump, president van de Verenigde Staten.
Uit dat artikel geef ik graag enige citaten.
1.
“’Trump is de grote cowboy die de saloon schietend binnenkomt en verwarring zaait’, zegt Derk Jan Eppink. Hij is oud-medewerker van de Europese Commissie en nu senior fellow bij het London Center for Policy Research in New York. Trump weet volgens hem opschudding te veroorzaken, vervolgens de aandacht te trekken en daarvan te profiteren. ‘Hij weet precies wat hij wil’”.
2.
“Wanneer je groot denkt en zo onderhandelingen ingaat, kun je iemand worden die het proces verstoort. Als je zo ver buiten de grenzen denkt van wat voor mogelijk wordt gezien, verander je niet alleen het debat maar het hele kader waarin het debat wordt gehouden”.
3.
“Niet alleen op diplomatiek niveau, ook op het gebied van internationale handelsbetrekkingen stelt Trump zich op die manier op. Hij gebruikt invoerheffingen als drukmiddel voor onderhandelingen en legt ze eenzijdig op om zijn zin te krijgen.
‘Het is een ruwe, New Yorkse tactiek van intimidatie, van poker spelen. Zo haalt hij een akkoord of deal binnen”, zegt Derk Jan Eppink. “Dat zijn de traditionele politici in Europa en elders in de wereld niet gewend. Die cultuur kennen ze niet”[4].

Een president die als een grote cowboy de saloon schietend binnenkomt – nee, ik kan dat niet met Zondag 47 in lijn brengen.
In een uiteenzetting die ik las over enkele uitlatingen van de heer Trump werd op een rijtje gezet wat er van een aantal beweringen klopt. Het is verbijsterend om te zien hoeveel nonsens de Amerikaanse president wereldkundig maakt[5].
Beledigend spreken, schokkend optreden, stellingen verkondigen die deels of geheel gelogen zijn: dat past niet bij de stijl van de Here.

Natuurlijk – je kunt de boel eens flink opschudden door een aantal opvallende uitspraken te doen.
Ongetwijfeld kan het zo zijn dat president Trump maatregelen neemt en wetten uitvaardigt die de afbraak van Amerika als christelijke natie afremmen.
Maar dit gaat te ver.
Wat mij betreft demonstreert de Amerikaanse president vrij duidelijk hoe het niet moet.
Al met al is het zo dat president Trump al te vaak tekeer gaat als een olifant in de porseleinkast.
Deze manier van doen heeft, naar mijn inzicht, weinig te maken met Goddelijke almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid.

Zou het kunnen zijn dat het doen en laten van de Amerikaanse president een spiegel is voor het wereldwijde christendom?

Van christenen wordt gevraagd om, om zo te zeggen, iets van de Goddelijke glorie uit te stralen.
Daarom vragen we om wijsheid, teneinde verstandig te kunnen leven en werken.
Daarom willen we iedereen billijk en rechtvaardig behandelen.
Daarom laten we geen gelegenheid onbenut om te laten zien wat christelijke ontferming inhoudt.
Daarom houden we ons verre van leugens en halve waarheden.
Van nature zit dat niet in ons. Daarom leert de belijdenis om daarom te bidden.
Zondag 47 bindt ons op het hart om zo’n gebed nooit te vergeten!

Jezus Christus, de Heiland, leert al Zijn volgelingen ook om dienstbaar te zijn.
Kent u de geschiedenis van de voetwassing?
Die staat in Johannes 13. Jezus, de grote Meester, wast de voeten van al Zijn discipelen.
Wij lezen: “Toen Hij dan hun ​voeten​ gewassen had en Zijn ​kleren​ weer had aangedaan, ging Hij weer ​aanliggen​ en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb? U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw ​voeten​ gewassen heb, moet ook u elkaars ​voeten​ wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn ​heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft. Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet”[6].

