gereformeerd leven in nederland

31 augustus 2018

Zondag 52, DGK en GKN

Dit artikel begint met woorden uit het laatste deel van de Heidelbergse Catechismus:
“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat wil zeggen: Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht. Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Kenners hebben het bovenstaande mogelijk al wel herkend. Het zijn woorden uit Zondag 52[1].

Wij hoeven niet zo nodig gelijk te hebben. Alles draait om Gods heilige naam.
Zo staat dat in de laatste zin in het citaat: “Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Van daaruit is het maar een kleine stap naar de officiële contacten tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)[2].
Dat zijn kerkverbanden die heel dicht bij elkaar staan.
Kerkleden uit beide kerkverbanden willen God loven. Met alles wat zij hebben.
Zowel DGK-ers als GKN-ers willen, als het goed is, niets liever dan God eren. Zij zelf zijn niet zo belangrijk. Hun status en reputatie doen er uiteindelijk niet zoveel toe.

Een artikel waarin het gaat over de contacten tussen DGK en GKN maakt niet zelden nogal wat los. Er wordt gepraat. Men raakt niet zelden ontstemd. Er worden grote woorden gebruikt: sekte, scheurkerk… Dat soort termen moeten wij per onmiddellijk gaan vermijden. Zulke uitdrukkingen maken gedachtewisselingen vruchteloos.

God moet de eer krijgen die Hem toekomt.
Daar moet het om gaan als DGK en GKN contact met elkaar hebben.

Die contacten kunnen zomaar worden bemoeilijkt.
Bijvoorbeeld door een artikel in een landelijk kerkblad. Niet zo lang geleden is dat nog gebleken. Er werd tijdens een zitting van de generale synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland gesproken over een artikel in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken in Nederland – dat bij heel wat lezers nogal onaangenaam overkwam en tamelijk ruw landde.
In zulke situaties speelt van alles mee. De formulering van één of twee zinnen, bijvoorbeeld. En de timing van het publiceren van zo’n artikel, bijvoorbeeld.
Laten we maar eerlijk zijn: zulke gebeurtenissen blijven lang in het geheugen zwerven.
En steeds zijn daar die prangende vragen: wat is er precies verkeerd gegaan? En: hoe kunnen we ons leven beteren?
Feit is dat dergelijke zaken buitengewoon pijnlijk kunnen wezen. Laten we, als het daarom gaat, begrip voor elkaar opbrengen. Laten we het vooral ook aan de Here voorleggen. En laten we Hem maar dringend vragen: wilt u ons naar elkaar toe leiden, zodat wij u samen kunnen loven?

Die contacten worden ook bemoeilijkt door andere gebeurtenissen in het verleden. Door dingen die zijn gesuggereerd. Door dingen die zijn gezegd. Door daden die zijn gesteld.
Met het oog daarop worden soms voorwaarden geformuleerd. Dat is niet goed.
Waarom niet?
Vanwege Romeinen 8. Ik citeer: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest”[3].
Onze Heiland heeft voor de zonden betaald.
De zonden werden weggedaan.
Zo werd de weg vrijgemaakt voor de Heilige Geest. De apostel Paulus noteert: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij ​kinderen​ van God zijn”[4].
Daarom mag in de gesprekken tussen DGK en GKN steeds weer een nieuw begin worden gemaakt. Voor verkeerde en zondige dingen uit het recente verleden wordt, mogen wij aannemen, altijd vergeving gevraagd.
En dan geldt Psalm 103:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[5].

Opnieuw ga ik naar Zondag 52.
K. Schilder heeft in een preek over die Zondag eens gezegd: “Ware dankbaarheid is: gebruiken, wat de ander schenkt; de ander als het ware inademen in zijn geschenken, en dus hemzelf begeren en vlijtig het verkeer met hem zoeken. (…) En wanneer deze zesde bede vóór ons ligt, kunt u zien, hoe mooi de Heiland ons heeft leren bidden en vragen. Want in de zesde bede staat het zo, dat de kerk vraagt: Mijn God, wil alles in het leven zo schikken en de wegen zo effenen, dat wij in het leven van de heiligmaking Uw Geest nooit bedroeven; en waar U helemaal onze God bent, niet maar geschenken geeft, maar U-zelf, laat ons helemaal van U zijn…”[6].

De preek van K. Schilder is gedateerd op zondag 28 december 1941. Dat is nu, op een paar maanden na, zevenenzeventig jaar geleden.
Maar de innige wens die in het bovenstaande verwoord is mag en moet ook anno Domini 2018 de onze zijn.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 128.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van een brief d.d. 2 juni 2018 die door de Generale Synode Lansingerland 2017-2018 van De Gereformeerde Kerken in Nederland is verzonden aan de Gereformeerde Kerken Nederland. Te vinden op https://gereformeerde-kerken-hersteld.nl/generale-synode/lansingerland-2018 , doorklikken naar Brief aan GKN, Brief van synode DGK aan synode GKN, 2 juni 2018 ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.
[3] Romeinen 8:3, 4 en 5.
[4] Romeinen 8:16.
[5] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[6] De betreffende preek is te vinden via http://www.reformata.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.

