gereformeerd leven in nederland

20 september 2018

De afgod van de weet-wel-kunde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Leviticus: dat is een Bijbelboek met lessen over de omgang met God.
Iemand typeert dat als volgt: “Hoe dat gaat en de voorwaarden die daarbij door God worden gesteld, wordt voorgesteld in de verschillende offers en de daarmee verbonden priesterdienst. Voor nieuwtestamentische gelovigen wordt in zinnebeelden getoond dat zij gemeenschap mogen hebben met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus”[1].

Het is goed om het bovenstaande in het achterhoofd te houden als wij in het begin van Leviticus 20 lezen: “Iedereen uit de Israëlieten en uit de ​vreemdelingen​ die in Israël verblijven, die iemand uit zijn nageslacht aan de Moloch overgegeven heeft, moet zeker gedood worden: de bevolking van het land moet hem met stenen ​stenigen. En Ikzelf zal Mijn aangezicht tegen die man keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien. Hij heeft immers iemand uit zijn nageslacht aan de Moloch overgegeven, waardoor Mijn ​heiligdom​ ​verontreinigd​ en Mijn ​heilige​ Naam​ ontheiligd is”[2][3].

Moloch – wie is dat?
Een uitlegger noteert: “Via deze god werden ook kinderen gewijd aan hun voorouders. Deze wijding kan zowel inhouden dat ze in leven bleven en in dienst van de godheid stonden, maar misschien ook dat ze voor het aangezicht van deze god werden verbrand. Deze laatste opvatting, dat kinderen voor Moloch werden verbrand, staat momenteel ter discussie”[4].
Moloch heet in de Bijbel soms ook Milkom.

Hoe dat zij: het offeren van mensen gaat rechtstreeks in tegen Gods gebod. Hij zegt immers: eer Mij met heel uw hebben en houden. Geen wonder dat God dat zo streng verbiedt!
In de toenmalige wereld wordt Moloch wijd en zijd vereerd. Uit 1 Koningen 11 blijkt dat zelfs Salomo niet aan de aantrekkingskracht van Moloch ontkomt[5]!

Waarom vindt God het dienen van afgoden zo verschrikkelijk en afschuwelijk?
Omdat Hij bezig is met de uitvoering van een groots verlossingsplan. In dat plan heeft de Here Jezus Christus, de Heiland, de meest centrale plaats.
In de eerste algemene brief van de apostel Johannes vinden we een adequate omschrijving van dat plan: “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens – want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard – wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[6].

In het boek Leviticus wordt, om zo te zeggen, al naar Hem toe gewerkt.
De wereld moet er op rekenen: de Verlosser komt!

Wij weten het: de Verlosser is gekomen. Maar in Leviticus is het nog lang niet zo ver. Het zal nog zo’n 1450 jaar duren voordat Hij naar de aarde komt.
Maar het boek Leviticus roept de mensen er al toe op: bereid u voor op Zijn komst!

De God van hemel en aarde legt er de nadruk op: men mag Gods heiligdom niet verontreinigen. Gods heilige naam mag niet worden besmeurd.

Waar is het heiligdom vandaag? Waar moeten wij dat zoeken?[7]
Antwoord: in de kerk.

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe: “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de ​Geest van God​ in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is ​heilig, en deze tempel bent u”[8].
Die gemeente is wellicht heel klein. Niettemin is zelfs dat kleine onbetekenende kerkje zeer de moeite waard! Want Jezus zegt in Mattheüs 18: “Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden”[9].

Terug nu naar Leviticus 20.
Het begin van dat hoofdstuk is niet bepaald rustgevend.
Dood.
Steniging.
Uitroeiing.
Verontreiniging.
Ontheiliging.
Dat past, zou je zeggen, op geen enkele manier bij de eenentwintigste eeuw. Daar kun je nu toch niet meer mee aankomen?

Inderdaad – Leviticus 20 is een deel van het Oude Testament.
Steniging en uitroeiing: dat is niet meer aan de orde.
Maar het is wel duidelijk: kinderen van God moeten hun leven aan Hem wijden.