En hoe doe je dat dan?
Daarover geeft de apostel Paulus ons enig onderwijs.
Hij schrijft aan de christenen in Corinthe: “De ​liefde​ is geduldig, zij is vriendelijk, de ​liefde​ is niet jaloers, de ​liefde​ pronkt niet, zij doet niet gewichtig”[7].
Ook in een andere brief noteert Paulus het een en ander over het belang van de liefde in de christelijke wereld.
In de brief aan Gods kinderen in Galatië noteert hij: “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige ​overtreding​ komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van ​Christus”[8].
Overigens zegt Jezus er Zelf ook iets over in Johannes 13: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar ​liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u ​liefde​ onder elkaar hebt”[9].

Zo gaan we van hooggeplaatste schietende cowboys naar dienende kerkleden.
Wij gaan van schokkende sprekers naar goedertieren gelovigen.
Toegegeven: het valt niet altijd mee om die dienstbaarheid vol te houden.
Het is daarom geen luxe dat Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus ons leert om in gebed naar Gods troon te gaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 47, vraag en antwoord 122.
[2] Psalm 50:7; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 67:3; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2241372-trumps-strategie-een-cowboy-die-schietend-de-saloon-binnenkomt.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[5] Zie https://www.nu.nl/weekend/5363021/nucheckt-klopt-er-van-uitspraken-van-trump-navo-top-.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[6] Johannes 13:12-17.
[7] 1 Corinthiërs 13:4.
[8] Galaten 6:1 en 2.
[9] Johannes 13:34 en 35.

26 juli 2018

Blijde blik op de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met enige regelmaat hoort men de vraag: in welke wereld leven wij? Daarachter zit de angst dat de wereldburgers de planeet waarop zij wonen, aan het vernietigen zijn.
Op het internet kan men de volgende typering tegenkomen: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender nog uit het stopcontact trekken!”[1].
De toestand van de aarde is, zo benadrukt men dus, één groot drama.
‘We moeten iets doen’, roept men ietwat paniekerig.

In Johannes 12 is het niet zozeer tijd voor actie. Veeleer roept de Heiland op tot een keuze.

Wij lezen: “Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft”[2].

Er komt een dag dat het ongeloof bestraft zal worden.
Dan zal ook blijken dat Jezus de woorden heeft gesproken waarvan de Vader heeft gezegd dat Hij die uitspreken móet.
Dat zal de realiteit wezen!

Een exegeet noteert bij die woorden uit Johannes 12: “Het is geheel in overeenstemming met het plan waarover de Vader en de Zoon het al van eeuwigheid eens zijn. Ook de woorden die Jezus moet spreken, passen in dat plan (…). Dat plan is gemaakt met het oog op de mensen: Jezus kwam om te redden (…), om eeuwig leven te brengen”[3].

De proclamatie is duidelijk: kies voor Jezus Christus en een eeuwig leven!

Voor heel veel mensen lijkt dat te betekenen: godsdienstigen van alle kleuren en richtingen, kom in liefde bij elkander!
En die betekenis is heus niet van de laatste jaren. In 2007 verscheen ‘Een gemeenschappelijk woord’, een document waarin gepleit wordt voor verzoening tussen het christendom en de islam. Er werd indertijd verwezen naar de Koran, soera 5 vers 48: “Wedijver dus in goede daden. Tot God keren jullie allen terug. Hij zal jullie dan meedelen waarover jullie het oneens waren”[4].
Dat klinkt allemaal mooi. Maar in de islam is Jezus Christus niet de Zoon van God. Want, zeggen de moslims, een mens kan geen God zijn. Er is geen god dan God alleen[5].
Dat is een cruciaal verschil dat een samengaan van christendom en islam onmogelijk maakt!