30 augustus 2018

Geloof geeft rust

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou je het geloof gaarne gunnen aan je medemensen!
Immers, dat geloof opent de weg naar de toekomst.
Immers, dat geloof biedt zoveel troost.
Immers, dat geloof biedt zoveel zekerheid.

Zulk een geloof gunt schrijver dezes gaarne aan de dichter en journaliste Marjoleine de Vos[1].

In maart 2018 publiceerde Marjoleine onder de titel ‘Doe je best’ een aantal persoonlijke essays[2].
De uitgever schreef blijmoedig: “Deze schitterende verzameling persoonlijke essays tonen een wereldbeschouwing van deze tijd die meervoudig is, nooit absoluut. In tintelende zinnen legt De Vos de vraagstukken van ons bestaan bloot en beantwoordt ze met een bijna laconieke en aan de journalistiek ontstegen kennis van onze wereld”[3].

Mede naar aanleiding van de verschijning van die bundel essays zei Marjoleine in het Nederlands Dagblad: “…een heleboel dingen worden een stuk dragelijker als je weet dat het ooit wordt goedgemaakt. Hoe die wereld er dan ook uitziet. Maar ik geloof het niet. Ik kan het gewoon niet geloven. Kon ik het maar, dat zou me echt helpen”[4].

Kon ik het maar’, zegt Marjoleine.
Hoort u het ook – dat verlangen naar rust?

De dichter van Psalm 25 leert ons:
“Goed en waarachtig is de HEERE
daarom onderwijst Hij zondaars in de weg.
Hij leidt zachtmoedigen in het recht,
Hij leert zachtmoedigen Zijn weg.
Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw
voor wie Zijn ​verbond​ en Zijn getuigenissen in acht nemen”[5].

De God van hemel en aarde weet hoe mensen in elkaar zitten. Hij heeft hen Zelf gemaakt! Daarom geeft hij onderwijs over de weg. Dat betekent: Hij laat hen zien wat echte waarheid is. Hij toont waar de redding voor deze wereld te vinden is.

Dat onderwijs is er voor zachtmoedigen.
Het is er niet voor betweters.
Die lessen zijn er voor mensen die een zacht hart hebben, en die toegankelijk willen blijven voor het Goddelijk onderricht.

Gods barmhartigheid, genade en mildheid zijn er voor hen die Gods geboden naleven.
Het kader van Gods wet geeft in het leven rust.
Altijd weer kun je zeggen: ik ga rustig mijn gang, want God stuurt mij altijd de goede kant op. En ook: het is mijn diepste wens dat mijn activiteiten passen in de voorbereiding op een leven in de hemel.

Kon ik het maar’, zegt Marjoleine.

Wat kan een adequate reactie zijn?
Geloven, dat is: loslaten. Je hoeft het zelf niet te kunnen. Het is voldoende om te erkennen dat God de grote Bestuurder en Redder is van jouw leven. Niet meer en niet minder.

Marjoleine wil graag geloven.
Het Evangelie moet je “op de een of andere manier toch een geloofwaardige voorstelling van zaken vinden. Ik vind het als verhaal zinvol, maar als iemand aan me vraagt: geloof je het ook? Nee, dat niet”.

De Bijbel moet een geloofwaardige voorstelling van zaken geven.
De Bijbel moet aannemelijk wezen.
De Bijbel moet acceptabel zijn.
Zegt Marjoleine de Vos.

Laten wij elkaar wijzen op 1 Johannes 5: “Als wij het getuigenis van de mensen aannemen, het getuigenis van God is groter; want dit is het getuigenis van God dat Hij van Zijn Zoon getuigd heeft”[6].
Het verhaal van mensen geloven we in de regel ook. Zeker als dat verhaal ook nog door een man of twee bevestigd wordt. Waarom geloven onze medemensen God dan niet?

Er staat in 1 Johannes 5 nog het een en ander bij. Onder meer dit: “wie God niet gelooft, heeft Hem tot leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God van Zijn Zoon getuigd heeft”[7].
Die woorden leiden ons tot de onvermijdelijke conclusie dat mensen die zeggen niet te kunnen geloven God voor een leugenaar uitmaken. Wie niet gelooft, zegt in feite: God liegt!
Nu hoor ik Marjoleine, en velen met haar, protesteren: ‘Als ik niet kan geloven, wil dat toch niet zeggen dat ik beweer dat God liegt?’.
Welnu, zo staat het toch echt in 1 Johannes 5. En dat is, bij nader inzien, ook wel logisch. De Bijbel is niet een beetje waar. Het is geen Boek waarvan men zeggen kan: er zit wel wat in.
Het is ja of nee.
Wel of niet.
Daar zit niks tussen.
Geloven in beloften over vergeving der zonden en een eeuwig leven, dat vraagt beslistheid.

Marjoleine de Vos zegt: “Als er een God is die ooit de wereld heeft geschapen en als dat koninkrijk van die God ooit komt, heeft alles in het leven betekenis. Dat vind ik heel aantrekkelijk. Maar dat keurslijf aan dogma’s en regels maakt het weer onaantrekkelijk. Ja, je kunt zeggen: dat zijn de instituties. Maar ik denk niet dat je geloof kunt loskoppelen van tradities, dogma’s en instituties. (…) Maar ik kan dat niet geloven”.