Maar wat moeten wij verder met Leviticus 20 aanvangen?
Het is, als u het mij vraagt, goed om te bedenken: de afgod slokt je op!

Wat voor afgoden hebben wij vandaag?
Ik noem vandaag de afgod van het alles weten. Oftewel: de afgod van de weet-wel-kunde.

Vandaag de dag kunnen wij alles opzoeken.
Wie iets niet weet, raadpleegt het internet. De zoeker komt geheid een stukje verder.
Maar juist omdat dat kan, worden wij allemaal geacht alles te weten.
En juist omdat dat kan, kunnen wij ook snel bekijken welke rechten wij hebben.
Wie iets niet weet, is eigenlijk een beetje dom.
Wie geen gebruik maakt van al zijn rechten, is een beetje onnozel. Een tikje suf. Om niet te zeggen: bekrompen en boers.

Hierboven wordt Salomo genoemd.
Hij is typisch zo’n man die verder kijkt dan zijn neus lang is.
Hij is groots. Wijs. Kundig. Hij weet hoe de zaken staan in de wereld.
En Moloch, oftewel Milkom, vereert hij ook. Niet dat hij zijn God vergeet. Welnee. God en Moloch staan naast elkaar.
Ach ja, waarom niet?
Hij staat midden in de wereld, nietwaar?

Leviticus 20 waarschuwt ons ervoor om er een afgod op na te houden.
In 2018 kan dat zomaar de afgod van de weet-wel-kunde zijn.
Je bent een beetje sullig als je de boel niet bijhoudt.
Je staat midden in de wereld, nietwaar?

In de kerk moeten en mogen wij op God vertrouwen.
We mogen en moeten een schuilplaats zoeken bij de Heiland.
Ook vandaag mogen wij weten: wij zullen – om met 1 Thessalonicenzen 4 te spreken – “opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”.
De Verlosser komt!

Wij hoeven niet alles bij te houden.
Wij hoeven niet altijd van onze rechten gebruik te maken.
Er komt een moment dat de weet-wel-kunde geen redding meer biedt.
Dat zal het ogenblik zijn waarop God alles zal zijn in allen!

Noten:
[1] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/L/Leviticus ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[2] Leviticus 20:2,3.
[3] De Herziene Statenvertaling noemt de afgod Molech. Ik gebruik de meer gangbare naam Moloch.
[4] Geciteerd van http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?1658 ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[5] Zie 1 Koningen 11:5: “want ​Salomo​ ging achter ​Astarte​ aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten”.
[6] 1 Johannes 1:1-4.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1006.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[8] 1 Corinthiërs 3:16 en 17.
[9] Mattheüs 18:19 en 20.

19 september 2018

Tumult om twee tieners

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lili en Howick – de namen van die kinderen kent u wel. Zij dreigden te worden uitgezet naar Armenië. Op het allerlaatste moment werd dat voorkómen. De kinderen zijn al tien jaar in Nederland.
Er is een lang verhaal aan vooraf gegaan. Een heel lange historie. Een veel te lange geschiedenis.

Schrijver dezes is niet op de hoogte van asielprocedures. Het is zijn vak niet. Hij weet er te weinig van.

Maar hij weet wel dat in Leviticus 19 staat: “Wanneer een ​vreemdeling​ bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De ​vreemdeling​ die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem ​liefhebben​ als uzelf, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”[1].
De vreemdeling als ingezetene; zo ver moet het gaan. Dat is de taak van de kerk in het Oude Testament.

Het gaat in Leviticus 19 ook over respect voor ouderen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].
Vlak daarna wordt die bepaling over vreemdelingen vermeld.
De boodschap is helder: ondersteun kwetsbare groepen zoveel mogelijk.
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we, wat dat betreft, in de laatste jaren te vaak geconfronteerd zijn met negatieve berichtgeving: de overheid laat heel wat steken vallen.
De kerk moet echter vooral ook kritisch naar zichzelf blijven kijken. Het welzijn van kwetsbare groepen moet in de werkplaats van de Heilige Geest een ‘hot issue’ wezen!