De oproep weergalmt, ook vandaag, in heel de wereld: kies voor Jezus Christus en een eeuwig leven! Die aansporing bepaalt ons bij het einde der tijden.
Heel wat mensen vinden de gedachte aan dat einde bijzonder bedreigend. Hoe zal het aflopen?
Er zijn ook wel ouders die, meer of minder impliciet, op dat einde wijzen teneinde hun kinderen in het gareel te houden.
Een Amerikaanse historica, Tara Westover, schreef een boek over het gezin waarin zij opgroeide. Zij heeft een godsdienst-waanzinnige vader. Ik citeer: “Ik was opgegroeid in afwachting van de Gruwelen der Verwoesting; ik was voorbereid op het moment dat we de zon donkerder zagen worden en de maan zagen druipen alsof ze bloedde. Ik was hele zomers bezig met perziken inmaken en elke winter met het omkeren van onze voorraden. Als de Wereld der Mensen tot een einde kwam, zou mijn familie onverstoord verder leven”[6][7].
Een schrijnend voorbeeld van de manier waarop het Evangelie verminkt kan worden!

Is Johannes 12 een oproep tot syncretisme? Zo van: godsdienstigen aller landen, verenigt u?
Nee.
Is Johannes 12 een proclamatie vol dreiging en duisternis?
Ook niet.

Jezus Christus laat het blijken: de Vader en Ik zijn één. Wie in Jezus gelooft, gelooft ook in Zijn Vader. Wie het doen en laten van Jezus nauwkeurig bekijkt, ziet God de Vader.
Jezus Christus Jezus is, om met Hebreeën 1 te spreken, “de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn zelfstandigheid. Jezus draagt alle dingen door Zijn krachtig woord”[8].

Jezus is naar de aarde gekomen om mensen te behouden.
Nee, Hij doet de wijsvinger niet omhoog. Zo van: opgepast! Zo van: als je niet uitkijkt, zal ik je eens vertellen wat voor een minderwaardig individu jij bent…
De Heiland weet welke boodschap Hij van Vader door moet geven: het gebod van Vader is eeuwig leven.
Dat betekent:
* Laat het maar zien, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Ontvouw het uitzicht op dat leven maar!
* Breng die boodschap aan de man, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Confronteer de mensen er mee, zo vaak U kunt!
* Plaveit de weg naar het eeuwige leven, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Volbreng de opdracht van lijden, sterven en opstanding; en open zo de weg naar de hemel!

Johannes 12 is, om zo te zeggen, de echo van Johannes 3: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[9].
Eeuwig leven vol geluk en vrede: dat is het perspectief van Johannes 12.

Iemand schrijft: “… als de mens de aarde weg zou gooien, zou de mens zelf ten onder gaan, er is namelijk (voor zover bekend) geen andere planeet waar leven mogelijk is. Op dit moment hebben we echter nog wel een keuzemogelijkheid, we kunnen doorgaan met onze huidige niet duurzame manier, of we kunnen het roer omgooien en er helemaal voor gaan”[10].

Geen paniek, zou ik willen uitroepen.
Lees Johannes 12.
En zoek uw behoud bij Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Geciteerd van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.
[2] Johannes 12:48, 49 en 50.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 12:49.
[4] Zie: ‘We zijn halfbroers en -zussen’. In: Nederlands Dagblad, woensdag 25 april 2018, p. 7.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld http://users.telenet.be/myprojects/peace/jezus.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.
[6] Geciteerd via: “Liefde verandert niet alles ten goede”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 maart 2018, p. 12 en 13.
[7] De gegevens van het betreffende boek zijn: Tara Westover (vert. Lette Vos), “Leerschool”. – Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2018. – 399 p.
[8] Hebreeën 1:3 a.
[9] Johannes 3:16 en 17.
[10] Geciteerd van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.

25 juli 2018

De Herder kent Zijn schapen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hij kan ons zomaar bespringen. Die prangende vraag: doe ik het wel goed in het leven? Oftewel: maak ik wel de juiste keuzes?
Jongeren kennen die vraag heel goed. Maar laten wij er niet omheen draaien: ouderen kennen ‘m heus ook wel.
Wat moet je met zo’n vraag beginnen?
Is er eigenlijk wel een goed antwoord op?
Wat moet je doen als je je zo vaak onzeker voelt? Is dat gevoel eigenlijk wel te bestrijden?

