gereformeerd leven in nederland

28 september 2018

Meer dan therapie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zijn mensen, heel veel mensen die hun leven lang strijden tegen hun zonde.
Zij weten dat zij een zwak punt hebben.
Zij weten, bijvoorbeeld, dat zij verkeerde gedachten in de seksuele sfeer koesteren.
Zij weten dat zij zulke gedachten moeten terugdringen.
Toch zijn die gedachten er – bij sommigen elke dag.
En het echoot in hun hoofd: ‘ik wil het niet!… ik wil het niet!’.
Maar het gebeurt toch.
Sommigen worden er zo nu en dan wanhopig van.
Misschien, heel misschien luchten zulke mensen hun hart bij een intieme vriend. Een enkeling vraagt: zou er een therapie voor wezen….???

Strijden tegen zwakheid –
vechten tegen de zonde –
dat is eigenlijk helemaal geen nieuws.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis, die in 1561 gepubliceerd werd, heeft het er al over: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”[1].

We zeggen het wel eens tegen elkaar: het leven is een strijd. Meestal is dat half-grappig bedoeld.
Maar in de praktijk blijkt het maar al te waar: we strijden tegen de zonde. Iedere dag gaan we weer tegen Gods wetten in. Iedere dag moeten wij weer concluderen: het had beter gekund. We hadden attenter kunnen zijn. Minder egocentrisch. Meer vervuld van ’s Heren dienst.

Die strijd is al heel oud. Sterker nog: dat gevecht speelt al sinds de zondeval.
De apostel Paulus had er ook problemen mee.
Hij schreef er over in Romeinen 7:
“Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik”[2].
En in Galaten 5:
“Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”[3].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Hoe houden wij het lichtpunt in het leven in zicht?
Hoe blijven wij wanhoop de baas?

Paulus schrijft in Romeinen 7: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[4].
En Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief, in hoofdstuk 1:
“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. Als wij zeggen dat wij geen ​zonde​ hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze ​zonden​ belijden: Hij is getrouw en ​rechtvaardig​ om ons de ​zonden​ te ​vergeven​ en ons te ​reinigen​ van alle ongerechtigheid”[5].

Hoe houden wij het vol in dit leven?
Antwoord: we mogen schuilen bij de Here Jezus Christus, onze Heiland. Wij mogen tegen Hem zeggen: het is vandaag weer niet goed gelukt. Wij mogen vragen: wilt u ons onze zonden vergeven?
Er is toekomst voor mensen die dat in alle ernst aan God vragen.
Er is toekomst voor mensen die, vanwege het verlossingswerk van Jezus Christus, met Psalm 19 gaan zingen:
“…Heer, wie kent de maat
van zijn verborgen kwaad,
wie kan zichzelf doorgronden?
Verlos en heilig mij,
o HERE, spreek mij vrij
van mijn verborgen zonden”[6].

Is er een therapie om om te gaan met de zonde?
Het woord ‘therapie’ komt van therapeia, een oud-Grieks woord. De betekenis daarvan luidt: geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan als hij of zij in de wereld is en zijn leven leeft[7].
De God van hemel en aarde gaat echter nog verder. Veel verder. Jezus is – om met Johannes 1 te spreken – het “Lam van God, Dat de ​zonde​ van de wereld wegneemt”[8].

Dat doet Hij vandaag.
En morgen.
En overmorgen.
Volgend jaar.
En over honderd jaar doet Hij het nog, als Christus nog niet teruggekomen is.

Dat Evangelie predikt de kerk.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.

Misschien zegt iemand: maar mijn zonde is er morgen nog. En misschien is die er over tien jaar nog wel.
Maar dan kan ons antwoord zijn: alle jaren door, zolang de aarde bestaan zal, is er datzelfde blijde en rustgevende Evangelie!
Gods kinderen mogen vertrouwen op die vergeving.
Gods kinderen mogen vertrouwen op Gods beloften over een heerlijke toekomst die nooit ophoudt.
Want de God van hemel en aarde doet wat Hij zegt!

Daarom mogen wij met Psalm 32 instemmen:
“…wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid.
Verheugt u in de HERE, alle vromen,
u mag tot God met grote vreugde komen.
Rechtvaardigen, weest in de HEER verblijd
en zingt Hem lof in alle eeuwigheid!”[9].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] Romeinen 7:15.
[3] Galaten 5:17.
[4] Romeinen 7:24 en 25.
[5] 1 Johannes 1:7, 8 en 9.
[6] Dit is het laatste deel van Psalm 19:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Zie http://www.idee-pmc.nl/psychotherapie/therapie_over.html ; geraadpleegd op donderdag 20 september 2018.
[8] Johannes 1:29.
[9] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

27 september 2018

Gerechtigheid nastreven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hoe herkent men in deze wilde wereld echte christenen?