Feit is dat in de kerk allerlei geschreven en ongeschreven regels gelden.
Maar laat niemand zeggen dat de kerk onleefbaar is. Dat is onzin.
Trouwens – wie zich aan regels ergert, moet Lucas 10 maar even lezen.
Daarin staat een stukje over Maria en Martha. Maria zit aan de voeten van Jezus. Martha heeft het druk. Zij moet de gasten van al het nodige voorzien. En eigenlijk vindt Martha de rollen wat ongelijk verdeeld zijn. Waarom helpt Maria niet een handje mee? Als Jezus nou eens een dienstorder geeft, dan gaat Maria vast wel aan het werk…
Maar wat zegt Jezus? Dit: “Slechts één ding is nodig. ​Maria​ heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen”[8].
Uiteindelijk gaat het om het onderwijs van de Heiland. En natuurlijk moet je dan ook dingen regelen, in de kerk. Net als, bijvoorbeeld, bij een voetbalclub. Maar het blijft gaan om het onderwijs van Jezus Christus. En om het geloof in de beloften die Hij doet.
De rest is, strikt genomen, bijzaak.
Een belangrijke bijzaak, daar doe ik niets van af.
Maar toch – een bijzaak.

Marjoleine de Vos zegt: “Ik kom hier in de buurt nog steeds weleens in de kerk. Dan merk ik dat ik geen origineel soort twijfel heb. Ik vind de mensen in de kerk vaak in het verlangen dat de wereld op een bepaalde, goede manier zou kúnnen zijn. Dat zit hem vooral in de formuleringen, zoals de zegen aan het einde van de dienst. Ik ben eigenlijk altijd weer in tranen als ik die hoor uitspreken. Ik vind het heel mooi om mensen in het openbaar zoiets toe te wensen. Maar dan moet na de kerkdienst niemand tegen mij zeggen: geloof je dat nu ook? Dat God vrede geeft, zijn aangezicht over ons doet lichten? De ontroering om die wens, die ken ik. Zo blijft er ruimte, net als bij poëzie”.

De zegen van de Here heeft inderdaad iets poëtisch.
Maar we moeten nooit vergeten dat die zegen eerst en vooral een concrete inhoud heeft. Die zegen rust op ons in het leven van alledag.
Zondag aan zondag klinkt het in vele, vele kerkgebouwen: “De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u ​genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u ​vrede!”[9].
Gods kinderen gaan elke zondag gezegend de week in.
Nee, zij hebben niet alleen een dichterlijk leven.
Soms hebben zij een leven waarin commercie een grote rol speelt.
Soms werken Gods kinderen in de bouw.
Of in de accountancy.
Of op de boerderij.
In al die situaties is de heerlijke presentie van God gegarandeerd. Gods kinderen ontvangen speciale bescherming. Het leven van Gods kinderen staat in het licht van de toekomst met God. De Here is voortdurend vlakbij. Er is permanent contact mogelijk.
Zo wordt het leven werkelijk vredig.
Dat is heel concreet.

Marjoleine spreekt onomwonden uit: “We nemen allemaal stappen en daarvoor kun je jezelf verantwoordelijk houden. Maar hoe het uitpakt, dat weet je niet. Je kunt je best doen, meer niet. Dat zul je moeten aanvaarden”.

Wij moeten ons best doen, zegt Marjoleine. En dat is waar.
Maar wie in geloof op weg gaat, die vindt rust.
Dat geloof opent de weg naar de toekomst.
Dat geloof gun ik gaarne aan al mijn medemensen. Marjoleine de Vos inbegrepen.

Noten:
[1] Meer informatie over Marjoleine de Vos is te vinden op https://www.nederlandsepoezie.org/dichters/v/vos_marjoleine.html ; geraadpleegd op woensdag 15 augustus 2018.
[2] De gegevens van die publicatie zijn: Marjoleine de Vos, “Doe je best. Lof van het ongrijpbare leven”. – Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2018. – 144 p.
[3] Geciteerd van www.vanoorschot.nl ; geraadpleegd op woensdag 15 augustus 2018.
[4] “Meer dan je best kun je niet doen” – vraaggesprek met Marjoleine de Vos. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 11 mei 2018, p. 8 en 9.
[5] Psalm 25:8, 9 en 10.
[6] 1 Johannes 5:9.
[7] 1 Johannes 5:10 b.
[8] Lucas 10:42.
[9] Numeri 6:24, 25 en 26.

29 augustus 2018

Bij God beginnen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Een paar maanden geleden publiceerde het Nederlands Dagblad een vraaggesprek met Alain Verheij.
Verheij – geboren in 1989 – studeerde theologie aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie.
Hij is vooral bekend van nogal stekelige en venijnige tweets.

In het Nederlands Dagblad sprak hij onder meer over commitment aan de kerk. “Dat heeft te maken met commitment, denk ik. Daar heeft mijn generatie moeite mee. Je ziet dat bij alle instanties, politieke partijen, kranten, sportverenigingen … Alles is zo overvloedig beschikbaar, dat wij het moeilijk vinden om ons trouw aan een plek te verbinden, of aan een gemeenschap. En het heeft ook met focus te maken. Alleen al het aantal kerken waar je tussen kunt kiezen, nu je goede wegen hebt, en openbaar vervoer”.
De dominee op Youtube preekt soms beter dan de predikant in de kerk. Voor muziek en zang geldt mutatis mutandis hetzelfde.