Laten wij, met die vragen in het achterhoofd, kijken naar Johannes 10.
Ik citeer:
“De ​Joden​ dan omringden Hem en zeiden tegen Hem: Hoelang houdt U ons in het onzekere? Als U de ​Christus​ bent, zeg het ons vrijuit. Jezus​ antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en u gelooft het niet. De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij. Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[1].

Hoe staan de zaken in Johannes 10?
Welnu, de sfeer is daar nogal gespannen.
De kernvraag luidt: is deze Jezus de Man die in Israël al eeuwen verwacht wordt? Op die spannende vraag willen de omstanders heel graag een antwoord.
Eigenlijk is die ingehouden onrust een beetje overbodig.
Want Jezus heeft al verschillende keren gezegd: Ik ben de Herder die mijn schapen met al Mijn kracht bescherm.
Jezus zegt: “Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen”[2].
En:
“Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend”[3].

Die term ‘herder’ als aanduiding van God was in Israël trouwens al eeuwen bekend. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 23:
“De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets”[4].
En aan Psalm 80:
Herder van Israël, neem ter ore,
U, Die Jozef als schapen leidt”[5].
En aan Jeremia 31: “Hoor het woord van de HEERE, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg, en zeg: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt”[6].
Dat woord ‘herder’ zou de Joden dus attent en wakker moeten maken. Want dat woord kennen ze. Uit de Psalmen. En uit de profetieën die woordvoerders van God in vroegere eeuwen uitgesproken hebben.

De Joden in Johannes 10 geloven niet dat Jezus de Redder van het leven is.
En waarom geloven ze dat niet?
Jezus zegt het zelf: “Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij”.

U gelooft niet.
Dat is een heldere constatering.

Maar daarmee is lang niet alles gezegd.
Want Jezus Christus heeft zeker wel volgelingen!

En één ding is zeker: wie gelooft dat Jezus Christus de Zaligmaker is, hoort bij Hem; dat verandert nooit!
Als u gelooft dat de Heiland uw zonden vergeeft, gaat u Hem volgen.
Als jij gelooft dat de Heiland jouw Redder is, ga je leven binnen de wettelijke kaders die Hij geeft.
En wie bij Jezus hoort, kan niet bij Hem weg worden gerukt!
En ja, dat geldt ook in 2018.

Misschien zijn er lezers die zeggen: dit is een mooi verhaal, maar er klopt niets van. Er zijn immers massa’s mensen die vroeger naar de kerk gingen, maar voor wie het geloof nu weinig meer betekent? Er zijn massa’s gezinnen waarin ouders en kinderen kerkelijk gezien zeer verschillende wegen gaan.
Vanuit menselijk oogpunt lijkt het alsof je moet vaststellen: gelovigen lopen overal en nergens; en eigenlijk weet bijna niemand waar ze zich precies bevinden…

Maar dat is gezichtsbedrog.
Want wij moeten niet over het hoofd zien dat in Johannes 10 niet eerst staat:
* de schapen volgen Mij
maar
* Ik ken ze.
Als de hemelse God je kent, dan is geborgenheid gegarandeerd. Dan kom je goed terecht!
Als God u kent, loopt u als vanzelf op de wegen die Hij wijst.
De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Galatië dat zij God kennen en – wat meer is – door God gekend worden[7]. Dat laatste gaat blijkbaar boven alles uit!
Een uitlegger schrijft erbij: “Zijn kennen van hen is volmaakt en in volkomen liefde. Hij kent hen met al hun gedachten en gevoelens, hun woorden en wegen, hun gevaren en moeiten, hun verleden, heden en toekomst”[8].