Wij leven momenteel in de Nieuwtestamentische tijd.
Kunnen en mogen wij die regel over de opvang van vreemdelingen in Leviticus 19 vandaag nog toepassen?
Zeker wel.
Jezus zegt in Mattheüs 5 zelfs: hebt uw vijanden lief. Met andere woorden: ga nog een stap verder!
In het verlengde daarvan mogen we ook opmerken: wees niet te bang dat u die gastvrijheid niet meer vol kunt houden; loop gerust een stap harder.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat christenen, Gereformeerde mensen inbegrepen, ervan uit moeten gaan dat de verzorging van vreemdelingen alles te maken heeft met het eren van Jezus Christus.

Dat blijkt uit Mattheüs 25.
Daar wijst Jezus op de gang van zaken bij het laatste oordeel. De mensen zullen van elkaar worden gescheiden. En wat is de reden voor die scheiding? Jezus zegt: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[3].
Christenen werken voor hun Heiland als zij met vluchtelingen bezig zijn.
Christenen werken voor Jezus Christus als zij hun best doen om kwetsbare groepen te ondersteunen.

Dit alles overziende past het niet om vluchtelingen voortdurend maar aan het lijntje te houden. Het is niet goed om hen, gedurende lange jaren, een strohalm te geven waar zij zich aan vast kunnen houden.

Lili en Howick – vrijwel iedereen kent die voornamen. Hun achternamen zijn niet zo bekend. De reden daarvan ligt, mogen wij aannemen, in de sfeer van de privacy. En dat is goed.
Intussen zijn beide kinderen echter een symbool geworden.
Het volk ging mee in een soort positieve emotie waar alle nuances allengs uit verdwenen. ’Houdt de kinderen in Nederland; wat er ook gebeurt’ – dat was het algemeen gevoelen.
In zo’n situatie is de verleiding groot om niet teveel te gaan nadenken en simpelweg in te stemmen met de geëmotioneerde natie.
Laten we daar voorzichtig mee wezen.
Gereformeerden moeten zich maar eenvoudig houden aan de leefregel die Micha ons in hoofdstuk 6 leert: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].

Noten:
[1] Leviticus 19:33 en 34.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Mattheüs 25:35-40.
[4] Micha 6:8.

18 september 2018

Haal obstakels weg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In deze wereld hebben wij veel onderscheidingsvermogen nodig. Dat wil zeggen: wij moeten weten wat belangrijk is in het leven. En we moeten goed weten wat bovenaan onze prioriteitenlijst staat.

In de kerk is zorgvuldig met elkaar omgaan van bijzonder groot belang. Natuurlijk – buiten de kerk moeten wij ook fatsoenlijk zijn. Maar in de kerk is voorzichtigheid nog belangrijker.
Daar gaat het namelijk om de eer van God.

Laat ik, in verband daarmee, wijzen op woorden uit Spreuken 18. Ik bedoel deze woorden:
“Een broeder wie ​onrecht​ is aangedaan, is erger dan een sterke stad,
en ruzies zijn als een grendel van een vesting”[1].

Een uitlegger noteert hier bij: “Een verongelijkte broer is ontoegankelijker dan een versterkte stad en twisten zijn als een grendel van een burcht (…). De poort is de meest kwetsbare plek in een burcht en de vergrendelingen zijn hierin van groot belang. Wanneer een situatie escaleert, zetten de beide partijen de hakken diep in het zand en valt er weinig aan de situatie te veranderen. Daarom is het belangrijk dergelijke conflicten te voorkomen”[2].

Dat geldt in de familie.
En – bij wijze van spreken – driedúbbel in de Familie met een hoofdletter F.