De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt er onder meer dit over: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen…”[1].

Lezers die niet met het kerkelijk jargon vertrouwd zijn, moeten waarschijnlijk wennen aan die laatste term: ‘gerechtigheid najagen’.

Over die term wil ik iets schrijven. Mijn uitgangspunt ligt in Romeinen 6.

De apostel Paulus schrijft daar aan de christenen in Rome: “Hoe zullen wij, die met betrekking tot de ​zonde​ gestorven zijn, nog daarin leven?
Of weet u niet dat wij allen die in ​Christus​ ​Jezus​ ​gedoopt​ zijn, in Zijn dood ​gedoopt​ zijn? Wij zijn dan met Hem ​begraven​ door de ​doop​ in de dood, opdat evenals ​Christus​ uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”[2].

De zonde is in het christelijk leven afgestorven. Men kan de resten nog terugvinden.
In het leven van christenen is de zonde niet meer prominent in beeld.

Paulus herinnert aan de doop. Die doop betekent heel veel. Die doop is cruciaal!

Die doop bepaalt christenen er namelijk bij dat zij met zonden behept zijn. Van nature zijn zij bedorven. Zij doen verkeerde dingen. Zij hebben soms heel verkeerde gedachten. Ja, soms schrikken Gods kinderen van zichzelf. Ben ik dat? Deed ik dat?

Die doop bepaalt christenen erbij dat zij een wasbeurt ondergaan. Hun zonden worden afgewassen.

Die doop bepaalt christenen namelijk bij het verbond dat God met hen sluit. Dat verbond kan niet worden verbroken; het is eeuwig.

Die doop bepaalt christenen namelijk bij het werk van Gods Heilige Geest. Hun leven wordt vernieuwd. Het oude leven krijgt een nieuw aanzicht. Het leven wordt structureel verbeterd. De kosten van die levensverbetering zijn door Jezus Christus, de Heiland, betaald; over de financiering hoeven wij ons dus geen zorgen meer te maken.

Bij de renovatie van een huis zijn vaak nogal wat mensen en instanties betrokken: een architect, een aannemer, de vergunningverstrekker….
In het christelijk leven is het alles in Eén.
Christenen zijn in Christus Jezus gedoopt. Zij zijn deel van Zijn lichaam. In Corinthiërs 12 omschrijft Paulus het zo: “Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met ​Christus. Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam ​gedoopt, hetzij dat wij ​Joden​ zijn, hetzij Grieken, hetzij ​slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt”[3].
Die ene Heilige Geest woont in heel veel volgelingen van Christus, waar zij zich ter wereld ook bevinden.

Christenen, Gereformeerden inbegrepen, zijn dus één met Christus.
‘Eén plant’, staat in Romeinen 6: “Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding”[4].
Nee, christenen zijn geen kasplantjes.
Maar zij groeien wel.
In Christus komen zij tot bloei.

Dat betekent onder meer: zij gaan ontspannen en blijmoedig met hun medemensen om; maar die medemensen zijn niet de norm.
De liefde van mensen om christenen heen is belangrijk, maar niet het hoogste goed.
Daarom staat in Deuteronomium 16 ook: “U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen. Gerechtigheid, ​gerechtigheid​ moet u najagen, opdat u leeft en het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in bezit neemt”[5].
In de gunst staan bij mensen – dat is mooi, maar zeker geen noodzaak!

Dat woord ‘najagen’ heeft vooral te maken met de tegenstelling met mensen die niets beters weten te doen dan God te negeren. Met de antithese in de wereld dus.
Graag wijs ik u op Psalm 119:
“Wie schandelijk gedrag najagen, komen naderbij;
zij zijn ver van Uw wet verwijderd”[6].
En op Spreuken 11:
“Ware gerechtigheid is ten leven,
najagen van kwaad leidt tot de dood”[7].
Ook Romeinen 14 is van belang. Daar schrijft Paulus:
“Want het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet uit eten en drinken, maar uit ​gerechtigheid​ en ​vrede​ en blijdschap in de ​Heilige​ Geest. Want wie ​Christus​ in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Laten wij dus najagen wat de ​vrede​ en de onderlinge opbouw bevordert”[8].
In 1 Petrus 3 staat geschreven:
“…wie het leven wil ​liefhebben​ en goede dagen zien, die moet zijn tong weerhouden van ​het kwaad, en zijn lippen van het spreken van bedrog; die moet zich afkeren van ​het kwaad​ en het goede doen; die moet ​vrede​ zoeken en die najagen”[9].