De Herder kent Zijn schapen. Daar begint het.
Uit de Dordtse Leerregels – het bekende belijdenisgeschrift waar veel Gereformeerden mee instemmen – leren we: God besloot de uitverkorenen “het geloof in Christus te schenken, hen te rechtvaardigen en te heiligen en hen, nadat zij in de gemeenschap van zijn Zoon met kracht bewaard zijn, uiteindelijk te verheerlijken”[9].
Menigten medemensen lopen op zelfgekozen wegen. Zij redden zichzelf wel, denken ze.
Maar “van dat ongeloof is God volstrekt niet de oorzaak. De mens draagt de schuld ervan, evenals van alle andere zonden”[10].
De verleiding is soms groot om God de schuld te geven van klerikale puinhopen. Maar zulke puinhopen ontstaan door het verbijsterende wangedrag van mensen zelf!

Dit artikel begint met de vraag: doe ik het wel goed in het leven?
Johannes 10 maakt duidelijk wat wij moeten doen: God eren om al het werk dat Hij doet.
Jezus zegt in Johannes 10: “De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij”.
En nog altijd is het zo “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft, ze door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert”. Daar heeft Jezus Christus Hoogstpersoonlijk de hand in.
Zo belijden we dat in de kerk. In de Heidelbergse Catechismus namelijk[11].
Je doet het goed in het leven als je nauwkeurig bekijkt waar de God van hemel en aarde aan het werk is.
Je doet het goed als je luistert naar de stem van de Herder. ‘Kom naar de kerk, want daar breng Ik mijn schapen bij elkaar; er is geen enkele macht die de schapen bij Mij weg kan houden!’.

Jezus Christus brengt in hemel en op aarde de rust terug.
Geloof dat maar!
Hij maakt de wereld weer mooi. Paradijselijk mooi!

Noten:
[1] Johannes 10:24-28.
[2] Johannes 10:11.
[3] Johannes 10:14.
[4] Psalm 23:1.
[5] Psalm 80:2.
[6] Jeremia 31:10.
[7] Galaten 4:9: “…en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?”.
[8] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 192 en 193; geraadpleegd op donderdag 12 juli 2018.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[10] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 5.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 26. Het citaat is vanwege de zinsbouw enigszins aangepast.

24 juli 2018

Op weg naar het staatsbanket

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat gaat u eten vandaag?
Dat is een wat merkwaardige vraag op een internetpagina waar alles draait om Bijbel, kerk en actualiteit.
Nee nee, dit is niet de aftrap voor een bizar soort kookrubriek.
Het zal snel duidelijk worden waarom ik toch met die vraag begin.

We gaan nu van de keuken naar de kerk.

Jezus Christus is in de kerk aan het werk.
Jazeker – de Geest van Christus werkt in alle kerkmensen.
Wij kunnen ons dat niet voorstellen. Je kunt toch niet op meer dan één plaats tegelijk zijn? Dat soort menselijke voorstellingen moeten wij maar gauw loslaten. Onze Heiland werkt ‘all over the world’.
Overal en nergens pleegt Hij onderhoud aan de kerk. Onvermoeibaar stuurt Hij de Evangelieverkondiging aan. Steeds weer geeft Hij mensen energie om uit hun stoel te komen om voor Hem aan het werk te gaan.
De kerk is een mooie en volstrekt unieke leefomgeving!

Johannes vermeldt in hoofdstuk 6 iets opmerkelijks over onze Here Jezus Christus. Citaat: “Hem heeft God de Vader verzegeld”[1].
Is dat niet een beetje merkwaardig?
Natuurlijk – waardevolle documenten kun je van een zegel voorzien.
Je kunt, bijvoorbeeld, ook een huis verzegelen om te voorkomen dat onbevoegden allerlei dingen achterover drukken.
Jazeker – Gods kinderen worden ook verzegeld. Dat schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 1: “…in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, ​verzegeld​ met de ​Heilige​ Geest​ van de belofte”[2]. Dat is wel te begrijpen. Zondige mensen moeten afgeschermd en beschermd worden. Voordat je ’t weet zit hun leven vol met duivelse verontreiniging.
Maar Gods Zoon verzegelen – is dat niet ietwat vreemd? Hij is toch heilig en goed? Is die verzegeling bij Hem eigenlijk wel nodig?