Die uitdrukking ‘versterkte stad’ brengt ons onder meer bij Psalm 31.
In die psalm zien we een achtbaan van emoties voor ons. Er wordt gesmeekt om verlossing. Maar er is ook een geweldig vertrouwen op God. In Psalm 31 wisselt dat elkaar af.
Het is warempel net het echte leven.
Want zegt u nou zelf: het is niet voortdurend holadieee en hoempapa. Er is ook wel eens enige treurnis en een traan.
Maar juist als het leven, zoals dat heet, op een rollercoaster lijkt mogen we met de psalmschrijver zeggen:
“Geloofd zij de HEERE,
want Hij heeft wonderen aan mij gedaan,
wonderen van Zijn goedertierenheid:
Hij bracht mij in een versterkte stad”[3].

Wanneer is een stad sterk?
Als er dynamiek is. Als er activiteit is. Als er geleefd wordt. Een stad is nooit statisch, er gebeurt altijd wel wát. Als een gebouw wordt afgebroken, start men zo snel mogelijk met de bouw van iets anders.
Als het goed is tonen stedelingen, als er in hun woonplaats een ramp plaatsvindt, een zekere veerkracht. Zij maken front. Er is eensgezindheid. Zij gáán er voor. Net als in Efeziërs 4: daar gaat het over de “opbouw van het lichaam van ​Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de ​Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van ​Christus”[4].
Een stad is echter pas echt afdoende beschermd als de God van hemel en aarde daar actief is. Om het met de woorden van Psalm 60 te formuleren:
“Wie zal mij brengen in een versterkte stad?
Wie zal mij leiden tot in ​Edom?
Zult U het niet zijn, o God, Die ons verstoten had
en niet met onze legers uittrok, o God?”[5].

De mensen spreken de laatste jaren wel eens over een rubbertegelgeneratie.
Enkele jaren geleden schreef iemand daarover: we zijn “altijd ijverig in de weer met gevaar en bedreiging, terwijl de zelfmoordterroristen, tsunami’s en klodders lava ons toch niet direct om de oren vliegen. De rubbertegelgeneratie, noemen ze ons ook wel. Op de flats staan luchtalarmen terwijl het laatste vijandelijke vliegtuig al bijna zeventig jaar geleden achter de horizon verdween en van alle mensen die vorig jaar overleden, stierf 95,7 procent een natuurlijke dood, in plaats van door geweld of letsel”[6].
Er heerst, kortom, relatieve rust. Intussen lijkt het anno Domini 2018 bijna ondoenlijk een gezin of familie te vinden waarin geen frictie, onmin of ruzie voorkomt.
In de Familie met een hoofdletter F is het al net zo. Want tot hun schaamte moeten gelovigen toegeven dat de situatie op het kerkplein en in de diverse kerkgenootschappen weinig beter is.
In die omstandigheden is de vraag: laten Gods kinderen zich echt nog versterken door de Heer van hemel en aarde? Of willen zij op hun éigen rubberen tegels blijven lopen?

Wie zich wil laten versterken dient de grendel van zijn vesting open te laten doen.
Bij grote ruzies zijn bijkans alle harten gebarricadeerd. Er is geen doorkomen meer aan.
In zo’n situatie moeten wij in gebed tot God gaan: ‘wilt u reddend ingrijpen?’.
Die macht heeft Hij.
Die macht gebruikt Hij ook.
In de heilshistorie is dat al wel gebleken. Denkt u maar aan Jesaja 45: “Zelf zal Ik voor u uit gaan, het oneffene zal Ik rechtmaken, bronzen​ deuren zal Ik openbreken, en ijzeren grendels stukbreken”[7]. Die woorden worden gesproken in het kader van de herbouw van Jeruzalem, ten tijde van koning Kores[8].

Conflicten in de kerk?
Tegenwoordig lijken ze niet te voorkomen.
Maar als zulk gekrakeel vóórkomt moeten wij maar denken aan een metropool waar het verkeer totaal vastgelopen is; je komt niet door de stad heen.
Als er diepe verdeeldheid is, moeten we maar denken aan een stad waarvan alle toegangen geblokkeerd zijn; er is geen doorkomen aan.
Laten wij het elkaar maar voorhouden: in de kerk moeten de wegen zoveel mogelijk vrijblijven.
Haal obstakels weg!