Verheij zelf is inmiddels randkerkelijk. Daarover zegt hij: “Ik ben zelf ook randkerkelijk. Ik heb wel het voornemen om mezelf ergens te settelen, maar ik merk toch dat, in welke kerk ik ook kom, ik ook dingen heb aan te merken. Dat is echt problematisch’”[1].

De problemen van Verheij zijn zeker herkenbaar.
Probleem één:
Informatie- en communicatietechnologie versnelt onze wereld. Op allerlei gebied hebben we keuze te over. Wie snel contact wil hebben kiest Skype of chat.
Probleem twee:
In bijna alle kerken is gerommel en gedoe. Volmaakt is het bijna nooit.
Het is, kortom, niet moeilijk om enige sympathie voor Verheij te tonen.

Laten wij echter, om te beginnen, zonder omwegen vaststellen dat de ideale kerk niet bestaat.

Wij zien dat bijvoorbeeld in Handelingen 11. Daar lezen we onder meer: “Zij nu die, door de verdrukking die in verband met ​Stefanus​ plaatsgevonden had, overal verspreid waren, gingen het land door”[2].
De kerk is in Handelingen 11 uit elkaar geslagen. De kerkleden zijn, populair gezegd, overal en nergens.

In Handelingen 11 praten de kerkleden wel over het Evangelie.
Tegen de Joden.
Tegen de mensen die Grieks spreken. Zeg maar even: de heidenen.

Je zou zeggen: wat voor zin heeft dat? Die gesprekken zijn evenzovele druppels op die overbekende gloeiende plaat.
Maar er is meer te zeggen.
Want in Handelingen 11 staat vermeld: “En de hand van de Heere was met hen en een groot aantal geloofde en bekeerde zich tot de Heere”[3].
De God van het verbond is present. Hij verbindt Zijn zegen aan de activiteiten die door de kerkleden worden ontplooid. Hij geeft kracht aan hun woorden. Hij zorgt ervoor dat de gloedvolle evangelisatie harten raakt.
Dat is, dunkt mij, een belangrijke les voor christenen in alle eeuwen: de Here verbindt mensen aan Hem, en daarom bestaat de kerk.
Het gaat er niet om dat mensen zin hebben om zich aan elkaar te verbinden; of juist niet. De Here verzamelt de gelovige mensen. En Hij brengt ze naar de kerk.

De verhalen over Gods zegen gaan rond. Vanuit Jeruzalem gaat een evangelist op pad. Barnabas heet hij.
Uiteindelijk komt Barnabas – ‘zoon van de vertroosting’ – ook in Antiochië.
In Handelingen 11 blijkt wel dat dat Barnabas daar geweldig veel pastoraal werk doet. De gemeente groeit, om zo te zeggen, waar je bij staat: “En toen hij daar gekomen was en de ​genade​ van God zag, werd hij verblijd en spoorde hij hen allen aan om met een hartelijk voornemen bij de Heere te blijven. Want hij was een goed man en vol van de ​Heilige​ Geest​ en van geloof; en er werd een grote menigte aan de Heere toegevoegd”[4].
Wat ziet Barnabas zoal?
Hij ziet eerst en vooral genade van God.
Hij geeft stimulansen om bij de Here te blijven.
Er worden heel veel gelovigen aan de Heere toegevoegd.
Zo kom ik bij een belangrijk bezwaar dat ik tegen het betoog van Verheij heb: Alain moet bij God beginnen en niet bij mensen.

De ICT kan de kerk zeker helpen bij het uitvoeren van de opdrachten die God geeft.
Maar lang niet alles is met computers en smartphones oplosbaar.

Het is, zegt Verheij, moeilijk om te focussen op één plek en één kerk.
Dat klinkt redelijk. Logisch, ook.
Maar bij nader inzien valt dat tegen.
Mensen die een baan hebben moeten focussen op de winst van hun bedrijf. Of op, bijvoorbeeld, het efficiënt werken van een overheidsinstelling. Of op het geven van goede zorg aan mensen die dat nodig hebben.
Waarom kunnen mensen vervolgens niet focussen op de kerk?
Er is heel wat aan te merken op de kerk, zegt de geachte theoloog Verheij. Nou en of, dat is waar. Maar op het bedrijf waar u werkt, bij de overheidsinstelling waar u uw werkkring hebt en op het management van ‘uw’ zorginstelling is ook heel wat aan te merken. Niemand is z’n hele leven volkomen tevreden in zijn werkkring. Waar mensen bij elkander zijn, zijn evenzovele tekortkomingen.
Focussen op de kerk? Dat moet kunnen! En ja, dat kan ook. Namelijk als de Here daaraan Zijn zegen geeft.

Barnabas zegt niet: tjonge, wat gaan jullie goed met elkaar om.
Barnabas zegt niet: denk erom dat jullie, koste wat het kost, bij elkaar blijven.
Barnabas zegt niet: wat fijn dat de kerk zo groeit.
Hij ziet genade van God.
Hij geeft stimulansen om bij de Here te blijven.
Er worden heel veel gelovigen aan de Heere toegevoegd.
Dat accentverschil is van het hoogste belang!

Is de kerk de moeite waard?
Het is maar van welke kant je ’t bekijkt.