Christenen, Gereformeerden inbegrepen, jagen de gerechtigheid na.
Die term heeft in de Bijbel niet alleen te maken met rechtvaardigheid.
En ook niet alleen met eerlijkheid.
In onze tijd wordt ook nog wel eens gesproken over sociale rechtvaardigheid. Dan zegt men bijvoorbeeld: “In een sociaal rechtvaardige samenleving heeft elke mens, ongeacht zijn identiteit, recht op en toegang tot de basisbehoeften. Bijvoorbeeld vrijheid, veiligheid, onderwijs en voedselzekerheid. Zo is welzijn voor iedereen gewaarborgd”.
En:
“De toenemende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen maakt het moeilijk om sociale rechtvaardigheid in een samenleving te realiseren. De kloof tussen arm en rijk wordt ook groter. Niet alleen tussen verschillende landen maar ook tussen mensen binnen een land”[10]. Maar nee, het najagen van de gerechtigheid is meer.
In Gods Woord betekent die term: leven binnen de kaders van Gods wet. Oftewel: leven naar de wetten en regels die God geeft.

En daarom noteer ik tenslotte: gerechtigheid najagen – dat doen wij, als het goed is, heel ons leven lang!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] Romeinen 6:2-4.
[3] 1 Corinthiërs 12:12 en 13.
[4] Romeinen 6:5.
[5] Deuteronomium 16:19 en 20.
[6] Psalm 119:150.
[7] Spreuken 11:19.
[8] Romeinen 14:17, 18 en 19.
[9] 1 Petrus 3:10 en 11.
[10] Geciteerd van http://www.kleurbekennen.be/thema/sociale-rechtvaardigheid ; geraadpleegd op woensdag 19 september 2018.

26 september 2018

Zuivere prediking gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de Bijbel staat hier en daar krasse taal.
Neem nou de volgende tekst: “Maar zelfs als wij, of een ​engel​ uit de hemel, u een ​evangelie​ zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt”.
Die tekst staat in Galaten 1[1].
Zegt u nou zelf: daar is geen woord Frans bij.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt de kerk het trouwens ook uit: onze eerste prioriteit is “de kerk de zuivere prediking van het evangelie”[2].

De brief aan de Galaten wordt rond het jaar 50 na Christus geschreven.

In de brief gaat het vooral over christelijke vrijheid. U wordt, zo wordt daar betoogd, niet vrij als u zich keurig aan de wet van God houdt. Nee, er komt vrijheid door het geloof in Christus. Hij heeft voor al onze zonden betaald.
Over christelijke vrijheid schreef ik al eens: “Dat betekent: zij zijn vrijgesproken van schuld. En als zij na hun sterven in de hemel komen, horen zij hun Advocaat – de Here Jezus Christus – zeggen: ‘Voor hem en voor haar heb ik geleden. Hun zonden zijn weggedaan. Laat hen naar het feest gaan!’. Die geloofszekerheid geeft nu al perspectief”[3].

Iemand zou kunnen zeggen: ‘Christelijke vrijheid? – dat zál wel; maar in Galaten 1 wordt nota bene gedreigd met een vloek’. Een vloek heeft toch weinig te maken met vrijheid?
De reactie op zo’n opmerking kan zijn: voor Gereformeerde mensen staat of valt de visie op het leven met het Evangelie. Predikers die met een andere boodschap komen, kunnen de mensen om hen heen namelijk nimmer redden.

Nu zijn er tegenwoordig heel wat leraren en andersoortige verkondigers.

Neem nou bijvoorbeeld het boeddhisme.
“De Boeddha heeft in zijn verlichting ontdekt ‘hoe dingen zijn’, hij heeft de ware aard van dingen ontdekt. Dat is het kardinale punt om verlichting te bereiken oftewel om vrij te zijn van lijden. Het is het ontwaken tot de realiteit, wakker worden uit een bijna onvoorstelbare diepe mentale slaap. Die slaap is zo diep, dat de meeste mensen niet begrijpen dat ze onderhevig zijn aan lijden en dat het hun taak is daaraan een einde te maken. Om bevrijding van lijden te realiseren, hebben wij als taak om zelf te ontdekken wat de Boeddha ontdekt heeft”[4].
Ziet u dat je in het boeddhisme veel, zo niet alles, zelf moet doen?