Noten:
[1] Spreuken 18:19.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 18:1-21.
[3] Psalm 31:22.
[4] Efeziërs 4:12.
[5] Psalm 60:11 en 12.
[6] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/het-rijk-der-rubbertegels~b2f582bf/ ; geraadpleegd op vrijdag 7 september 2018.
[7] Jesaja 45:2.
[8] We kennen Kores tegenwoordig beter als Cyrus II de Grote. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyrus_II_de_Grote ; geraadpleegd op vrijdag 7 september 2018,

17 september 2018

Over cartoons en onderscheidingsvermogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De heer Wilders heeft onlangs weer eens wat nieuws bedacht.
Leest u maar even mee.

PVV-leider Wilders “organiseert op 10 november de tekenwedstrijd in het streng beveiligde deel van de Tweede Kamer waar zijn partij huist. Iedereen mag meedoen aan de wedstrijd, zolang het onderwerp van de spotprent maar profeet Mohammed is.
De hoofdprijs bedraagt 10.000 dollar, dat is ongeveer 8500 euro. Dat bedrag is beschikbaar gesteld door een gever die anoniem wenst te blijven. Er zijn volgens Wilders al honderden inzendingen binnen. De cartoons kunnen tot 1 september worden opgestuurd naar zijn partij”[1].

Dat bericht gaf heel wat reuring in de wereld.
Op woensdag 29 augustus jl. berichtten de media bijvoorbeeld over een grote demonstratie tegen die cartoonwedstrijd. In Pakistan, notabene!

Na veel kritiek en verzet zag de heer Wilders toch maar af van het voornemen om een cartoonwedstrijd te organiseren.
De NOS meldde op donderdag 30 augustus jongstleden: “Na dagen van dreiging en protest maakt PVV-leider Wilders bekend de cartoonwedstrijd die draait om de profeet Mohammed af te blazen. ‘Om het risico van islamitisch geweld te vermijden, heb ik besloten de cartoonwedstrijd niet door te laten gaan. Veiligheid van mensen gaat voor alles’, schrijft Wilders”[2].

Nu hoeft men geen moslim te zijn om deze actie van de heer Wilders ergerniswekkend en stuitend te vinden.
Al was het alleen maar omdat in de Grondwet – versie uit het jaar 1983 – staat: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”[3].

Als ik het goed weet, hebben we nu ruim tien jaar met cartoonrellen te maken. In 2005 publiceerde een Deense krant een serie van twaalf cartoons over de profeet Mohammed. Die publicatie leverde heftige rellen op[4]. Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon.
We kunnen dus wel zeggen: de heer Wilders móest weer zo nodig.
Als u het mij vraagt is hij een onrustzaaier pur sang.
Niet meer en niet minder.

Natuurlijk –
Jezus Christus wordt ook heel vaak afgebeeld. Op allerlei manieren, ook nog. Het is vandaag de dag niet moeilijk om daar voorbeelden van te vinden[5]. Die afbeeldingen vinden we met name in Rooms-katholieke kerken.
Het zal u niet verwonderen dat de schrijver van deze weblog – Gereformeerd als hij is – daar niet heel gelukkig mee kan wezen.
Alleen al niet omdat niemand weet hoe Jezus er als mens uit heeft gezien. Pogingen om Hem af te beelden zijn daarom bij voorbaat tot mislukken gedoemd.
Als wij een dergelijke afbeelding bekijken mogen we zeggen dat Jezus een mens was, net als wij; maar we kunnen nooit goed laten zien dat Hij tegelijk God was en is. Nogmaals: afbeeldingen van Jezus zijn nooit goed gelijkend.
Hoe dat zij, laten we ons nu eens voorstellen dat er cartoons van en over Jezus verschenen. Die zouden we toch ronduit godslasterlijk vinden?
Het is volstrekt duidelijk: als cartoons over Mohammed toegestaan zijn, dan is het ook geoorloofd om spotprenten over Jezus te maken. En dat lijkt mij geenszins de bedoeling!