Alain Verheij moet, als u het mij vraagt, leren om anders naar de kerk te kijken.
En trouwens: bij tijd en wijle moeten we ons daar allemaal in trainen.
Commitment van de kerkleden? Ja, dat gaat zeker lukken als wij wandelen met God!

Noten:
[1] “Internet vergeeft niet en vergeet niet”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 4 mei 2018, p. 8 en 9.
[2] Handelingen 11:19.
[3] Handelingen 11:21.
[4] Handelingen 11:23 en 24.

28 augustus 2018

Salomo en de Sloterdijkjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het leven is, zeggen velen, een uitdaging.
Ga er tegen aan!
Maak er wat van!

Dat lijkt heel populair. Ordinair, óók wel een beetje.
Laten wij ons echter niet vergissen.
Ook in wetenschappelijke kringen roept men zulke dingen. Goed, men maakt er ingewikkelde theorieën omheen. Maar in de kern komt het niet zelden op hetzelfde neer.

Gelet op het bovenstaande wijs ik graag op het gedachtegoed van de filosoof professor dr. Peter Sloterdijk.
Sloterdijk – geboren in 1947 – is zoon van een Duitse moeder en een Nederlandse vader. Hij is één van de toonaangevende wijsgeren van onze tijd[1].

Voor Sloterdijk geldt dat het rationalisme van de Verlichting – feiten zijn belangrijk, de rest is bijzaak – heeft geleid tot cynisme.
Cynisme betekent in het jargon van deze filosoof: we weten dat sommige dingen verkeerd zijn, maar wij doen ze toch.
Hoe kun je zulk cynisme afremmen? Antwoord: met kynisme.
Kynisme is: het zichtbaar maken van de fundamentele mateloosheid en absurditeit van de behoeften[2].
De kynische mens is strijdbaar. Hij lacht om de werkelijkheid. Hij spot er mee. Hij speelt, om zo te zeggen, een spel met de realiteit van alledag[3]. De kynische mens zakt dus niet weg in onverschilligheid. De mens gaat energiek de strijd aan!
Iemand schreef: “Het gaat Sloterdijk erom goede doeleinden na te streven met goede middelen en niet zoals in het cynisme goede doelen nastreven met slechte middelen”[4].
Cynisme en kynisme: die woorden klinken bijna hetzelfde. En dat is de bedoeling ook. Want zo kun je laten zien dat de inhoud van beide begrippen uit dezelfde bron komt: de Verlichting, dus.

Eén ding weet de beroemde filosoof ondertussen zeker: van God moeten wij niets verwachten.
Sloterdijk weet “dat God de mensheid niet komt helpen: we moeten onze problemen zelf oplossen. En dat kunnen we ook: er bestaat verlossing in de technologie. Sloterdijk veroorzaakte in Duitsland controverse door zich nadrukkelijk uit te spreken voor de genetische verbetering van de mens”.
De befaamde wijsgeer wijst op de anticonceptiepil. Tegenwoordig kunnen wij het proces van conceptie tot geboorte zo ongeveer zelf sturen.
Als wij uiteindelijk in staat zijn om zelf mensen te scheppen die beter zijn dan wijzelf, dan is toch geweldig? Aldus Sloterdijk[5].

Uit het bovenstaande wordt wel duidelijk: de mens moet het zelf doen.
God is afgeserveerd. Het geloof is definitief en totaal aan de kant gezet.

Kunnen we de Bijbel dan maar beter dichtlaten?
Is de Bijbel een zeer gedateerd en derhalve buitengewoon ouderwets boek?
Zeker niet.
De Here geeft wijsheid. Die wijsheid is toepasbaar in het leven van alledag. De Here geeft inzicht. De manier waarop je werkt heeft alles te maken met de gaven die God jou geeft.
Dat kunnen wij, bijvoorbeeld, goed zien in het leven van Salomo.
En in 1 Koningen 5.

Je zou kunnen zeggen dat Salomo in de eerste hoofdstukken van 1 Koningen ook een uitdaging aangaat.

Bijbellezers weten het misschien wel: de boeken 1 en 2 Koningen vormden oorspronkelijk één geheel.
Ze behandelen de geschiedenis van het volk Israël vanaf de dood van koning David rond 970 voor Christus tot aan de troonsbestijging van koning Evil-Merodach, koning van Babel, zo rond 540 voor Christus.
De boeken beschrijven dus een periode van zo’n 400 jaar[6].

Salomo, de zoon van David, staat voor een enorme uitdaging. Hij gaat een tempel bouwen voor de Here.
In 1 Koningen 5 treft hij allerlei voorbereidingen.
Salomo maakt graag gebruik van de vriendschappelijke contacten die zijn vader David eertijds had. Hiram, de koning van Tyrus, was jarenlang een trouwe vriend van vader David geweest.
Tyrus is een stad aan de Middellandse zee, vol levendige handel, is gelegen in het gebied dat wij kennen als het zuiden van Libanon[7].
Salomo bestelt bij Hiram een grote partij cederhout. Voor het kappen van de ceders wordt een samenwerkingsverband gesloten tussen de personeelsleden van beide koningen. ‘De betaling wordt wel geregeld’, zegt Salomo. ‘Ik ga bij voorbaat akkoord met de voorwaarden die u daarbij stelt’.
Koning Hiram vindt het allemaal erg aangenaam. Het doet hem deugd dat zijn oude vriend David een wijze en voortvarende zoon blijkt te hebben. Hij werkt graag mee aan het grote project dat Salomo wil laten uitvoeren.
Het is een grootse onderneming. Duizenden, en nog eens duizenden mensen worden aan het werk gezet.