Of bijvoorbeeld het hindoeïsme.
“Hindoes kennen, net als christenen, een drie-eenheid: Brahma (niet te verwarren met de eerder genoemde brahman) is de schepper, Vishnoe is de beschermer en Shiva is de verwoester die zo ruimte maakt voor nieuwe dingen. De religie heeft vele goden, maar eigenlijk geloven hindoes maar in één goddelijke kracht in het universum. Volgens hen zijn alle andere goden gedaantes van die ene goddelijke kracht, brahman. Sommige hindoes – de shaivieten – geloven alleen in Shiva, de vaishnavieten aanbidden Vishnoe als hoofdgod en voor de Hare Krishnabeweging is Krishna de oppergod”.
En:
“Hindoetempels zijn luidruchtige plekken, niet alleen vanwege het gezang maar vooral vanwege de tempelbel. Deze harde bel mogen hindoes luiden als ze binnenkomen en weggaan. Hindoes offeren aan hun god of goden in de tempel. Ze leggen bij het beeld van hun god fruit, bloemen, geld of wierook. Vaste regels voor bidden of tempelbezoek zijn er niet. Je gaat wanneer je wilt en offert wat je wilt”[5].
Ziet u dat er in het bovenstaande, in zekere zin, sprake is van een drie-eenheid?
Ziet u ook dat hindoeïsten een zekere vrijblijvendheid in hun godsdienst kennen? Je bidt en offert wanneer je dat zelf nodig vindt.

Welnu, de Here God leert ons: u hoeft niet zelfredzaam te zijn, dat kan niet en dat worden wij ook nooit!
Daarom zingen we in Psalm 119:
“Ik klem mij vast aan uw getuigenis.
O HEER, laat niet vergeefs mij op U hopen!
Gij zijt mijn licht, mijn dag bij duisternis,
Gij doet uw woorden voor mijn ogen open”[6].
Dat betekent in ieder geval –
* het is onmogelijk dat wij in ons leven zelf de verlichting aan doen, zoals het boeddhisme ons wil doen geloven
* ons geloof is geen kwestie van vrijblijvendheid, zoals het hindoeïsme ons voorhoudt.
Het Evangelie is zonneklaar: Jezus Christus is onze Redder. Daar noteer ik woorden uit Handelingen 4 bij: “En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[7].
Het is duidelijk – reddingsoperaties waarbij het Woord dicht blijft, zijn tot mislukken gedoemd.

Juist in een wereld waarin ons via diverse media allerlei levensovertuigingen op een presenteerblaadje worden aangereikt, is het van levensbelang om de kern van het Evangelie vast te houden.

Dat Evangelie moet gepreekt worden. Iedere zondag – want in deze woelige wereld raken we met z’n allen zomaar van de weg af die God wijst. De kerkelijke versplintering in Nederland is daar een treurig bewijs van.
Dat Woord moet worden gebracht in al zijn lengte, breedte, hoogte en diepte – met alles erop en eraan.
Het is verleidelijk om daar concessies in te doen. Zodat de preek wat prettiger klinkt. Vriendelijker. Meegaander.
Zulke verleidingen moeten wij weerstaan.
In een oude bundel met studies over de Nederlandse Geloofsbelijdenis schreef iemand:
“Het komt er op aan niet eigen maatstaven aan te leggen bij het onderscheiden tussen een ware en een valse kerk. Dit gebeurt wanneer wij bijvoorbeeld ‘barmhartiger’ willen zijn dan God, door te zeggen van zo’n kerk, dat er wel veel verkeerd kan zijn, maar dat zulks overal is en dat er toch wel gelovigen in die kerk zijn en dat we daarom zo maar niet mogen spreken van een valse kerk. In dit geval stellen wij een ‘barmhartiger’ norm dan Christus, die erop staat dat Hij alleen de heerschappij over Zijn kerk heeft en anders voor die kerk enkel heeft een oproep tot bekering en een aanzegging van Zijn toorn. Als Christus zegt dat Hij moet gehoorzaamd worden, heeft niemand het recht te doen alsof Hij op dit gebod wel wat uitzonderingen toelaat voor mensen, die het (…) wel goed bedoelen”[8].
Waarvan akte!

Laten de predikers maar eenvoudigweg instemmen met Paulus: “En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan ​Jezus​ ​Christus, en Die gekruisigd”[9].
Dan blijven de kerkgangers op het niveau dat God van hen vraagt.

