gereformeerd leven in nederland

25 juli 2018

De Herder kent Zijn schapen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hij kan ons zomaar bespringen. Die prangende vraag: doe ik het wel goed in het leven? Oftewel: maak ik wel de juiste keuzes?
Jongeren kennen die vraag heel goed. Maar laten wij er niet omheen draaien: ouderen kennen ‘m heus ook wel.
Wat moet je met zo’n vraag beginnen?
Is er eigenlijk wel een goed antwoord op?
Wat moet je doen als je je zo vaak onzeker voelt? Is dat gevoel eigenlijk wel te bestrijden?

Laten wij, met die vragen in het achterhoofd, kijken naar Johannes 10.
Ik citeer:
“De ​Joden​ dan omringden Hem en zeiden tegen Hem: Hoelang houdt U ons in het onzekere? Als U de ​Christus​ bent, zeg het ons vrijuit. Jezus​ antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en u gelooft het niet. De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij. Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[1].

Hoe staan de zaken in Johannes 10?
Welnu, de sfeer is daar nogal gespannen.
De kernvraag luidt: is deze Jezus de Man die in Israël al eeuwen verwacht wordt? Op die spannende vraag willen de omstanders heel graag een antwoord.
Eigenlijk is die ingehouden onrust een beetje overbodig.
Want Jezus heeft al verschillende keren gezegd: Ik ben de Herder die mijn schapen met al Mijn kracht bescherm.
Jezus zegt: “Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen”[2].
En:
“Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend”[3].

Die term ‘herder’ als aanduiding van God was in Israël trouwens al eeuwen bekend. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 23:
“De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets”[4].
En aan Psalm 80:
Herder van Israël, neem ter ore,
U, Die Jozef als schapen leidt”[5].
En aan Jeremia 31: “Hoor het woord van de HEERE, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg, en zeg: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt”[6].
Dat woord ‘herder’ zou de Joden dus attent en wakker moeten maken. Want dat woord kennen ze. Uit de Psalmen. En uit de profetieën die woordvoerders van God in vroegere eeuwen uitgesproken hebben.

De Joden in Johannes 10 geloven niet dat Jezus de Redder van het leven is.
En waarom geloven ze dat niet?
Jezus zegt het zelf: “Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij”.

U gelooft niet.
Dat is een heldere constatering.

Maar daarmee is lang niet alles gezegd.
Want Jezus Christus heeft zeker wel volgelingen!

En één ding is zeker: wie gelooft dat Jezus Christus de Zaligmaker is, hoort bij Hem; dat verandert nooit!
Als u gelooft dat de Heiland uw zonden vergeeft, gaat u Hem volgen.
Als jij gelooft dat de Heiland jouw Redder is, ga je leven binnen de wettelijke kaders die Hij geeft.
En wie bij Jezus hoort, kan niet bij Hem weg worden gerukt!
En ja, dat geldt ook in 2018.

Misschien zijn er lezers die zeggen: dit is een mooi verhaal, maar er klopt niets van. Er zijn immers massa’s mensen die vroeger naar de kerk gingen, maar voor wie het geloof nu weinig meer betekent? Er zijn massa’s gezinnen waarin ouders en kinderen kerkelijk gezien zeer verschillende wegen gaan.
Vanuit menselijk oogpunt lijkt het alsof je moet vaststellen: gelovigen lopen overal en nergens; en eigenlijk weet bijna niemand waar ze zich precies bevinden…

Maar dat is gezichtsbedrog.
Want wij moeten niet over het hoofd zien dat in Johannes 10 niet eerst staat:
* de schapen volgen Mij
maar
* Ik ken ze.
Als de hemelse God je kent, dan is geborgenheid gegarandeerd. Dan kom je goed terecht!
Als God u kent, loopt u als vanzelf op de wegen die Hij wijst.
De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Galatië dat zij God kennen en – wat meer is – door God gekend worden[7]. Dat laatste gaat blijkbaar boven alles uit!
Een uitlegger schrijft erbij: “Zijn kennen van hen is volmaakt en in volkomen liefde. Hij kent hen met al hun gedachten en gevoelens, hun woorden en wegen, hun gevaren en moeiten, hun verleden, heden en toekomst”[8].

De Herder kent Zijn schapen. Daar begint het.
Uit de Dordtse Leerregels – het bekende belijdenisgeschrift waar veel Gereformeerden mee instemmen – leren we: God besloot de uitverkorenen “het geloof in Christus te schenken, hen te rechtvaardigen en te heiligen en hen, nadat zij in de gemeenschap van zijn Zoon met kracht bewaard zijn, uiteindelijk te verheerlijken”[9].
Menigten medemensen lopen op zelfgekozen wegen. Zij redden zichzelf wel, denken ze.
Maar “van dat ongeloof is God volstrekt niet de oorzaak. De mens draagt de schuld ervan, evenals van alle andere zonden”[10].
De verleiding is soms groot om God de schuld te geven van klerikale puinhopen. Maar zulke puinhopen ontstaan door het verbijsterende wangedrag van mensen zelf!

Dit artikel begint met de vraag: doe ik het wel goed in het leven?
Johannes 10 maakt duidelijk wat wij moeten doen: God eren om al het werk dat Hij doet.
Jezus zegt in Johannes 10: “De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij”.
En nog altijd is het zo “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft, ze door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert”. Daar heeft Jezus Christus Hoogstpersoonlijk de hand in.
Zo belijden we dat in de kerk. In de Heidelbergse Catechismus namelijk[11].
Je doet het goed in het leven als je nauwkeurig bekijkt waar de God van hemel en aarde aan het werk is.
Je doet het goed als je luistert naar de stem van de Herder. ‘Kom naar de kerk, want daar breng Ik mijn schapen bij elkaar; er is geen enkele macht die de schapen bij Mij weg kan houden!’.

Jezus Christus brengt in hemel en op aarde de rust terug.
Geloof dat maar!
Hij maakt de wereld weer mooi. Paradijselijk mooi!

Noten:
[1] Johannes 10:24-28.
[2] Johannes 10:11.
[3] Johannes 10:14.
[4] Psalm 23:1.
[5] Psalm 80:2.
[6] Jeremia 31:10.
[7] Galaten 4:9: “…en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?”.
[8] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 192 en 193; geraadpleegd op donderdag 12 juli 2018.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[10] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 5.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 26. Het citaat is vanwege de zinsbouw enigszins aangepast.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.