En midden in die projectbeschrijving staat dan: “De HEERE had ​Salomo​ wijsheid gegeven, zoals Hij tot hem gesproken had”[8].
Plompverloren staat het er. Terloops.
De Here had Salomo wijsheid gegeven. Geheel overeenkomstig de beloften die Hij in 1 Koningen 3 gedaan had.
En dat is in 1 Koningen 5 merkbaar!

Een commentator schrijft erbij: “In dit vers wordt nog eens duidelijk gezegd dat de HEERE Salomo wijsheid heeft gegeven. Alles komt van Hem. Salomo’s wijsheid blijkt uit zijn verbond met Hiram, om van hem goed materiaal en geschikte arbeiders voor de bouw van Gods huis tot zijn beschikking te krijgen. Zijn wijsheid blijkt ook uit de wijze waarop hij gebruik maakt van de arbeidskrachten”[9].
Salomo werkt in afhankelijkheid van de Here.
Salomo is geen Sloterdijk avant la lettre: goede doeleinden nastreven met goede middelen. Salomo is geen kynische mens: kom op, er tegenaan!
Salomo beseft: met de aanschaf van materiaal en de inzet van heel veel personeel ben ik er niet.
Salomo weet: ik ben een instrument van de Here.
Dat weet hij zeker.
Dat gelooft hij.
En ja, Gereformeerden geloven anno Domini 2018 nog steeds: wij zijn instrumenten in de handen van onze God.

Zeker, in de wereld om ons heen wonen ontelbaar veel Sloterdijkjes: mensen die zichzelf en hun omgeving uitdagen, desnoods tot hun achtentachtigste.
Zij zullen strijdbaar blijven. Creatief en vindingrijk tot hun dood!

Gereformeerde mensen hebben zulk een uitdaging niet zo nodig.
Want zij beseffen: onze God werkt altijd door!

In 1 Koningen 5 is Salomo druk doende met de organisatie van de bouw van het tempelcomplex.
In Efeziërs 2 beschrijft de apostel Paulus de bouw van een heel ander huis.
Een wereldomvattend huis
Een grootser huis.
Een eeuwig huis.
Dat komt kan er komen doordat Jezus Christus, onze Heiland, voor de zonden heeft betaald.
In Efeziërs 2 staat het zo: “En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

De wijsheid die voor de bouw van dat huis nodig is, gaat alle wereldburgers boven de pet. Ja, ook de Sloterdijkjes.
Maar die heilige tempel wordt voltooid. Zeker weten!

Noten:
[1] Voor meer informatie over professor Sloterdijk zie onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Sloterdijk en https://www.groene.nl/artikel/wie-is-peter-sloterdijk ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Kritiek_van_de_cynische_rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[3] Zie https://www.boomfilosofie.nl/product/100-859_Kritiek-van-de-cynische-rede ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[4] Geciteerd van https://www.albertdebooij.nl/files/peter_sloterdijk_magazine_najaar_2009-3_95207af4.pdf ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[5] Zie https://www.filosofie.nl/peter-sloterdijk.html ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld http://christipedia.nl/Artikelen/K/Koningen_(1e_boek.) ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[7] Zie voor meer informatie over Tyrus bijvoorbeeld https://christipedia.miraheze.org/wiki/Tyrus ; geraadpleegd op maandag 13 augustus 2018.
[8] 1 Koningen 5:12.
[9] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1663.pdf , pagina 64.
[10] Efeziërs 2:17-22.

27 augustus 2018

Zekerheid in het leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er is niets zeker in het leven.
Die wijsheid houdt Tim Vreugdenhil, predikant binnen de Protestantse Kerk en ondernemer te Amsterdam, ons voor in het Nederlands Dagblad.

Hij spreekt onder meer over de vrijgemaakte wereld “met al die zekerheden. Daarin ben ik opgegroeid. Intuïtief wist ik echter: niks is zeker in het leven. Dat is mijn geloofsovertuiging. Mijn geloof in God is nooit weg geweest, maar tegelijk weet ik dat ik het morgen kwijt kan zijn. Ik kan een boek tegenkomen dat me overtuigt, of er gebeurt iets in mijn leven.
Zekerheid vind ik een stom woord. In de wereld van mijn jeugd hadden we de NAVO. De banken en de kerken leken er voor eeuwig te zijn. Dat is niet zo en dat is niet erg. De kerk is veranderd, maar als theoloog zie ik dat die verandering er altijd is geweest. Het gaat fout als je een bepaalde situatie gaat verabsoluteren”[1].

Vreugdenhil wil graag mensen raken.
Dat is hem gelukt.
Hij heeft schrijver dezes getroffen.

Is er niks zeker in het leven?
Zeker wel!