Vanuit PVV-kringen zal ongetwijfeld tegengeworpen worden dat we in Nederland te maken hebben met “de joods-christelijke waarden, normen en cultuur als uitgangspunt en leidende cultuur”[6].
Natuurlijk weet schrijver dezes niet hoe dat bij u overkomt. Maar naar mijn smaak zit er in zulke termen net iets te veel dominantie. Zo van: wij weten het veel beter, die volgers van Mohammed zijn nogal minderwaardig; moslims komen ver, heel ver achter ons aan…
Dat kan toch niet de bedoeling wezen?

Nu het om deze dingen gaat wijs ik graag op de tweede Psalm:
“Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn ​Gezalfde:
Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!
Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.
Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.
Ik heb Mijn ​Koning​ toch ​gezalfd
over Sion, Mijn ​heilige​ berg”[7].

Met al dat gedoe rond cartoons van Mohammed zouden we haast vergeten waar het in de wereldgeschiedenis werkelijk om gaat.
Dat maakt Psalm 2 ons duidelijk.

De dichter vraagt zich in Psalm 2 af waar de mensen toch mee bezig zijn.
De koningen van de aarde zouden het liefst van de Godsdienst op aarde af willen. Dan hebben zijzelf namelijk de macht.
De Machthebber van hemel en aarde lacht daar echter om.
Sterker nog – Hij spreekt hen uiteindelijk woedend toe: ‘Ik heb Mijn Koning gezalfd’.
De Machthebber zegt: heet Hem welkom in uw leven.
De Machthebber zegt: dien Hem met alle energie die u hebt.
De Machthebber zegt: “Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[8].

Spotten met welke godsdienst of levensovertuiging is beslist niet goed.
Waarom niet?
Paulus schrijft daarover in de brief aan de christenen in Efeze. In hoofdstuk 6, namelijk. Dat doet hij zo: “Bekleed u met de hele ​wapenrusting​ van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de ​duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”[9].

Je zou zeggen: wat voor zin heeft die strijd als u en ik dat gevecht toch niet kunnen winnen?
Die strijd heeft zin als we “gesterkt worden in de Heere en in de sterkte van Zijn macht”[10].
Daar staat een opvallend voorzetsel
* gesterkt in de Here
* gesterkt in de kracht van Zijn macht
Er staat niet: gesterkt dóór. Nee, er staat: gesterkt in.
De Here staat als Beschermer en Ondersteuner om ons heen. We staan daar zogezegd middenin.
Kinderen van God weten dat de Heilige Geest in hun hart woont; Gods Geest woont bij hen in.
Bij iedere stap die we in ons leven zetten, gaat Hij met ons mee. In de kerk noemen wij dat: wandelen met God.
Zo gaan wij naar de toekomst toe, waarin niemand anders meer om ons heen is dan God alleen.
Op die manier is ons aardse leven een adequate voorbereiding op ons hemelleven.
Wij hebben vaak de neiging om uit die omgeving-met-God te stappen. De apostel Paulus waarschuwt ons: doe dat vooral niet!
Heel wat mensen zeggen: christenen zouden eens wat vaker uit hun eigen bubbel moeten stappen. Maar Efeziërs 6 leert ons dus dat vooral niet te doen.
Want:
* alleen zo kunnen we Hem welkom heten in ons leven
* alleen zo kunnen we Hem dienen met alle energie die wij hebben
* alleen zo kunnen wij tot Hem de toevlucht nemen.

Wie dat niet doet, gaat onderscheidingsvermogen steeds meer missen.
Onderscheidingsvermogen – dat is een woord dat vooral in de kerk gebruikt wordt. Het betekent:
* u kunt helder zien wat God in deze wereld van u vraagt
* u merkt tijdig dat u het terrein van de duivel nadert.
Wie niet met God wandelt, kan zomaar ontsporen.

Van zo’n ontsporing is de actie van de heer Wilders een droevig voorbeeld.
Want door die actie wordt de liefde van God naar de achtergrond geduwd.
De dichter van Psalm 2 zegt:
“Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten”[11].
En Zijn spot is heel wat ernstiger dan een stel spotprenten!