Noten:
[1] Galaten 1:8.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Iedere dag bevrijdingsdag’, hier gepubliceerd op vrijdag 4 mei 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/05/04/iedere-dag-bevrijdingsdag/ .
[4] Geciteerd van http://www.sleuteltotinzicht.nl/div001.htm#Geen%20goddelijke%20macht ; geraadpleegd op dinsdag 18 september 2018.
[5] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7664/wat-is-hindoeisme?sid=2309 ; geraadpleegd op dinsdag 18 september 2018.
[6] Psalm 119:12 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[7] Handelingen 4:12.
[8] Schetsenbundel Nederlandse Geloofsbelijdenis. – Uitgave van de Bond van Verenigingen van Gereformeerde Vrouwen. – z.j., p. 60.
[9] 1 Corinthiërs 2:1 en 2.

25 september 2018

Tegen de huichelarij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk zitten gelovige mensen.
Maar daar bevinden zich ook anderen.
Dat zijn “de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk”[1].

Is dat niet heel vreemd?
En is dat niet heel hard?
Mensen die eigenlijk nep-kerkgangers zijn… – voor echt gelovige kinderen is het moeilijk voor te stellen dat er in de kerk namaak-gelovigen rondlopen.
Huichelaars… – mensen die doen alsóf. Je zou toch zeggen: besteedt uw tijd beter.

Als de kerk over zulke mensen praat, wordt nogal eens verwezen naar Romeinen 9: “…niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. Ook niet omdat zij ​Abrahams​ nageslacht zijn, zijn zij allen ​kinderen”[2].

Israëlieten die geen Israëlieten zijn: dat klinkt merkwaardig.
Hoe zit dat?

Israël is vanouds het volk van God.
Maar er zijn heel veel Joden die niet in Jezus Christus geloven. Terwijl Hij de beloofde Redder is.
Joden zeggen: de beloofde Messias – ‘Messias’ is het Hebreeuwse woord voor Verlosser – … de beloofde Messias moet nog komen.
Trouwens, alle eeuwen door waren er Israëlieten die geloof hechtten aan de woorden die de profeten spraken en Israëlieten die zeiden: ‘laat die profeten maar praten’.
Van oude tijden af is er dus een scheiding.

Welnu – de God van hemel en aarde kijkt heden ten dage niet alleen naar Israël. Hij kijkt wereldwijd.
De profeet Jesaja heeft het er in Jesaja 49 al over.
Over Jezus Christus, die naar de aarde gaat komen, zegt de profeet: “Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van ​Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[3].
De apostel Paulus zegt het in Romeinen 9 zo: “Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de ​Joden, maar ook uit de heidenen”[4].
De Heiland richt zich niet alleen meer op Israël.
Hij kijkt verder. Zijn ogen omvatten de ganse aarde, in één blik.
Hij verzamelt Zijn kinderen vanuit alle hoeken en gaten in heel de wereld.

Zodoende loopt die scheidingslijn tussen gelovigen en ongelovigen vandaag over de hele aardbol.
Overal ter wereld zijn er vandaag mensen die zeggen: ‘de dominee kan mij nog meer vertellen’. Of: ‘de ouderling praat wel mooi, maar hij begrijpt helemaal niet hoe mijn leven in elkaar zit’.

Waar het altijd om gaat is dit: spreken de gezanten van God – de profeet, de dominee, de ouderling, de diaken  – Gods Woord na?
Als boodschappers van God dat Woord brengen, gebeurt dat – als het goed is – met zachtmoedigheid. In Romeinen 9 gaat het namelijk ook over Gods ontferming.
Leest u maar mee: “Want Hij zegt tegen ​Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal ​barmhartig​ zijn voor wie Ik ​barmhartig​ ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt. Want de Schrift zegt tegen de ​farao: Juist hiertoe heb Ik u verwekt: dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en dat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde. Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil”[5].
Godsgezanten mogen die zachtzinnigheid nooit kwijtraken!

Spreken de gezanten van God Zijn Woord na?
Die laatste vraag is – als ik het goed zie – ook van belang in zaken met betrekking tot kerkelijke eenheid.

Tijdens sommige kerkscheidingen ontkom je namelijk maar heel moeilijk aan de indruk dat de personen die in de conflicten een centrale rol spelen niet met elkaar door één deur kunnen.
Dat is heel menselijk, doch niettemin zeer onjuist. Want het gaat erom: wie leeft en werkt naar Gods Woord?
Misschien is er een situatie waarbij men kan opmerken: vanuit de Bijbel is er wat te zeggen voor zowel het standpunt van de ene als van de andere partij. In zo’n geval is de vraag: willen we elkaar op basis van het Woord dienen, of niet?

Het geheel overziende zien wij tenminste drie springende punten in het bovenstaande.