Een exegeet schrijft: “De gebruikelijke vertaling ‘want op Hem heeft God de Vader zijn zegel gedrukt’ gaat voorbij aan de woordvolgorde in het Grieks: ho patèr… ho theos (Vader…God). In het Nieuwe Testament is de volgorde altijd andersom: ‘God de Vader’ of ‘de God en Vader van…’. Daarom moeten we (…) vertalen: ‘want op Hem heeft de Vader zijn zegel gedrukt: God’. Hiermee bevestigt Jezus indirect zijn godheid”[3].

Een andere uitlegger noteert: “Hem heeft God de Vader ‘verzegeld’. Dat wil zeggen dat God Hem ‘van een herkenningsteken heeft voorzien’. Het betekent tevens dat God Hem ‘met hemelse kracht heeft toegerust’”[4].

De verzegeling van de Here Jezus Christus betekent dus zoveel als: Hij heeft zijn legitimatiebewijs bij Zich. Je kunt zonder moeite controleren waar Hij vandaan komt. Zijn identiteit is bekend. En daar hoeft niemand geheimzinnig over te doen.

Wederom citeer ik Johannes 6.
“Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader ​verzegeld. Zij zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten? Jezus​ antwoordde en zei tegen hen: Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft”[5].

De kerk is, als het goed is, een prettige leefgemeenschap. Als het een beetje wil is de sfeer er prima. In de kerk voelen we ons hopelijk veilig en geborgen.
Maar de kerk op aarde is niet meer dan een tijdelijk huis. Er hangt, om zo te zeggen, een onzichtbaar bordje in de kerk: ‘wij zijn op reis; ons eindpunt is de hemel’.

Wat moeten wij doen?
Dat vragen de mensen die in Johannes 6 om Jezus heen staan.
Antwoord: uw geloof is een werk van God!

Wij krijgen het eeuwige leven van Jezus Christus.
Ja, dat weten Gods kinderen heel zeker. De Heiland heeft immers Zijn legitimatiebewijs bij Zich?

Dat is een grote troost.
Ook in 2018.

Vandaag de dag hebben heel wat mensen het druk met hun eetpatroon.
U kent de verhalen daaromheen vast wel.
* Je moet goed ontbijten, want je moet energie hebben om de dag te beginnen
* Drink regelmatig water
* Eet langzaam, in kleine porties
* Eet regelmatig
* Eet gevarieerd, en hou rekening met de schijf van vijf
* Eet veel groente en fruit.
En zo is er nog veel meer[6].

Lekker eten: het is reuze belangrijk om je daar mee bezig te houden.
Sterker nog – als er een studie voor smulpaap bestond, zou ik graag overwegen om mij daarvoor in te schrijven.

Echter: van veel groter belang is – om in de stijl van Johannes 6 te blijven – “het ware brood uit de hemel”[7]. Jezus Christus maakt Zijn kinderen klaar voor het eeuwige leven.
Gelovigen krijgen allen een legitimatiebewijs, een paspoort dat toegang geeft tot de hemel.

Wat gaat u eten vandaag?
Dat is een interessante vraag.
Maar die aardse maaltijd is een tussenstop op weg naar die eindeloos heerlijke maaltijd in de hemel.
Het is dat staatsbanket waarover we in Openbaring 3 lezen: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[8].

Als we aan die heerlijke maaltijd denken, smaakt het eten van vandaag misschien een beetje beter.

Noten:
[1] Johannes 6:27 b.
[2] Efeziërs 1:13.
[3] Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Johannes: het evangelie van het Woord”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1997; derde druk 2007. – p. 155.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 6:27.
[5] Johannes 6:27, 28 en 29.
[6] Zie bijvoorbeeld https://www.lekkerinhetleven.nl/welzijn/gezin-gezondheid/artikel/10-tips-voor-een-gezond-leven ; geraadpleegd op woensdag 11 juli 2018.
[7] Johannes 6:33.
[8] Openbaring 3:20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.