God is er.
Hij is mijn Beschermer. En mijn Verzorger. Alles wat ik nodig heb komt bij Hem vandaan.
Vreugdenhil zegt: “Mijn geloof in God is nooit weg geweest, maar tegelijk weet ik dat ik het morgen kwijt kan zijn. Ik kan een boek tegenkomen dat me overtuigt, of er gebeurt iets in mijn leven”.

In 1 Petrus 2 kunnen wij lezen: “Zie, Ik leg in Sion een ​hoeksteen​ die ​uitverkoren​ en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de ​hoeksteen​ geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok; voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ​ongehoorzaam​ te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn. Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninklijk priesterschap, een ​heilig​ volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent”[2].
Hier staat in ieder geval dit:
* gelovigen zijn geroepen mensen
* God is trouw
* God is niet wispelturig; Hij is onveranderlijk.
* mensen die eenmaal geroepen zijn, zet God niet aan de kant.

Dat geeft toch zekerheid?
Inderdaad – als je ongehoorzaam en ontrouw bent struikel je, om zo te zeggen, over de inhoud van Gods Woord. En ook over allerlei geloofszekerheden, wellicht.
Maar bij God geldt: eens gekozen, blijft gekozen!

Vreugdenhil zegt: “De kerk is veranderd, maar als theoloog zie ik dat die verandering er altijd is geweest. Het gaat fout als je een bepaalde situatie gaat verabsoluteren”.
Hoe komt het dat de kerk veranderd is?
Dat komt omdat mensen ontrouw zijn.
Maar steeds mogen we met Psalm 34 zeggen:
“Proef en zie dat de HEERE goed is;
welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt”[3].
U en ik – wij mogen altijd bij God aankloppen. Juist ook als wij vol vragen zitten. Dat is absoluut waar; ja, dat mogen wij gerust absoluteren!

Wat moeten jongeren in deze wereld doen?

Vreugdenhil zegt daarvan: “Oefen met commitment. Als je nu jong bent, ligt alles open. Je ouders zijn aardig, ruimdenkend, je mag doen wat je wilt. Mensen krijgen stress van al die opties en al die leegte. Dus is mijn advies: oefen met commitment. Verbind je ergens aan. Dan leer je hoe dat is, wat je zelf wilt. Je hebt dat ook nodig in de relaties die je aangaat met andere mensen. Spreek met jezelf af dat je drie keer op bezoek gaat bij een ouder iemand en kijk wat dat met je doet”.

Er zit veel goeds in dat advies.
Maar daarbij moeten wij niet vergeten dat God Zich eerst aan ons verbonden heeft.
Leest u maar mee in Efeziërs 1: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil[4].
Wij hebben te maken met Gods raadsbesluit. De bestemming van kinderen van God is reeds vastgelegd!
Het is inderdaad goed om gaandeweg te ontdekken wat je zelf wilt.
En jazeker, dat is hard nodig.
Maar alles begint bij God. Bij Hem kun je terecht, dag en nacht.
In de wereld om ons heen kom je veel onzekerheid tegen. Teleurstellingen zijn er in overvloed. Onrecht is bijna overal. Massa’s mensen lopen rond met al of niet verwerkt verdriet.
Maar uiteindelijk komt alles goed – is het niet op aarde, dan zal het in de hemel gebeuren. Paulus schrijft in Philippenzen 4: “Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ ​Jezus”[5].

Er is niets zeker in het leven.
Aldus dominee Tim Vreugdenhil.
Dat klopt – althans voor zover dat over mensen gaat.

Toch is er één zekerheid in het leven.
Jezus Christus verkondigt die in Marcus 13: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan”[6].
Dat, geachte lezers, is een garantie die nooit wordt ingetrokken.

Noten:
[1] “Trigger-theoloog”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 11 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] 1 Petrus 2:6-10.
[3] Psalm 34:9.
[4] Efeziërs 1:11.
[5] Philippenzen 4:19.
[6] Marcus 13:31.

24 augustus 2018

Niet bij jezelf blijven

“Vergeef​ ons onze ​zonden, want ook wij ​vergeven​ aan iedereen die ons iets schuldig is”.
Zo leert de Heiland ons in Lucas 11 bidden[1].

Wat houdt die bede in?

De Heidelbergse Catechismus formuleert in Zondag 51: “Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus geen van onze misdaden toerekenen en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is, zoals wijzelf ook als een bewijs van uw genade in ons opmerken, dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven”[2].

Het is opvallend dat die formulering, in eerste instantie althans, nogal verplichtend klinkt. We spreken immers over het vaste voornemen. En over van harte vergeven.

Veel mensen zeggen: christenen móeten zoveel. Oftewel: de lat ligt bij de christenen hoog.

Vormt het christelijk leven een aaneenschakeling van verplichtingen?
Nee. Toch niet.
Sterker nog: dat is een ernstige misvatting.
Want wij gaan naar God toe als arme zondaars. Wij komen bij Hem als misdadigers.
Dat vaste voornemen en dat van harte vergeven zijn twee bewijzen van Gods genade.

Door Gods genade leven wij steeds vrijer en blijer.
Hier op aarde hebben we nog te maken met de zonde. Die zit nog diep in ons. Maar door Gods genade raken wij daar steeds meer los van. Wij leven met de zekerheid dat de ultieme vrijheid en het toppunt van blijdschap in de hemel bereikt zullen worden.