Het eerste is dit.
Laten wij dankbaar zijn dat de God van hemel en aarde wereldwijd werkt. Hij kiest Zijn kinderen van overal. Hij roept hen en zij komen. En op aarde is er niemand, helemaal niemand die hen uit Zijn hand kan rukken.
In volken die van oorsprong heidens waren, bevinden zich nu mensen die heel hun leven toevertrouwen aan de Here. In Nederland, in Suriname, in Canada, in de Verenigde Staten…  Wonderlijk, maar waar!

En dan het tweede.
Er zijn in de kerk mensen die, koste wat het kost, hun eigen zin willen doorzetten. Als het een beetje tegenzit houden zij daar ook nog een vroom klinkend verhaal bij.
In de kerk moeten wij ons echter te allen tijde afvragen: wat wil de Here dat wij doen?
Daarom is het van groot belang dat we de hoofdlijnen in de Bijbel duidelijk zien. Het is, als het er op aankomt, niet zo erg moeilijk een hele rij teksten over een bepaald onderwerp onder elkaar te zetten. Maar we moeten steeds op zoek naar de boodschap die de Machthebber van hemel en aarde in Zijn Woord aan ons doorgeeft.
Mensen die niet naar dat Woord willen luisteren zijn stoorzenders in de kerk.
Zulke mensen mogen en moeten op Gods ontferming gewezen worden. Op Zijn genade.
Ja, wij moeten allen lankmoedigheid leren. In deze niets ontziende wereld is die Schriftuurlijke kalmte zomaar verdwenen. Laten wij nimmer vergeten wat het woord ‘ootmoed’ betekent!

Tenslotte dat derde.
Door alle eeuwen heen is de schrijnende werkelijkheid dat er ook huichelaars in de kerk zitten. We komen hen voortdurend tegen. Hypocriete mensen zitten in de kerkbank alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Hoe herken je huichelaars?
Dergelijke mensen hebben tenminste één belangrijk kenmerk: zij zijn hard. Meedogenloos. Compromisloos. Onverbiddelijk. Streng. Wreed.
Voor zulke mensen moeten we oppassen!
Daarbij zullen we er zelf voor moeten uitkijken dat ons hart hard wordt.
Het is belangrijk om in de kerk telkenmale dat woord uit Spreuken 15 te repeteren:
“Een zacht antwoord keert woede af,
maar een krenkend woord wekt toorn op”[6].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] Romeinen 9:6 b en 7 a.
[3] Jesaja 49:6.
[4] Romeinen 9:24.
[5] Romeinen 9:15-18.
[6] Spreuken 15:1.

24 september 2018

De kerk en de buurman

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Een jaar of tien geleden schreef een columnist: “De vrijgemaakte kerk lijkt wel een gewone kerk te zijn geworden”.

Op de keper beschouwd is dat een wat merkwaardige opmerking.
De kerk is namelijk niet gewoon.
De kerk is een wonder[1].
Want als mensen naar zichzelf kijken, hebben ze geen zin in de kerk. Immers, aldaar moeten zij zich aanpassen aan anderen. Zij moeten daar luisteren naar het Woord. Zij moeten daar gehoorzaam leven, naar de regels die het gepredikte Woord geeft.

Het kenmerk van de kerk is “dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd”. Dat belijden we in de kerk[2].
Die koers volgen wij, dankzij het werk van de Heilige Geest.

Nogmaals, als mensen naar zichzelf kijken hebben ze geen zin in de kerk.
Toegegeven, sommigen willen wel graag een kerk. Maar dat moet dan een kerk zijn die zij zelf naar believen kunnen modelleren.
In een dergelijke situatie geldt: die gemeenschap lijkt wel op een kerk, maar is het net niet.

In Openbaring 2 worden daar harde woorden over gesproken. Leest u maar mee: “Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij ​Joden​ zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een ​synagoge​ van de ​satan”[3].

Dat zijn woorden uit een briefje aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Voor dat woord ‘lastering’ staat er blasphemia: kwaadspreken over geloofsopvattingen.
Een uitlegger noteert hier onder meer bij: “Het is duidelijk dat de tegenstanders joden zijn. Toch is het van belang op te merken dat niet de joden in het algemeen veroordeeld worden, maar alleen zij die verbonden zijn aan de synagoge van Smyrna en Filadelfia”.
En verder:
“Hoewel ze zelf zeggen een ‘synagoge van de Here’ te zijn (…), worden de joden van Smyrna hier door Jezus Christus vanwege hun lastering en tegenstand een ‘synagoge van satan’ genoemd. Harde uitspraken als deze werden in die tijd door joodse groeperingen ook over elkaar gebezigd, zoals onder meer blijkt uit de Dode-Zeerollen”[4].