Psalm 2 maakt duidelijk dat de wereld ten diepste in twee kampen verdeeld is.
De tegenstelling is scherp.
De zaak is antithetisch, zei men vroeger.
Leest u maar even weer mee:
“Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.
Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[12].

Die oproep moet vaker klinken in de wereld.
Dan worden we een stuk voorzichtiger met allerlei acties rond spotprenten.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2248092-de-cartoonwedstrijd-van-wilders-wat-houdt-die-precies-in.html ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2248244-toch-geen-cartoonwedstrijd-dit-ging-eraan-vooraf.html ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[3] Geciteerd van https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vi7pkisz8vzo/artikel_6_vrijheid_van_godsdienst_en ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Cartoons_over_Mohammed_in_Jyllands-Posten ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[5] Zie bijvoorbeeld https://pixabay.com/nl/photos/jezus%20christus/ ; geraadpleegd op donderdag 30 augustus 2018.
[6] Deze formulering is ontleend aan https://pvv.nl/83-fj-related/machiel-de-graaf/9815-pvv-sluit-islam-en-koranscholen-van-syriers-en-stuur-ze-terug-naar-veilige-gebieden-in-syrie.html ; geraadpleegd op vrijdag 31 augustus 2018.
[7] Psalm 2:1-5.
[8] Psalm 2:12.
[9] Efeziërs 6:11 en 12.
[10] Efeziërs 6:10.
[11] Psalm 2:4.
[12] Psalm 2:10, 11 en 12

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

13 september 2018

Volhardend geloven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Nergens op aarde is het veilig. Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood, dat is wat mij drijft. We laten de kerk niet wegvagen’”.
Dat zegt een vrouwelijke dominee.
Mathild Sabbagh is predikant in al-Hassakeh, een christelijk bolwerk in Noord-Syrië. Zij was in Nederland in het kader van het 70-jarig bestaan van de Wereldraad van Kerken.
In het Nederlands Dagblad stond niet zo lang geleden een verhaal over haar werk en roeping.

Ik citeer: “De stad lag in de vuurlinie, veel christenen sloegen op de vlucht. De predikant van de protestantse kerk, aangesloten bij de National Evangelical Presbyterian Church, nam de wijk naar Zweden. Van zijn tweehonderd gemeenteleden zijn er nog circa veertig achter­gebleven.
Mathild studeerde op dat moment in Beiroet, aan de Near East School of Theology. In 2016 rondde ze die studie af. ‘Ik zag de nood in mijn geboortestad en wist dat God mij daar riep. Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden. Het leven moet er terugkomen’.
Hoe gevaarlijk die beslissing was, bleek op haar eerste werkdag als predikant. Tijdens gevechten sloeg een raket in in haar huis. ‘Nog nooit was ik zo bang als toen. Mijn familie en die van mijn oom, die net op bezoek was, vluchtten naar de kelder. Vijf dagen heb ik mijn neefjes en nichtjes zitten voorlezen, om ze maar af te leiden en bezig te houden. Er was geen water of stroom, en uiteindelijk werd ons huis in brand geschoten. Pas toen hielden de gevechten op’.
Het gevaar weerhoudt haar niet om terug te gaan”.

Natuurlijk kunnen we nu een heel verhaal gaan houden over de vrouw in het ambt en de bezwaren daartegen.
Vandaag doe ik dat niet.
Trouwens, dominee Sabbagh zegt zelf: “Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden”. Voelt u hoe hoog de nood is?

Het gaat mij vooral om die zinnen: “Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood..”.
Wat een bewonderenswaardige geloofsuitspraak is dat!
Dat zegt Mathild Sabbagh te midden van puin, nood en rampspoed. Te midden van oorlog en kapotgeschoten levens. Te midden van een maatschappij die bijkans geruïneerd is.
Mathild zegt ook:
“Strijd de goede strijd, loop de wedloop en volhard in het geloof. Mijn broer Jaqub, dominee in Homs, zit op dezelfde lijn. Leef je leven door Jezus te volgen en in zijn voetspoor Gods koninkrijk te zoeken, een andere reden is er niet. Om die reden blijf ik werken in de kerk. Het leven is daar een zegen, ik kan er niet buiten”[1].