Vrijheid: dat is ook een kernwoord in de filosofie van Jean-Paul Sartre (1905-1980)[3].
Vrijheid zit in jezelf, zegt hij.
“De mens is alleen datgene wat hij van zichzelf maakt”, oreert hij. En: “de hel, dat zijn de anderen”.
Achter elkaar gezet ziet dat er, wat mij betreft, tamelijk schokkend uit. Wat een egocentrisme! Wat een keiharde opstelling!
Intussen is het volstrekt helder: Sartre leert ons dat we zelf iets van het leven moeten maken; iemand anders doet het niet.

Wij zien hier meteen een kenmerkend verschil.
Sartre haalt de vrijheid uit zichzelf.
Een ware christen ontvangt de vrijheid van God.

Ziet u dat die filosofie van Sartre heden ten dage door zeer velen wordt aangehangen en uitgedragen?

De mens is, zegt Sartre, in deze zinloze wereld geworpen. Wij moeten onszelf ontwerpen. Wij moeten onszelf uitvinden. Sterker nog: we zijn gedoemd tot vrijheid, meent Sartre.
We horen hier termen die we ook kennen van de filosoof Martin Heidegger: geworpenheid, ontwerp[4].
En wij begrijpen het: de zonde wordt hier gemakshalve uit beeld geschoven.
Dat is makkelijk. Want dan kun je bij jezelf beginnen, en bij jezelf blijven.
Dat is een moderne uitdrukking: je moet bij jezelf blijven. Maar die manier van zeggen is, op de keper beschouwd, erg misleidend. Want je moet niet bij jezelf blijven. Je moet naar Gods genade toe.

Ergens las ik: “Het maken van keuzes is volgens Sartre een moeizaam proces omdat je altijd vecht tegen visies van anderen over jezelf. De ander ziet je altijd als een bepaald persoon met bepaalde eigenschappen, terwijl de keuze juist de mogelijkheid biedt om jezelf opnieuw te bepalen. Volgens Sartre is dit de reden waarom de anderen altijd een last zijn: ze maken je tot object”[5].
Misschien herkennen wij hier wel iets van. We passen ons vaak aan bij de mensen om ons heen. We willen soms maar al te graag voldoen aan allerlei verwachtingen die mensen van ons hebben. Je wilt lekker in de groep liggen, nietwaar?
In het christelijk leven staan de zaken echter anders.
Daar worden we door Gods genade vernieuwd. Daar worden we andere mensen: naar Gods beeld gemodelleerd. We gaan voor Hem leven, en krijgen door Zijn ingrijpen oog voor elkaar.
Zo’n instelling staat ten principale recht tegenover de grondhouding die Sartre aan de wereld onderwijst. Zeker: de mens heeft volgens de Franse filosoof sociale verantwoordelijkheden. Maar daar moet je zelf vorm aan geven. Een ander doet het niet. Welnu, in de kerk geldt: de Ander – met een hoofdletter – doet het wel!

Jean Paul Sartre is een vertegenwoordiger van het existentialisme. Dat betekent: God is ten enenmale afwezig; je moet het zelf doen.
God bestaat niet.
De hemel bestaat ook niet.
De enige zekerheid die je in het leven hebt, is dat in ons leven alles voortdurend verandert[6].

Sartre beseft heel goed dat hij met die opstelling ook de voordelen van het geloof opgeeft. Warmte en beschutting moet je, als God niet bestaat, zelf opzoeken.
Het leven is volstrekt zinloos, zegt Sartre ook.
Hij stelt: La vie, c’est une panique dans un théâtre en feu – het leven is als paniek in een brandende schouwburg. Oftewel: overal is dreiging, hoe kom ik hier weg?[7]
Dat gevaar heeft onze Heiland afgewend. Paulus schrijft in Romeinen 8: er is “geen verdoemenis voor hen die in ​Christus​ ​Jezus​ zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven in ​Christus​ ​Jezus​ heeft mij vrijgemaakt van de wet van de ​zonde​ en van de dood”[8].
De wet van de Heilige Geest maakt vrij.
Het gevaar is geweken.
Alles wordt nieuw, de hemel en de aarde!

Sartre zegt: als God zwijgt kun je hem doen zeggen wat je wilt.
Maar dat is het ‘m juist: God zwijgt niet.
Ook vandaag wordt het Evangelie verkondigd: “ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[9].

Iets van die liefde mogen christenen – Gereformeerde mensen inbegrepen – vandaag al laten zien.
In de omgang met mensen om hen heen.
En ja, ook in hun grote vergevingsgezindheid.

Noten:
[1] Lucas 11:4.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 51, antwoord 126.
[3] Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[4] Zie mijn artikel ‘Achter het voorhangsel’, hier gepubliceerd op donderdag 9 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/09/achter-het-voorhangsel/ .
[5] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/jean-paul-sartre.html ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[6] Zie hierover ook https://humanistischecanon.nl/venster/existentialisme/jean-paul-sartre-het-existentialisme-is-een-humanisme-1946/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[7] Zie hierover ook https://lazarus.nl/2018/03/jean-paul-sartre-het-leven-paniek-in-een-brandende-schouwburg/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 augustus 2018.
[8] Romeinen 8:1 en 2.
[9] Romeinen 8:38 en 39.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.