De grenzen liggen dus scherp.
Vandaag de dag hebben mensen nogal eens de neiging de scheidslijnen een beetje weg te gummen. Dat is, zo stelt men dan, in deze wereld harde noodzaak.
Maar wie naar Openbaring 2 kijkt, moet die mening gaan herzien.

Ook vandaag zijn er kerken die voluit kerken zijn. Maar er zijn ook kerken die dat net niet zijn. Ze lijken er wel op, maar ze zijn het net niet.
Openbaring 2 leert ons op dit punt scherp te zijn.
We zijn er niet met een mooie gemeenschap en goede onderlinge verhoudingen. Het moet altijd en overal duidelijk zijn Wie in het centrum van de kerk staat: Jezus Christus, onze Heiland. Zodra Hij, om zo te zeggen, een paar centimeter uit beeld wordt geschoven gaat er iets fout. Zodra er in de kerk wordt opgemerkt dat er veel ruimte voor gevoelens en opvattingen van mensen moet komen, is het oppassen geblazen.

Synagoge van de satan: dat klinkt zwaar. Het gaat helemaal de verkeerde kant op!
Intussen moeten wij goed weten wat die term betekent.
Dr. C. van der Waal (1919-1980) schreef eens: “Haat van ‘de wereld’ is heus niet haat-in-het-algemeen, maar haat van de zijde van ‘de synagoge des satans’. Valse profetie is (…) niet iets puur heidens, doch een uiting van de verbasterde kerk. Zeer nadrukkelijk grijpt Johannes daarom telkens terug naar de traditie: het overgeleverde getuigenis (…), het Woord zélf. Al te weinig – en daar wordt de arme gemeente de dupe van! – is door de geleerden ermee gerekend, dat Johannes zelf in zijn brief de sleutel op zijn schrijven duidelijk aanwijst: het overgeleverde evangelie!”[5][6].
Haat van de wereld: dat is maar niet iets van een andere planeet. Het is niet iets van de andere kant van de wereld. Spot en hoon komen, om zo te zeggen, van de buurman. Oftewel: van de ‘kerk’ die vlak naast de kerk staat.

Het is belangrijk om dat vast te stellen.
In de kerk spreken we vaak over dwaalleer. Over onzuiverheid. Over ketterijen, soms ook. En dan wijzen we naar kerken die kilometers van ons verwijderd zijn. Naar kerken waarvan het voor Gereformeerden zonneklaar is dat die van Gods Woord afdwalen. Naar kerken waar verhalen van mensen meer waarde hebben dan de heilshistorie die we in de Bijbel aantreffen.
Openbaring 2 leert ons echter dat afwijkingen in de leer veel dichterbij zijn dan wij denken.
Openbaring 2 leert ons met name dat wij zelf attent moeten wezen. Wij dienen ons met een zekere regelmaat af te vragen of wij wel echt in de kerk zitten. Immers, voor u en ik het weten bivakkeren we in een nep-kerk.

Het moge helder zijn: in de kerk moeten we niet gaan zitten dommelen.
Daar komen ongelukken van.

Noten:
[1] Het bovenstaande ontleen ik aan een artikel dat ik eerder schreef. Dat artikel is getiteld ‘Een bedachtzame dominee over de kerk’, en is gedateerd op dinsdag 23 september 2008.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Openbaring 2:9.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:9.
[5] Dr. C. van der Waal, “Sola Scriptura – wegwijzer bij het bijbellezen deel 2: het Nieuwe Testament”. – vierde druk. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1985. – p. 210.
[6] Zie voor meer informatie over dr. Van der Waal https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_van_der_Waal en https://www.welleweerd.net/vdwaal/ ; geraadpleegd op zaterdag 15 september 2018.

21 september 2018

Nieuw begin door Gods Geest

God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.
Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad. Behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.
Zo belijden wij dat in de kerk[1].

Mensen zijn van nature geheel en al bedorven.

Toch kunnen zij, ook al doen zij aan God noch gebod, nog wel onderscheiden wat fatsoenlijk of onbetamelijk is.
Zij hebben enige kennis van God.
Zij zijn in staat om kinderen en jongeren op het juiste pad te brengen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat God genadig is.
Dankzij Hem geraakt deze wereld niet geheel en al in de vernieling.

Daarin zien we iets van Gods liefde.
Als God niet zou hebben ingegrepen was deze wereld binnen de kortste keren een woestenij geworden. Een puinhoop. De geschiedenis van de aarde zou roemloos geëindigd wezen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons een treurige les: als het aan onszelf ligt, wordt het niets meer met de wereld.
Maar diezelfde Catechismus brengt bij de kerk meteen ook Gods Heilige Geest in beeld.