De geloofsmoed van de Syrische dominee is, wat mij betreft, voorbeeldig.
Die brengt mij vandaag bij Openbaring 21: “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”[2].

Hoe overwinnen we?
Niet door eigen kracht. Onze eigen energie is ontoereikend.
In Openbaring 12 staat beschreven hoe die overwinning tot stand komt: “Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn ​Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[3].

In Openbaring 12 wordt de satan – de tegenstander van God – uit de troonzaal van God gegooid.

Die overwinning is bewerkstelligd door het bloed van het Lam. De Heiland, onze Here Jezus Christus, is voor onze zonden gestorven.
Ons leven begint daardoor, om zo te zeggen, helemaal opnieuw. Wij gaan er als nieuw uitzien. Zoals in Openbaring 7 staat: “…en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam”[4].
Rood wordt wit.
Kleding die hemels zit!

Die overwinning is ook bewerkstelligd door “het woord van hun getuigenis”.
Dat is Gods Woord.
Het Evangelie.
Paulus schrijft over dat gevecht aan de christenen in Efeze, in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de ​helm​ van de zaligheid en het ​zwaard​ van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle ​gebed​ en smeking ​bidt​ in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle ​heiligen”[5].
In Openbaring 12 hebben Gods kinderen die strijd geleverd. En ze hebben gewonnen!
Indertijd hebben zij hun leven op aarde gelovig voortgezet.
Zij lieten het aan de mensen zien: ons geloof is ongebroken; wij gaan achter Jezus Christus aan, wat er ook gebeurt!
Dat hebben Gods kinderen volgehouden, totaan hun dood.

Wij zitten hier op aarde middenin die strijd.
Laten we volhouden!

Terug naar Openbaring 21.
Daar staat: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Wat betekent dat?

Paulus legt dat uit aan de christenen in Rome, in Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[6].
Verheerlijking: daar zit alles in.
Volmaakter kan niet!
Gelukkiger en vrediger kan niet!

In Openbaring 21 staat te lezen: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Dat ‘beërven’ is geen zweverig woord. Het is geen inleiding op een door de notaris opgesteld rijtje van te verwachten eigendommen.
Nee, dat woord heeft verwijst nadrukkelijk naar het dagelijks leven zoals kinderen van God dat steeds weer vormgeven.

Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 6. Paulus schrijft daar onder meer: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[7].

Aan de christenen in Galatië schrijft Paulus: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[8].

Dat woord ‘beërven’ heeft in de Bijbel een bijzondere lading. Dat woord heeft de kleur van: tegengesteld aan de wereld. Iedere dag weer moeten we kunnen constateren: ons leven ziet er heel anders uit dan dat van mensen die God negeren.

Wij mogen het ook in Nederland laten zien: de kerk is, om zo te zeggen, met God getrouwd. Hij is onze Bruidegom!
Hij is alles voor ons!
Hij wordt alles in allen!

Met dit artikel zeg ik niet: de kwestie van de vrouw in het ambt is niet zo belangrijk. En ik ga de vrouw in het ambt al helemaal niet promoten.

Met dit artikel zeg ik wel: de situatie op deze aarde stimuleert ons om volhardend te blijven geloven.
In Syrië. Maar ook in Nederland.
Overal ter wereld mogen en moeten mannen, vrouwen en kinderen het blijven zeggen: de God van hemel en aarde is mijn Steun en Toeverlaat!

Noten:
[1] “De goede strijd strijden in Syrië”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 augustus 2018, p. 9.
[2] Openbaring 21:7.
[3] Openbaring 12:10 en 11.
[4] Openbaring 7:14 b.
[5] Efeziërs 6:16, 17 en 18.
[6] Romeinen 8:17.
[7] 1 Corinthiërs 6:9 en 10.
[8] Galaten 5:19-22.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.