Want in de kerk zorgt die Heilige Geest voor een nieuw begin.
In zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe omschrijft Paulus de activiteit van Gods Geest zo: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”[2].

Vroeger was er het oude verbond tussen God en Israël. Israël moest gehoorzaam zijn, en God zou Zijn volk zegenen. De regels die binnen dat verbond golden werden op twee tafels geschreven. De Tien Geboden waren, om zo te zeggen, in steen gegrift.
Maar nu is er een nieuw verbond.
Niet slechts met regels die voor ons liggen, en die Gods kinderen – waar zij zich ter wereld ook bevinden – moeten lezen. Het betreft niet alleen geschreven wetten die we toe moeten passen in ons dagelijkse doen.
Nee, er is meer.
In het nieuwe verbond creëert Gods Heilige Geest in de harten van gelovige mensen een heerlijk huis. De Heilige Geest is de gids op weg naar het eeuwige leven. De Heilige Geest is ook de garantie: dat eeuwige leven komt er echt aan!

Als wij met een schuin oog op het bovenstaande de krant gaan lezen, komt het nieuws heel anders bij ons binnen.
Neem nu het Nederlands Dagblad. In één editie vinden we de koppen “Grootschalig misbruik in Duitse kerk”, “Extra misbruikberaad in Rome”, “Toezicht op verwarde personen niet beter”, “Coalitie in Duitsland ruziet over inzet Syrië” en “Zo gelukkig is onze jeugd niet”[3].
Zo zit de wereld in elkaar.
Dat is de lijn in de wereld.
En dat verandert werkelijk niet.

Maar in de kerk staan de zaken anders.
Heel anders.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. A.N. Hendriks schreef daar eens over: “Hoezeer de nieuwe wereld van Gods herschepping reeds in onze wereld doorgedrongen is, brengt Paulus in 2 Korinte 5:17 treffend onder woorden: ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. De gelovige is niet slechts een nieuw schepsel, Paulus zegt het krasser: een nieuwe schépping. Hij deelt in wat in Christus’ opstanding openbaar werd: Gods nieuwe wereld.
Juist aan de gelovigen mag zichtbaar worden dat ‘het oude’ -de onverloste wereld- voorbijgegaan is en dat ‘het nieuwe’ -de verloste wereld- gekomen is.
Nee, Paulus vergeet niet dat de jongste dag nog moet aanbreken. De apostel weet dat de heerlijkheid nog over Gods kinderen geopenbaard moet worden (…). Maar deze wetenschap verhindert hem niet zo stellig te spreken over de grote doorbraak, die bij allen die in Christus zijn, zich mag voltrekken. Zij behoren niet meer tot de oude wereld, maar zijn burgers van Gods nieuwe wereld. In feite zijn zij al een stukje van die nieuwe wereld”[4].

In dat licht bezien is de stimulans van de apostel Paulus in Efeziërs 4 heel logisch: “En bedroef de ​Heilige​ ​Geest​ van God​ niet, door Wie u ​verzegeld​ bent tot de dag van de verlossing”[5].
En wij begrijpen het wel: die stimulans is ook een troost – de duivel zal nooit in staat zijn Gods uitverkoren kinderen naar de oude wereld terug te trekken!

De wereld kijkt maar al te vaak narrig en verongelijkt naar de mensen in het Nederlandse kerkelijke leven. En men mompelt: ‘Het ziet er allemaal zo vroom uit, maar ondertussen…’.
Laten wij in die situatie 1 Petrus 4 maar naspreken: “Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van ​Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
Dat betekent:
* “De Geest wordt weliswaar door de ongelovigen gelasterd, dat wil zeggen: zij wijzen Christus af en gaan daarmee in tegen het werk van de Heilige Geest
* maar in de kring van de gelovigen wordt Hij verheerlijkt”[7].

De Zondagen 3 en 4 van de Heidelbergse Catechismus bepalen ons bij onze ellende. Jazeker.
Maar midden in die ellende schittert ook het licht van de nieuwe toekomst.
Wilt u die toekomst zien? Kom dan maar naar de kerk!

Noten:
[1] U vindt de woorden terug in de Heidelbergse Catechismus. Achtereenvolgens citeer ik uit Zondag 4, antwoord 10 en Zondag 3, antwoord 8.
[2] 2 Corinthiërs 3:5 en 6.
[3] Dat zijn koppen in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op donderdag 13 september 2018.
[4] Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 63 en 64.
[5] Efeziërs 4:30.
[6] 1 Petrus 4:14.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 4:14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.